BEGINPAGINA   |   INFORMATIE   |   ARTIKELEN   |   NIEUWS UIT ISRAEL   |   BOEKEN   |   CD'S   |    STUDIES   |   ZOEKEN   |   LINKS

Stichting Het Licht des Levens

 
menu
Artikelen

printversie
De boodschap van de opgestane Heer
Johannes 20 : 19-23


Wanneer en waar vond dit plaats? De avond van de opstandingsdag.

De Bijbel vertelt niet waar de discipelen op dit moment waren. Er is veel nagedacht over de vraag waar zij geweest zullen zijn. Men neemt aan dat het in Jeruzalem was en dat ze misschien in dezelfde bovenzaal waren als waar zij eerst de paasmaaltijd gebruikt hebben en waar later de Heilige Geest uitgestort zou worden. Het kan, het hoeft niet. Het is ook niet van het grootste belang te weten waar zij waren.

Kenmerkend voor de gelovigen: vrees en gesloten deuren.

De angst voor de leden van het Sanhedrin zit er goed in. Zij vrezen blijkbaar, dat nadat eerst de Meester gedood is, nu zij aan de beurt zijn. Deze vrees is niet ondenkbeeldig, als wij bedenken, dat er ook al plannen geweest waren om Lazarus te doden (12:10) en dat het boek Handelingen ook vertelt, dat de eerste gelovigen door het Sanhedrin vervolgd werden.

Lang geleden waren de discipelen uitgezonden om overal in het land de boodschap van het komende Messiaanse rijk te prediken, waarbij zij de tekenen van dat rijk mochten verrichten. Zij waren opgeleid in een driejarige training om evangeliepredikers te zijn. In plaats van nu de straat op te gaan en verder te gaan met de boodschap van de Heiland, zitten zij angstig in een afgesloten vertrek.

Wat Jezus deed: Hij stond plotseling "in hun midden". Hij was weer het middelpunt van hun leven.
Wat dit betekende zien wij hierna.

Jezus' zevendelige boodschap:
1. "Vrede" sjaloom.
Eigenlijk is het de gewone Joodse groet. Wij zouden gezegd hebben: "Goedenavond". De Joden zeggen het veel mooier dan wij doen. Zij groeten iedereen met "sjaloom" en zo deed de Heer dit ook. Zijn groet moet ergens een beetje komisch aangedaan hebben bij deze bange discipelen. De Heer staat ineens in hun midden en zegt: "Hallo." Zijn groet moet echter meer betekend hebben dan alleen een gedag zeggen. Het heeft ook betekend, dat Hij hun nu Zelf Zijn eigen vrede schonk, de vrede die alle verstand te boven gaat. Een vrede die gefundeerd was op Zijn sterven en opstanding. Een vrede die gegrond was op de bereikte verzoening. Een vrede die zelfs werkt in tijden van vrees.

Deze mensen waren vol vrees en de Heer nam de vrees uit hun hart weg. Zijn aanwezigheid moest het einde van hun vrees zijn. Daarom zei Hij "vrede" tot hen. Zo moeten zij het ook begrepen hebben. Zo moeten wij er ook mee omgaan. Als ons leven ons zorgen, verdriet of angst bezorgt, moeten wij weten, dat de Heer bij ons is en tegen ons zegt, dat Hij alles onder controle heeft. Dat te weten geeft je rust en vrede in je hart.
 

2. Het tonen van Zijn wonden de herinnering aan het lijden, dat niet vergeten mag worden.
Zoals later Thomas een bijzondere ervaring gehad moet hebben, toen de Heer hem Zijn littekens liet zien, zo moet dit voor de andere discipelen nu ook het geval zijn geweest. Ik denk dat wij dit het best kunnen vergelijken als wij in onze tijd denken aan een afbeelding van het kruis. Natuurlijk: wij verafgoden het kruis niet. Wel is het voor ons het beeld dat het volbrachte lijden van de Heiland in herinnering brengt. Het spreekt ons van de bereikte verzoening. Dit schenkt ons grote vrede, vreugde en rust.

