|
| |
Wereld in vlammen - deel 1: Onze tijd en de komende tijd
|

"En Hij sprak een gelijkenis tot hen: Let op de vijgenboom en op al de bomen. Zodra zij uitlopen,
weet gij uit uzelf, omdat gij het ziet, dat de zomer reeds nabij is. Zo moet ook gij, wanneer gij
dit ziet geschieden, weten, dat het Koninkrijk Gods nabij is." (Lucas 21:29-31)
|
|
De tempel van Jeruzalem was een van de mooiste bouwwerken uit zijn tijd. Hij was met grote, mooie stenen opgetrokken. Vooral als de zon erop scheen, was het een lust om naar te kijken. Vanaf de Olijfberg had je een prachtig gezicht op de tempel. Je zag het grote tempelgebouw en de vele vertrekken in de muur die eromheen was. Geen wonder, dat velen graag een bezoek aan de tempel brachten en dat mensen spraken over de schoonheid van het gebouw. Er was tientallen jaren gewerkt om hem zo mooi te maken en nu waren de Joden, begrijpelijk, heel trots op de tempel.
Profetie over Jezus en Israël
Ook de Here Jezus was vaak in de tempel, waar Hij rondwandelde en de boodschap van het komende
koninkrijk der hemelen predikte, zoals Hij ook op andere plaatsen deed. Dit koninkrijk der hemelen
was niet een koninkrijk dat in de hemel zou komen, maar het koninkrijk dat de God van de hemel op
aarde zou oprichten, precies zoals de profeet Daniël aangekondigd had.
|
"Ik bleef toekijken in de nachtgezichten en zie, met de wolken des hemels kwam iemand gelijk een mensenzoon; hij begaf zich tot de Oude van dagen, en men leidde hem voor deze; en hem werd heerschappij gegeven en eer en koninklijke macht, en alle volken, natiën en talen dienden hem. Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die niet zal vergaan, en zijn koningschap is een, dat onverderfelijk is... En het koningschap, de macht en de grootheid der koninkrijken onder de ganse hemel zal gegeven worden aan het volk van de heiligen des Allerhoogsten: zijn koningschap is een eeuwig koningschap, en alle machten zullen het dienen en gehoorzamen." (Daniël 7:13,14,27)
Het volk Israël heeft al duizenden jaren gewacht op en uitgekeken naar de komst van dit koninkrijk, dat zij ook het Messiaanse rijk of de tijd van de Messias noemen. Het is het koninkrijk waarvan velen in de kerk door de eeuwen heen dachten, dat het geestelijk bedoeld was en dat het verwees naar de kerk. God echter had verklaard, dat juist ook voor wat betreft dit koninkrijk Zijn plannen onberouwelijk zijn (Romeinen 11:29). Dat schreef de apostel Paulus in de tijd dat de Gemeente van de Here Jezus er al was en hij maakte de christenen bekend (zie Romeinen 9-11), dat wat God aan Israël beloofd had, vast stond. God zou wat Hij Israël beloofd had, zeker voor Israël in vervulling doen gaan.
Wie de Bijbel leest, ontdekt overal, dat er sprake is van beloften die aan het volk Israël gegeven zijn, terwijl er nergens bij vermeld wordt, dat het niet zeker is of Gods Woord in vervulling zal gaan. Het tegenovergestelde is waar. Er blijkt juist overal, dat het zeker zal gebeuren.
Toen de Here Jezus geboren werd, was dit als de Koning der Joden (Mattheüs 2:2). Niet als de Koning van de kerk, maar als de Koning van de Joden. Toen Hij wonderen deed en het evangelie van het koninkrijk der hemelen predikte, was dit alleen voor Israël en niet voor de heidenen. Vanwege het onvoorstelbaar grote geloof van de Kananese vrouw heeft Hij haar kind genezen, maar Hij zei eerst, dat Hij niet voor de heidenen gekomen was. Johannes vertelt, dat Jezus eens door Samaria "moest" en daardoor in gesprek kwam met een Samaritaanse vrouw (Johannes 4). Wat de reden van dit "moeten" was, weten wij niet. Vaak wordt gezegd, dat dit een Goddelijk moeten was om haar het evangelie te prediken. Daarmee is nog niet gezegd, waarom dit dan moest. Hij deed echter geen wonder voor haar en predikte ook niet tegen de mensen uit Samaria. Die vrouw vertelde aan de mensen van Samaria over de Here Jezus. Zij zorgde ervoor, dat velen in Hem gingen geloven. Hijzelf lijkt hen niet toegesproken te hebben!
