|
| |
De twee getuigen
|

"Dit zijn de twee olijfbomen en de twee
kandelaren, die voor het aangezicht van de Here
der aarde staan." (Openbaring 11:4)
|
|
1 En mij werd een riet gegeven, een staf gelijk, met de woorden: Sta op en meet de tempel Gods en
het altaar en hen, die daarin aanbidden.
2 Maar laat de voorhof, die buiten de tempel is, erbuiten, en meet die niet; want hij is aan de
heidenen gegeven; en zij zullen de heilige stad vertreden, tweeenveertig maanden lang.
3 En Ik zal mijn twee getuigen lastgeven om, met een zak bekleed, te profeteren, twaalfhonderd
zestig dagen lang.
4 Dit zijn de twee olijfbomen en de twee kandelaren, die voor het aangezicht van de Here der aarde
staan.
5 En indien iemand hun schade wil toebrengen, komt er vuur uit hun mond en het verslindt hun
vijanden; en indien iemand hun schade wil toebrengen, moet hij zo de dood vinden.
6 Dezen hebben de macht de hemel te sluiten, zodat er geen regen valt gedurende de dagen van hun
profeteren; en zij hebben macht over de wateren, om die in bloed te veranderen en om de aarde te
slaan met allerlei plagen, zo dikwijls zij willen. |
7 En wanneer zij hun getuigenis zullen voleindigd hebben, zal het beest, dat uit de afgrond opkomt,
hun de oorlog aandoen en het zal hen overwinnen en hen doden.
8 En hun lijk zal liggen op de straat der grote stad, die geestelijk genaamd wordt Sodom en Egypte, alwaar ook hun Here gekruisigd werd.
9 En uit de volken en stammen en talen en natien zijn er, die hun lijk zien, drie en een halve dag, en zij laten niet toe, dat hun lijken in een graf worden bijgezet.
10 En zij, die op de aarde wonen, zijn blijde en verheugd over hen en zullen elkander geschenken zenden, omdat deze twee profeten hen, die op de aarde wonen, gepijnigd hadden.
11 En na die drie en een halve dag voer een levensgeest uit God in hen, en zij gingen op hun voeten staan en grote vrees viel op allen, die hen aanschouwden.
12 En zij hoorden een luide stem uit de hemel tot hen zeggen: Klimt hierheen op! En zij klommen naar de hemel op in de wolk, en hun vijanden aanschouwden hen.
13 En te dien ure kwam er een grote aardbeving en een tiende deel der stad stortte in, en zevenduizend personen werden door de aardbeving gedood, en de overigen werden zeer bevreesd en gaven de God des hemels eer.
14 Het tweede wee is voorbijgegaan: zie, het derde wee komt spoedig.
Profetie wordt in de Bijbel bijna altijd beschreven alsof het al gebeurd is. Dat komt, omdat een profeet vertelt, wat hij in het profetische visioen gezien heeft. Hij vertelt dus, wat hij zag. Het betekent niet, dat het ook in de werkelijkheid al gebeurd is. Het is nog toekomstig en de vervulling moet nog komen. Zo is het ook met wat wij hier gelezen hebben.
Zoals hoofdstuk 10 van het boek Openbaring een soort intermezzo was, na de oordelen die in de vorige hoofdstukken aangekondigd waren, zo gaat hoofdstuk 11 ons nu al laten zien, wat de uitwerking van Gods oordelen zal zijn. Er komen in de volgende hoofdstukken van het boek Openbaring nog meer oordeelsaankondigingen, maar zij zullen een belangrijk resultaat hebben. Dat wordt ons nu bij voorbaat al getoond. Het is alsof wij even achter de schermen mogen kijken naar de tijd als de grote verdrukking zal eindigen en het Messiaanse vrederijk zal aanvangen. Zoals wij steeds zagen, dat naast de oordeelsaankondigingen er ook bemoedigingen vanuit de hemel gegeven werden, zo hebben wij ook hier een speciale bemoediging. De toekomst ziet er angstaanjagend uit, maar alles komt goed, zeker met het volk Israël. God Zelf gaat daarvoor zorgen, door het zenden van twee bijzondere getuigen.
