BEGINPAGINA   |   INFORMATIE   |   ARTIKELEN   |   NIEUWS UIT ISRAEL   |   BOEKEN   |   CD'S   |    STUDIES   |   ZOEKEN   |   LINKS

Stichting Het Licht des Levens

 
menu
Artikelen

printversie
Nebucadnezar en Saddam Hoessein
Dit artikel gaat over Saddam Hussein, Nebucadnezar, Babylonië en Irak. Het is niet bedoeld om haatgevoelens op te roepen of aan te wakkeren. Het is bedoeld om vanuit de Bijbel wat meer zicht op de gebeurtenissen van onze tijd te krijgen. Mensen denken weleens, dat wij tegen de Arabieren en/of tegen de Palestijnen zouden zijn. Dat zijn wij niet. In mijn kerk zit bijna elke zondag een Palestijn en wij zijn blij met hem. Ook zitten er elke zondag Arabieren, ook Arabieren uit Irak. Wij houden van hen. Het feit, dat wij vanuit de Bijbel antwoord op gebeurtenissen in onze tijd zoeken, betekent dus niet, dat wij tegenstanders zouden zijn van Palestijnen of Arabieren of op enige wijze haatgevoelens tegen hen zouden willen oproepen.


De tweede Golfoorlog

De wereld staat op zijn kop. Voor- en tegenstanders van de oorlog in Irak schreeuwen hun leuzen om het hardst. De ene groep demonstreert tegen de oorlog en de andere groep zegt, dat ze tegen Saddam Hussein hadden moeten demonstreren. De ene groep roept, dat Saddam Hussein een massamoordenaar is. De andere groep roept, dat George Bush een terrorist is. De ene groep roept, dat Amerika de mensen in Irak met rust moet laten. De andere groep herinnert aan het feit, hoe blij wij waren, toen de Amerikanen ons in de Tweede Wereldoorlog ook van een vreselijke tiran bevrijdden. Zo blijkt, dat de meningen heel erg verdeeld zijn. Het blijkt niet mogelijk te zijn, om de mensen met hun verschillende meningen op één lijn te krijgen. Wij gaan niet in op de verschillende visies die er zijn. Wij kijken alleen naar de Bijbelse gegevens, die als achtergrond kunnen dienen bij het probleem in Irak.

In de Bijbel horen wij een aantal namen van verschillende landen, die wij in onze tijd opnieuw tegenkomen, zij het onder andere namen. Het koninkrijk Juda is in onze tijd de Staat Israël. De Filistijnen komen wij nu, als een soort moderne Filistijnen, tegen als de Palestijnen. Ze noemen zichzelf immers ook Pilistijnen. Het rijk van Perzië heet nu Iran. Babylonië heet nu Irak. De hoofdstad Babel heet nu Bagdad. De grote heerser van Babylonië, Nebucadnezar, komen wij nu tegen onder de naam Saddam Hussein.


Wie is Saddam Hussein?

Het schijnt, dat Saddam Hussein op traumatische wijze zijn leven begonnen is en dat hij een zeer onplezierige jeugd gehad heeft. In 1937 werd hij geboren in Tikrit bij Bagdad. Toen zijn moeder vier maanden zwanger van hem was, stierf zijn vader. Toen zijn moeder zeven maanden zwanger van hem was, stierf een twaalfjarige zoon van haar. Zijn moeder was wanhopig en wilde zich voor een bus werpen om zo een eind aan haar leven te maken. Toen dat mislukte, wilde ze het kind in haar buik doden door met haar buik tegen de muur te bonken. Beide keren werd zij tegengehouden door een Joodse koopmansfamilie waarmee zij bevriend was. De moeder van Saddam was zo depressief, dat zij niets van haar kind wilde weten. Het gevolg is, dat hij al drie jaar oud was, toen hij zijn moeder voor het eerst zag. Dat was toen zij hertrouwde met een man, die Saddam mishandelde. Van ellende liep Saddam, toen hij 10 jaar oud was, weg en ging naar een oom, die oorlogszuchtig was en antisemitisch.

