Elisa en de ongeziene wereld
2 Koningen 6:8-23
Een boeiende geschiedenis, die ons duidelijk wil maken, dat God Zijn helpers
uitzendt om Zijn kinderen te helpen en hen te beschermen.
Hier zien wij Elisa, die de koning van Israël helpt door middel van de Geest van
profetie, zoals hij eerder de zonen van de profeten geholpen heeft.
Deze geschiedenis laat ons ook iets zien van de ongeziene wereld.
Welk volk?
Aram, dat is Syrië. Te vergelijken met het huidige Syrië. Het is niet Assyrië!
Dat is te vergelijken met het tegenwoordige Irak.
Welke koningen?
Er wordt geen naam van de koning genoemd. Het gaat om het werk van de profeet en
om te tonen hoe de HERE, ook in het politieke gebeuren zoals dat van de oorlogen
met Syrië (eind 9e eeuw voor Christus) betrokken is. Wel wordt in vers 24 een
naam genoemd: “Enige tijd later riep koning Benhadad van Aram zijn leger onder
de wapenen. Hij trok op en belegerde Samaria.”
Benhadad is in het Oude Testament de naam van drie koningen van Damascus, over
wie wij lezen in 1Koningen 15:18; 20:1; 2 Koningen 13:3; 1 Koningen 20:1; 2
Koningen 6:24; 8:7; 2 Koningen 13:3; Amos 1:4. Er is wel gedacht, dat “Benhadad”
geen naam is, maar een titel van de koningen van Syrië, zoals “Farao” de titel
was van de vorsten van Egypte. Het woord betekent “zoon van Adad”, één van de
goden van de Syriërs.
De eerste Benhadad was een tijdgenoot van koning Asa van Juda en van Achab in
Israël. (1Koningen 15:18,20; 2 Kronieken 16:2,4)
De tweede (dat is “onze” Benhadad uit deze geschiedenis) was een tijdgenoot van
Achab van Israël.
Deze Benhadad sloot een verbond met Achabbu, zoals hij in Assyrië genoemd werd,
dat is Achab van Israël. Dit is geheel in overeenstemming met de Bijbel, die ons
bericht (1Koningen 20:34), dat Achab na de slag bij Afek een verbond met de
Syrische koning sloot.
Later had Benhadad tegenspoed in de strijd tegen de Assyriërs. Dit schijnt ook
op het verbond met de Israëlitische koning ongunstig te hebben gewerkt. De buren
werden vijanden. Hij streed tegen Israël. Hij werd verslagen en gevangen
genomen. Achab noemde hem echter zijn “broeder” en spaarde zijn leven. Hierna
kwam de profeet bij Achab en vermaande hem. God had het doodvonnis over Benhadad
uitgesproken en koning Achab had niet meegewerkt. Nu zou Achab zelf met de dood
gestraft worden.
Tijdens de regering van Joram belegerde Benhadad Samaria, waardoor een grote
hongersnood ontstond in de stad. God deed de Syriërs op de vlucht slaan, waarbij
zij al hun goederen achterlieten en er voldoende voedsel voor de mensen in
Samaria overbleef.
Later, toen Benhadad ziek werd, zond hij Hazael naar Elisa om hem te vragen of
hij zou genezen van zijn ziekte. Elisa zei tegen Hazael, dat hij tegen Benhadad
kon zeggen, dat hij zeker zou herstellen van zijn ziekte, hoewel Elisa wist, dat
hij zou sterven. Tevens vertelde hij Hazael, dat hij de nieuwe koning van Syrië
zou worden.
Hazael vertelde de koning, dat hij zou genezen. Een dag later vermoordde hij
Benhadad en werd hij de nieuwe koning.
Deze Benhadad heeft in de strijd Achab verslagen en gedood (1Koningen 22:37).
