Geloof (Hebreeën 10 : 37 - 11 : 6)
|

"Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet."
Hebreeën 11:1
|
|
"37 Want nog een korte, korte tijd, en Hij, die komt, zal er zijn en niet op Zich laten wachten,
38 en mijn rechtvaardige zal uit geloof leven; maar als hij nalatig wordt, dan heeft mijn ziel in hem geen welbehagen.
39 Doch wij hebben niets van doen met nalatigheid, die ten verderve leidt, doch met geloof, dat de ziel behoudt.
1 Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet.
2 Want door dit geloof is aan de ouden een getuigenis gegeven.
3 Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare.
4 Door het geloof heeft Abel Gode een beter offer gebracht dan Kain; hierdoor werd van hem getuigd, dat hij rechtvaardig was, daar God getuigenis gaf aan zijn gaven, en hierdoor spreekt hij nog, nadat hij gestorven is.
5 Door het geloof is Henoch weggenomen zodat hij de dood niet zag, en hij werd niet meer gevonden, want God had hem weggenomen. Want voordat hij werd weggenomen, is van hem getuigd, dat hij Gode welgevallig was geweest;
6 maar zonder geloof is het onmogelijk Hem welgevallig te zijn. Want wie tot God komt, moet geloven, dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken." (Hebreeën 10:37-11:3)
|
De betekenis van het woord "geloof"
Voor velen is "geloven" hetzelfde als "niet zeker weten": het kan zo zijn, het kan ook niet zo zijn. Je helt over naar de overtuiging dat het wel zo is, maar je bent er niet zeker van. In de Bijbel heeft het woord "geloof" een geheel andere betekenis. Het wordt met verschillende woorden in onze Bijbel vertaald: geloof, overtuiging, waarheid, verzekering, leer, trouw en vertrouwen. Het betekent, dat je overtuigd bent van de waarheid van een bepaald feit, dat je een echt vertrouwen in iets of iemand stelt, dat je trouw aan iets of iemand bent, dat een bepaald feit een zekerheid voor je is.
"Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet." (Hebreeën 11:1)
Velen menen, dat twijfel een gezonde zaak is. Er zijn heel wat preken gehouden over het nut en de zegen van de twijfel. Dit is onbijbels. Twijfel is zonde. Teksten als Mattheus 21:21; Romeinen 14:23 en Jacobus 1:6 maken ons duidelijk, dat je als christen niet mag twijfel. Ook het feit, dat de vader van een bezeten jongen in een ogenblik van twijfel zei: "Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp!" betekent niet, dat wij ook met ongeloof mogen leven.
a) Er is in de Bijbel zelfs sprake van het geloof VAN God.
"Want wat is het, al zijn sommigen ongelovig geweest? Zal hun ongelovigheid het geloof van God te niet doen? (Romeinen 3:3 S.V.) "Wat toch is het geval? Als sommigen ontrouw geworden zijn, zal dan hun ontrouw de trouw Gods tenietdoen?" (NBG) Het "geloof" van God is Zijn trouw aan het Joodse volk, ondanks hun ontrouw. Het "geloof" van God is dus eigenlijk de "trouw" van God. Hoewel Israël niet trouw aan Hem gebleven is, blijft Hij wel trouw aan Israël.
b) Er is in de Bijbel ook sprake van het geloof VAN de Here Jezus.
Mijn broeders, hebt niet het geloof van onzen Heere Jezus Christus, den Heere der heerlijkheid, met aanneming des persoons. (Jacobus 2:1 Statenvertaling) Mijn broeders! Weet toch geen aannemers van de personen, ten aanzien van het heerlijk geloof van onze Heere Jezus Christus!(Jacobus 2:1 Palm) "Mijn broeders, houdt uw geloof in onze Here der heerlijkheid, Jezus Christus, vrij van aanzien des persoons." (NBG)
"Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid Gods openbaar geworden, waarvan de wet en de profeten getuigen, en wel gerechtigheid Gods door het geloof in (letterlijk: van zie S.V.) Jezus Christus, voor allen, die geloven; want er is geen onderscheid." (Romeinen 3:21,22; zie ook 3:26 en Phil. 3:9) Het geloof VAN de Here Jezus betekent ook, dat Hij een absoluut vertrouwen in de Vader in de hemel had.