Johannes en de tempel
Alsof de tempel er al weer is, zo moet Johannes de toekomstige tempel opmeten. Hij moet echter alleen dat deel opmeten, waar Joden mogen komen. Het deel dat bestemd is voor de heidenen - de voorhof der heidenen - mag hij niet opmeten. Hij moet zowel het tempelgebouw als het altaar, alsmede de Joden die daar zijn om tot God te bidden, opmeten.
Opmeten kan twee betekenissen hebben. Het kan betekenen, dat iets een goede toekomst tegemoet zal gaan, maar ook kan het betekenen, dat dat wat opgemeten wordt, vernietigd zal worden. Terwijl het eerst lijkt, alsof Israël dat geoordeeld zal worden, zijn ondergang tegemoet zal gaan, blijkt daarna, dat Israël en Jeruzalem zullen blijven bestaan en een nieuwe toekomst tegemoet zullen gaan. God zal de tempel, Zijn volk en de stad Jeruzalem toch voor de definitieve ondergang behoeden, ook al zal het in de toekomst erop lijken, of heel Israël van de kaart geveegd zal worden.
Voordat nog meer verschrikkelijke oordelen aangekondigd zullen worden, moet Johannes eerst bemoedigd worden: het komt goed met Gods volk, Gods stad (Jeruzalem) en Gods huis (de tempel). God Zelf zal deze alle beschermen en voor dit alles zorgen. Ja, de heidenen zullen komen en het huis van God ontwijden en Joden doden, maar daarna komt er een keer in het lot van Joden, Jeruzalem en de tempel. In dit hoofdstuk worden wij meegenomen vanaf de helft van de grote verdrukking tot aan het eind van de grote verdrukking, als de in dit hoofdstuk genoemde 42 maanden voorbij zullen zijn.
De heidenen zullen - nog steeds in de tijd van de grote verdrukking - de gelegenheid krijgen om de stad Jeruzalem te "vertreden" gedurende 42 maanden, dat is 3 ½ jaar - de tweede helft van de grote verdrukking, die in totaal 7 jaar zal duren (zie Daniël 9:24-27).
Er komen twee bijzondere getuigen
Aangekondigd wordt, dat in de tijd van de grote verdrukking er twee bijzondere getuigen van de Heer op aarde zullen zijn - in Israël - en dat deze twee als Zijn boodschappers zullen profeteren. Zij zijn de speciale getuigen van de Messias. Zij worden door de Here Jezus "Mijn twee getuigen" genoemd (:3).
Als wij hier horen over deze twee "getuigen" moeten wij, om te begrijpen waarover het gaat, duidelijk zien, wat het inhoudt om een getuige van de Here Jezus te zijn. In Handelingen 1:8 hoorden wij al eerder, dat de Here Jezus tegen Zijn volgelingen zei, dat zij Zijn getuigen moesten zijn. Wat betekende dat? Het betekende, dat zij moesten spreken over Hem, dat zij moesten vertellen wie Hij was en wat Hij gedaan had. Vertellen van Zijn leven en sterven. Vertellen van de betekenis van Zijn verzoenend sterven en nu mensen oproepen om Hem als Heiland, als Redder, als Verlosser te aanvaarden. Een getuige was iemand, die precies vertelde wat de Here Jezus gedaan had en die nu mensen opriep om in Hem te gaan geloven.
Het Griekse woord voor getuige is verbonden met het woord martelaar. Het laat zien, dat om een echte getuige van de Here Jezus te zijn, je bereid moet zijn om een martelaar te zijn. Dat zien wij in de geschiedenis van het christendom, dat zien wij ook bij deze beide getuigen; zij worden martelaar om Jezus' wil.
Nu horen wij, dat er in de tijd van de grote verdrukking, als de Gemeente niet meer op aarde zal zijn, maar in de hemel is opgenomen en er geen getuigen van de Here Jezus meer op aarde zijn om het Joodse volk op te roepen om de Here Jezus te aanvaarden, dat er nu twee speciale getuigen van de Here Jezus in Israël zullen zijn. Waarover zullen deze getuigen spreken? Over het wonder van de schepping? Over de grootheid van God als de Almachtige? Over de geschiedenis van Israël? Neen, daarover zullen zij niet spreken. Zij zullen spreken over de Here Jezus.
