BEGINPAGINA   |   INFORMATIE   |   ARTIKELEN   |   NIEUWS UIT ISRAEL   |   BOEKEN   |   CD'S   |    STUDIES   |   ZOEKEN   |   LINKS

Stichting Het Licht des Levens

 
menu
Artikelen

printversie
God straft

Judas is de Griekse vorm van het Hebreeuwse woord Juda, eigenlijk Jehuda, dat in onze taal meestal weergegeven wordt als ‘Jood’. Het betekent: „Hij zal geprezen worden”. De naam Judas was een veel voorkomende en geliefde naam onder de Joden, als herinnering aan Judas de Maccabeeër.

Wij kennen in de Bijbel een groot aantal mensen met deze naam.

1. De vierde zoon van Jacob (Mattheus 1:2,3).
2. Een onbekende voorouder van Jezus.
3. Een man, genaamd de Galileër, die ten tijde van de volkstelling de opstand in

Galilea veroorzaakte (Handelingen 5:37). Hij werd gedood en zijn aanhang werd verspreid. Josephus schrijft ook over hem. Hij was geboren in Gamala, een stad aan de zuisookst kust van het meer van Galilea.
4. Een Jood uit Damascus die Paulus huisvesting bood (Handelingen 9:11).
5. Een profeet met de voornaam Barsabas, die lid was van de gemeente te Jeruzalem en naar Antiochië gezonden werd (Handelingen 15:22,27,32).
6. De apostel die waarschijnlijk de voornaam Lebbaeus of Taddeus had. Eén van de apostelen, broer van Jacobus (Lucas 6:16; Johannes 14:22; Handelingen 1:13; Judas 1:1; Mattheus 10:3; Marcus 3:18). Deze Judas komt niet voor op de apostellijsten van Mattheüs en Marcus. In zijn plaats vinden wij daar de namen Lebbeüs (Mattheus 10:3) en Thaddeüs (Marcus 3:18). Dit doet vermoeden dat het bij Judas, Lebbeüs en Thaddeüs over dezelfde persoon ging. De namen Lebbeüs en Thaddeüs waren kennelijk bijnamen die hetzelfde betekenen (hartekind?, van leb = hart, en thad = borst). Over deze Judas-Thaddeüs weten wij niets anders dan dat hij in de laatste nacht van Jezus’ leven tijdens diens afscheidswoorden een vraag heeft gesteld (Johannes 14:22).
7. De ‘broer’ van Jezus (Mattheus 13:55), die in Marcus 6:3 ‘Juda’ genoemd wordt. Een zoon van Jozef en Maria. Iemand met deze naam was volgens Mattheus 13:55 en Marcus 6:3 een broer van Jezus. Omdat hij het laatst wordt genoemd, was hij waarschijnlijk de jongste van het viertal. Evenals zijn broers geloofde hij eerst niet in de Heer maar sloot zich eerst na diens opstanding bij de discipelen aan (Johannes 7:5; Handelingen 1:14 en 1 Corinthe 9:5). Volgens de overlevering was hij gehuwd en stond hij bij zijn tijdgenoten in hoge achting. Deze Judas was een broer en niet een neef van Jezus, wat sommigen menen. Hij kan dus niet dezelfde geweest zijn als Judas de zoon van Jakobus (Lucas 6:16; Handelingen 1:13; Statenvertaling „broeder”).
8. Judas Iskariot, de man uit Karioth een stad in Juda (Jozua 15:25), de apostel die Jezus verraadde. Hij was de zoon van een zekere Simon (Johannes 6:71; 13:2,26).

Daarnaast kennen wij uit de tweede eeuw voor de gangbare jaartelling de bekende Judas de Makkabeeër.

De schrijver

Volgens de traditie was hij zowel de broer van Jezus als de jongere broer van Jacobus - de latere leider van de gemeente in Jeruzalem (zie Handelingen 15) - was. Dit is van oudsher de gedachte geweest. Hij was dan geen apostel! De schrijver van deze brief is Judas, de jongere broer van Jezus en Jacobus, nu een oude man. Judas heeft de brief geschreven toen hij hoorde dat er een onbijbelse leer verkondigd werd en mensen onheilig leefden.

De schrijver noemt zichzelf een slaaf van Messias Jezus! Hij staat onder absoluut gezag van zijn Meester. Hij had een liefdevol hart voor de gemeente van de Here Jezus. Hij waakte over haar. Hij was bezorgd en waarschuwde tegen boze invloeden. Hij was een waar en getrouw herder van de kudde Gods (zie: 3,4).

Korte inhoud van de brief

Zijn stijl is levendig, kernachtig en beeldrijk. Volgens een groot aantal theologen zou hij het Boek van Henoch (Judas 1:6,14) en de Ascensio Mosis („De Hemelvaart van Mozes”), waaraan hij het verhaal van de aartsengel Michaël ontleent (Judas 1:9), geciteerd hebben. Het lijkt mij eerder dat hij zijn gegevens uit de mondelinge overlevering heeft geleerd, omdat dit boek van latere datum geweest zal zijn.

Het doel van de brief is om te waarschuwen tegen mensen die de Heer Jezus Christus in gedrag en wandel verloochenden (Judas 1:4). Deze mensen ontwijdden de bijeenkomsten van de gemeente (Judas 1:12) verstoorden de eenheid (Judas 1:19) en noemden zich „de ware geestelijke mensen.” Zij voelden zich verheven boven de gewone gelovigen, die in eenvoud vasthielden aan het oude geloof (Judas 1:3,20).

De brief is duidelijk Joods georiënteerd, vol Oud Testamentische en Joodse verwijzingen en zinspelingen. Judas heeft hier te maken met een situatie die te vergelijken is met die welke in 2 Petrus wordt beschreven.

Judas schrijft aan een groep christenen, die van binnenuit in hun eigen gemeente bedreigd worden door mensen die een valse leer verkondigen. Deze figuren onderscheiden zich door hun arrogant en onzedelijk gedrag en gaan er prat op een superieure kennis aangaande Jezus te bezitten. Ze gaan voor niets of niemand opzij als ze hun zin willen doordrijven en zijn in staat om alles zwart-wit voor te stellen.

Judas geeft voorbeelden aan zijn lezers van mensen uit het Oude Testament die ook door God gestraft waren: - Israëlieten, - engelen en mensen uit de tijd vóór de zondvloed (Genesis 6:1-4), - de inwoners van Sodom en Gomorra (Genesis 19:1), - Kaïn (Genesis 4:1), - Bileam (Numeri 31:8,16), - Korach (Numeri 16:1).

Daarnaast geeft hij twee voorbeelden uit de mondelinge overlevering: - de strijd om het lichaam van Mozes, - de profetie van Henoch. Met het citeren uit de mondelinge overlevering stond Judas in de traditie van de Here Jezus en van Paulus. Dit wil zeggen, dat hij aan de kant van de Farizeeën stond en tegenover de Sadduceeën stond.

De voorbeelden zijn met zorg gekozen. Judas wil nadrukkelijk waarschuwen tegen valse leraars. Christenen zijn niet weerloos, maar ze moeten wel leren zich te verdedigen. Ze moeten uitgaan van hun geloof en zich als soldaten van de Heer weerbaar opstellen, zodat ze de dwaalleer kunnen weerleggen. Ze moeten bidden en vragen om kracht en hulp van de Heilige Geest. Angst en wanhoop zijn onnodig, want God zal hen helpen om stand te houden.

Geadresseerden

Enkele bijzondere kenmerken:
1. Zij zijn geroepenen. De gemeente bestaat uit Joden en heidenen - die tot het heil geroepen zijn, - die tot gemeenschap geroepen zijn (sterke onderlinge verbondenheid) en - tot het dienen van de Here Jezus en elkaar geroepen zijn.
2. Zij zijn geliefden van God de Vader (: 20).
3. Zij worden bewaard door de Here Jezus (:20,24). De vorm waarop dit in het Grieks staat wijst op een voortdurende bewaring. - Wij worden bewaard door Jezus Christus (Johannes 6:39,40), - Wij worden bewaard door de Vader voor Jezus (Johannes 10:29; 17:11; 1 Petrus 1:5)

Wij zijn door God bij onze naam geroepen. Hij heeft ons lief en waakt over ons. Daarom is er een duidelijke waarschuwing tegen ontrouw en afval die telkens weer in de gemeente binnensluipen.

Inhoud van de brief: Herinnering aan Gods oordelen in het verleden (:5-7)

Als voorbeeld van Gods oordelen worden drie groepen afvalligen genoemd: - Israëlieten - zie hun ongeloof, - Gevallen engelen en Sodomieten, - Afvallige personen (Kaïn, Bileam, Korach).

De eerste groep die door God gestraft werd: Israël

:5 Ik wil u eraan herinneren-ook al weet u dit alles wel-dat de Heer zijn volk weliswaar voor eens en altijd uit Egypte heeft bevrijd, maar later allen die niet geloofden gedood heeft.
„De HEER zei tegen Mozes: ‘Hoe lang zal dit volk mij nog afwijzen? Hoe lang nog zal het weigeren op mij te vertrouwen ondanks alle wonderen die ik verricht heb? Ik, de HEER, zweer dat ik zo zal handelen met heel dit verdorven volk, dat tegen mij heeft samengespannen. Hier in de woestijn zal hun leven een einde nemen, hier zullen ze sterven.’” (Numeri 14:11 en 35)

De tweede groep die door God gestraft werd: ontrouwe engelen (ontrouw en ongehoorzaam)

“Denk ook aan de engelen die hun oorspronkelijke positie ontrouw werden en de hun toegewezen plaats verlieten: tot het oordeel op de grote dag houdt hij hen met onverbreekbare boeien in de onderwereld gevangen. ...engelen pleegden ontucht en liepen achter wezens aan die anders waren dan zijzelf...” (Judas :6,7)
NBG: „en dat Hij engelen, die aan hun oorsprong ontrouw werden en hun eigen woning verlieten, voor het oordeel van de grote dag met eeuwige banden onder donkerheid heeft bewaard gehouden;... haar hoererij hebben botgevierd en ander vlees achternagelopen zijn...

Twee feiten die als verwijt vermeld zijn:

1. Ze werden ontrouw aan hun oorspronkelijke positie, ontrouw aan hun oorspronkelijke bedoeling.
2. Ze verlieten de hun toegewezen plaats en gingen dus ergens anders naar toe.

Wat was de oorspronkelijke positie van de engelen?

1. Zij zijn dienaren van God (Hebreeën 1:14) en dus absolute gehoorzaamheid aan God verschuldigd.
2. Zij zijn allen mannelijk en huwen niet en planten zich niet voort (Marcus 12:25). Dit betekent niet dat ze geslachtsloos zijn, maar dat ze ‘celibatair’ leven. De Bijbel kent alleen mannelijke engelen. Geen vrouwelijke engelen en ook geen baby-engelen.

Wat was hun toegewezen plaats die zij verlieten?

1. Engelen zijn de bewoners van de hemel.
2. Engelen kunnen door God tijdelijk naar de aarde gezonden worden om daar een taak voor Hem uit te voeren. Daarna keren zij terug naar de hemel. Hier ging het fout met deze engelen. Let wel: het gaat niet over alle engelen. Het gaat slechts over een bepaalde groep engelen.

De zonde van deze engelen:

1. Zij werden ontrouw aan hun oorsprong. Zij zochten mensen om zich door geslachtsgemeenschap te vermenigvuldigen. Gezien het feit dat engelen mannen zijn moet het duidelijk zijn, dat zij zich niet vermengden met mannen onder de mensen, maar met vrouwen.
2. Zij verlieten hun eigen woonplaats om ergens anders te gaan wonen. Hier wordt niet bedoeld dat zij de hemel verlieten om naar Mars of Jupiter te gaan, maar naar de aarde.
3. Zij pleegden ontucht en liepen achter wezens aan die anders waren dan zijzelf. Zij pleegden dus geen ontucht met andere engelen maar met mensen, met meisjes en vrouwen op aarde.

Wat Judas hier beschrijft verwijst naar Genesis 6:1-4, waar wij de aanleiding tot de zondvloed hebben: het huwelijk van de zonen Gods met de dochters van de mensen. De NBV heeft het bijna correct vertaald: „De zonen van de goden zagen hoe mooi de dochters van de mensen waren, en ze kozen uit hen de vrouwen die ze maar wilden.” Het waren niet de zonen van allerlei goden, maar de zonen van Elohim, God.

Prof. Dr. George Ernest Wright schrijft in ‘De Bijbel ontdekt in aarde en steen’ (pag. 119): „De uitdrukking ‘zonen Gods’ was in het Kanaänitische polytheïsme de gebruikelijke term voor de goden van Kanaän... Israël nam de uitdrukking over om er Gods hemelse schare mee aan te duiden.”

