|
| |
Bijbels bidden, deel 2
|

De Bijbel zegt, dat wij moeten volharden in onze gebeden en bidden zonder ophouden (Romeinen 12:12; Ephese 6:18; Colossenzen 4:2; 1 Thessalonicenzen 5:17).
|
|
Hoe bidden wij?
1. Bidden kan hardop en in stilte gedaan worden
In de Bijbel zien wij, dat gebeden vaak hardop uitgesproken worden. Het gebed van Hanna is een uitzondering op de regel, omdat zij op de plaats waar het openbare gebed gebeden wordt met haar persoonlijke nood bij God komt en niet aan anderen wil laten weten, wat haar nood is. Het bidden heet in de Bijbel niet voor niets vaak een "roepen" tot God. Bidden deed je vaak hardop. Juist omdat mensen hardop baden, zijn er zoveel gebeden bekend.
Hoewel bidden wil zeggen, dat je je hart voor God uitstort, betekent het niet, dat het uitsluitend
een innerlijk mediteren is van je gedachten. Het is vaak een hardop uitspreken van wat in je hart
leeft. De Bijbel kent maar een enkel niet-hardop uitgesproken gebed: dat van Hanna en dat van
Nehemia (een schietgebed).
|
Het is dus geoorloofd om niet hardop te bidden. Het mag echter ook hardop!
Veel christenen bidden liever niet hardop, zeker niet als zij alleen zijn. Zij bidden graag "in stilte". Als wij op Bijbelse manier willen bidden, zullen wij ons ook op dit punt moeten aanpassen en niet eigenwijs onze eigen manier van bidden handhaven. Er is natuurlijk een reden, waarom in de Bijbel vaak hardop gebeden wordt. Als je hardop bidt, krijgt het gebed een heel andere dimensie dan wanneer je het zachtjes in jezelf bidt. Het is de moeite waard om dit eens te proberen! Het zal even moeilijk zijn als u alleen bent om dan hardop te bidden, maar u zult merken, dat als u rustig hardop bidt, dat uw gebed dan een heel bijzondere ervaring kan worden.
2. Bij het bidden mogen wij zowel in herhaling treden als niet in herhaling treden
Als het gaat om onze persoonlijke dankbaarheid en ook onze eigen nood, dan treden wij natuurlijk niet in herhaling, maar spreken wij met God over datgene wat ons op dat moment bezig houdt of bezig gehouden heeft. Als het echter gaat om God Zelf, Zijn heerlijkheid, macht, majesteit, Zijn werken, enz., dan blijkt, dat wij in herhaling mogen treden. Wij mogen dan iedere keer opnieuw een zelfde gebed uitspreken. Het spreekt vanzelf, dat een dergelijk gebed, waarin de woorden vast staan en reeds opgeschreven zijn (zoals bijvoorbeeld de Psalmen) niet een vervanging mag zijn van het spontane gebed, waarin wij in onze eigen woorden persoonlijke zaken met God bespreken. Naast het spontane gebed dat direct uit ons hart komt, is er dus ook het vastgestelde of reeds opgeschreven gebed, waarin wij minder vragen en meer naar God luisteren!
Hierbij moeten wij ons niet laten afschrikken door de Transcendente Meditatie die gebruik maakt van het steeds maar herhalen van een bepaalde mantra, waardoor je leven en je gedachten beïnvloed worden. Wij laten ons niet in met TM noch met mantra's. Het feit dat anderen door herhaling hun leven met TM beïnvloeden, betekent toch niet, dat wij ons niet meer door de Bijbel zouden mogen laten beïnvloeden?
Om mensen te helpen in een bepaalde crisis heb ik soms een korte Bijbeltekst voor hen opgeschreven en hen gevraagd die tekst elke dag een paar keer te lezen. Zo kon Gods Woord zelf zijn werk in hun hart doen en werden zij bemoedigd door Gods Woord. Hield ik mij nu bezig met TM? Natuurlijk niet. Mocht ik hiervan geen gebruik maken, omdat een mantra ook op deze manier gebruikt wordt? Wij moeten het waardevolle van de Bijbel niet aan de kant zetten, omdat heidenen op een zelfde manier hun afgoderij zouden bedrijven. Afgodendienaars bidden ook. Moeten wij dan ook maar niet meer bidden?