Op 16 juli 1979 is hij president van Irak geworden. Al op 22 september 1980 brak de oorlog tussen Iran en Irak uit. Op 29 augustus 1988 eindigde de oorlog, die naar schatting minstens een miljoen mensen het leven gekost heeft. Op 2 augustus 1990 viel Irak Koeweit binnen. Op 16 januari 1991 brak de eerste Golfoorlog uit. Op 27 februari 1991 werd Koeweit bevrijd uit de greep van Irak. Op 3 maart 1991 accepteerde Irak een staakt-het-vuren. Op 6 april 1991 accepteert Irak de VN resolutie en belooft zijn massavernietigingswapens op te geven en wapeninspecteurs toe te laten.

De verhalen over Saddam Hussein zijn schrikbarend. Wie het niet met hem eens is, loopt grote kans in de gevangenis terecht te komen of direct gedood te worden. Zoals de familieleden van Herodes hun leven niet zeker waren bij Herodes, zo zijn de familieleden van Saddam hun leven niet zeker bij hem. Het is niet voor niets dat veel Irakezen uit angst voor Saddam Hussein uit het land gevlucht zijn. Liever leven in barre omstandigheden in asielzoekerscentra, maar leven, dan sterven in een mooi Bagdad. En u kent ongetwijfeld de bijnaam van Hussein: de slager van Bagdad.


Saddam en Nebucadnezar

Saddam heeft een grote bewondering voor twee bijzondere figuren uit de oudheid: Nebucadnezar en Saladdin. Hij vergelijkt zichzelf ook graag met deze mannen. Daarnaast heeft hij ook grote bewondering voor de massamoordenaar uit de tijd van de Tweede Wereldoorlog: Adolf Hitler. Begin jaren 80 heeft Saddam 20 miljoen euro gegeven aan Oost Duitsland om oude nazi-archieven op te knappen, op voorwaarde, dat hij een kopie kreeg van de inhoud. Zo heeft hij van de nazi’s geleerd om een executie te filmen en die als document op te slaan en te bewaren. Ook het gebruik van gifgas om mensen op te ruimen, heeft hij van de nazi’s geleerd.

Het zal u bekend zijn, dat Saddam Hussein grote bewondering heeft voor de legendarische koning uit een grijs verleden, Nebucadnezar. Er zijn vroeger twee koningen geweest onder deze naam. De eerste regeerde in de twaalfde eeuw voor Christus.
Nebucadnezar II, de man die wij in de Bijbel tegenkomen, regeerde van 605 - 562. Nebucadnezar was de grote veroveraar van zijn tijd, de wereldheerser, de man met ongekende macht. Saddam Hussein noemt zichzelf de “erfgenaam van Nebucadnezar”. Hij ziet zichzelf als de reïncarnatie van de aloude Nebucadnezar. Hij heeft zelfs een muntstuk laten slaan met aan de ene kant de beeltenis van Nebucadnezar en aan de andere kant de afbeelding van zichzelf.
Saddam Hussein is zowel president als premier en opperbevelhebber van Irak. Het parlement van zijn land kent alleen de partij van Hussein: de Baath-partij.
Saddam Hussein meent, dat het zijn roeping is om de stad Babel te herbouwen en het oude Babylonische rijk te laten terugkeren. Hij meent ook, dat hij de grote veroveraar van de staat Israël zal zijn, die dat gebied zal bevrijden van de aanwezigheid van de Joden.

Naast grote bewondering voor deze Nebucadnezar heeft Saddam Hussein ook grote bewondering voor een andere legendarisch figuur: Saladin, de man die in het kleine dorpje Tikrit, aan de oever van de Tigris, geboren is. Saddam is in 1937 in hetzelfde dorpje geboren. Saladin was de grote strijder voor de Islam van de 12e eeuw. In 1187 veroverde hij Jeruzalem en maakte er een islamitische stad van. Zoals Saladin streed voor een islamitische staat aan de Middellandse Zee en Jeruzalem als Islamitische stad, zo heeft Saddam Hussein zich ook opgeworpen als leider in de strijd om van de Staat Israël een arabisch-islamitische staat te maken. Daarom moedigt hij de Palestijnen aan om zoveel mogelijk Joden te doden om zo te komen tot een Palestijnse staat, die heel de Joodse staat moet vervangen.


Het Babylonië uit de tijd van de Bijbel

Als wij van Irak teruggaan naar het oude Babylonië, dan komen wij in het oude Twee Stromen land: het gebied tussen de rivieren de Eufraat en de Tigris. Van oudsher heette dit gebied Sumer en Akkad. De Sumeriërs woonden in het noorden, de Akkadiërs in het zuiden. Het is het gebied waar wij horen van Chaldeeën met hun afgoderij. Wij horen zelfs, dat de oude Sumeriërs het mensenoffer kenden.