Het in Judas :14 genoemde ‘boek van Henoch’ spreekt over dit huwelijk tussen gevallen engelen en mensen. Rabbijn Onderwijzer geeft in Rashie’s commentaar op de vijf boeken van Mozes de volgende vertaling van Genesis 6:2 „Toen zagen goddelijke wezens de dochters der menschen, dat zij schoon waren; en namen zij zich vrouwen van allen, die zij verkozen.” Hij ziet hen ook als bovennatuurlijke wezens, zoals de vorst der zee, de vorst der Perzen, enz. Het gevolg van deze vermenging, zo deelt Genesis 6 ons mee, was dat er reuzen kwamen. Het Hebreeuwse woord voor reuzen is nephilim, wat ‘gevallenen’ betekent. Het waren wezens die half mens en half ‘gevallen engel’ (dus: demon) waren. „Immers, God heeft zelfs engelen die gezondigd hadden niet gespaard maar hen in de Tartarus geworpen. Daar, in de diepste duisternis, blijven ze opgesloten om hun vonnis af te wachten.” (2 Petrus 2:4)

Let op: Met deze gevallen engelen kunnen niet de gevallen engelen die eens met satan tegen God opstonden, bedoeld worden. Die engelen zijn namelijk niet in een ‘gevangenis’ opgesloten. Zij zijn de demonische machten die rondgaan om mensen te verleiden.

Verschillende meningen over de zonen van God en de dochters van de mensen

1. Het zijn de zonen van de vrome Seth die trouwden met de dochters van de goddeloze Kaïn. Had Seth alleen maar zonen en Kaïn alleen maar dochters? Sinds wanneer worden er reuzen geboren als een gelovige met een ongelovige trouwt?
2. De zonen van de leiders trouwden met de meisjes van het gewone volk. Sinds wanneer worden er dan reuzen geboren?
3. Het was een bovennatuurlijk huwelijk van gevallen engelen die zich vermengden met de mensen.

In Job 1:6 en Genesis 3:22 zien wij dat de engelen deel uitmaken van de ‘Goddelijke familie’ in de hemel. Zij worden de ‘zonen van God” genoemd. Ook in het Nieuwe Testament wordt verwezen naar de Goddelijke familie in de hemel (Ephese 3:15). Dit betekent niet dat de engelen de ‘biologische kinderen’ van God de Vader zijn. Het betekent, dat God en de engelen als het ware in zoiets als gezinsverband met elkaar leven. God is de ‘Vader’ en de engelen zijn voor Hem als ‘zonen’.

In Joodse kring wordt net als in christelijke kring verschillend gedacht over de vraag wie deze ‘zonen van God’ zijn. Samen met grote evangelische Bijbelverklaarders geloof ik dat het ging om gevallen engelen die zich vermengden met aardse vrouwen en meisjes. In Pirkei d’Rabbi Eliezer wordt gesteld dat deze engelen de menselijke gestalte aannamen toen zij naar de aarde kwamen. De Talmud (Chagigah 16a) zegt ook dat de engelen verschenen als menselijke wezens. Nadat Ramban de verschillende meningen over de ‘zonen van God’ bestudeerd had, trok hij de conclusie, dat de beste verklaring gegeven werd in de ‘Midrash van Rabbi Eliezer haGadol’ (dat is de zojuist genoemde ‘Pirkei d’Rabbi Eliezer’). In de Talmud (Yoma 67b) wordt dit ook zo vermeld.

De gevolgen van deze vermenging

1. Er werden reuzen (Hebreeuws: nephilim) geboren.
2. Deze reuzen waren ‘mannen van naam’ (Hebreeuws: Anshey Shem). Het Hebreeuwse woord dat hier gebruikt wordt door rabbijnen gezien als begin (afkorting) van het Hebreeuwse woord shamam, dat vernietigen, verwoesten betekent. Deze reuzen hadden geen ‘goede naam’, ze hadden een slechte naam, want ze waren slechte wezens. Het waren mannen van verwoesting en verdrukking. Ze waren de geweldenaars van hun tijd.
3. Na hen kwam ook de verwoesting: de zondvloed. De zondvloed was het oordeel van God dat door hen over de wereld was afgeroepen. God straft!

Judas: God oordeelt deze engelen en mensen

Het oordeel over de gevallen engelen en hun nageslacht zal zeker komen. De gevallenen zijn al ‘opgepakt’. „...tot het oordeel op de grote dag houdt hij hen met onverbreekbare boeien in de onderwereld gevangen.” (Judas :6) NBG: „...voor het oordeel van de grote dag met eeuwige banden onder donkerheid heeft bewaard gehouden.”

„Immers, God heeft zelfs engelen die gezondigd hadden niet gespaard maar hen in de Tartarus geworpen. Daar, in de diepste duisternis, blijven ze opgesloten om hun vonnis af te wachten. Evenmin heeft hij de wereld uit de voortijd gespaard; alleen Noach, de heraut van de rechtvaardigheid, liet hij met zeven anderen in leven toen hij de watervloed over die wereld vol zondaars liet komen.” (2 Petrus 2:4,5) In één adem wordt hier gesproken over de gevallen engelen en de mensen uit de tijd van vóór de zondvloed.

„Weet u dan niet dat Gods heiligen over de wereld zullen oordelen? En als u over de wereld zult oordelen, zou u dan niet in staat zijn om te oordelen over de meest onbeduidende rechtsgeschillen? Weet u niet dat wij over engelen zullen oordelen?” (1 Corinthe 6:2,3)

Conclusie: God straft!

Judas waarschuwt met voorbeelden van ontrouw en straf. Hij maakt duidelijk dat ook de christenen het gevaar lopen door God gestraft te worden. Daarom moeten wij trouw zijn en met een oprecht en rein hart God dienen.

1. Strijd voor het geloof. „Geliefde broeders en zusters, het was mijn vaste voornemen u te schrijven over de redding van ons allen, maar ik zie mij nu genoodzaakt u in deze brief op te roepen om te strijden voor het geloof dat voor eens en altijd aan de heiligen is overgeleverd.” (Judas :3) We moeten niet strijden voor ons eigen geloof, maar voor HET geloof, dat is wat de Bijbel ons leert.
2. Houd je ver van losbandigheid. „Er hebben zich namelijk ongemerkt mensen onder u gemengd van wie het vonnis al lang geleden schriftelijk is vastgelegd: goddelozen, die de genade van onze God misbruiken als voorwendsel voor losbandigheid en die onze enige meester en Heer, Jezus Christus, verloochenen.” NBG: „Want er zijn zekere mensen binnengeslopen (reeds lang tevoren tot dit oordeel opgeschreven) goddelozen, die de genade van onze God in losbandigheid veranderen en onze enige Heerser en Here, Jezus Christus, verloochenen.” (Judas :4) Losbandigheid verwijst naar schaamteloosheid.
3. Verloochen de Here Jezus niet.

Zie Judas :4 Wie niet strijdt voor het geloof maar in losbandigheid en schaamteloosheid leeft, verloochent de Here Jezus. Blijf trouw aan de Heer! Wees je bewust: God schenkt niet alleen liefde, Hij straft ook als dit nodig is!

Judas (2)

God strafte Sodom en Gomorra God zal de valse leraars in de gemeente ook straffen 7 En herinner u ook Sodom en Gomorra en de naburige steden. Net als die engelen pleegden ze ontucht en liepen ze achter wezens aan die anders waren dan zijzelf, en nu liggen ze daar als afschrikwekkend voorbeeld, gestraft met een nooit dovend vuur. 8 En toch doen deze zogenaamde zieners precies hetzelfde: ze bezoedelen hun lichaam, verwerpen het gezag van de Heer en lasteren de hemelse machten.

 Judas waarschuwt in deze brief voor mede-christenen in de gemeente die als goddelozen leven en daardoor een vijand voor de andere gelovigen zijn! Deze mensen hebben de wereld en de zonden van de wereld in de kerk gebracht. Ze hebben de heilige gemeente van de Heer verontreinigd.

Deze mensen leven alsof de genade van God betekent dat je losbandig kunt leven. Ze leven alsof met het vermeerderen van de zonden de genade ook toeneemt. Hoe meer zonde hoe meer genade...! Door hun levenswandel verloochenen deze mensen in feite de Here Jezus die ons geleerd en bevolen heeft om heilig te leven. Zij volgen niet meer de Here Jezus, maar de goddelozen uit de wereld.

Nogmaals de gevallen engelen

Wij kunnen ons indenken dat velen graag zouden willen lezen wat er in het boek van Henoch over deze zaak geschreven is. Daarom geven wij een uitvoerig citaat.

Het boek van Henoch:

15:1. En Hij sprak opnieuw tot mij en ik hoorde Zijn stem: "Hoor, Henoch, vrees niet gij rechtvaardige man en schrijver der gerechtigheid, kom hierheen en hoor Mijn woord! 2. En ga heen, zeg tot de wachters van de hemel, die u gezonden hebben om voor hen tussen beide te treden: "Gij hadt voor de mensen moeten bidden en niet de mensen voor u. 3. Waarom hebt gij de hoge, heilige, eeuwige hemel verlaten en hebt bij de vrouwen geslapen en u met de dochters der mensen verontreinigd, en u vrouwen genomen, en gedaan zoals de kinderen der aarde doen, en reuzenzonen verwekt? 4. Terwijl gij immers geestelijk, heilig en in het genot van het eeuwige leven waart, hebt gij u verontreinigd met de vrouwen, kinderen verwekt met het bloed van het vlees, begerig naar het bloed van de mensen, en zoals zij vlees en bloed voortgebracht, dat sterfelijk en vergankelijk is. 5. Daarom heb Ik hen ook vrouwen gegeven, opdat zij hen zouden bevruchten en kinderen door hen geboren zouden worden, zoals zulke dingen op aarde plegen te geschieden. 6. Gij echter zijt tevoren geestelijk geweest, in het genot van het eeuwige, onsterfelijke leven, voor alle geslachten van de wereld. 7. Daarom heb Ik voor u geen vrouwen gemaakt, want zij die geestelijk zijn hebben in de hemel hun woning. 8. En nu, de reuzen die uit lichamen en vlees verwekt zijn zullen op aarde boze geesten genoemd worden en op de aarde zal hun woning zijn. 9. Boze geesten komen uit hun lichamen voort, daar zij van boven geschapen zijn, en daar hun begin en oorsprong van de heilige wachters stamt, zullen zij boze geesten op aarde zijn en zij zullen boze geesten genoemd worden. 10. En de geesten in de hemel hebben in de hemel hun woning, maar de geesten van de aarde, die op de aarde geboren worden hebben hun woning op de aarde. 11. En de geesten van de reuzen teisteren, verdrukken, vallen aan, en richten verwoesting aan op aarde en brengen onrust teweeg: zij eten niet, maar zijn niettegenstaande hongerig en dorstig en veroorzaken onheil. 12. En die geesten zullen zich niet tegen de mensenkinderen en tegen de vrouwen verheffen, omdat zij van hen zijn uitgegaan.

16:1. In de dagen dat de reuzen vermoord zullen worden en ten onder zullen gaan en zij de dood zullen zien, wanneer de geesten uit de lichamen zijn uitgegaan, dan zal hun vlees zonder rechtspraak ontbonden worden. Zo zullen zij hun vernietigend werk doen tot de dag, dat het grote gericht over de grote wereld en over de wachters en goddelozen voltooid zal zijn. 2. En nu, voor wat betreft de wachters die u gezonden hebben opdat gij voor hen zoudt bidden, voor hen die tevoren in de hemel geweest zijn, zeg tot hen: 3. "Gij zijt in de hemel geweest, en hoewel (al) de verborgen dingen u nog niet geopenbaard waren, hebt gij weliswaar een schandelijk geheim gekend, en dit in uw verhardheid van hart aan de vrouwen verteld, en door dit geheimenis veroorzaken mannen en vrouwen veel kwaad op aarde." 4. Zeg hen dus: "Gij hebt geen vrede."

In Het (apocriefe) boek Jubileeën (10:1 v.v.) komt ongeveer hetzelfde voor en krijgt Henoch de opdracht de wachters van de hemel aan te kondigen dat zij geen vergeving meer zullen krijgen. Aan handen en voeten gebonden moeten zij in de donkere spelonken van de woestijnen geworpen worden en met bergen bedekt worden (= vastgehouden worden) totdat op de grote oordeelsdag in de poel des vuurs geworpen zullen worden.

