De Heilige Geest en de Bijbel

Onderwerp: De Heilige Geest en de Bijbel. Anders gezegd: De Heilige Geest en het spreken van God. Hierbij kunnen wij denken aan: Het spreken van God in het verleden. Het spreken van God in het heden.
Er is waarschijnlijk geen onderwerp in de Bijbel waarover zo veel op een verkeerde manier gesproken is en dat op een verkeerde manier uitgelegd wordt als over de Heilige Geest en Zijn werk.
In veel kerken wordt niet of bijna niet over de Heilige Geest gesproken of nagedacht. Het lijkt wel of men niet weet, met welk doel de Heilige Geest indertijd uitgestort is. Men kent de Heilige Geest niet en zwijgt daarom maar over Hem. Er lijkt een zekere verlegenheid te zijn, zodra het gaat over de Heilige Geest. In veel literatuur waarin je zou mogen verwachten, dat het ook over de Heilige Geest zou gaan, wordt over de Heilige Geest gezwegen.
In andere kringen lijkt het wel, of de Heilige Geest het centrale thema van de Bijbel is. Men spreekt bijna uitsluitend over de Heilige Geest, terwijl alles in het leven van die mensen en in hun gemeente en prediking op de Heilige Geest gericht is. Het lijkt wel of men de Vader en de Zoon en de rest van de Bijbel niet zo belangrijk vindt, maar uitsluitend de Heilige Geest belangrijk vindt. In hun lectuur wordt veelvuldig over de Heilige Geest gesproken, maar vaak op een niet-Bijbelse wijze. Er wordt over allerlei ervaringen van mensen gesproken, maar niet over wat God Zelf ons over de Heilige Geest bekend gemaakt heeft.
Er verschijnen allerlei boeken op de evangelische markt, waarin mensen vertellen, welke nieuwe openbaringen de Heilige Geest hen gegeven heeft voor de gelovigen. De één vertelt, dat hij of zij in de hemel geweest is en wat hij of zij daar allemaal gezien heeft. Terwijl de Bijbel ons duidelijk maakt, dat niemand gezien heeft hoe het in de hemel is en dat het een grote verrassing is, vertellen deze mensen precies hoe de hemel eruit ziet.
Anderen vertellen over een nieuwe uitstorting van de Heilige Geest in onze tijd, over bijzondere ervaringen die de Heilige Geest je kan laten meemaken, over bijzondere profetieën die ze van de Heilige Geest ontvangen hebben, waarbij er oordelen over bepaalde steden of landen zullen komen en ook enorme zegeningen in andere gebieden. Profetieën die zegen of oordeel beloofden en die jaren geleden al uitgesproken zijn, waar velen diep van onder de indruk waren, zijn gewoon niet uitgekomen. Er is niets gebeurd van wat zogenaamd geprofeteerd was. Mensen beweerden, dat de Heilige Geest tot of door hen gesproken had. In feite was hun eigen geest met hen op de loop gegaan, terwijl ze misschien ook wel zelf een beetje een zieke fantasierijke geest hadden.
Wie of wat is de Heilige Geest?
Wij leren de Heilige Geest voor het eerst kennen in het tweede vers van de Bijbel: Genesis 1:2. In het Hebreeuws is de naam Ru'ach ha-Kodesh.
Geest is de vertaling van ru'ach. Het woord kan vertaald worden als adem, wind en geest, maar ook als geblaas. Het verwijst naar de adem van God die de Heer in Adams neus blies. Het kan ook naar onze eigen adem verwijzen. Het is de adem van God, die een mens blij maakt, inspireert en kracht geeft. Vandaar dat David bidt: "Red mij, geef mij de vreugde van vroeger, de kracht van een sterke geest." (vers 12) Als God Zijn Geest van je afneemt, raak je je blijdschap kwijt!
