BEGINPAGINA   |   INFORMATIE   |   ARTIKELEN   |   NIEUWS UIT ISRAEL   |   BOEKEN   |   CD'S   |    STUDIES   |   ZOEKEN   |   LINKS

Stichting Het Licht des Levens

 
menu
Artikelen

printversie
Elia en Mozes













"Bij de Horeb zal hij met God spreken over drie zaken die zij daar indertijd van God ontvangen hebben"

1 Koningen 19

"Achab vertelde Izebel alles wat Elia had gedaan, ook dat hij alle profeten ter dood had gebracht.
2 Toen liet Izebel Elia de volgende boodschap overbrengen: 'De goden mogen met mij doen wat ze willen als u morgen om deze tijd niet hetzelfde lot ondergaat als zij.'" (1 Koningen 19:1,2)

In het Hebreeuws staat hier drie keer een woord, dat bij ons als "al", "alle" of "alles" vertaald moet worden: "Achab vertelde Izebel al wat Elia gedaan had, alles over het doden van de profeten en het feit dat al de profeten nu dood waren. Izebel had geen profeten meer over!"
 
1. Al wat Elia gedaan had (:1). Dit verwijst naar het vuur op het altaar, de dood van de Baälpriesters en de komst van de regen.
2. Alles over het doden van de profeten (van Baäl) (:1). Dit verwijst naar het feit, dat Elia met eigen hand de 450 Baälpriesters gedood had.
3. Al de profeten van Baäl waren nu dood. Er was er niet één ontkomen.
Izebel dreigt nu Elia te doden.

De vlucht

Elia vlucht naar het koninkrijk van Juda. Elia was klaarblijkelijk overtuigd, dat de angst van het volk voor Izebel zo groot was, dat niemand hem tegen haar in bescherming zou nemen. De angst voor haar was groter dan de angst daarvoor voor Achab. "Elia werd bang en vluchtte om zijn leven te redden." (:3) Letterlijk: "Hij zag." Er staat niet bij wat hij zag. Alleen maar "hij zag". Dit "hij zag" kun je echter ook vertalen als "hij werd bang". Zo doet onze vertaling het ook.

Waarschijnlijk heeft Elia na de grote overwinning op de Karmel gewacht op een woord van de Heer, maar kwam er geen woord van de Heer. Dit maakte hem angstig. Angstig dat God boos op hem zou zijn omdat hij - uit zichzelf - te ver gegaan was. God had hem namelijk geen opdracht gegeven om de 450 priesters van Baäl te doden.

Hij vluchtte om zijn leven te redden kan ook vertaald worden als zonder de leiding van God. Een groot profeet, die een groot wonder van God had meegemaakt is nu toch angstig. Daarom is de enige hoop van Elia om een toevlucht te vinden in het koninkrijk van Juda. Daar dienen ze nog de enig ware God en zullen zij hem hopelijk beschermen. Deze onderneming was ook gevaarlijk, want de vrouw (Athalia) van de koning van Juda (Josafat) was een zuster van koning Achab.

Elia vluchtte naar de zuidelijkste plaats: Bersheba. Daar liet hij zijn knecht achter en ging nog een dag verder de woestijn in. Hier ging hij liggen onder een "bremstruik", letterlijk een soort juniperstruik, een jeneverstruik. Men zegt, dat de geur van deze struik zo sterk is, dat er geen slangen en schorpioenen bij komen.

Hier beschouwt Elia zijn leven en meent, dat zijn werk gereed is. Hij heeft niets meer voor God te doen. Hier echter werd hij door een engel gewekt, die hem van voedsel voorzag. "Elia keek op en ontdekte naast zijn hoofd een brood, in gloeiende kooltjes gebakken." Eerst had hij brood van de raven gekregen, nu kreeg hij brood van een engel. Dit brood was gebakken op kolen, zoals wij die in de Bijbel kennen van het hemelse reukaltaar. In de geschiedenis van Jesaja lezen wij, dat hij door dergelijke kolen aangeraakt werd aan zijn lippen. De engel moet Elia nu hemels brood (manna?) gegeven hebben dat op deze kolen gebakken was.

De engel die bij hem is, wordt "de engel van de Heer" genoemd. Velen willen in de engel van de Heer graag de Here Jezus zien. Dat klinkt mooi, maar is niet correct. Het is een engel die door de Heer gezonden is.