Verschillende goden uit de wereld van de Babyloniërs komen wij ook in de Bijbel tegen: Tammuz, de god van de plantengroei, die net als de seizoenen, iedere keer weer stierf en iedere keer weer uit de dood opstond. De profeet Ezechiel vertelt, dat hij in een profetisch gezicht gezien heeft, dat de mensen in de tempel van Jeruzalem zich ook met deze zaken bezig hielden. Hij schrijft: “Daarop bracht Hij mij naar de ingang der poort van het huis des HEREN aan de noordzijde; en zie, daar zaten vrouwen, die Tammuz beweenden. Hij zei tot mij: hebt gij dat gezien, mensenkind? Nog grotere gruwelen dan deze zult gij zien.” (Ezechiel 8:14,15)

Uit dit land kennen wij ook de verering van de hemelkoningin met haar kind op de arm, zoals die zelfs in bepaalde kerken ingang gekregen heeft: de madonna. De hemelkoningin met haar zoon, die de redder zal worden. Ook horen we er van de god Marduk, die onder de Babyloniërs de eerste plaats innam. “Het woord, dat de HERE over Babel, over het land der Chaldeeën, gesproken heeft door de dienst van de profeet Jeremia. Boodschapt onder de volken en laat het horen, verheelt het niet, zegt: Babel is genomen, Bel staat beschaamd, Merodak terneergeslagen, beschaamd staan zijn beelden, terneergeslagen zijn drekgoden.” (Jeremia 50:1,2)

De hier genoemde god Bel was dezelfde god die de Kanaänieten eerden als Baal. Het is de god, die de Palestijnen enkele jaren gelden al op een postzegel afgebeeld hebben: een oorlogsgod. In Babel maken wij kennis van de strijd tussen de oorlogsgod Bel of Baal en de God des vredes, die wij in de Bijbel hebben leren kennen.

Waarom spreekt de Bijbel zo nadrukkelijk over de ondergang van Babel? Omdat Babel steeds de antigoddelijke macht geweest is waardoor de duivel dood en verderf gezaaid heeft op aarde en in het bijzonder bij het volk van Israël. Zoals Jeruzalem in de Bijbel de stad van God en het licht vertegenwoordigt, zo vertegenwoordigt Babel de stad van de duivel en de duisternis. God wil, dat Zijn licht eens op aarde overal zichtbaar zal zijn. Daarom moeten de antigoddelijke machten verwoest worden en moet Babel vergaan. Dat is niet alleen een boodschap van het Oude Testament, maar ook een belangrijke boodschap uit het boek de Openbaring.

De Bijbel vertelt, dat Abraham uit dit gebied kwam. Abraham kwam uit het land van de afgoderij. In de stad waar hij woonde, Ur, werd in het bijzonder de maangod Sin vereerd. Abraham heeft zich echter losgemaakt uit de afgoderij en werd een dienaar van de enige God; de God van hemel en aarde. Daarop verliet Abraham de wereld van het heidendom en reisde naar het land, dat in de Bijbel “het land van God” genoemd wordt.

Babylonië is het land waar de Joden in 586 voor Christus naar toe gingen, toen zij gedeporteerd werden en op transport gesteld werden. Hier moesten zij hard werken en hoge belasting betalen. Maar juist hier kwamen zij tot inkeer, zodat er een heel ander volk in Juda was na de ballingschap dan ervoor.


Nebucadnezar uit de tijd van de Bijbel

De oorspronkelijke naam Nebucadnezar is een gebed tot de god Naboe en betekent: “O, Naboe, bewaak mijn grens”, of “Nebo, bescherm de kroon.” Hij was een zoon van Nabopolasser. Hij kwam op de troon op het hoogtepunt van de strijd om de macht in het Midden Oosten tussen Babylonië en Egypte. Zijn eerste grote oorlog was in 605 tegen de Egyptenaren, waarbij hij de Egyptische legers van de grote Farao Necho bij Karkemis aan de Eufraat versloeg (Jeremia 46:2).