De herhaling bij het bidden leren wij vanuit de Bijbel zelf. De Psalmen zijn niet slechts liederen; het zijn ook gebeden. Het boek, dat wij in onze vertaling "Psalmen" noemen, heeft in de Hebreeuwse Bijbel een andere naam. Daar heet het "Tehilliem", dat is "gebeden". Dat betekent, dat wij in de Bijbel 150 vastgestelde gebeden hebben, die in de Bijbel opgenomen zijn, opdat de gelovigen ervan zouden leren en opdat wij ze zouden na-bidden! Zie het slot van Psalm 72.
Wij weten, dat de Here Jezus net als de andere Joden ook van de Psalmen gebruik maakte om in Zijn gebeden God te loven en te prijzen. Als Mattheüs 26:30 ons vertelt, dat aan het eind van de paasmaaltijd de Here Jezus en Zijn discipelen "de lofzang gezongen hebben", dan weten wij, dat dit een aantal Psalmen was, die meestal het "Hallel" genoemd worden. Ieder jaar bij de paasmaaltijd bad de Here Jezus al zingende dezelfde Psalmen.
Als Hij als rabbijn in de synagogen mocht voorgaan, zoals wij een aantal keren in de Bijbel lezen, maar ook als Hij als gewone bezoeker naar de synagoge ging, wat Hij elke sabbat deed, moet Hij Zich aan de vaste gebruiken van de synagoge gehouden hebben en heeft Hij ook de vaste gebeden van de synagoge gekend en gebeden. Dan heeft Hij daar Zijn gebeden in alle rust opgezegd. Dan nam Hij er met de andere synagogebezoekers de tijd voor om zonder haast Zijn gebeden tot God op te zenden.
Wie op Bijbelse wijze wil bidden, moet de tijd nemen om met God te kunnen spreken. Dagelijks even snel een gebedje opzenden is niet een Bijbelse manier van bidden. Bidden moet niet een last zijn, niet een verplichting, maar een lust, een waardevol moment. Dan gaan we (mede door het gebruik van vaste gebeden) in onze persoonlijke gebeden nieuwe gedachten ontdekken. Er gaat dan telkens een nieuwe deur voor ons open. Iedere keer komt er nieuw licht als wij bidden.
3. Bidden kan geknield en staande
Wie zich bewust is van Gods grootheid en van zijn eigen kleinheid buigt zich vol eerbied neer. In de Bijbel zien wij, dat deze mensen zich in aanbidding voor God op de aarde wierpen. "Toen boog de man (de knecht van Abraham) zijn knieën en wierp zich neder voor de HERE, en zei: geprezen zij de HERE, de God van mijn heer Abraham, die zijn goedertierenheid en trouw niet onttrokken heeft aan mijn heer; wat mij aangaat, de HERE heeft mij geleid op de weg naar het huis der broeders van mijn heer." (Genesis 24:26,27) Later zegt hijzelf over dit gebed: "Ik boog mijn knieën en wierp mij neder voor de HERE, en ik prees de HERE, de God van mijn heer Abraham, die mij op de rechte weg geleid had om de dochter van de broeder van mijn heer voor zijn zoon te nemen." (Genesis 24:48; zie ook 47:31, enz.)
Soms lezen wij ook, dat de bidders hun handen ophieven naar de hemel. Wat wij bij een aantal christenen in onze tijd zien, dat zij bij het aanbiddend zingen tot God hun armen omhoog houden en met de muziek mee zwaaien naar links en rechts, komt in de Bijbel niet voor. Dat lijkt of op dezelfde manier gezongen wordt als waarop in de wereld gezongen wordt, ook al bedoelen deze christenen het als een teken van aanbidding.
In de Bijbel worden in stille aanbidding de handen stil opgeheven in een houding, als willen de handen iets van God ontvangen. De handen worden dan niet gevouwen maar de armen worden naar voren (niet omhoog) uitgestoken en de handen worden geopend. Zo staat de bidder voor het huis van de Heer in de tempel. Bij de inwijding van de tempel bad Salomo echter met naar de hemel opgeheven handen om de komst van God naar Zijn heiligdom (1 Koningen 8:22). Paulus schreef: "Ik wil dan, dat de mannen op iedere plaats bidden met opheffing van heilige handen, zonder toorn en twist." (1 Timotheus 2:8) Opmerkelijk is het om te zien, dat Paulus het opheffen van de handen bij het bidden vraagt van de mannen. Hij heeft niet per abuis de vrouwen vergeten, maar hij wil dat de mannen dit doen en niet zowel mannen als vrouwen. Zoals in het jodendom de mannen hun handen ophieven bij het bidden en niet de vrouwen, zo wil Paulus dat het ook in de Gemeente van de Here Jezus geschiedt. De mannen dienen dit te doen en niet de vrouwen!