Vervolg boek van Henoch

9:1. Toen keken Michael, Gabriel, Uriel en Raphael vanuit de hemel neer en zagen het vele bloed dat op de aarde vergoten werd en al het onrecht dat op de aarde bedreven werd. 2.En zij spraken tot elkander: "De lege aarde doet het geluid van hun geroep weerklinken tot aan de poorten des hemels." 3.En tot u, heiligen van de hemel klagen nu de zielen der mensen wanneer zij zeggen; "Verschaf ons recht bij de Allerhoogste". 4. En zij spraken tot hun Heer de Koning: "Heer der Heren, God der goden, Koning der koning, de troon van Uw heerlijkheid houdt stand door alle geslachten der wereld heen, en Uw heiligen, heerlijken Naam gedurende alle geslachten der wereld: Gij zijt ten hoogste geloofd en geprezen! 5. Gij hebt alles geschapen en de heerschappij over alles berust bij U: Niets is voor U bedekt en verborgen, en Gij ziet alles en niets kan zich voor U verbergen. 6. Zie dan, wat Azazel heeft gedaan, hoe hij op aarde alle ongerechtigheid heeft geleerd, en de hemelse geheimen aan de wereld heeft bekend gemaakt. 7. En Semjaza, aan wie Gij de macht hebt gegeven leider te zijn van zijn soortgenoten, heeft de bezweringen bekend gemaakt, 8.En zij zijn tesamen naar de dochters der mensen gegaan en hebben bij hen, die vrouwen, geslapen en zich verontreinigd en hen al deze zonden geleerd, 9. En de vrouwen hebben reuzen gebaard en daardoor werd de gehele aarde vol bloed en ongerechtigheid. 10. En zie nu, de zielen der eenzamen roepen en klagen tot aan de poort des hemels en hun zuchten stijgt op: zij zijn niet in staat om de ongerechtigheid die op aarde wordt bedreven te doen ophouden. 11.En Gij weet alles, voordat het geschiedt en Gij weet dit en Gij weet hun aangelegenheden en toch zegt Gij niet tot ons wat wij in deze met hen moeten doen."

10: 1. Toen sprak de Allerhoogste, de Grote en Heilige, en zond Uriel naar de zoon van Lamech, en zei tot hem: 2. "Zeg hem in Mijn Naam: 'Verberg U !', en openbaar hem het naderende einde! Want de gehele aarde zal ten onder gaan en een watervloed zal weldra over de gehele aarde komen, en wat daarop is zal ondergaan. 3. En onderwijs hem nu, opdat hij ontkome en zijn zaad behouden blijft voor de gehele aarde!" 4. En wederom sprak de Heer tot Raphael: "Bind Azazel aan handen en voeten, en leg hem in de duisternis (2 Petr.2:4,5-vert.); maak een opening in de woestijn die in Dudael is, en leg hem er in. 5. En leg ruwe puntige stenen op hem en bedek hem met duisternis, zodat hij daar voor altijd blijft. En bedek zijn gezicht, opdat hij het licht niet aanschouwe! 6. En op de dag van het grote gericht moet hij in het vuur (de poel) worden geworpen. 7. En genees de aarde, die door de engelen verdorven is, en kondigt gij de genezing der aarde aan, namelijk dat Ik haar zal genezen en dat niet alle mensenkinderen zullen ten onder gaan tengevolge van het geheim dat door de wachters is bekend gemaakt en door hun zonen is onderwezen. 8. En de gehele aarde werd verdorven door het werk van Azazel: "Reken hem alle zonden toe!" 9. En tot Gabriel zei de Heer: "Begeef u tot de bastaarden en de verworpenen, en tot de uit hoererij geboren kinderen en verdelg de hoerekinderen en de kinderen van de wachters onder de mensen: zet hen tegen elkander op, zodat ze elkaar door strijd ten gronde richten: want een lang leven zullen zij niet hebben. 10. En zij zullen u bidden, maar hun vaders zullen voor hen niets bereiken, ofschoon zij hopen op een eeuwig leven, en dat ieder van hen vijfhonderd jaar zal leven." 11. En tot Michael zei de Heer: "Brengt het bericht over aan Semjaza en zijn soortgenoten, die zich met de vrouwen verbonden hebben om zich met hen te verderven in al hun onreinheid. 12. Wanneer al hun zonen elkaar gedood hebben en zij de ondergang van hun geliefden zullen hebben gezien, bind hen dan vast onder de heuvelen der aarde gedurende zeventig geslachten, tot aan de dag van hun gericht en hun voleinding, totdat het laatste gericht zal worden gehouden voor alle eeuwigheid. 13. In die dagen zullen zij naar de vurige afgrond worden gebracht, naar de kwelling en de gevangenis waarin zij voor eeuwig zullen worden opgesloten. 14. En al wie veroordeeld en vernietigd zal worden zal van die tijd af met hen gebonden worden tot aan het einde van alle geslachten. 15. En vernietig alle wellustige zielen, en de kinderen van de wachters omdat zij de mensen mishandeld hebben. 16. Vernietig al het verkeerde van het aardoppervlak, en laat ieder boos werk ophouden te bestaan: en laat de plant der gerechtigheid en van het recht verschijnen: en het werk zal tot zegen worden; de werken van gerechtigheid en recht zullen voor eeuwig in waarheid en vreugde geplant worden. 17. En dan zullen alle rechtvaardigen ontkomen, En zij zullen in leven blijven, totdat zij duizenden kinderen voortbrengen, En al de dagen van hun jeugd en hun ouderdom zullen zij in vrede voleindigen. 18. In die dagen zal de gehele aarde in gerechtigheid bebouwd worden; en zij zal geheel met bomen beplant worden en zij zal vol zegen zijn. 19. Alle begeerlijke bomen zal men op haar planten. De wijnstok die daarop geplant wordt zal in overvloed vrucht dragen. En van alle zaden, die daarop gezaaid worden zal één maat tienduizend dragen, en een maat olijven zal tien persen olie geven. 20. En reinig gij de aarde van alle geweldadigheid en van alle ongerechtigheid, en van alle zonde, en van alle goddeloosheid: en doe alle onreinheid die op aarde bedreven wordt van de aarde verdwijnen. 21. En alle mensenkinderen moeten rechtvaardig worden en alle volkeren moeten Mij eer bewijzen en Mij prijzen, en allen zullen Mij aanbidden. 22. En de aarde zal rein zijn van elk verderf en van iedere zonde en van iedere straf en van alle ellende; en Ik zal het er niet nogmaals over doen komen, van geslacht tot geslacht, tot in eeuwigheid.

11 : 1. En in die dagen zal Ik de voorraadkamers van zegen, die in de hemel zijn, open doen om ze op aarde te laten neerkomen, over het werk en de arbeid der mensenkinderen. 2. Vrede en recht zullen zich paren gedurende alle dagen van de wereld en alle geslachten der aarde.

De tijd van Noach Genesis 6:5

Rabbi Yaakov Culi (in: Me’am Lo’ez) laat ons weten, dat in de tijd van Noach de mensen al de gedachte verwierpen dat God het heelal geschapen zou hebben. Genesis 6:5 zegt: „De HEER zag dat alle mensen op aarde slecht waren: alles wat ze uitdachten was steeds even slecht.” De rabbijn heeft hierbij twee aantekeningen:
1. Waarom staat er speciaal ‘op aarde’ bij? Waren er ook nog mensen buiten de aarde? Nee. Het wil zeggen, dat de slechtheid van de mensen te maken had met de aarde.
|2. Wat de mensen uitdachten over de aarde was slecht - in de ogen van de Heer. Zij verwierpen God als Schepper van hemel en aarde.

In onze tijd verwerpen ook veel christenen de gedachte dat God de Schepper zou zijn van hemel en aarde. Daarmee leven wij in de tijd die doet denken aan de dagen van Noach. De Here Jezus waarschuwde, dat de dagen vóór Zijn wederkomst gekenmerkt zouden worden als een herhaling van de dagen van Noach:
1. Sterke beïnvloeding uit de demonische wereld, zoals wij vorige keer zagen. Een beïnvloeding die te merken is in films, op TV, in songs, in literatuur, enz. Ook veel christenen worden hierdoor beïnvloed.
2. Een verwerpen van God als Schepper van het heelal, ook door veel christenen. Je kunt de vraag stellen: „Als God niet de Schepper van het heelal is, wat heeft Hij dan nog voor bijzonders gedaan?

De reuzen:

In die tijd waren de reuzen op aarde. Reuzen is in het Hebreeuws nephilim. Dit Hebreeuwse woord nphl kan op verschillende manieren worden uitgesproken en geeft dan telkens iets weer van de grondbetekenis. Naphal is vallen. Het gaat over de gevallenen die de val van de mensheid op aarde veroorzaakte. Nephel is inferieur, onderdoen voor. Nephalim is geaborteerden, de geaborteerde kinderen. De aarde was in die tijd vol van de reuzen en van de geaborteerde kinderen.

Abortus:

Verschillende tijden op aarde worden gekenmerkt door de zonde van het doden van kleine kinderen. Ook: - in Kanaän bij de offers aan Moloch. - In Egypte in de tijd van de kleine Mozes. - In Bethlehem na de geboorte van de Here Jezus.

Vanaf de Oudheid is bekend dat sommige zwangere vrouwen om diverse redenen een zwangerschap probeerden af te breken en dat hiertegen verbodsbepalingen bestonden. Voor de Joden gold en geldt in dit verband het zesde gebod: "Gij zult niet doodslaan". Al in de eed van Hippocrates (Griekenland, omstreeks 400 voor Chr.) wordt abortus genoemd: artsen beloofden in deze eed nooit een miskraam op te zullen wekken bij een vrouw en nooit een vrouw een instrument voor te schrijven om een miskraam op te wekken. Hoewel Hippocrates dus duidelijk een tegenstander was, blijkt hieruit wel, dat mannen of vrouwen soms een abortus wensten, en dat er ook methodes waren waarmee men abortus probeerde op te wekken.

Het is bekend dat in bepaalde perioden van de geschiedenis van het Romeinse Rijk abortus provocatus ook voorkwam, hoewel bepaalde keizers dan weer een verbod op abortus uitspraken. De komst van het christendom maakte definitief een einde aan de legale abortus provocatus in het Romeinse Rijk.

Abortuscijfers

In Nederland worden per jaar ongeveer 29.000 zwangerschappen afgebroken door middel van abortus. In Europa werden in 2007 naar schatting meer dan 1,2 miljoen abortussen geregistreerd. Dat komt neer op één abortus per 25 seconden. Men schat dat wereldwijd jaarlijks ongeveer 46 miljoen abortussen worden uitgevoerd.

Sodom en Gomorra

Het derde voorbeeld van het straffen door God. De zonde van deze mensen „...pleegden ze ontucht en liepen ze achter wezens aan die anders waren dan zijzelf” (Judas :7) NBG: haar hoererij hebben botgevierd en ander vlees achternagelopen zijn :7 „ze” (SV.: deze) = mannelijk. De steden Sodom en Gomorra zijn vrouwelijk. Het gaat over de mannen uit Sodom en Gomorra - net zoals het ging over mannelijke engelen. De mannen uit Sodom hadden een levenswandel die tegen de natuurlijke aard van de mens inging. - zij gaven toe aan hun vleselijke lusten, d.i. ontucht, hoererij, seksuele zonden. - zij liepen ander vlees achterna dan van hen verwacht mocht worden, dat zijn tegen natuurlijke verhoudingen: d.i. homoseksualiteit.

12 Abram bleef in Kanaän wonen, maar Lot sloeg zijn tenten op bij de steden in de vallei. Zijn woongebied strekte zich uit tot aan Sodom; 13 de mensen daar waren slecht, ze zondigden zwaar tegen de HEER. (Genesis 13:12,13)

20 Daarom zei de HEER: ‘Er zijn ernstige beschuldigingen geuit tegen Sodom en Gomorra, hun zonden zijn ongehoord groot. 21 Ik zal ernaartoe gaan om te zien of de klachten die ik over hen heb gehoord gegrond zijn en zij verwoesting over zich hebben afgeroepen. Dat wil ik weten.’ (Genesis 18:20,21)

4 Maar nog voordat Lot en zijn gasten konden gaan slapen, liepen alle mannen van Sodom bij Lots huis te hoop, jong en oud, niemand uitgezonderd. 5 ‘Waar zijn die mannen die bij je overnachten?’ riepen ze Lot toe. ‘Breng ze naar buiten, we willen ze nemen!’ (Genesis 19:4,5)

Heel de mannelijke bevolking, jong en oud, staat bij Lot voor de deur!

Hier hebben wij vergelijkbare situatie als in het vorige voorbeeld, toen mannelijke engelen een seksuele relatie aangingen met vrouwen op aarde. Nu willen mannen een seksuele relatie aangaan met andere mannen, terwijl zij niet weten dat dit ook engelen zijn.

Sommige theologen zeggen, dat de zonde van deze mensen was, dat ze het gastrecht schonden. Er was geen gastvrijheid in Sodom en Gomorra en daarom werden zij gestraft. Dit is ongefundeerde fantasie. Andere theologen beweren dat het bij de verboden van homoseksualiteit in de Bijbel ging om tempelprostitutie. Ook dat is ongefundeerde fantasie. Tempelprostitutie werd namelijk gewoon in de Bijbel genoemd en verboden;

17 (23:18) Geen enkel Israëlitisch meisje mag als hoer bij een tempel zitten en geen enkele Israëlitische jongen als schandknaap. (Deuteronomium23:17)

24 Ook werd er in het land tempelprostitutie bedreven. Kortom, men gaf zich over aan alle verfoeilijke praktijken van de volken die de HEER voor de Israëlieten verdreven had. (1 Koningen 14:24) Het ging hier in Sodom om mannen - het zullen voornamelijk getrouwde mannen zijn geweest, vaak ook vaders van kinderen - die naast de omgang met hun vrouwen ook contact zochten met andere mannen.

