Wie is God? - deel 1: God en de mens

Als christenen geloven wij in God en in de Here Jezus. Opmerkelijk is het, dat de meeste christenen
veel over de Here Jezus kunnen vertellen en zij het gevoel hebben, dat zij Hem echt kennen, terwijl
dit niet het geval is met God. Wat weet u van God? Hoe is Hij? De Here Jezus is de Middelaar tussen
God en mensen. Hij wil ons bij de Vader brengen, maar dan moeten wij ook bij de Vader komen. De Here
Jezus kwam om ons God de Vader te openbaren, opdat wij Hem zouden leren kennen. Wat weten wij nu van
Hem? Denkt u, dat u God echt kent, voor zover Hij natuurlijk te kennen en te begrijpen is?
Er zijn prachtige liederen, zoals "Heer, onze God, hoe heerlijk is Uw naam." en "Machtig is de
Naam van de Heer." Toch blijkt, dat velen die dit zingen, geen idee hebben hoe de Naam van God is en
wat die betekent. De Here Jezus is gekomen opdat wij God de Vader zouden leren kennen, zegt Johannes
1:18. Toch hebben veel christenen weinig kennis van de hemelse Vader, terwijl zij genoeg weten te
vertellen over de Here Jezus. Schokkend is het toch eigenlijk om te moeten horen, dat Mozes bij de
braamstruik naar de Naam van God moest vragen (Exodus 3:13)
De Israëlieten in de tijd van het Oude Testament kenden de Here Jezus nog niet. Waaruit bestond
hun godsdienst? God had Zich op de berg in de woestijn aan hen geopenbaard. Zij hadden Zijn stem
gehoord. Bleef het daarbij en maakten zij zich verder niet druk om God? Wisten zij, dat er "Iemand"
in de hemel daarboven was, die hen een aantal wetten gegeven had en moesten zij nu alleen die wetten
houden en zich verder niet bekommeren om die "Iemand" daarboven, of moesten zij zorgen, dat zij
zoveel mogelijk van Hem te weten kwam, zodat zij Hem echt leerden kennen? Wat wilde God? Wilde Hij,
dat de Israëlieten zoveel mogelijk van Hem zouden weten en Hem zo goed mogelijk leren kennen, of
wilde Hij de God op afstand zijn, ja, een afstandelijke God voor hen zijn?
Dezelfde vraag kan aan ons gesteld worden. Wil God, dat wij alleen weten wat Hij voor ons doet,
of wil Hij ook, dat wij zullen weten wie Hij is? Is het voldoende, dat wij de Here Jezus, de
Messias, de Redder en Middelaar leren kennen en zoveel mogelijk van Hem te weten komen, of moeten
wij zorgen, dat wij God Zelf zo goed mogelijk leren kennen? Is het voldoende, dat wij weten dat God
voor ons zorgt, ons liefheeft en ons eens in de hemel wil hebben en leren wij Hem wel kennen als wij
eens bij Hem in de hemel zijn, of moeten wij zorgen, dat wij Hem nu reeds zo goed mogelijk leren
kennen? Wat denkt u zelf, dat God zou willen?
Om God te leren kennen en om Hem beter te leren kennen, zullen wij ons bewust moeten zijn, dat
wij vanuit ons mens-zijn spreken over God. Wij spreken niet over onze Gelijke, maar over Iemand, die
heel anders is dan wij zijn. Dit betekent, dat als wij over Hem spreken, wij dit moeten doen in
menselijke taal, met menselijke begrippen en in vergelijking met onszelf als mensen. Dan nog zullen
wij ons bewust moeten zijn, dat God veel hoger en verhevener is, dan wij ons kunnen voorstellen.
De eerste tekst in de Bijbel die ons spreekt over God, is tevens de eerste tekst uit de Bijbel.
