Bijbels bidden, deel 1 (Lucas 11 : 1-4)
|

"Zij verzamelden zich bij de tabernakel en waren met hun gezichten en harten gericht op de ark des verbonds, ook al konden zij die niet zien. Zo
kwamen zij God raadplegen."
|
|
"En het geschiedde, terwijl Hij ergens in gebed was, dat één van de discipelen, toen Hij ophield, tot Hem zei: Here, leer ons bidden, zoals ook Johannes zijn discipelen geleerd heeft. Hij zei tot hen: wanneer gij bidt, zegt: Vader, Uw Naam worde geheiligd; Uw Koninkrijk kome; geef ons elke dag ons dagelijks brood; en vergeef ons onze zonden, want ook wijzelf vergeven een ieder, die ons iets schuldig is; en leid ons niet in verzoeking." (Lucas 11:1-4)
Een arme man kwam eens bij een rabbijn en vertelde van de nood in zijn leven. De rabbijn zei: "Bid tot God. Hij zal je zeker verhoren." "Ik kan niet bidden", zei de arme man. Vol medelijden zei de rabbijn: "Ja, dan ben je wel heel arm."
Bidden blijkt heel moeilijk te zijn. Er staan beloften in de Bijbel, die enorme gebedsverhoringen
beloven, terwijl de meesten van ons waarschijnlijk dergelijke gebedsverhoringen nooit meemaken. |
De Bijbel zegt, dat je alles mag vragen en dat je alles zult krijgen, maar wij vragen en krijgen lang niet alles wat wij willen. Wat mankeert er aan ons bidden? Wat is bidden en hoe moeten wij bidden? Jacobus schrijft: "Gij hebt niets, omdat gij niet bidt. Of, gij bidt wel, maar gij ontvangt niet, doordat gij verkeerd bidt..." (Jacobus 4:2,3) Aan welke voorwaarden moet je gebed voldoen om gebedsverhoring te krijgen?
Laat de Bijbel zien, hoe je moet bidden? Zoals de leerlingen van Johannes de Doper aan hun leraar vroegen hoe zij moesten bidden, zo vroegen ook de leerlingen van de Here Jezus dit aan Hem. Wij stellen dezelfde vraag en kijken naar wat de Bijbel over het gebed zegt.
Wat is bidden?
Het Hebreeuwse woord voor gebed is tefilla. Het is afgeleid van een stam die "rechtspreken", "strijden" betekent. In de wederkerige vorm betekent het "met jezelf strijden" en "rekening en verantwoording afleggen van wat er in godsdienstig opzicht in je omgaat." Wie dit weet, begrijpt de volgende woorden van de apostel Paulus veel beter: "Maar, broeders, ik vermaan u bij onze Here Jezus Christus en bij de liefde des Geestes, om samen met mij te worstelen in den gebede voor mij tot God." (Romeinen 15:30) en "Epafras laat u groeten, die een der uwen is, een dienstknecht van Christus Jezus, altijd in zijn gebeden voor u worstelende, dat gij moogt staan, volmaakt en verzekerd bij alles wat God wil." (Colossenzen 4:12)
Bidden is dus veel meer dan alleen maar een aantal vragen bij God neerleggen. Het is ook veel meer dan een verzoek om hulp. Bidden is het strijdtoneel betreden. Bidden is een gevecht; geen gevecht met God, maar een gevecht met jezelf. Bidden is vragen, smeken, pleiten, bij God in beroep gaan. Bidden is in gesprek gaan met God. Bidden is praten met God. Bidden is ook God eren, loven en prijzen voor wie Hij is en voor wat Hij doet of gedaan heeft. Bidden is God danken voor zegeningen die Hij jou geschonken heeft. In het gebed zoals de Bijbel ons leert bidden, kom je niet alleen met je vreugde en je verdriet, maar spreek je ook je Godsvertrouwen uit! Hoewel het lijkt of wij bij het bidden alleen spreken tegen God en hoewel velen op die manier bidden, is echt bidden in feite een gesprek met God aangaan, waarbij God door Zijn Heilige Geest via de Bijbel en via het gebed zelf weer tot ons kan spreken.
In het gebed beleven wij, dat wij een relatie hebben met God. Wij beleven in het gebed ook de relatie met medegelovigen. Wij bidden immers niet alleen. Zij bidden ook! En het mooiste is, als wij allen dezelfde gebeden tot God opzenden! Terwijl het geloof zelf in feite geen zaak van ons gevoel maar juist van ons verstand is (waarbij ons hart en ons verstand samen belijden, wie Hij is en dat wij van Hem zijn), gaan wij in het gebed juist het contact met God voelen. Hier mag je iets beleven. Hier word je opgetild uit en boven het aardse en het dagelijkse en treed je in een ontmoeting met de heilige God. Door het gebed treed je als het ware Gods wereld binnen! In die ontmoeting spreek je tot Hem en spreekt Hij tot jou. Zo praat je dus met God en luister je naar God. Hij heeft (gelukkig!) ons ook iets te zeggen. Ja, Hij heeft ons heel veel te zeggen. De vraag is, wie in ons gebed het meest te zeggen heeft: God of wij. De vraag is, wat een goed gebed is; een gebed waarin God het meest zegt, of een gebed waarin de bidder het meest zegt. Het gebed zoals de Bijbel het ons leert, de tefilla, is een gebed, waarin in de eerste plaats God aan het woord is!
