De Vader Zelf heeft jullie lief - deel 1
|
 |
„De Vader Zelf heeft jullie lief,
omdat jullie mij liefhebben en geloven dat
ik van God ben gekomen.”
(Johannes 16:27)
Dit vers bestaat uit twee delen:
1. Een feit of belofte
2. Een voorwaarde Een zegenrijk feit de Vader zelf heeft jullie lief
|
Een zegenrijk feit,
de Vader Zelf heeft jullie lief1. De Vader Zelf
God wordt de Vader genoemd. Hij is de Vader. Hij is niet de Vader van de
schepping in die zin, dat Hij ook de Vader van de ongelovigen zou zijn. De
ongelovigen hebben de duivel als vader, zei de Here Jezus (Johannes 8).
a.) van de engelen.
„Daarom buig ik mijn knieën voor de Vader, die de Vader is van elke
gemeenschap in de hemelsferen en op aarde.” (Ephese 3:14,15)
b.) van het volk Israël.
„Want de naam van de HEER roep ik uit: de HEER is onze God, laat iedereen
hem prijzen! Hij is een rots, Hij staat voor recht; alles wat Hij doet is
volmaakt. Trouw is God, rechtvaardig en zuiver, in Hem is geen spoor van
kwaad. Maar Zijn kinderen werden Hem ontrouw: tot hun schande gaven zij hun
kindschap op. Vals en trouweloos is dit volk. Is dit uw antwoord aan de
HEER? Hoe komt u zo dwaas? Waar is uw verstand? Is Hij niet uw Vader, uw
Schepper? Hij heeft u gemaakt, Hij riep u tot leven.” (Deuteronomium 32:3-6)
Zelfs als Israël ontrouw is aan God, is en blijft Hij hun Vader.
Denk ook aan het gebed: „Onze Vader...”
„
... jullie hebben maar één vader, de Vader in de hemel.” (Mattheus 23:9)
c.) van de gelovigen, die door Christus tot een bijzondere relatie met God
gebracht zijn en Hem nu kennen als hun liefhebbende hemelse Vader.
„Aan allen in Rome, geliefden van God, geroepen om zijn heiligen te zijn.
Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus.”
(Romeinen 1:7)
d.) van de Heer Jezus Christus.
„Vanaf dat moment probeerden de Joden Hem te doden, omdat Hij niet alleen de
sabbat ondermijnde, maar bovendien God Zijn eigen Vader noemde, en Zichzelf
zo aan God gelijkstelde.” (Johannes 5:18)
NB: God is niet de Vader van de mensen in het algemeen, noch van de dieren,
de planten en de bomen.
2. Jullie
Wie heeft God lief?
Het wordt hier niet tegen de wereld, tegen de ongelovigen gezegd. Ook niet
tegen alle gelovigen. Het gaat hier om liefde voor de discipelen.
Er zijn twee „soorten” liefde in de Bijbel:
- de Goddelijke liefde die uitgaat naar de gehele wereld tot redding
van verloren zondaars (Johannes 3:16),
- de gewone liefde zoals mensen elkaar liefhebben.
Gods liefde wordt in de Bijbel getoond voor de volgende groepen:
(1.) God heeft Israël van harte lief.
„Maar omdat Hij u liefhad en zich wilde houden aan wat Hij uw voorouders
onder ede had beloofd, heeft de HEER u met sterke hand bevrijd uit de
slavernij, uit de macht van de farao, de koning van Egypte. Besef dus goed:
alleen de HEER, uw God, is God en Hij houdt woord; Hij komt zijn beloften na
en is trouw aan ieder die Hem liefheeft en die doet wat Hij gebiedt, tot in
het duizendste geslacht.” (Deuteronomium 7:8,9)
„Dit zegt de HEER: In de woestijn kreeg Ik Israël lief, het volk dat aan
vernietiging ontkomen was. Ik ging hun voor en gaf hun vrede. Van ver ben Ik
naar je toe gekomen, vrouwe Israël. Ik heb je altijd liefgehad, Mijn liefde
zal je altijd vergezellen. Ik breng je weer tot bloei. Je zult weer dansen
in de rei en de tamboerijnen laten klinken. In Samaria’s bergen zul je
wijngaarden planten,
en mogen eten van de eerste vruchten. De dag breekt aan dat in Efraïm de
wachters op de bergen roepen: “Kom, laten we op weg gaan naar de Sion, naar
de HEER, onze God!”
