BEGINPAGINA   |   INFORMATIE   |   ARTIKELEN   |   NIEUWS UIT ISRAEL   |   BOEKEN   |   CD'S   |    STUDIES   |   ZOEKEN   |   LINKS

Stichting Het Licht des Levens

 
menu
Artikelen

printversie
Wie is God? - deel 2: Het doel van de schepping

Wij zagen, dat vragen over God gesteld kunnen worden, die moeilijk lijken te beantwoorden. Zodra wij echter God beter leren kennen blijkt, dat die vragen toch niet zo moeilijk te beantwoorden zijn.

God is de Schepper van alles wat er is, van alles wat bestaat. Er is niets in het ganse heelal, of het is door God geschapen. Ja, zelfs het heelal zelf is door God geschapen. Dit betekent, dat God geen deel uitmaakt van het door Hem geschapen heelal. God staat als Schepper boven en buiten de schepping en maakt dus geen deel uit van het geschapene. Je kunt hem niet plaatsen binnen zaken als tijd, ruimte en materie. Hij staat buiten tijd, ruimte en materie, omdat Hij de Schepper van deze zaken is.

Dit betekent, dat God geen begin en geen eind heeft. Het betekent, dat de natuurwetten op God niet van toepassing zijn. Het betekent dat God de enige is, op wie de natuurwetten niet van toepassing zijn. God is de enige uitzondering op alle wetten, die Hij nota bene Zelf gegeven heeft. Alles heeft een begin en een eind; God niet. Alles heeft een uiterlijke vorm; God niet. Alles en iedereen heeft beperkingen; God niet. Alles verandert; God niet. "Voorwaar, Ik, de HERE, ben niet veranderd." (Maleachi 3:6) De Groot Nieuws Bijbel vertaalt deze tekst beter en zegt: "De almachtige Heer zegt: 'Ik ben de Heer, ik verander niet.'" Dat is ook de letterlijke betekenis van deze tekst. Zo ook vertalen de rabbijnen deze tekst. God verandert niet. Hij kan de hele wereld veranderen, zonder zelf te veranderen.

God kan Zijn mening niet veranderen en ineens een steen maken, die zo zwaar is, dat Hij Hem Zelf niet kan optillen. Hij kan Zijn mening niet veranderen en ineens een collega God naast Zich willen. God kan niet ineens veranderen en Zichzelf binnen de tijd of de materie plaatsen. God kan niet ineens Zichzelf binnen de schepping plaatsen en door de tijd of de materie gebonden worden. Hij kan niet voortaan met een menselijk lichaam verder leven, enz.

God is volmaakt en kan en wil daarom niet veranderen naar het onvolmaakte. God is zo volmaakt, dat Hij alleen het volmaakte en het goede kan doen. God kan geen gekke dingen doen. Hij kan geen zware steen maken, omdat en als een stel dwaze mensen op aarde dit van Hem zouden vragen. Zo kan God alleen doen wat mogelijk is en wat onmogelijk is, kan Hij niet.

Als de Bijbel dan toch spreekt over veranderingen bij God (boosheid, blijdschap, droefheid), dan betekent dit niet, dat God op dat moment toch veranderd is, maar betekent het, dat in menselijke woorden en in menselijke beelden ons duidelijk gemaakt wordt, wat er nu aan de hand is.

De Bijbel beschrijft God als de Koning van het heelal. Hij regeert over het ganse heelal en het ganse heelal is Hem gehoorzaam. Hij is de almachtige Koning van de ganse schepping. "Ja, ik weet, dat de HERE groot is, dat onze Here boven alle goden is. De HERE doet al wat Hem behaagt in de hemel en op de aarde, in de zeeën en alle waterdiepten; Hij doet dampen opstijgen van het einde der aarde, Hij maakt bliksemen bij de regen, Hij doet de wind uit zijn schatkamers uitgaan." (Psalm 135:5-7)

Nu het heelal door God geschapen is, weten wij, dat het heelal niet een doelloos product van het toeval is. Nee, alles wat er is heeft een doel. Zowel het heelal met alles wat er aan materie is, als de mens hebben een doel. Wij zijn en leven hier niet, omdat dit toevallig zo gelopen is. Het leven heeft een doel, het heeft zin en betekenis. Er is uitzicht. Er is hoop. Er is toekomst. Het is echter alleen de mens die in God gelooft, die dit kan zeggen.
 

