De oorsprong van het Pinksterfeest
|

Shavuot, het Joodse Pinksterfeest |
De meeste christenen gaan ervan uit dat de oorsprong van het Bijbelse Pinksterfeest gevonden wordt
in het tweede deel van de Bijbel, in het Bijbelboek Handelingen. Op de vraag wat het Bijbelse Pinksterfeest is, geven zij
als antwoord: dat is het feest van de dag waarop de Heilige Geest werd uitgestort.
Dit antwoord lijkt heel Bijbels en geloofwaardig. Toch moeten we er op
letten, dat de Bijbel zelf
iets anders vertelt.
De Bijbel zegt niet dat sinds de uitstorting van de Heilige Geest we het Pinksterfeest hebben. Nee, de Bijbel zegt: „Toen
de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar.”Hiermee maakt de
Bijbel duidelijk, dat het Pinksterfeest al aangebroken was vóórdat de Heilige Geest uitgestort werd.
|
Zoals het geen Paasfeest werd omdat de Here Jezus uit de dood opstond, zo werd het ook geen Pinksterfeest omdat de Heilige
Geest uitgestort werd. Het is juist andersom. Het wás Pasen - en op het Paasfeest stond Jezus uit de doden op. Vijftig
dagen later wás het Pinksteren - en werd de Heilige Geest uitgestort.
Feest uit de tijd van Mozes
Het Paasfeest is in de gehele Bijbel de herinnering aan de redding van de Israëlieten uit de slavernij van Egypte. Elk jaar vieren de Joden dit feest - nog steeds. Zo’n 2000 jaar geleden was het precies op het Paasfeest - dat sprak van de redding uit de slavernij van Egypte - dat de Here Jezus opstond uit de dood. Hierdoor bewees Hij, dat juist ook Hij een Redder was. Mozes was namens God de redder uit de
materiële slavernij van Egypte. Jezus werd de Redder uit de geestelijke slavernij, de slavernij van zonde en schuld.
Pelgrimsfeesten
Zowel het Paasfeest als het Pinksterfeest waren pelgrimsfeesten. Dat wil zeggen, dat de Joden uit het gehele land naar Jeruzalem kwamen om daar het feest te vieren en om in de tempel de door God voorgeschreven offers van de gerstenoogst te brengen. Dit was zo door God opgedragen.
Met Pasen at men dan het ongezuurde brood, de zogenaamde matzes. Met Pinksteren was de tarweoogst gerijpt en konden de eerste broden aan God geschonken worden. Deze broden waren nu echter met zuurdesem gerezen. Pinksteren is het feest van de eerstelingen die nu aan God geschonken werden.
Leviticus 23 vertelt, dat „vanaf de dag na de sabbat van het Paasfeest, zeven volle weken moeten worden afgeteld, tot de dag na de zevende sabbat. Vijftig dagen moeten jullie aftellen, en dan moeten jullie de HEER een graanoffer aanbieden uit de nieuwe tarweoogst. Jullie moeten dan uit je woonplaats brood meenemen om het voor de HEER omhoog te heffen...” (Leviticus 23:15-17)
Hieruit blijkt, dat het Pinksterfeest viel op de 50e dag na het Paasfeest.
Het woord Pinksteren betekent vanuit de Bijbel ook 50e dag.
Het Pinksterfeest is in de Bijbel gekoppeld aan de redding uit Egypte. Exodus zegt: „In de derde maand, op precies dezelfde dag dat ze uit Egypte waren weggetrokken, kwamen de Israëlieten in de Sinaiwoestijn.” (Exodus 19:1) Na aankomst moesten de Israëlieten zich gereed maken om onderaan de berg een openbaring van God te ontvangen.
Belangrijke volgorde
De geschiedenis van Pasen en Pinksteren maken ons duidelijk, dat eerst het Paasfeest gevierd werd en daarna het Pinksterfeest. Als je dit wilt toepassen op onze situatie, kun je zeggen, dat een mens in zijn geestelijk leven eerst de redding van God moet ervaren en pas op grond daarvan een echte ontmoeting met God kan hebben. Anders gezegd: Je moet eerst de Here Jezus als je Redder leren kennen om vervolgens een wezenlijke ontmoeting met God te mogen hebben en de Heilige Geest van het Pinksterfeest te kunnen ontvangen.
