Lessen uit de verzoeking van Jezus
|

"De duivel bracht Jezus naar Jeruzalem en zette Hem op het hoogste punt van de tempel, en hij zei tegen Hem:
‘Als U de Zoon van God bent, spring dan naar beneden. Want er staat geschreven: "Zijn engelen zal Hij
opdracht geven om over u te waken.""
|
|
“Vervuld van de Heilige Geest trok Jezus weg van de Jordaan, en geleid door de Geest zwierf Hij veertig dagen rond in de woestijn, waar Hij door de duivel op de proef werd gesteld. Al die tijd at Hij niets, en toen de veertig dagen verstreken waren, had Hij grote honger. De duivel zei tegen Hem: ‘Als U de Zoon van God bent, beveel die steen dan in een brood te veranderen.’ Maar Jezus antwoordde: ‘Er staat geschreven: “De mens leeft niet van brood alleen.”’ Toen bracht de duivel hem naar een hooggelegen plaats en liet hem in een en hetzelfde ogenblik alle koninkrijken van de wereld zien. De duivel zei tegen Hem: ‘Ik geef U de macht over dat alles en ook de roem die ermee gepaard gaat, want ik kan daarover beschikken en ik geef het aan wie ik wil; als U in aanbidding voor mij neervalt, zal dat allemaal van U zijn.’ Maar Jezus antwoordde: ‘Er staat geschreven: “Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen hem.”’ De duivel bracht Jezus naar Jeruzalem en zette Hem op het hoogste punt van de tempel, en hij zei tegen Hem: ‘Als U de Zoon van God bent, spring dan naar beneden. Want er staat geschreven: “Zijn engelen zal Hij opdracht geven om over u te waken.” En ook: “Op hun handen zullen zij u dragen, zodat u uw voet niet zult stoten aan een steen.”’ Maar Jezus antwoordde: ‘Er is gezegd: “Stel de Heer, uw God, niet op de proef.”’ Toen de duivel Jezus aan al deze beproevingen had onderworpen, ging hij voor een tijd bij Hem vandaan. (Lucas 4:1 13)
Enkele vragen
Velen vragen zich af, waarom de Here Jezus verzocht moest worden. Men vraagt zich ook af waarom Hij gedoopt moest worden en op die vraag gaf de Heer Zelf antwoord men vraagt zich nu ook af, waarom Hij verzocht moest worden.
|
Sommigen denken, dat Hij door de verzoeking Zijn Godheid moest bewijzen. Hij heeft echter wel bewezen dat Hij niet deed wat de duivel wilde, maar Zijn Godheid heeft Hij niet bewezen. Hij hoefde Zijn Goddelijkheid ook niet te bewijzen.
Anderen denken, dat Hij hierdoor moest bewijzen, dat Hij zonder zonde was. Ook dat heeft Hij niet bewezen. Hij heeft alleen bewezen, dat Hij deze vragen van de duivel niet beantwoordde en dat Hij niet bezweek voor de verleidingen van de duivel. Hij hoefde Zijn zondeloosheid ook niet te bewijzen.
Weer anderen denken, dat Hij hierdoor moest bewijzen, dat Hij niet kon zondigen. Als dat zo is, moest God Hem dan daarvoor naar de woestijn sturen? Want ook dit is in deze geschiedenis niet bewezen. Dat had God dan toch ook gewoon bekend kunnen maken, als dat het geval was?
Het lijkt mij, dat wij hier niet alleen het vervolg hebben op wat er bij de Jordaan gebeurde Zijn doop, waardoor Hij toonde, dat Hij een was met de mens maar dat het om een vergelijkbare situatie gaat. Nu is het Zijn verzoeking, waardoor Hij opnieuw toonde, dat Hij dezelfde weg ging die wij ook gaan moeten.
Bij deze geschiedenis zullen wij niet de vraag moeten stellen of Jezus wel of niet kon zondigen, omdat de Bijbel op die vraag geen direct antwoord geeft. Het is natuurlijk logisch om ervan uit te gaan dat Hij wel kon zondigen, omdat de verzoeking anders geen enkel nut had en er voor de Heer ook geen enkele heerlijkheid te behalen viel als overwinnaar. Hij was dan geen overwinnaar geweest, maar had alleen gedaan wat Hij kon doen en nagelaten wat Hij toch niet kon.