(1 Koningen 20:1-33; 2 Koningen 6:24 8:7-15)
De derde was een zoon van Hazaël. Hij regeerde gelijktijdig met koning Joahaz
van Israël, de zoon van Jehu. Hij was geen familie van de eerste en de tweede
Benhadad. Vanwege de zonden van Israël had God hen overgegeven in de handen van
deze Benhadad. Benhadad werd echter weer verslagen en de steden van Israël
werden bevrijd. (2 Koningen 13:3,24,25; Jeremia 49:27; Amos 1:4)
Hoewel er geen naam van de koning van Israël genoemd wordt, wordt aangenomen,
dat de koning van Israël JORAM (2 Koningen 3:1-3) is.
Wanneer?
Enige tijd na de wonderbaarlijk genezing van Naäman. De genezing van deze hoge
krijgsheer door een wonder van God, heeft blijkbaar niet genoeg indruk achter
gelaten. Dus wil men Israël weer aanvallen.
Wat voor strijd is er aan de gang?
De Arameeërs voerden geen gewone oorlog tegen de Israelieten. Later, "daarna" in
: 24, is pas sprake van een gewone oorlog. Hier is sprake van "benden" (:23).
Het gaat hier om plunderingen, roofovervallen. Op deze wijze kwamen zij later
niet meer, zo zegt :23.
Het probleem
De koning van Aram wil telkens op een andere plaats in Israël zijn legerkamp
opslaan. Hier wil hij in een hinderlaag gaan liggen, om de koning van Israël
gevangen te nemen. Als de Arameeërs dan op die plek aankwamen, bleek, dat de
koning van Israël hen voor geweest was en dat hij er al een afdeling soldaten
gelegerd had.
Als de koning van Syrië in het geheim vergaderd had met zijn krijgsheren en een
besluit genomen had om op een bepaalde plaats in Israël een aanval te doen,
bleek dat het plan uitgelekt leek te zijn naar de koning van Israël. Benhadad
meende, dat één van zijn eigen mensen hem verraden had. In werkelijkheid had
Elisa aan de koning van Israël bericht gegeven wat Benhadad van plan was en waar
hij het van plan was. Dit geschiedde meerdere malen.
Dit was ook door de Geest van profetie! Wát een dwaas was Benhadad, dat hij niet
begreep, dat een man Gods die precies weet dat en waar hij zal aanvallen ook
niet zal weten, dat hij nu de profeet gevangen wil nemen. Zo blijkt hoe verblind
mensen van de wereld kunnen zijn. Een hoge positie, misschien een grote
geleerdheid, maar geestelijk dom en dwaas.
Benhadad wist hoe machtig de man Gods was. Indertijd had hij zelf Naäman naar
hem gezonden. Nu wilde hij Elisa gevangennemen en waarschijnlijk ter dood laten
brengen.
N.V. vertaalt: "Ga niet naar die plaats toe." Met andere woorden: "Koning pas
op, dat U niet naar die en die plaats gaat, want daar zitten de Arameeërs."
Betere vertaling: "Houd die plaats in de gaten." Met andere woorden: "Ga juist
wel met uw leger naar die plaats en wacht daar de Arameeërs op." Zo is het ook
geschied, niet slechts één of twee keer, maar vele keren (:10).
Ging de koning van Israël nu juist wel of juist niet naar de plaats waar
Benhadad met zijn leger was? In het Hebreeuws staat hier het woord me-eboor. Dit
betekent gewoon "er door trekken". Het wordt op veel verschillende manieren
vertaald: doorgaan, voorbijgaan, overgaan, e.d. Wat wordt er nu bedoeld? Ging de
koning van Israël er juist wel of juist niet naar toe? Volgens Keil heeft het de
betekenis van: onbezet laten, d.w.z. dat de koning van Israël er juist niet was.
Eerder zou hij er wel geweest zijn. Benhadad is dat door zijn verspieders te
weten gekomen. Zodra Benhadad ‘s nacht de plek bezoekt, blijkt de koning van
Israël er niet meer te zijn. Dit gebeurde keer op keer.
