Geen plaats in de herberg
|

"...en zij baarde haar eerstgeboren zoon en wikkelde Hem in doeken en legde Hem in een kribbe,
omdat voor hen geen plaats was in de herberg."
(Lucas 2:1-7) |
|
"En het geschiedde in die dagen, dat er een bevel uitging vanwege keizer Augustus, dat het gehele
rijk moest worden ingeschreven. Deze inschrijving had voor het eerst plaats, toen Quirinius het
bewind over Syrië voerde. En zij gingen allen op reis om zich te laten inschrijven, ieder naar zijn
eigen stad. Ook Jozef trok op van Galilea, uit de stad Nazareth, naar Judea, naar de stad van David,
die Bethlehem heet, omdat hij uit het huis en het geslacht van David was, om zich te laten inschrijven
met Maria, zijn ondertrouwde vrouw, welke zwanger was. En het geschiedde, toen zij daar waren, dat de
dagen vervuld werden, dat zij baren zou, en zij baarde haar eerstgeboren zoon en wikkelde Hem in doeken
en legde Hem in een kribbe, omdat voor hen geen plaats was in de herberg." (Lucas 2:1-7)
|
Aan het begin van zijn evangelie maakt Lucas duidelijk, dat hij een getrouw verslag geeft van alles wat er met de Here Jezus gebeurd is. Dat geldt de voorgeschiedenis van Zijn geboorte, de gebeurtenissen bij Zijn geboorte, Zijn leven op aarde, Zijn toespraken en wonderen, Zijn lijden, sterven en opstanding. Terwijl Lucas een eenvoudig en to the point verslag geeft, hebben velen later voor al de gebeurtenissen rond Jezus’ geboorte geromantiseerd en van een eigen inhoud voorzien. De geschiedenis rond Jezus’ geboorte wordt zeer beknopt door Lucas weergegeven, terwijl velen juist graag een uitgebreid verslag wilden hebben. Toen de Bijbel dat uitgebreide verslag niet gaf, heeft een aantal mensen dit uitgebreide verslag er zelf van gemaakt.
In de geromantiseerde verhalen wordt minder stil gestaan bij wat de Bijbel - vooral ook in de grondtekst - zelf zegt en wordt meer gelet op het menselijke aspect dan op het grote feit wat God gedaan heeft en hoe Hij, door het zenden van Zijn Zoon, ingegrepen heeft om verloren mensen redding en behoud aan te bieden.
De herberg
"Er was voor hen geen plaats in de herberg", zo deelt Lucas ons mee. Op het eerste gezicht betekent dit, dat er voor Maria en Jozef en Jozef geen plaats was in de herberg. Gezien het feit, dat Lucas dit vermeldt na de vermelding van de geboorte van de Here Jezus betekent dit, dat er juist ook voor Jezus geen plaats was in de herberg.
De profeet Jeremia vertelt, dat er in vroeger dagen al een herberg was in of bij Bethlehem. Hij zegt: "Toen nam Jochanan, de zoon van Kareach, met al de legeroversten die bij hem waren, de gehele rest van het volk, die Jismael, de zoon van Netanja, gevankelijk uit Mispa had weggevoerd na de moord op Gedalja, de zoon van Achikam: mannen, krijgslieden, vrouwen, kinderen en hovelingen, die hij van Gibeon had teruggebracht, en zij trokken heen en hielden halt te Gerut kimham, dat bij Bethlehem ligt, om verder te trekken naar Egypte, met het oog op de Chaldeeën; want dezen vreesden zij, omdat Jismael, de zoon van Netanja, Gedalja, de zoon van Achikam, had vermoord, die de koning van Babel over het land had aangesteld." (Jeremia 41:16-18) De Gerut Kinham was de herberg van Kinham die bij Bethlehem lag.
In de geschiedenis van Davids terugkeer uit het Overjordaanse naar Jeruzalem, na de opstand van zijn zoon Absalom, horen wij van een zekere Kinham, de zoon van Barzilai, Davids weldoener, die met David meeging naar Jeruzalem en voor David tot een hulp was. Het is mogelijk, dat deze Kinham later een herberg bij Bethlehem begonnen is en dat de herberg zijn naam is blijven dragen. In ieder geval weten wij, dat er een herberg bij Bethlehem was. Zie 2 Samuel 19:31-40.