Dit zegt de HEER: Juich van vreugde over Jakob, jubel aan het hoofd van alle
volken, roep het uit, zing een lofzang: “De HEER heeft Zijn volk gered, en
wat er van Israël nog overbleef bevrijd.”
Ik laat hen uit het Noorden terugkeren en breng hen samen van de einden der
aarde. Ook blinden en lammen komen mee, ook zwangere vrouwen, en vrouwen in
barensnood. In dichte drommen keren ze terug. Zij komen terug in tranen, ze
heffen smeekbeden aan, en Ik zal hen leiden. Ik breng hen naar stromende
beken en voer hen over geëffende wegen; daar kunnen zij niet struikelen.
Want Ik ben voor Israël een vader, en Efraïm is mijn eerstgeboren zoon.
Volken, luister naar de woorden van de HEER, vertel het verder op de verste
eilanden: Hij die Israël verstrooid heeft, zal het samenbrengen en het
hoeden, zoals een herder zijn kudde. Want de HEER verlost het volk van Jakob, Hij bevrijdt hen uit de hand die sterker was dan zij. Zij komen
juichend naar de Sion, stralend van vreugde om de gaven van de HEER: koren,
wijn, olijfolie,
en geiten, schapen, koeien. Zij gedijen als een waterrijke hof, nooit meer
zal het hun aan iets ontbreken. Meisjes dansen vrolijk in de rei, jongens en
grijsaards dansen mee. Hun rouw verander Ik in vreugde, Ik troost hen, hun
verdriet vergeten zij.” (Jeremia 31:2-13)
En de Palestijnen...?
Wat hier staat zouden de Palestijnen en de Arabieren zich eens moeten
realiseren. Vandaag maken mensen in het Westen zich druk over de vraag hoe
Israël en de Palestijnen zich moeten verzoenen.
De islamieten - dus ook de Palestijnen en ook de Hamas - leven volgens de
Koran en die zegt, dat de Joden vernietigd en uitgeroeid moeten worden. In
de Koran en de leer van de islam is verzoening met Israël onmogelijk. Veel
christenen roepen ook op tot een verzoening tussen Palestijnen en Joden. Dit
is volgens de leer van de islam nooit en nog eens nooit mogelijk. Elk
bestand en elke vrede heeft slechts ten doel om te hergroeperen en daarna
opnieuw aan te vallen.
Is er ook maar één tekst in de Bijbel te vinden die duidelijk maakt, dat
Joden en Palestijnen zich dienen te verzoenen? Nee, de Bijbel leert juist
het tegendeel!
De Palestijnen maken duidelijk, dat de strijd tegen Israël een
godsdienststrijd is die nooit in een verzoening en vrede met Israël kan
uitlopen. Elk bestand is slechts een tijdelijk bestand waarin de Palestijnen
zich willen hergroeperen om daarna opnieuw aan te vallen. Dat is in hun
godsdienst zo geregeld.
Mogen de Joden dan ook volgens hun heilig boek leven? Welk voorbeeld geeft
het heilig boek van de Joden? Leert de Bijbel dat de Joden en de Palestijnen
in vrede met elkaar moeten leven? Beslist niet. De Bijbel leert, dat God de
eindtijd Filistijnen hard zal treffen - God Zelf zal dit doen door middel
van het Joodse volk.
Gods oordeel over de eindtijd Filistijnen
„Wanneer Askelon dat ziet, zal het schrikken, en Gaza zal beven van angst.
Zo ook Ekron, dat zijn hoop in rook ziet opgaan. Uit Gaza verdwijnt de
koning, Askelon raakt ontvolkt, en in Asdod woont nog slechts een onzuiver
volk. Zo zal Ik de hoogmoed van de Filistijnen breken. Vlees waar nog bloed
in zit zal Ik hun uit de mond rukken, en ook het andere voedsel dat Ik
verafschuw. Maar een deel van hen zal gespaard worden, en ook zij zullen
toebehoren aan onze God. Ze zullen in Juda worden opgenomen, en Ekron zal
met ons verbonden zijn zoals de Jebusieten. Ik zal de wacht betrekken en
mijn land beschermen tegen doortrekkende legers. Geen tiran zal het nog
binnenvallen, want nu waak Ik er met eigen ogen over.