Dit werd duidelijk bij de ceremonie van het water dragen op het Loofhuttenfeest. Er was dan een groot feest met zang, dans en muziek. Op dit feest was het alsof de feestgangers met hun vreugde en door hun vreugde allen deel kregen aan de Heilige Geest. Wij kennen dit uit de bijzondere woorden, die de Here Jezus juist op dit feest sprak: "Op de laatste dag, het hoogtepunt van het feest, stond Jezus in de tempel, en Hij riep: 'Laat wie dorst heeft bij Mij komen en drinken! "Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in Mij gelooft," zo zegt de Schrift.' Hiermee doelde Hij op de Geest die zij die in Hem geloofden zouden ontvangen; de Geest was er namelijk nog niet, want Jezus was nog niet tot Gods majesteit verheven." (Johannes 7:37-39)
De Heilige Geest in het leven van Gods knechten
Wij komen hem in enkele teksten nadrukkelijk tegen. "Verban mij niet uit Uw nabijheid, neem Uw Heilige Geest niet van mij weg." (Psalm 51:11; in NBG: vers 13)
Verbannen of verwerpen is de vertaling van het Hebreeuwse woord shalak. Het betekent eigenlijk gewoon: wegwerpen. Het gaat over iets of iemand die niet deugt, die niet bruikbaar meer is, die afgedankt wordt, die ondeugdelijk geworden is.
David is bang, dat hij de Heilige Geest uit zijn leven zal kwijtraken, omdat hij ernstig gezondigd heeft.
De Heilige Geest en de profeten
De Heilige Geest was de Geest van God, die profeten inspireerde om te zeggen, wat zij van Godswege zeggen moesten. Door de Heilige Geest konden profeten twee dingen: Zij konden de wil van God bekend maken. Zij konden bekendmaken wat in de nabije of in de verre toekomst zou gebeuren.
In dit verband is het opmerkelijk om te zien wat wij in Psalm 143:10 lezen: "Leer mij uw wil te doen, want Gij zijt mijn God, uw goede Geest geleide mij in een effen land." De Geest van God geeft je leiding om de wil van God te doen. Hoe? Door bijzondere openbaringen? Neen, door je te helpen de Bijbel, de geschreven wil van God, te begrijpen!
Zo schrijft de apostel Paulus in Efeziërs 5:17 het volgende: "Weest daarom niet onverstandig, maar tracht te verstaan, wat de wil des Heren is." Ook hier geldt, dat de Heilige Geest na het gereed komen van de gehele Bijbel als Woord van God geen openbaringen meer geeft van de wil van God, die een aanvulling op de Bijbel zouden zijn. Elke zogenaamde aanvulling op de Bijbel is in feite in strijd met de Bijbel, omdat Openbaring 22 eindigt met de mededeling, dat God uitgesproken is en geen nieuwe openbaringen meer zal geven!
De Heilige Geest kon van de ene profeet op de andere overgaan. De Heilige Geest die op Mozes rustte, ging bij zijn dood over op zijn leerling, Jozua. "Ze luisterden naar Jozua, de zoon van Nun, omdat hij vervuld was met de geest van wijsheid sinds Mozes hem de handen had opgelegd. Daarmee deden de Israëlieten wat de HEER tegen Mozes had gezegd." (Deuteronomium 34:9) De Heilige Geest die op Elia rustte, ging bij zijn heengaan over op Elisa. "Terwijl ze overstaken vroeg Elia aan Elisa: 'Wat kan ik nog voor je doen voor ik van je word weggenomen? Vraag het maar.' Elisa antwoordde: 'Laat mij dubbel in uw geest delen.' 'Je vraagt iets heel moeilijks, 'zei Elia. 'Als je ziet hoe ik van je word weggenomen, zal je wens vervuld worden, maar als je het niet ziet, gebeurt het niet. '" (2 Koningen 2:9,10).
De rabbijnen geloofden, dat toen de laatste profeten van het Oude Testament stierven, nl. Haggai, Zacharia en Maleachi, de Heilige Geest uit Israël verdween.
