BEGINPAGINA   |   INFORMATIE   |   ARTIKELEN   |   NIEUWS UIT ISRAEL   |   BOEKEN   |   CD'S   |    STUDIES   |   ZOEKEN   |   LINKS

Stichting Het Licht des Levens

 
menu
Artikelen

printversie
Hoe is het met uw hart?


"Als een van u het moeilijk heeft, laat hij bidden; is hij vrolijk, laat hij een loflied zingen." (Jacobus 5:13)
©copyright Leandre Jackson

Het is opmerkelijk om te zien, dat en hoe de apostel Paulus in de Ephesebrief meerdere keren over “het hart” van mensen schrijft; zowel over het hart van gelovigen als van ongelovigen. Het gaat bij Paulus niet om het hart dat als een orgaan in ons lichaam klopt en dat zorgt voor de circulatie van het bloed in ons lichaam. Hij bedoelt iets anders, als hij het over het hart van de mens heeft. Paulus denkt hier aan het centrum en de zetel van het geestelijke leven, aan de ziel of geest, omdat het de bron en de zetel is van de gedachten, hartstochten, verlangens, begeerten, aandoeningen, voornemens, inspanningen.


Het hart van ongelovigen is "gesloten" voor de Heer

Het is schrikwekkend om te lezen wat de Bijbel zegt over het hart van ongelovige mensen:

"Op gezag van de Heer zeg ik u dus met klem: ga niet langer de weg van de heidenen (dat zijn: de ongelovigen) met hun loze denkbeelden.

 In hun geest heerst duisternis en ze zijn vervreemd van het leven met God, omdat ze hem niet kennen en hun hart voor hem gesloten hebben. Afgestompt als ze zijn, geven ze zich over aan losbandigheid en storten ze zich in allerlei zedeloze praktijken." (Ephese 4:17-19)

De Bijbel is zeer rechtlijnig - ook in het onderscheid tussen gelovigen en ongelovigen. Zowel van gelovigen als van ongelovigen wordt een kenmerk van hun hart gegeven. Voor de ongelovigen geldt, dat hun hart afgesloten is voor de Heer. In het Grieks staat hier het woord pooroosin, dat "ongevoelig" betekent. Het wordt zowel met "blindheid" als met "hardheid" vertaald. Het heeft een heel gewone betekenis: er zit als het ware eelt op je ziel. Wij zouden zeggen: je hart is afgestompt, je bent koppig, je bent hardnekkig.

In deze verzen maakt de Bijbel duidelijk, dat het donker is in het hart van de ongelovigen. De ramen van hun ziel zijn verduisterd. Er komt geen licht binnen. God die licht is en licht geeft kan hun hart niet bereiken. De luiken zitten dicht. Er kan allerlei licht in hun hart zijn, maar het licht van God is er niet. Dat is het kenmerkende van de gelovige, die de Here Jezus als het licht der wereld kent. In zijn hart schijnt, ja, straalt het licht van de Heer. Bij de ongelovige is het donker.

Opmerkelijk is, dat ongelovigen zelf vaak menen, dat zij verlichte mensen zijn en dat zij in een bepaald licht leven, terwijl zij menen, dat de gelovigen in kunstlicht, in namaak licht leven. Zij kijken vaak meewarig naar gelovigen en vinden hen vaak zielig. In werkelijkheid zijn zij zelf zielig, ook al willen zij dat beslist niet van de gelovigen horen.

In de Bijbel vinden wij nog een tekst, die deze gedachte verduidelijkt: "Wanneer er dan toch nog een sluier ligt over het evangelie dat wij verkondigen, geldt dit alleen voor hen die verloren gaan: de ongelovigen, van wie de gedachten door de god van deze wereld zijn verblind, waardoor ze het licht van het evangelie niet kunnen zien, de luister van Christus, die het beeld van God is." (2 Corinthe 4:3,4) De ongelovigen zijn verblind door de god van deze wereld, dat is satan.


Bij gelovigen woont de Heer in hun hart

Van gelovigen valt ook iets opmerkelijks van hun hart te vertellen. "Moge hij vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn Geest, zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld en gegrondvest blijft in de liefde." (Ephese 3:16,17) Het kenmerkende van de gelovigen is, dat de Here Jezus in hun hart woont.