"In den beginne schiep God de hemel en de aarde." (Genesis 1:1) Hier horen wij het eerste van God:
Hij is de Schepper. Enkele woorden springen direct in het oog: God, scheppen, het allereerste begin
en aarde. Even later in hetzelfde hoofdstuk horen wij ook over avond en morgen. Met deze woorden
worden wij bepaald bij zaken als materie, tijd, licht en ruimte. De aarde is niet van lucht gemaakt,
maar van materie. De aarde bevindt zich in het onmetelijke heelal. De aarde is in een bepaalde tijd
gemaakt en onderworpen aan de klok. Dat tonen de zon en de maan, die door God aangesteld zijn om het
verschil tussen dag en nacht duidelijk te maken. Er zijn dagen, maanden, jaren, maar ook uren,
minuten en seconden. Dit alles is het gevolg van het scheppingswerk van God. Hoewel velen willen
geloven, dat het gehele heelal en dus ook de aarde door toeval ontstaan zijn, leert de Bijbel, dat
zoiets wel heel erg toevallig zou zijn en daarom niet het geval is geweest. De Bijbel leert, dat God
de Schepper van het gehele heelal is.
Mijn horloge
Ik had eens een gesprek met een man over God, de Bijbel, het geloof en de schepping. Hoewel hij
het woord "God" erg vaak gebruikte en God regelmatig vroeg om hem te verdoemen, zei hij toch, dat
hij niet in God geloofde. Geloof in God was allemaal kletspraat, zo meende hij. Als er een God was,
dan zou die God er voor moeten zorgen, dat het hier op aarde een beetje beter was. Gezien het feit,
dat het zo'n enorme puinhoop op aarde is, was de conclusie voor hem snel getrokken: er kan geen God
zijn. Op mijn vraag, waar dan de hele wereld, het heelal met al zijn sterren en zonnestelsels
vandaan gekomen was, was hij eveneens snel met zijn antwoord: in ieder geval niet van God! Alles was
er gewoon vanzelf gekomen; evolutie!
Enige tijd later sprak ik hem weer en liet hem mijn nieuwe horloge zien en vertelde hem, hoe ik
eraan gekomen was. Het was het volgende verhaal.
Ik was in de "evoluwinkel", waar de winkelier mij een bijzonder doosje liet zien. Op het doosje
zat een deksel en als je de deksel oplichtte, zat er een stukje doorzichtig plastic op de opening,
zodat je wel in het doosje kon kijken, terwijl het doosje toch gesloten bleef. Ik keek er in. Het
was helemaal leeg. De winkelier vertelde mij, dat dit de specialiteit van zijn zaak was. Het was een
"evoludoosje". Hij legde mij de werking ervan uit.
Als ik dit doosje thuis heel hard tegen de muur zou gooien, zou er een klein vonkje ontstaan en
zou dit vonkje een hele keten van reacties teweegbrengen. En het resultaat zou werkelijk verbluffend
zijn. Ik geloofde de winkelier, kocht het doosje en nam het mee naar huis.
Thuis gekomen gooide ik het met veel kracht tegen de muur. Ik keek daarna in het doosje en er was
niets te zien. De volgende dag keek ik weer en ontdekte tot mijn verbazing, dat er nu allemaal
poeder op de bodem lag. Het zag er allemaal erg grauw uit. De volgende dag keek ik opnieuw en nu kon
ik zien, dat er stukjes metaal op de bodem lagen. De dag erna hadden de stukjes metaal vorm
aangenomen en lagen er allemaal kleine voorwerpen van metaal en zelfs een stuk glas in. Ik herkende
de wijzers van een horloge en het knopje om het horloge op te winden. Ik zag zelfs iets dat op een
kleine batterij leek.
Twee dagen later waren alle stukjes metaal bij elkaar terechtgekomen en hadden ze allemaal hun
juiste plek ingenomen om precies een horloge te vormen. De wijzers zaten precies in het midden vast
en de batterij had ervoor gezorgd, dat het uurwerk in beweging gekomen was. En het
allerwonderlijkste was wel, dat het ding nog precies op tijd liep ook. Zelfs het horlogebandje zat
er omheen en - naar later bleek - had precies de juiste omvang van mijn pols.
Ik wilde het horloge eigenlijk uit het doosjes halen, maar kon mij toch bedwingen en liet hem er
nog een dag erin zitten. Groot was de volgende dag mijn verbazing toen ik zag, dat sommige stukken
metaal in goud veranderd waren. Ik had een gouden horloge. Hoewel ik nu het horloge uit het doosje
wilde halen, deed ik het niet en wachtte ik rustig, of er nog meer ging gebeuren. En dat was het
geval. Een dag later zat er ineens een datumaanduiding in en het was precies de juiste datum. De
volgende dag zat er zelfs een dag aanduiding op en vertelde het horloge mij welke dag van de week
het was. En het klopte. Alles was perfect!