Toen Hij voor Pilatus stond vroeg Pilatus Hem heel nadrukkelijk of Hij de Koning der Joden was en Hij zei: "U zegt het." (Mattheüs 27:11) Toen de soldaten Hem bespotten, bespotten zij Hem als de Koning der Joden (Mattheüs 27:29). Toen Hij aan het kruis op Golgotha stierf, hing als opschrift boven aan het kruis de mededeling, dat Hij de Koning van de Joden was (Mattheüs 27:37). Direct voor Zijn terugkeer naar de hemel stelden de discipelen Hem de vraag of Hij op dat moment het hemels koninkrijk op aarde ging vestigen. Hierop zei de Heer niet, dat dit koninkrijk er nooit zou komen. Neen, Hij zei, dat zij het tijdstip waarop dit koninkrijk zou komen niet behoorden te weten (Handelingen 1:6,7). Hierdoor bevestigde Hij, dat Hij eens, zoals zij verwachtten, echt, lichamelijk naar de aarde zou komen om daar Koning te worden. Het zou precies zo gaan, zoals de profeten uit het Oude Testament aangekondigd hadden.
Direct daarna gebeurde iets bijzonders voor de discipelen, waardoor nog eens bevestigd werd dat de Heer echt, lichamelijk naar de aarde zou terugkeren. "En nadat Hij dit gesproken had, werd Hij opgenomen, terwijl zij het zagen, en een wolk onttrok Hem aan hun ogen. En toen zij naar de hemel staarden, terwijl Hij heenvoer, zie, twee mannen in witte klederen stonden bij hen, die ook zeiden: Galileese mannen, wat staat gij daar en ziet op naar de hemel? Deze Jezus, die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze wederkomen, als gij Hem ten hemel hebt zien varen." (Handelingen 1:9-11)
Jezus' profetische toespraak
Eens, toen de Heer met Zijn discipelen naar de tempel keek en zij verrukt waren van de schoonheid van de tempel, zei Hij: "Wat gij daar aanschouwt, er zullen dagen komen, waarin geen steen op de andere zal gelaten worden, die niet zal worden weggebroken." (Lucas 21:6) Hierop begonnen de discipelen Hem vragen te stellen en ging de Heer een profetische toespraak houden, waarin Hij vertelde wat er in de toekomst zou gebeuren. In Zijn toespraak bevestigde Hij de woorden van de profeten van het Oude Testament, die hetzelfde gezegd hadden.
