|
| |
Het volk Israël zal altijd blijven bestaan

Het graf van David op de Zionsberg;een herinnering aan een groot koning, een teken van de verwachting
van Messias, de Zoon van David |
|
Meerdere keren heeft God gezegd, dat het volk Israël nooit volledig
uitgeroeid zal worden. Het zal altijd blijven bestaan, zelfs in de ernstigste pogingen om het
volledig uit te roeien. Ook al zou God toestaan dat zij in de vuuroven van de verschrikking terecht
zouden komen, Hij zou hen nooit prijsgeven aan het vuur van de totale vernietiging. De Israëlieten
zouden wel gescheiden leven van de andere volken, zelfs als ze onder de andere volken verstrooid
waren, zouden zij van deze volken gescheiden blijven leven. Ze zouden echter nooit volledig in die
volken worden opgenomen en er in opgaan. Ze zouden altijd een eigen volk binnen die andere volken
blijven. Ze zouden hun eigen godsdienst bewaren en blijven leven volgens de voorschriften van de
Bijbel. Het is toch opmerkelijk, dat een religieuze Jood nog steeds geen varkensvlees eet, nog
steeds kwasten aan zijn kleed heeft, de besnijdenis toepast, de sabbat eert, een keppeltje draagt,
geen kleding dat uit twee stoffen geweven is draagt, enz. |
God heeft nadrukkelijk verklaard: "Maar ook zelfs, wanneer zij in het land hunner vijanden zijn, versmaad Ik hen niet en heb Ik geen afkeer van hen, zodat Ik hen zou vernietigen en Mijn verbond met hen verbreken: want Ik ben de HERE, hun God. Maar Ik zal hun ten goede gedenken het verbond met hun voorvaderen, die Ik voor de ogen der volken uit het land Egypte heb geleid, om hun tot een God te zijn. Ik ben de HERE." (Leviticus 26:44,45)
"Want zoals de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, die Ik maken zal, voor Mijn aangezicht zullen blijven bestaan, luidt het woord des HEREN, zo zal uw nageslacht en uw naam blijven bestaan." (Jesaja 66:22)
Dit is in volkomen overeenstemming met de boodschap van de apostel Paulus in Romeinen 9-11. In dit gedeelte stelt hij de vraag, of God de Joden verstoten heeft, nu de Joden de Here Jezus afgewezen hebben. Zijn antwoord is duidelijk: God heeft Zijn volk beslist niet verstoten. Israël is nog altijd het uitverkoren volk van God. Het feit dat zij de Here Jezus niet aanvaard hebben, betekent niet, dat zij nu niet meer het uitverkoren volk van God zouden zijn.
Gods zorg voor Israël
Hoewel God bij monde van Mozes aangekondigd had, dat Hij het volk Israël zwaar zou straffen voor zijn zonden, heeft God tevens gezegd, dat Hij nooit afstand zal doen van Israël als Zijn volk en dat Hij hen nooit zou loslaten en hen zou afdanken. Het volk heeft een periode van ongeveer tweeduizend jaar afschuwelijk lijden en vervolging achter de rug. Het leed dat de Joden in deze tijd is aangedaan en de haat die over hen uitgestort is, is haast niet te beschrijven.