Ik had een heel mooi gouden horloge en dat voor maar een paar euro's, die ik er in de evoluwinkel
voor betaald had. Ik had een evolutie horloge. Het ding was tot stand gekomen door een harde klap.
Meer niet. Daarna was alles vanzelf gegaan en was er door evolutie een prachtig gouden horloge tot
stand gekomen. Met onvoorstelbaar plezier heb ik hem daarna uit het doosje gehaald en ben ik hem
gaan dragen. De ontwikkeling van het horloge is nu tot stilstand gekomen. Er gebeurt niets meer mee.
Ik heb nog gewacht om te kijken of het horloge zich verder zou ontwikkelen, maar er gebeurt niets
meer.
Inmiddels draag ik het horloge al weer een hele tijd. Maar... de kwaliteit wordt minder. Er
zitten inmiddels al een paar krasjes op het glas en ook op het metaal. Hij loopt niet meer precies
gelijk. En het goud beschadigt ook. Zo mooi als hij eerst was, is hij niet meer.
Toen ik dit verhaal aan mijn gesprekspartner verteld had, zei hij: "Wat een onzinnig verhaal.
Zoiets kan helemaal niet." Ik gaf hem gelijk en zei, dat nooit iets vanzelf kan ontstaan. Ik keek
hem aan en zei: "Zo is jouw verhaal over het hele heelal, dat vanzelf ontstaan is, net zo'n onzinnig
verhaal. Het is precies zoals je zelf zegt: zoiets kan gewoon niet."
Wat is de aarde wonderbaarlijk door God geschapen. In de aarde en uit de aarde komen voedsel voor
alle mensen en dieren, komen medicijnen tegen vele ziekten (en misschien wordt ooit ontdekt, dat
hier medicijnen zijn tegen alle ziekten), komen alle bouwmaterialen en edelmetalen, enz. Om te
kunnen leven hoeft de mens niets van andere planeten te halen. De aarde voorziet in al onze
behoeften.
God is Elohim
Het woord "God" is de vertaling van het Hebreeuwse woord "elohiem". Dit woord elohiem is de
meervoudsvorm van het woord "eloha". En dit woord eloha is weer de uitgebreide versie van het woord
"el". Al deze woorden verwijzen naar de godheid. Dit woord elohiem wordt in de Bijbel echter niet
alleen voor God gebruikt, maar ook voor de afgoden, de rechters en de engelen. Zij allen worden
elohiem genoemd. Wij zullen dus naar de boodschap eromheen moeten kijken om te zien of elohiem
verwijst naar God, naar de afgoden, naar de engelen of naar de rechters.
Wij geven enkele voorbeelden. In de volgende verzen wordt het woord elohiem gebruikt voor de
afgoden. "Want Ik zal in deze nacht het land Egypte doortrekken en alle eerstgeborenen, zowel van
mens als dier, in het land Egypte slaan en aan alle goden (elohiem) van Egypte zal Ik gerichten
oefenen, Ik, de HERE." (Exodus 12:12) "Nu weet ik, dat de HERE groter is dan alle goden; want Hij
heeft het volk uit de macht der Egyptenaren gered, omdat dezen overmoedig tegen hen waren
opgetreden." (Exodus 18:11; zie ook 20:3; Richteren 11:24 en 2 Koningen 1:2) In 1 Koningen 11:5
wordt het voor een godin (een vrouwelijke afgod) gebruikt.
In de volgende verzen wordt elohiem bij ons opnieuw als "goden" vertaald, maar worden de aardse
rechters bedoeld: "Indien de dief niet gevonden wordt, zal de heer des huizes tot de goden (elohiem)
naderen, om te zweren, dat hij zijn hand niet uitgestoken heeft naar de have van zijn naaste. Bij
elke zaak van verduistering, hetzij van een rund, een ezel, een stuk kleinvee, een gewaad, hetzij
van welk verloren voorwerp ook, waarvan de eigenaar zegt: dat is het, zal hun beider zaak tot de
goden (elohiem) komen. Hij, die de goden (elohiem) schuldig verklaren, zal aan zijn naaste het
dubbele als vergoeding geven." (Exodus 22:8,9) Terwijl het over aardse rechters gaat, wordt het
woord goden gebruikt, omdat in het Hebreeuws elohiem staat.
