Ruth ontmoet Boaz op de dorsvloer

Ruth 3

Wanneer?
Aan het eind van de gerstenoogst. Drie maanden na het begin van het aren lezen en van het begin van hoofdstuk 2.

Het werk op de dorsvloer
Het werk op het land ging als volgt: Eerst ploegen, dan zaaien, vervolgens als de oogst rijp was: maaien. Dit werk werd door de knechten gedaan.

Hierna: dorsen (slaan van de halmen) en wannen (in de wind omhoog werpen) werd door de eigenaar gedaan. Bij het wannen werd alles wat na het dorsen op de dorsvloer lag omhoog geworpen, waarbij het lichte kaf met de wind weggeblazen werd en de zwaardere korrels terugvielen op de dorsvloer en daar op een hoop bleven liggen. Dit werk werd aangevangen in de namiddag rond 4-5 uur, als de wind ging waaien. Hierna bleef de eigenaar op de dorsvloer liggen bij zijn opbrengst om die te bewaken tegen dieven. Ook in het heilige land leefden dieven!

N.B. De dorsvloer lag natuurlijk niet in de stad, maar op het land waar gezaaid en gemaaid was. Terwijl de stad Bethlehem trapsgewijs op en tegen twee heuvels gebouwd was, lag het land in de laagte en moesten Boaz en Ruth dus “afdalen” om op het veld en bij de dorsvloer te komen.

Boaz is “losser”
Het Hebreeuwse woord voor “losser” is “goël”, afgeleid vn het werkwoord “gaäl”, dat “terugkopen”, “bevrijden” betekent. De taak van een losser was tweevoudig:

1. De losser kon een stuk land van een familielid terugkopen, als dit familielid in tijden van armoede zijn land verkocht had. (Leviticus 25:23-28; :25)

De gedachte achter deze regel was, dat het land in feite van God Zelf was (Leviticus 25:23) en dat Hij het aan bepaalde mensen in bruikleen had afgestaan. Het bleef van God en moest in handen blijven van hen die Hij uitgekozen had. Deze regel geldt in feite niet alleen een deel van het land dat in handen van een “eigenaar” is; het geldt ook voor het land in zijn geheel. Land mocht daarom niet aan niet-Joden verkocht worden. Dat zullen we ons ook in onze tijd moeten realiseren!

2. De losser kon een familielid die zich uit armoede als slaaf verkocht had, terugkopen en dus “vrij” kopen. (Leviticus 25:47-49)

3. De losser fungeerde als bloedwreker als iemand uit de familie vermoord was.

In de taak van de losser zien wij later de betekenis van de Here Jezus terug.

Verschil tussen losser en leviraatshuwelijk
Er is verschil tussen een losser en de man die een leviraatshuwelijk (het zwagerhuwelijk) sluit.

Een losser is een man die land dat uit de familie verkocht is, terugkoopt in de familie, of een familielid die zichzelf als slaaf verkocht heeft, vrijkoopt.

Een man die een zwagerhuwelijk sluit, is de broer van de overledene, die als zijn schoonzus geen kinderen heeft, ook met zijn schoonzus trouwt, waarna het eerste kind op naam komt van de overleden eerste man van die vrouw. In onze geschiedenis zou het dus gekund hebben, dat bijvoorbeeld Machlon als eerste gestorven was, waarna Kiljon met Ruth getrouwd zou zijn. Of die twee ook echt met elkaar getrouwd geweest zijn, vertelt de Bijbel niet. Maar die situatie schetst het beeld van het verplichte zwagerhuwelijk. Zie hiervoor Deuteronomium 25:5-10.

Boaz is echter geen broer van Machlon en Kiljon en hij komt dus niet in aanmerking voor het zwagerhuwelijk. Hij is wel een familielid en hij komt dus in aanmerking om het vroegere land van Elimelech te kopen en het aan Naomi terug te geven.

Terwijl Boaz verplicht is het land terug te kopen, is hij niet verplicht Ruth te trouwen. Mogelijk was het in Israël in die tijd de gewoonte, dat als je het land lostte, je ook de weduwe-zonder-kinderen tot vrouw erbij nam. Mogelijk ook stuurden Naomi en Ruth er gewoon op aan dat Boaz dit zou doen. Het vreemde is, dat ze Boaz niet vragen om het land te lossen, maar dat ze het meteen op een huwelijk uit sturen.

We zien: God is aan het werk en Hij bewandelt ongebruikelijke paden. Maar Naomi, Ruth en Boaz zien het klaarblijkelijk allemaal als de hand van de Heer en ze werken mee!

Een probleem voor Naomi
De drie maanden waarin Ruth niet met een Jood mocht trouwen waren voorbij en nu werd het tijd dat Boaz als familielid Ruth ten huwelijk zou vragen. Maar Boaz vroeg niets! Komt nu het einde van het contact met Boaz en moet Ruth nu ergens gaan bedelen en moet ze volgend jaar naar het veld van Boaz terugkeren?

Naomi komt met een plan. Als Boaz geen aanstalten maakt, dan moeten zij en Ruth dit maar doen. Is het niet langs de ene weg, dan maar langs de andere, als Boaz en Ruth maar trouwen!