"En zij vroegen Hem en zeiden: Meester, wanneer zal dit dan geschieden? En wat is het teken, dat deze dingen zullen gebeuren? Hij zei: ziet toe, dat gij u niet laat verleiden. Want velen zullen komen onder mijn naam en zeggen: ik ben het, en: de tijd is nabij. Gaat hen niet achterna. En wanneer gij hoort van oorlogen en onlusten, laat u niet beangstigen. Want die dingen moeten eerst geschieden, maar dat is nog niet terstond het einde. Toen zei Hij tot hen: volk zal opstaan tegen volk en koninkrijk tegen koninkrijk, en er zullen grote aardbevingen, en nu hier, dan daar pestziekten en hongersnoden zijn, en ook vreselijke dingen en grote tekenen van de hemel. Maar voor dit alles zullen zij de handen aan u slaan en u vervolgen, door u over te leveren in de synagogen en gevangenissen, en u voor koningen en stadhouders te leiden om mijns Naams wil." (Lucas 21:7-12)
Even later zei Hij: "Zodra gij nu Jeruzalem door legerkampen omsingeld ziet, weet dan, dat zijn verwoesting nabij is. Laten dan die in Judea zijn, vluchten naar de bergen, en die binnen de stad zijn, de wijk nemen, en die op het land zijn, er niet binnengaan, want dit zijn de dagen van vergelding, waarin alles wat geschreven is, in vervulling gaat. Wee de zwangeren en de zogenden in die dagen! Want er zal grote nood zijn over het land en toorn over dit volk, en zij zullen vallen door de scherpte des zwaards en als gevangenen weggevoerd worden onder alle heidenen, en Jeruzalem zal door heidenen vertrapt worden, totdat de tijden der heidenen zullen vervuld zijn. En er zullen tekenen zijn aan zon en maan en sterren, en op de aarde radeloze angst onder de volken vanwege het bulderen van zee en branding, terwijl de mensen bezwijmen van vrees en angst voor de dingen, die over de wereld komen. Want de machten der hemelen zullen wankelen. En dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen op een wolk, met grote macht en heerlijkheid. Wanneer deze dingen beginnen te geschieden, richt u op en heft uw hoofden omhoog, want uw verlossing genaakt." (Lucas 21: 20-28)
Daarna gaf Hij een heel klein voorbeeld, een gelijkenis, waarin Hij Israël vergeleek met een vijgenboom en de andere volken rondom hen met andere bomen. Hij zei: "En Hij sprak een gelijkenis tot hen: Let op de vijgenboom en op al de bomen. Zodra zij uitlopen, weet gij uit uzelf, omdat gij het ziet, dat de zomer reeds nabij is. Zo moet ook gij, wanneer gij dit ziet geschieden, weten, dat het Koninkrijk Gods nabij is." (Lucas 21:29-31)
In deze toespraak sprak de Here Jezus over een periode die nog in de tijd van de discipelen zou beginnen en die zou eindigen als Hij zou wederkomen om Zijn koninkrijk op aarde te vestigen. Hij vertelde, dat eerst Jeruzalem verwoest zou worden. Het is gebeurd in het jaar 70 na Christus. Vervolgens zei Hij, dat de Joden over de gehele aarde verstrooid zouden worden en door de eeuwen heen verschrikkelijk vervolgd zouden worden. Het is gebeurd. Verder zei Hij, dat op een bepaald moment er vreselijke dingen zouden gebeuren, die de aankondiging zouden zijn, dat er een eind zou komen aan "de tijden van de heidenen", waarna Zijn koninkrijk zou komen. De "tijden der heidenen" is de periode dat heidenen zouden heersen over Israël en Jeruzalem. Tegen alle verwachting van velen in, is dit einde van de tijden der heidenen over Israël en Jeruzalem inderdaad gekomen. In 1948 eindigde de overheersing van de heidenen over Israël en in 1967 eindigde de overheersing van de heidenen over Jeruzalem. Dit betekent, dat als wij de woorden van de Here Jezus volgen, wij kunnen zeggen, dat wij in profetische tijden leven en dat wij nu ook uitkijken naar de andere feiten die Hij genoemd heeft, waarna Zijn koninkrijk op aarde opgericht zal worden.
Onze tijd
Onze tijd wordt gekenmerkt door veel onheil, narigheid en ellende dat op een aantal plaatsen over de mensheid komt. Er zijn grote veranderingen, waarvan wij een aantal jaren geleden zelfs niet konden dromen. Er is zoveel, dat het haast onmogelijk is een complete lijst samen te stellen. De stortvloed van angstaanjagende dreigingen en feiten maken velen in de gehele wereld angstig. Velen denken, dat door alles wat ons nu in deze tijd overkomt, wij duidelijk moeten zien, dat wij in apocalyptische tijden terechtgekomen zijn en dat wij staan aan de vooravond van de meest afschuwelijke rampen die onze wereld zullen treffen.