Als wij dit werkwoord vertalen door: onbezet te laten, betekent het echter juist
het tegenovergestelde. Elisa waarschuwt de koning, om die en die plaats niet
onbezet te laten. Hij raadt hem dus aan, daar met zijn leger naar toe te gaan,
opdat als de koning van Syrië er komt, hij in een val loopt. Dit moet dan de
verklaring zijn voor de toorn van de koning van Syrië. Nu kon hij bepaalde
plaatsen in Israël niet overvallen en plunderen.
Elisa was dus de voor gevaar waarschuwende profeet. Hij was als een wachter in
de nacht, die voor naderend onheil waarschuwde. Het had niets te maken met het
uitleggen van de Bijbelse boodschap. Hij was gewoon een waarschuwingssignaal
voor naderend onheil.
Hij fungeerde als een waarschuwingsbord dat vertelt, dat een eindje verderop de
weg afgesloten is. Hij deed in feite, wat de Bijbel nu voor ons doet.
De koning van Israël deed zijn voordeel met Elisa’s raadgevingen, voor zover ze
betrekking hadden op de aanslagen van de Syriërs. Als de waarschuwingen van
Elisa over zijn zonden gingen, bekommerde hij zich niet om wat Elisa zei.
Een les voor ons
Zoals de vijanden van Gods volk Israël listig te werk gingen in hun
beraadslagingen en plannen om Israël de nederlaag te laten lijden, zo gaat de
vijand van de Gemeente ook te werk. Een waarschuwend voorbeeld hebben wij in de
volgende woorden: “Onze tegenstanders dachten ons onverhoeds aan te vallen en te
doden, en zo het werk te kunnen stopzetten.” (Nehemia 4:5,11) NBG: “Onze
tegenstanders echter zeiden: Zij zullen niets merken noch gewaarworden, totdat
wij in hun midden komen, hen doden en het werk stopzetten.” NB: “Onze benauwers
zeggen: ze mogen niets weten en niets zien totdat wij hun plek binnenkomen en
hen zullen ombrengen; zo zullen we het werk stilzetten!”
1. Er zijn tegenstanders - van ons en van het werk van God dicht bij ons. Het
zijn mensen, die ons het leven moeilijk maken, zó moeilijk, dat wij het benauwd
kunnen krijgen.
2. Deze vijanden proberen ongemerkt te komen en aan te vallen. Ze komen juist
als je ze niet verwacht.
3. Ze willen ons geestelijk doden. Ze willen ons definitief ten val brengen,
zodat we nooit meer opstaan.
4. Wij zijn niet het uiteindelijke doel. Het gaat om het werk van God. Dát moet
stopgezet worden. Er moet een eind komen aan de openbaring van God, Zijn
heerlijkheid en Zijn majesteit. Zó bestrijdt de duivel God en maakt hij gebruik
van ons.
5. Ernstige waarschuwing. Wij zijn regelmatig een speelbal van de duivel. Hij
probeert ons in ons denken te beïnvloeden, opdat wij minder prettig over
bepaalde activiteiten zullen denken, zodat wij het niet fijn meer vinden en
allerlei tegenwerpingen zullen bedenken. Hij wil ons beïnvloeden, zodat wij
meewerken aan het stopzetten van een bepaald werk van God. Hij zorgt ervoor dat
wij een kritische geest krijgen en bepaalde dingen niet leuk meer vinden. Zo
doet hij zijn werk, ook met ons en in ons. Wie heeft zo weleens de invloed van
de duivel in zijn eigen hart ontdekt?
6. Wees je bewust: God is op de hoogte van alles wat satan doet, van hoe hij jou
tracht te verleiden. Hij ziet ook hoe je reageert!
De koning van Aram was in alle staten
Het gevolg was, dat de koning van Aram bijna tot razernij gebracht werd.
Letterlijk staat er: "Het stormde in zijn hart." (:11) Hij vroeg aan de
officieren wie hen zou kunnen verraden aan de koning van Israël.