Elia at niet alles op. Misschien had hij genoeg. De engel vond dat het niet genoeg was. Hij moest niet alleen voor diezelfde dag eten, maar ook voor de komende 40 dagen. Dat zegt de engel ook: je hebt nog een lange reis voor de boeg. De engel zei: 'Sta op en eet wat, anders is de reis te zwaar voor je.' De engel maakt duidelijk, dat hij weet waar Elia naar toe zal gaan. God geeft hem namelijk geen opdracht om naar de Horeb te gaan, Elia neemt zelf het besluit om er naar toe te gaan.

Elia gaat naar de plaats waar Mozes eens was (Exodus 33:22). Mogelijk hoopt hij een zelfde ervaring te hebben als die Mozes daar eens had. Daar openbaarde God Zich eens aan Mozes. Zou God het nu ook aan hem doen? Eerst had God er tegen Mozes gesproken vanuit de brandende struik. Daarna vanaf de hoge berg. Elia zal zich vast geen betere plaats hebben kunnen indenken om een woord van God te horen, dan die plek.

Gedurende 40 dagen en nachten kreeg Elia geen voedsel meer. De tocht naar de Horeb duurde echter minder dan twee weken. Waarschijnlijk zijn de 40 dagen bedoeld voor de heen- en de terugreis van Elia en het verblijf op de Horeb.

Bij de Horeb zal hij met God spreken over drie zaken die zij daar indertijd van God ontvangen hebben:
1. Hier hebben zij de Torah, de wet ontvangen.
2. Hier hebben zij de offerdienst ontvangen.
3. Hier begon de profetie in Israël.

Nu zal Elia bij God het volk aanklagen.
1. Zij hebben de Torah (de wet van Mozes) verlaten en doen niet meer wat in de Torah geschreven is.
2. Zij zijn ontrouw aan de Bijbelse offerdienst die in Jeruzalem dient plaats te hebben. Zij hebben nu hun offerdienst in Dan en Bethel.
3. De Geest van profetie is er ook niet meer werkzaam. Izebel heeft de profeten vermoord.

Gods vraag

Elia ging een grot of spelonk binnen. Niet in een spelonk, maar in de spelonk, omdat het lidwoord ervoor staat. Daaruit blijkt dat hier bedoeld wordt, de welbekende spelonk, waarin ook Mozes had vertoefd (Exodus 34:6). Hij staat dus op heilige grond.

God stelt hem de vraag wat hij aan het doen is, waar hij mee bezig is. Deze vraag dient, om Elia gelegenheid te geven, zijn hart voor zijn God uit te storten, de verborgen gedachten en wensen de Here mee te delen. Zo'n vraag van God komen wij vaker tegen in de Bijbel:
1. Bij Adam, nadat hij van de boom van kennis van goed en kwaad gegeten had,
2. Bij Kaïn, nadat hij zijn broer doodgeslagen had,
3. Nu bij Elia.

Zo'n vraag is in feite een uitnodiging om in gesprek met God te komen. Nu kan Elia zijn daden uitleggen of zijn schuld belijden.
In zijn antwoord zegt Elia, dat hij alles voor God gedaan heeft. Hij streed voor de eer van God. Zoals hij eerder tegen Achab gelogen had, toen hij zei, dat er geen profeten meer in Israël waren, zo deed hij dit nu ook tegen God. Hij loog toen hij zei, dat hij de enige profeet in het land was. Bij Achab zei hij dit om Obadja (die 100 profeten had laten onderduiken) te beschermen. Bij God hoefde hij niemand in bescherming te nemen en had hij de waarheid kunnen spreken. Ondanks deze leugen, was hij toch een man van God.

Natuurlijk waren er meer profeten in Israël, maar niemand was als hij, die zo openlijk voor de zaak van God opkwam en streed.

