Wij worden opgeroepen om te "zien"
"En zie, men bracht een verlamde, op een bed liggende, tot Hem." (:1 vgl. 8:34) "En
zie, sommige der schriftgeleerden zeiden bij zichzelf: Deze lastert God." (:3) "En het geschiedde
toen Hij in het huis aanlag, zie, vele tollenaars en zondaars kwamen en lagen mede aan met Jezus en
zijn discipelen." (:10) Het huis zal het huis van Mattheüs geweest zijn. Er zal hier mogelijk een
afscheidsmaaltijd gehouden zijn. Een grote maaltijd noemt Lucas 5:29 het, waaraan veel van zijn
collega-tollenaars deelnamen. Het einde van de carrière van Mattheüs als tollenaar en het begin van
zijn leven als discipel van de Here Jezus. Zoiets mag gevierd worden! "Terwijl Hij dit tot hen
sprak, zie, een overste der synagoge kwam tot Hem en viel voor Hem neder, en zei: Mijn dochter is zo
juist gestorven, maar kom en leg uw hand op haar en zij zal leven." (:18) Het gaat hier over Jaïrus,
de leider van de synagoge in Kapernaüm, de man, die de Heer meerdere keren opgeroepen heeft om in de
synagoge te spreken of te bidden. "En zie, een vrouw, die reeds twaalf jaren aan bloedvloeiingen
leed, kwam van achteren tot Hem en raakte de kwast van zijn kleed aan." (:20) Dit was een vreselijke
kwaal voor deze vrouw; niet alleen omdat hij haar zelf al die jaren zoveel ongemak bezorgd had, maar
ook omdat zij hierdoor doorlopend ritueel onrein was. "Ritueel onrein" betekent niet "vies", wat
mensen soms denken. Het betekent: ongeschikt om in deze staat voor het aangezicht van God te
verschijnen. Zeer waarschijnlijk zal zij een gescheiden vrouw zijn geweest, omdat dit een van de
redenen was waarom Joden hun huwelijk beëindigden. Het was voor een man niet mogelijk om zijn
geestelijke verplichtingen na te komen en gelijktijdig met een ritueel onreine vrouw in één huis te
wonen, laat staan met haar te leven. Het is daarom haast onmogelijk, dat zij geen gescheiden vrouw
was. Wat een leed. Wat een verdriet! Maar Jezus kwam in haar leven!
"Wanneer een vrouw vloeit, namelijk de bloedvloeiing van haar lichaam heeft, dan zal zij zeven dagen
in haar maandelijkse onreinheid blijven, en ieder die haar aanraakt, zal onrein zijn tot de avond.
Alles waarop zij in haar maandelijkse onreinheid ligt, zal onrein zijn, en alles waarop zij zit, zal
onrein zijn. Ieder die haar bed aanraakt, zal zijn klederen wassen, zich in water baden en onrein
zijn tot de avond. Ieder die een of ander voorwerp, waarop zij gezeten heeft, aanraakt, zal zijn
klederen wassen, zich in water baden en onrein zijn tot de avond. Indien hij iets aanraakt, dat zich
op het bed of op het voorwerp waarop zij gezeten heeft, bevindt, dan zal hij onrein zijn tot de
avond. Indien een man bij haar ligt, dan zal haar maandelijkse onreinheid op hem komen, en zeven
dagen zal hij onrein zijn, en elk bed waarop hij ligt zal onrein zijn. Wanneer bij een vrouw lange
tijd bloed vloeit, buiten de tijd van haar maandelijkse onreinheid, of wanneer zij langer vloeit dan
haar maandelijkse onreinheid, dan zal zij gedurende al de tijd dat zij vloeit, onrein zijn als in de
tijd van haar maandelijkse onreinheid; zij is onrein. Elk bed waarop zij ligt, al de tijd dat zij
vloeit, zal voor haar zijn als het bed van haar maandelijkse onreinheid, en elk voorwerp waarop zij
zit, zal onrein zijn als in de onreinheid van haar maandelijkse onreinheid. Ieder die deze dingen
aanraakt, zal onrein zijn, zijn klederen wassen, zich baden in water, en onrein zijn tot de avond."
(Leviticus 15:19-27)
Wat wij moeten zien: Zieken: een verlamde (man), een bloedvloeiende vrouw. Beiden door de Heer
genezen. Dode: een dood meisje. Door de Heer levend gemaakt. Zondaars: tollenaars e.a. Door de Heer
van hun zondelast bevrijd. Alle drie worden getoond in relatie met de Here Jezus. Sommige
geestelijke leiders: Jezus lastert God.
De Farizeeën "zagen"
"En toen de Farizeeën dit zagen, zeiden zij tot zijn discipelen: Waarom eet uw
meester met de tollenaars en zondaars?' (:11) De houding van de mens die zelf de Here Jezus afwijst.