Toch is de nodige voorzichtigheid en nuchterheid ons geboden. Enkele tientallen jaren meenden velen, dat de aanwezigheid van grote hoeveelheden kruisraketten zeker tot een atoomramp zou leiden, waardoor het leven voor velen op aarde een hel zou worden. Velen waren bang, dat net als in Tsjernobyl ook bij ons zich een kernramp zou voordoen. Er is een tijd geweest, zeker nadat de Russen Hongarije binnengevallen waren, dat de Russische legers ook spoedig door onze straten zouden marcheren, of misschien wel heel ons land zouden vernietigen. Er was bij velen grote angst, dat de Russen zouden komen. Er was bij velen angst, dat wij aan de vooravond van de derde wereldoorlog stonden. Wij moeten echter constateren, dat deze rampen ons niet getroffen hebben. Angst betekent dus niet, dat automatisch gebeurt waarvoor wij vrezen! Angst is een slechte raadgever, geldt ook hier.
Profetieën die al in vervulling gegaan zijn
Toch zijn er bepaalde feiten, die kenmerkend zijn voor onze tijd en die vanuit de Bijbel bezien ons ook iets te zeggen hebben. In de Bijbel is in een ver verleden een groot aantal profetieën opgenomen, waarvan een deel betrekking had op de tijd waarin deze profetieën uitgesproken werden en een ander deel betrekking had op een tijd, die heel veel later pas zou aanbreken. Zo heeft de Bijbel aangekondigd, dat de Joden uit hun land verdreven zouden worden en verspreid zouden worden over de gehele wereld. Het is in het jaar 70 na Christus gebeurd. De Bijbel had gezegd, dat het geen blijvende verstrooiing in de gehele wereld zou zijn, maar dat de Joden eens, na een heel lange tijd, naar hun eigen land zouden terugkeren. Bijna niemand heeft kunnen gelovigen, dat dit ooit zou gebeuren. Toch is het sinds 1948 een feit, dat de Joden weer een eigen land, een eigen staat, een eigen regering en een eigen taal hebben. Hun taal is bijna 2000 jaar lang een "dode" taal geweest. In onze tijd spreken miljoenen mensen weer Hebreeuws. De Bijbel had duizenden jaren geleden aangekondigd, dat dit zou gebeuren!
Ook had de Bijbel aangekondigd, dat bepaalde grote en belangrijke volken die er duizenden jaren geleden in het Midden Oosten waren, onbelangrijk zouden worden. Ze zouden niet meer meetellen in de wereldpolitiek. Het zou zijn alsof ze in slaap gevallen waren. Eens zouden ze echter uit hun slaap ontwaken en weer een belangrijke rol gaan pelen in het wereldgebeuren. De volken waarom het gaat zijn onder andere Egypte, Arabië (het huidige Saudi-Arabië), Perzië (het huidige Iran) en Babylonië (het huidige Irak).
Niet alleen profeten uit een ver verleden, zoals Daniël, hebben over deze zaken gesproken, ook de Here Jezus sprak heel nadrukkelijk over deze zaken. Hij vervloekte eens een niet functionerende vijgenboom, waarna bleek, dat deze vijgenboom een beeld was van het volk Israël. De les die de Here Jezus Zelf daarna uitsprak was deze: "Daarom, Ik zeg u, dat het Koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden en het zal gegeven worden aan een volk, dat de vruchten daarvan opbrengt." (Mattheüs 21:43)
In dezelfde lijn liggen de volgende woorden van de Here Jezus: "En Hij sprak deze gelijkenis: iemand bezat een vijgenboom, die in zijn wijngaard was geplant, en hij kwam om vrucht daaraan te zoeken en vond er geen. En hij zei tot de wijngaardenier: zie, het is nu al drie jaar, dat ik vrucht aan deze vijgenboom kom zoeken en ik vind ze niet. Hak hem om! Waarom zou hij de grond nutteloos beslaan?" (Lucas 13:6,7) Opnieuw is de vijgenboom een beeld van het volk Israël. Ook hier is het een beeld van het komende oordeel, dat over het volk zou komen.
