Overzicht van de verschillende groepen
De creationisten zijn vooral christenen die uitgaan uit
van een schepping die ongeveer 6.000 - 10.000 jaar geleden plaatsvond. Zij
geloven, dat het gehele heelal door God geschapen is. De één meent in dagen van
24 uur, de ander in dagen van bijvoorbeeld 1000 jaar.
Intelligent Design is geen creationisme, maar beweert wel dat de natuur
sporen van ontwerp toont en dat evolutie niet alles verklaart. Zij zijn het niet
eens met de evolutionisten, die zeggen dat de schepping een schitterend ongeluk
is, maar dat er sporen van een ontwerp zijn. Deze groep „zweeft” dus tussen
evolutie en creationisme in en probeert deze twee met elkaar tot één geheel te
vormen.
De theïstische evolutie gaat weer een stapje verder dan intelligent
design en spreekt over de wording van mens en wereld als een ‘theïstische
evolutie’: een evolutie die door God wordt geleid en gestuurd. Zij geloven dus
net als de evolutionisten in de evolutietheorie, maar proberen er God nog wat
meer bij te betrekken. Meer dan bijvoorbeeld intelligent design doet. Bij de
theïstische evolutie gelooft men, dat de evolutie een onderdeel van Gods plan
was.
Op grond van natuurwetenschappelijke aanwijzingen neemt men aan dat er een
algemene evolutie was. Tegelijk gelooft men dat de Schepper de natuurwetten
heeft ingesteld en alle natuurprocessen ‘draagt’. De woorden ‘theïstisch
evolutionisme’ wekken de suggestie dat een algemene evolutie uit zichzelf niet
kan en dat God erbij gehaald wordt om haar mogelijk te maken.
De theïstische evolutionist gelooft, dat God de Schepper is, maar niet dat Hij
alles geschapen heeft zoals Genesis 1 ons laat weten. Deze mensen geloven net
als de evolutionisten, dat alles uit één cel eiwit ontstaan is. Zij zijn het dus
eens met de evolutietheorie, alleen, zegen zij, dat God degene was die voor die
eerste cel gezorgd heeft. Verder was God aanwezig bij alle evolutieprocessen.
Zij geloven dus dat alles door evolutie ontstaan is, maar dat God bij dat proces
aanwezig was. Waarschijnlijk meer dan alleen als „Hij stond erbij en keek er
naar.” God zal de evolutieprocessen enigszins gestuurd en in goede banen geleid
hebben.
Zo is voor deze mens God toch de werkelijkheid van alles wat er is. God houdt de
aarde die door evolutie ontstaan is vast. Hij ziet Gods hand in de schepping,
maar ook in de evolutieprocessen. Hij ziet de mens ook als een bijzonder wezen,
omdat de mens contact kan maken met God.
De evolutietheorie is geen bewijs maar een „geloof”. De evolutietheorie
bespreekt twee zaken: het ontstaan van het heelal en het ontstaan van alles wat
op aarde leeft.
Het ontstaan van het heelal is - zo wordt gedacht - te danken aan een oerknal.
Het gaat ervan uit dat in het begin alle materie, alle stoffen heel dicht op
elkaar zaten. Toen kwam de oerknal en ontstonden sterren en planeten. Hoewel het
spreken hierover als „wetenschappelijk” gepresenteerd wordt, moet de wetenschap
eigenlijk wat bescheidener zijn en eerlijk zeggen, dat dit ook maar een „geloof”
is. Want: waar kwam nou die materie vandaan? Sommigen zeggen: de materie kwam
uit een krachtveld. Maar waar kwam dan weer dat krachtveld vandaan? Zo kun je
altijd blijven doorvragen en zal iedere wetenschapper op een bepaald moment
moeten zeggen: dit weet ik niet. Dat betekent, dat het fundament van deze
zogenaamde wetenschap iets is, dat de wetenschap niet weet. Het fundament is
onbekend. Men borduurt voort op iets waarvan men niet zeker weet of het wel
juist is. Is dat wetenschap?
Hoe valt het te verklaren, dat die onpersoonlijke oerknal het heelal precies
maakte zoals het nu is: precies goed? Hoe komt het dat de zon niet wat groter
is, waardoor wij zouden verbranden? Hoe komt het dat de zon niet wat kleiner is,
waardoor wij zouden bevriezen? Zo zijn er veel meer vragen te stellen. Het is
allemaal veel te „toevallig” om toevallig te zijn!