Soms wordt de vraag gesteld, wat er gebeurd zou zijn, als de Here Jezus toegegeven zou hebben aan de duivel. Zo kun je nog veel meer vragen bedenken: Als Hij niet geboren was, als Hij Zich niet had laten dopen, als Hij geen wonderen gedaan had, als Hij niet aan het kruis gestorven was, als Hij niet uit de dood was opgestaan, als Hij niet naar de hemel was teruggekeerd, als Hij niet de Heilige Geest gezonden had, als... Al die vragen zijn zinloos, want de Heer deed dit alles wel.
Opmerkelijk feiten
Wij leren uit deze geschiedenis, dat wij niet de enigen zijn die verzocht worden door de duivel. De Here Jezus werd ook verzocht. “Want de hogepriester die wij hebben is er een die met onze zwakheden kan meevoelen, juist omdat hij, net als wij, in elk opzicht op de proef is gesteld, met dit verschil dat hij niet vervallen is tot zonde.” (Hebreeën 4:15) Wordt u weleens verzocht? Maakt de duivel het u weleens moeilijk? Vergeet het niet: u bent in goed gezelschap; ook uw Heiland werd door hem verzocht!
Hij werd niet verzocht als Zoon van God ook al sprak de duivel Hem als “Zoon van God” aan Hij werd verzocht als “Jezus”, dat is als mens. Let er goed op, dat dit Schriftgedeelte nadrukkelijk spreekt over “Jezus” die naar de woestijn geleid werd om verzocht te worden.
De Heer en Israël in de woestijn
De 40 dagen in de woestijn herinneren aan de 40 jaar die Israël in de woestijn was en waar zij zoals de Bijbel zegt (zie o.a. Psalm 78:18; 95:9; 106:14) God verzochten. Hier aten de Israëlieten 40 jaar manna de Heer at 40 dagen niets. Hij ging naar de woestijn dat is de onbewoonde plaats.
N.B. Hij die het Brood des levens is en de vervulling is van het manna in de woestijn, leed Zelf honger.
De verzoeking van de Here Jezus door de duivel herinnert niet alleen aan de tijd in de woestijn van het volk Israël, maar ook aan de verzoeking van Adam en Eva in de Hof van Eden.
De Bijbel vertelt niet op welke wijze de Heer gedurende de 40 dagen verzocht werd, alleen hoe de duivel Hem na die 40 dagen verzocht. Dan worden slechts drie verschillende momenten beschreven. De Heer is daarvoor echter al 40 dagen lang door de duivel verzocht!
De Heer en de duivel
De duivel wordt in de drie evangeliën in deze geschiedenis op drie manieren genoemd: de duivel, satan, de verzoeker.
Het woord duivel is de vertaling van het Griekse woord diabolos en betekent dat hij de lasteraar is en dat hij je vals beschuldigt. In het boek Openbaring wordt hij daarom de aanklager van de broeders genoemd (“Toen hoorde ik een luide stem in de hemel zeggen: ‘Nu zijn de redding, de macht en het koningschap van onze God werkelijkheid geworden, en de heerschappij van zijn Messias. Want de aanklager van onze broeders en zusters, die hen dag en nacht bij onze God aanklaagde, is ten val gebracht.” Openbaring 12:10). Dit hoeven wij niet te vrezen, want wij hebben de beste Pleitbezorger: de Here Jezus Zelf (“Kinderen, ik schrijf u dit opdat u niet zondigt. Mocht een van u echter toch zondigen, dan hebben wij een pleitbezorger bij de Vader: Jezus Christus, de rechtvaardige.” 1 Johannes 2:1)
Het woord satan is de vertaling van het Griekse woord satanas. Het betekent dat hij je tegenstander is, dat hij de weg openbreekt die jij moet gaan, zodat je er niet door kunt, zodat je niet verder kunt.
Het woord verzoeker maakt duidelijk, dat de duivel je uitprobeert, dat hij tracht je tot zonde te verleiden.
God beproeft, satan verzoekt. God beproeft je geloof en je liefde, je trouw, je standvastigheid, je gehoorzaamheid en je moed, zodat de echtheid ervan duidelijk blijkt. Satan verzoekt je, opdat je zult zondigen en van God zult afdwalen. Zo probeerde de duivel een wig te drijven tussen God de Vader en de Zoon van God. Zo probeert hij ook ons bij God vandaan te trekken.