Deze herberg zal een soort karavanserai geweest zijn, dat is een openbare herberg, waar mensen tegen betaling de nacht konden doorbrengen. Vooral karavanen die lange reizen maakten en ook door woeste en onbewoonde streken reisden hadden behoefte aan zulke plaatsen om te overnachten. Grote karavanserai’s ook wel khans genoemd zijn in verschillende steden en dorpen en langs de openbare weg teruggevonden. Het zijn grote vierhoekige gebouwen met een aantal vertrekken rondom een grote binnenplaats, waar één of enkele bronnen met water zijn. In het gebouw rond de binnenplaats zijn beneden koele stallen voor rij- en lastdieren, vaak ook met zuilengalerijen voor goederen. De dieren kunnen zowel op de binnenplaats als in de stallen overnachten. De reizigers zijn meestal op de eerste etage te vinden. Zo’n karavanserai is geen herberg zoals wij die kennen, waar je ook een maaltijd kunt bestellen. De reizigers brengen zelf hun eten mee.
In het Grieks van het Nieuwe Testament kennen wij twee woorden voor herberg. Het is goed om hierop te letten en te zien, om welke herberg het gaat. Het eerste Griekse woord is pandokeion. Wij komen het alleen in Lucas 10:34 tegen, waar het gebruikt wordt voor de herberg uit de geschiedenis van de Barmhartige Samaritaan. "Doch een Samaritaan, die op reis was, kwam in zijn nabijheid, en toen hij hem zag, werd hij met ontferming bewogen. En hij ging naar hem toe, verbond zijn wonden, goot er olie en wijn op; en hij zette hem op zijn eigen rijdier, bracht hem naar een herberg en verzorgde hem. En de volgende dag stelde hij de waard twee schellingen ter hand en zei: verzorg hem en mocht gij meer kosten hebben, dan zal ik ze u vergoeden, op mijn terugreis." (Lucas 10:33-35) De herbergier wordt hier "de waard" genoemd. Het gaat hier over een echte herberg, waar mensen tegen betaling kunnen logeren. De eigenaar is de herbergier, die er zijn beroep van gemaakt heeft mensen in zijn herberg te ontvangen.
Het tweede Griekse woord in het Nieuwe Testament is het woord katalumati, dat twee keer voorkomt in het Nieuwe Testament, en beide keren in het evangelie van Lucas. De eerste keer is hier in Lucas 2:7. De tweede keer is aan het eind van het evangelie, waar wij het volgende horen: "En Hij zond Petrus en Johannes uit, zeggende: gaat heen, maakt het Pascha voor ons gereed, opdat wij het kunnen eten. En zij zeiden tot Hem: waar wilt Gij, dat wij het gereed maken? Hij zei tot hen: zie, wanneer gij de stad inkomt, zal u een man tegenkomen, die een kruik water draagt. Volgt Hem in het huis, dat hij binnengaat, en zegt dan tot de heer van dat huis: de Meester zegt u: waar is het vertrek, waar Ik met mijn discipelen het Pascha kan eten? En hij zal u een grote bovenzaal wijzen, van alles voorzien: maakt het daar gereed." (Lucas 22:8-12) Het woord dat in Lucas 2 vertaald is met "herberg", wordt nu slechts "vertrek" genoemd. Wat maakt ons dat duidelijk?
Jozef en Maria waren in Bethlehem, de stad waar hun voorouders vandaan kwamen. Daar zijn zij niet naar de karavanserai gegaan, maar hebben zij blijkbaar familieleden opgezocht en gevraagd of die nog ergens een vertrek voor hen hadden. Zoals er iemand aan het eind van Jezus’ leven een vertrek had, waar Hij met Zijn discipelen de Paasmaaltijd kon eten, zo zochten Jozef en Maria nu een vertrek, waar zij konden logeren en waar het Kind geboren kon worden. Zo zijn ze op zoek gegaan naar familieleden en oude vrienden van hun ouders. Maar waar ze ook aanklopten, er was geen plaats. Vanwege de volkstelling was alles in Bethlehem vol.
Geen plaats...