Wij zien reeds in de tijd van de eerste ballingschap (de Babylonische ballingschap) dat God Zijn volk niet losliet. De tempel werd verwoest door koning Nebucadnezar en een groot deel van het volk werd in ballingschap gevoerd naar Babel. De ballingschap duurde echter maar 70 jaar en daarna mochten de Joden naar het eigen land terugkeren en weer een tempel bouwen. De tweede ballingschap duurde echter veel langer: van 70 na Christus tot 1948. Opnieuw werd de tempel verwoest en werden de Joden in ballingschap weggevoerd. De verwoesting van de tempel had voor de Joden een geestelijke betekenis, die hen ongelooflijke pijn deed. God had gezegd: "Doch Ik zal te dien dage Mijn aangezicht volkomen verbergen vanwege al het kwaad, dat zij gedaan hebben: dat zij zich tot andere goden hebben gewend." (Deuteronomium 31:18) De verwoesting van de tempel was het teken, dat God Zijn aangezicht voor hen verborg. Gods zegen was, dat Hij vriendelijk naar hen keek. Nu Hij Zijn gezicht van hen afwendde, betekende dit, dat Hij hen niet zegende! "Al deze vervloekingen zullen over u komen, u achtervolgen en u treffen, totdat gij verdelgd zijt, omdat gij niet geluisterd hebt naar de stem van de HERE, uw God, en de geboden en inzettingen die Hij u opgelegd heeft, niet onderhouden hebt." (Deuteronomium 28:45)
In 1948 keerden de Joden echter terug naar het land der vaderen en nu wachten zij op het moment, waarop de tempel weer herbouwd kan worden. Dit zal de tempel zijn zoals deze door de profeet Ezechiël aangekondigd is - geen geestelijke tempel, maar een letterlijke tempel op de tempelberg in Jeruzalem.
Wát er ook met hen gebeurde, altijd bleven er Joden over, die wachtten op en baden voor de terugkeer naar Israël, de herbouw van de tempel en de komst van de Messias. Zij hadden hiervoor een duidelijke belofte van God in Leviticus 26:44,45.
In dit verband heeft God Zelf een opmerkelijke uitspraak gedaan. Hij zei: "Ik zou gezegd hebben: Ik zal hen wegblazen, een einde maken aan hun gedachtenis onder de stervelingen, indien Ik de hoon van de vijand niet gevreesd had, dat hun tegenstanders het zouden misverstaan en zeggen: onze hand was verheven, niet de HERE heeft dit alles gedaan." (Deuteronomium 32:26,27) Wat bedoelde de Here God met deze woorden? Hiermee wilde Hij duidelijk maken, dat ook al zouden de andere volken op aarde zich niets meer van God aantrekken, dan nog zou het volk Israël trouw aan God blijven. Door het volk Israël zou God aan de andere volken op aarde laten zien wie Hij is en wat Hij is. Israël mag niet van de aardbodem verdwijnen, want het is juist het volk Israël dat aan de andere volken Gods grote daden bekend maakt.
Vijf verschillende beloften
"En gij zult onder de volken te gronde gaan, en het land uwer vijanden zal u verteren... Maar ook zelfs, wanneer zij in het land hunner vijanden zijn, versmaad Ik hen niet en heb Ik geen afkeer van hen, zodat Ik hen zou vernietigen en mijn verbond met hen verbreken: want Ik ben de HERE, hun God." (Leviticus 26:38,44)
Hier is sprake van vijf verschillende beloften, die God aan het volk Israël gegeven heeft, zoals Mozes hier aankondigde. In de geschiedenis van Israël is gebleken, dat deze vijf beloften te maken hebben met vijf verschillende perioden uit Israëls geschiedenis. Hiermee is deze tekst in feite gekoppeld aan de profetie van Daniël, die vijf verschillende wereldrijken aankondigt.
1.
God zal hen niet versmaden - dit zou zijn in de tijd van de Babyloniërs.
2.
God zal geen afkeer van hen hebben - dit zou zijn in de tijd van de Perzen.
3.
God zal hen niet vernietigen - dit zou zijn in de tijd van de Grieken.
4.
God zal Zijn verbond met hen niet verbreken - dit zou zijn in de tijd van de Romeinen.
5.
God blijft hun God - dit moet verwijzen naar de eindtijd, waarin wij zowel de periode van de Tweede Wereldoorlog zien als de komende periode van Gog van Magog.
God bewaarde hen in het verleden
Wij zien de bewarende hand van God vele malen in de geschiedenis van het volk Israël; niet alleen in de tijd van de Bijbel, maar ook later. Er zijn soms opmerkelijke en vreemde gebeurtenissen in het verleden geweest, waardoor Israël als volk is blijven bestaan. Tijdens de eerste ballingschap was het de grote Jodenhater Haman die het plan opgevat had om het gehele volk tot de laatste man uit te roeien. God bestuurde echter de geschiedenis. De vrouw van koning Ahasveros viel in ongenade en koning Ahasveros trouwde met een meisje dat van Joodse afkomst was: Esther. Toen Haman op het punt stond om het gehele Joodse volk uit te roeien, kwam Esther met gevaar voor eigen leven in actie en zorgde er voor, dat de Joden niet uitgeroeid werden.
