Wat wordt er van gelovigen verwacht? (Ephese 4)
|

Het voorbeeld van Paulus "Ik, die gevangen zit omwille van de Heer." (Ephese 4:1)
|
|
In Ephese 1 gaat het over wie en wat wij zijn als gelovigen. Daar lezen wij, dat wij heiligen en gelovigen zijn en dat wij één zijn in Messias Jezus. Het woord "Christus" is namelijk de Nederlandse weergave van "Messias". Overal in het Nieuwe Testament worden wij erop gewezen, dat wij verbonden zijn aan de Joodse Messias! Die eenheid waarover Paulus in Ephese 1 schrijft, hebben wij met elkaar en met Israël. Ook staat daar, dat wij door God geadopteerd zijn als Zijn kinderen. De conclusie is dan, dat wij toen wij nog niet gelovig waren een andere vader hadden.
Ook werd ons in dit hoofdstuk meegedeeld, dat wij verlossing en vergeving van zonden hebben en dat wij de Heilige Geest hebben ontvangen.
In Ephese 2 gaat het over ons leven toen wij nog niet gelovig waren en wordt ons meegedeeld, dat
de duivel onze oorspronkelijke vader was. Door ons geloof zijn wij echter overgegaan van het leven
met de duivel als vader in het leven met God als Vader.
Wij dragen niet langer de kenmerken van vader satan, maar dragen nu de kenmerken van de hemelse Vader.
|
In Ephese 3 wordt ons duidelijk gemaakt, dat wij als kinderen van God al een oudere broer hebben: Israël. Nu wordt ons verteld, dat wij door onze adoptie dezelfde rechten hebben als de oudere broer. Wij zijn mede erfgenamen met Israël en kijken uit naar nog vele zegeningen die ons wachten.
In Ephese 4-6 gaat het over wat het nu betekent om een kind van God te zijn.
In hoofdstuk 4 gaat het over wat het betekent om een kind van God te zijn in relatie met de wereld waar wij uit gekomen zijn, de heiden wereld.
In hoofdstuk 5 gaat het over wat het betekent om een kind van God te zijn in relatie met het gezinsleven, het familieleven.
In hoofdstuk 6 gaat het over wat het betekent om een kind van God te zijn in relatie met onze vorige vader, de duivel. Samengevat wil het dus zeggen: het gaat in de hoofdstukken 4-6 over de vraag hoe wij nu moeten leven. Het gaat om de vraag, wat God van ons vraagt in verband met ons leven, onze levenswandel.
Het voorbeeld van Paulus
"Ik, die gevangen zit omwille van de Heer." (Ephese 4:1)
Met deze woorden maakt Paulus duidelijk wat hij ervoor over heeft om een volgeling van de Here Jezus te zijn.
Hij heeft er alles voor over. Hij is bereid om bespot te worden, om veel ellende mee te maken, zoals schipbreuk
en nachten zonder slaap, hij is bereid om ervoor de gevangenis in te gaan en hij is bereid ervoor te sterven.
Dit vertelt hij niet zonder bedoeling.
| 1. | Hij houdt het ons voor als voorbeeld, opdat wij bereid zullen zijn ook zo nadrukkelijk de Heer te dienen, |
| 2. | én hij gebruikt als fundament om duidelijk te maken, waarom hij het recht en dus het gezag heeft, om bepaalde zaken van ons als gelovigen te vragen, die wij misschien niet zo leuk vinden. |
Een dringende vraag (:1)
"Een dringende vraag" is de vertaling van het Griekse woord parakaleo. Het heeft de gedachte in zich, dat Paulus ons bij zich roept, hij ontbiedt ons bij zich in de gevangenis, waar wij op de hoogte gesteld worden van de zichtbare offers die Paulus voor de Heer gebracht heeft, waarna hij ons kan toespreken, vermanen en aansporen om diezelfde weg te bewandelen. Tevens spreekt Paulus ons als rabbijn toe en geeft hij ons een les in de geestelijke levenswandel. Zijn toespraak is een onderwijzing in de weg, die wij moeten bewandelen, omdat God dit van ons vraagt. Terwijl hij ons zo toespreekt maakt hij duidelijk, dat er een sterke zegen van God over ons komt als wij gehoorzaam deze weg willen gaan. Die zegen zit in het woord troost, dat ook in dit Griekse woord zit. Het wordt namelijk ook voor de Heilige Geest gebruikt, die dan de "Trooster" genoemd wordt.