Nu maakt God duidelijk, dat Elia God niet had moeten vertegenwoordigen met vuur, storm en aardbeving, maar met de zachte koelte van de liefde. Hij heeft bij het volk de toorn van God laten zien, maar hij heeft niets laten zien van Gods liefde. Dat gaat God hem nu duidelijk maken.
1. Eerst komt de wind, die het beeld is van boosheid en toorn. God is niet in de storm.
2. Dan komt de aardbeving, die het beeld is van vernietiging. God is niet in de aardbeving.
3. Ten slotte komt het vuur, dat beeld is van het altaar op de Karmel. God is ook niet in het vuur.
Nu komt het gefluister van een zachte bries. Het is de zachte stem van de stilte, zoals het Hebreeuws het zegt. Een stem kan niet stil zijn, want dan hoor je hem niet. Elia hoorde de stilte als de stem van God die tegen hem sprak. Hierop bedekte Elia zijn gezicht om Gods heerlijkheid niet te zien. Opnieuw vroeg God hem wat hij hier deed. Door de vraag op deze manier te stellen, maakte God hem duidelijk, dat de Heer ontevreden was over de manier waarop Elia te werk gegaan was.

Elia moet weer aan het werk

Let op, dat God niet met Elia in discussie treedt en geen gesprek met hem voert. God geeft hem gewoon enkele nieuwe opdrachten. In de eerste plaats wordt hm meegedeeld, dat het einde van zijn profetenambt nu nabij gekomen is en dat hij zijn opvolger moet bevestigen.

Elia kreeg drie opdrachten. Hij heeft er slechts één uitgevoerd. De beide andere heeft hij aan anderen overgelaten. Hazaël werd aangesteld door Elisa en Jehu door Jona.

De aanstelling van Elisa

Niet door zalving met heilige olie maar door de mantel van Elia. God zegt hier dat hij hem tot profeet moest zalven, maar profeten werden niet gezalfd en Elia heeft het ook niet gedaan! Hij moet Hazaël en Jehu ook zalven, zij tot koning, maar dat heeft hij ook niet gedaan! Buitenlandse koningen werden niet door Gods profeten gezalfd. Dit is een vorm van beeldspraak die wil zeggen, dat hij hem moet aanwijzen en niet letterlijk zalven.
Elisa moet een welgestelde landbouwer geweest zijn, gezien het feit dat hij met 12 paar ossen het werk kan doen.

Elia praatte niet in op Elisa om zijn opvolger te worden ook probeerde hij hem niet aan te moedigen of te bemoedigen. Elia gooide zijn mantel over Elisa heen. De rabbijnen menen, dat hij slechts met de hoek van zijn mantel Elisa aangeraakt heeft. Elisa moest nu begrijpen wat hiervan de bedoeling was en hij begreep het.

Hoe het zij, een deel van de mantel of de hele mantel, het gaat over de mantel, die een beeld is van de Geest van God, dat is de Geest van profetie. Daarom zal Elisa later ook de mantel van Elia krijgen als teken, dat de Geest van God die op Elia was nu over Elisa gekomen is. Nu is Elisa ook een profeet van God.

Mozes en Elia

De profeet Hosea schreef: "Door een profeet leidde de HEER Israël uit Egypte weg, door een profeet werd Israël gehoed." (Hosea 12:14) Gaat het hier twee keer over dezelfde profeet of gaat het over twee verschillende profeten? De rabbijnen zeggen, dat Mozes de eerste profeet was, zoals hier duidelijk blijkt en dat Elia de tweede profeet was.