Na het begin van de tweede ballingschap, tijdens de regering van Domitianus (81-96), de broer van Titus die Jeruzalem veroverd had, was het voortbestaan van Israël in groot gevaar, omdat er een gebod uitgevaardigd was om alle Joden in het gehele rijk uit te roeien. Het was te danken aan de zelfopoffering van een Romeinse senator en zijn vrouw, dat het bevel om de Joden volkomen uit te roeien ongedaan gemaakt werd.
Het was in de tijd dat rabbi Eleazar, rabbi Jehosjoea en rabbi Gamaliël in Rome waren, dat de Romeinse senaat het volgende edict uitvaardigde: "Over 30 dagen mag er geen Jood meer op aarde zijn." Binnen 30 dagen moesten alle Joden in het gehele Romeinse rijk worden uitgeroeid. Dit was een keizerlijk bevel, dat niet genegeerd mocht worden.
In de Romeinse senaat was echter een man die God vereerde. Hij ging naar rabbi Gamaliël en vertelde hem welk complot er tegen de Joden gesmeed was. De rabbijnen waren onthutst en terneergeslagen. De senator verzekerde hen echter, dat zij niet hoefden te vrezen en dat de komende dertig dagen de God van de Joden aan hun zijde zou staan.
De vrouw van de senator zei tegen hem: "Je hebt toch een ring met een capsule vergif? Slik het vergif in en pleeg zelfmoord. De senaat zal dan 30 dagen rouw voor je in acht nemen en het besluit tot uitroeiing van de Joden zal automatisch vervallen zijn." Hij luisterde naar zijn vrouw en pleegde zelfmoord. De uitroeiing van de Joden ging niet door!
God bewaarde hen ook in onze tijd
Wij maken een sprong van bijna 2000 jaar en komen terecht in onze eigen tijd. In onze tijd beschermt God nog steeds Zijn volk. In 1948 werd een handjevol Joodse soldaten met gebrekkige wapens overvallen door een menigte Arabieren. Menselijk gesproken was het onmogelijk voor de Joden om te overwinnen. De overmacht was te groot. Maar wat gebeurde er? De Joden wonnen de strijd in de Onafhankelijkheidsoorlog. Uit die tijd is een prachtig verhaal. Een groep Joodse soldaten was omringd door een overmacht aan Arabische militairen. De Joden dreigden volledig uitgemoord te worden. In hun wanhoop schoten ze een keer met hun kanonnetje, de Davidka. Dit kanon produceerde een ongelooflijke hoeveelheid lawaai, maar hij was niet doeltreffend om er gericht mee te schieten. Toen de Joodse soldaten een keer met hun kanonnetje schoten begon het net te regenen. De Arabische militairen hadden de verhalen over de atoombom en fall-out gehoord en meenden dat de Joden een atoombom hadden en die nu tot ontploffing gebracht hadden. Ze zagen de regen aan voor de fall-out van de atoombom en sloegen op de vlucht. Een grote overmacht aan Arabische soldaten was - net als in Bijbelse tijden - in verwarring gebracht en werd "verslagen" door een klein groepje Joodse militairen. Was deze verwarring nu toeval of mogen wij daarin de hand van God zien? Was dit toeval of beginnen de Bijbelse tijden zich te herhalen? Was dit toeval of schrijft God weer geschiedenis in onze dagen?
In de zesdaagse oorlog in 1967 hadden de Israëlische soldaten maar een aantal dagen nodig en de strijd was beslist. De Joden moesten in de (Middellandse) Zee gedreven worden, maar bleken de grote overwinnaars te zijn. Hoe kon dat?