Wie geknield bidt, toont, dat hij zich onderwerpt aan de Koning der koningen. Wie staande bidt, toont, dat hij als dienaar, als slaaf voor zijn Meester staat, om Zijn bevelen in ontvangst te nemen. De enigen die in de tempel mochten zitten en dat soms ook bij het bidden leken te doen, waren de richter (denk aan Eli) en David en zijn nakomelingen (vgl. 2 Samuel 7:18).
De gewoonte die de christenen ontwikkeld hebben, om zittend te bidden, is een gewoonte, die niet op de Bijbel gefundeerd is. De vraag kan gesteld worden, of God ook vindt, dat wij best wel zittend tegen Hem mogen spreken. Als wij in de Bijbel zien, dat ouderen, die bedlegerig waren, zelfs in hun bed nog voor God knielden, mag de vraag gesteld worden, of wij bij ons zittend bidden wel eerbied voor God tonen. "En Israël boog zich aanbiddend neder aan het hoofdeinde van het bed." (Genesis 47:31)
4. Bidden kan met open en met gesloten ogen
In de Bijbel lezen wij regelmatig, dat mensen met open ogen baden. Zij richten dan hun ogen naar Jeruzalem (de tempel) of naar de hemel. In het Hogepriesterlijk gebed bad de Here Jezus met open ogen, die gericht waren naar de hemel (Johannes 17:1). Bij het bidden dwaalden hun ogen nooit rond. Hun ogen waren op één punt gericht. Anderen sloten hun ogen om zich juist van de wereld om hen heen af te zonderen en zo hun hart voor God alleen te openen. Het bleek in de praktijk voor velen prettig te zijn om bij het bidden de ogen te sluiten.
In de praktijk zal het duidelijk voor ons zijn, dat als wij een vastgesteld gebed bidden, dus een opgeschreven gebed, zoals een Psalm of delen van verschillende Psalmen, dat wij dan met onze ogen geopend bidden. Als wij echter een persoonlijk gebed bidden, hebben wij de ogen gesloten. Het is natuurlijk niet de bedoeling, dat wij persoonlijke gebeden ook gaan opschrijven en dan met geopende ogen bidden, omdat dan het spontane karakter van zo'n gebed verdwenen is.
5. Bij het bidden dienen wij geen stopwoorden te gebruiken
Sommigen beginnen of eindigen elke regel met "Heer" of met "Vader". Dat lijkt op toewijding, maar zij zijn zich niet bewust dat zij steeds dit woord gebruiken. Daardoor is het geen toewijding, maar een ondoordacht stopwoord.
6. Bij het bidden dienen wij ons alleen tot God te richten
(1). Regelmatig gebeurt het, dat mensen in een openbaar gebed (zoals een bidstond) allerlei informatie aan de Here God verschaffen, die voor God waarschijnlijk niet zo interessant is en die klaarblijkelijk bedoeld is, om de andere mensen die aanwezig zijn, van informatie te voorzien. Zo vertellen mensen, via het gebed, allerlei interessante zaken aan andere mensen, zoals wat ze gezien of meegemaakt hebben, waar ze geweest zijn, wie ze ontmoet hebben, wat ze tegen die ander gezegd hebben en wat die ander daarop geantwoord heeft. Dat is verkeerd bidden!
(2). Regelmatig gebeurt het, dat mensen in een openbaar gebed hun mening geven en daarbij, via het gebed, proberen anderen hun mening op te leggen. Via het gebed vragen zij aan de andere mensen om medeleven of laten aan andere mensen weten, dat deze iets verkeerd zien. Zij vermanen anderen, ook al is het soms in bedekte termen. Ze laten duidelijk merken hoe zij over bepaalde zaken denken en dat zij vinden, dat de andere aanwezigen er net zo over moeten denken als zij doen. Dat is een verkeerd gebruik maken van het gebed. Dat is verkeerd bidden!
(3). Regelmatig gebeurt het ook, dat mensen proberen de zojuist gehouden preek nog wat aan te vullen. In hun ogen had er over het onderwerp nog wel wat meer gezegd kunnen worden en vertellen zij, via God, aan elkaar wat zij over het bewuste onderwerp nog weten te zeggen. Zo laten zij merken, dat zij denken, dat zij nog meer weten dan de voorganger die net gesproken heeft. In feite tonen zij zich hoogmoedig, ook al zijn zij zich niet eens van die hoogmoed bewust. In het gebed mag de preek beaamd worden. Het gebed is niet bedoeld om de voorganger of de anderen te laten merken, dat de prediker het niet zo goed gedaan heeft, of niet volledig was, of het misschien wel bij het verkeerde eind had. Dit is via het gebed de anderen beïnvloeden. Dat is verkeerd bidden!