Een mooi voorbeeld van het spreken van God in en door het gebed hebben wij bijvoorbeeld in Psalm 25, waarvan wij de eerste verzen citeren. "Van David. Tot U, HERE, hef ik mijn ziel op; mijn God, op U vertrouw ik; laat mij niet beschaamd worden, laten mijn vijanden niet over mij juichen. Ja, allen die U verwachten, worden niet beschaamd, beschaamd worden wie trouweloos handelen zonder oorzaak. HERE, maak mij uw wegen bekend, leer mij uw paden, leid mij in uw waarheid en leer mij, want Gij zijt de God mijns heils, U verwacht ik de ganse dag." (Psalm 25:1-5) In dit gebed stelt David vragen aan God, maar belijdt hij ook zijn geloof, dat "allen die God verwachten, niet beschaamd worden." Door dit zelf te zeggen, laat hij God tegen zich spreken. Hij luistert naar wat hij zelf bidt en hoort daardoor ook God tot zich spreken. Zo wordt bidden zowel spreken als luisteren.
In Psalm 91:14,15 belijdt de bidder, dat God bij de bidder in diens benauwdheid bij hem zal zijn en hem tot ere zal brengen. Door dit in het gebed uit te spreken, kun je Gods spreken ook weer vernemen. In Jesaja 58:9 zegt God, dat Hij tegen de bidder zal zeggen: "Hier ben Ik." God zal dus bij de bidder zijn. Dat mag de bidder belijden. Dit is in overeenstemming met de prachtige belofte uit Psalm 23:4 die wij David horen bidden: "Zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis, ik vrees geen kwaad, want Gij zijt bij mij." Er is geen belofte, dat God het duistere dal van je zal af nemen. Wel, dat Hij in het duistere dal bij je zal zijn. Dat alles mag in het gebed beleden worden. Zo wil God door Zijn eigen woorden, die wij belijden, tot ons spreken als wij bidden!
Wij komen verschillende beschrijvingen van het gebed in de Bijbel tegen.
Bidden is je stellen voor Gods aangezicht.
In het gebed doen wij hetzelfde als de offeraar in de tabernakel en de tempel deed: wij staan voor Gods heiligdom en voor Zijn aangezicht. "Daarna vergaderde Jozua alle stammen van Israël te Sichem. Hij ontbood de oudsten van Israël, zijn oversten, zijn rechters en zijn opzieners, en zij stelden zich voor het aangezicht Gods." (Jozua 24:1) Zij verzamelden zich bij de tabernakel en waren met hun gezichten en harten gericht op de ark des verbonds, ook al konden zij die niet zien. Zo kwamen zij God raadplegen. Bidden wil dus zeggen, dat je voor Gods aangezicht gaat staan. Verwacht wordt, dat de bidder staat.
Bidden is je ziel brengen in de nabijheid van God.
De Bijbel spreekt over het opheffen van je ziel tot de Here (Psalm 25:1). Dit betekent, dat je je ziel bij Hem brengt. Je wilt niet slechts een oppervlakkig contact met God, maar je zoekt zielsverbondenheid met Hem. Zoals in het Heilige het offer vanaf het reukofferaltaar voor Gods aangezicht - voor de voorhang naar het Heilige der Heiligen - omhoog steeg, zo stijgen onze gebeden op naar de troon van God. Zo naderen wij de genadetroon, dat is de ark des verbonds, die achter de voorhang is. Namens het volk bracht de priester de gebeden van het volk voor Gods aangezicht. Hij deed dit op grond van het offer dat in de voorhof gebracht was en dus op grond van het bloed van dat offer. Hierbij zijn wij als christenen ons bewust, dat wij alleen door de Here Jezus, door Zijn offer en Zijn bloed hier kunnen staan en onze gebeden kunnen offeren. Wij geven als voorbeeld het eerste vers van Psalm 25. "Van David. Tot U, HERE, hef ik mijn ziel op." (Psalm 25:1; zie ook Psalm 86:4; 141:2; 143:8; Lucas 1:10; Hebreeën 4:16; 10:19; Openbaring 5:8 en 8:3)
Bidden is roepen tot God en je hart voor Hem uitstorten.
Wij komen het tegen als het te hulp roepen van God. Dit gebeurt als er nood in ons leven is en wij de hulp van de almachtige God nodig hebben.