In 1973 werden de Joden op Grote Verzoendag (toen alle mensen vastten, er geen openbaar vervoer en geen radio en TV uitzendingen waren) opnieuw overvallen door de vijand. Israël was niet voorbereid op de strijd en stond er meteen zeer slecht voor. De meeste soldaten waren thuis, waren slap als gevolg van het vasten en hadden geen openbaar vervoer naar het oorlogsgebied. Er was echter iets vreemds op die dag. Waarom vielen Egypte en Syrië niet gelijk met de anderen aan? Waarom gaven ze Israël de tijd om zich strijdvaardig te maken? Het antwoord kan alleen in de Bijbel gevonden worden: "Als de HERE de stad niet bewaart, tevergeefs waakt de wachter." (Psalm 127:1) Het Israëlische leger had de Arabieren niet tegen gehouden. De meeste soldaten zaten thuis. Toen toonde God, dat Hij de Bewaarder van Israël is.
God bewaarde hen ten tijde van de Golfoorlog
Vervolgens kwam in 1991 de Golfoorlog. Het Joodse volk was in groot gevaar, zoals de meesten zich nog wel kunnen herinneren. Saddam Hoessein uit Irak had een enorme militaire macht ontwikkeld. Zijn militaire macht stond op de vierde plaats in de wereld. Nu dreigde hij met zijn Scud-raketten een verschrikkelijke slachting aan te richten in Israël. De herinnering aan de Tweede Wereldoorlog kwam weer boven bij de Joden: sterven door gas! In het hele land waren verzegelde kamers. Aan alle mensen waren gasmaskers uitgereikt. En er werd gebeden; gebeden tot de Bewaker en de Beschermer van Israël, die in de hemel woont!
Er gebeurde echter iets opmerkelijks. Terwijl Irak al geruime tijd een enorme bedreiging voor Israël vormde, besloot hij plotseling Koeweit aan te vallen. U kent het verloop van de gebeurtenissen. De Amerikanen en anderen kwamen in actie en versloegen Irak. De Amerikanen plaatsten zelfs anti-raket systemen in Israël om de Joden te beschermen. Terwijl Israël door Irak aangevallen werd, hoefden de Joden niet in actie te komen. Ze hoefden niet te vechten. Andere landen streden hun strijd! Zelfs Israëls grootste Arabische vijanden streden mee tegen Irak en werkten zo zelfs mee aan de bescherming van Israël.
Toch zag Irak kans nog tientallen Scudraketten in Israël te laten neerkomen, maar zij richtten geen massale slachting aan en zij hadden geen lading gas bij zich. Zij richtten wel enorme ravage aan, maar eisten geen dodelijke slachtoffers.
Er was meer. Terwijl Irak al langer een ernstige bedreiging voor Israël vormde, raakte het land eerst in een achtjaar durende oorlog tegen Iran verwikkeld. In die tijd kon Irak niets doen tegen Israël. Toen deze strijd tegen Iran voorbij was, had er in de Sovjet Unie een enorme omwenteling plaatsgevonden, waardoor Rusland niet meer in staat was tot een grote oorlog, als de strijd in de Golfoorlog niet naar zijn zin zou zijn. Rusland was niet meer in staat om Irak en de Arabische volken te steunen in hun strijd tegen Israël. Nu konden de Amerikanen zonder ernstige risico's de strijd met Irak aanbinden en tevens Israël beschermen.
De Golfoorlog eindigde op een merkwaardig moment. Terwijl de Jom Kippoer in 1973 begon op Jom Kippoer, dat is: de grote verzoendag, eindigde de Golf-oorlog op Poeriem, het feest dat herinnerde aan de bescherming die God Zijn volk in de tijd van Haman gegeven had, toen deze Haman het plan had het gehele Joodse volk uit te roeien. Wilde God de wereld laten zien, dat Hij nog steeds Dezelfde is en dat het Poeriemfeest niet slechts tot het verleden behoort? Wilde God Zijn volk en de gehele wereld laten zien, dat Hij nog steeds Zijn volk beschermt voor de ondergang en de vernietiging? Zien wij hier in dit alles niet opnieuw Gods bescherming?
Het artikel dat u hierboven aantreft is een klein deel uit het boek
Profetie en Vervulling van ds. H.G. Koekkoek.
Als het u aanspreekt, dan kunt u dit boek bestellen.
|
|