Maar... de tijd zou eens veranderen. En de vijgenboom zou weer gaan bloeien. Heel duidelijk gebruikte de Here Jezus opnieuw het beeld van de vijgenboom toen Hij over het toekomstig herstel van Israël sprak. Hij zei: "Leert dan van de vijgenboom deze les: wanneer zijn hout reeds week wordt en de bladeren doet uitspruiten, weet gij daaraan, dat de zomer nabij is. Zo moet ook gij, wanneer gij dit alles ziet, weten, dat het nabij is, voor de deur." (Mattheüs 24:32,33) De evangelist Lucas vertelt hetzelfde met de volgende woorden: "En Hij sprak een gelijkenis tot hen: Let op de vijgenboom en op al de bomen. Zodra zij uitlopen, weet gij uit uzelf, omdat gij het ziet, dat de zomer reeds nabij is. Zo moet ook gij, wanneer gij dit ziet geschieden, weten, dat het Koninkrijk Gods nabij is." (Lucas 21:29-31)
Wonderlijk is het om te lezen, dat de Here Jezus niet alleen sprak over het uitlopen van "boom" Israël, dat is dus het herstel van Israël, zoals dit in 1948 begonnen is, maar dat Hij ook sprak over het uitlopen van de andere landen als bomen. Denk hierbij aan landen als Iran en Irak en vele andere landen, die in het verleden net als Israël "verdorde bomen" waren en nu weer tot bloei gekomen zijn. Zij zijn het teken, dat de profetische woorden van de Here Jezus al geruime tijd bezig zijn in vervulling te gaan. Spoedig zullen de anderen woorden, die Hij als profetieën voor dezelfde tijd had uitgesproken, eveneens in vervulling gaan. Dat betekent, dat wij aan de vooravond staan van apocalyptische tijden, ook al kunnen wij op geen enkele wijze zeggen, wanneer de echte apocalyptische tijd zal komen.
Een ander volk dat duizenden jaren geleden bestond en toen zelfs helemaal uitgestorven is, is het volk van de Filistijnen. Opmerkelijk is, dat de Bijbel toch over Filistijnen sprak in dn de tijd van terugkeer van Israël en de andere zojuist genoemde volken. Het leek voor velen een onmogelijkheid. De Filistijnen waren uitgestorven, hoe zouden er dan duizenden jaren later weer Filistijnen kunnen zijn? Wij weten het antwoord. De Palestijnen noemen zichzelf Filistijnen. Opmerkelijk is zelfs, dat ze ook nog in hetzelfde gebied aan de kust van de Middellandse Zee wonen als waar ook de oude Filistijnen leefden. Ook de grote Jodenhaat hebben zij gemeen met de Filistijnen uit vroeger tijden. Zie hiervoor mijn boek
Profetie en Vervulling.
Er is echter meer. De Bijbel kondigt aan, dat eens de Joden naar het eigen land zouden terugkeren en dat zij daarbij geholpen zouden worden door niet-Joden. Jesaja zegt dit als volgt: "Zo zegt de Here HERE: Zie, Ik zal mijn hand opheffen tot de volken en mijn banier omhoog heffen voor de natiën; in hun armen zullen zij uw zonen brengen, en uw dochters zullen op de schouder gedragen worden." Hoe is het mogelijk, dat deze woorden, die duizenden jaren geleden door de profeet Jesaja zijn uitgesproken, in onze tijd letterlijk in vervulling gaan? Verschillende niet-Joodse organisaties doen hun uiterste best om Joden per boot of met het vliegtuig naar Israël te brengen!