Naomi wil een “thuis” zoeken voor Ruth. Het is de vertaling van het Hebreeuwse woord menoech, dat ook “rust” betekent. Het komt van manoach, dat rustplaats, tot rust komen, rust, zekerheid betekent. Rabbi Shmuel Yerushalmi wijst erop, dat het woord manoach hier ook wijst op de vrucht van dit huwelijk: Menachem, Trooster, één van de namen van de Messias. Het is ook één van de namen die de Here Jezus op Zichzelf toepaste, toen Hij zei, dat Hij een andere Trooster zou zenden. Hijzelf was de eerste Trooster, de Heilige Geest zou de andere Trooster zijn.

Opdrachten voor Ruth (:2,3)
1. Baad je
Was het oude leven van je af. Breek nu voor het laatst en volkomen met het verleden.
Er wordt niet een gewoon “bad” bedoeld, maar een ritueel bad; een onderdompeling in het mikwe, het reinigingswater.

2. Zalf je
Dat is: heilig je.

3. Kleed je aan, d.w.z. Doe je overkleed aan
Doe je weduwenkleed uit en doe je werkkleed uit, doe je gewone kleren uit en doe je feestkleding aan. Laat zien, dat je de bruid wilt zijn. Maak je gereed voor het feest.

Rabbijnen wijzen erop, dat Ruth haar sabbatskleed moest aantrekken.

N.B. Naomi zegt (:4) “Hij zal je vertellen wat je moet doen.” Wie is die “hij”? Het lijkt logisch, dat hiermee Boaz bedoeld wordt. Besuras Eliyahu meent echter, dat hiermee God Zelf bedoeld wordt. Als Ruth niet weet wat ze moet doen of moet zeggen, zo laat Naomi haar weten, dan zal God wel in haar nood voorzien en haar vertellen wat ze doen moet.

Het feest gaat beginnen. Boaz weet nog van niets, maar voor Naomi en Ruth is het feest al begonnen. Dat is geloof! Dat is leven uit je geloof!

Boaz schrok (:8)
“Boaz at en dronk, voelde zich voldaan, en legde zich te slapen tegen een hoop gerst.” (:7) NBG: “Toen nu Boaz gegeten en gedronken had en zijn hart vrolijk was, kwam hij om zich neer te leggen aan het uiteinde van de korenhoop.” NB: “ Boaz eet en drinkt en doet zijn hart tegoed.” Letterlijk: “Zijn hart voelde goed.” Dat wil zeggen: “Hij was blij in zijn hart.” Dit verwijst naar de volgende woorden: “Wanneer u daar in overvloed leeft, dank de HEER, uw God, dan voor het goede land dat hij u gegeven heeft.” NBG: “Gij zult eten en verzadigd worden en de HERE, uw God, prijzen om het goede land dat Hij u gaf.” (Deuteronomium 8:10) Deze tekst zegt, dat als je gegeten en gedronken hebt, je na de maaltijd de Heer moet danken. Dat is precies wat Boaz hier op de dorsvloer deed.

Midden in de nacht schrok hij wakker (:8). Drie keer in het OT lezen wij, dat er iets midden in de nacht, om middernacht, plaats vond.
1. De Here doodde alle eerstgeborenen van Egypte (Exodus 12:29),

2. Simsom stond op en nam de poortdeuren op zijn schouders (Richteren 16:3) en

3. Boaz schrok wakker. Hij werd wakker en hij schrok. Het is niet wat wij in onze taal zeggen: “Wakker schrikken”, maar wakker worden en hevig schrikken. Luther vertaalt terecht, dat de man beefde. NB: “Het geschiedt halverwege de nacht dat de man begint te rillen en om zich heen grijpt.”

Om de schrik van Boaz goed te kunnen begrijpen, moet u zich in gedachten even verplaatsen in het leven van de mensen in oude tijden. In de nacht is het er aardedonker. Je kunt geen hand voor ogen zien. Waarvoor waren zij bang? Voor boze geesten en nachtspoken. Dat ziet u ook in de geschiedenis als de Here Jezus over het water wandelt, dan denken de discipelen dat zij een spook zien. En na de opstanding van de Heer Jezus moest Hij nadrukkelijk zeggen, dat Hij geen geest was.

Zeer waarschijnlijk heeft Boaz gedacht dat er een nachtspook bij zijn voeten zat. (Ibn Ezra)

Ruth op de dorsvloer
Aan het eind van de dag, als Boaz het werk gereed heeft, gegeten en gedronken heeft, als het dus donker is, komt Ruth op de dorsvloer. Omstreeks 18.00 uur wordt het in Israël nl. donker. De schemer duurt ongeveer een half uur, zodat het binnen een halfuur donker is.

1. Onder de “deken” van Boaz.
Dit heeft symbolische betekenis: ik wil je vrouw worden.

2. Aan het voeteneind van Boaz.
Ook dit heeft symbolische betekenis: al wil ik je vrouw zijn, ik ben het nog niet. Zo maakt zij Boaz duidelijk, dat hij handelend moet optreden. Er moet getrouwd worden.