Toen Hanna in de voorhof van de tempel te Silo aan het bidden was, zei zij tegen Eli, dat zij haar hart voor de Here uitgestort had. Bidden is dus je ziel openleggen voor Gods aangezicht en je hart voor hem uitstorten. Je "laat het achterste van je tong" aan de Here zien. Je houdt niets voor Hem verborgen. Je bent je bewust, dat Hij alles weet, daarom kun je Hem ook alles vertellen. Zie 1 Samuel 1:15 en Psalm 62:9.
Bidden is het aanroepen van God.
Bij dit aspect krijgt het gebed het karakter van een "eredienst" voor God. Het is als het ware een "minikerkdienst", waarin alleen God en de bidder aanwezig zijn. Dit woord wijst erop, dat zoals wij in een samenkomst ter ere van God bijeengekomen zijn om Hem onze hulde, eer en aanbidding te brengen, wij dit in ons persoonlijk gebed ook behoren te doen.
Genesis 4:26 vertelt, dat de mensen al in een ver verleden begrepen hadden, dat zij God moesten eren, door Zijn Naam aan te roepen. Van Abraham lezen wij, dat als hij een altaar gebouwd had, hij bij dat altaar de Naam des HEREN aanriep. "Toen brak hij vandaar op naar het gebergte ten oosten van Betel, en hij spande zijn tent, met Betel tegen het westen en Ai tegen het oosten, en hij bouwde daar een altaar voor de HERE en riep de naam des HEREN aan." (Genesis 12:8) Toen er eenmaal een tabernakel en later een tempel was, waren dit de plaatsen waar de mensen bijeenkwamen om God aan te roepen, dat wil zeggen om Hem te eren en Hem hun hulde te brengen, Hem te loven en te prijzen. "De beker der verlossing zal ik opheffen, ik zal de Naam des HEREN aanroepen... Ik zal U lofoffer brengen en de Naam des HEREN aanroepen." (Psalm 116:13,17) Het moet duidelijk zijn, dat bij dit hulde brengen het fundament niet dient te liggen bij ons hart, maar bij God Zelf. Het gaat niet slechts om onze dankbaarheid, maar juist om Gods heerlijkheid.
Bidden is het loven van God. Het is een lofprijzing en een huldebetuiging. Ook nu valt er niets voor onszelf of voor anderen te vragen. Het gaat om de grootheid van God, die wij onder woorden brengen in ons gebed. Het gaat om het eren en verheerlijken van God en Zijn Naam. Het gaat om het roemen en prijzen van de grootheid van de Koning van het ganse heelal.
Zulke gebeden worden ook in het boek Openbaring genoemd: "Het Lam, dat geslacht is, is waardig te ontvangen de macht en de rijkdom en de wijsheid en de sterkte en de eer en de heerlijkheid en de lof." (Openbaring 5:11,12) en "Amen, de lof en de heerlijkheid en de wijsheid en de dankzegging en de eer en de macht en de sterkte zij onze God tot in alle eeuwigheden. Amen." (Openbaring 7:12)
Tot Wie bidden wij?
Wij bidden tot God.
Wij bidden tot God de Schepper van hemel en aarde, de Koning van het ganse heelal, de Koning der koningen en de Here der heren. Hoewel wij ook bij de schepping behoren en dankbaar zijn dat wij leven, gaat het hier in het bijzonder om de openbaring van Gods heerlijkheid. God wordt gehuldigd om Wie Hij is en om wat Hij gedaan heeft.
Wij bidden tot God onze hemelse Vader. Nu gaat het om Wie God door de Here Jezus voor ons is en om wat God in de Here Jezus voor ons gedaan heeft, onze redding, ons behoud. Ons gebed is nu gericht op het Vaderhart van God. Zie 2 Corinthe 1:3; Ephese 1:3; 3:14; Colossenzen 1:3.
Het lijkt alsof er een tegenstelling is tussen het bidden tot God als Koning en het bidden tot God als onze hemelse Vader. Wij moeten het echter niet zien als een tegenstelling maar als een mooie aanvulling. Hierin mogen wij iets beleven van de Joodse geloofsbelijdenis, namelijk dat de HERE één is. Ook al openbaart Hij Zich aan ons zowel als Koning als ook als Vader, het is een en dezelfde God, die tot ons spreekt en die naar ons luistert!