22 Je mag niet het bed delen met een man zoals met een vrouw, dat is gruwelijk. 23 Verontreinig jezelf niet door de geslachtsdaad te verrichten met een dier. En een vrouw mag niet een dier uitlokken om met haar te paren, dat is pervers. 24 Verontreinig jezelf niet door dergelijke dingen te doen. De volken die ik voor jullie verdrijf hebben zich met al deze dingen verontreinigd, 25 waardoor het land onrein werd. Vanwege de wandaden die er gepleegd zijn, heb ik het land geteisterd, zodat het zijn inwoners is gaan uitbraken. 26 Jullie echter moeten mijn bepalingen en regels in ere houden, jullie mogen geen van deze gruwelen begaan. Dat geldt zowel voor geboren Israëlieten als voor de vreemdelingen die bij jullie wonen 27 -de mensen die vóór jullie in het land woonden hebben al deze gruwelen bedreven, waardoor het land onrein werd 28 anders zal het land jullie uitbraken omdat jullie het verontreinigen, zoals het volk dat er voor jullie tijd woonde werd uitgebraakt. 29 Wie toch een dergelijke gruweldaad bedrijft, zal uit de gemeenschap gestoten worden. 30 Houd je aan je verplichtingen tegenover mij en volg geen van de gruwelijke gewoonten na die voor jullie tijd in zwang waren, opdat je er niet door verontreinigd wordt. Ik ben de HEER, jullie God.”’ (Leviticus 18:22-30) 13 Wie met een man het bed deelt als met een vrouw, begaat een gruweldaad. Beiden moeten ter dood gebracht worden en hebben hun dood aan zichzelf te wijten. (Leviticus 20:13)

24 Daarom heeft God hen in hun lage begeerten uitgeleverd aan zedeloosheid, waarmee ze hun lichaam onteren. 25 Ze hebben de waarheid over God ingewisseld voor de leugen; ze vereren en aanbidden het geschapene in plaats van de schepper, die moet worden geprezen tot in eeuwigheid. Amen. 26 Daarom heeft God hen uitgeleverd aan onterende verlangens. De vrouwen hebben de natuurlijke omgang verruild voor de tegennatuurlijke, 27 en ook de mannen hebben de natuurlijke omgang met vrouwen losgelaten en zijn in hartstocht voor elkaar ontbrand. Mannen plegen ontucht met mannen; zo worden ze ervoor gestraft dat ze van God zijn afgedwaald. (Romeinen 1:24-27)

Homoseksualiteit was in veel landen in de oudheid een vanzelfsprekende zaak. Altijd hebben Joden en christenen homoseksualiteit ‘zonde’ genoemd. Sinds 1955 noemen velen in de kerk nu ook homoseksualiteit normaal en niet langer een zonde.

Er ligt een zwarte schaduw over het christendom dat in de voorbije eeuwen veel homoseksuelen om het leven gebracht heeft. Dit betekent echter niet, dat wij het nu normaal moeten gaan vinden!

Andere seksuele zonden

De Bijbel heeft het echter niet alleen over homoseksualiteit maar over alle vormen van ontoelaatbaar seksueel gedrag. Dat betekent, dat vaders die zich aan hun kinderen vergrijpen en broers die het met hun zus doen - ongeacht of het Nederlanders dan wel Marokkanen zijn - door God streng veroordeeld worden.

Het betekent ook dat alle seksuele escapades van pastoors, paters, priesters en nonnen door God streng veroordeeld worden. Het betekent ook dat de kindercondooms die in Zwitserland op de markt gebracht zijn ons tonen, dat we in een vreemde tijd terechtgekomen zijn!

God straft

Zoals God in het verleden de mensen van Sodom en Gomorra strafte, zo straft God ook nu de zondaars van onze tijd.

9  Weet u niet dat wie onrecht doet geen deel zal hebben aan het koninkrijk van God? Vergis u niet. Ontuchtplegers noch afgodendienaars, overspeligen, schandknapen noch knapenschenders, 10 dieven noch geldwolven, dronkaards, lasteraars noch uitbuiters zullen deel hebben aan het koninkrijk van God. 11 Sommigen van u zijn dat ooit geweest, maar u bent gereinigd, u bent geheiligd, u bent rechtvaardig verklaard in de naam van de Heer Jezus Christus en door de Geest van onze God. (1 Corinthe 6:9-11) 9 We weten ook dat de wet er niet is voor de rechtvaardige, maar voor wie zich aan wet of gezag niet stoort, voor goddelozen en zondaars, die alles wat heilig is verachten en ontwijden, die hun eigen vader of moeder doden, voor moordenaars, 10 ontuchtplegers, knapenschenders, slavenhandelaars, leugenaars en plegers van meineed. De wet is er voor alles wat indruist tegen de heilzame leer... (1 Timotheus 1:9,10)

Bij de engelen uit Genesis 6:1-4 kwam het water van de zondvloed als straf van God. Bij de zonden van de mensen uit Sodom en Gomorra kwam het vuur uit de hemel als straf van God.

Het is de zonde van de laatste dagen

De Here Jezus noemde als teken van de laatste tijd: de tijd van Noach (d.i. de zonen van God en de dochters van de mensen) en de tijd van Sodom (d.i. seksuele zonden en massale abortussen).

26 En zoals het eraan toeging in de dagen van Noach, zo zal het ook zijn in de dagen van de Mensenzoon: 27 ze aten, ze dronken, ze huwden, ze werden uitgehuwelijkt, tot aan de dag waarop Noach de ark binnenging en de vloed kwam die iedereen verzwolg. 28 Of zoals het eraan toeging in de dagen van Lot: ze aten, ze dronken, ze kochten, ze verkochten, ze plantten, ze bouwden; 29 maar op de dag waarop Lot wegtrok uit Sodom, regende het vuur en zwavel uit de hemel en kwamen allen om. 30 Zo zal het ook gaan op de dag waarop de Mensenzoon wordt geopenbaard. (Lucas 17:26-30)

Sodom als beeld van Gods gerechtigheid

23 En jij dan, Kafarnaüm, je denkt toch niet dat je tot in de hemel zult worden verheven? In het diepst van het dodenrijk zul je afdalen! Want als in Sodom de wonderen waren gebeurd die bij jou gebeurd zijn, dan was het tot op de huidige dag blijven bestaan. 24 Ik zeg je dat op de dag van het oordeel het lot van Sodom draaglijker zal zijn dan dat van jou.’ (Mattheus 11:23,24)

Zoals er verschil in straf is in de hel, zo is er ook verschil in loon - en zelfs in straf! - in de hemel! 10 Overeenkomstig de taak die God mij uit genade heeft opgelegd, heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd, en anderen bouwen daarop voort. Laat ieder erop letten hoe hij bouwt, 11 want niemand kan een ander fundament leggen dan er al ligt-Jezus Christus zelf. 12 Of er op dat fundament nu verder wordt gebouwd met goud, zilver en edelstenen of met hout, hooi en stro, 13 van ieders werk zal duidelijk worden wat het waard is. Op de dag van het oordeel zal dat blijken, want dan zal het door vuur aan het licht worden gebracht. Het vuur zal laten zien wat ieders werk waard is. 14 Wanneer iemands bouwwerk blijft staan, zal hij worden beloond. 15 Wanneer het verbrandt, zal hij daarvoor de prijs betalen; hijzelf zal echter worden gered, maar door het vuur heen. 16 Weet u niet dat u een tempel van God bent en dat de Geest van God in uw midden woont? 17 Indien iemand Gods tempel vernietigt [dus ook: als hij zichzelf vernietigt!], zal God hem vernietigen, want Gods tempel is heilig-en die tempel bent u zelf. (1 Corinthe 3:10-17)

Dit zijn de woorden van God die ons waarschuwen om in de gemeente van de Heer niet de wereld binnen te halen. Wij moeten niet alleen waken over ons eigen leven, maar ook over de gemeente van de Heer. De Heer waakt Zelf ook over Zijn gemeente, maar Hij wil daarbij ook gebruik maken van u en mij.

Judas (3)

God straft
Na de brief 1 Johannes kunnen mensen denken, dat God alleen maar liefde is en dat Hij geen straffen uitdeelt. Daarom komt in deze brief aan de orde, dat God ook straft. Judas noemt meer voorbeelden van Gods straffen. Opmerkelijk is, dat hij niet alleen voorbeelden noemt die beschreven staan in Tenach, de Joodse Bijbel, het Oude Testament, maar dat hij ook voorbeelden noemt uit de Joodse overlevering.

Michaël

Hij schrijft over één van de aartsengelen: Michaël. Hij is de speciale beschermengel van het Joodse volk, zo zien wij in de profetie van Daniël (Daniël 10: 13,21 en 12 : 1).

Hoewel Michael niet met name genoemd wordt in de volgende tekst gaat het er wel over de aartsengel: „Wanneer het signaal gegeven wordt, de aartsengel zijn stem verheft en de bazuin van God weerklinkt, zal de Heer zelf uit de hemel neerdalen. Dan zullen eerst de doden die Christus toebehoren opstaan.” (1 Thessalonicenzen 4:16 - NBG: „bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank van een bazuin Gods”) Als de Messias komt aan het eind van de grote verdrukking, zullen Michaël en Gabriël bij hem zijn om de goddelozen te bestrijden (Alphabeth Midrash of Rabbi Akiva).

Michaël werd gezien als de eerste van de belangrijkste vorsten van aartsengelen, ja, als de beschermengel van de Israëlieten.

„...en er kwam oorlog in de hemel: Michaël en zijn engelen hadden oorlog te voeren tegen de draak” (Openbaring 12:7) Hij is de leider, de aanvoerder van de andere engelen.

De naam Michaël

De naam Michaël is een naam die vaker voorkomt, ook voor mensen. In Numeri 13:13 is sprake van „Sethur, de zoon van Michaël, van de stam Aser” en in Ezra 8:8 van „de zonen van Sefatja, Zebadja, de zoon van Michaël, en met hem tachtig mannen.” Het is dus een naam die ook voor mensen gebruikt werd.

De naam Michaël betekent „Wie is gelijk aan God? Het is dus een erkenning van de onvergelijkelijkheid van God. „Wie onder de goden is uw gelijke, HEER? Wie is uw gelijke, zo ontzagwekkend en heilig, wie dwingt zoveel eerbied af met roemrijke daden, wie anders verricht zulke wonderen?” (Exodus 15:11) Het antwoord is: niemand is aan God gelijk.

De naam Michaël wordt ook gebruikt voor een vorst van de engelen, een aartsengel. Hij is Israëls verdediger (Daniël 10:13; 12:1) en wordt zelfs „de vorst van Israël” genoemd (Daniël 10:21). Het visioen sluit aan bij de voorstelling dat er in Gods nabijheid zeven engelen zijn. Van hen is Michaël de voornaamste. Hij zat aan de rechterhand van God terwijl Gabriël ter linkerzijde zat (zie bijv. Targum op Job 25:2). Michaël is als strijder voor het volk van God een werktuig in Gods hand. Ook als hij de satan en diens engelen bestrijdt en uit de hemel verjaagt (Openbaring 12), staat hij in dienst van God en van de Here Jezus.

Bij de Joden is Michaël ook bekend als de vorst van het engelenleger die de overwinnaar is van satan.

Zo is hij bij de Joden ook bekend als degene die het oordeel uitspreekt over de gevallen engelen.

Een strijd

In dit vers (Judas :9) schrijft Judas over een strijd die er eens geweest is tussen Michaël en de duivel, waarbij het lichaam van Mozes de inzet van de strijd geweest is. De vraag is: was dit vóór of na de dood van Mozes? Wij kennen deze geschiedenis niet uit de Bijbel. De eerste lezers van de brief van Judas waren Joden en zij waren blijkbaar op de hoogte van wat Judas nu vertelt. Wat hij vertelt is dus ook geen Joodse fantasie, maar berust op waarheid.

De uitleggers weten niet wat hier bedoeld wordt met het lichaam van Mozes. Sommigen denken dat de duivel eiste, dat Mozes een openbare en plechtige begrafenis zou hebben, opdat de plaats waar hij begraven werd algemeen bekend zou worden, en dat hij hoopte daardoor de Joden, die er maar al te zeer toe geneigd waren, tot een nieuwe en blijvende afgoderij te brengen.

Reconstructie van de gebeurtenis

Hoewel verdere gegevens ontbreken, kunnen wij waarschijnlijk wel een reconstructie maken van de gebeurtenissen rond Mozes’ dood.

Van Mozes - en ook van Aäron - staat, dat hij stierf ‘door de mond van God’. Er staat niet dat hij stierf door het spreken van God, maar door de mond van God. De rabbijnen leggen ons uit dat dit betekent, dat God Mozes een kus gegeven heeft, waarna Mozes stierf.