Hoewel de eerste christenen Joden waren en er in de begintijd van het christendom zeer veel Joden in de Here Jezus geloofden, is het aantal Joden dat in de Here Jezus gelooft, zeer klein. De Here Jezus kwam echter in de eerste plaats juist voor Zijn eigen volk. Voordat het Messiaanse vrederijk aanbreekt, moeten de Joden eerst tot inkeer komen en de Here Jezus aanvaarden.
De Joden weten, dat de Messias zal zijn als Jozef, die door zijn broers verstoten werd, onderkoning van Egypte werd, de redder van zijn broers werd, waarna de broers onder tranen zich voor hun grote broer neerbogen. Zo zullen de Joden eens de verworpen Messias aanvaarden. Zij kunnen zich echter niet voorstellen, dat deze Messias dezelfde zal zijn als de Here Jezus. Om hen zover te krijgen, dat zij toch de Here Jezus zullen aanvaarden, zullen deze twee bijzondere getuigen in de grote verdrukking naar Israël komen. Zij zullen met woord en daad tonen wie de Here Jezus was. Zo zullen zij het volk Israël oproepen om tot berouw en bekering te komen en de verworpen Messias te aanvaarden, zodat het Messiaanse vrederijk kan aanbreken.
Zij komen in rouw gedompeld, bekleed met zakken, om het volk Israël duidelijk te maken, dat er een periode van rouw moet komen. Drieëneenhalf jaar lang zullen zij in Israël de boodschap van de Here Jezus brengen. Het volk moet inzien, dat de tijd gekomen is, dat het volk tot rouw en geween moet komen. Zij gaan het volk aankondigen, dat de tijd van Zacharia 12 is aangebroken. Het is de tijd van Jeruzalems benauwdheid, die moet uitlopen op Israëls bekering. "Te dien dage zal de HERE de inwoners van Jeruzalem beschutten, en wie onder hen struikelt, zal te dien dage zijn als David, en het huis van David als God, als de Engel des HEREN voor hun aangezicht. Te dien dage zal Ik zoeken te verdelgen alle volken die tegen Jeruzalem oprukken. Ik zal over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest der genade en der gebeden; zij zullen hem aanschouwen, die zij doorstoken hebben, en over hem een rouwklacht aanheffen als de rouwklacht over een enig kind, ja, zij zullen over hem bitter leed dragen als het leed om een eerstgeborene. Te dien dage zal in Jeruzalem de rouwklacht groot zijn...Quot; (Zacharia 12:8-11)
Een bijzondere beschrijving van deze getuigen
Zij worden beschreven als "de" twee olijfbomen en "de" twee kandelaren, die voor het aangezicht van de Here der aarde staan. Zijn zij hemelse gezanten? Zijn zij twee bijzondere engelen of zijn het twee rechtvaardigen die in de hemel zijn en vanuit de hemel naar de aarde gezonden worden? Wie zijn zij? Wat hebben weinig mensen aandacht besteed aan het feit, dat zij "de" olijfbomen genoemd worden en wat hebben velen gefantaseerd over de vraag, wie deze beide getuigen zouden zijn.
Op grond van eigen inzichten en eigen ideeën hebben velen zich een mening gevormd over deze beide getuigen. Er zijn mensen geweest, die op grond van Johannes 21:20-24 meenden, dat Johannes een van de twee getuigen zou zijn. Anderen meenden, dat het Oude- en het Nieuwe Testament bedoeld werden.
Wie als uitgangspunt nam, dat het "de mens gezet is om eenmaal te sterven en daarna het oordeel" (Hebreeën 9:27), zei, dat ieder mens een keer moet sterven. Omdat Henoch en Elia zonder sterven de hemelse heerlijkheid waren binnengegaan, zeiden deze mensen, dat de beide getuigen Henoch en Elia moesten zijn. En Elia werd in ieder geval verwacht, zoals Maleachi 3:23,24 gezegd had.
Wie als uitgangspunt de wonderen nam, die deze beide getuigen zullen doen, meende, dat het Mozes en Elia moesten zijn. Deze mensen meenden gelijk te hebben, omdat Mozes en Elia ook bij de Here Jezus op de berg der verheerlijking verschenen waren (Mattheus 17:1-8). Daar komt bij, dat Rabbi Yochanan Ben-Zakkai gezegd heeft, dat als God in de toekomstige tijd Elia naar de aarde zal zenden, Hij Mozes met hem zal zenden (Rabbah Deuteronomium 3:17)
Wij gaan voorbij aan het feit, dat er op aarde allerlei mensen waren of zijn, die zeggen, dat zij een van deze beide getuigen zijn, ook al menen deze mensen waarschijnlijk in alle oprechtheid, dat zij de waarheid spreken.