Er is een opmerkelijke overeenkomst tussen beide profeten:
1. Beide profeten werden een man Gods genoemd.
2. Beide profeten hadden in zekere zin bloed aan hun handen. Mozes doodde een wrede Egyptenaar en later de mensen die het gouden kalf aanbeden hadden en Elia doodde de 450 Baälpriesters.
3. Beide profeten moesten vluchten voor de regeerder: Mozes voor de Farao en Elia voor Izebel.
4. Beiden vluchtten naar de woestijn.
5. Beiden kwamen zij tot rust bij een bron. Mozes in Midian en Elia in Bersheba, dat betekent Zevenbron of Bron van de eed.
6. Mozes was de redder bij de eerste verlossing van Israël, uit Egypte. Elia zal de redder zijn bij de laatste verlossing van Israël, uit de gehele wereld, dat is de tijd van de Messias (Maleachi 3:23).
7. Zoals de Israëlieten na de uittocht onder leiding van Mozes nooit meer een slavenvolk werden, zo zullen de Israëlieten na de uittocht onder leiding van de komende Elia nooit meer over de gehele aarde verstrooid worden.
8. Beiden kondigden een ongelooflijk wonder aan. Bij Mozes opende de grond zich naar het dodenrijk, bij Korach, Dathan en Abiram en bij Elia kwam er vuur uit de hemel en kwam er regen op zijn woord.
9. Beide profeten zeiden tegen God, dat zij streden voor Zijn eer.
10. Beide profeten hadden een bijzondere ervaring in de woestijn: Mozes bij de brandende bremstruik en Elia bij de jeneverstruik.
11. Beide profeten verzamelden het volk bij een berg: Mozes bij de Sinaï en Elia op de Karmel
12. Bij beide profeten zond God vuur op hun altaar. Bij Mozes in de tabernakel en bij Elia op de Karmel.
13. Beide profeten maakten een pad door het water. Mozes door de Schelfzee, zodat het volk er door kon trekken en Elia door de Jordaan toen hij met zijn knecht Elisa onderweg was.
14. Beide profeten waren eens 40 dagen zonder eten en drinken. Mozes op de berg Sinaï en Elia op zijn tocht heen en terug naar de Horeb.
15. Beide profeten lieten het volk een bijzondere belofte aan God afleggen. Bij Mozes hoorde het volk de wet en verklaarde het, dat zij zich eraan zouden houden (Exodus 24:7). Bij Elia verklaarde het volk: "De HERE is God."
Bij Mozes werd het verbond gesloten, bij Elia werd het vernieuwd. Voorbeeld: besnijdenis. Een jongetje wordt op de 8e dag besneden, omdat het zo in het verbond van God met Zijn volk is opgenomen bij Mozes. Maar als daarna een jongetje besneden werd, beleefde het volk het alsof Elia daarbij aanwezig was. Daarom wordt er bij een besnijdenis nog steeds een stoel neergezet voor Elia. Direct voor de besnijdenis wordt de baby even op de stoel van Elia neergelegd en zegt de man, die de besnijdenis zal uitvoeren: "Dit is de stoel van Elia." Vervolgens vraagt hij Elia om naast hem te komen staan en hem te helpen bij de besnijdenis.
16. Beide profeten gingen naar de Horeb en gingen daar naar dezelfde grot.
17. Daar openbaarde God Zich aan allebei de profeten.
18. Daar bedekten beide profeten hun gelaat.
19. Beide profeten hadden iets bijzonders aan het eind van hun leven. Mozes stierf door een kus van God en werd door Hemzelf begraven. Elia werd door een speciale door God gezonden voertuig vanuit de hemel opgehaald en in de eeuwige heerlijkheid gebracht.
20. Beide profeten hadden iets bijzonders met de plaats waar zij stierven. Mozes mocht het beloofde land niet in en stierf erbuiten (hij hoorde bij de woestijn). Elia was vóór zijn heengaan in het land van Juda. Eerst was Elia in Gilgal, een heilige plaats waar de Israëlieten het eerst hun tenten opgeslagen hadden nadat ze het beloofde land waren binnengegaan. Hier vierden ze het eerste Paasfeest in het eigen land. Hier werden zij besneden. Een heilige plaats voor hen (Jozua 4:19; 5:9,10). Elia verliet hem en ging naar Bethel, de plaats waar Jacob zijn Godservaring had gehad. Deze plaats is het "huis van God" zoals de naam van deze stad betekent.
Toen hij echter de aarde zou verlaten, moest hij eerst Juda verlaten en naar het land van de tien stammen gaan. Daar werd hij door de Heer naar de hemel gehaald. Dit was het land waar hij hoorde. Hoe vreemd het ook lijkt, het afvallige koninkrijk van Israël, maar dit was zijn gebied en vanaf dit gebied ging hij naar de hemel. Zo liet God juist aan deze mensen nog een bijzondere boodschap achter van Zijn macht en majesteit.
21. Beiden waren later bij de Here Jezus op de berg der verheerlijking, waar zij met de Here Jezus spraken over Zijn "exodus", die Hij uit Jeruzalem zou maken! (Lucas 9:30,31 NBG - "uitgang" is de vertaling van het Griekse woord "exodus".)

 

BEGINPAGINA | INFORMATIE | ARTIKELEN | NIEUWS UIT ISRAEL | BOEKEN | CD'S | STUDIES | ZOEKEN | LINKS
© Copyright 2001-2010 Stichting Het Licht des Levens