De Bijbel kondigt aan, dat als de Joden na lange tijd verstrooid onder de volken geleefd te hebben, naar hun eigen land zijn teruggekeerd, dat niet-Joden hen zullen helpen met de herbouw van hun steden en met de zorg voor hun gewassen. Jesaja zegt het als volgt: "Vreemdelingen zullen uw muren herbouwen en hun koningen zullen u dienen, want in mijn toorn heb Ik u geslagen, maar in mijn welbehagen heb Ik Mij over u ontfermd." (Jesaja 60:10) "Vreemden zullen gereed staan om voor u de kudden te weiden, vreemdelingen zullen uw akkerlieden en uw wijngaardeniers zijn; maar gij zult priesters des HEREN heten, dienaars van onze God genoemd worden; gij zult het vermogen der volken genieten en u op hun heerlijkheid beroemen." (Jesaja 61:5,6)
Het is bijna niet te geloven op welke bijzondere wijze deze profetieën in vervulling gegaan zijn. Er zijn veel gastarbeiders uit een aantal landen naar Israël gekomen om te helpen met de opbouw van het land en de zorg voor de gewassen. Een aantal van deze mensen is uit ideële motieven gekomen. Er zijn velen die een jaar of enkele jaren in een kibboets werken, ook al krijgen zij bijna geen salaris. Anderen zijn gewoon gekomen omdat zij in hun eigen land (bijna) geen werk hebben. Uitgerekend werken zelfs veel Palestijnen mee aan de opbouw van Israël. Ze werken in hotels, bouwen huizen, leggen wegen aan. De Palestijnen hebben zelfs het beton geleverd waarvan indertijd de omstreden muur om hun eigen gebied opgetrokken werd!
Dit betekent, dat wij dichtbij het tijdstip gekomen zijn waarop een grote verandering onder de Israëli's zal plaatshebben en zij allen God zullen gaan dienen als Zijn priesters. Toen zij uit Egypte bevrijd werden, kregen zij al de opdracht om Gods priesters te zijn (Exodus 19:6) Zij konden het niet. In de toekomst, in het Messiaanse vrederijk zullen zij het wel kunnen!
Als wij de tijd van de eerste komst van de Here Jezus vergelijken met de tijd van Zijn wederkomst, dan blijkt dat er bepaalde overeenkomsten zijn. Wij zagen al, dat in die tijd de oude volken uit vroeger tijden weer op het wereldtoneel verschenen zouden zijn. Wat ook opvallend is, is het feit, dat wij bij de eerste komst van de Here Jezus horen van onderdrukking van het Joodse volk door de Romeinen en van de kindermoord in Bethlehem. Wij hadden al eerder van een kindermoord gehoord: in Egypte, waar de Farao indertijd bevolen had, dat alle jongens door verdrinking om het leven gebracht moesten worden. Voor alle duidelijkheid: aan de vooravond van de komst van Mozes als redder van zijn volk, horen wij van een kindermoord. Ook hoorden wij in die tijd over kindermoord in Kanaän, waar mensen hun eigen kinderen in het vuur gooiden als offer aan de god Moloch.
Na Jezus' geboorte in Bethlehem horen wij opnieuw over een kindermoord. En in onze tijd is dat weer het geval. Het begon met Hitler, die anderhalf miljoen Joodse kinderen heeft laten vermoorden. Nu worden op grote schaal door abortus kinderen - schepselen van God - vermoord. En wij zijn toch nog niet vergeten hoe ayatollah Khomeini van Iran indertijd de kinderen de mijnenvelden instuurde met een plastic sleuteltje om hun nek, "zodat zij zelf de poort van het paradijs konden openen". Ook vergeten wij toch niet hoe het daarna de Palestijnen waren, die hun kinderen met stenen of met bommen de straat op stuurden om te sterven. Kindermoord, waarbij ouders hun eigen kinderen offeren voor hun geloofsidealen.
Het milieu
Regelmatig horen wij, dat het niet goed gaat met ons milieu. De lucht en het water vervuilen. We hebben last van zure (vuile) regen. Op veel plaatsen is de bodem vervuild. Velen durven geen vis of vlees meer te eten, omdat zij bang zijn, dat ze er juist ziek van zullen worden. Telkens weer horen wij over vissen die ziek zijn of massaal sterven. Het ijs aan de polen smelt en het niveau van het zeewater stijgt. Er is angst, dat over enige tijd gebieden waar nu nog mensen wonen, onder water zullen komen te staan, zeker als de mens niet tijdig de nodige maatregelen neemt. Het lijkt wel of de bosbranden en de overstromingen ieder jaar erger worden. Wij worden bedreigd door gevaarlijke insecten die uit het ene land naar het andere land overkomen. Terwijl de medische wetenschap op een zeer hoog peil staat, bedreigen nieuwe- en zelfs oude ziekten ons. Ziekten die bedwongen waren, beginnen weer de kop op te steken en nu blijkt dat medicijnen soms niet meer werken.
