BEGINPAGINA   |   INFORMATIE   |   ARTIKELEN   |   NIEUWS UIT ISRAEL   |   BOEKEN   |   CD'S   |    STUDIES   |   ZOEKEN   |   LINKS

Stichting Het Licht des Levens

 
menu
Artikelen

printversie
Elisa en de knapen van Bethel


'Meteen kwamen er twee berinnen uit het bos, die tweeënveertig van de kinderen verscheurden.' (2 Koningen 2:23 25)

"Van Jericho ging Elisa naar Betel. Toen hij naar de stad omhoog liep, rende een troep kinderen op hem af die hem uitlachten en schreeuwden: 'Kaalkop, kaalkop! Zet 'm op, zet 'm op!'
Elisa keek om, en toen hij de kinderen zag, vervloekte hij ze in de naam van de HEER. Meteen kwamen er twee berinnen uit het bos, die tweeënveertig van de kinderen verscheurden.
Vanuit Betel trok Elisa naar de Karmel, en van daar keerde hij naar Samaria terug." (2 Koningen 2:23 25)

Velen hebben moeite met deze geschiedenis. Zij vinden het barbaars dat een profeet - een man Gods - een stel kleine kinderen om wat kattenkwaad laat vermoorden. Zij vinden het beschamend, dat zoiets in de Bijbel is opgenomen. Dr. H.A. Brongers (in: De Prediking van het Oude Testament 2 Koningen) zegt: “We kunnen het inderdaad niet anders dan een humorloos verhaal noemen.” en: “De zware vervloeking staat natuurlijk in geen enkele verhouding tot de ernst van het ‘misdrijf’.” en: “Het komt ons voor, dat hier met een kanon op een mug wordt geschoten, met andere woorden, dat de situatie te donker beoordeeld wordt. Zou de eer van JHWH werkelijk door de plagerij van een paar kinderen worden aangetast?” Even later maakt hij duidelijk, dat hij de geschiedenis niet anders ziet dan als een legende. Is dat ook de correcte verklaring van wat hier plaats vond?  

Om te begrijpen waarover het hier gaat en wat er aan de hand is, moeten wij op enkele bijzonderheden letten, zoals wij hierna zullen doen. Want... hebben wij hier in de Bijbel echt wel zo’n vreemde geschiedenis, zoals het op het eerste gezicht lijkt?
 

Elisa is onderweg

Elisa kwam van de Jordaan, waar zijn meester Elia naar de hemel was gegaan. Het gaat hier dus over het vervolg van het leven en het werk van Elia, de afscheidsreis van Elia, de hemelvaart van Elia en de opvolger van Elia: Elisa, die nu de profetenmantel van Elia draagt. Elisa reisde de weg terug die hij eerst met Elia gemaakt had. Onderweg verrichtte hij steeds een wonder in de plaatsen waar hij kwam. Bij de Jordaan maakte hij een pad door het water. In Jericho maakte hij het water gezond. En hier in Bethel kwam het wonder met de berinnen.

Elisa was in Bethel. Wij kennen deze stad maar al te goed uit de Bijbel. In de steden Dan en Bethel had Jerobeam zijn gouden kalveren geplaatst. Hier werd de God van Israël niet gediend, hier werden de kalveren, de afgoden gediend. Terwijl Elisa hier in Bethel bij een deel van het volk van God was, was hij bij mensen die hun God niet meer dienden. Zij hadden God verlaten en hadden zich nadrukkelijk van God afgewend. Geen wonder, dat zij zich ook keerden tegen de knecht van God, Elisa!
 

De kinderen

Hoe oud waren de kinderen? Rabbijn Dr. I.W. Slotki in Soncino Books of the Bible vetaalt het Hebreeuwse woord ne’arim met “jonge personen”, dus: jonge mensen (enkelvoud: na’ar). Hij noemt hen geen “kinderen”. Hij verwijst naar 1 Koningen 3:7, waar Salomo bidt: “U, HEER, mijn God, hebt mij als opvolger van mijn vader David als koning aangesteld. Maar ik ben nog zo jong en ik heb geen ervaring.” Letterlijk zegt hij: “En nu, HEER, mijn God, hebt U Uw dienaar wel koning gemaakt in plaats van David, mijn vader, maar ik ben nog maar een kleine jongen en weet niet uit te trekken en thuis te komen.”

