We moeten heilig zijn
|

‘Wees heilig, want Ik ben heilig.’ (1 Petrus 1:15,16)
|
|
"Leid een leven dat in alle opzichten heilig is, zoals Hij die u geroepen heeft heilig is. Er staat immers geschreven: 'Wees heilig, want Ik ben heilig.'" (1 Petrus 1:15,16)
Deze woorden betekenen dat God tegen ons zegt, dat wij moeten zijn zoals Hij is; wij moeten net zo heilig zijn als Hij is, wij moeten op dezelfde manier heilig zijn als Hij is. Wij mogen niet minder heilig zijn dan Hij is en wij moeten niet proberen op een andere manier heilig te zijn dan Hij is.
Wat is heiligheid?
De betekenis van het woord "heilig"
Velen denken, dat met heilig bedoeld wordt dat je zonder zonden bent. Dat is ook een vorm van heilig zijn, maar dat wordt hier niet bedoeld. Natuurlijk is God zonder zonden. Er wordt hier echter niet gedacht aan het feit dat God zonder zonden is. Het gaat om iets geheel anders.
Om te begrijpen wat met deze woorden bedoeld wordt, moeten wij weten, aan wie deze woorden in eerste
instantie geschreven waren. |
In het eerste vers van dit hoofdstuk lezen wij, dat de brief geschreven is aan mensen die als vreemdelingen in Pontus, Galatië, Kappadocië, Asia en Bitynië verblijven. Dit zijn dezelfde landen als de landen die in Handelingen 2 genoemd worden. Hier woonden veel Joden als vreemdelingen. Het Griekse woord vertelt, dat ze in de diaspora verbleven. Tevens worden zij "uitverkorenen" genoemd, wat duidelijk maakt, dat de brief niet geschreven is aan christenen uit de heidenen, maar aan christenen uit de Joden. De brief is geschreven aan mensen die goed op de hoogte zijn van de Joodse leer. Zij kennen de opdracht om heilig te zijn vanuit het Oude Testament (o.a. Leviticus 19:2) en weten wat dit betekent.
Het woord heilig is in het Hebreeuws kadosh. Het betekent heilig in de zin van apart gesteld, afgezonderd van het een en toegewijd aan het ander en daardoor op een bijzonder niveau: het niveau van heilig.
Van oudsher hebben de rabbijnen nagedacht over de vraag hoe een mens heilig kan leven. Zij meenden, dat kadosh (heilig) te maken had met peroesjim (afzondering). Het Hebreeuwse woord voor afzondering betekent echter niet, dat je gescheiden van de wereld, van de andere mensen, moet gaan leven. Het gaat erom, dat je het verschil weet tussen dat wat van God is en aan God toegewijd is en dat wat bij het gewone menselijke leven behoort. De rabbijnen zagen dit al in de schepping.
Alleen de mens kan heilig zijn
De mens is iets bijzonders in de schepping. Hij heeft bij Zijn schepping iets heel bijzonders van God meegekregen. Bij de wedergeboorte heeft de mens dit opnieuw ontvangen, zoals 2 Petrus 1:4 ons laat weten: de Goddelijke natuur.
Toen God de mens schiep, maakte Hij hem tot iets bijzonders. In vijf dagen schiep God allerlei wezens en zaken, die geen van alle Zijn beeld en gelijkenis waren en die geen van alle het niveau van de Goddelijke heiligheid konden bereiken. De aarde, de zon en de maan waren geroepen en bestemd om hun rondjes te draaien en zij konden daarvan niet afwijken. De bomen, de planten en de bloemen waren bestemd om op een vaste plaats te groeien en te bloeien en zij konden niet als aarde, zon en maan een rondje draaien. Het water kan stromen, tot ijs worden of verdampen, maar het kan zich niet vermenigvuldigen zoals de planten, de bloemen en de dieren. Vervolgens schiep God de dieren. Zij kunnen zich verplaatsen, zij kunnen zich vermenigvuldigen, maar ze kunnen zich niet ontwikkelen. Terwijl de mens steeds meer kennis kan vergaren, kan een dier dit niet. De vogel bouwt zijn nest op dezelfde manier zoals hij dit duizenden jaren geleden deed.
Op de zesde dag schiep God de mens, een heel uniek wezen. Het meest wonderlijke is, dat hij geschapen is naar het beeld en de gelijkenis van God. Er is geen plant of dier opgeroepen om zichzelf te heiligen, want dat kan hij niet. Maar de mens kan zichzelf heiligen. Hij kan zijn eigen leven onder controle houden en over zichzelf heersen, net zoals God over de wereld heerst.
Zo kan de mens met de andere mensen een koninkrijk van priesters vormen, priesters voor God. Deze opdracht kregen eerst de Israëlieten (Exodus 19:5,6) en later de volgelingen van de Here Jezus (1 Petrus 2:9).
