BEGINPAGINA   |   INFORMATIE   |   ARTIKELEN   |   NIEUWS UIT ISRAEL   |   BOEKEN   |   CD'S   |    STUDIES   |   ZOEKEN   |   LINKS

Stichting Het Licht des Levens

 
menu
Artikelen

printversie
 
Immanuel

De Joodse maand die ongeveer samenvalt met onze maand december is de maand Kislev. In deze maand gedenken de Joden hoe rond 165 voor Christus een kleine groep Joden in opstand kwam tegen de Griekse onderdrukkers, een klein kruikje olie vonden - genoeg voor één dag om de kandelaar in het Heilige van de tempel te laten branden - terwijl de kandelaar er 8 dagen op bleef branden totdat er nieuwe, koosjere olie gemaakt was. Sindsdien wordt dit feest als feest van de tempelwijding of Chanoeka gevierd. De datum waarop Jehoeda haMaccabi de door Grieken verontreinigde tempel opnieuw - na reiniging - inwijdde was de 25evan de maand Kislev in 165 voor Christus. Ruw omgezet naar onze tijdrekening: 25 december.

Dit feest komt ook in de Bijbel voor. Het heeft dan verschillende namen: het feest van de tempelwijding en het vernieuwingsfeest (NBG). Het staat als volgt in het evangelie van Johannes: „In Jeruzalem werd het feest van de Tempelwijding gevierd; het was winter. Jezus liep in de tempel, in de zuilengang van Salomo.” (Johannes 10:22,23)

Sindsdien (dus sinds 165 voor Christus) branden Joden op het feest van de 25e Kislev 8 kaarsen! Deze kandelaar is niet de Menora met 7 lichten, maar de Chanoekakandelaar met 8 lichten. Lichten die laten zien dat het licht van God de duisternis van de mensen is binnengekomen en zelfs licht geeft waar niet voldoende brandstof voor de lichtjes is. Te weinig brandstof, toch voldoende licht. Dat is het werk van God en dat is het wonder van God!

Het is opmerkelijk dat de eerste Joodse christenen een verband zagen tussen het Chanoekafeest en de geboortedag van de Messias. Het Chanoekafeest herinnerde aan de inwijding van de aardse tempel. De geboorte van de Messias herinnerde hen aan de levende tempel die vanuit de hemel naar de aarde gekomen was. Jezus Zelf had immers Zichzelf met de tempel vergeleken! Zie Johannes 2:19. Sinds het eind van de 3e eeuw werd de datum 25 Kislev op de Romeinse kalender opgenomen als herinnering aan de geboortedag van de Here Jezus. Dat jaar viel de 25e Kislev op 25 december. Daarna is niet de datum 25 Kislev voor de christenen gebleven, maar de datum 25 december.

Dat beeld van licht dat schijnt in de duisternis van de mens, is ook de boodschap waarover het steeds weer gaat in het boek van Jesaja. Mensen zien donkerheid en duisternis - en die is er ook. Maar als je God dient, zie je ook het licht van God in de duisternis verschijnen. Daarbij zal op een bepaalde dag zowel het volk Israël een groot licht voor de wereld worden als de Messias komen zal en een groot licht voor Israël en voor de volken worden zal. Dat is de boodschap van Jesaja.

Citaat van Jesaja

God gaf indertijd een teken aan koning Achaz dat zijn rijk van de twee stammen, Juda, niet ten onder zou gaan, zoals met het rijk van de tien stammen gebeurde. Het was een teken voor de hele regering, ja voor alle mensen. Het was een teken voor zijn tijd. De profetie luidde: „Daarom zal de Heer zelf u een teken geven: de jonge vrouw is zwanger, zij zal spoedig een zoon baren en hem Immanuël noemen.” (Jesaja 7:14) Het kind werd in die tijd ook geboren, zo laat het volgende hoofdstuk zien (Jesaja 8:8).

Geleid door de Heilige Geest realiseerde Mattheus zich, dat deze woorden een verdere strekking hadden. Ze konden toegepast worden op de geboren Messias. Dus citeerde hij hier de woorden van Jesaja. Dan horen wij dat de engel tegen Jozef zei: „Ze zal een zoon baren. Geef hem de naam Jezus, want hij zal zijn volk bevrijden van hun zonden.’ Dit alles is gebeurd opdat in vervulling zou gaan wat bij monde van de profeet door de Heer is gezegd: ‘De maagd zal zwanger zijn en een zoon baren, en men zal hem de naam Immanuël geven, ‘wat in onze taal betekent ‘God met ons’. (Mattheus 1:21-23)
Terwijl het in de profetie van Jesaja tegen koning Achaz niet ging om een maagd, maar gewoon om een jonge vrouw, laat de Bijbel ons zien, dat het bij de geboorte van de Here Jezus juist niet ging om een gewone jonge vrouw, maar dat het toen ging om een maagd!