Het zal u duidelijk zijn, dat het gebed niet voor deze zaken bedoeld is. Voor mensen die zo bidden, geldt, dat zij beter in hun binnenkamer kunnen gaan en in de eenzaamheid moeten bidden. Het betekent natuurlijk niet, dat wij niets meer in een bidstond hardop kunnen zeggen. Het betekent, dat wij onze woorden moeten wegen en ons van de genoemde gevaren bewust moeten zijn. Bidden is niet zo maar voor de vuist zeggen wat er in je hart opkomt, maar weloverwogen spreken met God Zelf. Dan moet je goed weten, wat je zegt!
7. In het gebed mogen wij God ook iets beloven
In het gebed mogen wij God iets beloven, bijvoorbeeld dat wij deze dag aan anderen zullen laten zien, dat wij Hem toebehoren. Wij mogen Hem meedelen, dat wij iets voor Hem zullen doen, enz. Van Jacob lezen wij als eerste in de Bijbel, dat hij God iets beloofde. Hij deed, om het in Bijbelse termen te zeggen, een gelofte. "En hij noemde die plaats Betel, maar tevoren was de naam der stad Luz. En Jakob deed een gelofte: indien God met mij zal zijn, en mij behoeden zal op deze weg, die ik ga, mij zal geven brood om te eten en klederen om aan te trekken, en ik behouden tot mijns vaders huis wederkeer, dan zal de HERE mij tot een God zijn. En deze steen, die ik tot een opgerichte steen gesteld heb, zal een huis Gods wezen, en van alles wat Gij mij schenken zult, zal ik U stipt de tienden geven." (Genesis 28:19-22) Ook van Paulus lezen wij, dat hij een belofte voor God had afgelegd. "En nadat Paulus daar nog verscheidene dagen was gebleven, nam hij afscheid van de broeders en voer weg naar Syrië, vergezeld door Priscilla en Aquila, nadat hij te Kenchreën zijn hoofdhaar had laten afknippen, want hij stond onder een gelofte." (Handelingen 18:18) Juist ook in de Psalmen lezen wij veel over geloften. Zie bijvoorbeeld Psalm 22:25; 50:14; 56:12; 65:1 en 132:2.
Psalm 76:11 roept zelfs op om beloften aan God te doen: "Doet geloften en betaalt ze de HERE, uw God; allen rondom Hem moeten gaven brengen aan de Geduchte." Als wij zo duidelijk opgeroepen worden om geloften voor God af te leggen, mogen wij ons weleens afvragen, of wij ook op dit punt niet te kort schieten in onze gebeden. Ja, dan mogen wij ons weleens afvragen, of wij wel op de goede manier bidden!
8. In het gebed wordt God bij herhaling geloofd en geprezen
Een vorm van herhaling kan een vaste lofprijs in ons gebed zijn. Hierbij wordt God niet iedere keer op een nieuwe manier als de verheven Schepper aangesproken, maar wordt Hij telkens op dezelfde manier aangesproken. Dat kan zijn naar aanleiding van een bepaalde regel of enkele regels uit de Psalmen, dat kan ook in verbondenheid met het volk van God, zoals dit door de eeuwen heen gebeden heeft.
De Psalmen en de gebeden van het oude Israël leren ons, hoe wij God mogen aanbidden, als wij overweldigd zijn door Zijn majesteit en heerlijkheid, door Zijn liefde en genade. Hier horen wij in de Bijbel over lof, loven, lofzang en lofprijzing. Zie Psalm 33:1; 65:2; 103:1v.v.; 134:1; 135:1,20 en 147:1. Het bidden met lofprijzing was een voorschrift in de Bijbel. "Een voorschrift voor Israël is het de naam des HEREN te loven." (Psalm 122:4) Zie ook Psalm 100:4; 149:1; 150:6 en Nehemia 9:5. Realiseer u, dat dit Oud Testamentische voorschrift ook voor de christenen geldt. Zij moeten zingen en bidden: "Spreekt onder elkander in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zingt en jubelt de Here van harte, dankt te allen tijde in de naam van onze Here Jezus Christus God, de Vader, voor alles. (Ephese 5:19,20) "Het woord van Christus wone rijkelijk in u, zodat gij in alle wijsheid elkander leert en terechtwijst en met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen zingende, Gode dank brengt in uw harten." (Colossenzen 3:16) Er moet gesproken en gezongen worden, d.w.z. er moet gebeden en gezongen worden. Zowel voor de liederen als voor de gebeden moeten onder andere de Psalmen gebruikt worden!