Ga de weg die past bij je roeping
"Ik vraag u dan ook dringend de weg te gaan
die past bij de roeping die u hebt ontvangen." (:1)
Hier komt de dringende vraag van Paulus: "Ga de weg, die hoort bij je roeping." Zo kan hij even later een dringend appèl op ons doen: "Op gezag van de Heer zeg ik u dus met klem: ga niet langer de weg van de heidenen met hun loze denkbeelden. In hun geest heerst duisternis en ze zijn vervreemd van het leven met God, omdat ze hem niet kennen en hun hart voor hem gesloten hebben. Afgestompt als ze zijn, geven ze zich over aan losbandigheid en storten ze zich in allerlei zedeloze praktijken." (:17 19)
De weg van de heidenen wordt gekenmerkt door:
| 1. | Heidense levenswandel losbandigheid en
zedeloosheid. |
| 2. | Heidens denken dat is de bron van hun
levenswandel. |
| 3. | Leven zonder God; ze kennen Hem niet; hun hart
is gesloten voor God maar wel geopend voor de duivel! |
| 4. | Leven in duisternis. Ze missen het licht van de
Here Jezus. |
Drie keer in deze brief schrijft Paulus over de weg die wij moeten gaan.
| 1. | Hier in Ephese 4:1 |
| 2. | In Ephese 5:1,2 "Volg dus het voorbeeld van God,
als kinderen die hij liefheeft, en ga de weg van de liefde, zoals Christus, die ons heeft liefgehad
en zich voor ons gegeven heeft als offer, als een geurige gave voor God." |
| 3. | In Ephese 5:15 "Let dus goed op welke weg u
bewandelt, gedraag u niet als dwazen maar als verstandige mensen." |
Paulus schrijft nu dus:
| 1. | Ga niet de weg die de heidenen gaan. |
| 2. | Ga de weg die hoort bij je roeping. |
Wat wordt er met onze "roeping" bedoeld? Wanneer zijn wij geroepen? Waar werden wij geroepen? Wie riep ons? Waar moesten wij vandaan komen toen wij geroepen werden en waar werden wij naar toe geroepen?
Door de vragen zo te stellen, wordt ons direct al veel duidelijk. Het gaat om het vervolg uit de eerdere hoofdstukken. Wij werden door God geroepen om in de Joodse Messias te geloven. Wij werden geroepen om onze afschuwelijke vader, de duivel, te verlaten en te gaan leven met een nieuwe Vader: de Here God. Wij werden geroepen om de wereld los te laten en ons te verbinden met het Joodse volk en de Joodse Messias.
De beschrijving van deze roeping vinden wij terug in een eerder vers "Moge uw hart verlicht worden, zodat u zult zien waarop u hopen mag nu Hij u geroepen heeft, hoe rijk de luister is die de heiligen zullen ontvangen." (Ephese 1:18) en in de volgende verzen: "Eén hoop op grond van uw roeping, één Heer, één geloof, één doop, één God en Vader." (:4 6a)
Duidelijk blijkt, dat het bij de roeping gaat over onze roeping uit de wereld en in het leven met God. Het is dus verbonden aan ons geloof, aan onze bekering, aan onze wedergeboorte, aan onze redding en aan het ontvangen van het eeuwige leven.
Hoe ziet die weg eruit?
"Wees steeds bescheiden, zachtmoedig en geduldig,
en verdraag elkaar uit liefde.