God is heilig
God is almachtig en absoluut heilig. Toch houdt Hij contact met de wereld die in het boze ligt. God is niet vermengd met de wereld. Hij laat de wereld echter niet los. Zo dienen ook wij als heiligen te leven in de wereld, terwijl wij weten, dat wij niet van de wereld zijn. Het is nog opmerkelijker: God vult met Zijn heerlijkheid in zekere zin het ganse heelal, de wereld dus, terwijl Hij toch geen deel uit maakt van de wereld. Hij is heilig, Hij is afgezonderd. Zo moeten ook wij de wereld vullen met Gods heerlijkheid, terwijl wij tevens ons niet moeten vermengen met de wereld. Wij mogen ons niet los maken van de wereld, ons niet isoleren, ons niet verheffen boven de wereld. Wij mogen de wereld niet links laten liggen. Nee, wij krijgen juist opdracht om onze naaste lief te hebben als onszelf. Wij mogen niet als kluizenaars leven. Wij mogen ons niet in kloosters van de wereld afzonderen.
Abraham leefde als een heilige
Het grote voorbeeld van een heilig leven vinden wij bij Abraham. Hij leefde in een heidense wereld. Hij sprak met de mensen van de wereld. Hij had contact met hen en deed zaken met hen. En toch liet hij juist in zijn levenswandel zien, dat hij anders was, dat hij een andere God liefhad en diende dan zij deden. Hij zonderde zich echter niet af van de mensen om hem heen, maar had hen lief en zorgde voor hen. Zo sterk zelfs, dat hij voor hen oorlog voerde (Genesis 14).
De volgende tekst laat zien, dat heiliging verkregen wordt door gehoorzaam te zijn aan Gods opdrachten. "Heiligt u dan, en weest heilig, want Ik ben de HERE, uw God. Zo zult gij mijn inzettingen nauwgezet in acht nemen; Ik ben de HERE, die u heilig." (Leviticus 20:7,8)
"Zorg ervoor dat jullie heilig zijn, en blijf heilig, want ik ben de HEER, jullie God. Houd je aan mijn bepalingen en leef ze na; ik ben de HEER, ik heilig jullie." (NBV) Het gaat hierbij om het feit, dat wij God moeten liefhebben boven alles en onze naaste als onszelf.
God heiligen naar je naaste
Wat betekent het dat je je naaste liefhebt? Het betekent dat je hem al zijn bezittingen gunt, dat je niet jaloers op hem bent en dat je probeert het leven fijn en aangenaam voor hem te maken. Een bijzonder voorbeeld zien wij bij Jonathan. Hij wist, dat David zijn plaats als koning over Israël zou innemen (zie 1 Samuel 23:17). Toch was hij niet jaloers op David en bleef hij zijn vriend! Ja, hij had hem lief als zijn eigen ziel, zoals het in het Hebreeuws staat in 1 Samuel 20:17).
Het is droevig om te moeten constateren, dat de meeste Joden veel en veel meer ernst maken met de uitwerking van deze heiliging, dan de meeste christenen doen. De heiliging moet gebracht worden op het niveau van Gods heiligheid, want Hij zei: "Weest heilig, want Ik ben heilig."
Hoe toonde God, dat Hij "de naaste onder de mensen" liefhad? De rabbijnen wijzen op enkele belangrijke zaken:
Toen Adam en Eva in het paradijs geen kleding hadden, schonk God hun kleding. Hij zorgde voor de behoeftigen.
Toen Abraham (na de besnijdenis) ziek was, zocht God hem op. God deed aan ziekenbezoek.
Toen Izaak treurde vanwege de dood van zijn moeder, kwam God en troostte hem. God zorgde zelfs voor een vrouw voor Izaak.
Toen Mozes dood was, werd hij door God begraven.
Leef als een heilige!
Dit zijn zaken, die wij ook moeten doen. Wilt u heilig zijn? Bezoek dan eens een zieke! Help mensen die hulp nodig hebben. Zorg dat u er bij bent als mensen blij of bedroefd zijn. Kom door uw aanwezigheid troost brengen als er gelegenheid is om te condoleren. Probeer aanwezig te zijn in de dienst die gehouden wordt voorafgaande aan de begrafenis. Probeer mee te gaan naar het graf. Kom in een huwelijksdienst als dit mogelijk is. Ga naar de receptie om het bruidspaar te feliciteren. Doe wat de Bijbel zegt: Heb je naaste lief als je zelf. Wees blij met hen die blij zijn en toon je verbondenheid met hen die bedroefd zijn. Vraag uzelf af hoe u het zou vinden, als u een geliefde moest begraven, en uw vrienden u niet kwamen troosten op het condoleancebezoek. Vraag uzelf af hoe u het zou vinden, als u een blij moment had en uw vrienden u niet kwamen feliciteren, terwijl u hen toch uitgenodigd had.
Het is meer. Roddel niet over anderen. Roddelen is niet alleen praten over iets dat niet waar is, het is ook praten over iets dat wel waar is. Hoe zou u het vinden als er over u gepraat zou worden, zoals u misschien over anderen praat? Heb anderen lief, zoals u zo graag wilt, dat zij u liefhebben.
Bekritiseer anderen niet. Het is zo makkelijk om van een ander te zeggen dat hij fout is en waarin hij fout is. Wij weten echter nooit alle achtergronden en redenen. Lever geen kritiek. Laat zien, dat de Here Jezus de Koning van uw hart is!