Hiermee liet Mattheus zien, dat de Zoon van God neergedaald was uit de hemel, geboren was uit een maagd, en nu de verbindende schakel was tussen hemel en aarde. Zijn betekenis van ‘God-met-ons’ was het doel van Zijn komst: - God bij mensen brengen - mensen bij God brengen. Eerst: God bij de mensen brengen door middel van Zijn eigen aanwezigheid. Hij was niet Zelf God de Vader. Hij vertegenwoordigde God de Vader. Hij was een apostel, een ambassadeur van de Vader - zo zegt de Hebreeënbrief. Zijn aanwezigheid maakte wel zichtbaar wie en hoe God is.

Een extra betekenis

Terwijl deze woorden ons alleen aan de woorden uit Jesaja 7:14 doen denken, herinneren zij ons ook aan andere woorden uit de Schrift, die eerder geschreven werden en een zelfde betekenis hebben.

Op de eeuwen lange reis van het Joodse volk zijn er momenten van grote blijdschap, maar ook een aantal momenten van grote pijn en verdriet geweest. Er waren momenten waarop ze met opgeheven hoofd door de geschiedenis wandelden. Er waren ook tijden dat ze met gebogen hoofd werden weggevoerd, in ballingschap, gedeporteerd, vervolgd en vermoord. Jacob heeft ook eens zo’n moment meegemaakt waarop hij met gebogen hoofd op reis was, op de vlucht voor zijn broer, voor zijn familie. Daarin was hij een beeld van ieder mens die momenten van diep verdriet en rouw, ontgoocheling en ontluistering meemaakt. Je wordt niet begrepen en je wordt niet geteld. Je mag er eigenlijk niet zijn. Je bent alleen. Alleen met al je verdriet. En niemand die iets weet van je eenzaamheid, je verdriet, je pijn, je tranen en je ontluistering.

Jacob was zijn huis ontvlucht. Hij was ontsnapt aan een broer die hem wilde doden, vermoorden. Hij was het contact met zijn vader kwijt. Zijn vader die hem vertrouwd had en die in hem geloofd had. Maar die nu geen vertrouwen meer in zijn zoon kon hebben. Hij was op de vlucht zonder te weten wanneer hij ooit zou kunnen terugkeren. Hij had het door God beloofde land verlaten, en was op weg naar een onbekend land, naar een onbekende toekomst. Hij was ontredderd en vermoeid en hij viel in slaap op een rots in het midden van het veld.

Op dat moment toont God hem een krachtig beeld. Hij krijgt een prachtige gelijkenis van Gods aanwezigheid: „Toen kreeg hij een droom. Hij zag een ladder die op de aarde stond en helemaal tot de hemel reikte, en daarlangs zag hij Gods engelen omhoog gaan en afdalen.” (Genesis 28:12)

Vervolgens komt er iets dat nog veel en veel mooier is: „Ook zag hij de HEER bij zich staan, die zei: ‘Ik ben de HEER, de God van je voorvader Abraham en de God van Isaak.” (Genesis 28:13) De vertalers van de NBG konden zich blijkbaar niet voorstellen dat God gewoon bij Jacob op aarde zou komen, waardoor zij vertaalden: „En zie, de HERE stond bovenaan [dat is bovenaan de ladder].” De NBV heeft de bedoeling echter correct weergegeven: God stond niet bovenaan de ladder vanuit de hemel naar Jacob te kijken. Nee, God was naar hem toe gekomen en God Zelf was nu bij hem! Hier begon de boodschap van Gods licht al in Jacobs duisternis bewaarheid te worden: Immanuël, God was echt bij Jacob!

Dit is een prachtig beeld van de wijze waarop God steeds bij hem zal zijn. Het is een bemoediging voor dat moment, maar ook voor alle tijden die later zullen komen. Het is een bemoediging niet alleen voor Jacob, maar voor het hele Joodse volk. Het is zelfs een bemoediging voor ons. Het is de gelijkenis van Jacob die ons vertelt hoe in de Here Jezus God steeds bij ons zal zijn.

Op de plaatsen van de grootst mogelijke wanhoop mag de gelovige weten: Gods ladder is hier, ja God Zelf is bij mij. Zo heeft Jacob het ook beleefd. Er staat: „Toen werd Jakob wakker. ‘Dit is zeker, ‘zei hij, ‘op deze plaats is de HEER aanwezig. Dat besefte ik niet.’” (Genesis 28:16) God en Zijn ladder zijn beschikbaar op alle locaties en in alle situaties. Voor Jacob, voor Israël, voor u en mij.

Jacob zei dat hij nu begrepen had, dat God ook in tijden van grote wanhoop en eenzaamheid met hem zou zijn. Gods ladder zou altijd beschikbaar voor hem zijn, ongeacht wanneer en waar hij zou zijn. Dat is de boodschap voor ons allen, ongeacht wat wordt gezien en belangrijker nog wat ervaren wordt door onszelf en om ons heen.
 

BEGINPAGINA | INFORMATIE | ARTIKELEN | NIEUWS UIT ISRAEL | BOEKEN | CD'S | STUDIES | ZOEKEN | LINKS
© Copyright 2001-2012 Stichting Het Licht des Levens