De Bijbel laat ons zien dat als een gelovige sterft, de engelen aanwezig zijn om de ziel mee te nemen en die te brengen in de heerlijkheid. Er zijn veel verhalen bekend van mensen die vóór hun sterven engelen gezien hebben en/of engelenzang gehoord. We lezen hiervan ook in de beschrijving die de Here Jezus gaf bij het sterven van de arme Lazarus. Hij werd door de engelen gedragen in Abrahams schoot.

Het is opmerkelijk dat de Bijbel niet vertelt hoe de zielen van de ongelovigen op hun bestemming terecht komen in het hiernamaals. De gedachte lijkt gerechtvaardigd, dat als de gelovigen weggebracht worden door de engelen, dat dan de ongelovigen weggebracht worden door de demonen. Ik was eens aan het sterfbed van een bewust ongelovige man. Kort voor zijn sterven vertelde hij mij dat hij een zwarte figuur zag aan zijn voeteneind, die op hem wachtte en ongeduldig heen en weer ging. Deze man hallucineerde niet. Hij was helder van geest en wist precies wat dit alles betekende. Toch weigerde hij tot bekering te komen.

Midrash Rabbah

De Haggada zegt dat Michaël opdracht van God ontving om de ziel van Mozes te brengen, maar dit weigerde met de woorden: „Ik was zijn leermeester, hij mijn leerling; ik kan hem niet zien sterven.” Later zou hij bij de begrafenis van Mozes aanwezig zijn geweest. Judas gebruikt deze Haggada als voorbeeld, zoals de Haggada in het algemeen didactische illustraties bij de gewijde geschiedenis geeft.

Judas verwijst in vers 9 naar de mondelinge overlevering die vertelt van een strijd tussen Michaël en satan over het bezit van het lichaam van Mozes. Deze mondelinge overlevering is door de Joden opgenomen in de Midrash Rabbah op Deuteronomium 11:10. Daarnaast zou deze gebeurtenis ook opgenomen zijn in een apocrief boek, getiteld „De hemelvaart van Mozes”. In dit boek zou de hiervoor genoemde mondelinge overlevering op één of andere wijze zijn opgenomen. Enkele kerkvaders noemen ook dit boek.

Dit apocriefe geschrift vertelt, dat bij de dood van Mozes de duivel gekomen zou zijn om het lichaam en de ziel van Mozes voor zich op te eisen. De duivel zou gemeend hebben recht te hebben op Mozes, omdat Mozes ook een zondaar was, ja, zelfs een moordenaar was (Exodus 2:12; Numeri 20:2-13). Mozes zou de straf voor zijn zonden moeten ondergaan (Romeinen 6:23), zo sprak de duivel.

Michaël zou toen met de duivel de strijd aangebonden hebben en ervoor gezorgd hebben, dat de duivel het lichaam van Mozes niet in zijn bezit kon krijgen. Volgens dit geschrift zou de duivel op dat moment hebben staan lachen en zou Michaël gehuild hebben. Mozes zou zich echter getroost weten, omdat hij de dagen van de komende Messias al zag.

In deze strijd zou Michaël geen kwaad woord tegen de duivel hebben durven zeggen. Michaël zweeg en liet het oordeel over aan God. Hij kondigde de duivel alleen het komende oordeel van God aan. Hierbij gebruikte hij dezelfde woorden als die in Zacharia 3:2 gebruikt werden. „Vervolgens liet hij me de hogepriester Jozua zien. Deze stond voor de engel van de HEER, met aan zijn rechterhand Satan, die tegen hem pleitte. De engel van de HEER zei tegen Satan: ‘De HEER zal je het zwijgen opleggen. De HEER, die Jeruzalem heeft uitverkozen, zal jou het zwijgen opleggen.’” (Zacharia 3:1,2)

De Bijbel zegt in het Oude Testament over de gebeurtenissen rond Mozes’ lichaam alleen, dat God het begraven heeft en dat het niet teruggevonden is. „Zo stierf Mozes, de dienaar van de HEER, daar in Moab, zoals de HEER gezegd had. En de HEER begroef hem in een vallei in Moab, tegenover Bet-Peor. Tot op de dag van vandaag weet niemand waar zijn graf is.” (Deuteronomium 34:5,6).

De Midrash

In de overlevering wordt het volgende verteld. Satan stond aan het eind van Mozes’ leven op zijn dood te wachten. In deze overlevering wordt hij bij zijn andere naam genoemd, zoals de Joden gewend zijn hem ook te noemen: Sammaël, de engel des doods. Satan zei: „Wanneer zal het moment van Mozes’ sterven aanbreken, zodat ik zijn ziel kan meenemen? Satan ging ervan uit dat hij de ziel van Mozes zou kunnen meenemen. Daarom sprak hij erover, dat het moment zou aanbreken, dat Michaël zou huilen (omdat hij de ziel van Mozes niet zou krijgen) en dat hijzelf zou lachen. Volgens deze overlevering zou Mozes de satan hebben zien komen om zijn ziel te halen en zou Mozes gezegd hebben: „Jij krijgt mijn ziel niet.”

Daarop zou Mozes tot God gebeden hebben: „Here God (eigenlijk: Meester van het heelal), denk aan de dag dat U Uzelf aan mij geopenbaard hebt in de woestijnstruik en denk aan de dag dat ik 40 dagen en nachten bij U was op de berg. Geef mij nu toch niet over aan de engel des doods.”

Daarop kwam een hemelse stem die zei: „Vrees niet, Ik zal bij je zijn en je begraven.” Nu stond Mozes op en heiligde zich voor God. God kwam in gezelschap van de engelen Michaël, Gabriël en Zagzagel. Michaël plaatste het doodsbed gereed waarop Mozes ging liggen. Zagzagel stond aan het voeteneind en Michaël en Gabriël allebei aan een zijkant. God zei: „Mozes sluit je ogen.” Mozes deed het. God zei: „Vouw je handen op je borst.” Ook dit deed hij. God: „Leg je voeten naast elkaar.” Mozes gehoorzaamde.

Toen sprak God tot de ziel van Mozes en zei: „Mijn dochter (dat is dus de ziel van Mozes) Ik heb bepaald dat je 120 jaar in dit lichaam zou zijn. Je eind is gekomen, treuzel niet.” De ziel zei: „Heer, ik wil dit lichaam niet verlaten.” God antwoordde: „Treuzel niet, ik breng je naar de hoogste hemelen en plaats je onder de troon van Mijn heerlijkheid.”

Nu kuste God Mozes op zijn mond en nam zo zijn ziel van hem weg. Op dat moment zou je kunnen zeggen dat God zelfs weende. De Heilige Geest zei: „Nooit meer heeft Israël een profeet gekend als Mozes, met wie de HEER zo vertrouwelijk omging.” (Deuteronomium 34:10) Ook de hemelen huilden en zeiden: „De vrome is verdwenen uit het land.” (Micha 7:2 NB) Zelfs de aarde weende en zei: „een oprechte is er niet meer in de mensheid” (Micha 7:2NB). Jozua zocht zijn meester en kon hem niet vinden. Hij huilde en zei: „Help toch, HERE, want er zijn geen vromen meer; ja, de getrouwen zijn schaars onder de mensenkinderen.” (Psalm 12:2 NBG). De aanwezige engelen zeiden: „Hij volbracht de wil van de HEER.” (Deuteronomium 33:21). Israël zei: „Hij volvoerde zijn bevrijding van Israël.” (idem)

Michaël sprak geen oordeel uit over satan

Dat Michaël, de aartsengel of engelvorst, het lichaam van Mozes verdedigde, komt vanwege zijn bijzondere bemoeienis met het Joodse volk (Dan.10:13,21; 12:1). Bovendien is hij de overwinnaar van de God vijandige machten (Op.12:7). Deze Michaël eigende zich echter niet het recht toe een oordeel uit te spreken over de diabolos (duivel, lasteraar, vgl. 2Pet.2:10). Hoe arrogant en hoogmoedig is het dan, wanneer sterfelijke mensen dit wel doen en de heerlijkheden lasteren (vs.8,10), zelfs wanneer dat gevallen engelen, God vijandige machten, zijn. Michaël heeft het oordeel overgelaten aan God met woorden ontleend aan Zach.3:2 (vgl. Rom.12:19).

Waarom durfde hij niet? Sommigen menen dat Michael geen oordeel over de duivel durfde uitspreken, omdat hij wel wist dat de duivel sterker was als het ging om het uitspreken van oordelen. Michaël sprak ook geen oordeel uit over satan omdat hij bang voor hem zou zijn, maar omdat hij het oordeel aan God overliet. Michaël geloofde dat hij God zou beledigen als hij in dit twistgesprek zijn oordeel over satan zou uitspreken. Michaël wist, dat God toegestaan had dat satan de aanklager zou zijn (zie het boek Job).

God eist van ons dat wij van niemand kwaadspreken. Deze geschiedenis is een vermaning voor ons allen, dat als wij in een twistgesprek verwikkeld raken, wij ons niet schuldig maken aan lasterlijke beschuldigingen. De waarheid heeft geen steun nodig van leugen en grofheid.

De af te wijzen groep

1. Ze gaan de weg van Kaïn
2. net als Bileam geven ze zich voor geld over aan bedrog
3. en net als Korach gaan ze aan hun opstandigheid ten onder.

In deze mannen worden de oude dwaalwegen van Kaïn, Bileam en Korach opnieuw gelopen. Van alle drie kan gezegd worden dat zij in opstand tegen God gekomen waren.

Ad 1. De weg van Kaïn voerde hem weg van de tegenwoordigheid van God. „Toen ging Kaïn bij de HEER vandaan en hij vestigde zich in Nod, een land ten oosten van Eden.” (Genesis 4:16) Hij geldt in de Joodse traditie als het type van de opstandige en losbandige mens.
Hij weigerde te luisteren naar de waarschuwingen van God, die keer op keer geklonken hadden (Genesis 4:1-16). Hij koos zijn eigen weg en werd de moordenaar van zijn broer. Johannes schrijft van hem „en niet moeten doen zoals Kaïn, die voortkwam uit hem die het kwaad zelf is, en zijn broer doodsloeg. En waarom sloeg hij hem dood? Omdat zijn eigen daden slecht waren en die van zijn broer rechtvaardig.” (1 Johannes 3:12)

Ad 2. Petrus schrijft over de volgelingen van Bileam: „Ze zijn afgedwaald, ze hebben de rechte weg verlaten en treden in de voetsporen van Bileam, de zoon van Bosor, die zich maar al te graag liet betalen voor onrecht. Maar hij werd voor zijn vergrijp terechtgewezen: een stom lastdier, dat met de stem van een mens sprak, maakte een eind aan de waanzin van die profeet.” (2 Petrus 2:15,16) „Juist zij waren het die de Israëlieten, op aanraden van Bileam, destijds bij de Peor verleid hebben tot ontrouw aan de HEER, en dat veroorzaakte de plaag die de gemeenschap van de HEER getroffen heeft.” (Numeri 31:16) „Maar enkele dingen heb ik tegen u: sommigen houden vast aan de leer van Bileam, die Balak liet weten hoe hij voor de Israëlieten een val moest opzetten, waardoor ze heidens offervlees zouden gaan eten en ontucht zouden plegen.” (Openbaring 2:14) Bileam profeteerde voor geld. Hij was een geldzuchtig mens. Zo is hij de vader van allen die godsdienst verbinden met geld. In de Joodse traditie geldt Bileam als het type van de verleider.

Ad 3. Korach stond op tegen het leiderschap van Mozes, die door God Zelf aangesteld was als de leider van het volk. Terwijl hij in opstand kwam tegen Mozes en Aäron, was zijn opstand in feite een opstand tegen God Zelf. „U en al die aanhangers van u spannen tegen de HEER zelf samen, want wie is Aäron dat u zich bij hem zou beklagen?” (Numeri 16:11) Zo zijn deze dwarsliggers in de gemeente in feite ook mensen die in opstand komen tegen God Zelf.

(1) Zij lijken op Kaïn, die hoewel hij gewaarschuwd was voor de zonde die op hem loerde, toch de weg van de boosheid koos.
(2) Zij lijken op Bileam, die verdwaasd door geldzucht zich plaatste tegenover de vermaningen van God.
(3) Zij lijken op Korach, die zich openlijk verzette tegen de wil van God. Zijn opstand leidde tot zijn eigen ondergang.

Tegenover de gemeente van de Here Jezus, nemen deze verleiders
a. de plaats van een Kaïn in tegenover de rechtvaardige Abel,
b. van Bileam tegenover het volk van God,
c. van Korach tegenover de door God gekozen leidslieden van dit volk.

a. Bij Kaïn werd zijn gedrag gestuurd door zijn nijd, boosheid en jaloersheid,
b. bij Bileam door zijn hebzucht,
c. bij Korach door zijn hoogmoed.

(a) Kaïn was zelfzuchtig. Hij is het type van de mens die op zijn eigen manier godsdienstig wil zijn. Hij gelooft in een God, hij houdt zich bezig met religie, maar het is allemaal op zijn eigen manier, zoals hij het zelf ziet en zelf graag wil hebben.