Als wij tot God bidden als de Koning van het heelal, realiseren wij ons Zijn huiveringwekkende grootheid, Zijn macht en majesteit. Hij is onvoorstelbaar hoog boven de mensen verheven. Toen David zichzelf vergeleek met Saul, de koning, noemde hij zichzelf al een dode hond en een vlo (1 Samuel 24:14; vgl. 26:20). Als David zijn nietigheid en kleinheid tegenover koning Saul op een dergelijke manier toonde, hoe nietig en klein zijn wij dan tegenover de Almachtige! In de Psalmen wordt dit als volgt onder woorden gebracht: "De HERE is nabij de gebrokenen van hart en Hij verlost de verslagenen van geest." (Psalm 34:19) "De offeranden Gods zijn een verbroken geest; een verbroken en verbrijzeld hart veracht Gij niet, o God." (Psalm 51:19)
Wij als christenen vergeten nogal eens, dat wij bidden tot de Koning der koningen. Wij maken God onze problemen bekend en vragen Hem dan ze voor ons op te lossen. Vaak zeggen wij er ook nog bij, op welke wijze Hij ze moet oplossen. Daarmee veranderen wij onze verhouding tot God. Wij zien nog wel de Koning-knecht relatie, maar net andersom. Wij zijn de koning geworden en God is de Knecht geworden, die onze opdrachten moet uitvoeren. Het moet u duidelijk zijn, dat dit niet de bedoeling van God en van het gebed is. Natuurlijk moeten wij weten, dat wij onze zorgen en bekommernis op de Heer moeten werpen, want Hij zorgt voor ons (1 Petrus 5:7). Wij moeten Hem echter niet degraderen tot onze Knecht, die voor ons moet werken en onze problemen moet oplossen!
Als wij tot God bidden als onze Vader in de hemel, realiseren wij ons de vertrouwelijke omgang die wij met Hem mogen hebben. "Des HEREN vertrouwelijke omgang is met wie Hem vrezen." (Psalm 25:14) Duidelijk blijkt, dat de vertrouwelijke omgang weer geldt voor hen, die de Here vrezen! In de vertrouwelijke omgang komen wij met al onze moeiten, zorgen en verdriet tot onze hemelse Vader. God heeft belangstelling voor onze kleine mensen zorgen en verdriet. Hij is altijd dichtbij ons!
Als wij tot God bidden als onze Vader, mogen wij ons bewust zijn, dat Hij ook als een vader voor ons zorgt. Hij is bij ons. Hij legt Zijn hand op onze schouders. Hij draagt ons door gevaarlijke plaatsen. Hij verzekert ons, dat Hij ons beschermt en dat wij absoluut veilig zijn bij Hem.
Velen op aarde hebben geen Vader in de hemel. Zij aanvaarden niet dat God de Schepper is en kennen Hem niet als hun hemelse Vader. Wat zijn zij onvoorstelbaar arm. Zij leven in een harde wereld en hebben geen Vader. Zij gaan door diepe dalen en hebben geen Vader. Zij hebben moeiten en verdriet en missen de Vader. Zij leven temidden van zorgen en spanningen, van teleurstelling en ellende en hebben geen Vader. Zij leven in feite als wezen op aarde.
Wij bidden tot de Here Jezus.
Hoewel wij in de Bijbel het meest lezen over het bidden tot God de Vader, lezen wij een aantal keren toch ook over gebeden tot de Here Jezus. Hij is zó één met God de Vader, dat wij ook tot Hem bidden. Wij doen dit op dezelfde manier als bij God de Vader. Wij brengen Hem onze hulde en storten ons hart ook voor Hem uit. Christenen heten in de Bijbel niet voor niets "mensen die de Naam van de Here Jezus aanroepen". Wij zien dit bijvoorbeeld bij de dood van Stefanus: "En zij stenigden Stefanus, die de Here aanriep, zeggende: Here Jezus, ontvang mijn geest. En op de knieën vallende, riep hij met luider stem: Here, reken hun deze zonde niet toe! En met deze woorden ontsliep hij." (Handelingen 7:59,60. Zie ook 1 Corinthe 1:2; 2 Timotheus 2:22 en Openbaring 5:13)
Hebt u er weleens over nagedacht, toen de discipelen aan de Here Jezus vroegen of Hij hen wilde leren bidden, dat Hij toen niet zei, dat zij tot Hem moesten bidden, maar dat zij tot de Vader moesten bidden? Toen de Here Jezus Zijn discipelen leerde bidden, leerde Hij hen tot de Vader bidden. Moet dit niet een les zijn voor hen, die meestal liever tot de Here Jezus bidden dan tot de Vader? Moeten wij niet leren om zowel tot de Here Jezus als tot de Vader te bidden?
Let op, dat wij niet bidden tot de Heilige Geest. Wij bidden tot God die in de hemel op Zijn troon zit. Wij bidden tot de Here Jezus die gezeten is aan de rechterhand van de Vader, maar wij bidden niet tot de Heilige Geest, die in ons eigen hart aanwezig is en die ons juist helpt bij ons bidden. "En evenzo komt de Geest onze zwakheid te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zullen naar behoren, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. En Hij, die de harten doorzoekt, weet de bedoeling des Geestes, dat Hij namelijk naar de wil van God voor heiligen pleit." (Romeinen 8:26,27; zie ook Openbaring 22:17)
Waarom bidden wij?