Het doel van de schepping

De volgende teksten vertellen ons, dat de schepping als doel heeft om te getuigen dat er een God is, die alles geschapen heeft, en dat deze God een bijzondere prijzenswaardige God is, omdat Hij alles zo mooi en goed geschapen heeft. "O HERE, onze Here, hoe heerlijk is Uw Naam op de ganse aarde, Gij, die Uw majesteit toont aan de hemel." (Psalm 8:2) "De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt het werk Zijner handen." (Psalm 19:2) "Want hetgeen van Hem (God) niet gezien kan worden, Zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit Zijn werken met het verstand doorzien." (Romeinen 1:20)

De profeet Jesaja vertelt het zelfde: "In het sterfjaar van koning Uzzia zag ik de Here zitten op een hoge en verheven troon en zijn zomen vulden de tempel. Serafs stonden boven Hem; ieder had zes vleugels: met twee bedekte hij zijn aangezicht, met twee bedekte hij zijn voeten en met twee vloog hij. En de een riep de ander toe: Heilig, heilig, heilig is de HERE der heerscharen, de ganse aarde is van zijn heerlijkheid vol." (Jesaja 6:1-3; zie ook Numeri 14:21 en Psalm 148:13)

Een kritisch mens kan dan zeggen, dat hij God niet kan "zien". Dat klopt. De lucht om ons heen kunnen wij ook niet zien. Toch weten wij dat de lucht er is. Wij ademen de lucht om ons heen en leven dankzij de lucht, die wij niet kunnen zien. Toch kunnen wij de lucht soms "voelen", namelijk als hij als wind "blaast". Hier wees de Here Jezus ook op, toen Hij vertelde van het werk van de Heilige Geest, dat te vergelijken is met de lucht en de wind (Johannes 3).

Als wij aan de hand van deze teksten kijken naar het doel van de schepping, moeten wij ons realiseren, dat wij ook deel uitmaken van de schepping en dat wij hier ook het doel hebben van ons eigen leven. Wij leven om de heerlijkheid, de grootheid, de macht en de majesteit van God openbaar te maken. Wij leven niet voor onszelf; wij zijn ons eigen doel niet. Wij leven voor God en de Here Jezus is ons doel. Wij leven, opdat de Here Jezus door ons heen openbaar zal worden. "Het leven is mij Christus", schreef de apostel Paulus in Philippenzen 1:21.En in 1 Corinthiërs 6:20 schreef hij: "Want gij zijt gekocht en betaald. Verheerlijkt dan God met uw lichaam." Zo moet het ook bij ons zijn.
 

Gods eigen Makom

In de Bijbel wordt op een heel bijzondere wijze over God gesproken. God staat boven de schepping. Toch moet er ergens een plaats zijn, waar God is. Hij is in Zijn hemel en die hemel moet ergens zijn. Het bijzondere is nu, dat de Bijbel hierover op een heel opmerkelijke wijze spreekt en vertelt, dat God Zijn eigen "Plaats" is. Het Hebreeuwse woord voor "plaats" is "makom". Dit woord wordt niet alleen gebruikt voor de tempelberg in Jeruzalem (zie Genesis 22, waar steeds het woord "plaats" als vertaling van "makom"gebruikt wordt), maar ook voor Gods eigen "plaats". Hij is "makom". Zo wordt God door de rabbijnen genoemd

God is de "plaats" van het gehele heelal. De wereld is niet de plaats van of voor God. "Toen hief de Geest mij op, en ik hoorde achter mij het geluid van een geweldig gedruis (geprezen zij de heerlijkheid des HEREN in zijn woonplaats)" (Ezechiel 3:12) Het woord "makom" is hier als "woonplaats" vertaald. Letterlijk staat er echter Zijn "plaats". De Staten Vertaling geeft het correct weer: "Toen nam de Geest mij op, en ik hoorde achter mij een stem van grote ruising, zeggende: Geloofd zij de heerlijkheid des HEEREN uit Zijn plaats!" De Canisius Vertaling heeft dit ook zo vertaald: "Toen hief een geest mij omhoog. En ik hoorde achter mij een zwaar gedreun, daar de heerlijkheid van Jahweh zich van haar plaats verhief." De Leidse Vertaling laat ook het woord "plaats" staan: "Toen nam mij een geest op en hoorde ik achter mij het gedruis van een geweldige aardbeving, doordat de heerlijkheid des Heren zich van haar plaats verhief."
 

God is de Schepper van de mens

De mens is als beeld van God geschapen. "En God zei: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt. En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen. En God zegende hen en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar en wordt talrijk; vervult de aarde en onderwerpt haar, heerst over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt." (Genesis 1:26-28)

Dit betekent niet, dat God dezelfde vorm heeft als de mens, want God is geest. Het betekent niet, dat de mens er net zo uitziet als God, of dat God er net zo uitziet als de mens. Het betekent, dat de mens iets bijzonders van God gekregen heeft, waardoor hij een beelddrager van God geworden is. Het wil zeggen, dat de mens een opdracht gekregen heeft, een vrije wil heeft en niet volkomen gebonden is aan de natuurwetten. De mens kan erboven uitstijgen.