De Heilige Geest en het ontstaan van de Bijbel
"Elke schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaam leven, zodat een dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk goed doel volledig is toegerust." (2 Timotheus 3:16,17)
Tientallen schrijvers zijn over een periode van zo'n 1600 jaar gebruikt om met elkaar de verschillende boeken van de Bijbel te schrijven. Onder hen waren koningen, priesters en profeten, boeren, vissers en herders, gevangenen, geleerden, theologen en artsen. Velen schreven in Israël, anderen in Babel, Perzië, Griekenland of Rome. Wie zij ook waren en waar zij ook waren, zij hadden allen één ding gemeen: Zij werden geleid door de Heilige Geest.
In de eerste 1500 jaar van de wereldgeschiedenis bestond de Bijbel nog niet. In de tijd van Adam tot Mozes werd er al wel geschreven, maar die boeken zijn niet in de Bijbel opgenomen. De "oudvaders" moesten leven zonder geschreven Woord van God, zonder Bijbel! Mozes was de eerste, die boeken geschreven heeft, die in de Bijbel zijn opgenomen. Hij schreef de boeken Genesis t/m Deuteronomium.
Ook al hebben er vele mensen in verschillende tijden een bijdrage geleverd aan de Bijbel, toch is de Bijbel niet het product van al die verschillende mensen. De Bijbel heeft Eén bijzondere Inspirator, nl. God Zelf. De Bijbel is nl. op een bijzondere wijze tot stand gekomen. Hierbij zien wij het volgende:
| a. |
God heeft indertijd gesproken tot de mensen, die een bijdrage zouden leveren aan de Bijbel. "Op velerlei wijzen en langs velerlei wegen heeft God in het verleden tot de voorouders gesproken door de profeten." (Hebreeën 1:1) In de Bijbel lezen wij ook vele keren, dat mensen vertelden, dat God tot hen sprak. 2 Timotheus 3:16 zegt ons, zoals de Statenvertaling dit het best weergeeft, dat alle Schrift door God is ingegeven. "Alle Schrift" betekent: de gehele Bijbel. "Ingegeven" is de vertaling van het Griekse woord theopneustos, wat een samenstelling is van theos (d.i. God) en pneustos (d.i. adem). Letterlijk staat er dus, dat de gehele Bijbel bij de verschillende Bijbelschrijvers door God is ingeademd of ingeblazen. Dit wil zeggen, dat God Zijn woorden en gedachten ingeblazen heeft in de harten van de schrijvers van de Bijbel. (zie bijv. Jeremia 36:2 en Lucas 3:1,2)
| | b. | Terwijl God Zijn
woorden en gedachten eerst bij de Bijbelschrijvers ingeblazen heeft, heeft Hij ze Zelf ook weer bij
hen er uit gehaald en gezorgd, dat ze aan het papier werden toevertrouwd. Hierover lezen wij meer in
2 Petrus 1:16-21, waar de apostel Petrus een halt lijkt toe te roepen aan de opvatting, die er ook
toen blijkbaar al was, als zou de Bijbel vol mythen en legenden staan. Sommige mensen beweren, dat
de Bijbel in zijn geheel niet het Woord van God is, maar dat wij wel hier en daar het Woord van God
tegenkomen en dat wij dus zelf maar moeten zien uit te zoeken wat wel en wat niet van God is. |
"Toen wij u de glorierijke komst van onze Heer Jezus Christus verkondigden, baseerden wij ons niet op vernuftige verzinsels - integendeel, wij hebben met eigen ogen zijn grootheid gezien. Want hij ontving van God, de Vader, eer en luister, toen de stem van de majesteitelijke luister tegen hem zei: 'Dit is mijn geliefde zoon, in hem vind ik vreugde.' Die stem hebben wij zelf uit de hemel horen klinken toen wij met hem op de heilige berg waren. Ons vertrouwen in de woorden van de profeten is daardoor alleen maar toegenomen. U doet er goed aan uw aandacht altijd daarop gericht te houden, als op een lamp die in een donkere ruimte schijnt, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart. Besef daarbij vooral dat geen enkele profetie uit de Schrift een eigenmachtige uitleg toelaat, want nooit is een profetie voortgekomen uit menselijk initiatief: mensen die namens God spraken werden daartoe altijd gedreven door de heilige Geest." (2 Petrus 1:16-21)
In 2 Petrus 1:16 zegt Petrus, dat wij geen vernuftig gevonden "verdichtsels" zijn nagevolgd. Het woord "verdichtsels" dat hier staat, is de vertaling van het Griekse woord mythe. In 1 Timotheus 4:7 is het woord mythe vertaald als "oudevrouwenpraat" en in 2 Timotheus 4:4 door "verdichtsels". Wij moeten dus duidelijk zien, dat wij in de Bijbel geen mythen en fabels hebben, geen kletspraat of fantasieverhalen.