Wie en wat moeten wij geloven?
De Bijbel spreekt over:
1. Wij moeten de Schrift (de Bijbel) geloven.
"Toen Hij dan opgewekt was uit de doden, herinnerden zijn discipelen zich, dat Hij dit gezegd had, en zij geloofden de Schrift en het woord, dat Jezus gesproken had." (Johannes 2:22) " Hoe kunt gij tot geloof komen, gij, die eer van elkander behoeft en de eer, die van de enige God komt, niet zoekt? Denkt niet, dat Ik u zal aanklagen bij de Vader; uw aanklager is Mozes, op wie gij uw hoop gevestigd hebt. Want indien gij Mozes geloofdet, zoudt gij ook Mij geloven, want hij heeft van Mij geschreven. Maar indien gij zijn geschriften niet gelooft, hoe zult gij mijn woorden geloven?" (Johannes 5:44-47) Er staat niet, dat mensen alleen in de Bijbel geloofden, maar ook dat zij de Bijbel geloofden. Dat betekent, dat de Bijbel het betrouwbare Woord van God voor hen is, dat absoluut de waarheid spreekt en gezag in hun leven had. Zij wisten, dat Het Woord door God geschonken was, waardoor de inhoud voor hen een absolute zekerheid was. Dat moet het ook voor ons zijn.
N.B. "Mozes" is hier niet slechts de persoon Mozes, maar er worden ook de boeken van Mozes bedoeld, de Torah, dat zijn de boeken Genesis t/m Deuteronomium.
2. Wij moeten IN God geloven.
Heel opmerkelijk wordt er op verschillende manieren gesproken over ons geloof in God.
a) In God: "En Jezus antwoordde en zei tot hen: Hebt geloof in God." Letterlijk: "Geloof God". (Marcus 11:22; zie ook "Geloof degene die Mij gezonden heeft" Johannes 5:24; "Geloof in (Grieks: eis, zie hieronder) Hem die Mij gezonden heeft" 6:29; "Geloof in (Grieks: eis) God"14:1; "Abraham geloofde God" Romeinen 4:3; Jacobus 2:23)
b) Op God: "Want uit uw midden heeft het woord des Heren weerklonken niet alleen in Macedonie en Achaje, maar allerwegen is uw geloof, dat zich op (Grieks: pros) God richt, bekend geworden, zodat wij daarvan niets behoeven te zeggen." (1 Thessalonicen 1:8) (Grieks: pros = "gericht op") "Hij was van tevoren gekend, voor de grondlegging der wereld, doch is bij het einde der tijden geopenbaard ter wille van u, die door Hem gelooft in [Grieks: eis = op]God, die Hem opgewekt heeft uit de doden en Hem heerlijkheid gegeven heeft, zodat uw geloof tevens hoop is op [eis] God." (geloof op God gericht - 1 Petrus 1:20,21)
Wij moeten geloven dat Hij (er) is (Hebreeën 11:6).
Wij moeten geloven, dat Hij de Schepper van het heelal is (Hebreeën 11:3).
Wij moeten geloven, dat Hij de Koning (regeerder) van het heelal is en Zijn schepselen ter verantwoording zal roepen om hen te belonen of te straffen (vgl. Hebreeën 11:6).
Wij moeten geloven, dat God liefde is en mensen door de Here Jezus, die Hij als Redder naar de aarde zond, eeuwig leven wil schenken.