Opmerkelijk is, dat de duivel Hem door middel van het Woord van God de Bijbel verzocht. Terwijl satan bij Eva het woord van God juist verkeerd citeerde, deed hij het bij de Here Jezus juist zeer correct. Het blijkt dus, dat je ook door middel van Bijbelteksten verzocht kunt worden. Dat is haast frustrerend!
Jezus en Adam
Er is een bijzondere overeenkomst tussen Adam en de Here Jezus. Adam is degene met wie het eerste deel van de Bijbel opent. Jezus is degene met wie het tweede deel van de Bijbel opent.
Zij worden de eerste Adam en de laatste Adam genoemd (“De eerste mens, Adam, werd een levend, aards wezen. Maar de laatste Adam werd een levendmakende geest.” 1 Corinthe 15:45). Zij worden ook de eerste mens en de tweede mens genoemd (“De eerste mens kwam uit de aarde voort en was stoffelijk, de tweede mens is hemels.” 1 Corinthe 15:47).
Beiden hadden geen menselijke vader.
Beiden worden op een bijzondere wijze de “zoon van God” genoemd, anders dan de gelovigen, die behoren bij de Gemeente en die de kinderen van God genoemd worden.
Beiden hadden een volmaakte menselijke natuur.
Beiden waren zonder zonde.
Beiden werden verzocht.
Ze werden op dezelfde manier verzocht.
Beiden konden de strijd tegen de verzoeker alleen winnen door gebruik te maken van een bijzonder wapen: het Woord van God!
Er is ook een groot verschil: Adam werd in een prachtige omgeving verzocht, Jezus in de woestijn. Adam werd in een zondeloze wereld verzocht, Jezus in een zondige wereld. Adam was omringd door liefdevolle dieren, Jezus door wilde dieren (“Veertig dagen bleef hij in de woestijn, waar hij door Satan op de proef werd gesteld. Hij leefde er te midden van de wilde dieren, en engelen zorgden voor hem.” Marcus 1:13). Adam had geen honger, Jezus wel. Adam leed de nederlaag, Jezus behaalde de overwinning.
Adam werd door engelen (cherubs) weerhouden om nog in de Hof van Eden terug te keren. De Here Jezus werd juist door engelen verzorgd.
De Heilige Geest en de verzoeking van de Here Jezus
Marcus geeft een opmerkelijke aanvulling: “Meteen daarna [dat is na Zijn doop] dreef de Geest hem de woestijn in. Veertig dagen bleef hij in de woestijn, waar hij door Satan op de proef werd gesteld. Hij leefde er te midden van de wilde dieren, en engelen zorgden voor hem.” (Marcus 1:12,13) De verzoeking van de Heer was een vervolg op Zijn doop. Van een hoogtepunt in het geestelijk leven ging Hij meteen naar een dieptepunt. Dat soort ervaringen hebben wij soms ook.
Duidelijk blijkt, dat het initiatief van God uitging. De Geest dreef de Here Jezus naar de woestijn. De duivel kwam de Here Jezus niet bij de Jordaan ophalen, maar kon gewoon in de woestijn op Hem wachten. Ook in de geschiedenis van Job ging het initiatief van God uit en niet van de duivel. God begon met satan over Job te praten en hier was het de Heilige Geest die ervoor zorgde, dat de Here Jezus in de woestijn kwam.
De Heilige Geest leidde de Heer naar de woestijn. Het Griekse woord betekent: leiden, door vast te pakken en zo naar de plaats van bestemming te brengen of door te vergezellen naar een plaats, wegvoeren, aanvoeren, de weg wijzen.
Satan en de woestijn
Zoals Jesaja de woestijn beschrijft als de wildernis waar demonen piepen en mompelen, zo blijkt in deze geschiedenis de woestijn ook het hol van de leeuw de duivel te zijn. De Heer begaf Zich in het hol van de leeuw!