Het blijkt heel erg moeilijk te zijn om vanuit de Bijbel antwoord te geven op de vraag, wie deze beide getuigen zijn. Het boek Openbaring zegt ons, dat deze mensen de twee olijfbomen en de twee kandelaren zijn. Om dit te begrijpen, moeten wij kijken naar het boek Zacharia, waarin al gesproken wordt over deze olijfbomen en kandelaren. In Zacharia 1:20 wordt eerst geschreven over vier "smeden". Wie zijn deze smeden? De Talmoed (Sukkah 52b) zegt, dat het Messias de Zoon van David en Messias de Zoon van Jozef zijn (dus de koninklijke Messias en de lijdende Messias) tezamen met Elia en de rechtvaardige priester. Met deze rechtvaardige priester wordt Melchizedek bedoeld, die de beste niet-Joodse priester van God ooit was. Deze vier smeden zullen de heidense volken, die Israël verstrooid hebben, straffen. De vraag kan dan gesteld worden of Elia en Melchizedek soms de twee getuigen zijn.
Het wordt moeilijker als wij bedenken, dat de profeet Micha aankondigt, dat er ook nog zeven herders zullen komen. In verband met de komst van de Messias in Bethlehem en de gevolgen voor Israël en de volken in het Messiaanse vrederijk, kondigt Micha aan: "En gij, Betlehem Efrata, al zijt gij klein onder de geslachten van Juda, uit u zal Mij voortkomen die een heerser zal zijn over Israël en wiens oorsprong is van ouds, van de dagen der eeuwigheid. Daarom zal Hij hen prijsgeven tot de tijd, dat zij die baren zal, gebaard heeft. Dan zal het overblijfsel zijner broederen terugkeren met de Israëlieten. Dan zal Hij staan en hen weiden in de kracht des HEREN, in de majesteit van de naam des HEREN, zijns Gods; en zij zullen rustig wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden der aarde, en Hij zal vrede zijn. Wanneer Assur in ons land komt, en wanneer hij onze paleizen betreedt, dan zullen wij tegen hem zeven herders stellen en acht vorsten uit de mensen, die het land Assur zullen weiden met het zwaard en het land van Nimrod in zijn poorten. En Hij zal bevrijden van Assur, wanneer die in ons land komt en wanneer hij ons gebied betreedt. En het overblijfsel van Jakob zal te midden van vele volkeren zijn als dauw van de HERE, als regenstromen op het groene kruid, dat niet wacht op de mens, noch mensenkinderen verbeidt. En het overblijfsel van Jakob zal zijn onder de natien, te midden van vele volkeren als een leeuw onder de dieren des wouds, als een jonge leeuw onder de schaapskudden, die, wanneer hij er binnendringt, neerslaat en verscheurt, zonder dat iemand redt." (Micha 5:2-8)
Wie zijn die zeven herders en wie zijn de acht vorsten? De Talmoed zegt (nog steeds in Sukkah 52b), dat de zeven herders de volgenden zullen zijn: David in het midden. Aan zijn rechterhand: Adam, Seth en Methusalem en aan zijn linkerhand: Abraham, Jacob en Mozes. De acht vorsten zijn Isaï, Saul, Samuel, Amos, Zephanja, Zedekia, de Messias en Elia. Het is voor ons moeilijk om te beoordelen of de Joden hierin gelijk hebben. Het is een feit, dat wij geen andere namen kunnen noemen. Zo ook kunnen wij met geen enkele Bijbelse zekerheid deze beide getuigen een naam geven. De Bijbel openbaart hun namen niet en zegt niet hoe zij heten en wie zij zijn. Dan moeten wij de bescheidenheid kunnen opbrengen om hen op ons eigen gezag ook geen namen te geven. Het enige dat wij weten is, dat zij in de geest en in de kracht van Mozes en Elia komen.