Dan blijkt, dat één van de officieren op de hoogte is van de persoon en het werk
van Elisa. Misschien was dit Naäman zelf! Geen wonder, want de geschiedenis van
Naäman, die ook uit Aram kwam, wordt in het vorige hoofdstuk vermeld. Daar was
ook sprake van roofovervallen door de benden van Aram - zie 5:1-3.
De opdracht om Elisa gevangen te nemen
In zekere zin was het een dom besluit van de koning van Aram om Elisa gevangen
te willen nemen. Als Elisa op de hoogte was van de plannen van de koning van
Aram als het ging om de koning van Israël, zou Elisa toch ook weten, dat de
koning van Aram nu hem gevangen wilde laten nemen?
Elisa bevond zich te Dothan, een plaats op de route van Syrië naar Egypte. In
Dothan was Jozef eens door zijn broeders gevangen genomen. Toen was God niet
tussenbeide gekomen om de plannen van de broers te verijdelen. Toen paste dit
alles precies in Gods plan om Jozef onderkoning van Israël te laten worden. Gen.
37:12-30.
Nadat Elisa te Dothan gesignaleerd is, wordt daarheen een sterke troepenmacht
van Aram gezonden. Veel soldaten! Profeten zijn immers gevaarlijke mensen, die
zich niet zo maar laten arresteren, zie 1:9v.v.
Elisa te Dothan
Elisa is waarschijnlijk de ene dag in Dothan aangekomen, waarna het bericht snel
naar de koning van Aram gezonden wordt, die nog diezelfde nacht zijn troepen er
op uitzendt om Elisa in Dothan gevangen te nemen.
Als Elisa de volgende morgen vroeg op pad wil gaan, blijkt dat de hele stad
omsingeld is door het leger van Aram.
De knecht van Elisa is hevig verschrikt en ongerust en roept vertwijfeld uit,
wat ze nu moeten beginnen.
De aanblik van de Arameeërs brengt Elisa geen moment uit zijn evenwicht. Hij
weet zich beschermd door Gods leger. Hij weet het en hij ziet het. Elisa's
knecht weet alleen van de Arameeërs. Hij ziet alleen dit vijandelijke leger.
Vandaar zijn angst.
Het hemelse leger
Elisa bad niet om een beschermend leger. Dat leger was er. Elisa wist, dat God
hem zou helpen. Hij bad alleen, dat zijn knecht dit hemelse leger ook zou zien.
Het gezicht is gebaseerd op wat Jacob zag indertijd - Genesis 32:2. Het roept de
aanblik van de hemelvaart van Elia bij ons op.
Wij lezen meerdere keren in de Bijbel over Gods wagens:
“Met machtige wagens, tweemaal tienduizend, met duizenden en duizenden, trok de
Heer van de Sinai naar het heiligdom.” (Psalm 68:17)
“De HEER zal komen in een vuur, met Zijn wagens als een wervelstorm. Hij komt
Zijn toorn uitvieren in vlammen,
Zijn dreiging in een vuurgloed.” (Jesaja 66:15)
“HEER, is Uw woede tegen rivieren, is tegen de rivieren Uw woede ontbrand, en Uw
toorn tegen de zee, dat U uitrijdt met Uw paarden, met Uw zegewagens?” (Amos
3:8)
Gods kinderen zijn altijd omringd door engelen. Hier kwamen de engelen als een
leger tegenover het leger van Aram. Dit hemelse leger was in feite rond Elisa om
hem te beschermen. De koning van Aram was met paarden en wagens gekomen; nu zond
God Zijn leger ook uit met paarden en wagens.