Wat wij wel hebben, zegt Petrus heel duidelijk: In de Bijbel hebben wij een ooggetuigenverslag (zie ook Lucas 1:1-4 en 1 Corinthe 15:5-8). In de Bijbel gaat het om feiten, niet om vage verhalen.
Terwijl 2 Timotheus 3:16 zegt, dat God Zijn woorden en gedachten gelegd heeft in de harten van de Bijbelschrijvers, zegt 2 Petrus 1:21, dat God deze zelfde Bijbelschrijvers ook weer gedreven heeft, om datgene wat Hij in hun hart gelegd had, ook uit te spreken en/of op te schrijven. Het is waar, dat vele mensen gewerkt hebben aan het schrijven van de Bijbel. Maar deze mensen hebben niet hun eigen woorden en gedachten aan het papier toevertrouwd, doch uitsluitend weergegeven, wat God tegen hen gezegd had. Daarom is de Bijbel absoluut betrouwbaar.
Eén uitzondering
Zo staat de Heilige Geest als de Goddelijke inspirator van het grootste deel van de Bijbel. Niet van de hele Bijbel. Hiermee bedoelen wij niet, dat wij twijfelen of één of meerdere delen van de Bijbel wel van God zijn. Het is juist andersom. Juist omdat wij zo overtuigd zijn, dat de gehele Bijbel van God is, zijn wij ook overtuigd, dat een bepaald deel niet door de Heilige Geest geinspireerd is. Dit is geen eigen verzinsel. De Bijbel zelf vertelt ons dit!
Terwijl het grootste deel van de Bijbel door middel van de Heilige Geest tot stand gekomen is, is dat niet het geval met het eerste deel van de Bijbel: de Torah. Deze is namelijk rechtstreeks door God Zelf aan Mozes gegeven! Hierbij is geen sprake van inspiratie door de Heilige Geest, omdat God Zelf de Torah gegeven heeft. God heeft namelijk de inspiratie van de Heilige Geest niet nodig.
Hoewel wij dus als Bijbelgetrouwe gelovigen met eerbied zeggen, dat wij geloven, dat de gehele Bijbel door de Heilige Geest geïnspireerd is, moeten wij daar toch een kanttekening bij plaatsen. Het is eigenlijk niet helemaal waar. Wij geloven namelijk beslist niet, dat de gehele Bijbel door de Heilige Geest geïnspireerd is. Er is namelijk één uitzondering op deze regel. Hiermee bedoelen wij niet persoonlijke mededelingen van Paulus en ook niet bijvoorbeeld het laatste gedeelte van de vijf boeken van Mozes, waarin het gaat over de dood van Mozes.
"De HEER zei tegen Mozes: 'Leg deze overwinning in een oorkonde vast, zodat niemand die ooit zal vergeten, en overtuig Jozua ervan dat ik zal zorgen dat niets op aarde nog aan het volk van Amalek herinnert.'" (Exodus 17:14) (NBG: "Schrijf dit ter gedachtenis in een boek.") God Zelf heeft Mozes opdracht gegeven wat hij in dit boek diende op te schrijven.
"Nadat de HEER dit alles op de Sinai tegen Mozes had gezegd, gaf Hij hem de twee platen van het verbond, de stenen platen, door Gods vinger beschreven." (NBG: "En Hij gaf aan Mozes, toen Hij geëindigd had met hem te spreken op de berg Sinai, de twee tafelen der getuigenis, tafelen van steen, beschreven door de vinger Gods.") (Exodus 31:18) Deze twee stenen tafelen waren het werk van God Zelf. Niet door inspiratie van de Heilige Geest was dit deel van de Bijbel tot stand gekomen, maar door het directe werk van God Zelf!