Span u in om door de samenbindende kracht van de vrede
de eenheid te bewaren die de Geest u geeft." (Ephese 4:2,3)
| 1. | Wees steeds bescheiden. Vorige vertaling: Wees
nederig. Het is de vertaling van het Griekse woord tapeinophrosune. Het is inderdaad bescheidenheid
en nederigheid. De grondgedachte die er achter zit, zo zou je kunnen zeggen, is, dat je een sterk
gevoel, een sterke overtuiging van je eigen kleinheid en je eigen geringheid hebt. Je verlangen is
om God te eren en Hem groot te maken. Je verlangen is om de Here Jezus te eren en groot te maken. Je
verlangen is om je oudste broer, Israël, te eren en groot te maken. Je verlangen is om je mede
broeders en zusters te eren en groot te maken. Voor dat doel heb je wat over. Je bent bereid zelf
een stapje opzij te doen, opdat de grootheid van die anderen zichtbaar zal worden. Je gaat de weg
van Johannes de Doper: Hij (de Here Jezus) moet groter worden en ik moet kleiner worden!
|
| 2. | Wees steeds zachtmoedig. Het is de vertaling van
het Griekse woord praotes. Het woord zegt, dat je als kind van God geleerd hebt om aan je karakter
te werken, zodat je zachtmoedig geworden bent, zodat je mild in je denken en spreken bent en zodat
je een vriendelijke uitstraling hebt. Je bent niet bits en hard en ongevoelig. Je leeft niet met een
kritische instelling. Je geeft niet steeds af op anderen, maar je denkt en praat op een heel
vriendelijke en milde wijze over je medebroeders en zusters. Dus niet afkeurend en negatief. |
Het betekent, dat je begrepen hebt, wat de Here Jezus bedoelde, toen Hij zei: "Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven. Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, want mijn juk is zacht en mijn last is licht." (Mattheus 11:28 30) De Here Jezus zei hier van Zichzelf, dat Hij zacht, liefelijk en vriendelijk is. Zo moeten ook wij zijn.
| 3. | Wees steeds geduldig. Het is de vertaling van
het Griekse woord makro-thu'mia. Eigenlijk is de meest correcte vertaling het woord "lankmoedig"
(NBG vertaling). Helaas kennen velen de betekenis van dit woord niet meer. Het betekent eigenlijk,
dat je "langzaam tot toorn" bent. Het wil gewoon zeggen, dat je niet zo snel boos bent op anderen
(en ook niet op jezelf). Je bent er zeker niet op uit om jezelf te wreken. In die betekenis heb je
geduld. Dat is: heb je geduld met anderen en met hun eventuele tekortkomingen. Je hebt genoeg aan je
eigen tekortkomingen en kent die maar al te goed. |
Van God staat er in de Bijbel, dat Hij geduldig is. Geduldig is een heel bijzondere uitdrukking (Exodus 34:6). In het Hebreeuws staan hier twee woorden: èrèch en appajiem. Het woord èrèch betekent "lang". Het woord appajiem is afgeleid van het korte Hebreeuwse woordje "aph" dat eigenlijk gewoon "neus" betekent. Het moet echter niet altijd met neus vertaald worden. Het wordt soms gebruikt in een betekenis die wij in onze taal "toorn", of "woede" noemen. Hoe kan het woord neus nou gebruikt worden voor "woede"? Heel eenvoudig. Als bij ons iemand in woede ontsteekt, zeggen wij soms ook, dat zijn neusvleugels beginnen te trillen, of dat hij met zijn neus begint te snuiven.
Het Hebreeuwse woord "aph" betekent echter niet alleen je hele neus, maar ook je neusgaten en je neusvleugels. Dit woord "aph" wordt soms op een manier gebruikt, dat wij haast een beetje zouden glimlachen. In Genesis 3:19 lezen wij "Zweten zul je voor je brood..." (NBV) In de NBG stond: "In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten..." Letterlijk staat er in het Hebreeuws: "Met het zweet in je neusgaten zul je je brood eten..." Zoals wij zeggen, dat wie zijn neus schendt, zijn aangezicht schendt, zo heeft de neus hier ook de betekenis van: je gezicht.
Nu wordt er van God gezegd, dat Hij èrèch appajiem is. Letterlijk vertaald wil dat eigenlijk zeggen, dat Hij een lange neus heeft. We begrijpen natuurlijk best, dat het hier niet gaat over een echt lange neus. Zo zeggen wij soms ook dat mensen "lange tenen" hebben, en bedoelen wij dit ook niet letterlijk. De lange neus wil zeggen, dat God niet snel boos is. Hij kán wel boos worden en Hij wordt soms ook boos, maar niet zo snel. Hij gaat niet zo snel vlugger ademhalen en Zijn neusvleugels beginnen niet zo snel te trillen. Ook begint Hij niet zo snel van boosheid te snuiven.