Het woord "zien" dat hier gebruikt wordt, wil niet zeggen, dat zij er even naar keken en toen weer overgingen tot de orde van de dag. Het wil zeggen, dat ze gekeken hebben en het tot zich hebben laten doordringen. Het wil zeggen, dat ze het lijden gingen "zien", dat wil zeggen: "Begrijpen".
 

3. Hij sprak over "de Vader".
Soms sprak de Here Jezus over "Mijn" Vader. Nu spreekt Hij niet over "Mijn" Vader, maar over "de" Vader. Zijn Vader is nu immers ook hun Vader. In onze taal gebruiken wij het woord "Vader" als regel alleen voor de man, die de natuurlijke vader van het kind is en voor de man die een kind geadopteerd heeft. In de Bijbel betekent een Vader meer.

Het woord "Vader" staat hier ook voor de man die juist ook a. vol is van liefde, genegenheid en b. vol is van medeleven. In de Bijbel is een vader iemand die met zijn hele hart van zijn kind houdt, alles wil doen opdat het zo goed mogelijk met dit kind zal gaan en dit kind omringt met warmte. Hij offert zich op voor zijn kind. Hij wil zijn kind gelukkig maken. Als het kind blij is, is hij ook blij. Als het kind verdriet heeft, heeft hij ook verdriet. Zo'n Vader is God voor de discipelen en ook voor u en mij.
 

4. Hij zond Zijn volgelingen op pad.
In onze vertaling blijkt niet, dat de Here Jezus twee verschillende woorden voor "gezonden" gebruikte. Hij gebruikte het ene Griekse woord voor Zijn eigen zending en het andere woord voor het zenden van de discipelen. Wij moeten erop letten, dat Hij twee verschillende woorden in de vorm van een contrast gebruikte.

De Heer is gezonden als een Apostel. Hij kwam alleen, was alleen en bleef alleen. Het wil zeggen, dat Hij uitgezonden is en dat de hemelse Vader Hem heeft laten gaan. Er zit zelfs een gedachte in, dat de Vader Hem weggestuurd heeft.

De discipelen worden hier niet als apostelen aangesproken. Zij worden ook niet alleen op pad gezonden. Het Griekse woord dat hier staat wil zeggen, dat zij onder escorte van de Heer en van de Heilige Geest op pad zullen gaan. Ze zijn niet alleen en ze zullen nooit alleen zijn! Er zit zelfs de gedachte in van terugkomen. Het wil zeggen, dat ze door hun op pad gaan zelfs bij de Vader in Zijn gemeenschap terugkomen.

Hun zending houdt in, dat ze enkele belangrijke feiten aan de mensheid bekend moeten maken:
  
a. zoals zijzelf de littekens van het lijden van de Heiland zagen, zo moeten zij bekend maken, dat de Here Jezus de gestorven en opgestane Redder is.
 
b. zoals de Here Jezus sprak over de Vader, zo moeten zij nu bekend maken, dat God je Vader is, als je de Here Jezus als Heiland aanvaard hebt.
 
c. zoals de Here Jezus Zijn vrede schonk en bekend maakte, zo moeten zij nu vrede verkondigen aan mensen, die de Here Jezus aanvaard hebben. De verdere gevolgen van deze zending zullen hierna bij "7." verder uiteengezet worden. Dit is ook onze opdracht.
 
5. Hij blies op hen.
Adam was de eerste mens. Hij werd een levend wezen toen God de levensadem in zijn neus blies. Hij ontving de levensgeest van Godswege (Gen. 2:7).

De Here Jezus wordt in de Bijbel de laatste Adam, de laatste "mens" genoemd. Hij hoeft de levensadem niet te ontvangen, maar schenkt de levensadem juist. Het woord "adem" is hetzelfde woord als het woord "geest". Met het blazen van Zijn adem, maakt de Here Jezus duidelijk, dat Hij Zijn volgelingen de Heilige Geest zal schenken. Dat gebeurde nog niet op dit moment. Dit moment was de aankondiging van de komst van de Heilige Geest. De Heer bereidde hen hier voor op dat komende moment.
 

6. Hij bood hun de Heilige Geest aan.
"Ontvangt" de Heilige Geest wil ook zeggen: "Aanvaardt de Heilige Geest." Het maakt duidelijk, dat zoals wij de Here Jezus aanvaard hebben en Hem een plaats in ons leven gegeven hebben, wij ook de Heilige Geest moeten aanvaarden en ook Hem een plaats in ons leven moeten geven.