In de volgende Psalm wordt het woord elohiem weer vertaald als "goden", maar nu worden de engelen
bedoeld: "Een psalm van Asaf. God staat in de vergadering der goden (elohiem), Hij houdt gericht te
midden der goden (elohiem)." (Psalm 82:1) God vergadert met Zijn engelen; niet met de afgoden en ook
niet met aardse rechters. Engelen zijn door God geschapen en worden in de Bijbel "de zonen van God"
genoemd. Zij worden echter ook gewoon "goden" genoemd. Als wij het woord "elohiem" als "goddelijke
wezens" zouden vertalen, zult u zien, dat het allemaal eigenlijk toch niet zo vreemd is.
Nu blijkt, dat het woord "elohiem" niet alleen voor de enig ware God gebruikt wordt, maar ook
voor de afgoden, de engelen en de rechters zullen wij meer studie moeten maken van alles wat over de
levende God geschreven is, opdat wij Hem beter zullen leren kennen. Het woord "God" blijkt dus
duidelijk niet voldoende te zijn om duidelijk te maken over wie wij het hebben en hoe Hij is. Wij
hebben meer Bijbelse gegevens nodig.
God is de Schepper van het heelal
De openingswoorden van de Bijbel vertellen ons, dat God de Schepper is van het heelal. Hij heeft
alles dat er is geschapen, of het nu de hemel is of de aarde, alles in het ganse heelal is door Hem
geschapen. In deze beginwoorden van de Bijbel horen wij iets over God en over Zijn schepping. Wij
leren God kennen niet als degene die opdrachten of geboden geeft, niet als degene die ons liefheeft,
niet als degene die ons leven beoordeelt, maar als degene die de oorzaak is van alles dat er is. Het
eerste dat de Bijbel ons meedeelt, is, dat God de Schepper is en dat Hij alles gemaakt heeft. "Zo
zegt de HERE, uw Verlosser, en uw Formeerder van de moederschoot aan: Ik ben de HERE, die alles
gemaakt heb; die de hemel heb uitgespannen, Ik alleen; die de aarde uitgebreid heb door eigen
kracht." (Jesaja 44:24) God heeft "alles" geschapen, zo zegt deze tekst. Ook u en mij!
Opmerkelijk in deze tekst is, dat God Zich hier op twee manieren bekend maakt: als "Formeerder",
dat is als Schepper en als "Verlosser". Wij zullen nog zien, hoe dit vaker in de Bijbel het geval
is, dat God Zichzelf niet alleen als Schepper, maar vervolgens ook als Verlosser bekend maakt.
Later in de Bijbel leren wij Hem beter kennen. Wij horen dan, dat Hij alles weet en almachtig is.
Wij horen over Zijn liefde voor de wereld en over Zijn bewogenheid met de mens. Wij horen, dat Hij
steeds het goede voor ons zoekt en niets liever wil, dan dat wij in Zijn wegen wandelen en Zijn
goedheid leren kennen. Het gevolg is, dat mensen die Hem niet echt hebben leren kennen, maar die wel
een aantal feiten over Hem gehoord hebben, Hem niet begrijpen en allerlei vragen gaan stellen. Vaak
lijkt het of niemand antwoord op die vragen kan geven. Toch zijn er antwoorden.
Vragen over God
Er kunnen veel vragen gesteld worden. Sommige vragen lijken als spot bedoeld te zijn, andere
vragen lijken meer serieus. Hoewel deze vragen voor sommigen misschien onzinnig lijken, moeten wij
ons wel realiseren, dat deze vragen ons helpen om God te leren kennen of om Hem beter te leren
kennen. Wij noemen een aantal van deze vragen: Waar komt God vandaan? Als God de wereld geschapen
heeft, wie heeft dan God geschapen? Hoe oud is God? Deze beide vragen stellen wij vanuit de eigen
situatie, waarin wij onze plaats innemen als mensen die in de tastbare wereld leven en die leven in
een wereld waarin rekening met tijd gehouden dient te worden. Wij praten over gisteren, vandaag en
morgen. Alles vindt plaats binnen de tijdrekening. Niets van wat wij beleven staat buiten de tijd.