Nu trok hij op naar de Middellandse Zee en bracht Juda onder zijn heerschappij. In 597 voor Christus veroverde hij Jeruzalem en nam hij de eerste groep ballingen uit Juda op transport naar Babylonië. Nadat de Joden zich van zijn heerschappij bevrijd hadden, keerde hij terug naar Juda. In de zomer van 586 voor Christus nam hij Jeruzalem opnieuw in en haalde de gouden voorwerpen uit de tempel, stak de stad en de tempel in brand, nam de rest van het volk mee in ballingschap naar Babylonië en bracht de gouden voorwerpen van de tempel naar de tempel van zijn afgod.

Opmerkelijk is, dat Nebucadnezar voor zijn tijd een zeer modern mens was. Hij verfraaide Babel. Hij hield zich zelfs bezig met de oudheid en herstelde en verfraaide in Babel afgodentempels uit de oudheid en steunde de Babylonische priesters. Hij verfraaide de tempel van Belus en andere gebouwen, omgaf de stad met drie muren en bouwde een hoge en mooie koningsburcht. Volgens de monumenten herstelde en voltooide hij de tempels van Bel-Merodach en Bel-Nebo. Hij liet een netwerk van kanalen aanleggen voor de irrigatie van het landbouwland. In zijn tijd bereikte Babylonië het hoogtepunt van zijn macht.


De Babylonische ballingschap en Psalm 137

“Aan Babels stromen, daar zaten wij, ook weenden wij, als wij Sion gedachten. Aan de wilgen aldaar hingen wij onze citers; want daar begeerden zij die ons gevangen hielden, van ons een lied, en zij die ons mishandelden, vreugdebetoon: zingt ons een der liederen van Sion. Hoe zouden wij des HEREN lied zingen op vreemde grond? Indien ik u vergete, o Jeruzalem, zo vergete mij mijn rechterhand; mijn tong kleve aan mijn verhemelte, als ik uwer niet gedenk, als ik Jeruzalem niet verhef boven mijn hoogste vreugde. Reken, o HERE, de kinderen Edoms de dag van Jeruzalem toe; hun die zeiden: Breekt af, breekt af, tot op de grond ermee! Gij, dochter van Babel, ter verwoesting bestemde, gelukkig hij, die u zal vergelden hetgeen gij ons hebt aangedaan; gelukkig hij, die uw kinderen zal grijpen en tegen de rots verpletteren.” (Psalmen 137:1-9)

Het laatste vers van deze Psalm herinnert aan de wreedheden die de Joden ondergingen in de tijd van de Babylonische ballingschap; de wreedheden die de Babyloniërs hen aandeden. De Psalmist houdt de Babyloniërs voor, dat wat zij de Joden aangedaan hebben, eens met hen en hun kinderen zal gebeuren. Wat hebben zij gedaan? Zij hebben de kinderen van de Joden tegen de rotsen doodgeslagen, zij hebben baby’s en kleine kinderen, vrouwen en bejaarden gedood. Zij hebben de priesters uit de tempel vermoord tezamen met vele anderen, tot er een stroom van bloed vloeide.

Na de verwoesting van Jeruzalem en de tempel zijn de Joden op transport gesteld en naar Babel gebracht. Hier zitten ze bij de rivier, met zijn prachtige tuinen. Hier luisteren zij naar het stromen van het water, dat een opbeurende invloed op hen zou moeten hebben. Maar zij zijn niet op te vrolijken. Ze zijn diep bedroefd.

Hier kwamen hun vervolgers en eisten van hen, dat ze een vrolijk lied zouden zingen. De Babyloniërs hadden de tempel van God verwoest en wilden nu, dat de Joden een vrolijk lied over de tempel zouden zingen. Ze wilden, dat de Joden zouden zingen over God, die verslagen was door de afgoden van Babel. Zoals de Filistijnen eens de spot dreven met Samson, zo wilden de Babyloniërs de spot drijven met de ballingen. Maar de Joden konden niet zingen. Ze konden God niet bespotten. Ze weigerden en hingen hun harpen aan de wilgen.