De geboortegeschiedenis begint in het evangelie van Mattheus heel triomfantelijk met de komst van wijzen uit het Oosten, die op zoek waren naar de geboren Koning van de Joden, om dan even later heel verdrietig te vertellen, dat en hoe koning Herodes de kinderen van Bethlehem liet vermoorden.
De geboortegeschiedenis in het evangelie van Lucas begint al meteen heel droevig: geen plaats! Als even later de triomfantelijke kreet van de engel aan de herders klinkt, die zei: "U is heden de Heiland geboren", is daar wel aan voorafgegaan: "Maar er was geen plaats..." De Heiland is geboren, maar er is geen plaats voor Hem. Er is bij velen nog steeds geen plaats voor Hem.
Velen maken zich zorgen omdat dit jaar evenals vorig jaar in de kerstdienst in de kerk van Bethlehem geen plaats is voor Jasser Arafat. Israël weet, dat Arafat niet uit godsdienstige motieven naar Bethlehem wil. Arafat is namelijk geen christen. Arafat is een islamiet en heeft niets in deze kerk te zoeken. Toch maken velen zich zorgen, omdat er voor Arafat geen plaats is in de Geboortekerk van Bethlehem.
Helaas is er voor veel Palestijnse christenen geen plaats meer in Bethlehem. De stad die de geboorteplaats is van de Heiland der wereld, werkt meer en meer de christenen de stad uit. Dat doen de Israëliërs niet, dat doen de islamitische Palestijnen. Zij maken Bethlehem "christenen vrij", net zoals zij hun gebied ook "Joden vrij" willen hebben. Islamitische Palestijnen drijven hun eigen broeders, de christen-Palestijnen, het land uit. Er is geen plaats voor christen-Palestijnen. Dat moet ons met verdriet vervullen.
Toch plaats...
De Bijbel geeft een heel opmerkelijk en boeiend verslag van het feit, dat er op een gegeven ogenblik op verschillende plaatsen toch plaats voor Jezus bleek te zijn. De eerste vermelding hiervan is nog in hetzelfde vers: er was plaats voor Hem in de kribbe. De herders waren die nacht met hun kudde in het veld en Jezus werd gelegd in de kribbe, de voerbak van de schapen. Daar was plaats voor Hem. Terwijl Hij naar de aarde gekomen was om de grote Herder, de Goede Herder te zijn, dat is: de Herder van de mensen te zijn, was er alleen plaats voor Hem bij de dieren. De dieren waren buiten. Ze hadden plaats gemaakt voor de grote Goede Herder. Misschien lag het Kind Jezus wel in de kribbe van de kudde van de herders, die diezelfde nacht door de engel aangesproken werden. Misschien was het wel hun eigen kribbe, toen de engel zei: "Gij zult een Kind vinden, in doeken gewikkeld, en liggende in de kribbe..." (Lucas 2:12)
Wij komen het woordje "plaats" zoals het hier gebruikt wordt, nog een keer tegen in het evangelie van Lucas. En dan blijkt er wel plaats te zijn voor Jezus. "En toen zij aan de plaats gekomen waren, die Schedel genoemd wordt, kruisigden zij Hem daar en ook de misdadigers, de ene aan zijn rechterzijde en de andere aan zijn linkerzijde." (Lucas 23:33) Dit is Golgotha en hier was plaats voor Jezus aan een kruis.
Toen Hij op aarde kwam werd Hij in een geleende kribbe gelegd; een kribbe geleend van de dieren. Toen Hij stierf mocht Hij aan Zijn eigen kruis hangen. Dat was het doel van Zijn komen naar de aarde. Hij was niet gekomen om een glorieuze heldenrol te spelen. Hij was niet gekomen om een groot overwinnaar te zijn. Hij was niet gekomen om een lang en gelukkig leven te hebben. Hij was gekomen om te doen, wat de profeet Jesaja aangekondigd had: "Maar om onze overtredingen werd hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem, en door zijn striemen is ons genezing geworden. Wij allen dwaalden als schapen, wij wendden ons ieder naar zijn eigen weg, maar de HERE heeft ons aller ongerechtigheid op hem doen neerkomen. Om de overtreding van mijn volk is de plaag op hem geweest." (Jesaja 53:5,6,8) En verder: "...hun ongerechtigheden zal Hij dragen... terwijl hij toch veler zonden gedragen en voor de overtreders gebeden heeft... " (Jesaja 53:11,12)
Hij was gekomen om de straf op de zonden van Zijn volk te dragen. Zo moest Hij de geestelijke Redder van Zijn volk worden. De engel had tegen Jozef gezegd: "Zij zal een zoon baren en gij zult Hem de naam Jezus geven. Want Hij is het die Zijn volk zal redden van hun zonden." (Mattheus 1:21)
Nu is er plaats...
