Gods kracht is niet voor sterke, maar voor zwakke mensen!
Paulus schreef naar aanleiding van zijn gebed om verlost te worden van de doorn in het vlees:
"En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg, want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid. Zeer gaarne zal ik dus in zwakheden nog meer roemen, opdat de kracht van Christus over mij kome. Daarom heb ik een welbehagen in zwakheden, smaadheden, noden, vervolgingen, benauwenissen ter wille van Christus, want als ik zwak ben, dan ben ik machtig." (2 Corinthe 12:9,10)
Hij zei: 'Je hebt niet meer dan mijn genade nodig, want kracht wordt zichtbaar in zwakheid.' Dus laat ik mij veel liever voorstaan op mijn zwakheid, zodat de kracht van Christus in mij zichtbaar wordt. Omdat Christus mij kracht schenkt, schep ik vreugde in mijn zwakheid: in beledigingen, nood, vervolging en ellende. In mijn zwakheid ben ik sterk. (NBV) Wij moeten vreugde beleven als wij grote problemen hebben, schrijft Paulus. Dat is niet eenvoudig, maar wel een Bijbelse opdracht. Hebben wij al geprobeerd dit te doen? De Here antwoordde telkens weer: "Dat Ik altijd bij u ben, is genoeg. Wanneer u zelf zwak bent, kan mijn kracht zich tenvolle ontplooien." Daarom durf ik mij toch op mijn zwakheden te beroemen. Omdat dan de kracht van Christus in mij gezien kan worden. Daarom kan ik zelfs blij zijn over zwakheden, beledigingen, noodsituaties, vervolgingen en moeilijkheden, die ik terwille van Christus moet verdragen. Want als ik zwak ben, ben ik pas sterk. (BOEK)
Voorwaarden om Gods kracht te kunnen ontvangen
Er zijn een paar voorbeeldteksten, die ons een en ander duidelijk maken.
Een voorbeeld uit de geschiedenis van Israël:
1 Daarna geschiedde het, dat de Moabieten, de Ammonieten en met hen een deel van de Meunieten tegen Josafat ten strijde trokken. 2 Men kwam Josafat melden: Een grote menigte is tegen u opgetrokken van de overkant der zee, uit Aram; zie, zij zijn in Chaseson-tamar (dat is Engedi). 3 Toen werd Josafat bevreesd en besloot de HERE te raadplegen; hij riep voor geheel Juda een vasten uit, 4 en Juda kwam bijeen om hulp te zoeken bij de HERE; ja, men kwam uit al de steden van Juda om de HERE te zoeken. 5 Josafat ging te midden van de gemeente van Juda en Jeruzalem staan, in het huis des HEREN voor de nieuwe voorhof, 6 en zeide: HERE, God onzer vaderen, zijt Gij niet God in de hemel, heerst Gij niet over al de koninkrijken der volken? In uw hand is kracht en sterkte, niemand kan standhouden tegen U. 7 Zijt Gij niet onze God, die voor het aangezicht van uw volk Israel verdreven hebt de inwoners van dit land en dit voor altijd hebt gegeven aan het nakroost van Abraham, uw vriend? 8 Zij woonden daarin, bouwden U daarin voor uw naam een heiligdom en zeiden: 9 Indien ons een onheil overkomt: zwaard, gericht, pest of honger, dan zullen wij ons voor dit huis en voor uw aangezicht stellen, want uw naam is in dit huis; wanneer wij in onze benauwdheid tot U roepen, zult Gij horen en helpen. 10 Nu dan, zie, de Ammonieten, de Moabieten en de lieden van het gebergte Seir, tegen wie Gij Israel niet toestondt op te rukken, toen het uit het land Egypte kwam (want het trok langs hen heen en verdelgde hen niet) 11 zie toch, zij vergelden het ons door op te trekken om ons uit uw bezitting die Gij ons ten erve hebt gegeven, te verdrijven. 12 Onze God, zult Gij over hen niet gericht houden? Wij immers zijn niet opgewassen tegen deze grote menigte die tegen ons is opgerukt, en wij weten niet, wat wij doen moeten, maar op U zijn onze ogen gevestigd. (2 Kronieken 20:1-12)
Let op de woorden van vers 12 in dit gebed: Onze ogen zijn op God gevestigd. Wij verwachten onze hulp (en kracht) van God.