In Zacharia 4 lezen wij de oude Bijbelse achtergrond van de twee getuigen: "De engel die met mij sprak, kwam terug en wekte mij zoals men iemand uit de slaap wekt. Hij zei tot mij: Wat ziet gij? Daarop antwoordde ik: Ik zie daar een kandelaar, geheel van goud, met een oliehouder aan zijn top; hij heeft zeven lampen, en telkens zeven toevoerbuizen voor de lampen erbovenop; en twee olijfbomen steken boven hem uit, de ene rechts en de andere links van de oliehouder. Ik hernam en vroeg de engel die met mij sprak: Wat betekent dit, mijn heer? Toen gaf de engel die met mij sprak, mij ten antwoord: Weet gij niet, wat dit betekent? Ik zei: Neen, mijn heer. Hij antwoordde mij: Dit is het woord des HEREN tot Zerubbabel: niet door kracht noch geweld, maar door mijn Geest! zegt de HERE der heerscharen. Wie zijt gij, grote berg? Voor het aangezicht van Zerubbabel wordt gij een vlakte; hij zal de gevelsteen naar voren brengen onder het gejubel: heil, heil zij hem! Andermaal nam ik het woord en vroeg hem: Wat betekenen de twee olijftakken, die door twee gouden buizen het goud van zich doen uitvloeien? En hij zei tot mij: Weet gij niet, wat zij betekenen? Ik antwoordde: Neen mijn heer. Toen zei hij: Zij zijn de twee gezalfden die voor de Here der ganse aarde staan." (Zacharia 4:1-7, 12-14)
Er zullen twee gezalfden, dat is twee messiassen voor de Here der ganse aarde staan, zo zegt Zacharia 4:14. Wie zijn zij? Het lijkt erop, dat zij de twee getuigen uit Openbaring 11 zijn. Maar wie zijn het dan? We weten het niet. Is het belangrijk dat wij weten wie het zijn of gaat het om wat zij zullen doen en wat de uitwerking daarvan zal zijn? Inderdaad. Het is niet belangrijk dat wij weten wie het zullen zijn. Belangrijk is om te letten op wat zij zullen doen en op wat daarvan het resultaat zal zijn. Daar gaat het om.
De twee getuigen uit Openbaring 11 zullen temidden van het Joodse volk getuigen van de Messias en het goede nieuws over Hem bekend maken. Als teken van de juistheid en betrouwbaarheid van hun boodschap zullen zij herkenbare wonderen verrichten. Dit doen zij, omdat de Joden tekenen verwachten en alleen op grond van tekenen het bewezen achten, dat iemand echt degene is voor wie hij zich uitgeeft. "Immers, de Joden verlangen tekenen en de Grieken zoeken wijsheid, doch wij prediken een gekruisigde Christus, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid, maar voor hen, die geroepen zijn, Joden zowel als Grieken, prediken wij Christus, de kracht Gods en de wijsheid Gods." (1 Corinthe 1:22-24)
In de tijd van Zacharia waren er al twee mensen, die op dat moment Gods getuigen waren: Jeshua, de hogepriester en Zerubbabel, de landvoogd. Er is door Joodse geleerden heel wat gespeculeerd over de vraag, of deze twee mensen eigenlijk niet symbool stonden voor andere, belangrijke mannen uit Israëls geschiedenis. Zo is gedacht, dat zij Aäron en Mozes waren, of Aäron en David, of Aäron en de Messias. Er is gedacht, dat hier de oorlogspriester en de koning bedoeld zouden zijn. Ook is gedacht, dat de Messiaanse Koning en de Hogepriester bedoeld zijn. Er is zelfs gedacht, dat zij de lijdende Messias (de Zoon van Jozef) en de koninklijke Messias (de Zoon van David) zouden zijn.
In het Hebreeuws heten de twee gezalfden "de twee gezalfde zonen" of eigenlijk nog beter "de twee zonen van olie", dat is "de twee zonen van de (heilige) zalf olie". Vanuit het Oude Testament kennen wij slechts twee personen, die met de heilige zalfolie gezalfd werden: de koning uit het huis van David en de hogepriester in de tempel. De eerste koning die zo gezalfd werd was David en de eerste hogepriester die zo gezalfd werd was Aäron. Als wij hier op de juiste gedachte zijn, moeten wij bij de twee getuigen als gezalfden denken aan een vertegenwoordiger van Aäron en een vertegenwoordiger van David. De koning en de hogepriester.