(b) Bileam was hebzuchtig. Bij hem is er zowel sprake van zijn weg (2 Petrus 2:15) alsook van zijn leer (Openbaring 2:14). Hij zoekt loon, ongeacht of dit geld is dan wel populariteit of applaus en bijval.

(c) Korach was revolutionar. Zijn zonde was dat hij het gezag van Mozes afwees en zichzelf verhief om de plaats van Mozes in te nemen.

Zoals Kaïn, Bileam en Korach door God gestraft werden, zo zullen de tegenwoordige afvalligen en verleiders ook door God gestraft worden.

Ze zijn wolken zonder water - je hebt er niets aan. Je verwacht regen, maar er komt geen regen.
Ze zijn vruchtbomen zonder vruchten - daar heb je toch niets aan. Je verwacht vrucht, maar er is geen vrucht.
Ze zijn golven van de zee - maar je kunt hen niet bevaren en er zit geen vis in. Het zijn alleen maar golven. Er is geen zee.
Ze zijn sterren aan de lucht die hun vaste plaats in het heelal kwijt zijn. Je kunt je positie niet bepalen, want ze zijn de weg kwijt.

Waar staan wij?

Blijft over de vraag: waar sta ik? Waar staat u? Wie volgt u? Bent u een volgeling van Kain, Bileam of Korach, of bent u een volgeling van de Here Jezus? Wie zijn de tegenwoordige afvalligen? Waarvan vallen zij af? Het zijn de mensen die afvallen van de weg van de Here Jezus, zoals Hij in Johannes 14:6 zichzelf noemt.

Judas (4)

14 Zij zijn het ook over wie Henoch, de zevende vanaf Adam, geprofeteerd heeft toen hij zei: ‘Ik zie de Heer komen met zijn heilige tienduizendtallen 15 om over allen zijn vonnis uit te spreken; alle goddeloze zondaars zal hij veroordelen voor alle goddeloze daden die ze in hun goddeloosheid bedreven hebben en voor de harde woorden waarmee ze hem hebben beledigd.’ 16 Ze doen niets anders dan zeuren en zagen, ze laten zich leiden door hun begeerten, brallen maar wat en praten anderen naar de mond om er zelf beter van te worden. 17 Maar, geliefde broeders en zusters, denk aan wat de apostelen van onze Heer Jezus Christus al hebben gezegd: 18 ‘Aan het einde van de tijd zullen er spotters komen, die zich laten leiden door hun goddeloze begeerten.’ 19 Het zijn mensen die verdeeldheid zaaien en alleen op het aardse gericht zijn; ze hebben de Geest niet. (Judas :14-19)

Wanneer vergaat de wereld?

Waarschijnlijk kunt u zich nog herinneren hoe de mensen van het Wachttorengenootschap indertijd bij hun huis-aan-huis verkondiging iedereen voor het jaar 1975 waarschuwden. 1975 was namelijk het jaar waarin volgens het Watchttorengenootschap 6000 jaar opstand tegen God zou eindigen. Alle goddelozen zouden vernietigd worden en dit 'samenstel van dingen' (zoals zij het noemen) zou een einde nemen. Van 1975 tot 2975 kon men op aarde het duizendjarig rijk van Christus verwachten; een rijk van vrede en gerechtigheid. Er is niets gebeurd in 1975.

Anderen kondigden aan dat in 1988 de wereld zou vergaan. Opnieuw was er bij velen angst dat het zou gebeuren. Daarna kwam de millennium hype - het jaar 2000 -, waarin grote angst was voor enorme rampen die de aarde zouden treffen, sinds het hele leven computer-gestuurd was geworden.

Inmiddels doet een nieuw jaartal de ronde: het jaar 2012. Vergaat de wereld in 2012, later of nooit? En zo ja, hoe? Door water, ijs, vuur of monsters? Alles blijkt mogelijk in de honderden eindtijdverhalen.

Veel mensen zijn bang voor het einde van de wereld. Hiermee wordt zowel de ondergang van de menselijke beschaving bedoeld als het einde van het bestaan van en het leven op aarde. Dit einde kan door verschillende gebeurtenissen veroorzaakt worden.

Astronomen denken aan het einde van de mensheid en/of van het bestaan van de aarde door een rampzalige buitenwereldse gebeurtenis. Meteorietinslagen vormen de grootste kosmische bedreiging voor de menselijke beschaving. Een planeet zou ook uit zijn koers kunnen raken en in een baan van de aarde terecht kunnen komen. Dit zou er toe kunnen leiden dat de aarde geraakt wordt en dat de atmosfeer, de ozonlaag en de andere lagen vernietigd worden, waardoor leven op aarde onmogelijk zou worden.

Er zou ook een heftige uitbarsting van hoog energetische gammastraling in ons deel van de melkweg kunnen komen die mogelijk alle leven op aarde zou vernietigen. [Alle tot nu toe waargenomen gammaflitsen vonden plaats in andere sterrenstelsels, miljarden lichtjaren van de aarde verwijderd. De kans dat er een gammaflits zal voorkomen in onze Melkweg is 0,15%.] De aarde zou ook door een zwart gat kunnen worden aangetrokken en daarin verdwijnen. Zonnevlammen zouden - wanneer de uitbarsting groot genoeg is - de aarde kunnen opwarmen.

Filosofen spreken over de vraag hoe de menselijke beschaving ten onder zou kunnen gaan. Het zou een cultuurramp kunnen zijn waarbij de mensheid uitgeroeid wordt door zijn eigen menselijk handelen. Filosofen menen, dat als er een goddelijk wezen zou bestaan, dit goddelijke wezen zou kunnen besluiten dat de mensheid het niet meer waard is om te leven. Dit goddelijke wezen zou vervolgens alle mensen kunnen uitroeien. De filosoof Arthur Schopenhauer heeft eens geschreven dat onze planeet beter af zou zijn zonder de mensheid, want ‘menselijke slechtheid is onoplosbaar’. Wanneer iedereen zo zou gaan denken, zou de mensheid kunnen eindigen door pessimisme.

In allerlei religies worden ook voorspellingen gedaan over het einde der tijden. In verschillende New Age-bewegingen houdt men zich ook met deze eindtijd bezig en ziet men dit als het einde van het ‘oude denken’ (van de Griekse filosofie en de latere West Europese gedachten). Genoemd wordt vaak het jaar 2012 wat volgens een bepaalde interpretatie van Maya mythologie het einde van de huidige wereld inluidt.

De huidige angst bij velen

Er is de nodige onzekerheid, twijfel en angst bij veel mensen in onze tijd. Aangenomen wordt dat het sneltoenemende levenstempo, de huidige cultuur- en natuurrampen, de economische crisis, de oliecrisis en de toenemende financiële onzekerheid veel mensen het gevoel geeft dat er een angstaanjagend moment op komst is waarop de mens zichzelf vernietigt. Technische ontwikkelingen stellen het ene deel van de mensheid in staat het andere deel te vernietigen.

Als voedsel- en watervoorziening voor velen onbereikbaar worden of blijven, is het mogelijk dat allerlei oorlogen uitbreken om maar aan voedsel en water te komen. De derde Wereldoorlog - een grote oorlog met massavernietigingswapens, zoals nucleaire wapens, biologische wapens of chemische wapens lijkt voor velen ver van hun bed te zijn, terwijl anderen zich juist ernstige zorgen maken. Hoewel we veel ziekten de baas zijn, zijn we ons ook bewust dat bijvoorbeeld door mutaties en als gevolg van immuniteit voor de huidige medicijnen er een moment zal aanbreken, waarop de mensheid aan een oude of nieuwe ernstige ziekte ten onder zal gaan.

Mensen willen weten wat hen te wachten staat. Ze willen weten hoe lang we nog hebben. Heeft sparen nog zin? Heeft carrière maken nog zin? Heeft het nog zin om lang lopende toekomstplannen te maken?

Velen zijn blijkbaar hun vertrouwen in bekende religies als jodendom en christendom volkomen kwijt en zoeken nu hun antwoorden in oude beschavingen als de Maya’s, de voorspellingen van Nostradamus, maar ook in zogenaamde bijbelcodes of de toekomstboodschap van de New Age beweging. Ja, zelfs de boodschap in veel kerken moest aangepast worden om een hoopvoller zogenaamde evangelieboodschap te verkondigen. De moderne mens wil weten of er nog hoop voor hem is. In veel kerken klinkt het antwoord: „Ja hoor, er is hoop voor jou, wie je ook bent, waar je ook woont en hoe je ook leeft. Want God is een God van liefde en van hoop.” Zo wordt de mens vandaag op een goedkoop religieuze manier in slaap gesust.

Allerlei voorspellingen

Er zijn al heel wat religies, zieners en religieuze rekenaars geweest die voorspeld hebben wanneer Jezus zou wederkomen, de Messias zou komen of wanneer het einde van de wereld zou zijn. Terwijl de één alleen een jaartal noemde, noemde de ander zelfs de datum er bij. De ene keer was hun theorie gebaseerd op berekeningen, de andere keer op allerlei boeken, inclusief de Bijbel. Een volgende keer was hun theorie gebaseerd op allerlei rampen en crises op aarde.

We moeten - helaas voor al deze doemdenkers - constateren dat hun voorspellingen nooit uitgekomen zijn. Alle voorspellingen over het einde van de wereld die in het verleden gedaan zijn zaaiden altijd onrust, kostten de volgelingen vaak veel geld, maar kwamen nooit uit.

Nieuwe voorspelling in het nieuws

Inmiddels is er dus weer een aankondiging die in de belangstelling staat. Hij komt oorspronkelijk van de Maya’s. De Maya’s zijn een volk in het zuiden van Mexico en het noordelijk deel van Centraal-Amerika. Er zijn 8 á 9 miljoen Maya’s, verdeeld over 29 verschillende volkeren.

De oude Maya’s zouden op hun geheimzinnige kalender aangegeven hebben dat er binnen aanzienlijke tijd grote veranderingen op komst zijn. Dit zou het geval zijn in het jaar 2012. Sommigen geven zelfs een specifieke datum: 21 december 2012, de laatste dag van de Mayakalender.

Volgens de Maya’s zal in het einde der tijden de regenslang zich uitstrekken langs de hemel en zullen watervloeden uitbreken en van de zon en de maan gutsen. De oude godin met haar tijgerklauwen en kroon van levende slangen zal het water nog even tegenhouden, maar al snel zal zij de zwarte God de ruimte geven om iedereen te vernietigen.

Twee vragen:

1. Is er reden om aan te nemen dat in 2012 het einde van de wereld wel zal aanbreken?
2. Hoe komt men aan de gedachte dat in 2012 de wereld zal vergaan?

Op 21 december 2012 zijn er blijkbaar 13 periodes van 144.000 dagen verstreken sinds het begin van de Mayakalender. Nu wordt gezegd dat de Maya’s geloofden dat er daarna een nieuw tijdperk zou aanbreken. Velen menen dat het geen toeval is dat de laatste dag van het huidige tijdperk samenvalt met de jaarlijkse winterwende. Dat zouden de oude Maya’s ook al uitgerekend hebben. Ze zouden zelfs hebben geweten dat de zon op deze dag precies op de galactische evenaar staat, bijna op één lijn met het centrum van het Melkwegstelsel. Veel mensen geloven dat hierdoor de polen van plaats zullen wisselen.

Ook dit is onbetrouwbaar

Hoewel het nu lijkt of de Maya’s een boodschap over het naderende einde hebben nagelaten, blijkt dit helemaal niet het geval te zijn geweest. Het is helemaal niet eenvoudig om de symbolische afbeeldingen die de Maya’s nalieten correct te verklaren. Er zijn meestal meerdere interpretaties mogelijk en lang niet alles is duidelijk. De uitleg is vaak gebaseerd op vermoedens die ook vergissingen kunnen zijn. Hoewel je er allerlei dingen in kunt zien, zijn er volgens deskundigen geen afbeeldingen die te maken hebben met het veranderen van de richting van de aardas of met het einde van het huidige tijdperk.

De enig betrouwbare toekomstvoorzegging

De enige die een aanvaardbare en betrouwbare boodschap brengt is de Bijbel. Helaas weten velen niet hoe betrouwbaar de Bijbel is. Helaas kennen velen niet de talloze profetieën die in de Bijbel staan en die óf in het verleden vervuld werden óf in onze eigen tijd in vervulling zijn gegaan! Daarom luisteren wij liever naar een boodschap die betrouwbaar gebleken is, dan naar een boodschap die bij voorbaat al - als één van de talloze onheilsaankondigingen - onbetrouwbaar lijkt. Er is geen enkele reden om aan te nemen waarom - na alle gefaalde oordeelsaankondigingen van talloze anderen - de boodschap van de Maya’s nu ineens wel betrouwbaar zou blijken.