N.B. Bij geloof in God is GEEN PLAATS voor geloof in het ontstaan van het ganse heelal door toeval en/of evolutie. Je kunt niet gelijktijdig in God geloven en zeggen, dat Hij NIET de Schepper van het heelal is. Wat is Hij dan nog wel?
"Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door het woord Gods tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare." (Hebreeën 11:3) Het BOEK: "Door het geloof weten wij dat het heelal door een woord van God gemaakt is; dat het zichtbare uit het onzichtbare is voortgekomen." Wie in de evolutietheorie gelooft, is geen christen die in de God van de Bijbel gelooft.
3. Wij moeten IN de Here Jezus geloven.
In de Griekse taal worden drie voorzetsels gebruikt in verband met de Here Jezus en ons geloof: en, eis, epi.
Het Griekse voorzetsel "eis". De betekenis is: "tot", "in", "tot-in", "naar", "voor", "onder", "op". Dit voorzetsel vertelt op wie wij ons geloof gericht hebben. Wij moeten ons geloof richten OP de Here Jezus. "Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in (Grieks: eis) zijn naam geloven." (Johannes 1:12) "... opdat een ieder, die gelooft, in (Grieks: en, zie hierna) Hem eeuwig leven hebbe. Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in (Grieks: eis) Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Wie in (Grieks: eis) de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven; doch wie aan [dit voorzetsel staat niet in het Grieks. Hier staat helemaal geen voorzetsel.] de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op (Grieks: epi, zie hierna) hem." (Johannes 3:15,16,36) Geloof dat gericht is OP de Here Jezus spreekt van de individuele mens, die zijn redding bij de Here Jezus zoekt en naar Hem kijkt om redding te ontvangen. Het is de mens die net als degenen die door de vurige slangen gebeten waren, naar de koperen slang keken om gered te worden (Johannes 3:14).
Het Griekse voorzetsel "epi". De betekenis is: "op", "bij", "over", "naar". Dit voorzetsel vertelt ons, naar wie wij in ons geloof toe gaan. Het vertelt, dat wij in beweging gekomen zijn en ons bij de Heer vervoegd hebben.
"Zie, Ik leg in (Grieks: en, zie hierna) Sion een steen des aanstoots en een rots der ergernis, en wie op (Grieks: epi) hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen." (Romeinen 9:33) In het Grieks staat niet: "Wie op Hem zijn geloof bouwt, maar "wie op Hem gelooft". "Immers het schriftwoord zegt: Al wie op Hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen." (Romeinen 10:11) ["En verder zegt Jesaja: Komen zal de wortel van Isai, en Hij, die opstaat, om over de heidenen te regeren; op (Grieks: epi) Hem zullen de heidenen hopen." (Romeinen 15:12)] Mensen die hun geloof bouwen op de Here Jezus komen in beweging. Zij gaan "bouwen". Zij zijn als de mensen die naar Sion toegaan en dan merken, dat zij daar ontvangen wat zij er verwacht hadden.
Het Griekse voorzetsel "en". De betekenis is: "in", "door", "met". Dit voorzetsel gaat uit van een vast punt voor wat betreft tijd, plaats en ruimte. Wij moeten geloven IN de Here Jezus. Dit voorzetsel wil nu zeggen, dat wij door ons geloof in Hem in een situatie van rust terecht gekomen zijn. Wij hebben rust en vrede in en bij Hem gevonden. "Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, dat is, niet meer mijn ik, maar Christus leeft in (Grieks: en) mij. En voor zover ik nu nog in (Grieks: en) het vlees leef, leef ik door (Grieks: en) het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven." (Galaten 2:20) "Want gij zijt allen zonen van God, door het geloof, in (Grieks: en) Christus Jezus." (Galaten 3:26) Geloof IN de Here Jezus wijst op de rust die onze ziel gevonden heeft in Hem. Mensen die zo geloven in de Here Jezus hebben een bijzondere vrede in hun hart ontvangen. "En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus." (Philippenzen 4:7)
Deze drie voorzetsels laten ons zien, wat het geloof betekent:
1. Wij geloven "in" Hem, d.w.z. ons geloof is op de Here Jezus gericht. Wij keken naar Hem. Je vertrouwt Hem en verwacht, dat Hij je zal geven, wat Hij beloofd heeft.
