De toekomst van Jeruzalem
|
Er zal volgens Gods wil en als vervulling van de profetie weer een tempel in Jeruzalem komen. "Toen nam de man mij
mee naar de oostpoort. En daar, vanuit het oosten, zag ik de God van Israël in al zijn luister
verschijnen". Ezechiël 43:1-2 | Zacharia
1 : 12-17; 14 : 1-3,9,11-13,16
In 1948 ontstond de soevereine staat Israël. Na 2.500 jaar geen eigen staat gehad te hebben, kreeg
het volk eindelijk weer - net als in het verre verleden - zijn eigen staat. Direct daarna vielen de
Arabische legers aan en werd de oude stad Jeruzalem bezet door Jordanië. Dit duurde tot de zesdaagse
oorlog in 1967. Toen werd Jeruzalem bevrijd en werd ook “de oude stad” deel van het land Israël.
Dit jaar gedenken wij, dat de gehele stad Jeruzalem 40 jaar in Joodse handen is. Daarom besteden wij speciaal aandacht aan deze stad.
In veel kerken is eeuwen lang de betekenis van het aardse land Israël, de aardse stad Jeruzalem in
dat land en de tempel in die stad genegeerd. Veel theologen hielden hun gemeenteleden voor, dat het
volk Israël met zijn land, stad en tempel door God waren afgeschreven, dat ze geen betekenis meer
hadden, dat ze vervloekt waren en dat alle geestelijke zegeningen die God aan dit land, deze stad en
dit volk beloofd had, nu bestemd waren voor de Kerk. |
De Kerk was het nieuwe Israël, het geestelijke Israël en God had alleen nog bemoeienis met de Kerk.
Er was alleen toekomst voor de Kerk. Helaas was die toekomst volgens de geloofsbelijdenis ook niet
veel-belovend: Jezus zou komen om te oordelen de levenden en de doden. Wie kijkt er vol verlangen
uit naar een oordeel?
Als men in deze kerken in de Bijbel over Israël of over Jeruzalem las, legde men dit uit alsof het
ging over de Kerk. Als men in Psalmen over het land Israël en over Jeruzalem zong, legde men dit uit
dat het over de Kerk ging. Wie zong dat hij naar Jeruzalem ging, zong, dat hij naar de kerk en eens
naar de hemel ging. Israël en Jeruzalem waren vervangen door de Kerk.
Evangelische christenen hebben niet meegedaan met deze vergeestelijking van een belangrijke
boodschap uit de Bijbel. Evangelische christenen waren mensen die net als Johannes de Heer een open
oog hadden voor de onverbrekelijke beloften die God aan Israël en Jeruzalem gedaan had. Helaas kwam
er tientallen jaren geleden een splitsing onder de evangelische christenen, toen de organisatie
“Kracht van Omhoog” onder leiding van br. Van den Brink juist weer ging leren dat Israël toch had
afgedaan en dat de Kerk toch in plaats van Israël gekomen was. Dit is in bepaalde kringen binnen de
charismatische beweging het geval gebleven. Dat blijkt ook uit verschillende liederen die in de
bundel Opwekking staan, waar de boodschap van God aan het volk Israël en de stad Jeruzalem nu
toegepast wordt op de christelijke gelovigen en niet meer op Israël en Jeruzalem.
Terug naar het verleden
Om de toekomst van Jeruzalem te kunnen begrijpen, moeten wij het verleden van Jeruzalem
bestuderen. De Bijbel leert namelijk het herstel van Jeruzalem. Dat wil zeggen: wat geweest is, komt
weer terug.
Al vele jaren is Jeruzalem de heilige stad voor Joden en christenen. Joden, christenen en Arabieren
(islamieten) hebben vele malen gevochten om het bezit van de stad.
Joden zeiden dat het hun stad was, omdat het sinds koning David de hoofdstad was geweest van hun
vaderland.
Christenen zeiden dat het hun stad was, omdat het de stad was waar de Here Jezus geleden had en
gestorven was.