Het wonderlijke is, dat er nergens in de Bijbel staat: "Je moet bidden..." Toch bidden wij. Waarom? Omdat wij uit de volgende teksten begrepen hebben, dat God wil, dat wij zullen bidden. God heeft opdracht gegeven om tot Hem te bidden. Zoals Hij ons opdracht gegeven heeft om Hem lief te hebben, zo heeft Hij ons ook opdracht gegeven om tot Hem te bidden. "En dan zult gij daar de HERE, uw God, zoeken en Hem vinden, wanneer gij naar Hem vraagt met uw ganse hart en met uw ganse ziel." (Deuteronomium 4:29) Vervolgens komt nogmaals een opdracht om te bidden. Er staat: "... de HERE, uw God, liefhebt en Hem dient met uw ganse hart en uw ganse ziel..." (Deuteronomium 11:13) Hier gaat het over het gebed.
In de eerste tijd die de Bijbel beschrijft, waren er geen vaste gebeden. Ieder bad wat in zijn eigen hart opkwam, net zoals dit in onze tijd ook vaak weer het geval is. Wat men bad en hoe vaak men bad, werd aan ieder zelf overgelaten. Pas vanaf de tijd van Abraham horen wij over bepaalde vaste gewoonten en nog later, in de tijd van de tempel, worden bepaalde gewoonten vastgelegd. Zoals er een vaste orde van dienst in de tempel kwam, die David vastgesteld had, zo gingen de mensen ook op vaste tijden bidden. Ten tijde van Ezra werd door de mannen van de grote vergadering vastgesteld, dat alle Joden voortaan drie keer per dag moesten bidden. Vanaf die tijd ontstonden er ook vastgestelde woorden die in de gebeden gezegd werden. Het mooie was, dat de Joden daarop de eenheid in het gebed en in de gebeden gingen beleven. Allen baden op dezelfde tijd en allen spraken op dezelfde manier tot God. Er kwam eensgezindheid in de gebeden. Dit vinden wij rond de Pinksterdag ook in het Nieuwe Testament vermeld: allen waren eendrachtig bijeen met hun gebeden! "Deze allen bleven eendrachtig volharden in het gebed... En zij bleven volharden bij het onderwijs der apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden." (Handelingen 1:14 en 2:42)
In de synagogen kwamen de mensen bijeen en gingen hun gezamenlijke gebeden tot God opzenden. De synagoge was zowel een plaats van studie als een huis van gebed. In Handelingen 16:13 horen wij ook van een "gebedsplaats" die als openluchtsynagoge dienst deed en waar de Joden bijeenkwamen om te bidden. Hiernaar verwijst de volgende tekst, die in de Nieuwe Vertaling als volgt luidt: "Daarom spreek: zo zegt de Here HERE: hoewel Ik hen weggedreven heb onder de volken en in de landen heb verstrooid, zodat Ik hun slechts weinig ten heiligdom geweest ben in de landen waar zij gekomen zijn." (Ezechiel 11:16) Hier staat iets moois over God, waarbij de vertalers de eigenlijke tekst vergeestelijkt hebben.
De Groot Nieuws Bijbel vertaalt terecht: "Maar je moet tegen de ballingen zeggen wat ik, God, de Heer, zal doen. Ik heb hen ver weg gestuurd, naar vreemde volken; ik heb hen uiteengejaagd naar verre landen. Ook daar zal ik voor hen aanwezig zijn in hun povere gebedsplaatsen." Deze tekst maakt duidelijk, dat er in die tijd al speciale gebedsplaatsen waren en dat de gebeden een belangrijke plaats innamen in het geloofsleven van de Joden.
In hun gebeden beleefden de Joden hun eenheid. Allen baden op hetzelfde moment hetzelfde gebed. In hun gebeden noemden de bidders zich niet "ik", maar "wij". Dat is ook het opmerkelijke van het gebed, dat de Here Jezus ons leerde bidden. Hij leerde ons niet bidden: "Mijn Vader in de hemel...", maar "Onze Vader in de hemel."
In hun gebeden bidden alle Joden over de hele wereld dezelfde woorden. Zij spreken daarbij God aan als "de Eeuwige", de "Heer van de wereld" en als "Koning van het heelal". Zij prijzen God in hun gebeden om Zijn almacht, Zijn eenheid, Zijn eeuwigheid, Zijn hulp in alle omstandigheden. Zij danken Hem, omdat Hij over hen waakt 's nachts en overdag en omdat hun zielen in Zijn hand zijn; zowel de zielen van de levenden als de zielen van de doden. Zij zeggen Hem, dat zij zich aan Hem toevertrouwen, omdat Hij, de enig waarachtige God, hen gered heeft. Zij vragen God hen te helpen en te onderwijzen als zij Zijn Woord bestuderen. Zij vragen God of Hij Zijn zegen over hen wil uitstorten.