3. Ruth vraagt: ‘Wilt u mij bij u nemen’, letterlijk: “Spreid uw vleugel...” (:9) Dit is een beeld uit de wereld van de vogels.

1. Zoals een vogel die uit het nest gevallen is, hulp nodig heeft, zo komt Ruth als een buiten het nest gevallen vogeltje bij Boaz om hulp.

2. Zoals het kuiken onder de kip schuilt en de ene vogel bij het paren zijn vleugels uitspreidt over de andere vogel, zo vraagt Ruth hier of Boaz dit bij haar ook wil doen. Het is een symbool van het huwelijk (Malbim).

3. Het kan ook betekenen, zoals anderen denken (o.a. Rashi), dat zij vraagt of Boaz de hoek van zijn kleed over haar wil spreiden, als teken van het huwelijk.

Dat is: Maak mij tot uw vrouw, neem mij onder uw bescherming.
N.B. Boaz ervaart wat Ruth doet niet als oneerbaar.

Wat Boaz verder doet
1. Boaz geeft Ruth een compliment. Ze is niet achter de jonge mannen aangegaan. Ze is niet gewoon uit op een huwelijk. Ze wil speciaal in de familie trouwen.

2. “Pak je omslagdoek...” (:15) Door deze opmerking maakt hij duidelijk, dat hij ermee instemt Ruth te trouwen. Het is nog steeds bij Arabieren de gewoonte om de hoek van een kleed over een meisje te houden als teken van het huwelijk.

Dat was geen huwelijk gebaseerd op liefde! Het was een huwelijk dat gearrangeerd was door Naomi. Boaz en Ruth beiden accepteren dit plan van Naomi.

3. Er is een losser die dichter bij de familie staat. Er is nog een broer van Elimelech. Ik ben slechts een neef. Het kan zijn dat hij bereid is om te lossen en jou te trouwen, dan kan ik er verder niets aan doen.

Ruth brengt verslag uit aan Naomi
Naomi vraagt: “Wie ben je, mijn dochter?” (:16)

Ze kan twee dingen bedoelen:
1. Het is donker en ze kan echt niet zien wie er voor haar staat.

2. Ze weet dat het Ruth is en bedoet: “Hoe staan de zaken ervoor? Ben je de bruid of is er niets veranderd? Hoe kom je terug? Wat heb je bereikt? Word je mevrouw Boaz?”

Hierop vertelde de gelukkige bruid alles aan Naomi (:16).

Geloof is vertrouwen hebben
“Daarop zei Noömi: ‘Blijf hier dan maar rustig wachten tot je weet hoe het afloopt, mijn dochter, want ik weet zeker dat deze man niet zal rusten voordat hij de zaak geregeld heeft.’” (:18)

S.V.: “Toen zeide zij: Zit! (stil), mijn dochter, totdat gij weet, hoe de zaak zal vallen; want die man zal niet rusten, tenzij dat hij heden deze zaak voleind hebbe.”

Geloven is: zitten en wachten! Wie dat doet, toont vertrouwen.

Profetische betekenis
Naomi is beeld van Israël. Na de verstrooiing is Israël weer terug in het land.

Ruth is de toekomstige bruid van Boaz. De zegen voor Ruth komt via Naomi. Ook wij moeten weten, dat het heil uit de Joden is en dat wij alleen echte zegen via Israël kunnen ontvangen.

Spoedig zal de nacht van het wannen aanbreken. Zie: “Ik doop jullie met water ten teken van jullie nieuwe leven, maar na mij komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg om zijn sandalen voor hem te dragen. Hij zal jullie dopen met de heilige Geest en met vuur; hij houdt de wan in zijn hand, hij zal zijn dorsvloer reinigen en zijn graan in de schuur bijeenbrengen, maar het kaf zal hij verbranden in onblusbaar vuur.’” (Mattheus 3:11,12)

Terwijl in het Grieks staat: Ik doop u in water.... en Hij zal het kaf verbranden in het vuur, hebben bijna alle vertalingen - om de doop als besprenkeling te kunnen bevestigen: ik doop u met water ... en Hij met vuur.”

Ik vond slechts één eerlijke vertaling: “Ik doop u in water met het oog op bekering. Maar Hij die na mij komt, is krachtiger dan ik. Ik ben te min om Hem zijn sandalen te brengen. Hij zal u dopen in heilige Geest en vuur. De wan heeft Hij al in zijn hand, en Hij zal zijn dorsvloer opruimen; zijn graan zal Hij verzamelen in zijn schuur, maar het kaf verbranden in onblusbaar vuur.’” (Willibrord 95)

Het Griekse voorzetsel “en” komt ook voor bij de wan die hij in zijn hand heeft. Dan vertaalt men toch ook niet, dat de wan “met” zijn hand is.

Dan zullen de volken geoordeeld worden over hun houding die zij tegenover Israël aangenomen hebben. Kaf en koren zullen gescheiden worden. Denk hierbij ook aan Mattheus 25:31-34,41.