De enige die echt de toekomst kent en de toekomst zelfs ‘in Zijn hand heeft’ is God; de God van de Bijbel, de God van Joden en christenen. Wie wil weten wat de toekomst van de wereld inhoudt, wie ook wil weten wat zijn eigen toekomst inhoudt, zal moeten luisteren naar de boodschap die God Zelf gegeven heeft in de Bijbel.

Een Bijbelse profeet: Henoch

Vermelding van Henoch in het Oude Testament: „Toen Jered 162 jaar was, verwekte hij Henoch. Na de geboorte van Henoch leefde Jered nog 800 jaar. Hij verwekte zonen en dochters. In totaal leefde hij 962 jaar. Daarna stierf hij. Toen Henoch 65 jaar was, verwekte hij Metuselach. Na de geboorte van Metuselach leefde Henoch nog 300 jaar, in nauwe verbondenheid met God. Hij verwekte zonen en dochters. In totaal leefde hij 365 jaar. Henoch leefde in nauwe verbondenheid met God; aan zijn leven kwam een einde doordat God hem wegnam. Toen Metuselach 187 jaar was, verwekte hij Lamech. Na de geboorte van Lamech leefde Metuselach nog 782 jaar. Hij verwekte zonen en dochters. In totaal leefde hij 969 jaar. Daarna stierf hij.” (Genesis 5:18-27)

Vermelding van Henoch in het Nieuwe Testament: Hebreeën 11:5 Door zijn geloof werd Henoch naar elders overgebracht, om niet te hoeven sterven; hij werd niet meer gevonden, omdat God hem had weggenomen. Hij stond immers al vóór zijn opneming bekend als iemand in wie God vreugde vond.

Henoch

De naam Henoch is dezelfde naam als Enoch en Hanoch. Henoch is de zevende vanaf Adam: Adam, Seth, Enos, Kenan, Mahalaleël, Jared, Henoch. Dat betekent niet dat er pas een paar mensen op aarde waren. De Joden leggen dit als volgt uit: Hij was de zevende generatie - geteld vanaf Adam. Vanaf hem tellende de Joden steeds de generaties en zeggen, dat de zevende generatie steeds door God gezegend is. Hierbij mogen wij niet verzuimen aandacht te besteden aan Mattheus 1:1-17, waar ook de generaties geteld worden en steeds gewezen wordt op de zevende generatie.

De Bijbel vertelt dat hij „met God wandelde” wat verder alleen over Noach gezegd wordt (Genesis 6:9). Het is een sterkere uitdrukking dan het gewone ‘voor God wandelen’, ‘voor of met God leven’ of ‘achter God wandelen’. Hij leefde 365 jaar. Toen nam God hem weg (Genesis 5:21-24). Dit betekent, dat God hem bij Zich in de hemel opnam. Voor zijn wegneming wordt dezelfde uitdrukking gebruikt als voor de opname in de hemel van Elia gezegd wordt (2 Koningen 2:9-10). Wat van Henoch verteld wordt staat in scherp contrast met wat over zijn tijdgenoten gezegd wordt: ‘...en hij stierf.”

Het boek van Henoch

Judas citeert een belangrijke profetie van Henoch. Waarschijnlijk werden rond 100 voor Christus twee of drie apocalyptische geschriften op naam van Henoch gezet. Deze geschriften vormen de basis voor het „Boek van Henoch”, een van de opmerkelijkste bronnen voor onze kennis van de theologie en de inzichten van de Joden in de laatste periode voor Christus.

Dit boek van Henoch stond zowel bij Joden als christenen hoog aangeschreven. Het is de vraag of Judas zijn gegevens heeft uit de Joodse mondelinge overlevering of dat hij al citeert uit het Boek van Henoch (Judas :14). Later raakte het boek in onbruik en bleven slechts fragmenten ervan bekend. De geleerde Bruce ontdekte echter in 1773 een Ethiopische vertaling van het hele boek uit het Grieks. Het citaat uit Judas luidt daarin: „En ziet, hij komt met vele duizenden heiligen om gericht te houden over hen, en hij zal de goddelozen vernietigen en richten met alle vlees over alles, wat de zondaren en de goddelozen tegen hem gedaan en begaan hebben.”

„Hij is gekomen...” Dit is de manier waarop profeten altijd de toekomst voorzegden. Zij vertelden over de toekomst wat zij eerder gezien hadden. Zij spraken dus altijd in de verleden tijd, hoewel zij toekomstige gebeurtenissen aankondigden.

Het Nieuwe Testament toont in een aantal teksten aan dat dit oordeel zal komen.

Henoch als profeet

1. Henoch heeft indertijd geprofeteerd in de naamgeving van zijn zoon: Methusalah. Het Hebreeuwse woord mathousala betekent: „wanneer hij sterft, zal er vertroosting zijn”. Anderen vertalen: „als deze sterft zal ik zenden”, nl. de straf over de zonde. Gill geeft als commentaar: „Enoch being a prophet gave him this name under a spirit of prophecy, foretelling by it when the flood should be; for his name, according to Bochart, signifies, „when he dies there shall be an emission”, or sending forth of waters upon the earth, to destroy it, the sending out of the waters of the flood, which came to pass the very year he did die.”
In de naam van zijn zoon maakte Henoch bekend: „Na hem komt het, als hij sterft zal het gebeuren...” Inderdaad: in het jaar waarin Methusalah stierf kwam de zondvloed.

2. God Zelf heeft door middel van Henoch een profetische boodschap doorgegeven, namelijk door de wijze waarop Henoch afscheid nam van het aardse leven. Hij werd door God opgenomen in de hemel zonder eerst te hoeven sterven. Hierin is hij een profetisch beeld van de toekomstige opname van de gemeente (1 Thessalonicenzen 4:13-18).

Henoch en zijn zoon Methusalah worden gezien als beeld van de opname van de gemeente vóór de grote verdrukking: Henoch vertelt van de manier waarop de gemeente van de Here Jezus eens de aarde zal verlaten: we worden ‘opgenomen’ in de hemel. Methusalah vertelt van het tijdstip: direct voordat het oordeel van God zal komen. Daarin is de zondvloed het beeld van de grote verdrukking. Zoals Methusalah de aarde verliet vóór de komst van de zondvloed, zo zal de gemeente de aarde verlaten vóór de komst van de grote verdrukking.

Dan hebben wij nog Noach. Hij wordt gezien als een beeld van het Joodse volk. Zij gaan door de grote verdrukking heen maar worden op een wonderbare wijze door God in deze tijd gespaard, net zoals Noach door God bewaard werd tijdens de zondvloed.

Een laatste waarschuwing: God straft

Henoch heeft geprofeteerd, dat God het oordeel velt en zal straffen. Het eerste voorbeeld van de straf van God in het verleden is geweest bij de zondvloed. Het laatste straffen van God in de toekomst zal zijn als de Messias komt met al Zijn heilige engelen om het oordeel over de ongelovige, onrechtvaardige mensen uit te spreken. Het gaat hier over de wederkomst van de Here Jezus. De heilige tienduizenden of tienduizenden heiligen (vgl. Deuteronomium33:2) zijn engelen die Christus escorteren en omgeven bij Zijn komst (vgl. Zacharia 14:5; Mattheus16:27; 25:31; Lucas 9:26; 1 Thessalonicenzen 3:13; 2 Thessalonicenzen 1:7; Hebreeën12:22; Openbaring19:14).

Het tegenwoordige straffen van God geldt de dwaalleraars in de gemeente. Verschillende keren zijn in de Bijbel de komst en het optreden van dwaalleraars voorzegd. Ook door Petrus (zie 2 Petrus 3:3). Ook Paulus (Handelingen 20:29,30; 1 Timotheus 4:1vv.; 2 Timotheus 3:1vv.) en Johannes (1 Johannes 2:18) hebben gewaarschuwd voor de komst van dwaalleraars.

De dwaalleraars in de gemeente worden spotters, bedriegers (Grieks: empaiktai) genoemd (vgl. 2 Petrus 3:3). In het OT zijn de spotters vooral de tegenstanders van de rechtvaardigen (vgl. Psalm 73:8). Door hun gedrag loochenen deze dwaalleraars in feite de Here Jezus (2 Petrus 3:4). Hun leven is goddeloos, d.w.z. vol goddeloze daden. We kunnen vertalen dat zij ‘goddeloze begeerten’ hebben, maar ook dat zij ‘begeerten naar goddeloosheden’ hebben. In ieder geval wandelen de dwaalleraars volgens hun eigen begeerten, zie ook vs. 16.

Deze dwaalleraars zijn de scheurmakers in de gemeente. Door hun gedrag stelden de dwaalleraars zichzelf buiten de gemeenschap der gelovigen. Zij zonderden zichzelf af en zaaiden daarmee verdeeldheid (vgl. Titus 3:10). Zij meenden van zichzelf zeer geestelijke mensen te zijn vanwege hun bijzondere openbaringen (vs.8), maar het tegendeel is het geval.

Dit moet duidelijk maken, dat God in het heden ook oordeel zal vellen en de onrechtvaardigen in de gemeente zal straffen.

De Bijbelse toekomst

1. Eerst komt de opname van de gemeente. Zie 1 Thessalonicenzen 4:13-18.
2. Vervolgens komt de zeven jaar durende Grote Verdrukking. Zie Daniël 9:24-27.
3. Daarna komt het duizend jaar durende Messiaanse vrederijk, waarin de Here Jezus als Koning vanuit Jeruzalem over de gehele wereld zal regeren. In deze tijd zal de satan gebonden zijn.
4. Nadat satan voor een korte tijd losgelaten zal worden en hij opnieuw in opstand tegen God gekomen zal zijn, komt het einde en krijgen wij het oordeel voor de grote witte troon.
5. God maakt een nieuw begin met de aarde. De huidige aarde verbrandt en wordt gereinigd en vernieuwd. Vanuit de hemel dalen de rechtvaardigen naar de nieuwe aarde. Nu zal God voor altijd bij hen zijn.

De Bijbel maakt hiermee heel duidelijk, dat het onmogelijk is dat de wereld in het jaar 2012 zal vergaan. Het eind van de wereld is nog lang niet in zicht. Wel is de wederkomst van de Here Jezus in de lucht in zicht. Wie weet hoe snel dat moment zal zijn aangebroken!

Judas (5)

18 ‘Aan het einde van de tijd zullen er spotters komen, die zich laten leiden door hun goddeloze begeerten.’ 19 Het zijn mensen die verdeeldheid zaaien en alleen op het aardse gericht zijn; ze hebben de Geest niet. 20 Maar u, geliefde broeders en zusters, moet uw leven bouwen op het fundament van uw zeer heilige geloof. Laat u bij het bidden leiden door de heilige Geest, 21 houd vast aan Gods liefde, en zie uit naar de barmhartigheid van onze Heer Jezus Christus, die u het eeuwige leven zal schenken. 22 Ontferm u over wie twijfelen 23 en red anderen door hen aan het vuur te ontrukken. Uw medelijden met nog weer anderen moet gepaard gaan met vrees; verafschuw zelfs de kleren die ze met hun lichaam bezoedeld hebben. 24 (24-25) De enige God, die de macht heeft u voor struikelen te behoeden en u onberispelijk en juichend van vreugde voor zijn majesteit te laten verschijnen, die ons redt door Jezus Christus, onze Heer, hem behoort de luister, de majesteit, de kracht en de macht, vóór alle eeuwigheid, nu en tot in alle eeuwigheid. Amen.

Wat in het verleden geschied is zal in de eindtijd opnieuw geschieden. Wat in het verleden gebeurd is, is voor ons als voorbeeld en waarschuwing opgeschreven.

Er zullen spotters in de eindtijd komen

18 ‘Aan het einde van de tijd zullen er spotters komen, die zich laten leiden door hun goddeloze begeerten.’ 19 Het zijn mensen die verdeeldheid zaaien en alleen op het aardse gericht zijn; ze hebben de Geest niet.

1. De eindtijd. Dit is de eschatologische eindtijd.
Het Griekse bijvoeglijk naamwoord eschatos betekent ‘uiterste, laatste’. Met dit woord maakt men duidelijk dat iemand of iets vanaf een bepaald beginpunt gerekend zich op het eindpunt of bij het einde bevindt. Dit begin en einde kan betrekking hebben op tijd, ruimte, of het eind van een reeks bedoelen. Zo komen wij dit woord in Handelingen 1:8 tegen, waar het verwijst naar het einde van de aarde, gezien vanuit Jeruzalem. Als het verwijst naar het eind in een bepaalde tijd, zien wij dit bijvoorbeeld in Johannes 7:37 waar het gaat over het eind van het feest, dat is de laatste dag van het feest. Zo ook komt het hier voor als het eind van onze tijd.

Deze eindtijd is de periode van Gods geschiedenis die begonnen is bij de hemelvaart van de Here Jezus en eindigt bij Zijn wederkomst. Wij leven dus al in die eindtijd. Deze eindtijd is de tijd waarin je houding tegenover de Here Jezus bepalend is voor je, of je het eeuwige leven hebt, of dat je voor eeuwig verloren zult zijn.