Juich, Sion, Jeruzalem, schreeuw het uit van vreugde! Je koning is in
aantocht, bekleed met gerechtigheid en zege. Nederig komt Hij aanrijden op
een ezel, op een hengstveulen, het jong van een ezelin.” (Zacharia 9:5-9)
De woorden uit Zacharia 9:6 „en in Asdod woont nog slechts een onzuiver
volk. Zo zal ik de hoogmoed van de Filistijnen breken.” staan in de NBG als
volgt: „Dan zal een bastaardvolk in Asdod wonen, en Ik zal de trots der
Filistijnen uitroeien.”
Hier gaat het over het Filistijnse volk van de eindtijd, dat zijn de huidige
Palestijnen, die zichzelf Filistijnen noemen, maar het niet zijn. Het is een
onzuiver volk, een bastaard volk. Het is namelijk een samenraapsel van
mensen uit allerlei volken uit Oost Europa. Het zijn geen nakomelingen van
de oude Filistijnen.
Toch is er ook een lichtpuntje: een overblijfsel van hen zal zich eens bij
het volk Israël aansluiten en door de Joden behandeld worden, zoals de Joden
de mensen van Jebus behandeld hebben.
Boodschap van het Sanhedrin in Jeruzalem
Er is weer een Sanhedrin in Israël. Dat is het hoogste godsdienstige gezag.
Het Sanhedrin in Jeruzalem heeft enkele dagen geleden een boodschap aan de
regering van Israël en aan de militairen gegeven die de volgende punten
bevat:
A. Wij moeten handelen in navolging van de les die Koning David ons een
les geleerd heeft in Psalm 18:38. Voor de duidelijkheid vermelden wij het
gehele gedeelte van deze Psalm:
„De God die mij met kracht omgordt, leidt mij op een volmaakte weg, Hij
geeft mij voeten snel als hinden, doet mij op toppen van bergen staan,
oefent mijn handen voor de strijd–mijn armen spannen de bronzen boog.
U was het schild dat mij redde, Uw rechterhand ondersteunde mij, Uw woord
maakte mij sterk, U baande de weg voor mijn voeten, ik wankelde niet.
Ik achtervolgde mijn vijanden, haalde hen in en keerde niet terug voor ik
hen had vernietigd, ik verpletterde hen, ze stonden niet meer op, dood lagen
ze onder mijn voeten.
U hebt mij omgord met kracht voor de strijd, mijn tegenstanders voor mij
doen buigen, U liet mij de rug van mijn vijanden zien, mijn haters, ik
roeide ze uit. Ze riepen om hulp, maar er was geen redder, ze riepen de
HEER, maar Hij antwoordde niet.
Ik verpulverde hen tot stof in de wind, veegde hen weg als vuil van de
straat.
U bevrijdde mij van een opstandig volk, stelde mij aan tot hoofd van de
naties.” (Psalm 18:32-43)
B. Er mogen geen internationale troepen geplaatst worden in Gaza om
veiligheid te garanderen.
C. Er mogen geen Egyptische troepen toestemming krijgen om in de
Palestijnse gebieden te komen.
D. Er dient een tijdelijke militaire machthebber aangesteld te worden om
de orde te handhaven.
E. De plaatselijke bevolking uit de Gazastrip (de Palestijnen dus)
moeten aangemoedigd worden om te vertrekken uit Gaza en te gaan naar het
land van hun eigen keuze dat hen ook wil binnenlaten. De reiskosten
(verhuiskosten) moeten door de militaire macht bekostigd worden. Dit is een
humane oplossing voor hen om uit de huidige economische situatie te komen.
F. Er moet (in Gaza) een nieuwe regering aangesteld worden die
gefundeerd zal zijn op de zeven geboden van Noach, die zal zorg dragen voor
opleiding van de jongeren en zorg dragen dat moord en zelfmoord en andere
misdaden niet meer getolereerd worden.