Islamieten zeiden dat het hun stad was - weliswaar de derde heilige stad na Mekka en Medina - omdat
Mohammed vanaf deze plaats op zijn paard naar de hemel zou zijn gereisd.
Jeruzalem is echter nooit de hoofdstad geweest van een ander volk dan alleen van het volk Israël.
De Arabische islamieten hebben beslist, dat de belangrijkste plaats in het huidige Jeruzalem - het
oude tempelterrein - voor Joden “verboden gebied” is. Wat de ouderen nog uit de Tweede Wereldoorlog
weten: de bordjes met “Verboden voor Joden” geldt nog steeds voor Joden op de tempelberg.
Jeruzalem is in de Bijbel een belangrijke stad. Dat blijkt wel uit het feit, dat de naam Jeruzalem
meer dan 800 keer voorkomt in het Oude- en Nieuwe Testament. Daarnaast komt de naam “Sion” als
plaats van de tempel en als vervanger voor de naam Jeruzalem ook nog eens meer dan 150 keer voor in
de Bijbel.
De stad van God
| 1. | Het land dat vroeger Kanaän heette, wordt in
de Bijbel het land genoemd, dat het speciale eigendom van God is. God zegt: Het is “MIJN LAND.”
(Ezechiël 36:5; 38:16; Joël 1:16 en 3:2) | | 2. |
De stad Jeruzalem wordt in de Bijbel “de stad van God” genoemd. Alleen van deze
stad wordt het volgende gemeld in de Bijbel: “Van de Korachieten, een psalm, een lied. Boven alle
steden van Jakob heeft de HEER de poorten van Sion lief, zijn vesting op de heilige bergen.” (Psalm
87:1) “Groot is de HEER, hem komt alle lof toe. In de stad van onze God, op zijn heilige berg.”
(Psalm 48:1) | | 3. | De tempelberg wordt in
de Bijbel “de berg van de HEER” genoemd (Genesis 22). Hier, op de berg Moria, legde Abraham zijn
zoon Izaak op het altaar en werd op een bijzondere manier uitgebeeld wat de offers later zouden
doen. Op deze zelfde plaats bouwde Salomo later een tempel voor God (2 Kronieken 3:1). Hier had
eerder Jakob zijn profetische droom met de ladder die naar de hemel wees en waar God juist bij Hem
op aarde was. Hij noemde deze plaats “de poort naar de hemel” en “Huis van God”. Velen hebben deze
laatste uitdrukking gezien als de naam van een plaats: “Bethel”. Het was echter op de berg Moria
waar hij deze ervaring had. Dáár is het Huis van God en dáár is de poort naar de hemel. |
| 4. | De tempelberg in Jeruzalem is de enige
plaats op aarde waar God wilde, dat voor Hem een huis op aarde gebouwd zou worden en waar Hij zou
wonen. “De HEER heeft Sion verkozen en als woonplaats begeerd: ‘Dit is, voor altijd, mijn
rustplaats, hier verlang ik te wonen.’” (Psalm 132:13,14) Van de tempel zei later de Here Jezus,
dat het het huis van Zijn hemelse Vader was. In de tempel van Salomo was “Gods aanwezigheid”, de
“Sjekina”, de Geest van God, de Heilige Geest, de Geest van de profetie. In de tempel was een
vertrek dat de Allerheiligste plaats op aarde was: het Heilige der Heiligen. Hier woonde God! Hier
lagen de twee stenen tafelen die Mozes geschreven had. Dit was de plaats waar God luisterde naar de
gebeden van Zijn volk. | | 5. | De
tempelberg is de enige plaats in de Bijbel waar God al in een ver verleden aankondigde, dat Hij er
in de geestelijke nood van de mens zou voorzien (Genesis 22). |
| 6. | De tempelberg in Jeruzalem is de enige plaats
in de gehele wereld waar God de offers van Zijn volk en van andere mensen aanvaardde. “Maar straks
steekt u de Jordaan over om u in het land dat de HEER u in eigendom geeft, te vestigen. Als hij u
eenmaal vrede heeft gegeven door u te verlossen van de vijanden die u omringen, en u leeft er
ongestoord, dan mag u zich alleen maar naar de ene plaats begeven die de HEER, uw God, zal