Een bijzondere tekst en uitleg
Psalm 121:5 zegt heel mooi: "De HERE is uw Bewaarder, de HERE is uw schaduw aan uw rechterhand." "De HEER is je wachter, de HEER is de schaduw aan je rechterhand." (NBV) Dit is een regel uit een Hebreeuws "gedicht". In een Hebreeuws gedicht heeft de tweede regel te maken met de eerste regel. Hij kan de eerste regel verduidelijken, aanvullen, het tegenovergestelde zeggen. Hier wil het zeggen, dat in de tweede regel duidelijk gemaakt wordt hoe de HEER ons bewaart. Hij doet dit door onze schaduw te zijn.
Dit betekent het volgende. Het betekent, dat de Heer altijd met je meegaat, net zoals je schaduw altijd bij je is. De rabbijnen wijzen erop, dat zoals een schaduw precies hetzelfde doet als wat wij doen, zo God ook precies hetzelfde doet als wat wij doen. Zoals wij met anderen omgaan, zo gaat God met ons om. Zoals wij anderen behandelen, zo behandelt God ons. Als u liefde uitdeelt aan anderen, kan God u vullen met Zijn liefde. Als u op de een of andere manier liefdeloos bent tegen anderen, kan God u Zijn liefde niet schenken.
Enkele teksten
1. De heiliging heeft te maken met het feit, dat de geheiligden God toebehoren.
"Weest Mij heilig, want heilig ben Ik, de HERE, en Ik heb u afgezonderd van de volken, opdat gij Mij zoudt toebehoren." (Leviticus 20:26) Dit geldt zowel Israël als de Gemeente. "U bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van Hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht." (1 Petrus 2:9)
Juist in het gedeelte van 1 Petrus waar over de heiliging gesproken wordt, gaat het ook over onze redding. Wij moeten onze redding zichtbaar maken in een leven van heiliging. Zo begint in het Oude Testament ook het spreken over heiliging: "Want Ik ben de HERE, die u uit het land Egypte heb doen trekken, om u tot een God te zijn; weest heilig, want Ik ben heilig." (Leviticus 11:45) In het 44e vers wordt zelfs gezegd, dat je jezelf niet moet verontreinigen, dat is ontheiligen, door allerlei kleine zaken!
2. De heiliging heeft te maken met het feit, dat God bij Zijn volk woont. In verband met de tempel in het komende Messiaanse rijk: "Ik zal met hen een verbond des vredes sluiten, een eeuwig verbond met hen zal het zijn; Ik zal hun een plaats geven, hen vermeerderen en mijn heiligdom voor eeuwig te midden van hen stellen. Mijn woning zal bij hen zijn; Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. En de volken zullen weten, dat Ik, de HERE, het ben die Israël heilig, doordat mijn heiligdom voor eeuwig te midden van hen staat." (Ezechiel 37:26-28)
"Ik sluit met hen een vredesverbond, een verbond dat eeuwig zal duren. Ik zal hun een vaste woonplaats geven en hen talrijk maken; mijn heiligdom zal voor altijd in hun midden staan. Bij hen zal ik wonen; ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn. En de volken zullen beseffen dat ik, de HEER, Israël heilig doordat mijn heiligdom voor altijd in hun midden is."’ (NBV)
Zo woonde God eerst door middel van de tabernakel bij het volk Israël in de woestijn. Later door middel van de tempel. Nu woont Hij door middel van de Heilige Geest die ons als Zijn tempel verkozen heeft, ook in ons midden.
3. De heiliging behoort bij het normale christenleven. "Daar wij nu deze beloften bezitten, geliefden, laten wij ons reinigen van alle bezoedeling des vlezes en des geestes, en zo onze heiligheid volmaken in de vreze Gods." (2 Corinthe 7:1) "Omdat ons deze beloften zijn gegeven, geliefde broeders en zusters, moeten we onszelf reinigen van alle lichamelijke en geestelijke smetten en vol ontzag voor God ons hele leven heiligen." (NBV)
4. Zonder heiliging zul je eens "schade lijden". "Jaagt naar vrede met allen en naar de heiliging, zonder welke niemand de Here zal zien." (Hebreeën 12:14) "Streef ernaar in vrede te leven met allen en leid een heilig leven; wie dat niet doet zal de Heer niet zien."
Hier kan de vraag gesteld worden wanneer mensen die geen geheiligd leven hebben de Heer niet zullen zien. Wordt er bedoeld dat zij in het leven op aarde het zicht op de Heer kwijt zijn, of wordt bedoeld, dat zij straks in de hemel Hem niet zullen zien? Wordt bedoeld, dat zij wel behouden zullen zijn, maar Hem in de hemel niet zullen ontmoeten? Wordt hier verwezen naar het schade lijden in de hemel, terwijl men toch behouden is, zoals Paulus dit schrijft in 1 Corinthe 3:14,15?
Het antwoord op deze vraag wordt niet gegeven. Dat kan ons een verkeerd gevoel van gerustheid geven. Het kan ons ook aansporen om met meer gerichtheid ons te werpen op een geheiligd leven. Moge dit laatste bij ons allen het geval zijn!
|