Hiermee wordt een heel bijzondere boodschap aan ons doorgegeven. In de Bijbel wordt God niet getoond als iemand die woont in een gewoon huis. God is geen mens die in een huis woont. Hij woont als Heerser in een paleis. Zijn paleis heet echter niet "paleis", maar "mishkan" (Hebreeuws), dat is "woning". Wij noemen de woning van God echter "tempel". God is ook niet Iemand, die gewend is te verhuizen, zoals wij dat kunnen doen. God woont niet de ene keer hier en een tijdje later ergens anders. God woont steeds op één en dezelfde plaats. Als Hij ergens gaat wonen, blijft Hij er ook wonen. De Griekse vorm die bij dit wonen in ons hart gebruikt wordt, maakt duidelijk, dat God eens en voor altijd in het hart van de gelovigen is komen wonen. Als de Heer eenmaal Zijn intrek in je hart genomen heeft, is dat voor altijd. Nooit, nee nooit, zal Hij je meer verlaten. Dat is een zeer bemoedigende gedachte!

Nu wordt er gezegd, dat God in de gelovigen woont, waardoor die gelovigen gemaakt worden tot Gods tempel. Wij kennen de tempel van Jeruzalem als een bouwwerk met drie afdelingen: de verschillende voorhoven, het eerste vertrek (het Heilige) en het tweede vertrek (het Heilige der Heiligen). God woonde niet in de voorhof en ook niet in het Heilige. Hij woonde in het laatste vertrek: het Allerheiligste.

Nu maakt de apostel Paulus duidelijk, dat het feit dat God in ons woont, betekent, dat wij "allerheiligst" zijn. Wij zijn het Heilige der Heiligen voor God. Hierover lezen wij ook in 1 Corinthe 3:16 en 6:19,20. Hier, heel dichtbij ons, is God. Daarom hoeven wij niet meer te roepen naar de hemel als wij Hem willen ont-moeten. Een fluistering, een stille gedachte is al genoeg om tot Zijn troon door te dringen.


Gelovigen hebben een "verlicht" hart

"Moge uw hart verlicht worden, zodat u zult zien waarop u hopen mag nu hij u geroepen heeft, hoe rijk de luister is die de heiligen zullen ontvangen, en hoe overweldigend groot de krachtige werking van Gods macht is voor ons die geloven." (Ephese 1:18,19) De NBG vertaling (1951) spreekt over "verlichte ogen uws harten". Zo staat het ook in het Grieks. Je moet open ogen hebben om te zien wat God je gegeven heeft. Je moet met geestelijke ogen in je eigen hart kunnen kijken.

Het Griekse woord voor "verlicht" is photizo. Het spreekt van licht en verlichting in de betekenis, dat het licht geeft in donkere plaatsen. Het is licht dat schijnt, ergens op schijnt, ergens de duisternis wegneemt en er het licht voor in de plaats brengt. Daarnaast spreekt het ook van geestelijke verlichting, waardoor je meer en andere kennis krijgt en begrip krijgt voor bepaalde zaken.

Nu de Heer woont in het hart van de gelovigen, zorgt de Heilige Geest ervoor, dat er een bijzonder licht in ons hart gaat schijnen. Ons hart heeft de vensters naar de wereld gesloten en toch is het niet donker in ons hart. De Heilige Geest verlicht ons hart.

In het Grieks staat, dat de ogen van ons hart en van ons verstand geopend zijn door de Heilige Geest. Het feit, dat de Here Jezus in ons hart woont maakt ons niet tot mensen die hun hersenen en hun verstand niet meer gebruiken. Het maakt ons tot mensen die hun verstand juist wel gebruiken.

Nu ontbreekt in de NBV vertaling van vers 19 een woord. Er staan in het Grieks vier woorden, waarmee in feite vier keer hetzelfde gezegd wordt, maar telkens met een ander woord. Omdat het telkens om een zelfde soort gedachte gaat, heeft de NBV vertaling het iets eenvoudigers gemaakt en noemt er maar drie: kracht, werking en macht. In de NBG vertaling van 1951 komen de vier woorden wel voor. Daar staat: "...en hoe overweldigend groot zijn kracht is aan ons, die geloven, naar de werking van de sterkte zijner macht." Het gaat om de woorden kracht, werking, sterkte en macht. In feite gaat het vier keer om een zelfde gedachte. Hij wordt met verschillende woorden uiteengezet, opdat wij ons zullen realiseren, dat het om een grote kracht van God in ons leven gaat.