Wat zou het mooi zijn, als wij ook zouden leren om bepaalde vaste zaken in onze gebeden op te nemen, zodat wij zouden weten, dat wij dagelijks dezelfde gebeden hebben en ons daarin met andere gelovigen verenigd hebben in het gebed en dus de eensgezindheid in de gebeden mogen kennen, naast het feit, dat wij natuurlijk ook onze eigen gebeden houden!
Wat zou het mooi zijn als wij bijvoorbeeld elke maand een vast gebed hebben, waarin wij eenparig God bidden en allen bepaalde zaken voor Gods troon zouden brengen? Zo'n gebed zou dan elke maand in het gemeenteblad afgedrukt kunnen worden en zou een maand lang door ons allen gebeden moeten worden. Het is dan bidden, zoals de Here Jezus het ook met Zijn discipelen deed: allen dezelfde gebeden!
Enkele voorbeelden
Wij geven enkele voorbeelden van gebeden naar Joods-Bijbels model, waaraan het specifieke van ons geloof in de Here Jezus is toegevoegd, zoals ook het Nieuwe Testament ons toont, evenals het karakter van het gebed dat de Here Jezus Zijn discipelen leerde (het "Onze Vader). In deze gebeden zijn woorden uit de Bijbel verwerkt, waardoor het bidden zowel vragen als loven is, zowel beloven als luisteren naar God is. Het zijn twee gebeden die als voorbeeld dienen en die natuurlijk niet de enige gebeden zijn die gebeden kunnen worden.
Het eerste voorbeeld
"Heer, onze God, Koning van het ganse heelal, samen met de andere leden van onze gemeente buig ik mijn knieën voor U en aanbid ik U. U bent onze God, onze Verlosser en Heer. U bent mijn hulp en toeverlaat in tijden van nood. In uw hand is mijn ziel, zowel als ik slaap als wanneer ik wakker ben. U bent altijd bij mij, zodat ik nooit bang hoef te zijn. U zorgt voor mij elk moment van de dag. Heer, onderwijs mij iedere dag uit Uw Woord en laten Uw woorden mijn hart vervullen. Leid mij op Uw weg, zodat ik een gehoorzaam en trouw dienaar van U zal zijn.
Houd ons allen heel dicht bij U, zodat ons geloof versterkt moge worden en onze liefde voor U zal groeien. Leer ons steeds meer in afhankelijkheid van U te leven. Leer ons om steeds meer U toegewijd te zijn, zodat wij niet voor onszelf leven, maar voor U. Moge het beeld van de Here Jezus steeds meer gestalte in ons krijgen. Niet alleen in mijn leven, maar in het leven van allen in onze gemeente.
Ik beloof u, dat ik mijn best zal doen om zo te leven, dat anderen iets van U in mij zullen zien. Ik ben mij bewust, dat U mij geroepen en uitgekozen hebt om als een priester in Uw dienst te staan. Ik wijd mijzelf aan U toe, opdat U mij in Uw dienst zult kunnen gebruiken.
Onze Vader in de hemel, ik dank u, dat ik de Here Jezus heb leren kennen als mijn Heiland en Heer. Ik dank U, dat U nu ook mijn Vader bent en dat U als een Vader voor mij zorgt.
Ik bid u voor de anderen in de gemeente, voor de voorganger, de leden van de raad en voor allen die meewerken in onze gemeente. Heer, zegen ons allen en moge Uw hand ten goede op ons rusten. Wees ons nabij, opdat wij allen door U gezegend mogen worden.
Ik bid u voor onze zieken. Ik bid u voor... (noem hun namen). Ik bid u voor hen die moeite en verdriet hebben in hun leven (noem hun namen). Ik bid u, dat zij Uw kracht en nabijheid zo duidelijk mogen ervaren, dat zij erin kunnen staan en ervaren mogen, dat zij door U opgetild en gedragen worden.
Geprezen bent U, Eeuwige, onze God en Vader, onze Koning, om Uw trouw, die U ook ons beloofd hebt. Met heel mijn hart loof en prijs ik Uw heilige Naam. Amen.
Het tweede voorbeeld
Heer, onze God, Eeuwige, Koning van de wereld, hoe heerlijk is Uw Naam op de ganse aarde. Ik breng U mijn hulde en de dank van mijn hart, omdat ik mag leven. Ik dank U, dat U mijn leven gewild hebt en dat U mij het leven geschonken hebt. Geprezen en gezegend bent U, die ons geroepen hebt om Uw kinderen te zijn. Geprezen bent U, die wij 'onze Vader' mogen noemen. Samen met de andere leden van de gemeente kom ik tot U en dank ik U, dat wij allen veilig zijn en geborgen in Uw eeuwige Vaderarmen.