Even later lezen wij va hen: "Maar de Farizeeën zeiden: Door de overste der boze geesten drijft Hij
de geesten uit." (:34)
Jezus "zag"
22 Maar Jezus keerde Zich om, zag haar en zei: Houd moed, dochter, uw geloof heeft u
behouden. En de vrouw was behouden van dat ogenblik af. Jezus ziet de noden en de problemen van de
mens, zowel lichamelijk al geestelijk.
23 En toen Jezus in het huis van de overste kwam en de fluitspelers en het misbaar van de schare
zag. Jezus ziet het verdriet en de rouw van de mens.
36 Toen Hij de scharen zag, werd Hij met ontferming over hen bewogen, daar zij voortgejaagd en
afgemat waren, als schapen die geen herder hebben. Jezus ziet de verlorenheid en de onrust van de
mens. En Hij heeft medelijden. Het leed van de mens laat Hem niet onbewogen. Zo ook staat God niet
onbewogen bij al het leed dat op aarde geschiedt. Hij lijdt mee met Zijn schepping.
2 En daar Jezus hun geloof zag, zei Hij tot de verlamde: Houd moed, mijn kind, uw zonden worden
vergeven. Jezus ziet ook het geloof van de mens! Het resultaat was, dat de verlamde niet alleen een
lichamelijke genezing kreeg, maar ook een geestelijke genezing. Jezus schonk hem vergeving van zijn
zonden. Dat kon Hij alleen, omdat Hij meer was dan alleen maar een mens. Hij was Gods Zoon, één met
de Vader. In die hoedanigheid kon Hij vergeving van zonden schenken.
9 En vandaar verder gaande zag Jezus iemand bij het tolhuis zitten, Matteus genaamd, en Hij zei tot
hem: Volg Mij. En hij stond op en volgde Hem. Jezus ziet ook wie bereid is om een echte volgeling,
een discipel van Hem te zijn!
Kapernaüm lag aan "de Zeeweg", dat was de doorgaande weg van Syrië naar Egypte. In Kapernaüm was het
kantoor waar voor de Romeinen de belasting geheven werd op de doorgaande goederen. Joden, die
dergelijke belasting voor de gehate Romeinen inden, en er goed aan verdienden, werden gehaat door de
andere Joden.
De scharen "zagen"
8 Toen de scharen dit zagen, vreesden zij en zij verheerlijkten God, die zulk een
macht aan de mensen gegeven had. De mooiste reactie die je maar kunt bedenken: de vreze des HEREN,
verheerlijking van God - door over Hem te praten tegen anderen, - door in het gebed tot Hem te
praten.
Wij moeten Hem zien
Wij moeten Hem zien met het oog van ons geloof en wij zullen voor eeuwig behouden
zijn (Johannes 3:16-18,36; 5:24). Wij moeten Hem zien met het oog van onze oprechte liefde en wij
zullen bruikbaar voor Hem zijn in Zijn dienst (vgl. Petrus in Johannes 21:15-23). Wij moeten Hem
zien met het oog van onze aanbidding en verheerlijking en wij zullen in nauw contact met Hem mogen
leven (Johannes 15). Wij moeten Hem zien met het oog van onze toewijding en wij zullen Zijn
heerlijkheid en vreugde in ons leven ervaren (Philippenzen 4:4-7). Wij zullen Hem moeten zien met
het oog van onze hoop en wij zullen met vreugde ons uitstrekken naar Zijn toekomst, die ook onze
toekomst zal zijn (Titus 2:13)! Wij moeten Hem zichtbaar maken
De Heer moet ook in onze tijd gezien kunnen worden. Hoewel Hij niet rondwandelt op aarde, zoals Hij
2000 jaar geleden deed, moeten mensen Hem toch kunnen zien. WIJ zijn degenen, die Hem zichtbaar
moeten maken. "Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, dat is, niet meer mijn ik, maar
Christus leeft in mij. En voor zover ik nu nog in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon
van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven." (Galaten 2:20)
Er moeten meer "medewerkers" bij de Here Jezus komen
36 Toen Hij de scharen zag, werd Hij met ontferming over hen bewogen, daar zij
voortgejaagd en afgemat waren, als schapen die geen herder hebben. 37 Toen zei Hij tot zijn
discipelen: De oogst is wel groot, maar arbeiders zijn er weinig. 38 Bidt daarom de Heer van de
oogst, dat Hij arbeiders uitzende in zijn oogst.
Een andere keer zei Hij: "Zegt gij niet: Nog vier maanden, dan komt de oogst? Zie, Ik zeg u, slaat
uw ogen op en beschouwt de velden, dat zij wit zijn om te oogsten." (Johannes 4:35) Over het
algemeen wordt bij "de oogst" gedacht aan de tarwe oogst. Het woord "wit" zou misschien naar de
katoenoogst kunnen verwijzen, omdat de velden dan inderdaad er volkomen wit bij staan.
De Heer zoekt nog steeds mensen, die "arbeiders voor Hem" willen zijn.