Eén van onze gemeenteleden woont op Haïti. Zij stuurde deze week het volgende verslag: "Het heeft de laatste weken flink gestormd rondom Haïti. Orkaan Alex kwam op geruime afstand onder Haïti door; orkaan Bonnie bleef ten oosten, in de golf van Mexico; orkaan Charley ging ons ook op afstand voorbij, en richtte een ravage aan in Florida; orkaan Daniëlle bleef in de oceaan en bereikte gelukkig nooit land, en Earl bracht het niet verder dan een tropische storm, en vervloog vlak voor Haïti. Frances ging ons ruimschoots voorbij, storm G en H zaten ver van ons af, maar toen leek orkaan Ivan ineens recht op ons af te stormen..... en boog gelukkig op het laatste moment af naar het zuiden zodat we er ook toen met een grijze lucht en een paar millimeter regen af kwamen." Enkele dagen later kwam orkaan Jeanne en richtte een grote verwoesting aan, waarbij veel doden te betreuren waren. Zijn zulke orkanen die in korte tijd na elkaar als tekenen aan de hemel te zien zijn, normaal, of zijn dit al de voorboden van datgene waarvoor de Here Jezus waarschuwde? Geleerden wijzen ons erop, dat dit toch wel heel opmerkelijk is en dat het niet normaal is.
Apocalyptische tijden en gebeurtenissen aangekondigd
De Bijbel heeft aangekondigd dat in de tijd dat het Joodse volk weer naar zijn eigen land zou zijn teruggekeerd en de slapende volken in het Midden Oosten tot ontwaken zouden zijn gekomen, er verschrikkelijke rampen over de aarde zouden komen. Wij beginnen in onze tijd een voorproefje van deze rampen te krijgen.
Als we spreken over apocalyptische tijden, komen wij op het terrein van het Bijbelboek Openbaring, dat ook wel de Apocalyps genoemd wordt. In dit Bijbelboek wordt ons de tijd beschreven vanaf het ontstaan van de Gemeente van Jezus Christus, zoals deze beschreven is in Handelingen 2 tot aan het moment, dat God een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zal scheppen. Het boek Openbaring beschrijft in het kort hoe het de Gemeente van Jezus Christus zal vergaan vanaf zijn ontstaan tot aan het moment waarop de Here Jezus zal wederkomen, waarna de grote verdrukking zal aanbreken. Vervolgens beschrijft het boek Openbaring in de hoofdstukken 6-19 hoe het zal zijn tijdens de grote verdrukking. Daarna wordt in hoofdstuk 20 vertelt wat er na deze grote verdrukking zal komen: het Messiaanse vrederijk, dat onder andere door de profeet Jesaja reeds was aangekondigd. In de laatste hoofdstukken horen wij hoe het zal zijn tijdens dit Messiaanse vrederijk en hoe het daarna zal zijn als er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zullen zijn.
In het boek Openbaring wordt telkens verteld hoe het in bepaalde situaties in de hemel is en hoe het op aarde zal zijn. Wij lezen over allerlei rampen en oordelen die in de periode van de grote verdrukking vanuit de hemel naar de aarde gezonden zullen worden. Wij lezen ook waarom deze rampen naar de aarde gezonden worden. Het is niet omdat God er een behagen in heeft om Zijn eigen schepping en Zijn eigen schepselen te vernietigen. Het is een straf van God, omdat de mensen op aarde in die tijd zich helemaal niets meer van God aantrekken en zich steeds vijandiger tegen het volk Israël gedragen zullen. Dit betekent, dat naarmate wij duidelijker zien, hoe de mensheid zich van God losgemaakt heeft en zich vijandig gedraagt tegen het volk Israël, dat Gods volk is en blijft, de komst van de aangekondigde rampen steeds dichterbij gekomen is.
