De terugkeer
 Het boek Ruth is het boek van redding en
(ver)lossing; de lossing van mens en land.
Het boek Ruth
geeft een prachtig beeld van de verloren zondaar,
die uit de heidenwereld komt tot de God van
Israël.
Het boek Ruth
geeft ook een prachtig beeld van de geschiedenis
en de toekomst van het volk en het land van
Israël, dat door God - na een periode van verval
- tot herstel gebracht wordt.
Na
ongeveer 10 jaar (:4)
Na een periode van ongeveer 10 jaar keert Naomi
terug. Terwijl de Bijbel meestal met heel
duidelijke gegevens tot ons komt, lijkt het hier
een vage mededeling. Dat is het echter niet.
Ongeveer 10 jaar wil zeggen: niet precies 10
jaar. Het is meer dan 9 jaar en minder dan 10
jaar.
Getallen in de
Bijbel hebben vaak een symbolische betekenis.
9 is het getal van het oordeel.
10 is het getal van het getuigenis.
Dit wil zeggen,
dat het gaat over het eind van de periode van
oordeel en gericht en dat Naomi’s getuigenis
weer gaat klinken en zij weer spreekt van de
trouw van God.
Als profetische
boodschap bezien wil het zeggen, dat het boek
Ruth ons meeneemt naar de tijd van het eind van
Gods oordeel over Israël als geheel Israël
terugkeert naar het eigen land en Israël een
getuigenis voor de verloren wereld zal zijn van
de almacht van de levende God. Zo vertelt het
boek Ruth ons, dat dan spoedig de Losser zal
verschijnen.
De
terugkeer
Letterlijk: “Dan staat ze op, zij met haar
schoondochters, en keert om van de velden van
Moab; want op het veld van Moab heeft zij gehoord
dat de ENE naar zijn gemeente heeft omgezien door
aan hen brood te geven. Ze trekt weg uit het oord
waar zij heeft verbleven, en haar twee
schoondochters met haar; ze gaan op weg om terug
te keren naar het land van Juda.” (:6,7 NB)
“Samen met hen
verliet ze de plaats waar ze gewoond had...”
(:6) Het woord “plaats” is hetzelfde woord -
ook in het Hebreeuws - als het woord “plaats”
dat wij een aantal keren in Genesis 22
tegenkomen. Het is de vertaling van het
Hebreeuwse woord makom, dat “toevluchtsoord”
betekent.
Naomi
uitgeleide gedaan
In het Midden Oosten nam men geen afscheid in
huis, maar deed men de vertrekkenden uitgeleide.
Men ging een eind met de vertrekkenden mee en nam
daarna afscheid. Zo ook lijkt het, dat Ruth en
Orpah een eind met Naomi meereisden om daarna
afscheid van haar te nemen. Het liep echter
anders.
Al
wandelend (:7)
De manier waarop ze terugkeren is niet zo
makkelijk weer te geven. “Ze gaan op weg om
terug te keren naar het land van Juda.” zo
geeft de Naardense Bijbel (NB) het weer. Rabbi
Meir Zlotowitz (ArtScroll Tanach Series) wijst
erop, dat dit gelezen moet worden als “zij
wandelden”. In het Hebreeuwse woord zit een
woord dat weer gelezen kan worden als wet. Dit
betekent, dat Naomi met haar schoondochters al
wandelend over de Joodse wet gesproken heeft en
deze uitgelegd heeft. En dan in het bijzonder de
wet voor de mens die een proseliet wilde worden,
die vanuit het heidendom tot het jodendom wilde
overgaan.
De armoede van
Naomi en haar schoondochters wordt duidelijk uit
het feit, dat zij lopend terug moesten uit Moab
naar Juda. Te arm om een ezeltje te kopen.
Het wandelen
heeft ook een geestelijke betekenis. Iedere stap
die zij zetten, was er één in de richting van
het beloofde land! Zo gingen zij stap voor stap
terug naar Juda.
“Voor mij”
in vers 8 bestaat in het Hebreeuws uit de
volgende letters: O, M, D, J. De rabbijnen zagen
hierin iets bijzonders. Deze vier letters staan
nl. voor vier bijzondere personen uit de
geschiedenis van Ruth: Obed, Messias, David,
Jisaï (Ishai of Jesse). Over deze vier personen
gaat het in feite ook in het boek Ruth.