De Bijbel zegt nog iets bijzonders. De Bijbel zegt: "Nu is er plaats..." Jezus zei: "In het huis mijns Vaders zijn vele woningen (anders zou Ik het u gezegd hebben) want Ik ga heen om u plaats te bereiden; en wanneer Ik heengegaan ben en u plaats bereid heb, kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat ook gij zijn moogt, waar Ik ben." (Johannes 14:2,3) Er is plaats in de hemel, voor ieder die gelooft. Geen plaats voor Jezus in de herberg. Eigenlijk was dat wel verdrietig, maar het is niet levensbedreigend. Het belangrijke is, dat er plaats voor Jezus was aan het kruis. Daardoor is er nu plaats in de hemel voor ieder die gelooft.
Maar pas op! Er is ergens anders ook plaats. "Ook de rijke stierf en hij werd begraven. En toen hij in het dodenrijk zijn ogen opsloeg onder de pijnigingen, zag hij Abraham van verre en Lazarus in zijn schoot. En hij riep en zei: vader Abraham, heb medelijden met mij en zend Lazarus opdat hij de top van zijn vinger in water dope en mijn tong verkoele, want ik lijd pijn in deze vlam. Maar Abraham zei: kind, herinner u, hoe gij het goede tijdens uw leven hebt ontvangen en insgelijks Lazarus het kwade; nu wordt hij hier vertroost en gij lijdt pijn. En bij dit alles, er is tussen ons en u een onoverkomelijke kloof, opdat zij, die vanhier tot u zouden willen gaan, dit niet zouden kunnen, en zij vandaar niet aan onze kant zouden kunnen komen. Doch hij zei: dan vraag ik u, vader, dat gij hem naar het huis van mijn vader zendt, want ik heb vijf broeders. Laat hij hen dan ernstig waarschuwen, dat ook zij niet in deze plaats der pijniging komen." (Lucas 16:23-28)
Er is ook een plaats van eeuwige pijniging. En daar is ook plaats. De man uit dit verhaal had een keurig leven geleid. Hij had misschien ieder het zijne gegeven en geen vlieg kwaad gedaan. Hij was alleen God vergeten. En dat werd hem aangerekend. Met het vergeten van God werd duidelijk, dat hij in feite alleen voor zichzelf geleefd had.
Er is voor iedereen plaats in de hemel. U mag er komen en u kunt er komen, maar niet op Uw voorwaarden. Alleen op Gods voorwaarden. En Gods voorwaarde is: er is maar één weg tot behoud: Jezus Christus. "Jezus zei tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij." (Johannes 14:6) "En de behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere naam aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden." (Handelingen 4:12)
De eerlijkheid gebiedt, dat wij er ook op wijzen, dat er plaats in de hel is. Er is voor de gelovigen geen plaats in de hel, maar voor de ongelovigen, die menen God en de Here Jezus niet nodig te hebben, is daar wel plaats. Een plaats van eeuwige veroordeling. Een plaats van eeuwig zonder God te moeten zijn. Een plaats van eeuwig in het gezelschap van de duivel moeten zijn. De hel.
Jezus zoekt nog steeds plaats
Jezus zoekt nog steeds mensen, die bij Hem en bij God de Vader in de hemel willen komen. Jezus maakt duidelijk, dat er plaats is in de hemel voor ieder die Gods voorwaarden aanvaardt en de Here Jezus aanneemt als zijn enige Redder.
Daarom zoekt Jezus plaats in ons hart. Hij wil geen Heiland op afstand zijn. Hij wil heel nadrukkelijk een binding met ons aangaan. Hij wil bij ons wonen, in ons wonen. Daarom vraagt Hij ons om Hem binnen te laten in ons hart en leven. "Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Indien iemand naar mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met Mij."
|