Het leed, dat de Joden toen meegemaakt hebben en de wreedheid van de Babyloniërs uit die tijd, staan model voor wat er in onze tijd gebeurt. Na de in de Bijbel genoemde ballingschap zijn er altijd Joden in Babylonië blijven wonen, totdat ze in de tijd van de Tweede Wereldoorlog meemaken, dat ze in Irak ook niet veilig zijn. Honderden Joden worden vermoord. Tussen 1947 en 1951 verlaten 123.000 Joden het land. De meesten gaan naar Israël. In 1951 komen de operaties Ezra en Nehemia, zoals ze genoemd werden, waarbij 104.000 Joden naar Israël gingen. Zij moesten al hun bezittingen achterlaten. Ze mochten niets meenemen. Naar de huidige maatstaven hebben ze vier miljard dollar achtergelaten.

Met het aantreden van Saddam Hussein en zijn Baathpartij kregen de laatste 7000 Joden die nog in Irak achtergebleven waren het steeds moeilijker. Er wordt een Zionistisch spionagenetwerk verzonnen en 17 zogenaamde spionnen, Joden, worden tijdens een groot, 24 uur durend volksfeest, in het openbaar opgehangen. De overgebleven Joden proberen daarna zoveel mogelijk het land uit te vluchten.


Nebucadnezar en de Joden

Voor de Joden was Nebucadnezar een zelfde figuur als Titus van Rome. Hij wordt net als Titus beschreven als een man met een lage moraal. Hij moet veel mensen de dood ingejaagd hebben. Zoals de Romeinse keizers in later tijd zichzelf als goden zagen, zo heeft Nebucadnezar zichzelf ook als een god gezien.

De Bijbel houdt Nebucadnezar verantwoordelijk voor zeer veel kwaad dat de Israëlieten geschied is. Opmerkelijk is, dat de straf voor zijn daden pas zou komen bij de eindafrekening. (Ezechiel 21:26,27)

In Jesaja 14 wordt de koning van Babel beschreven als een beeld van de duivel. De eerste verzen van dit hoofdstuk vertellen ons, op welke tijd deze woorden van toepassing zijn.
“Want de HERE zal Zich over Jakob ontfermen en nog zal Hij Israël verkiezen en ze op hun eigen bodem doen wonen; dan zal de vreemdeling zich bij hen aansluiten en men zal zich voegen bij het huis van Jakob. En de volken zullen het met zich nemen en het naar zijn eigen plaats brengen en het huis Israëls zal ze als erfelijk bezit verkrijgen op de grond des HEREN, tot slaven en tot slavinnen. Zo zullen zij degenen die hen gevangen namen, gevangen nemen en heersen over hun drijvers. En het zal geschieden ten dage, wanneer de HERE u rust geeft van uw smart en van uw onrust en van de harde dienst die men u heeft laten verrichten, dat gij dit spotlied op de koning van Babel zult aanheffen...” (Jesaja 14:1-4a)

Deze profetie vertelt, dat Babylon verstrooid zal worden en dat Israël herbouwd zal worden. Rabbi Shmuel Yerushalmi zegt, dat Babylon verstrooid zal worden omdat Israël herbouwd zal worden, omdat zolang Babylonië enige macht heeft, dit rijk niet zal toestaan, dat Israël herbouwd zal worden. Daarom gaf God Babylonië indertijd in de macht van de Perzen, opdat de Joden na de Babylonische ballingschap naar hun land zouden kunnen terugkeren en er de tempel konden bouwen.

Rabbi Shmuel Yerushalmi wijst erop, dat Jesaja hier niet alleen over zijn eigen tijd schrijft, maar ook over de toekomstige tijd, als de Messias zal komen en “de HERE Zich zal ontfermen over het volk van Jakob”.