Naomi is
schuldbewust (:13)
“Mijn lot is te bitter voor jullie; de HEER
heeft zich tegen mij gekeerd.” (:13) Letterlijk
in Hebreeuws: “het is mij veel bitterder dan u
dat de hand van de ENE tegen mij is uitgevaren!”
(NB) “Het is immers voor mij veel verdrietiger
dan voor u, want de hand des HEREN is tegen mij
uitgestrekt.” (NBG) De NBV geeft weer wat met
“de uitgestrekte hand van God” bedoeld wordt.
Er wordt niet bedoeld dat God letterlijk Zijn
hand uitgestoken heeft, maar dat Hij Zich tegen
Naomi gekeerd heeft.
Hiermee maakt
Naomi de beide schoondochters duidelijk, dat zij
beiden niet de schuld zijn van het overlijden van
Elimelech, Machlon en Kiljon. Het is de straf die
God op Naomi gelegd heeft, zo maakt Naomi haar
beide schoondochters duidelijk. Zo maakt ze hen
ook duidelijk, dat zij beiden niet de oorzaak
zijn dat Naomi nu zo bitter gestemd is. Naomi zit
diep in de put, maar dat is niet de schuld van de
beide schoondochters. Het is haar eigen schuld.
God heeft Zich tegen mij gekeerd vanwege mijn
eigen zonden, zo maakt Naomi duidelijk.
Naomi
zegt drie keer dat de schoondochters moeten
terugkeren (:8,11,12)
Ga terug naar het huis van je moeder (:8)
Waarom zei Naomi niet, dat Ruth naar het huis van
haar vader moest teruggaan? Haar vader leefde
immers nog, zo blijkt uit Ruth 2:11.
Er zijn
verschillende mogelijkheden geopperd.
Als Ruth al in Moab bekeerd was tot het jodendom,
dan werd zij gezien als iemand die zich
losgemaakt had van het huis van haar vader.
Het kan ook zijn
dat gewoon gedacht moet worden aan het verblijf
van de moeder, dat tevens het verblijf van de
dochter is (vgl. Genesis 24:28,67).
Het is ook
mogelijk dat Naomi als vrouw gedacht heeft, dat
de moeder van de beide vrouwen het meest geschikt
was om hen te troosten, nu ze allebei hun man
door de dood verloren hadden.
Ga terug naar je
eigen volk en je eigen god (:15)
Wij kennen het volk: Moab.
Wij kennen de goden van Moab: Chemosh of Kemos en
Baäl_Peor.
Baäl_Peor is
voor velen waarschijnlijk het meest bekend. Zijn
verering ging gepaard met ontucht. Numeri 25
(vgl. Psalm 106:28) vertelt, dat de Israëlieten
zich hierdoor lieten verleiden. Waarschijnlijk
zijn de twee namen (Ba-al Peor en Kemos) de twee
zijden van dezelfde god, zoals dat ook bij Baäl
en Astarte het geval is.
Over Kemos lezen
wij: “Wee Moab! Je ging ten onder, volk van
Kemos. De zonen van Kemos moesten vluchten, zijn
dochters werden buitgemaakt door Sichon, koning
der Amorieten.” (Numeri 21:29)
Kemos, de god
van de Moabieten wordt ook wel Kamos genoemd. Hij
is “het verfoeisel” van de Moabieten (1
Koningen 11:7,33 en 2 Koningen 23:13. De
Moabieten worden “het volk van Kamos” genoemd
(zie Numeri 21:29 en Jeremia 48:46). Zoals in
Israël veel mensen een naam hadden waarin “El”
genoemd werd (Elia, Elisa), of waarin JHWH
genoemd werd, zo waren in Moab veel namen waarin
een afkorting van en verwijzing naar Kemos
voorkwam. Dat zien wij bijvoorbeeld bij koning
Mesa (2 Koningen 3:4). Hij meende dat de
onderdrukking van de Moabieten door de
Israëlieten aan de toorn van Kemos te wijten
was, terwijl hun redding daarna ook weer van
Kemos kwam. Koning Mesa wijdt speciale hoogten
aan de dienst van Kemos. Hij slaat ter ere van
Kemos de inwoners van veroverde Israëlitische
steden met de banvloek. Hij doet het zelfs
voorkomen alsof Kemos speciaal tot hem spreekt.