Wij zijn zo aan de tijden gebonden, dat wij niet even terug kunnen in de tijd en ook niet even
vooruit kunnen in de tijd. Om bij de dag van morgen te kunnen komen, moeten wij door de tijd naar
morgen. Ook kunnen wij ons lichaam niet even achterlaten en met onze ziel dwars door de tijd heen
gaan. Wij zijn dus duidelijk aan de materie en aan de tijd gebonden. Ook zijn wij aan de ruimte
gebonden. Wij kunnen onszelf niet zo maar even in een ander vertrek verplaatsen en daarna weer
gewoon terug zijn. Wij leven binnen de begrippen van de materie, de tijd en de ruimte. God echter
staat buiten deze zaken, zoals wij zullen zien. Hij heeft tijd, materie en ruimte geschapen en kan
er dus Zelf geen deel van uitmaken. Hij is geen schepsel, maar Schepper en staat dus boven, dat is
buiten deze drie zaken. Als God almachtig is, kan Hij dan zo'n zware steen scheppen, die Hij Zelf
niet meer kan optillen? Maar als Hij Hem niet kan scheppen of niet kan optillen, dan is Hij toch
niet almachtig? Kan God een collega-God scheppen, die net zo machtig is als Hijzelf is? Kan God
Zichzelf veranderen in een mens of in een ander wezen? Kan God ophouden God te zijn? Kan God
Zichzelf vernietigen, zodat er geen God meer is? Kan God naar de aarde komen en Zichzelf zichtbaar
maken voor ons en Zich aan ons laten zien, zodat wij weten wie en hoe Hij is? Om het antwoord op al
dit soort vragen te krijgen, moeten wij letten op het verschil tussen God en Zijn schepping, dus ook
tussen God en de mens. Daarom moeten wij de vraag stellen, wat het kenmerkende van de schepping is.
Als wij de schepping bezien, ontdekken wij, dat alles van "iets" gemaakt is. Of het nu hout of
goud is, zilver of ijzer, leer of plastic, zand of glas, alles bestaat uit een bepaalde materie. Er
is niets in de schepping dat van "niets" gemaakt is. Alles is van een bepaald materiaal gemaakt. Er
zijn geen stoelen of banken die van "niets" gemaakt zijn. Als je ze kunt zien en aanraken, zijn ze
van iets gemaakt. Ook de mens is van iets gemaakt. God echter niet. Hij is Geest (Johannes 4:24).
Het tweede dat wij zien is, dat alles wat er is aan plaats gebonden is en niet buiten het heelal
is, maar binnen het heelal. Zo ook is een stoel die in je kamer staat niet gelijktijdig in een ander
huis. Je kleren hangen in de kast in jouw huis en ze zijn niet gelijktijdig ergens anders. Alles is
dus niet alleen van een bepaalde materie, het is ook altijd aan een bepaalde plaats gebonden. God is
niet aan een bepaalde plaats gebonden.
Het derde dat wij zien is, dat alles wat er is, er op dit moment is. Alles heeft te maken met de
tijd waarin je leeft en zelfs met het moment waarop je leeft. Je meubelen zijn aan een bepaalde tijd
gebonden. Eerst waren ze er nog niet, daarna werden ze gemaakt en gebruikt en er komt een dag, dan
worden ze weer vernietigd. Je kunt zeggen, dat vandaag je meubelen nog gemaakt moeten worden en dat
ze daarna bij je gebracht worden. Als je je tafel en stoelen eenmaal hebt, kun je niet zeggen, dat
ze morgen gemaakt zullen worden. Dat kan niet meer. De tijd van het maken is dan voorbij. Zo valt
ons leven ook binnen een bepaalde tijd. Eerst waren we er nog niet. Toen leefden wij op aarde en
daarna is ons leven voorbij. Het viel in een bepaalde tijd. De mensen van vroeger zie je niet meer
en de mensen van morgen zie je nu nog niet. Alles valt binnen de tijd. God is echter niet aan en
door de tijd gebonden. Hij staat buiten de tijd. Vandaar, dat van Hem gezegd kan worden, dat een
menselijke dag voor Hem gelijk is aan een menselijke periode van duizend jaar (2 Petrus 3:8).