Nog steeds blijkt, dat wij geen namen kunnen geven aan deze twee getuigen. Vergeet het en zie wat zij zullen doen!
De beide getuigen oordelen met vuur
De beide getuigen hebben nog iets bijzonders, dat wij ook bij de Here Jezus zien. Zoals er bij de Here Jezus een zwaard uit Zijn mond komt om Zijn tegenstanders te oordelen, wat betekent, dat Hij een woord tegen hen zal spreken, zo komt er vuur uit de mond van de beide getuigen om hun tegenstanders te treffen. God heeft iets dergelijks ook eens tegen Jeremia gezegd: "Daarom, zo zegt de HERE, de God der heerscharen, omdat gij dit woord spreekt: zie, Ik maak mijn woorden in uw mond tot vuur en dit volk tot hout en het zal hen verteren." (Jeremia 5:14) Zo zullen de twee getuigen hun tegenstanders pijnigen.
Verder doen zij de wonderen van Elia (de regen tegenhouden) en Mozes (water in bloed veranderen). Ook lijkt het erop, dat zij de wonderen niet Mozes in Egypte deed, kunnen doen. Er is sprake van "allerlei plagen".
Het werk van de beide getuigen zal in de eerste plaats bestaan uit profeteren. Waarover zij zullen profeteren wordt niet verteld, evenmin als tot wie zij zich zullen richten met het profetieën. Wel weten wij, dat zij in Jeruzalem zullen profeteren.
Profeteren is niet slechts de toekomst voorzeggen. Profeteren is het woord van God doorgeven. Een profeet is een boodschapper van God. De beide getuigen zullen spreken van de Here Jezus. Zij zullen heel bijzondere getuigen zijn. De tijdsduur van hun optreden zal ongeveer gelijk zijn aan de tijdsduur van het optreden van de Here Jezus. Hun prediking zal gelijk zijn aan de prediking van de Here Jezus: zij zullen spreken van het komende koninkrijk en van de Messias. Zij zullen vertellen dat Jezus de verworpen Messias is en dat Hij nu aanvaard moet worden. Zij zullen wonderen doen, net zoals de Here Jezus deed, net zoals Mozes deed en net zoals Elia deed. En nog zal het Joodse volk niet tot inkeer komen.
Zij zullen gedood worden. Ongeveer net zo lang als de Here Jezus dood was zullen ook zij dood zijn: ruim drie dagen. Zoals de Here Jezus uit de dood opstond, zo zullen ook zij uit de dood opstaan. Zoals er bij de opstanding van de Here Jezus een aardbeving was, zo zal dit ook bij hen het geval zijn. Zoals bij de opstanding van de Here Jezus doden levend werden, zo zal het nu niet gaan. Levenden zullen sterven. En zoals de Here Jezus in een wolk naar de hemel ging, zo zullen ook zij in een wolk naar de hemel gaan. Zo zullen deze mensen in woord en daad getuigen zijn van de Here Jezus. En nu zal Israël inzien, dat Jezus inderdaad de Messias was.
Het beest uit de afgrond
Pas als zij hun werkzaamheden beëindigd hebben en niets meer te profeteren hebben, komt er weer een demonisch wezen op de proppen: het beest uit de afgrond. Dat is m.i. niet een van de twee dieren uit Openbaring 13, maar m.i. de engel van de afgrond, die in Openbaring 9:11 genoemd werd als de koning van de demonen die uit de afgrond zullen komen. Er wordt ook wel gedacht, dat de antichrist bedoeld is.
Het beest zal de beide getuigen doden. Hun lijken zullen niet begraven worden maar op straat blijven liggen. In een heet land is dat iets afschuwelijks. Daarnaast is het een teken van schande voor de beide getuigen. Drieëneenhalve dag lang zullen hun lijken op straat liggen en niet begraven mogen worden. In de gehele wereld zullen mensen hun lijken kunnen zien liggen, wat dus klaarblijkelijk via de TV zal geschieden. Mensen overal in de wereld zullen zien, dat de vliegen op de beide getuigen zullen zitten - een duidelijk teken van schande.
In de hele wereld zullen de mensen feest vieren en elkaar wederzijds geschenken geven, omdat de beide getuigen dood zijn.