Hoewel velen denken aan een zeer jeugdige leeftijd waarop Salomo koning werd (namelijk: 12 jaar), lijkt dit toch niet voor de hand te liggen. Salomo is 40 jaar koning geweest. Als hij op 12 jarige leeftijd koning geworden zou zijn, stierf hij al op 52 jarige leeftijd. Hoe kan hij daarvóór zichzelf een oude man genoemd hebben (in het boek Prediker)? En zijn zoon Rehabeam moet dan geboren zijn toen Salomo nog maar 11 jaar oud was. Rehabeam besteeg de troon direct na Salomo’s overlijden en was toen al 41 jaar oud. Hoewel het niet onmogelijk is dat Salomo pas 10 jaar oud was toen hij trouwde, lijkt het toch niet voor de hand te liggen!

De NBG vertaling sprak over “een jonge man”. In 1 Koningen 12:10 wordt ook over jongemannen gesproken, die dan ongeveer dezelfde leeftijd als Rehabeam moeten hebben. Zij zijn echter zijn raadgevers, waardoor niet aan te jonge mannen gedacht zal moeten worden.

Izaak werd een na’ar genoemd, hoewel hij al 28 jaar was. De broers van Jozef noemden Benjamin ook een na’ar, een kleine jongen, hoewel hij toch al over de 30 was (Genesis 44:20). Jozef was 39 jaar oud en heette nog een na’ar. Mozes noemde Jozua ook een kleine jongen, terwijl Jozua ook al de 30 gepasseerd was (Exodus 33:11). En Rehabeam was al 40 en heette nog steeds een na’ar. Na’ar, “kleine jongen” betekent dan niet “jong in leeftijd”, maar “onervaren”. Zo zullen wij de knapen van Bethel ook moeten zien als “onervaren” op een bepaald terrein en niet als echt jonge jongetjes.

Waarin waren zij onervaren? In hun godsdienstig leven, zegt de Talmoed (Sotah 46b). Het waren jonge mannen, die de God van Israël niet dienden. Het waren jonge mannen, die zich niet aan de Torah, de wet van God hielden (zo zeggen Rashi en Redak). “Klein” betekent dan niet, dat ze klein van lengte of klein in leeftijd waren, maar dat zij klein van geloof waren.
 

Wat riepen zij?

Dr. C. van Gelderen (in: De Korte Verklaring) meent, dat Elisa ongeveer 30 jaar oud geweest zal zijn en dus nog niet echt kaal geweest zal zijn. En áls hij kaal geweest was, hadden de mensen dit niet kunnen zien, omdat men het hoofd altijd bedekt had. Hij meent, dat hun roepen meer de betekenis gehad heeft van “schooier”, “kale jakhals”. Elisa had dan wel de harige mantel van Elia bij zich en hij trad dan wel op als de opvolger van Elia, maar in hun ogen stelde hij niets voor.
 

Wat bedoelden zij?

De rabbijnen zeggen, dat zij Elisa met Elia vergeleken hebben. Elia was nog maar kort hiervoor ook in Bethel geweest, voordat hij naar de hemel zou gaan. Zij hadden dus nog niet zo lang geleden Elia gezien. En Elia zag er heel anders uit. “‘Hij was sterk behaard, ‘antwoordden ze, ‘en hij droeg een leren lendendoek.’ ‘Dan was het de Tisbiet Elia, ‘zei de koning.” (2 Koningen 1:8)
Met hun roepen bedoelden zij: Ga ook maar naar de hemel, net als Elia, dan zijn wij jou ook kwijt, want zulke Godsgezanten als jij bent, kunnen wij missen als kiespijn. Zo spotten zij zowel met Elia als met Elisa. Zij maakten duidelijk, dat zij blij waren, dat zij van Elia verlost waren en hoopten, dat ze spoedig ook van Elisa verlost zouden worden.

Waarom waren zij zo anti Elisa? De Talmoed (Sotah 46b) wijst erop, dat Elisa hiervoor in Jericho geweest was en daar het onzuivere water gemaakt had tot drinkbaar water. De Talmoed zegt, dat mensen uit Bethel en dat moeten dan met name deze jonge mannen geweest zijn hun brood verdienden door drinkwater uit Bethel te brengen naar de mensen van Jericho. Nu hadden deze mannen hun broodwinning verloren en waren zij boos op Elisa, die zij de schuld ervan gaven. Zij realiseerden zich niet, dat zij ander werk zouden kunnen gaan doen en dat zij blij moesten zijn voor de mensen van Jericho. Zij dachten niet aan het feit, dat God Zelf een wonder verricht had. Zij hadden geen oog voor God en geen oog voor het werk van God.
 