Het “als” van de duivel betekent niet, dat er twijfel was of Jezus wel de Zoon van God was. Satan twijfelde daar niet aan. Het is een min of meer retorische vraag, die wil zeggen: “Als u nou de Zoon van God bent en dat bent U waarom...” Alle demonen weten dat de Heer de Zoon van God is (“Toen hij aan de overkant in het gebied van de Gadarenen kwam, liepen hem vanuit de grafspelonken twee bezetenen tegemoet. Ze waren zo gevaarlijk dat niemand daar langs durfde te gaan. Ze begonnen te schreeuwen en te roepen: ‘Wat hebben wij met jou te maken, Zoon van God? Ben je hier gekomen om ons pijn te doen nog voordat de tijd daarvoor is aangebroken?’” Mattheus 8:28,29). Satan bedoelt dus te zeggen: “Omdat U de Zoon van God bent...”
Ga niet met satan in discussie!
De Here Jezus maakte satan resoluut duidelijk, dat hij diende te verdwijnen. De Heer ging niet met satan in discussie, maar wees hem op het Woord van God en gaf hem vervolgens opdracht om te verdwijnen. “Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Ga weg, Satan! Want er staat geschreven: “Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen hem.”’ Daarna liet de duivel hem met rust, en meteen kwamen er engelen om voor hem te zorgen.” (Mattheus 4:10,11) Ook wij moeten ons bewust zijn, dat wij niet moeten toegeven als de duivel ons verzoekt. “Onderwerp u dus aan God, en verzet u tegen de duivel, dan zal die van u wegvluchten. Nader tot God, dan zal hij tot u naderen.” (Jacobus 4:7,8a) “Wees waakzaam, wees op uw hoede, want uw vijand, de duivel, zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar een prooi. Stel u tegen hem teweer, gesterkt door uw geloof, in het besef dat uw broeders en zusters, waar ook ter wereld, onder hetzelfde leed gebukt gaan.” (1 Petrus 5:8,9)
Satan kwam nog eens terug!
Aan het eind staat: “Satan verdween, week van hem tot een bestemde tijd”. Wat betekent dat? Het betekent, dat de duivel hier wel “een” nederlaag leed, maar niet “de” nederlaag. Die definitieve nederlaag moest nog komen en die zou komen! Die kwam, zoals Lucas vertelt, op het volgende moment: “Toen nam Satan bezit van Judas, bijgenaamd Iskariot, een van de twaalf.” (Lucas 22:3) Het gaat in dit hoofdstuk naar het moment, waarop de Heer het volgende zal zeggen: “Dagelijks was ik bij u in de tempel, en toen hebt u geen vinger naar me uitgestoken, maar dit is uw uur, het uur van de macht van de duisternis.’” (Lucas 22:53) “Omdat die kinderen mensen zijn van vlees en bloed, is de Zoon een mens geworden als zij om door zijn dood definitief af te rekenen met de heerser over de dood, de duivel, en zo allen te bevrijden die slaaf waren van hun levenslange angst voor de dood. Het moge duidelijk zijn: hij is niet begaan met het lot van engelen, hij is begaan met het lot van de nakomelingen van Abraham. Daarom moest hij in alles gelijk worden aan zijn broeders en zusters; alleen dan zou hij in aangelegenheden tussen God en zijn volk een barmhartige en betrouwbare hogepriester zijn, die verzoening bewerkt voor hun zonden. Juist omdat hij zelf op de proef werd gesteld en het lijden volbracht heeft, kan hij ieder die beproefd wordt bijstaan.” (Hebreeën 2:14 18)
Jezus en het volk Israël
Let op hoe de Hebreeënbrief de grote liefde van God en van de Here Jezus voor het volk Israël duidelijk maakt. De Hebreeënbrief zegt hier niet, dat de Here Jezus begaan was met het lot van alle mensen op aarde, maar dat Hij begaan was met het lot van de nakomelingen van Abraham! De redding die ons door de Here Jezus is aangeboden hebben wij (mede) te danken aan het feit, dat God begaan was met het volk Israël. Daarom werd de Here Jezus in alles gelijk aan Zijn broeders en zusters. Wie zijn die broeders en zusters? Dat waren niet de Grieken of Romeinen, dat waren de Israëlieten. Dit is in volkomen overeenstemming met wat de Here Jezus tegen de Samaritaanse vrouw zei (Johannes 4), namelijk dat het heil uit de Joden is. Het is begrijpelijk, dat de apostel Paulus meedeelde, dat het evangelie daarom ook eerst aan Joden gepredikt dient te worden en daarna pas aan niet Joden. Het is geen wonder, dat de Bijbel ons oproept om Israël van harte lief te hebben en voor hen te bidden.
|