Het eerste woord (kracht) is de vertaling van het Griekse woord dunamis, waarin wij de Nederlandse woorden dynamisch en dynamiet herkennen. Het is een woord, dat verwijst naar iets dat sterk is of macht heeft. Het woord maakt ons duidelijk, dat er iets explosiefs in zit, evenals grote kracht. Vandaar dat het ook gebruikt werd voor militaire macht. Het wordt in de Bijbel gebruikt voor de macht die de Heer had om wonderen te verrichten, maar ook voor onze bekwaamheid om getuigen van de Here Jezus te zijn (Handelingen 1:8). Nu vertelt dit vers, dat God ons deze enorme kracht gegeven heeft.

Het tweede woord (werking) is de vertaling van het Griekse woord energeia, waarin wij het Nederlandse woord energie herkennen. Het woord vertelt, dat er een bepaald werk aan de gang is, er wordt gehandeld. In het Nieuwe Testament wordt het alleen gebruikt voor een werk dat van God of van satan uitgaat. Het gaat om een bepaald werk dat niet menselijk is.

Nu komt de vraag: wie is er aan het werk in het hart van de gelovige: God of satan? Het antwoord is eenvoudig: God is aan het werk in het hart van de gelovigen. Dit te zeggen betekent meteen, dat de consequentie is, dat satan aan het werk is in de harten van de ongelovigen. Zoals het hart van de gelovigen een tempel is van Gods Geest, zo is het hart van de ongelovigen een kroeg van de duivel. Daarom wijst de apostel Paulus er ook zo nadrukkelijk op, dat wij als gelovigen niet te intiem met ongelovigen moeten omgaan.

Het derde woord (sterkte) is de vertaling van het Griekse woord ischus. Het kan zowel met sterkte als met macht en kracht vertaald worden. Het wijst op de mate, de grootheid, de sterkte van de kracht die wij ontvangen hebben. Het maakt ons duidelijk, dat God ons een enorme kracht gegeven heeft.

Het vierde woord (macht) is de vertaling van het Griekse woord kratos. Ook dit woord verwijst naar (grote) sterkte, kracht en macht. Het kan zelfs met heerschappij vertaald worden.

Het eerste, het derde en het vierde woord komen wij tegen in de volgende tekst, ook al wordt het daar twee keer met "kracht" vertaald. "Ten slotte, zoek uw kracht (dunamis) in de Heer, in de kracht (kratos) van zijn macht (ischus)." (Ephese 6:10) Het woord kracht staat in het Grieks eigenlijk groter dan alleen als dunamis. Er staat nu geen zelfstandig naamwoord maar het werkwoord endunamo-oo. Het is bij ons vertaald met de woorden "zoek uw kracht". Dat is eigenlijk nog zacht uitgedrukt. Er staat eigenlijk gewoon: "Maak jezelf sterk in de Heer." Anders gezegd: zorg ervoor, dat je je kracht van de Heer ontvangt, dat je door Hem versterkt kunt worden. Het wijst op onze eigen verantwoordelijkheid. Wij moeten tot actie overgaan! Met deze vier woorden wil de apostel Paulus ons duidelijk maken, dat wij als christenen door God voorzien zijn van een enorme geestelijke kracht in ons leven.


Gelovigen loven de Heer met en uit hun hart

"Bedrink u niet, want dat leidt tot uitspattingen, maar laat de Geest u vervullen en zing met elkaar psalmen, hymnen en liederen die de Geest u ingeeft. Zing en jubel met heel uw hart voor de Heer en dank God, die uw Vader is, altijd voor alles in de naam van onze Heer Jezus Christus." (Ephese 5:18-20)

Er wordt hier gewezen op het feit, dat christenen niet beneveld, niet dronken mogen zijn. Het wordt christenen in de Bijbel niet verboden een glaasje alcoholische drank te nuttigen. Zij mogen zich echter niet vol gieten met alcohol, want dan is hun geest niet nuchter meer en gaan de luiken van hun hart dicht. Dan zijn zij geen waardige tempel van de Heer meer. Dan maken zij van hun hart een kroeg waar de Here God dan ook zou moeten wonen. Dat kan niet en dat mag niet.