Wij zien dus dat de gehele schepping gebonden is aan drie feiten: materie, ruimte en tijd. Waar
komen deze materie, ruimte en tijd vandaan? Die heeft God geschapen. Als God materie, ruimte en tijd
geschapen heeft, was God er dus vóór de schepping, dus ook voordat materie, ruimte en tijd
bestonden. Dan bestaat Hij Zelf niet met materie, ruimte en tijd, want Hij was er al, toen deze
zaken er nog niet waren! Dat betekent, dat God heel anders is dan wij zijn en dan wij ons kunnen
voorstellen.
God staat buiten materie, ruimte en tijd
God heeft dus geen lichaam zoals wij; een lichaam dat van een bepaalde materie gemaakt is. "Neemt
u er dan terdege voor in acht want gij hebt generlei gedaante gezien op de dag dat de HERE op Horeb
tot u sprak uit het midden van het vuur." (Deuteronomium 4:15) De Here Jezus zei ook, dat God Geest
is (Johannes 4:24). Toch spreekt de Bijbel over Gods ogen en Gods handen. Dat noemen wij
"antropomorfisme", dat wil zeggen, dat op een manier die mensen kunnen begrijpen over God gesproken
wordt. Het is om ons bepaalde zaken duidelijk te maken, niet om te zeggen, dat God echt handen,
voeten, ogen, oren en een neus heeft.
God leeft ook niet binnen de tijd. Toen God de tijd schiep, was God er al. God was er dus al
voordat de tijd bestond. Dat betekent, dat God niet binnen de tijd leeft, zoals wij dat doen. Voor
God bestaan dag en nacht niet. Voor God bestaan gisteren en morgen niet. Wat wij gisteren, vandaag
en morgen zouden noemen, is voor God dus allemaal hetzelfde. God kan dus nooit zeggen, dat Hij
gisteren iets gedaan heeft en morgen weer iets anders gaat doen. Als in Genesis 1 gesproken wordt
over de scheppingsdagen, zijn dit geen dagen in de tijdrekening van God, want God heeft geen
tijdrekening. God houdt er geen dagen en nachten op na (vgl. 2 Petrus 3:8).
Tenslotte dienen wij ons te realiseren, dat God ook buiten de ruimte staat. Als God de Schepper
is van het heelal - en dat is Hij - was God er al toen het heelal er nog niet was. Toen God het
heelal schiep, plaatste Hij Zichzelf niet binnen de schepping, waardoor Hij voortaan ook gebonden
zou zijn aan ruimte, tijd en materie. Hij bleef als Schepper "boven" het heelal, boven Zijn
schepping staan. Hij onderwierp Zich niet aan Zijn eigen schepping, maar bleef boven Zijn schepping
staan, waardoor Hij op deze wijze niet aan de schepping gebonden was. Natuurlijk was Hij als
Schepper verbonden aan Zijn schepping. Hij was echter niet één geworden met Zijn schepping.
Wij moeten dus duidelijk zien, dat God alles geschapen heeft en daardoor geen deel kan uitmaken
van Zijn schepping. Hij staat boven Zijn schepping. Hij is dus heel anders dan alles wat geschapen
is. Daardoor kunnen wij ons eigenlijk geen voorstelling maken van wie en hoe God is. Daardoor moeten
wij met menselijke beelden over God spreken. Dat doet de Bijbel ook. De Bijbel spreekt over God op
een manier, die wij kunnen begrijpen. De Bijbel spreekt over God, zoals we spreken over mensen.
Terwijl God dus geen mens is en in feite niet met een mens te vergelijken is, spreekt de Bijbel
juist wel op menselijke wijze over God en lijkt het alsof God het evenbeeld van de mens is.
Natuurlijk: wij zien God dan als heilig en majestueus, maar wij zien Hem als een soort Supermens.
Die gedachte is niet goed. Het helpt ons wel om over God te kunnen nadenken, maar wij moeten dan
steeds bedenken, dat het eigenlijk niet correct is.