2. De spotters
Het zijn vaak de mensen die de eenvoudige boodschap van redding en vergeving van zonden door het offer van de Here Jezus achter zich gelaten hebben. Ze hebben nieuwe dingen ontdekt en voelen zichzelf nu verheven boven de eenvoudige gelovigen. Allerlei zaken zijn belangrijker geworden dan de Here Jezus. Zo hoor je tegenwoordig mensen die alleen nog over God spreken, maar niet meer over de Here Jezus. Anderen hoor je alleen over de Heilige Geest spreken en ook niet over de Here Jezus. Zij doen wel alsof zij de Heilige Geest in rijke mate bezitten, maar ze hebben niet de kenmerken van het leven met de Heilige Geest, die juist de Here Jezus zal verkondigen.

In deze eindtijd krijgen wij steeds weer en steeds meer te maken met dwaalleraars die voldoen aan de kenmerken die de apostel genoemd hebben. Niet alleen bevestigt de kerkgeschiedenis deze waarschuwingen, wij zien ze - vooral na de Tweede Wereldoorlog - steeds duidelijker optreden onder de christenen. Deze mensen worden spotters, bedriegers genoemd, hoewel ze zichzelf graag als geestelijk zeer hoogstaande mensen beschouwen.

Verschillende apostelen hebben meerdere keren geschreven over de komst en het optreden van dwaalleraars. Met name Petrus deed dit in bijna gelijkluidende woorden (2 Petrus 3:3). Maar ook Paulus sprak waarschuwende woorden (1 Timotheus 4:1vv en 2 Timotheus 3:1vv). Zelfs Johannes waarschuwde (1 Johannes 2:18).

3. Hun levenswijze: zij laten zich leiden door hun goddeloze begeerten
Het zelfstandig naamwoord epithumia betekent zowel ‘begeerte’ als ‘verlangen’. Er zijn goede begeerten of verlangens en er zijn verkeerde begeerten of verlangens. Je kunt je verlangens richten op God; je kunt ze ook richten op de wereld of op je eigen ‘ik’.

De Here Jezus had ook eens een begeerte, namelijk om de paasmaaltijd met Zijn discipelen te gebruiken (Lucas 22:15). Vol verlangen had de Heer naar dit moment uitgekeken. Hij had dit moment begeerd, maar het was geen verkeerde begeerte. Paulus had ook een heel bijzondere begeerte. Hij wilde zo graag naar de Here Jezus in de hemel (Philippenzen 1:23). Ook dat was geen verkeerde begeerte.

Je kunt ook verkeerde begeerten hebben. Zo spreekt de Bijbel over verschillende verkeerde begeerten: a. De begeerte van het vlees (Galaten 5:16). b. Een misleidende begeerte (Ephese 4:22). c. Een boze begeerte (Colossenzen 3:5). d Een schadelijke begeerte (1 Timotheus 6:9).

Dergelijke begeerten kunnen een mens meevoeren op een weg waarop de mens zelf steeds meer centraal komt te staan en waarop de Here Jezus steeds meer naar de zijkant verdreven wordt. Zulke begeerten zijn zeer gevaarlijk en schadelijk, omdat ze eigenlijk altijd gevolgd worden door daden die gekenmerkt worden door deze begeerten.

a. De begeerte der ogen voeren ons op een weg waarop de dierlijke verlangens en driften van een mens belangrijker voor hem zijn geworden dan het dienen van God.

b. De misleidende begeerten zorgen ervoor dat niet alleen zo’n mens zelf de geestelijke weg kwijt raakt, maar ook dat hij anderen meeneemt op zijn dwaalweg. Hij draait argeloze gelovigen een rad voor de ogen. Hij doet alsof hij de ware kennis van God bezit, maar in werkelijkheid bezit hij een verkeerde kennis en niet de kennis die een mens leidt op de weg van God.

c. De boze begeerten verleiden je om boze, dus zondige, dingen te denken, te spreken en te doen. Vervuld van jaloezie kun je begeren wat van een ander is. Kun je in je fantasie proberen de auto, het huis of de vrouw van een ander in bezit te krijgen.

d. Bij een schadelijke begeerte kun je een ander daadwerkelijk bezeren, pijn doen, schade berokkenen. Om je zin te krijgen kun je een ander in een kwaad daglicht stellen, zodat anderen hem gaan mijden. Hij raakt zijn vrienden kwijt en jij bent vrienden rijker geworden. Zo kan er onder christenen ook ‘gestookt’ worden en mensen tegen elkaar opgezet worden. Je eigen eer is dan belangrijker dan het welzijn van de hele gemeente.

Een duidelijke waarschuwing staat in de brief van Johannes: „Want alles wat in de wereld is-zelfzuchtige begeerte, afgunstige inhaligheid, pronkzucht-, dat alles komt niet uit de Vader voort maar uit de wereld.” (1 Johannes 2:16) NBG: „Want al wat in de wereld is: de begeerte des vlezes, de begeerte der ogen en een hovaardig leven, is niet uit de Vader, maar uit de wereld.”

4. Hun invloed op de andere gelovigen: zij zaaien verdeeldheid
Judas wijst erop dat er een groot verschil is tussen de nieuwlichters, die hij dwaalleraars noemt, in de gemeente en de gewone gelovigen. Daarom moeten de gelovigen maar van enige afstand eens goed kijken naar de geestelijke kwakzalvers. Ze hebben van alles, behalve een recht spoor achter de Here Jezus aan.

Terwijl de dwaalleraars afbrekend werkzaam zijn, moeten de gewone gelovigen opbouwend werk verrichten. Hier wordt het beeld van een huis gebruikt. Er zijn bouwers en er zijn slopers. De bouwers hebben niet zulk indrukwekkend gereedschap als de slopers. De bouwers hebben ook niet zo snel resultaat als de slopers.

Met hun kritiek op de gewone gelovigen zaaien de nieuwlichters heel wat verdeeldheid en onrust in de gemeente. Het is als met een schip op zee. De dwaalleraars hakken een gat in de bodem, waardoor het geloof van de gewone gemeenteleden averij zou oplopen en de hele gemeente schipbreuk zou kunnen lijden.

5. Gods oordeel over hen: zij hebben de Geest niet
Gods oordeel is dat Hij deze mensen ook zal straffen, net als de degenen die Judas als voorbeelden noemde.

Oprechte gelovigen onderweg naar de eindtijd

20 Maar u, geliefde broeders en zusters, moet uw leven bouwen op het fundament van uw zeer heilige geloof. Laat u bij het bidden leiden door de heilige Geest, 21 houd vast aan Gods liefde, en zie uit naar de barmhartigheid van onze Heer Jezus Christus, die u het eeuwige leven zal schenken. 22 Ontferm u over wie twijfelen 23 en red anderen door hen aan het vuur te ontrukken. Uw medelijden met nog weer anderen moet gepaard gaan met vrees; verafschuw zelfs de kleren die ze met hun lichaam bezoedeld hebben.

1. Je moet je leven bouwen op een heilig geloof en 2. Je moet (je) vasthouden aan Gods liefde
Ze moeten zich vasthouden aan de liefde van God. Het Griekse woord dat voor Gods liefde gebruikt wordt is agapè. De liefde van God kan de liefde van de gelovigen voor God betekenen, maar ook de liefde van God voor de gelovigen. Hier moet je je zelf aan vasthouden. God plakt je niet aan Zijn liefde vast. Er moet een bepaalde activiteit van jezelf uitgaan.

„Maar u, geliefde broeders en zusters, moet uw leven bouwen op het fundament van uw zeer heilige geloof.” (:20) wordt in de NBG als volgt weergegeven: „Maar gij, geliefden, bewaart uzelf in de liefde Gods.” Het werkwoord bewaren speelt in deze brief een belangrijke rol: 1. De gelovigen zijn voor Jezus Christus bewaard (:1 NBG) Zij komen niet in het oordeel van God. 2. God bewaart de gevallen engelen met eeuwige banden in donkerheid (:6 NBG). Zij gaan hun eeuwige straf tegemoet. 3. De donkerste duisternis wordt voor eeuwigheid bewaard voor de dwaalleraars (:13). Ook zij zullen niet aan hun straf ontkomen.

3. Je moet je gericht houden op de Here Jezus
Dit houdt in dat je in de eindtijd je blik gericht houdt op de wederkomst van de Here Jezus. Het gaat niet alleen om onze toekomst, het gaat vooral ook om Zijn toekomst. Het gaat om de heerlijkheid die Hij eens op de gehele aarde zal ontvangen. Dat zal zijn als Hij in Zijn heerlijkheid komt en Koning zal worden van de gehele aarde.

4. Je moet twijfelende gelovigen uit hun twijfel redden
Er zijn gemeenteleden die beïnvloed zijn door de dwaalleraars. Zij zijn zelf geen dwaalleraars maar hebben wel met een open oor naar de dwaalleraars geluisterd. Het zal gaan om ‘zwakken’ in de gemeente die gemakkelijk te beïnvloeden zijn door de dwaalleraars. Judas schrijft nu een pastoraal woord: De gemeenteleden dragen verantwoordelijkheid voor elkaar. Het gaat erom dat ook de zondaar en de zwakke christen weer op het rechte pad terecht komen (vgl. Galaten 6:1 en Jacobus 5:19,20).

5. Je moet ongelovigen uit het oordeel redden
Er is een groep gelovigen die al zó ver meegegaan is met de gedachtegang van de dwaalleraars, dat ze met spoed uit het vuur gerukt moeten worden, voordat zij daarin omkomen. Deze gemeenteleden zijn in groot gevaar. De beeldspraak ‘uit het vuur rukken’ is ontleend aan Zacharia 3:2 (vgl. Amos 4:11). en 6. Je moet medelijden hebben met anderen en 7. Je moet je verre houden van de wereldse spotters.

God zorgt voor Zijn kinderen

24 (24-25) De enige God, die de macht heeft u voor struikelen te behoeden en u onberispelijk en juichend van vreugde voor zijn majesteit te laten verschijnen, die ons redt door Jezus Christus, onze Heer, hem behoort de luister, de majesteit, de kracht en de macht, vóór alle eeuwigheid, nu en tot in alle eeuwigheid. Amen.

1. God kan je voor struikelen behoeden Je hoeft niet verstrikt te raken in het net van de dwaalleraars. Ook al kan de verleiding groot zijn, als je dicht bij de Heer blijft, zal Hij je ervoor behoeden.

2. God kan ervoor zorgen dat je eens onberispelijk en juichend voor Zijn troon zult staan Het mooiste moment voor ons allen komt, als wij eens voor de Heer mogen verschijnen. O, dat is geen moment van angst. Dat is een moment van heerlijkheid en vreugde - tenzij je een slordig christenleven gehad hebt. Dan zul je schade lijden, schrijft Paulus in 1 Corinthe 3:10-15.

3. God komt alle lof, eer een aanbidding toe in heden, verleden en toekomst Er is in feite sprake van een tweevoudige bewaring. Gelovigen dienen zichzelf te bewaren en dicht bij de Here Jezus te blijven, maar God heeft om hen heen ook Zijn bewarende handen. Zijn bewaring is er op gericht dat de gelovigen niet struikelen wanneer zij benaderd worden door de dwaalleraars en door hen dreigen meegezogen te worden.

Als gelovigen zijn wij veilig in Jezus’ armen, ja, zijn wij veilig aan Zijn hart. Ook ons scheepje is onder Jezus’ hoede en zal zeker de veilige haven binnengaan. We hebben een liefdevolle God die voor ons zorgt.

Daarom krijgt God alle eer, lof en aanbidding. In deze lofprijzing uit Judas zich op Joodse wijze en verwijst hij naar God die de enige is (zie Deuteronomium 6:4). Hij is de enige die verlossen kan en in Zijn wijsheid het plan daartoe heeft uitgedacht en uitgewerkt. Hij is de Redder, de Verlosser, de Zaligmaker, de Heiland (vgl. Jesaja 43:3; Lucas 1:47; 1 Timotheus 1:1; 2:3). Deze redding heeft God gedaan door Jezus Christus, onze Heer.

De gelovigen belijden aanbiddend en prijzend de heerlijkheid van onze Heer. Deze heerlijkheid wijst op Zijn uitstraling, die majestueus is. Deze heerlijkheid geeft Hem ‘gewicht’, toont Zijn luister en glorie. Het woord majesteit wijst op Zijn grootheid en verhevenheid, waardoor Hij ver boven de mensen verheven is. Zijn kracht vertelt van het feit dat Hij alles kan bewerkstelligen en dat Hij macht, gezag, autoriteit heeft om handelend op te treden. Zo was Hij, zo is Hij, zo zal Hij zijn voor altijd. Het meervoud van eeuwig maakt duidelijk dat er geen einde komt aan Gods wezen en daden.

 

BEGINPAGINA | INFORMATIE | ARTIKELEN | NIEUWS UIT ISRAEL | BOEKEN | CD'S | STUDIES | ZOEKEN | LINKS
© Copyright 2001-2012 Stichting Het Licht des Levens