Christenen moeten niet vol zijn van de alcohol, maar van de Heilige Geest. Het gevolg is, dat ze dan geen brallende dronkemanstaal mogen uitkramen, maar dat ze eens fijn moeten zingen van hun God. Dat zingen moet niet alleen met hun stem, maar juist ook met en uit hun hart gebeuren.

Zingen is een deel van het geestelijk leven van de gelovigen. Een gelovige die niet met zijn hele hart zingt, faalt ergens. Zingen is belangrijk, omdat het je hart raakt en beweegt. De apostel Jacobus bracht het als volgt onder woorden: "Als een van u het moeilijk heeft, laat hij bidden; is hij vrolijk, laat hij een loflied zingen." (Jacobus 5:13)

Kijkt u vandaag eens in uw eigen hart. Hebt u moeiten, zorgen of verdriet? Ga bidden. Bent u blij - gewoon blij of geestelijk blij, bent u blij om alles wat de Heer u geeft? Ga dan eens fijn zingen!


Gelovigen doen hun dagelijks werk ook met een bijzonder hart

"Slaven, gehoorzaam uw aardse meester zoals u Christus gehoorzaamt, met ontzag, respect en oprechtheid; niet met uiterlijk vertoon om bij de mensen in de gunst te komen, maar als slaven van Christus die van harte alles doen wat God wil." (Ephese 6:5,6)

Terwijl hier pas in het zesde vers over het hart geschreven wordt, is dat in de Griekse tekst al in het vijfde vers het geval. In het Grieks staat in vers 5 dat wij ons werk moeten doen met eenvoud van ons hart, terwijl in vers 6 staat dat wij vanuit onze ziel de wil van God moeten doen.

Hier wordt dus over hart en ziel geschreven. Met hart en ziel moeten wij leven. Als wij ons dagelijks werk doen moeten onze werkgever, onze collega’s en allen die daarbij betrokken zijn, merken, dat wij ons hart erin gelegd hebben. Wij werken niet alleen met onze handen en met ons verstand, wij hebben ons hart erbij gehaald om ons werk zo goed mogelijk te doen. Dat moeten de mensen merken. Zij moeten merken, dat wij geen hoogdravende, overmoedige mensen zijn, maar dat wij gewone, eenvoudige medemensen zijn.

Maar God moet ook iets merken. Hij moet merken, dat wij vanuit onze ziel, vanuit ons geestelijk leven Hem willen gehoorzamen en daarom op een bepaalde manier leven en werken. God moet in het diepste van ons wezen kunnen zien, dat wij met hart en ziel op Hem gericht zijn en dat wij ook bepaalde werkzaamheden waaraan wij geen vreugde beleven, toch gewoon doen.


Onderlinge verbondenheid leidt tot bemoediging en troost in het hart van de gelovigen

"En bidt daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij elke gelegenheid in de Geest, daartoe wakende met alle volharding en smeking voor alle heiligen; ook voor mij, dat mij bij het openen van mijn mond het woord geschonken worde, om vrijmoedig het geheimenis van het evangelie bekend te maken, waarvoor ik een gezant ben in ketenen. Dan zal ik daartoe vrijmoedig kunnen optreden, zoals ik behoor te spreken. Opdat ook gij van mij moogt weten, hoe het mij gaat, zal Tychikus, mijn geliefde broeder en getrouwe dienaar in de Here, u alles bekend-maken. Met dit doel heb ik hem tot u gezonden, dat gij onze omstandigheden zoudt weten en hij uw harten zou vertroosten." (Ephese 6:18-22) In deze verzen ontbreekt in vers 22 in de NBV vertaling het woord "hart". Daarom geven wij deze verzen in de NBG vertaling (1951).