Soms lijkt het er op dat mensen de Heilige Geest dezelfde plek willen geven die ook aan de Here Jezus gegeven moet worden. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. De Heilige Geest moet Zijn eigen plaats in ons leven hebben.
 

7. Hij gaf hun een speciale opdracht in verband met vergeving van zonden.
a. De discipelen krijgen de macht om mensen de zonden te vergeven. Dit betekent niet dat zij zelf zonden kunnen vergeven. Zonden vergeven, zo leert de Bijbel, kan God alleen. Vergeving in de zin van "niet boos zijn" of "geen kwaad met kwaad vergelden" kunnen en moeten wij allemaal in praktijk brengen. Dat moet te allen tijde kunnen. Maar vergeving in de zin van het wegnemen van de schuld, kan God alleen. Zo wil dit woord zeggen, dat zij mensen, die de Here Jezus aanvaarden ook kunnen meedelen dat zij vergeving van zonden krijgen. Het wil ook zeggen, dat mensen die berouw hebben en hun schuld belijden vergeving van zonden krijgen. Maar God schenkt dan steeds vergeving.
 
b. De discipelen krijgen ook de macht om mensen duidelijk te maken, dat hun zonden niet vergeven worden. Zij mogen en moeten aan mensen die de Here Jezus niet aanvaarden duidelijk maken, dat zij ook geen vergeving van zonden ontvangen en in hun zonden zullen sterven. Ze moeten ook duidelijk maken, dat wie geen berouw hebben en dus hun zonden niet belijden, ook geen vergeving ontvangen.
 
Er worden twee verschillende woorden gebruikt voor beide situaties. In de eerste situatie wordt het woord "vergeven" gebruikt. Het betekent dat mensen hun zonden kwijtgescholden kunnen worden, dat zij losgemaakt kunnen worden van hun zonden en van het verleden. Dit kan God dus alleen. Wat een zegen, dat je als gelovige losgemaakt, bevrijd kunt worden van je zonden van het verleden! Wat een zegen, dat wij die boodschap ook aan anderen mogen doorgeven.

In de tweede situatie wordt een ander woord gebruikt. Daar wordt gesproken over een woord dat als "houden, vastgrijpen, nemen, gevangennemen" vertaald kan worden. Je kunt het ook vertalen als "vasthouden". Dit wil zeggen, dat zij die aan hun zonden vasthouden, hier in de eeuwigheid aan gehouden zullen worden. Zij zijn de gevangenen van hun zonden en hun verleden en zullen dat altijd blijven.
 

Reactie van de discipelen:

Blijdschap omdat zij de Heer zagen, omdat zij de Heer met de tekenen van het kruis zagen.

Wie Jezus echt gezien heeft en de verzoening heeft leren kennen, wordt een bijzonder blij mens. Je kunt niet in onvrede blijven leven, als je het verzoenende werk van de Here Jezus, ja, de Here Jezus Zelf aanvaard hebt. Dan komt er een grote blijdschap en vrede in je hart. Zo was het ook met de discipelen. Zo mag en moet het ook met ons zijn.

De Heer wil u een grote rust en vrede in uw hart schenken. Hij heeft niet beloofd, dat Hij al uw problemen voor u zou oplossen. Hij heeft niet beloofd dat Hij u een leven zonder verdriet en teleurstellingen zou geven. Hij heeft wel beloofd, dat Hij u ondanks alles wat u in het leven zou tegen zitten, u er toch steeds bovenuit zou tillen.

Als u echt de Heer gezien hebt en de Heilige Geest de plaats in uw leven gegeven hebt die Hem toekomt, dan zult u steeds opnieuw de Heer ook tegen u horen zeggen: "Sjaloom, hallo, wij gaan verder, jij en ik." Ga dan zo met de Heer op pad en blijf heel dicht aan Zijn zij.

 

BEGINPAGINA | INFORMATIE | ARTIKELEN | NIEUWS UIT ISRAEL | BOEKEN | CD'S | STUDIES | ZOEKEN | LINKS
© Copyright 2001-2010 Stichting Het Licht des Levens