2. Wij bouwen ons geloof "op" Hem. Wij gingen naar Hem toe. Je komt in beweging. Je gaat geloven. Je wordt gelovig.
3.Wij geloven "in" Hem, d.w.z. wij vonden rust en vrede bij Hem.
Waarop richt zich ons geloof in de Here Jezus?
1. Geloof in Zijn bloed. "Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddel door het geloof, in zijn bloed, om zijn rechtvaardigheid te tonen, daar Hij de zonden, die tevoren onder de verdraagzaamheid Gods gepleegd waren, had laten geworden." (Romein 3:25) Je kunt lezen: Verzoening in (door) Zijn bloed Geloof in Zijn bloed Het is beide! Hier hebben wij het beeld van de Grote Verzoendag als in het Heilige der Heiligen het verzoenende bloed gesprenkeld werd van boven de ark naar beneden en er verzoening voor het gehele volk gedaan werd.
2. Geloof in Zijn Naam. (Johannes 1:12 en 2:23) Zijn Naam is "Jezus" (Jeshua = redding, heil). Wie in Zijn Naam gelooft, gelooft, dat Hij DE ENIGE Redder is. Wie dat gelooft, gaat in geloof dan ook naar Hem toe om die redding te ontvangen.
3. Geloof in Hem als de Zoon van God. (Johannes 3:36; 9:35; 16:27) Wij moeten niet slechts geloven, dat Hij ooit geleefd heeft en wonderen gedaan heeft en aan het kruis gestorven en daarna uit de dood opgestaan is. Wij moeten niet slechts geloven dat Hij de Zoon van Maria is. Wij moeten geloven in Zijn bijzondere relatie tot God de hemelse Vader!
4. Geloof in Hem als de Messias (van Israël). "Jezus zei tot haar: Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft zal leven, ook al is hij gestorven, en een ieder, die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven; gelooft gij dat? Zij zei tot Hem: Ja, Here, ik heb geloofd, dat Gij zijt de Christus, de Zoon van God, die in de wereld komen zou." (Johannes 11:25-27) "Jezus heeft nog wel vele andere tekenen voor de ogen zijner discipelen gedaan, die niet beschreven zijn in dit boek, maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat gij, gelovende, het leven hebt in zijn naam. Johannes 20:30,31) Als Hier over "de Christus" gesproken wordt, is dat de vertaling van "de Messias". Dat is: de Joodse Messias. Dat is degene, die zou doen wat Jesaja 53 aangekondigd had en door middel van verzoening mensen zou terugbrengen bij God.
Dat betekent:
a. Hij brengt mensen terug bij God.
b. Hij is de Joodse Messias.
Geloof in de Here Jezus leidt tot geloof in God
Geloof in de Here Jezus brengt je automatisch tot geloof in God. "En hij leidde hen naar buiten en zeide: Heren, wat moet ik doen om behouden te worden? En zij zeiden: Stel uw vertrouwen op de Here Jezus en gij zult behouden worden, gij en uw huis. En zij spraken het woord Gods tot hem in tegenwoordigheid van allen, die in zijn huis waren. En in datzelfde uur van de nacht nam hij hen mede om hun striemen af te wassen, en hij liet zichzelf en al de zijnen terstond dopen; en hij bracht hen naar boven in zijn huis en richtte een tafel aan, en hij verheugde zich, dat hij met zijn gehele huis tot het geloof in God gekomen was." (Handelingen 16:30-34)
"Stel uw vertrouwen op de Here Jezus en gij zult behouden worden". Letterlijk: "Geloof naar de Here Jezus." Dat is: "Kom in beweging. Ga met je geloof naar de Here Jezus toe (epi)."