God deed eens een prachtige belofte aan Israël, die wij op onszelf mogen toepassen: "Vrees niet, want Ik ben met u; zie niet angstig rond, want Ik ben uw God. Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met mijn heilrijke rechterhand. Zie, allen die tegen u in woede ontstoken zijn, staan beschaamd en worden te schande; de mannen die u bestrijden, worden als niets en komen om; gij zult hen zoeken, maar niet vinden, de mannen die u bestoken; zij worden als niets, ja vernietigd, de mannen die tegen u oorlog voeren. Want Ik, de HERE, uw God, grijp uw rechterhand vast; die tot u zeg: Vrees niet, Ik help u." (Jesaja 41:10-13)
De Here Jezus zei: "Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen." (Johannes 15:5) "Ik ben de wijnstok en u bent de ranken. Als u dicht bij Mij blijft en Ik blijf in u, brengt u veel vrucht voort. Want zonder Mij kunt u niets doen." (BOEK)
Waartoe wil de Heer ons kracht geven?
Wij kijken naar een aantal zaken, waarover in deze brief geschreven wordt.
1. De Heer wil ons kracht geven om echt te leven voor Hem.
Velen leven voor zichzelf, dat is: als vijanden van het kruis - zie Philippenzen 3:18. Hoe kan een christen in zijn levenswandel het opbrengen om een vijandige houding ten opzichte van het kruis aan te nemen? Zouden u en ik dat ook weleens gedaan hebben? Hebben wij ons in feite weleens als vijanden gedragen, terwijl wij als gelovigen aan de voet van het kruis stonden; als vijanden van de Heiland aan het kruis?
Wij moeten leven voor de Heer, dat wil zeggen: in onze levenswandel moeten wij gericht zijn op Hem en wat wij doen, moeten wij voor Hem doen. Zie Philippenzen 1:20,21 en 27. Christus moet in ons lichaam GROOT GEMAAKT WORDEN. Denk aan Romeinen 12:1,2 - dat betekent: offers brengen!
Dit leven is een hemels leven. Wij zijn immers hemelburgers! (Philippenzen 3:20)
2. De Heer wil ons kracht geven om geestelijk sterk en standvastig te staan en niet door allerlei zaken emotioneel onderuit gehaald te worden.
In één geest moeten wij als gelovigen met elkaar standvastig staan (Philippenzen 1:27). Wij moeten niet vandaag als overwinnaars op de geestelijke bergtop staan en morgen als "loosers" lamgeslagen en uitgeteld in het geestelijke dal liggen. Wie in het geestelijke dal zit, moet zich bewust zijn, dat hij een slecht getuige is van de Heer. De Heer zegt nergens, dat Hij wel bij ons komt zitten in ons geestelijke dal, maar Hij zegt, dat Hij ons er juist uit wil halen, opdat wij weer op de bergtop mogen bivakkeren.
Het is een triest getuigenis, dat steeds meer christenen, nadat ze in een dal terecht gekomen zijn - wat zij vaak beslist niet kunnen helpen - toch in dat dal blijven zitten, in plaats van er zo snel mogelijk uit te klimmen.