G. Het gebied in de Gazastrip dat Israël voorheen in zijn bezit had,
waar Israëli’s huizen en dorpen hadden, dient herbouwd te worden, in
gehoorzaamheid aan de opdracht zoals die vermeld is in Deuteronomium
11:31,32. „Straks steekt u de Jordaan over om het land binnen te gaan dat de
HEER u zal geven. Wanneer u het in bezit hebt genomen en er woont, leef dan
alle wetten en regels die Ik u vandaag voorhoud strikt na.”
NB: De Bijbel roept ons niet op om te bidden voor de vrede van Gaza, maar
wel voor de vrede van Jeruzalem!
NB: Is het u weleens opgevallen, dat de Here Jezus in Zijn hogepriesterlijk
gebed wel bad voor de bewaring van de gelovigen en er nadrukkelijk bij zei:
„Ik bid U niet voor de wereld.”?
(2.) God heeft de discipelen van de Here Jezus van harte lief.
„Jullie” dat zijn de discipelen van de Here Jezus.
Dit zijn de discipelen, de leerlingen, de volgelingen van de Heer Jezus. Het
zijn de mensen die Hem dagelijks volgen en dienen, die iedere dag aan Zijn
voeten zitten en naar Hem luisteren. Het zijn de leerlingen die ernst maken
met de studie van het Woord van God. Het zijn mensen die tijd nemen om
contact met God te hebben. Het zijn dus niet „alle christenen”.
De Heer spreekt hier niet over kerkelijke meelopers, maar over mensen die
wat doen met hun geloof. Het zijn de mensen die buigen voor de wil van God.
Het zijn de mensen die leven met hun geloof en leven uit hun geloof.
Daar mogen wij wel even bij stilstaan en over nadenken. Dan gaat het om de
vraag: hoor ik hier bij? Wat doe ik met mijn geloof? Ben ik echt in beweging
gekomen voor de Heer? Kom ik ook vooruit?
Is er beweging in ons geloofsleven?
Ik las een leuke uitspraak: Sommige christenen zijn net hobbelpaarden:
beweging genoeg, maar geen vooruitgang.
Wat doet u voor de Heer? Komt u hier elke zondag om te luisteren of doet u
ook iets met wat u gehoord hebt? Doet u uw best om wat u hier leert te
onthouden? Maakt u aantekeningen? Hoe ziet uw Bijbel eruit? Mooi of als een
studieboek? Als u eenmaal de hemel binnengaat, zal de Heer dan tegen u
zeggen: „Wat fijn, dat je zoveel van Mij weet.” Of zal Hij zeggen: „Waarom
heb je niet beter je best gedaan om wat met je geloof te doen?”
Geldt Hebreeën 5:12 ook u? „Werkelijk, u had toch inmiddels allemaal leraar
moeten zijn! In plaats daarvan hebt u er zelf een nodig om u opnieuw de
grondslagen van het woord van God bij te brengen; het is met u zo ver
gekomen dat u weer aangewezen bent op melk in plaats van op vast voedsel.”
Draagt u uw geloof uit? Geeft u les op een zondagsschool? Leidt u een
Bijbelklas? Wat doet u met alles wat u leert?
3. Hij (de Vader) heeft lief
Hier wordt niet het mooie woord agape maar het eenvoudige phileoo gebruikt.
Met het gebruik van dit woord daalt God af naar ons niveau. Op het eerste
gezicht lijkt dat heel teleurstellend. Het is echter heel mooi. Het laats
ons zien, dat God afdaalt naar ons niveau om ons daar te vertellen hoe lief
Hij ons heeft!
Het spreekt van liefde zoals vrienden elkaar liefhebben. Het zegt dus
eigenlijk, dat de Vader Zelf de Vriend is van de ware discipelen.
Er zijn mensen die graag een belangrijk iemand als vriend zouden willen
hebben. Hier zegt God, dat Hij de Vriend is van ware discipelen.
We komen hier op het terrein van Mozes. „De HEER sprak persoonlijk met
Mozes, zoals een mens met een ander mens spreekt. Daarna keerde Mozes terug
naar het kamp, maar zijn jonge dienaar Jozua, de zoon van Nun, verliet de
tent niet.”
NBG: „En de HERE sprak tot Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals iemand
spreekt met zijn vriend; dan keerde hij terug naar de legerplaats. Maar zijn
dienaar Jozua, de zoon van Nun, een jonge man, week niet uit de tent.”
(Exodus 33:11)
(wordt vervolgd)
|