Een prachtige belofte - ook voor ons:
“De engel van de HEER waakt over wie Hem vrezen, en bevrijdt hen.” (Psalm 34:8)
“Hij vertrouwt je toe aan Zijn engelen, die over je waken waar je ook gaat. Hun
handen zullen je dragen, je voet zul je niet stoten aan een steen.” (Psalm
91:11,12)
In deze geschiedenis wordt ons getoond, hoe God waar maakt, dat Hij voor Zijn
kinderen strijdt en zij rustig kunnen zijn (Exodus 14:14). God ook het volgende
beloofd: “De schrik voor mij stuur ik voor jullie uit, ik zal paniek zaaien
onder elk volk waarmee jullie in aanraking komen, zodat al je vijanden op de
vlucht slaan.” (Exodus 23:27)
Als Elisa's knecht het wonder van de hulp niet ziet, bidt Elisa, dat de ogen van
zijn knecht geopend zullen worden.
Een dubbel wonder:
- de ogen van de knecht worden "geopend" en hij ziet de onzichtbare wereld.
- de ogen van de soldaten worden "gesloten" en zij zijn blind voor Gods
werkelijkheid. Eigenlijk worden zij niet "blind", maar "verblind", d.w.z. in
verwarring gebracht. Ze zien wat er niet is en zien niet wat er wel is.
Dit was al eens eerder geschied.
- voor "geopende ogen" zie Bileam - Numeri 22:31 en Luc. 24:31
- voor "verblinde ogen" zie de mannen van Sodom - Genesis 19:11
Open ogen -
a. Eerst in vers 17 - open ogen voor de knecht van Elisa om Gods werkelijkheid
te zien.
b. Daarna in vers 20 - open ogen voor de soldaten van Benhadad.
Strijd in de ongeziene wereld
Zoals er in de ongeziene wereld een hemels leger van God is, zo is er ook een
demonisch leger van satan.
Ephese 6:11,12
Daniël 10:12,13,20,21
Het is niet hier... Naar Samaria
Elisa maakt de door God verblinde soldaten duidelijk, dat ze aan het verkeerde
adres zijn. Ze zullen de profeet niet in Dothan vinden. Dat was de waarheid,
want de profeet was uit de stad naar buiten gekomen, waar de soldaten van
Benhadad waren. De stad is blijkbaar te klein om het hele leger van Aram binnen
zijn muren te ontvangen en de koning is in Samaria, terwijl Elisa ook in Samaria
woont. Ze moeten naar Samaria. Elisa gaat hen voor en wijst hen de weg naar
Samaria, de hoofdstad van het koninkrijk Israël. De Geest van God was ook hier
aan het werk en zorgde ervoor, dat het leger van Aram de profeet volgde.
Een tocht van meer dan 4 uur. Een prachtig gezicht. Een bijzondere optocht.
Elisa en zijn knecht voorop en het vijandelijke leger er achteraan.
Elisa had gezegd: "Dit is niet de stad", nl. de stad waar hij woonde. Hij woonde
in Samaria (6:32).
In Samaria bad Elisa, dat de soldaten hun gewone zicht weer zouden terug
krijgen. Nu waren ze onaangenaam verrast. Als krijgsgevangenen bevonden zij zich
in Samaria.
De koning is vol respect voor Elisa en noemt hem "Mijn Vader".
De koning heeft geen respect voor de vijandelijke soldaten en wil hen allen
doden.
:22,23 Elisa wil hen een eenvoudige maaltijd voorzetten: brood en water.
De koning van Israël maakte er een feestelijke maaltijd van. Zo werd het een
daad van barmhartigheid.
Les
Als wij deze geschiedenis de revue laten passeren, realiseren wij ons, dat er
veel gelovigen zijn, die leven net als de knecht van Elisa: Ze zien alles van de
wereldse werkelijkheid om hen heen en ze zijn blind voor de hemelse
werkelijkheid, die ook om hen heen is.
Ons gebed voor onszelf en voor anderen moet dan ook zijn: "Heer, open hun en
onze ogen..."
1. Wij moeten geopende ogen hebben om het juiste zicht op de grote vijand niet
te verliezen.
2. Wij moeten geopende ogen hebben om het juiste zicht op Gods aanwezigheid en
Zijn hulp niet te verliezen. Ook op de Here Jezus!
3 Wij moeten geopende ogen hebben om te zien, dat de engelen om ons heen zijn om
ons te helpen. |