3. De Heer wil ons kracht geven om in en vanuit Zijn gezindheid te leven.
"Maakt dan mijn blijdschap volkomen door eensgezind te zijn, een in liefdebetoon, een van ziel, een in streven, 3 zonder zelfzucht of ijdel eerbejag; doch in ootmoedigheid achte de een de ander uitnemender dan zichzelf; en ieder lette niet slechts op zijn eigen belang, 4 maar ieder lette ook op dat van anderen. 5 Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was." (Philippenzen 2:2-5)
"Doet alles zonder morren of bedenkingen, 15 opdat gij onberispelijk en onbesmet moogt zijn, onbesproken kinderen Gods te midden van een ontaard en verkeerd geslacht, waaronder gij schijnt als lichtende sterren in de wereld, 16 het woord des levens vasthoudende." (Philippenzen 2:14-16)
4. De Heer wil ons kracht geven opdat ons karakter - waar nodig - zal veranderen.
Wij zijn geboren met een stukje erfenis: lichamelijke en psychische karaktertrekken van onze ouders. Nu wij wedergeboren zijn, wil de Heer, dat wij in ons lichaam karaktertrekken van Hem tonen en in onze ziel karaktertrekken van Hem tonen.
"Doet alles zonder morren of bedenkingen." (Philippenzen 2:14) Doe alles zonder mopperen en zonder ruzie. (BOEK) Een ander woord voor mopperen kan "zeuren" zijn. Dan weten we precies waarover het gaat. Elkaar vermoeien met je gemopper en gezeur.
Het is: houd op met die negatieve instelling en denk positief. Leef en denk op een hoger niveau. Laat zien, dat je een verloste christen bent. Laat zien dat je door het werk van de Heilige Geest een nieuwe schepping bent. Laat zien, dat je wedergeboren bent.
Christenen kunnen door de aanwezigheid en de kracht van de Heilige Geest die in hen is een heel bijzondere relatie hebben als man en vrouw, en als ouders en kinderen.
5. De Heer wil ons kracht geven om ons niet te laten beïnvloeden door de omstandigheden, maar consequent te leven uit Gods genade en Gods kracht.
"Ik heb geleerd met de omstandigheden, waarin ik verkeer, genoegen te nemen. Ik weet wat armoede is en ik weet wat overvloed is. In elk opzicht en in alle dingen ben ik ingewijd, zowel in verzadigd worden als in honger lijden, zowel in overvloed als in gebrek. Ik vermag alle dingen in Hem, die mij kracht geeft." (Philippenzen 4:11-13)
Paulus laat zich niet beïnvloeden door de omstandigheden. Hij gaat gewoon consequent verder. Dat moeten wij ook doen!
6. De Heer wil ons kracht geven om altijd vriendelijk en blij te zijn - ongeacht wat de omstandigheden zijn.
4 Verblijdt u in de Here te allen tijde! Wederom zal ik zeggen: Verblijdt u! 5 Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend. De Here is nabij. 6 Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. 7 En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus.
Vriendelijkheid en blijdschap kun je niet van elkaar scheiden. Ze horen bij elkaar. Bij een christen moet je aan zijn gezicht kunnen zien, dat de Heilige Geest in hem woont. Christenen horen stralende mensen te zijn. En als de omstandigheden als een windvlaag je lampje van vriendelijkheid en blijdschap doven? Dan moet je het lampje weer gauw aansteken.
Dan en dan alleen zal de vrede van God je hart vervullen.
Een ontdekking: het is je eigen verantwoordelijkheid of Gods vrede je hart kan vervullen. "Voorts, broeders, al wat waar, al wat waardig, al wat rechtvaardig is, al wat rein, al wat beminnelijk, al wat welluidend is, al wat deugd heet en lof verdient, bedenkt dat; wat u geleerd en overgeleverd is, wat gij van mij gehoord en gezien hebt, breng dat in toepassing en de God des vredes zal met u zijn." (Philippenzen 4:8,9)