De straf

Elisa vervloekte hen niet omdat zij hem belachelijk maakten, maar omdat zij zo duidelijk hun afkeer van God lieten blijken. Het feit, dat hij hen vervloekte in de Naam van de Heer maakt duidelijk, dat hij de scheldpartij niet opgevat heeft als een persoonlijke belediging van hemzelf, maar als een kwetsing van God Zelf.
 

De berinnen

Wij zijn zo gewend aan deze geschiedenis, dat wij waarschijnlijk niet eens in de gaten hebben, dat hier iets wonderlijks aan de hand is. Want... sinds wanneer waren er beren in het land van Israël? We lezen meerdere keren over allerlei dieren die er waren, maar slechts nog één keer over beren (1 Samuel 17:34 36). De Talmoed wijst erop, dat het een heel ongebruikelijk gebeuren is, dat hier beren waren. Klaarblijkelijk waren het beren, die speciaal door God gezonden zijn, waardoor het extra duidelijk is, dat hier een straf van God gekomen is. God stuurde zo maar een paar beren naar Bethel.
Hoeveel berinnen waren er? Twee. Rabbi Shmuel Yerushalmi (in Me’am Loéz) wijst erop, dat het aantal berinnen gelijk is aan het aantal profeten dat bespot werd: twee. Hij zegt, dat de twee berinnen hier de vertegenwoordigers zijn van de twee grote profeten: Elia en Elisa.

De letterlijke vertaling van het tweede deel van dit vers luidt: “Er komen twee berinnen het woud uit en die verscheuren van hen tweeënveertig kinderen.” Dit getal komen we later nog een keer tegen: “‘Grijp ze levend!’ beval Jehu, en de broers van Achazja werden gegrepen en bij de put van Bet–Eked ter dood gebracht. Ze waren met tweeënveertig man, en niet één bleef in leven.” (2 Koningen 10:14) Het is het getal dat wij tegenkomen als de tijd van de grote verdrukking beschreven wordt: 42 maanden (Daniël 7:25 en Openbaring 11:2; 13:5).

Rabbi Shmuel Yerushalmi zegt tevens, dat het aantal gestrafte jongeren gelijk is aan de getalswaarde van de uitdrukking “van hen” in dit vers. Dit getal wijst naar de woorden Torah en heiligheid, aldus deze rabbijn. In dit getal wordt dan weergegeven, dat deze jongeren geen enkel begrip van Gods wet noch van Gods heiligheid meer hadden.

De Interpreter’s Bible wijst erop, dat wij niet moeten zeggen, dat Elisa deze berinnen gestuurd heeft en dat hij dus de veroorzaker van deze straf is. Er staat alleen dat hij hen vervloekte in de Naam van de Heer. Er staat niet, wat hij gezegd heeft en ook niet, dat hij de berinnen opgeroepen heeft om te komen. Het is daarom niet Elisa geweest die de berinnen opdracht gaf om de jongemannen te straffen. God Zelf heeft dit gedaan!
 

Wat is "verscheurd"?

Jackson wijst erop, dat zij niet perse gedood hoeven zijn door de berinnen, maar dat zij ook ernstig verwond geweest kunnen zijn.
 

Een geestelijke les

Er valt een geestelijke les te leren uit deze geschiedenis. De jonge mannen uit Bethel staan model voor jonge en oudere mensen uit onze eigen tijd, die niets meer met God te maken willen hebben en de spot drijven met hen die God trouw dienen, ja, die zelfs ook de spot drijven met God Zelf. Het lijkt of ze ongestraft hun spot kunnen bedrijven. Eens zal Gods straf toch komen.

De apostel Petrus waarschuwt: “Vergeet vooral niet dat er aan het einde van de tijd spotters zullen komen, die hun eigen begeerte volgen en smalend vragen: ‘Waar blijft Hij nu? Hij had toch beloofd te komen? De generatie voor ons is al gestorven, maar alles is nog steeds zoals het sinds het begin van de schepping geweest is.’” (2 Petrus 3:3,4)

Daarom hebben wij hier een duidelijke les voor jongeren en voor ouderen, om dicht bij God te blijven, niet van Hem en niet van Zijn wegen af te dwalen, geen eigen manier om God te dienen te bedenken, maar trouw voort te gaan op het pad van de Heer.


BEGINPAGINA | INFORMATIE | ARTIKELEN | NIEUWS UIT ISRAEL | BOEKEN | CD'S | STUDIES | ZOEKEN | LINKS
© Copyright 2001-2010 Stichting Het Licht des Levens