Tychicus moet de medegelovigen in hun hart bemoedigen. Mogelijk was een aantal gelovigen diep teleurgesteld omdat Paulus in de gevangenis zat. Het zal mogelijk allerlei vragen opgeroepen hebben. Misschien hebben mensen zich afgevraagd hoe het mogelijk is, dat zo’n grote Godsman in de gevangenis kon terechtkomen, waarom God hem niet voor de gevangenschap behoed had, of Paulus misschien toch iets verkeerds gedaan had, waarom God hem nu strafte, enz. Misschien hebben sommigen met angst naar de toekomst gekeken: als een man als Paulus al in de gevangenis kwam, wat zou er dan met hen zelf gebeuren? Misschien waren er mensen die zich afvroegen waaraan Paulus het verdiend had om nu in de gevangenis terecht te moeten komen en waarom zij zelf in de toekomst mogelijk ook niet door God beschermd zouden worden. Zoveel vragen! Zoveel mogelijke angsten!

Tychicus komt de gelovigen in hun hart bemoedigen. Gods werk gaat door. God doet alle dingen medewerken ten goede voor hen die de Heer liefhebben (Romeinen 8:28). Er zijn zelfs nieuwe kansen en mogelijkheden om nu juist ook in Rome mensen voor de Heer te kunnen winnen. Het is nu zelfs mogelijk om mensen die aan het paleis van de keizer verbonden zijn met de boodschap van de Heer te bereiken. En ook daar zijn mensen tot geloof gekomen! "Alle heiligen laten u groeten, vooral zij die in dienst van de keizer staan." (Philippenzen 4:22)

De gelovigen die deze brief krijgen, menen waarschijnlijk dat er een deur - een heel belangrijke deur - voor het evangelie gesloten is. Paulus laat via Tychicus weten, dat er juist een deur voor het evangelie opengegaan is. Juist in "het hol van de leeuw" moeten ze ook weten van de Heiland der wereld. De keizer kan wel menen, dat hij de godheid op aarde is en zijn hele omgeving kan hem als een godheid vereren, maar net zoals God bij Nebucadnezar mensen bracht, die getuigenis aflegden, dat er maar één God is; de God van hemel en aarde, zo zouden er nu mensen rond de keizer komen, die ook zouden geloven in die ene ware God.

Als mensen huilden en klaagden: het gaat niet goed, juichte Paulus: het gaat juist wel goed. Het gaat fantastisch. Gods werk gaat door. Als mensen huilden omdat het zo donker om hen heen werd, liet Paulus hen weten, dat ze het licht van God niet in de wereld om hen heen moesten zoeken, maar dat ze Gods licht in hun eigen hart konden vinden. Als mensen huilden, omdat ze zich zo zwak voelden, riep Paulus hen toe, dat ze in hun hart moesten kijken en ontdekken, dat daar een onvoorstelbare kracht, macht en energie van God aanwezig was.

Vandaag roept de Bijbel ons toe om ook eens in ons eigen hart te kijken. Als een ongelovige dat echt zou doen, zou hij zich wezenloos schrikken. Hij zou zo meteen diep in de ogen van het monster - satan - kijken. Hij zou ontdekken, dat zijn hart een krocht van satan is. Maar als een gelovige in zijn hart kijkt - en doet u dat nu eens - dan zou hij zien, dat zijn hart een tempel is van Gods Geest; God Zelf woont in zijn hart; de Here Jezus is er; de Heilige Geest is er. En door de aanwezigheid van God, is Gods kracht, Gods licht, Gods liefde, Gods heiligheid, Gods heerlijkheid, ach alles wat van God is, in ons hart. Maar je moet wel iets doen. Je moet Gods kracht in je hart laten werken. Je moet niet beneveld zijn, want dan kun je Gods werk niet zien. Je moet goed kijken en je handen uitstrekken naar Gods kracht en die kracht van God in je hart laten werken.
v Moge ons gebed zijn: Heer, ik dank U, dat U ook mijn hart uitgekozen hebt, om in dat eenvoudige hart van mij met al Uw heerlijkheid te komen en mij te helpen om te leven als Uw kind. In en door Uw kracht ben ik sterk. In mijn zwakheid wordt Uw kracht openbaar. Ik geloof het wat de Bijbel zegt: "Ik vermag alle dingen in Christus die mij kracht geeft." (Philippenzen 4:13)


BEGINPAGINA | INFORMATIE | ARTIKELEN | NIEUWS UIT ISRAEL | BOEKEN | CD'S | STUDIES | ZOEKEN | LINKS
© Copyright 2001-2010 Stichting Het Licht des Levens