Heer, U bent ons Licht en ons Leven. U bent onze Redder. Help ons om steeds in Uw nabijheid te mogen blijven en de aanwezigheid van de Here Jezus door de Heilige Geest te mogen ervaren. Help ons om niet voor onszelf te leven, maar onze liefde te mogen richten op U en op anderen. Onderwijs ons, zodat wij steeds meer zullen leren anderen lief te hebben als onszelf en daardoor aan U onze liefde te tonen. Mogen onze harten en gedachten steeds meer vervuld worden van Uw grote heerlijkheid.
Heer, wij zijn ons bewust, dat wij door het offer van de Here Jezus verbonden zijn met allen die U toebehoren. Wij danken U, dat het gebed van de Here Jezus vervuld is en dat wij ons één mogen weten met allen die voor eeuwig behouden zijn door het verzoenend bloed van de Here Jezus. Wij danken U, dat Hij Zijn heilig bloed in Uw hemels heiligdom gebracht heeft, waar het ook voor ons tot een eeuwige verlossing geworden is.
Ik dank u, dat mijn hart rust gevonden heeft in en bij U. Ik weet, dat U ons nooit zult verlaten en dat wij altijd veilig zijn bij U. Ik dank U, dat Uw ogen ook op mij gericht zijn en dat ik geen ogenblik aan Uw aandacht zal ontsnappen.
Heer, ik beloof u, dat ik mijn best zal doen om met andere mensen over u te spreken. Ik ben mij bewust, dat velen om mij heen U niet kennen en de redding van de Here Jezus nooit gevonden heb. Heer, laat iemand op mijn pad komen, die ik van U kan vertellen. Ik bid u voor mijn vrienden (noem hun namen). Ik bid u in het bijzonder voor mijn vrienden die U niet kennen (noem hun namen). Ik bid u, dat er een deur geopend zal worden, opdat ik met hen over U kan spreken. Help mij om hen te tonen wie de Here Jezus is.
Gezegend bent U, Eeuwige, onze Schepper en Koning, onze Vader en Heer, die Israël gekozen hebt tot Uw volk en de Gemeente tot Uw eigendom en om Uw Licht op aarde te verspreiden. Ontferm U over Israël en over Uw Gemeente. Geef ons Uw vreugde, diep in ons hart. Ik loof en prijs Uw heilige Naam. Dank U wel, dat alle kracht om te leven en te overwinnen bij U is. Amen.
Het derde voorbeeld Wij zagen, dat nadat de Israëlieten in de Babylonische ballingschap terechtgekomen waren, en de steun van de priesters in de tempel misten bij het dienen van God, ging Ezra de mensen leren om zelf te bidden en om allen dezelfde gebeden op te zenden. Eén van deze gebeden is het Amied, het gebed, dat de Joden sindsdien elke dag bidden. Ook de Here Jezus bad dit gebed. Voor deze maand geven wij u een vertaling en bewerking van het eerste deel van dit gebed. U vindt het in het eerste en grootste deel van dit gebed, waar de zinnen niet tot het eind van de regel gaan. Wij hebben hier enkele speciaal christelijke regels aan toegevoegd, die u kunt herkennen aan het feit, dat ze cursief gedrukt zijn. Ook het tweede deel dat niet uit het Amied afkomstig is gemakkelijk te herkennen, vooral ook omdat er een sterretje staat tussen het Joodse Amied gedeelte en het christelijke gedeelte.
Heer, help mij om tot U te bidden. Laat mij over U spreken en help mij U hulde te brengen (Psalm 51:17).
Heer, onze God, U bent de bron van al onze zegeningen. Daarom danken wij U. Geprezen bent U, Eeuwige, onze God en Israëls God; God van Abraham, Izaak en Jacob. Gezegend bent U, de grote, machtige en ontzagwekkende God (Deuteronomium 10:16,17), die hoog boven alles en iedereen verheven is, die het heelal geschapen heeft en erover heerst, die ons in liefde rijkelijk zegent en die de trouw van Abraham, Izaak en Jacob niet vergeten is en er nog altijd rekening mee houdt.
U hebt ons opgedragen U lief te hebben boven alles en iedereen en dit te tonen, door onze naaste lief te hebben als onszelf (Mattheus 22:37-40). U hebt ons opgeroepen om U te dienen en U te volgen (Deuteronomium 13:4). U hebt ons opgeroepen om zoals U eens de naakten kleedde (Genesis 3:21), dit ook te doen, om de hulpbehoevenden te onderhouden, de zieken te bezoeken (Genesis 18:1), de treurenden te troosten (Genesis 25:11) en te delen in vreugde en verdriet van onze naasten (Deuteronomium 34:6; Mattheus 25:35,36). Help ons om hierin U trouw te volgen, te dienen en te gehoorzamen. Omwille van Uw Naam hebt U Israël en ons in liefde de Verlosser geschonken. Zoals U eertijds Israël liefhad, hebt U nu naast Israël ook ons lief. U bent Koning, Helper, Redder en Beschermer. Help ons, dat wij steeds zullen zien, dat zoals Israël gezegend werd door de verdiensten van Abraham, Izaak en Jacob, wij heel bijzonder gezegend zijn door de verdienste van de Here Jezus, die de straf voor onze zonden gedragen heeft en ons Zijn heerlijkheid en rechtvaardigheid geschonken heeft. Geprezen bent U, Eeuwige, Schild en Beschermer van Abraham (Genesis 15:1).