Op zich is het niet verkeerd om op een menselijke wijze over God te denken. De Here Jezus zei
ook: "Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien." Hiermee bedoelde Hij niet, dat de aardse
openbaring van de Here Jezus in Zijn lichaam gelijk was aan het beeld dat van God in de hemel te
zien is. Hij bedoelde wel, dat om ons een beeld van God te kunnen vormen, wij naar Hem mogen kijken.
Zoals Hij is, zo is God ook. Hierbij gaat het dus om het innerlijk, het karakter van de Here Jezus,
dat zichtbaar wordt in Zijn lichaam.
Wij zullen eenmaal God zien
In de hemel zullen wij God zien, zoals Hij werkelijk is. De profeet Jesaja heeft een heel
bijzondere uitspraak gedaan, die ons op het eerste gezicht waarschijnlijk niet zoveel zal zeggen,
maar die bij nadere bestudering heel bijzonder blijkt te zijn. "Want gij volk, dat op Sion, in
Jeruzalem, woont, gij zult niet blijven wenen. Hij zal u zeker genadig zijn op uw luid geroep; zodra
Hij dat hoort, zal Hij u antwoorden. De Here heeft u wel brood der benauwdheid en water der
verdrukking gegeven, maar uw leraars zullen zich niet meer verbergen, doch uw ogen zullen uw leraars
zien; en wanneer gij rechts of wanneer gij links zoudt willen gaan, zullen uw oren achter u het
woord horen: Dit is de weg, wandelt daarop." (Jesaja 30:19-21)
Deze woorden vertellen over hoe het met Israël zal gaan, als zij uit de grote verdrukking
behouden in het Messiaanse vrederijk zal zijn aangekomen. Na alle ellende en al het leed uit de tijd
van de grote verdrukking zal er nu een heerlijke tijd voor hen aanbreken. Zij zullen veilig wonen
onder Gods bescherming. God zal gezanten, profeten, zenden, die namens Hem als leraars het volk
Israël zullen leiden op de wegen van God. Deze leraars vertegenwoordigen de grote, hemelse leraar:
God Zelf. Zoals in het Nieuwe Testament de Here Jezus over de Heilige Geest sprak als de Leraar van
de gelovigen, zo wordt hier al naar God als Leraar van Israël gewezen.
God zal bij hen zijn en hen niet langer in het verborgene begeleiden en op duistere paden. Zij
zullen het Woord van God ernstig bestuderen en aanvaarden en begrijpen. Zij zullen Gods stem
verstaan als zij de Bijbel bestuderen. Gods stem zal door Zijn Woord tot hen klinken en hen de weg
wijzen.
Dit is een prachtig beeld van wat ook eens voor de Gemeente zal gelden: na al het leed dat wij op
aarde meegemaakt hebben, zullen wij in de hemel veilig wonen onder Gods bescherming. Wij zullen God
zien, zoals Hij is. Hij zal tot ons spreken en wij zullen naar Hem luisteren. "Ziet, welk een liefde
ons de Vader heeft gegeven, dat wij kinderen Gods genoemd worden, en wij zijn het ook. Daarom kent
de wereld ons niet, omdat zij Hem niet kent. Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods en het is nog niet
geopenbaard, wat wij zijn zullen; maar wij weten, dat, als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem gelijk
zullen wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is. En een ieder, die deze hoop op Hem heeft,
reinigt zich, gelijk Hij rein is." (1 Johannes 3:1-3)
Hier wordt gesproken over de liefde van de Vader en over de openbaring van "Hem". Het is
begrijpelijk, dat velen bij deze "Hem" aan de Here Jezus en Zijn wederkomst willen denken. Dat mag
ook. Toch denk ik, dat hier meer bedoeld wordt. Ik denk, dat wij hier gewezen worden op iets
bijzonders dat gebeuren zal als wij in de hemel komen. Wij komen er, omdat wij kinderen van God de
Vader zijn. En als wij bij Hem in de hemel komen, zullen wij Hem zien. Nooit heeft iemand op aarde
God gezien (Johannes 1:18). De mensen op aarde hebben Jezus, de Zoon van God gezien. God Zelf heeft
niemand op aarde ooit gezien. Als wij in de hemel komen zullen wij Hem zien zoals Hij is en zullen
wij Hem echt leren kennen. Wat een mooie toekomst wacht ons!
|