| 4. | Verdraag elkaar uit liefde. In het Grieks hebben
wij hier twee woorden: liefde en verdragen. Het woord liefde is de vertaling van het Griekse woord
agape. Het is het woord, dat in de Bijbel gebruikt wordt voor de liefde die door God in ons hart is
uitgestort. Het is liefde op een hoger niveau en van een heel ander karakter dan de liefde waarmee
ongelovigen elkaar liefhebben. Het is de liefde die de Bijbel als volgt omschrijft: "De liefde is
geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen
zelfgenoegzaamheid. Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het
kwaad niet aan, ze verheugt zich niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid. Alles
verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze." (1 Corinthe 13:4 7) |
Het woord verdragen is de vertaling van het Griekse woord anechomai. Het is een woord dat wil zeggen, dat je iets hoog in het vaandel hebt staan, zoals wij in onze taal zeggen. Het betekent gewoon, dat je iets omhoog houdt. Je tilt de liefde op en laat aan iedereen zien, dat je met en vanuit de liefde van God leeft en zo ook leven wilt.
| 5. | Span u in om door de samenbindende kracht van de
vrede de eenheid te bewaren die de Geest u geeft. |
Het woord inspannen, betekent ook, dat je ijverig bent. Het is de vertaling van het Griekse woord spoudazo. Het maakt duidelijk, dat je niet lui, langzaam of traag bent, maar dat je haast hebt en haast maakt. Je maakt er echt werk van om iets te bereiken in je geestelijk leven.
De uitdrukking "samenbindende kracht" is de vertaling van één Grieks woord: sundesmos, dat spreekt van een band, een onderlinge band die er is bij de gelovigen; een onderlinge verbondenheid. Die band die is er; die hebben wij. Het is de onderlinge verbondenheid van gelovigen "in de Here Jezus". Daarmee bedoelen wij: In de Here Jezus en in de verlossing die Hij ons gegeven heeft dus eigenlijk: een onderlinge verbondenheid door het kruis!
Vervolgens spreekt Paulus over de eenheid, die deze verbondenheid uitwerkt. Het is de vertaling van het Griekse woord henotes. Het spreekt zowel van eenheid als van eensgezindheid. Aan de gelovigen te Corinthe schreef Paulus dezelfde gedachte, maar met andere woorden. Hij schreef: "Broeders en zusters, in de naam van onze Heer Jezus Christus roep ik u op om allen eensgezind te zijn, om scheuringen te vermijden, om in uw denken en uw overtuiging volkomen één te zijn." (1 Corinthe 1:10) De apostel Petrus bracht het als volgt onder woorden: "Tot slot vraag ik u: Wees allen eensgezind, leef met elkaar mee, heb elkaar lief als broeders en zusters, wees barmhartig en bereid de minste te zijn." (1 Petrus 3:8)
Tenslotte maakt de Bijbel duidelijk, dat wij dit alles moeten "bewaren" (Grieks: tereo). We moeten oppassen, dat we het niet verliezen, niet kwijtraken. Het doet denken aan het bewaken en bewaren waarover al in het Oude Testament gesproken wordt, als daar staat, dat de Here onze Bewaker en Bewaarder is. Hij is onze sjomer (Hebreeuws), dat betekent, dat Hij als een politieagent over ons waakt. Zo moeten wij nu ook aan de slag. Als politieagenten moeten wij waken over de onderlinge eenheid en over de onderlinge vrede (Grieks: eirene). De sjaloom (Hebreeuws - het betekent: vrede door harmonie) moet zichtbaar zijn onder Gods kinderen. Er moet harmonie onder ons gevonden worden. Harmonie over God, over de Here Jezus, over de Heilige Geest, over de Bijbel, over de christelijke levenswandel. Wij moeten leven alsof wij een groot orkest zijn. Wij bespelen allemaal een instrument. Wij moeten echter wel de instrumenten op elkaar afstemmen, zodat niemand een vals geluid laat horen. Ook moeten we allemaal hetzelfde lied spelen. En we moeten allemaal in de maat blijven. Dan alleen wordt het iets moois. Dan moeten alle concertleden wel aanwezig zijn. Er komt geen mooi geluid uit de trompet van de muzikant die niet aanwezig is!
|