uitkiezen om er zijn naam te laten wonen. Ga daar met alles wat u moet afdragen heen: de dieren
voor uw brandoffers en vredeoffers, uw tienden en andere heffingen, en de bijzondere offers die u
ter nakoming van een gelofte aan de HEER brengt.” (Deuteronomium 12:10,11; 14:23: 16:2; 26:2)
Conclusie: God en Jeruzalem, en: God en de tempel horen bij elkaar! God heeft Zich voor eeuwig
verbonden met Jeruzalem en met de tempel in die stad! God kan en zal dit nooit herroepen. Jeruzalem
is voor eeuwig - dus ook vandaag - de stad van God. Dit is uniek. Dit dienen wij te accepteren en te
respecteren. Dit dient een geloofspunt voor ons te zijn! |
| 7. | De tempel die hier in het verleden stond en de
tempel die hier in de toekomst weer zal staan, zijn een gebedshuis voor alle volken. Ook in de
toekomst zal de tempel een plaats van gebed zijn voor alle volken. Zo werd de tempel in het verleden
nog niet gebruikt. Zo zal het wel in de toekomst zijn. |
Belangrijk voor Joden
| 1. |
Alleen hier in Jeruzalem en in en bij de tempel kunnen de Joden de
Bijbelse feesten vieren die God hen opgedragen heeft: Pasen, Pinksteren en Loofhutten. Want alleen
hier kunnen zij de voorgeschreven offers brengen. Alleen hier verschenen zij voor het aangezicht van
God (Deuteronomium 16:16). Nu er geen tempel meer is, kunnen de Joden de feesten niet vieren zoals
God ze opgedragen heeft. Pas als er weer een tempel in Jeruzalem zal zijn, is dit weer mogelijk. |
| 2. | De gebeden die de Joden
opzonden en opzenden zijn altijd gericht op de aardse woonplaats van God: de tempel(berg). Dit zien
wij in de Bijbel al bij Daniël. | | 3. |
De inrichting van de synagogen is zo, dat de heilige arke (de Aron
haKodesh) altijd gericht is op Jeruzalem en ook daar gebeden wordt in de richting van de
tempel(berg). | | 4. | Steeds
bidden vrome Joden om de komst van de Messias in Jeruzalem en om de vestiging van Zijn Messiaanse
vrederijk. Steeds bidden zij om de herbouw van de tempel in Jeruzalem, opdat de Messias zal komen en
zij God weer kunnen dienen, zoals Hij gediend wil worden en zoals zij Hem vroeger dienden, toen zij
nog niet over de hele wereld verstrooid waren. | | 5. |
Steeds realiseren Joden zich, dat zij zonder Messias en zonder nieuwe
tempel en in de verstrooiing onder de volken op aarde geestelijk verminkt zijn. Zoals de Joden
indertijd in Babel zeiden, dat zij daar niets meer te zingen hadden - hoe zouden zij in een vreemd
land liederen kunnen zingen die alleen in het beloofde land gezongen behoren te worden? (Psalm
137:4) Zo vergaat het de Joden nu eigenlijk ook. Ze zingen hun liederen, maar altijd met een
ondertoon in mineur. Ze zingen vaak vrolijk en toch in mineur. |
| 6. | Overal zijn Joden zich bewust dat
zij Jeruzalem niet mogen vergeten. “Als ik jou vergeet, Jeruzalem, laat dan mijn hand de snaren
vergeten. Laat mijn tong aan mijn gehemelte kleven als ik niet meer denk aan jou, als ik Jeruzalem
niet stel boven alles wat mij verheugt.” (Psalm 137:5,6) |
| 7. | Net zoals wij geloven dat wij in “de
eindtijd” leven, zo geloven vrome Joden dit ook. Al duizenden jaren geloven zij, dat zoals God de
wereld in 6 dagen schiep en daarna een rustdag instelde, Hij de aarde 6000 jaar “werktijd” geeft en
daarna het 7e 1000 jaar een periode van rust en vrede zal schenken. |
Belangrijk voor christenen
Jeruzalem is ook voor christenen zeer belangrijk. Naast het feit, dat wij volledig staan achter
Gods Woord dat zegt, dat het land Israël en de stad Jeruzalem het speciale eigendom van God zijn,
realiseren wij ons ook, dat God in Zijn eigen stad een bijzonder werk met en door de Here Jezus
gedaan heeft.