Het feit, dat God de mens naar Zijn eigen beeld geschapen heeft, wil niet zeggen, dat de mens er net zo uitziet als God, maar - zo blijkt uit deze tekst - dat hij hetzelfde werk moet doen als wat God doet. Het wil zeggen, dat God iets van Zichzelf, iets Goddelijks aan de mens gegeven heeft. De mens weet, dat hij zijn verantwoordelijkheid moet aanvaarden. God, die de Koning van het ganse heelal is, heeft de mens als koning over de aarde geplaatst. De mens moet voor de aarde zorgen en over de aarde heersen. Zo is de mens in zekere zin Gods compagnon in het heersen over Gods schepping.

God heeft het beheer van de aarde in de handen van de mensen gelegd. God heeft de mens de opdracht gegeven om namens God voor de aarde te zorgen en om namens God over de aarde te regeren. De almachtige God heeft daarbij in zekere zin afstand gedaan van de controle van de aarde en die in de handen van de mensen gelegd. God neemt die controle echter niet meer terug. God neemt de controle zelfs niet terug als de mens zijn werk niet goed doet. God heeft de mens zijn verantwoordelijkheid gegeven en de mens moet die dragen en aanvaarden - en er de consequenties van aanvaarden!

Zoals God zelfstandig Zijn beslissingen neemt, waarbij niemand Hem dwingt of voorschrijft welke beslissingen Hij moet nemen, zo heeft de mens ook de vrijheid gekregen om zelf zijn eigen beslissingen te nemen. Het betekent echter niet, dat de vrije wil van de mens gelijk is aan de wil van God. God kiest alleen het goede voor de mens, terwijl de mens kan kiezen tussen het goede en het kwade.
 

God is Schepper van verschil tussen goed en kwaad

Hier komen wij bij een heel opmerkelijke gedachte. Terwijl wij bij God alleen aan het goede kunnen denken en bij de duivel alleen aan het kwade, is God wel de Schepper van het verschil tussen goed en kwaad. Direct al in de hof van Eden gaf God een boom, de boom van goed en kwaad, die de mensen in kennis stelde van het verschil tussen goed en kwaad, van gehoorzaamheid en ongehoorzaamheid.

Hiertoe schiep God de mens met een vrije wil, zodat de mens kon kiezen tussen goed en kwaad, tussen God en de duivel. "Ik ben de HERE en er is geen ander; buiten Mij is er geen God. Ik gordde u, hoewel gij Mij niet kendet, opdat men het wete waar de zon opgaat en waar zij ondergaat, dat er buiten Mij niemand is; Ik ben de HERE, en er is geen ander, die het licht formeer en de duisternis schep, die het heil bewerk en het onheil schep; Ik, de HERE, doe dit alles." (Jesaja 45:5-7)

De Staten Vertaling vertaalt het zevende vers heel correct als volgt: "Ik formeer het licht, en schep de duisternis; Ik maak den vrede en schep het kwaad, Ik, de HEERE, doe al deze dingen." Luther vertaalt dit vers als volgt: "Ik, die het licht maak en de duisternis schep; die vrede geef en het kwade schep; Ik, de Heer, ben het, die dat alles doe." Ook de rabbijnen zeggen naar aanleiding van deze tekst, dat God ook de Schepper van het kwaad is. Satan krijgt zelfs niet de eer, dat hij de schepper of bedenker van het kwaad is. Zelfs het kwaad komt bij God vandaan. Jeremia voegt hieraan toe: "Komt niet uit de mond des Allerhoogsten het kwade en het goede?" (Klaagliederen 3:38)
 

God schiep de mens met een vrije wil

In de reformatorische theologie werd en wordt vaak gedacht, dat de mens geen vrije wil heeft en dus geen eigen keuzen kan maken en geen eigen beslissingen kan nemen. In sommige kringen wordt de mens gezien als een stok en een blok, die als een machine door God in beweging gezet wordt.

In de meer gematigde theologie wordt onderscheid gemaakt tussen de verschillende vormen van wilsvrijheid (zoals de psychologische wilsvrijheid, de formele wilsvrijheid en de materiële wilsvrijheid, die een ethische keuze bepaalt). De mens heeft dan de vrijheid om te willen of niet te willen, om te kiezen of niet te kiezen, maar hij heeft niet de mogelijkheid om tussen het goede en het slechte (het kwade) te kiezen, omdat hij dan altijd, als gevolg van de zonde, voor het slechte zal kiezen. De mens zou dan niet in staat zijn om voor het goede te kiezen. Wij zijn dan van nature onbekwaam en niet in staat om het goede te kiezen en altijd geneigd tot het kwaad, zoals ook de catechismus leert. Als de mens dan toch ooit iets goeds zou doen, komt dit omdat God het willen en het werken in hem doet, waarbij een tekst geciteerd wordt, die een andere betekenis heeft.