Uit 2 Koningen 3:27 kunnen wij de conclusie
trekken dat Mesa zijn eerstgeboren zoon op de
stadsmuur aan Kemos geofferd heeft. De profeet
Amos spreekt over een mensenoffer als een zware
schuld van de Moabieten (Amos 2:1).
Salomo
wijdde zelfs hoogten bij Jeruzalem aan Kemos (1
Koningen 11:7). Kemos is in feite dezelfde god
als de god Moloch van de Ammonieten en dus ook
even wreed en wellustig. Zie Richteren 11:24 en 1
Koningen 11:5,7.
Dat de
mannelijke Kemos een vrouwelijke godheid naast
zich had, spreekt vanzelf.
Hoe kon Naomi
zeggen dat Ruth en Orpah naar deze god moesten
terugkeren?
Het was een test, een beproeving. Beide vrouwen
kwamen uit deze wereld en hadden in het verleden
deze god vereerd. Wat doen ze nu?
Het pad
van de bekering
‘Maar we willen met u terugkeren naar uw volk!’
(:10) Het is nog geen verlangen naar de God van
Naomi, maar een verlangen naar het volk van
Naomi. Toch is er iets moois, nl. dat het volk
van Naomi de oorzaak zal worden dat Ruth ook
kiest voor de God van Naomi.
De
terugkeer van Orpah (:14)
Ze kuste haar schoonmoeder. Klaarblijkelijk werd
er niets gezegd. Geen afscheidswoorden. Alleen
een kus... Teken van de pijn van het afscheid. Zo
keerde Orpah terug naar haar oude geloof...
In een kus in de
Bijbel komen twee zielen bij elkaar. Zo ook bij
de zegening van Jacob door zijn vader Izaak
(Genesis 27:27). De kus bezegelde daar de zegen.
De kus bezegelt hier het afscheid.
Maar
Ruth... (:14)
Ruth klapte zich vast aan Naomi. Ook zij lijkt
niets te zeggen. Alleen maar Naomi vasthouden.
Volgens de
rabbijnen is daarop Naomi met Ruth verder gaan
praten. Ze waren al aan het praten geweest over
de wet voor de proseliet en nu ging Naomi aan
Ruth nogmaals vertellen, wat een bekering tot het
jodendom allemaal inhield.
Naomi zou dan
gezegd kunnen hebben: Op sabbat mogen wij niet te
ver van onze woonplaats wandelen, we moeten er
altijd dichtbij blijven.
Ruth zou dan geantwoord hebben: “Waar u gaat,
daar zal ik gaan.”
Naomi zou gezegd kunnen hebben: Als Joden mogen
wij niet meedoen met de wereldse genoegens. Wij
moeten ons afzijdig houden van de wereld en
heilig leven.
Ruth: “Waar u naar toe gaat, daar zal ik ook
naar toe gaan.”
Naomi: “Wij mogen alleen wonen in een huis
waaraan een mezoezah bevestigd is.”
Ruth: “Waar u woont, daar zal ik wonen.”
Naomi: “Wij hebben 613 ge- en verboden in de
wet. Het is zo veel...”
Ruth: “Uw volk is mijn volk. Als uw volk al die
wetten van God accepteert, zal ik ze ook
accepteren.”
Naomi: “Wij mogen geen afgoden dienen.”
Ruth: “Ik zal ook geen afgoden dienen, want uw
God is mijn God.”
En toen
gingen ze samen verder (:19)
Vanaf dat moment was er een bijzondere eenheid
tussen Naomi en Ruth. Ze hoorden allebei bij
dezelfde God. Naomi door geboorte, Ruth door “wedergeboorte”.
Deze wedergeboorte zou effectief worden als zij
daarna in Juda door onderdompeling het oude leven
zou afleggen en het nieuwe leven als Joodse vrouw
zou binnengaan.
Het valt op, dat
er geen onderscheid is tussen de vrouw die van
geboorte Joods is en de vrouw die proseliet is.
Ze horen bij elkaar en ze zijn gelijk aan elkaar.
Ze zijn nu meer dan alleen schoonmoeder en
schoondochter. Ze zijn ook “zusters” in hun
geloof.