Er wordt gesproken over mensen die elkaar zullen "slachten" (Openbaring 6:4) en over engelen die de aarde en de zee schade zullen toebrengen; bodem- en watervervuiling (7:2). Wij lezen over massale bosbranden, watervervuiling en sterfte onder mens en dier (8:7-11). Speciale aandacht wordt er gevraagd voor het gebied van Irak met de rivier de Eufraat met grote slachtingen onder de mensen (9:14,15). Er wordt met name geschreven over de wijn van Irak, waar de mensen in de gehele wereld van gedronken hebben. Nu begrijpen wij, dat dit een beeld is van de olie en de benzine. Het is begrijpelijk, dat 2000 jaar geleden de woorden motorolie en benzine niet bestonden. Er moest dus in beeldende taal over het speciale product van Irak geschreven worden. Het valt op, dat de Bijbel zelfs weet te vertellen - en realiseer u, dat dit zo'n 2000 jaar geleden opgeschreven is - dat de hele wereld rijk geworden is door Irak en dat de volken schepen op zee hadden om de lading van Irak te vervoeren (18:19). De Bijbel weet echter ook te vertellen, dat na een periode van grote welvaart ditzelfde Irak zijn weelde zal verliezen en op de rand van de afgrond terecht zal komen (18:5-7).
Het valt op, dat van Irak geschreven staat, dat in die verre tijd, waarvan wij geloven, dat wij er dichtbij gekomen zijn, niet alleen de hele aarde zo ongeveer van het product van Irak genoten zal hebben, maar ook dat in die tijd Irak zich als een wrede vijand van Joden en christenen zal ontpoppen (17: 2,5,6). Terwijl Joden en christenen in Irak door de eeuwen heen in zekere zin een veilig woongebied hadden, is dit land eerst een grote vijand van de Joden geworden en daarna van de christenen. Nadat eerst de Joden het land verlaten hebben, zijn nu ook veel christenen gevlucht.
In onze tijd zien wij juist vanuit Irak een bepaalde manier van doden. Wij zijn gewend, dat mensen door "de kogel", ophanging, een injectie of de elektrische stoel ter dood gebracht worden. Wie had vóór 2004 kunnen denken, dat wij in dat jaar ineens zouden horen van tientallen gegijzelden in Irak, die door onthoofding om het leven gebracht zouden worden? Deze manier om iemand ter dood te brengen, bestond in onze gedachte nog als wij aan de guillotine dachten, maar paste niet meer in een moderne tijd. Toch waren daar ineens weer de onthoofdingen. En... de Bijbel had er ook over geschreven in verband met die verre, toekomstige tijd.
"En ik zag tronen, en zij zetten zich daarop, en het oordeel werd hun gegeven; en ik zag de zielen van hen, die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het woord van God, en die noch het beest noch zijn beeld hadden aangebeden en die het merkteken niet op hun voorhoofd en op hun hand ontvangen hadden; en zij werden weder levend en heersten als koningen met Christus, duizend jaren lang." (Openbaring 20:4) Hier gaat het niet over mensen die in een ver verleden onthoofd werden. Het gaat hier over mensen, die in de tijd van de grote verdrukking onthoofd zullen worden. Het leek of de Bijbel zich vergiste. Nu weten wij, dat ook onthoofdingen bij de laatste tijd behoren!
Maar Jezus zal komen om afrekening te houden. Dat is de komende tijd! De Bijbel roept ons op om uit te kijken naar de wederkomst van de Heer, om te letten op de voorboden van Zijn komst en om Zijn komst te verwachten. Je bent geen fantast en leeft niet in een fantasiewereld als je de voortekenen van Jezus' komst ziet en erkent. Je bent een realist!
|
|