Het spotlied luidt: “Hoe heeft de drijver opgehouden, opgehouden is de verdrukking! De HERE heeft de stok der goddelozen verbroken, de scepter der heersers, die in verbolgenheid zonder ophouden natiën sloeg, die in toorn volken vertrad in meedogenloze vervolging. De gehele aarde heeft rust, is stil; men breekt uit in gejubel; zelfs de cipressen verheugen zich over u, de ceders van de Libanon: sinds gij neerligt, klimt niemand naar ons op om ons te vellen. Het dodenrijk beneden is over u in beroering om u bij uw komst te ontmoeten; het wekt de schimmen voor u op, al de bokken der aarde; het doet alle koningen der volken van hun tronen opstaan. Zij allen vangen aan tot u te zeggen: ook gij zijt krachteloos geworden als wij, gij zijt aan ons gelijk geworden; uw trots is in het dodenrijk neergeworpen, de klank uwer harpen; het gewormte ligt onder u gespreid en maden zijn uw bedekking. Hoe zijt gij uit de hemel gevallen, gij morgenster, zoon des dageraads; hoe zijt gij ter aarde geveld, overweldiger der volken! En gij overlegdet nog wel: ik zal ten hemel opstijgen, boven de sterren Gods mijn troon oprichten en zetelen op de berg der samenkomst ver in het noorden; ik wil opstijgen boven de hoogten der wolken, mij aan de Allerhoogste gelijkstellen. Integendeel, in het dodenrijk wordt gij neergeworpen, in het diepste der groeve. Wie u zien, beschouwen u, letten op u: is dit de man, die de aarde deed sidderen, die koninkrijken deed beven; die de wereld tot een woestijn maakte en haar steden afbrak; die zijn gevangenen niet naar huis liet keren? De koningen der volken liggen allen met ere, ieder in zijn woning, maar gij zijt weggeworpen, ver van uw graf, als een verafschuwde scheut, overdekt met verslagenen die door het zwaard doorboord zijn, die neerdalen naar de stenen der groeve als een weggetrapt aas. Gij wordt met hen niet in een graf verenigd, omdat gij uw land te gronde hebt gericht, uw volk gedood. Nimmer wordt het nageslacht der boosdoeners genoemd. Maakt voor zijn zonen een slachtbank gereed om de ongerechtigheid van hun vaderen; opdat zij niet opstaan en de aarde in bezit nemen en het oppervlak der wereld vullen met steden. Zo sta Ik tegen hen op, luidt het woord van de HERE der heerscharen, en Ik roei van Babel uit naam en rest, telg en spruit, luidt het woord des HEREN. En Ik zal het maken tot een bezit van roerdompen en tot waterpoelen, en Ik zal het wegbezemen met de bezem der verdelging, luidt het woord van de HERE der heerscharen. De HERE der heerscharen heeft gezworen: Voorwaar, zoals Ik gedacht heb, zo zal het geschieden, en zoals Ik besloten heb, zal het tot stand komen:” (Jesaja 14:4b-24)


Nebucadnezar en het boek Daniël

Wij komen Nebucadnezar meerdere keren tegen in het boek Daniël. In het tweede hoofdstuk van zijn boek vertelt Daniël over de droom die Nebucadnezar had en waarin hij zichzelf beschouwde als de grote machthebber van zijn tijd. Het is de droom van het beeld, waarvan het gouden hoofd op Nebucadnezar en zijn Babylonische rijk wees. Het moet confronterend voor hem geweest zijn, dat hij bij de uitleg te horen kreeg, dat God een rijk zou doen oprichten, dat vanuit Israël de wereld vrede en welvaart zou brengen en dat ook aan zijn machtige heerschappij een eind zou doen komen.

Het derde hoofdstuk van Daniël vertelt van een gouden beeld, dat door Nebucadnezar opgericht werd en waarvoor iedereen moest knielen. Nebucadnezar eiste de godsdienstige verering van alle mensen op voor wat hijzelf gemaakt had. Dit hoofdstuk vertelt ook op welk een afschuwelijke wijze de tegenstanders gestraft zouden worden: de vurige oven. Daniël vertelt, hoe drie vrienden, trouwe dienaren van God, weigerden het beeld te aanbidden en hoe zij in de oven geworpen werden en daar op wonderlijke wijze van Godswege gespaard werden. Dit hoofdstuk vertelt van de enorme wreedheid van Nebucadnezar.

Het vierde hoofdstuk toont de psychische situatie van Nebucadnezar. De man is ernstig ziek. Hij denkt dat hij een dier is en gedraagt zich ook als een dier. Er is geen enkele waardigheid meer bij hem overgebleven.

In de volgende hoofdstukken van het boek Daniël gaat het niet meer over Nebucadnezar en het Babylonische rijk. Deze paar hoofdstukken vertellen ons echter genoeg over Nebucadnezar. Dit moeten wij weten als wij nadenken over het feit, dat Saddam Hussein zichzelf ziet als de moderne Nebucadnezar en als wij nadenken over de vraag, hoe de Bijbel tegen Nebucadnezar aankijkt. Wij hebben dan genoeg informatie om over na te denken.