"Mozes keerde zich om en ging de berg af. De twee platen met de verbondstekst droeg hij bij zich. Aan beide kanten waren ze beschreven, aan de voorkant en aan de achterkant. De platen waren Gods eigen werk en het schrift dat erin gegrift was, was Gods eigen schrift." (Exodus 32:15,16) "Mozes kreeg van de HEER deze opdracht: 'Kom naar mij toe, de berg op, samen met Aäron, Nadab en Abihu en zeventig van Israëls oudsten, en kniel op eerbiedige afstand neer. Alleen jij, Mozes, mag in de nabijheid van de HEER komen, de anderen niet. Het volk mag jou niet volgen als je de berg op gaat.' Mozes maakte het volk bekend met alle geboden en regels die de HEER had gegeven, en het volk verklaarde eenstemmig dat het zich zou houden aan alles wat de HEER geboden had. Hierna schreef Mozes alles op wat de HEER had gezegd. De volgende morgen bouwde hij aan de voet van de berg een altaar en richtte hij twaalf gedenkstenen op, voor elk van de twaalf stammen van Israël één. Hij droeg een aantal jonge Israëlieten op om de HEER brandoffers te brengen en stieren te slachten voor een vredeoffer. Mozes nam de helft van het bloed en deed dat in schalen, de andere helft goot hij tegen het altaar. Vervolgens nam hij het boek van het verbond en las dit aan het volk voor, en zij zeiden: 'Alles wat de HEER gezegd heeft zullen we ter harte nemen.' De HEER zei tegen Mozes: 'Kom naar mij toe, de berg op, en wacht daar; dan zal ik je de stenen platen geven waarop ik de wetten en geboden heb geschreven om het volk te onderrichten.' Samen met zijn dienaar Jozua ging Mozes de berg van God op." (Exodus 24:1-7,12,13)
God Zelf had Mozes opdracht gegeven om het een en ander op te schrijven en wat hij moest opschrijven! Zie ook: "Dit zijn de pleisterplaatsen die de Israëlieten aandeden, nadat ze onder leiding van Mozes en Aäron, geordend in legerafdelingen, waren weggetrokken uit Egypte. Op bevel van de HEER heeft Mozes de plaatsen waar ze hun kamp hadden opgeslagen genoteerd. Ze trokken als volgt van de ene pleisterplaats naar de andere:..." (Numeri 33:1,2) Letterlijk staat hier: "Dit zijn de opbreekpunten van de kinderen Israëls sinds ze zijn uitgetrokken uit het land van Egypte, in hun heirscharen, - door de hand van Mozes en Aäron. Mozes schrijft hun uittochten op per opbreken van hen op mond van de HEER; en dit zijn hun opbreekplaatsen per uittocht van hen."
Het was de mond van de Heer - de Heer sprak en Mozes schreef op!
"De HEER, onze God, heeft bij de Horeb tegen ons gezegd..." (Deuteronomium 1:6) "De HERE, onze God, heeft tot ons bij Horeb gesproken..." (NBG) Nu gaat Mozes aan het volk vertellen wat God allemaal gezegd heeft. Dat alles staat in dit boek, in Deuteronomium 1:6-33:29. Het hele boek Deuteronomium is het verslag van wat God Zelf gesproken heeft tegen Mozes en tegen het volk. Hierbij was geen sprake van inspiratie door de Heilige Geest, maar van een direct spreken van God tot Mozes en tot het volk.
"De HEER sprak persoonlijk met Mozes, zoals een mens met een ander mens spreekt. Daarna keerde Mozes terug naar het kamp, maar zijn jonge dienaar Jozua, de zoon van Nun, verliet de tent niet." (Exodus 33:11) NBG: "En de HERE sprak tot Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals iemand spreekt met zijn vriend; dan keerde hij terug naar de legerplaats. Maar zijn dienaar Jozua, de zoon van Nun, een jonge man, week niet uit de tent."