Letterlijk: "Hij was verheugd, dat hij met zijn hele huis God was gaan geloven." Toen hij de Here Jezus zag, zag hij God ook. Dat is: Jezus is DE WEG (Johannes 14:6). Velen willen VIA GOD bij de Here Jezus komen. De Bijbel zegt: Je moet VIA DE HERE JEZUS bij God komen!
De zegen die het geloof een mens schenkt
God doet een groot werk aan je ziel "Doch wij hebben niets van doen met nalatigheid, die ten verderve leidt, doch met geloof, dat de ziel behoudt." (Hebreeën 10:39) a. NU hebben wij de behoudenis van onze ziel. b. STRAKS IN DE HEMEL hebben wij de verlossing van ons lichaam. "Want wij zijn burgers van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als verlosser verwachten, die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt, naar de kracht, waarmede Hij ook alle dingen Zich kan onderwerpen." (Philippenzen 3:20,21) Ons lichaam is nu nog, net als de rest van de schepping aan de gevolgen van de zonde onderworpen.
Je ontvangt eeuwig leven (Johannes 5:24; 6:47)
Je krijgt de heerlijkheid van God te zien "Jezus zei tot haar: Heb Ik u niet gezegd, dat gij, indien gij gelooft, de heerlijkheid Gods zien zult?" (Johannes 11:40) N.B. De Jezus openbaarde niet Zijn eigen heerlijkheid, ook niet de heerlijkheid van de Heilige Geest, maar van de Vader. Velen hebben tegenwoordig geen of weinig aandacht voor de hemelse Vader. Er is bij velen een onbijbelse aandacht en verheerlijking van de Heilige Geest. Dat hoort niet bij het Bijbelse geloof. Bij het Bijbelse geloof wordt Gods heerlijkheid in jouw leven openbaar.
Waar ziet de gelovige Gods heerlijkheid?
In de schepping. "De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt het werk zijner handen." (Psalm 19:1) In de Bijbel. De Bijbel laat ons veel zien van Gods heerlijkheid, zoals bijvoorbeeld in de volgende teksten: "De verschijning van de heerlijkheid des HEREN was als verterend vuur op de top van de berg ten aanschouwen van de Israëlieten." (Exodus 24:17) "En de wolk bedekte de tent der samenkomst, en de heerlijkheid des HEREN vervulde de tabernakel, zodat Mozes de tent der samenkomst niet kon binnengaan, want de wolk rustte daarop, en de heerlijkheid des HEREN vervulde de tabernakel." (Exodus 40:34,35) In de Here Jezus. Hij zei: "Nu is de Zoon des mensen verheerlijkt en God is in Hem verheerlijkt. Als God in Hem verheerlijkt is, zal God ook Hem in Zich verheerlijken, en Hem terstond verheerlijken." (Johannes 13:31,32) In de Gemeente, dat is dus ook: In de medegelovigen. "En wij allen, die met een aangezicht, waarop geen bedekking meer is, de heerlijkheid des Heren weerspiegelen, veranderen naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid, immers door de Here, die Geest is." (2 Corinthe 3:18) In onze gebeden. "Gij, die de HERE vreest, looft Hem, verheerlijkt Hem, gij ganse nageslacht van Jakob, en hebt ontzag voor Hem, gij ganse nageslacht van Israël." (Psalm 22:23; Romeinen 15:6; Johannes 14:13) In en met ons lichaam. "Gij zijt gekocht en betaald. Verheerlijkt dan God met uw lichaam." (1 Corinthe 6:20) In de hemel. "Maar hij (Stephanus), vol van de heilige Geest, sloeg de ogen ten hemel en zag de heerlijkheid Gods en Jezus, staande ter rechterhand Gods." (Handelingen 7:55)
|