Israëls oorlogen en de Bijbelse feesten

Volgens de overlevering is de tweede tempel, de tempel van Herodes, in 70 na Christus op dezelfde datum verwoest als de eerste tempel, de tempel van Salomo in 586 voor Christus. Beide keren was het op 9 Av.

Een van de zwaarste oorlogen die Israël de afgelopen tijden heeft moeten strijden, was de Jom Kippoer oorlog. Dat is de oorlog, die op de grote verzoendag begon. Toen de Joden trachtten weer met God in het reine te komen, vielen de Arabieren aan. Dat was een afschuwelijke dag, ook al was hij uit militair oogpunt door de Arabieren goed gepland. Op grote verzoendag zijn er geen radio- en TV uitzendingen. Op die dag vasten de Joden. Zij eten niet en zij drinken niet en zijn dus ernstig verslapt. Toen vielen plotseling de Arabische legers aan.

In de eerste Golfoorlog richtte Saddam zijn pijlen niet alleen op de Amerikaanse legers, maar juist ook op Israël. Met zijn Skudraketten wilde hij dood en verderf zaaien in dit land. Er was echter iets bijzonders met deze oorlog.
De eerste Golf oorlog eindigde op een merkwaardig feest uit de Bijbel: het Purimfeest. Dat is het feest, dat gedenkt, hoe de boze Haman geprobeerd heeft het gehele Joodse volk uit te roeien en op welke wijze dit plan mislukt is. Het vertelt van de Joden, die zichzelf verdedigden en daardoor aan de ondergang ontkwamen. Op dit feest eindigde de Jom Kippoer oorlog.

Nu is de tweede Golfoorlog begonnen. Hij is met een Joods feest begonnen. Waar de eerste Golfoorlog op het Purimfeest eindigde, is de tweede Golfoorlog op Purim begonnen. Is dat nu echt allemaal gewoon toeval?


En toch komt er vrede

Velen denken na over de vraag, hoe het zal zijn, als deze oorlog voorbij is. Er zijn mensen die bang zijn, dat er uit Irak grote stromen van vluchtelingen zullen komen. Er zijn mensen die zeggen, dat een onvoorstelbaar groot aantal burgers en misschien ook wel soldaten van Irak zal sterven. Er zijn mensen die zeggen, dat er ongelooflijk grote aantallen oorlogsslachtoffers, invaliden in Irak zullen overblijven. Er zijn mensen, die bang zijn, dat het zal uitlopen op een nieuwe wereldoorlog. Er zijn mensen die bang zijn, dat er overal aanvallen van terroristen zullen komen. Er zijn mensen bang dat het de Verenigde Naties toch niet zal lukken om een democratie in Irak op te bouwen, zodat alles uiteindelijk voor niets geweest is. Er zijn ongelooflijk veel mensen bang. Het lijkt wel of velen zich meer zorgen maken over een Irak zonder Saddam Hussein dan over een Irak met Saddam Hussein. Toen hij met zijn dictatuur het land onderdrukte waren er nergens demonstraties van westerlingen voor wat Saddam zijn volk aandeed. Niemand demonstreerde tegen Saddam. Alleen gevluchte mensen uit Irak demonstreerden tegen Saddam. Waarom zijn deze mensen uit Irak gevlucht? Niet omdat ze het er zo goed hadden, maar omdat ze bang waren, dat ze vermoord zouden worden.

De Bijbel vertelt heel duidelijk, wat er zal gebeuren als alle oorlogen gestreden zullen zijn. Dan komt er eindelijk echte vrede, die de Vredevorst Zelf teweeg zal brengen. Het is een vrede die te maken heeft met het geloof in Hem. Het zal geen islamitische vrede zijn, noch een atheïstische vrede. Ook geen joodse vrede, zelfs geen christelijke vrede. Het zal een Goddelijke vrede zijn. Dan zal de God des vredes Zijn rijk op aarde oprichten.

Vandaag reeds wil deze God ons vrede geven in ons hart. Er is nog geen vrede in de wereld. Wij kunnen al wel vrede krijgen in ons hart. Wij kunnen vrede hebben met God, zoals Romeinen 5:1 zegt.


BEGINPAGINA | INFORMATIE | ARTIKELEN | NIEUWS UIT ISRAEL | BOEKEN | CD'S | STUDIES | ZOEKEN | LINKS
© Copyright 2001-2010 Stichting Het Licht des Levens