Daarom: "Luister dus, Israël, naar de wetten en de regels waarin ik u onderwijs en kom ze na. Dan blijft u in leven en kunt u het land in bezit nemen dat de HEER, de God van uw voorouders, u zal geven. Voeg niets toe aan wat ik u voorschrijf en doe er niets van af. Houd u aan de geboden die ik u geef; het zijn de geboden van de HEER, uw God." (Deuteronomium 4:1,2) Niets mag worden toegevoegd of afgenomen van wat God Zelf gegeven heeft!
Het begrijpen van de Bijbel
De Bijbel is voor velen een moeilijk boek. Je hebt Iemand nodig, die je helpt bij de uitleg van alles wat er geschreven staat. 1 Corinthe 2:14 wijst ons er op, dat een ongelovige de Bijbel niet kan begrijpen. Je kunt alleen de Bijbel begrijpen als je een geestelijk mens bent, zo staat er, dat wil zeggen, als je een gelovige bent. De gelovigen hebben de Heilige Geest in hun hart, die hen helpt de boodschap van de Bijbel te verstaan.
Hoe moeten wij met de Bijbel omgaan?
Voor sommigen is de Bijbel een gesloten boek. Zij hebben hem wel, maar kijken er nooit in. Dat is niet de bedoeling. Anderen gebruiken de Bijbel als een soort "naslagwerk". Als zij iets willen weten, proberen zij het op te zoeken. Weer anderen lezen in een soort sleur de Bijbel. Zij lezen hem wel, maar het dringt niet tot hen door, wat zij lezen. Hoe moeten wij met de Bijbel omgaan? Psalm 119:11 zegt: "Ik berg Uw Woord in mijn hart, opdat ik tegen U niet zondige." (zie ook Hebr. 4:12) "Gods Woord in je hart opbergen" is een uitdrukking, die wil zeggen: Uit je hoofd leren. Het is natuurlijk niet mogelijk om alle verzen uit de Bijbel uit het hoofd te leren. Er is echter wel een aantal belangrijke verzen, dat de moeite meer dan waard is om uit het hoofd geleerd te worden.
Wat het bestuderen van de Bijbel in ons leven uitwerkt
In 2 Tim. 3:16 wordt gezegd, dat het lezen en bestuderen van de Bijbel de volgende uitwerking in ons leven heeft:
| a. |
Wij worden er door onderricht. Wij ontvangen Goddelijk onderwijs. Hier
leren wij de wil van God kennen. Gods wil voor Israël, Gods wil voor de niet-Joodse volken en Gods
wil voor de christenen. | | b. |
Als wij verkeerde gedachten of daden hebben, worden deze weerlegd en
worden wij terecht gewezen. Ook de verkeerde gedachten over onze tijd en over het werk van de
Heilige Geest worden in de Bijbel weerlegd. | | c. |
Als wij fouten maken, worden wij verbeterd, zodat wij het in de
toekomst beter zullen doen, dan wij het in het verleden deden. Als wij zondigen, lezen wij in de
Bijbel, wat onze zonde is. | | d. |
Wij worden er door opgevoed in de gerechtigheid, dat wil zeggen,
dat wij opgevoed worden door tuchtiging/kastijding, waardoor wij leren ons leven op orde te zetten.
Het einddoel hiervan is: volkomenheid. Anders gezegd: Volkomen toegerust tot alle goed werk. |
Zó wil God Zijn werk in ons doen, door Zijn eigen Woord. God heeft in het verleden door Zijn Woord Zijn wil bekend gemaakt voor alle mensen, wanneer zij ook zouden leven. God heeft niets meer toe te voegen aan wat Hij in Zijn Woord gezegd heeft. Dat moet voldoende voor ons zijn. En het is ook voldoende. Het is een rijke schat aan hemelse informatie. Het is een goudmijn. De Bijbel is een boek, waarmee wij leven en sterven kunnen, een gids voor ons hele leven, het Woord van God.
|