Daarom kan er
ook aan het eind van dit hoofdstuk gezegd worden,
dat zij (meervoud!) terugkeerden naar Bethlehem.
Ruth gold nu ook als een vrouw die uit Juda was
voortgekomen. Ze hoorde er helemaal bij. Ruth was
ook gekomen om de God van Israël te dienen.
Wát een
prachtig beeld is dat van de mens die vanuit de
wereld gekomen is, de Here Jezus heeft leren
kennen, een kind van God geworden is en nu ook
helemaal opgenomen is in de kring van de
gelovigen; de Gemeente van de Heer Jezus.
De hele
stad in rep en roer (:19)
Zoals een klein dorpje in het Midden Oosten nog
steeds uitloopt als er reizigers aankomen, zo was
dit vroeger ook het geval. In de eerste plaats
komen de kinderen naar reizigers toe. Maar hier
komen ook de vrouwen.
Waar
waren de mannen?
Waarom kwamen er geen mannen om Naomi te
verwelkomen? Waar was Boaz? Waarom waren er
alleen vrouwen om Naomi te verwelkomen?
Er is gedacht,
dat op de dag van Naomi’s terugkeer de eerste
vrouw van Boaz overleden was en begraven werd. Op
dezelfde dag dat zijn eerste vrouw overleed,
zorgde God ervoor, dat er weer een nieuwe vrouw
in zijn leven zou komen. Het zou kunnen dat het
de sterfdag van Boaz vrouw was. Maar waarom waren
de vrouwen van de stad dan niet aanwezig op de
begrafenis?
Het lijkt mij,
dat er iets anders aan de hand is. Naomi en Ruth
komen terug omstreeks april bij het begin van het
paasfeest, bij het begin van de gerste-oogst. Na
jaren van hongersnood waarin niets of bijna niets
te oogsten viel, is er nu weer opbrengst van het
land. Het is het echte eind van de hongersnood.
De mensen wisten al eerder dat de hongersnood
voorbij was, omdat ze het graan op het veld
hadden zien staan. Nu werd het ook daadwerkelijk
binnen gehaald.
De Targoem
Jonathan zegt, dat Naomi en Ruth precies één
dag voor het aanbreken van het Paasfeest in
Bethlehem aankwamen, dat is aan het begin van de
oogst. Dat verklaart waarom Boaz en de andere
mannen van de stad niet aanwezig zijn als Naomi
met Ruth in Bethlehem aankomt. De mannen zijn
bezig met het slachten van het paaslam en hij
moest de matzes bakken.
Zo is het boek
Ruth het boek dat ons vertelt van bekering,
verlossing en inlijving in het volk van God. Het
vertelt van David en van de Messias. Het spreekt
over honger als je van God afgedwaald bent en het
spreekt van vreugde als je tot God terugkeert. Zo
wijst het in dit eerste hoofdstuk al naar het
ware Paaslam, Messias Jezus, die Zijn leven zou
geven tot waarachtige verlossing.
Vol -
leeg (:21)
Vol is Naomi weggegaan, als een rijke vrouw,
gezegend met echtgenoot en kinderen.
Leeg keert ze terug, zonder echtgenoot, zonder
kinderen, als een eenzame, arme vrouw.
Ze is ook leeg, omdat ze te laat in het seizoen
zijn teruggekeerd om nog te kunnen zaaien en
oogsten. De oogsttijd is al aangebroken. Ze
kunnen geen voedsel meer verbouwen. Ze gaan een
periode van armoede tegemoet. Ze zijn leeg. Maar
ze hebben God en dan komt alles toch goed!
Daarom laat
Naomi zichzelf “Mara” noemen: bitterheid. Het
is een verwijzing naar de grote bitterheid die in
haar leven gekomen is, nadat de Here Zijn hand
tegen haar gekeerd had.
Nog een
test (:21)
Naomi verklaart, dat God haar leven beproefd
heeft. Ze gebruikt een uitdrukking die twee
dingen kan betekenen:
1. De Heer heeft
tegen mij gesproken, tegen mij getuigd.
2. De Heer heeft
mij vernederd.
Je kunt de twee
gedachten ook samenvatten: De Heer heeft tegen
mij gesproken en mij beproefd door mij te
vernederen, omdat ik gezondigd had door naar Moab
te gaan.
|