Hun opstanding uit de doden
Na de drieëneenhalve dag zullen de beide getuigen levend worden. Zij zullen opstaan uit de doden. Dit zal grote vrees bij de heidense volken teweegbrengen. Vervolgens zullen de beide getuigen naar de hemel gaan. De oproep van Openbaring 4:1 zal ook aan hen gedaan worden: "Klim hierheen op." In een wolk zullen zij naar de hemel gebracht worden. Zoals de Here Jezus in een wolk naar de hemel terugkeerde (Handelingen 1:9-11), zo zullen zij in een wolk naar de hemel gaan.
Zoals de opstanding van de Here Jezus gepaard ging met een aardbeving, zo zal de opstanding van de twee getuigen ook gepaard gaan met een aardbeving. Het gevolg van deze aardbeving is, dat een 10e deel van de stad Jeruzalem zal instorten en dat 7.000 mensen zullen omkomen.
De grote verandering
De gebeurtenissen met de twee getuigen zullen hun uitwerking op het Joodse volk niet missen. "De overigen" werden zeer bevreesd en gaven God de eer. Die "overigen" zijn niet de heidense volken op aarde. Het zijn Joden, die tot inkeer komen en zich aan God zullen overgeven. Het lijkt of wij hier een andere invalshoek hebben op het moment, dat de Joden "Hem zien, die zij doorstoken hebben" en zich tot Hem zullen wenden.
De Joden zullen niet onder de indruk komen van het getuigenis van de beide profeterende getuigen. Ze zullen er niet door tot bekering komen. Ze komen echter tot inkeer als ze de opstanding uit de dood zullen zien van deze beide getuigen. Dit is zo'n groot wonder, dat het wel een teken van God moet zijn. Dan zullen ze ook denken aan de verworpen Profeet, Jezus, die als de lijdende Messias tot hen gekomen was en door hen verworpen werd. Dan zullen zij Hem aanvaarden.
v
"Te dien dage zal de HERE de inwoners van Jeruzalem beschutten, en wie onder hen struikelt, zal te dien dage zijn als David, en het huis van David als God, als de Engel des HEREN voor hun aangezicht. Te dien dage zal Ik zoeken te verdelgen alle volken die tegen Jeruzalem oprukken. Ik zal over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest der genade en der gebeden; zij zullen hem aanschouwen, die zij doorstoken hebben, en over hem een rouwklacht aanheffen als de rouwklacht over een enig kind, ja, zij zullen over hem bitter leed dragen als het leed om een eerstgeborene. Te dien dage zal in Jeruzalem de rouwklacht groot zijn." (Zacharia 12:8-11)
In het Hebreeuws staat: "Zij zullen Mij aanschouwen, die zij doorstoken hebben."
Dit is de tijd, die al door de profeet Amos aangekondigd was: "Te dien dage zal het geschieden, luidt het woord van de Here HERE, dat Ik op de middag de zon zal doen schuilgaan en bij klaarlichte dag het land in het donker zal zetten. Dan zal Ik uw feesten in rouw verkeren, en al uw liederen in klaagzang. Dan zal Ik rouwgewaad brengen op alle heupen en kaalheid op elk hoofd. En Ik zal het maken als de rouw over een eniggeborene en het einde ervan als een bittere dag. Zie, de dagen komen, luidt het woord van de Here HERE, dat Ik een honger in het land zal zenden. Geen honger naar brood, en geen dorst naar water, maar om de woorden des HEREN te horen."" (Amos 8:9-11)
Dan zal geschieden wat Amos ook aangekondigd heeft: "Te dien dage zal Ik de vervallen hut van David weder oprichten, Ik zal haar scheuren dichten en wat daarvan is ingestort, overeind zetten; Ik zal haar herbouwen als in de dagen van ouds, opdat zij beërven de rest van Edom en van al de volken over wie mijn naam is uitgeroepen, luidt het woord van de HERE, die dit doet." (Amos 9:11,12)
De grote zegen voor het volk Israël gaat komen, als zij de verworpen Messias zullen aanvaarden als de van God gezonden Messias. En wie die twee getuigen zullen zijn, die als getuigen van God op aarde en in Jeruzalem zullen zijn, wat maakt dat uit. Feit is dat ze komen. Het gaat niet om hoe ze heten. Het gaat om wat ze doen zullen en wat het resultaat daarvan zal zijn: de bekering van Israël.
|
|