| 1. |
Hier werd Jezus als baby in de tempel gebracht om aan God te worden
voorgesteld. Hier werd het speciale offer gebracht, dat gebracht diende te worden vanwege Zijn
geboorte. | | 2. | Hier stond
Hij reeds als 12jarige temidden van de geleerden en sprak Hij over het werk van Zijn hemelse Vader.
In het huis van Zijn hemelse Vader sprak Hij over het werk van Zijn hemelse Vader. |
| 3. | Hier in de tempel gaf de Heer Jezus
geregeld onderricht aan Zijn discipelen en aan andere luisteraars. |
| 4. | Hier in Jeruzalem werd Hij
gekruisigd en stond Hij op uit de dood. | | 5. |
Vanuit Jeruzalem keerde Hij terug naar de hemel. |
| 6. | In Jeruzalem kwam de Heilige Geest. |
| 7. | Bij Zijn wederkomst zal de
Heer in Jeruzalem terugkomen. Zacharia 14:1-6; Handelingen 1:10,11. |
Jeruzalem in de toekomst
Prachtige beloften:
“Gij dan, vrees niet, mijn knecht Jakob, luidt het woord des HEREN, en wees niet verschrikt,
Israel, want zie, Ik verlos u uit verre streken, uw nakroost uit het land hunner gevangenschap;
Jakob zal terugkeren en rustig en veilig zijn, door niemand opgeschrikt.” (Jeremia 30:10 NBG)
“Ik zal er weer vreugde in vinden hen te zegenen en zal hen voorgoed in dit land planten. Met
hart en ziel zal ik dat doen.” NBG: “Ik zal Mij over hen verblijden en hun weldoen en Ik zal hen
voorgoed in dit land planten met heel mijn hart en heel mijn ziel.” (Jeremia 32:41) God beleeft
vreugde in het zegenen van Zijn volk Israël. Wie wil hier dan tegenover God gaan staan en zeggen:
“Ik doe hierin niet met U mee?” De Psalmist maakte vroeger al duidelijk dat hij naast God wilde
staan en dat hij wilde liefhebben wie God liefhad en dat hij zou haten wie God haatte. Moeten wij
dan niet het zelfde doen?