Dit alles is echter in strijd met wat Jozua namens God Zelf het volk Israël voorhield: "Ik neem heden de hemel en de aarde tegen u tot getuigen; het leven en de dood stel ik u voor, de zegen en de vloek; kies dan het leven, opdat gij leeft, gij en uw nageslacht, door de HERE, uw God, lief te hebben, naar zijn stem te luisteren en Hem aan te hangen, want dat is uw leven en waarborg voor een langdurig wonen in het land." (Deuteronomium 30:19, 20; vgl. 11:26-28)

Terwijl "het voortbrengsel van des mensen hart boos is van zijn jeugd aan" zoals Genesis 8:21 zegt, heeft de mens toch de mogelijkheid om dat boze vaarwel te zeggen en te overwinnen. De mens blijkt twee grootheden in zich te hebben: de mogelijkheid om het kwade te doen en de mogelijkheid om het goede te doen. Het is niet juist, om slechts één van de twee als de enige waarheid te verkondigen.

God dwingt de mens niet om het goede te doen, maar nodigt hem uit om het kwade te laten en het goede te doen. God heeft de mens de vrije wil gegeven om te kiezen tussen goed en kwaad. God heeft de mens de vrije wil gegeven om de aarde op te bouwen of om hem te vernietigen of te laten vernietigen. God heeft de mens de mogelijkheden gegeven om de aarde en zijn bewoners te beschermen tegen het geweld van overstromingen en orkanen, of om onvoldoende maatregelen te nemen. God heeft de mens de mogelijkheden gegeven om alle mensen te eten te geven, of om een gedeelte te laten verhongeren. God heeft de mens de mogelijkheden gegeven om in vrede met elkaar te leven of om elkaar met woorden en/of wapens te bestrijden. Wie is er dan verantwoordelijk als er slachtoffers vallen? God? Natuurlijk niet. De mens is verantwoordelijk!
 

God is onze Vader

Terwijl de Bijbel ons leert om heel persoonlijk een relatie te hebben met God als Herder, "de Here is mijn Herder", is dit niet het geval als het gaat om God als Vader. Dan heeft de Here Jezus ons leren bidden: "Onze Vader". God is onze persoonlijke Verlosser en Hij is onze gemeenschappelijke Vader. Als hemelse Vader verbindt Hij ons met elkaar.

Hier komen wij terecht bij het unieke van het kruis van de Here Jezus. Dat is de plaats waar hemel en aarde tezamen verenigd worden. Zoals de Joden bij de Sinai moesten komen om als volk verenigd te worden, en deze dag nooit meer mochten vergeten, zo staan wij bij het kruis van Golgotha. God had tegen de Joden het volgende gezegd: "Alleen neem u ervoor in acht en hoed u er terdege voor, dat gij de dingen die gij met eigen ogen gezien hebt, niet vergeet, en zij niet uit uw hart wijken zolang gij leeft; maak ze aan uw kinderen en kindskinderen bekend: de dag, waarop gij voor het aangezicht van de HERE, uw God, bij Horeb stondt, toen de HERE tot mij zei: roep Mij het volk samen, dan zal Ik het mijn woorden doen horen, opdat zij leren Mij te vrezen alle dagen, dat zij op de aardbodem leven, en opdat zij het hun kinderen leren. En gij naderdet en stondt onderaan de berg, terwijl de berg laaide van vuur tot in het hart des hemels; duisternis, wolken en donkerheid." (Deuteronomium 4:9-11)

In het geloof stonden wij eens op de plaats waar God openbaar werd en waar wij Hem werkelijk leerden kennen. Hier vonden wij de Here Jezus en leerden wij elkaar, als gelovigen, kennen. Dit mogen wij nooit vergeten. Dit moeten wij doorgeven aan het nageslacht. Het kruis van Jezus heeft ons tot kinderen van God gemaakt. Deze God, die de Schepper is van hemel en aarde, mogen wij onze Vader noemen.

 

BEGINPAGINA | INFORMATIE | ARTIKELEN | NIEUWS UIT ISRAEL | BOEKEN | CD'S | STUDIES | ZOEKEN | LINKS
© Copyright 2001-2010 Stichting Het Licht des Levens