U bent onze altijd almachtige Heer. U zorgt voor de overleden gelovigen en houdt hen onder Uw hoede; U bergt hun zielen onder Uw altaar (Openbaring 6:9). U bent een machtige Redder. U zorgt met liefde voor hen die leven, U brengt met grote barmhartigheid de doden weer tot leven. U ondersteunt hen die struikelen in hun geestelijke levenswandel, U geneest hen die zonde-ziek zijn, U bevrijdt hen die gevangen zijn in de kerker van de zonde en blijft trouw aan hen, die in het stof slapen (Psalm 146:6-8). Wie is als U, machtige en barmhartige Vader, wie is aan U gelijk, Koning, die laat sterven en weer tot leven brengt, die hulp en redding schenkt (Exodus 15:11). Uit Uw hand ontvangen wij zowel wat ons blij maakt als wat ons droevig stemt. Uw trouw is groot. U bent steeds bij ons. U leidt ons door Uw raad en U zult ons eens in Uw hemelse heerlijkheid opnemen (Psalm 73:24). Geprezen bent U, Eeuwige, die de doden weer tot leven brengt.
U hebt Uzelf eens aan Mozes bekend gemaakt als de God die er altijd is, die er altijd was en die er altijd zijn zal. Zo heeft de Here Jezus ons beloofd, dat Hij ons nooit zal verlaten. Daarvoor danken wij U.
U bent heilig en Uw Naam is heilig. U bent hoog boven ons verheven. U hebt Uw troon geplaatst op de lofzangen van Uw volk (Psalm 22:4). Heilige engelen prijzen U, door elke dag lofliederen voor U te zingen. U wilt, dat ook wij in ons gebed en in ons lied U zullen loven en prijzen. U wilt, dat wij Uw Naam zullen heiligen en zelf ook heilig zullen leven; afgezonderd van de wereld. U wilt, dat wij in gedachten, woorden en daden openbaren, dat wij Uw heilige kinderen zijn. U wilt, dat wij als gemeente een heilige gemeenschap vormen, waarin de een de ander uitnemender zal achten dan zichzelf. Heer help ons om al deze opdrachten uit te voeren. Geprezen bent U, Eeuwige, heilige God.
* Heer, wij danken U, dat U door Uw Woord tot ons spreekt, zoals een man met zijn vriend spreekt. Help ons om zo te leven, dat zichtbaar wordt, dat wij Uw kinderen en Uw vrienden zijn. Ik dank U, dat U mijn Helper en mijn Gids bent, zodat ik te allen tijde op U kan vertrouwen. Help mij om U te volgen, waar U ook gaat. Help mij om heel dicht bij U te blijven, zodat Uw kracht in mijn zwakke momenten openbaar kan worden. Dank U wel, dat zelfs in de donkerste momenten van mijn leven Uw licht toch altijd weer schijnt. Help mij, zodat ik mijn ogen nooit zal sluiten voor Uw heerlijkheid of mijn ogen ervan zal afwenden.
Heer, U hebt gezegd, dat U als een herder Uw kudde zult weiden, dat U in Uw arm de lammeren zult vergaderen en dat U ze in Uw schoot zult dragen (Jesaja 40:11). Ik dank U, dat U zo ook voor mij zorgt.
Heer, ik wil Uw gunstbewijzen vermelden. Ik dank U, dat U zó met mij meeleeft, dat U in al mijn benauwdheden ook benauwd bent, dat U in al mijn verdriet en pijn, ook verdriet en pijn hebt, dat U in al mijn leed, ook leed hebt (Jesaja 63:9). Heer, ik dank U voor de wijze waarop U met mij meeleeft, mij redt en mij in Uw armen draagt. Here Jezus, ik dank U, dat U een Hogepriester bent, die met ons kan meevoelen in al onze zwakheden (Hebreeën 4:15).
Heer, ik dank u, dat ik weten mag, dat ik voor eeuwig Uw kind ben. Ik dank u, dat ik zeker mag weten, dat ook ik, omdat ik in U geloof, de Heilige Geest ontvangen heb als Uw Vertegenwoordiger in mijn leven. Ik dank U, dat ook mijn lichaam een tempel is van Uw Heilige Geest en dat Uw Geest mij nooit zal verlaten. Dank U voor die zekerheid, die U schenkt. Amen.
|