| 1. |
Jeruzalem zal de plaats zijn waar God in het gericht zal treden met de
volken op aarde. “Op de dag dat alle volken op aarde tegen Jeruzalem oprukken, zal ik van de stad
een zware steen maken waaraan haar belagers zich vertillen.” (Zacharia 12:3) “Ik zal alle volken
samenbrengen–zegt de HEER –om tegen Jeruzalem ten strijde te trekken. De stad zal worden
ingenomen, de huizen zullen worden geplunderd en de vrouwen verkracht. De helft van de inwoners
wordt in ballingschap weggevoerd, maar het deel dat overblijft zal niet worden uitgeroeid. Daarna
zal de HEER uittrekken en de strijd tegen die volken aanbinden, net als weleer.” (Zacharia 14:2,3)
“De volken die tegen Jeruzalem ten strijde zijn getrokken, zullen door de HEER worden getroffen met
een afgrijselijke plaag: terwijl ze nog levend rondlopen zal hij hun vlees laten wegteren van hun
botten, hun ogen laten wegrotten in hun kassen en hun tong laten wegrotten in hun mond. De HEER zal
op die dag zo’n paniek onder hen zaaien dat ze elkaar beetgrijpen en slaags raken.” (Zacharia
14:12,13) | | 2. | Als de
Messias zal komen - als de Here Jezus zal wederkomen - zal de Here Jezus daar Koning worden over de
gehele aarde en zal Jeruzalem de hoofdstad van Zijn rijk zijn. Jezus en Jeruzalem zijn daarom
onlosmakelijk aan elkaar verbonden. “En de HEER zal koning worden over de hele aarde. Dan zal de
HEER de enige God zijn en zijn naam de enige naam.” (Zacharia 14:9) |
| 3. | Dan zal Jeruzalem niet alleen de
hoofdstad van Israël zijn, maar van de gehele wereld. “Eens zal de dag komen dat de berg met de
tempel van de HEER rotsvast zal staan, verheven boven de heuvels, hoger dan alle bergen. Alle volken
zullen daar samenstromen, machtige naties zullen zeggen: ‘Laten we optrekken naar de berg van de
HEER, naar de tempel van Jakobs God. Hij zal ons onderrichten, ons de weg wijzen, en wij zullen zijn
paden bewandelen.’ Vanaf de Sion klinkt zijn onderricht, vanuit Jeruzalem spreekt de HEER.” (Jesaja
2:2,3) “De overlevenden van de volken die Jeruzalem hebben belaagd, zullen dan jaarlijks naar de
stad komen om de HEER van de hemelse machten als koning te vereren en het Loofhuttenfeest te vieren.”
(Zacharia 14:16) | | 4. | Jezus
zal vanuit Jeruzalem de gehele wereld regeren en vrede brengen onder alle volken. “Hij zal
rechtspreken tussen de volken, over machtige naties een oordeel vellen. Zij zullen hun zwaarden
omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen
een ander volk, geen mens zal meer weten wat oorlog is.” (Jesaja 2:4) “Jeruzalem zal weer een
veilige woonplaats zijn, want er zal nooit meer vernietiging over worden afgeroepen.” (Zacharia
14:11) | | 5. | Er zal volgens
Gods wil en als vervulling van de profetie weer een tempel in Jeruzalem komen. “Toen nam de man mij
mee naar de oostpoort. En daar, vanuit het oosten, zag ik de God van Israël in al zijn luister
verschijnen, met een geluid als het gebulder van de zee, en de aarde straalde ervan. Wat ik zag,
leek op wat ik had gezien toen ik de verwoesting van de stad zag, en op wat ik had gezien bij het
Kebarkanaal, en ik wierp me voorover op de grond. De luisterrijke verschijning van de HEER ging
door de oostpoort de tempel binnen. Toen hief een geest mij op en bracht me naar de binnenhof,
en ik zag dat de tempel vol was van de luister van de HEER. Toen werd er vanuit de tempel
tegen mij gesproken, terwijl de man naast mij stond: ‘Mensenkind, dit is de plaats van mijn
troon, de plaats waar ik mijn voeten zet. Hier zal ik voorgoed blijven wonen te midden van de
Israëlieten. Het volk van Israël zal mijn heilige naam nooit meer bezoedelen, zij noch hun
koningen, niet met hun ontrouw en niet met de lijken van hun koningen in hun tombes. Ze plaatsten
hun drempel naast mijn drempel en hun deurpost naast mijn deurpost, alleen een muur stond er tussen
ons in, ze bezoedelden mijn heilige naam met hun wangedrag en daarom heb ik hen in mijn woede
vernietigd. Maar vanaf nu zullen ze niet langer ontrouw zijn en de lijken van hun koningen ver van
mij houden, zodat ik voorgoed bij hen kan wonen. Mensenkind, vertel het volk van Israël over
de tempel, zodat ze zich schamen over hun wandaden, en laat ze het model nameten. Als ze zich
schamen over alles wat ze hebben gedaan, maak hen dan bekend met de indeling en het ontwerp van de
tempel, met de uitgangen en de ingangen, kortom met de hele indeling, en met alle bepalingen en
voorschriften. Schrijf alles voor hen op, opdat zij het nauwgezet uitvoeren. Dit zijn de
voorschriften voor de tempel; het hele gebied rondom de tempel boven op de berg is allerheiligst.