Zonder Pasen is Pinksteren dus niet mogelijk.
Zonder de Here Jezus als Redder kun je de aanwezigheid van de Heilige Geest in je leven ook niet ontvangen.
Handelingen 2
De gebeurtenissen die in Handelingen 2 vermeld worden, beschrijven ons nu als eerste het Joodse Pinksterfeest, zoals de mensen van Israël dit elk jaar vierden. Niet alleen vanuit het gehele land zijn er Joden naar Jeruzalem gekomen, ook veel Joden die in het buitenland wonen zijn gekomen.
Op deze dag gaan er echter dingen gebeuren die ons sterk doen denken aan de gebeurtenissen uit de tijd van Mozes. Het gaat om de boodschap van de Heer die op het Paasfeest uit de dood is opgestaan en nu de grote Redder voor de mensen is. Wie in geestelijke slavernij is, kan nu door Hem gered worden.
Maar er is meer. Het gaat op deze Pinksterdag om een nieuwe openbaring van God. Nu niet op een berg in de woestijn, maar in Gods eigen stad: Jeruzalem. En weer zijn er uiterlijke tekenen: het geluid als van een geweldige wind en de tongen als van vuur op de hoofden van de volgelingen van de Here Jezus.
Dit Pinksterfeest is meer dan een oogstfeest waarbij de eerste
broden die van tarwe gebakken zijn aan God aangeboden worden in Zijn tempel. Op dit oogstfeest worden
de eerste vruchten van het reddingswerk van de Here Jezus verzameld. Er gaat een grote geestelijke oogst komen van mensen die in de Gemeente van de Heer bijeengebracht worden. En die gebeurtenissen beginnen juist op de dag dat het Pinksterfeest in Jeruzalem begonnen is. Terwijl in de tempel de eerste vruchten van de tarweoogst aan God worden aangeboden, worden hier de eerste
geestelijke vruchten aan de Heer aangeboden: duizenden mensen komen op deze dag tot een openlijke keuze om volgelingen van de Here Jezus te zijn. Deze keuze die de mensen zelf maken wordt door God bevestigd: zij worden door Hem in hun hart vervuld met de heilige Geest.
De toespraak van Petrus
Op deze dag hield Petrus een geweldige toespraak voor de verzamelde mensen daar in Jeruzalem. Handelingen 2 vertelt ons in grote lijnen wat Petrus toen gepredikt heeft. Hij eindigde zijn toespraak met de volgende woorden:
„Laat het hele volk van Israël er daarom zeker van zijn dat Jezus, die u gekruisigd hebt, door God tot Heer en Messias is aangesteld.”
„Toen de mensen dit hoorden, waren ze diep getroffen en vroegen aan Petrus en aan de andere apostelen: ‘Wat moeten we doen, broeders?’” (Handelingen 2:36,37)
Petrus doet dan een geweldige uitspraak over de Here Jezus. Hij zegt dat allen vanaf deze dag zeker moeten weten, dat Jezus zowel de Joodse Messias is als de Heer is van allen die Hem volgen. Verder maakt Petrus duidelijk dat dit geen idee van hemzelf is, maar dat dit zo door God bepaald is.
In zijn toespraak verwijst Petrus maar heel even naar de Heilige Geest. Verder spreekt hij alleen maar over de Here Jezus. Daarmee laat Petrus ons als voorbeeld zien wat er gebeurt als je met de heilige Geest vervuld bent: dan ga je over de Here Jezus spreken. Eerst ga je in de Here Jezus geloven. En je gaat Hem erkennen als de Joodse Messias, dat wil zeggen: als de Messias van het Joodse volk. En je stelt je vertrouwen voor je redding in Hem alleen. Je wordt een volgeling en dienaar van de Heer.
|