God wordt in de Bijbel geprezen om wat Hij gedaan heeft in de schepping, voor Israël en voor de Gemeente. De lofprijzing geschiedt om twee redenen:
A. God vraagt van ons, dat wij als Zijn onderdanen Hem als de Koning der koningen eren en hulde brengen.
B. Er is dankbaarheid in ons hart, waardoor wij zelf ook graag onze dankbaarheid aan Hem bekend maken. Deze dankbaarheid kan in een persoonlijk gebed aan de Heer bekend gemaakt worden, maar ook in de gemeente van Gods kinderen geschieden.
Een voorbeeld waarmee wij dit herhalingsgedeelte van ons gebed zouden kunnen beginnen is: "Heer, onze God, heilige en eeuwige Koning van het heelal..."
9. In het gebed spreken wij met God niet alleen over onszelf, maar ook over anderen en hun nood
Een prachtig gebed is het eerste gebed in de Bijbel, dat meteen een voorbede voor anderen is: Abraham sprak met God ten gunste van de mensen van Sodom (Genesis 18:22-33). Juist als christenen weten wij, dat de Here Jezus in de hemel voorbede voor ons doet. "Christus Jezus is de gestorvene, wat meer is, de opgewekte, die ter rechterhand Gods is, die ook voor ons pleit." (Romeinen 8:34; zie ook Hebreeën 7:25; 9:24 en 1 Johannes 2:1)
In de Bijbel leren wij, dat wij voor alle mensen mogen bidden (1 Timotheus 2:3). Speciaal bidden wij voor de medegelovigen (Ephese 6:18). Hoewel de Here Jezus Zelf zei, niet voor de wereld te bidden (Johannes 17:9) bad Jeremia wel voor het heidense. Zijn gebed had echter een bijzonder doel: opdat de Joden er vrede zouden vinden. "Zoekt de vrede voor de stad waarheen Ik u in ballingschap heb doen wegvoeren, en bidt voor haar tot de HERE, want in haar vrede zal uw vrede gelegen zijn." (Jeremia 29:7).
Het is een goede zaak om er een gewoonte van te maken, niet alleen voor de leden van ons eigen gezin te bidden, maar ook voor de leden van de gemeente, voor de voorganger, de leden van de raad, de mensen die allerlei werk in de gemeente verrichten, de mensen op het zendingsveld, enz. Het kan heel verstandig zijn om bijvoorbeeld aan de hand van de ledenlijst telkens voor iemand anders te bidden. Juist ook in het gebed moeten wij elkaar niet vergeten!
10. In ons bidden moeten wij niet vaag zijn, maar spreken wij over concrete zaken met God
Als wij de gebeden van velen in de Bijbel lezen, valt op, dat zij precies en duidelijk onder woorden brengen, waar zij mee zitten. Er wordt niet een beetje in het rond gepraat tegen God, maar er wordt Hem precies verteld hoe de zaak ervoor staat. Zie Genesis 24:12v.v., 26v.v.; 25:21; 32:7-12; Richteren 15:18, enz.
Aan de andere kant hoeven wij God niet allerlei details te vertellen, die erop lijken, alsof God van onze informatie afhankelijk is. Ook moeten wij in het openbare gebed God geen informatie geven, om daardoor de andere aanwezigen van bepaalde zaken op de hoogte te stellen.
De Here Jezus zei, dat wij zonder omhaal van woorden moeten bidden (Mattheus 6:7).
11. Als wij bidden komen wij met grote eerbied voor Gods aangezicht
De bidder komt niet in gesprek met een medemens, maar met de hoogste Autoriteit van het ganse heelal. Abraham was zich dit bewust. Hij verontschuldigde zich, dat hij nog wat aan God durfde vragen (Genesis 18:27,31).
12. Wij moeten standvastig zijn in ons bidden
De Bijbel zegt, dat wij moeten volharden in onze gebeden en bidden zonder ophouden (Romeinen 12:12; Ephese 6:18; Colossenzen 4:2; 1 Thessalonicenzen 5:17). Dat was de kracht van de eerste christenen (Handelingen 1:14 en 2:42).
|
|