Tot zover de voorschriften voor de tempel.’” (Ezechiël 43:1-12) “Voortaan heet de stad: ‘De HEER
is daar!’” (Ezechiël 48:35) | | 6. |
God Zelf beleeft vreugde, als Hij denkt aan de toekomst van Jeruzalem.
“Ik herschep Jeruzalem in een jubelende stad en schenk haar bevolking vreugde. Dan zal ik over
Jeruzalem jubelen en mij verblijden over mijn volk. Geen geween of geweeklaag wordt daar nog
gehoord.” (Jesaja 65:18 b,19) | | 7. |
Dan komt de ware vervulling van Gods toezeggingen die Hij deed aan het
eind van de Babylonische ballingschap. “Toen riep de engel van de HEER uit: ‘HEER van de hemelse
machten, hoe lang zal het nog duren voor u erbarmen toont met Jeruzalem en de steden van Juda,
waarop u nu al zeventig jaar verbolgen bent?’ Daarop antwoordde de HEER de engel die met mij sprak
met troostende en bemoedigende woorden, en de engel droeg mij op te verkondigen: ‘Dit zegt de
HEER van de hemelse machten: Brandend van liefde neem ik het op voor Jeruzalem en Sion, en ziedend
van woede ben ik op de zelfgenoegzame volken. Ik had mijn toorn immers al weer laten varen, maar
zij hebben mijn volk steeds harder aangepakt. Daarom–zegt de HEER –keer ik vol erbarmen terug
naar Jeruzalem. Mijn huis zal er worden herbouwd–spreekt de HEER van de hemelse machten–en met
het meetlint in de hand zal een begin worden gemaakt met de wederopbouw van de stad.’ Verder moest
ik verkondigen: ‘Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Opnieuw zullen mijn steden overvloeien
van voorspoed, opnieuw zal de HEER Sion troosten, opnieuw zal hij Jeruzalem uitverkiezen.’”
(Zacharia 1:12-17) |
Deze bijzondere profetie is niet echt in
vervulling gegaan toen de Babylonische ballingschap beëindigd was. In de tempel die daarna gebouwd
werd, was God niet teruggekeerd. Dit is in overeenstemming met Ezechiël, die aangekondigd heeft, dat
God pas in het Messiaanse rijk zal terugkeren naar Zijn tempel.
Deze woorden gaan in onze dagen in vervulling. Na 2.500 jaar is Jeruzalem eindelijk weer de
officiële hoofdstad van een Joods rijk. God maakt in onze dagen duidelijk, dat Hij Jeruzalem weer
gekozen heeft en de stad weer zijn plaats in de heilsgeschiedenis gegeven heeft. God is aan het werk
en wij zijn er getuigen van. God “brandt weer van liefde voor de stad Jeruzalem.”
Als Gods liefde voor Jeruzalem een brandende liefde is, een vurige liefde, moeten alle kinderen van
God dan niet een zelfde liefde voor deze stad hebben? Wie van de gelovigen geen vurige liefde voor
Jeruzalem heeft, heeft een geloofsleven dat zeer ernstig tekortschiet. Dan heb je een geloofsleven
dat in strijd is met de Heilige Geest van God. Dan toon je, dat je hoort bij de tegenstanders van
God. De tegenstanders van God hebben geen liefde voor Jeruzalem. Zorg ervoor, dat je daar niet bij
hoort.
Daarom: “Bidt Jeruzalem vrede toe: mogen wie u liefhebben, rust genieten.” (Psalm 122:6 NBG)
Echte vrede in je eigen leven heeft o.a. te maken met je houding tegenover de aardse woonplaats van
God. Wie bidt om vrede voor Gods aardse woonplaats, zal zegen van God Zelf ontvangen.
|