7. De Heer wil ons kracht geven om te leven uit het geloof, dat Hij echt voor je zorgt.
Mijn God zal in al uw behoeften naar zijn rijkdom heerlijk voorzien, in Christus Jezus." (Philippenzen 4:19)
Mijn God zal uit Zijn rijkdom in Christus Jezus u alles geven wat u nodig hebt. (BOEK)
God zal vanuit zijn rijkdom aan heerlijkheid volop in al uw noden voorzien in Christus Jezus. (GNB)
Mijn God zal uit de overvloed van zijn majesteit elk tekort van u aanvullen, door Christus Jezus. (NBV)
Hoe kunnen wij dit beleven? De Bijbel zegt:
"Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u." (1 Petrus 5:7)
"Geef al uw zorgen en problemen over aan God, want Hij houdt van u en zorgt voor u." (BOEK)
"U mag uw zorgen op hem afwentelen, want u ligt hem na aan het hart." (NBV)
Wat wil Petrus ons hiermee zeggen? Dit: Leef vanuit het geloof, dat de Heer in liefde voor je zorgt. Breng al je noden bij Hem - en doe dat elke dag. Herinner jezelf er iedere dag weer aan dat je dit gedaan hebt. Laat alles wat je bij God gebracht hebt bij Hem en neem het niet weer mee terug!
Wij hebben allemaal een portie bagage meegekregen in dit leven. Dat kan van alles zijn: een moeilijke jeugd, een overheersende moeder, een altijd afwezige vader, een of meer schokkende ervaringen, een of meer mislukte relaties, eenzaamheid, verdriet, problemen met ouders of met je kinderen, botsing met familieleden, vrienden, kennissen of mensen op je werk, enz.
Velen gaan in navolging van Amerika tegenwoordig naar een therapeut om de problemen te bespreken. Daar wordt de bagagekoffer open gedaan. De therapeut vraagt zijn cliënt om er wat uit te halen. Hij vraagt wat het is en waar het de cliënt aan herinnert en pijn doet. Vervolgens kan hij zijn cliënt het besprokenen weer terug laten stoppen in de koffer, waarna de cliënt verheugd naar huis gaat, omdat hij zijn probleem mocht laten zien. Maar hij is niet van zijn last bevrijd! De volgende keer mag hij wat anders uit zijn koffer aan de therapeut laten zien. Hiermee bedoelen wij niets ten nadele van psychologen, psychiaters, psychotherapeuten enz. Natuurlijk willen zij de mensen ook helpen, maar zij hebben een andere benadering dan de Bijbel geeft.
Doet God het ook zo met ons? Neen. Hij vraagt niet of we Hem alles willen laten zien. Hij zegt: Breng je koffer maar bij Mij en laat hem maar dicht. Jij wordt er niet blij van als je het weer ziet en Ik word er ook niet blij van. Deponeer die hele koffer met al je narigheid maar hier aan de voet van het kruis van Mijn Zoon en laat hem daar maar liggen. Ik zal hem wel voor je opruimen. En ga nou maar fijn zonder je bagagekoffer naar huis. Leef nou a.u.b. in de overtuiging, dat je koffer op de juiste plaats is, nu hij bij mij is en ga bevrijd naar huis en wees blij. Je bent verlost van je zware bagage.
Dát is leven als een gelovige naar de psychologische maatstaven van de Bijbel. Dat is niet makkelijk, want we zijn zo gehecht aan onze koffer. Wij kunnen er geen afstand van doen. Maar het moet. Het kruis van de Heer vraagt ons, dat we er afstand van doen.
Kom, christen, laat je leven op je Heer gericht zijn. Leef niet langer je eigen, vertrouwde leven. Zorg ervoor, dat nu reeds hier op aarde te zien is, dat je een heilige bent, een "geheiligde in Christus". Kom, blijf niet bidden om hulp, maar ga God danken, dat Hij je almachtige Helper is en dat Hij je bagagekoffer met al je verdriet, leed en pijn van je wil overnemen. Ga God ervoor danken. Meer niet, maar ook niet minder. Ga God ervoor danken. Dan alleen zul je merken, dat er weer blijdschap en vrede in je leven komen.