Het leven op aarde is - zo wordt door de evolutionisten gedacht - ontstaan uit
dood materiaal, de oersoep. Het ontstaan van het leven op aarde is te danken aan
één aminozuur, één cel waaruit alles is ontstaan. Door mutatie is ten slotte de
mens ontstaan. Er was geen persoonlijke Schepper. Het ontstaan van het leven
komt voort uit het onpersoonlijke plus toeval plus tijd. De mens is dus ontstaan
doordat er een gunstig toeval was. De vraag blijft natuurlijk: waar komt nou die
ene eerste cel vandaan? Hoeveel procent kans is er op zo’n gunstig toeval?
De evolutie vertelt, dat drie zaken de mens hebben opgeleverd: (1) het
onpersoonlijke, plus (2) het toeval, en (3) de tijd. Die drie hebben de mens
voortgebracht. Hoewel deze theorie in alle andere zaken van het leven niet
opgaat, houden de evolutionisten met alle geweld vast aan deze theorie.
Ik kan dan wel denken dat ik een persoonlijkheid ben, maar eigenlijk ben ik -
volgens de evolutionisten - een machine, een dood ding.
De evolutionist kan heel makkelijk zeggen, dat op alle vragen die hij nu nog
heeft, hij eens het antwoord hoopt te weten, maar vandaag kan hij mijn vragen
niet beantwoorden. Hoewel hij het zeker niet zal willen erkennen, staat hij met
zijn mond vol tanden, als het om de belangrijkste vragen van het leven gaat.
Toch spreekt de evolutionist autoritaire taal, alsof hij de wijsheid in pacht
heeft. Híj weet het allemaal en die domme christenen weten niets, zo meent hij.
Hij vergeet echter, dat de christen met zijn zekerheden een hoopvol leven heeft
en dat hij met zijn theorie aan de grens van de wanhoop bivakkeert.
De conclusie dat er geen persoonlijke Schepper achter de mens staat, maakt de
mens meer tot een ding dan tot een persoonlijk wezen. De zogenaamde
persoonlijkheid van de mens is dan niets meer dan een illusie. De mens moet op
een filosofische wijze opnieuw gaan nadenken over de vraag wat hij nu eigenlijk
is. Ben ik een mens die weet waarom ik hier op aarde ben, of ben ik hier bij
toeval en heeft mijn leven in feite geen enkele zin of doel? Ben ik dan
eigenlijk niet meer dan een machine, die op een leuke wijze draait, misschien
als een sprekende robot? Als de machine eenmaal ophoudt te werken, wordt hij
naar de schroothoop gebracht, dat is dan het graf, of gaat hij naar de
recycling, dat is de oven en wordt hij gecremeerd.
Ik protesteer!
Mijn hele mens-zijn, mijn hele leven protesteert hiertegen. Als
denkend mens die hoop, kracht en blijdschap wil putten uit het antwoord op de
vraag waar ik vandaan kom en waar ik naar toe ga, kan ik hiermee niet leven. Zo
kan ik ook niet leven met een filosofie als van Intelligent Design. Ik kan niet
leven als alles alleen maar toeval is en God er bij hebben staan kijken...
Ik kan niet leven als ik moet denken, dat ik alleen maar op aarde ben als gevolg
van een toevallige chemische samenloop van omstandigheden. Ik kan ook niet leven
als aan dat chemische „ik” van mij nog enkele psychologische factoren toegevoegd
worden. Ik weet namelijk, dat ik een persoonlijk wezen ben met een lichaam, een
ziel en een geest en dat ik geschapen ben als een beelddrager van God. Daarmee
kan en wil ik leven. Dan kan ik iets betekenen op aarde. Dan heeft mijn leven
zin en een doel.
De evolutietheorie komt met onverklaarbare verhalen, waarvan een groot aantal
wetenschappers zegt, dat het gewoon niet mogelijk is wat de evolutietheorie
beweert. Een mens heeft zoveel organen die zó complex in elkaar zitten, dat het
onmogelijk is dat ze zouden hebben gefunctioneerd toen ze nog langzaam-aan in
wording waren.
Het lichaam van de mens is zó’n bijzonder functioneel geheel, waarbij alle
„radertjes” zó goed op elkaar ingespeeld zijn, dat het onmogelijk is, dat het
lichaam „gewerkt” zou hebben (dus: geleefd zou hebben), als de helft van de
radertjes pas aanwezig waren!
De evolutie weet niet hoe het leven ontstaan is. Dat is nog steeds een raadsel.
De evolutietheorie zegt, dat we hier zijn door een toevalsproces. Dat kan mensen
onzeker maken. Een kind wil gewenst zijn. De evolutie zegt ons dat we geen
gewenst kind zijn. In feite zegt de evolutietheorie, dat we allemaal
„vondelingen” op aarde zijn.
De evolutietheorie zegt, dat het ontstaan van het leven geen doel heeft gehad.
Mijn eigen leven is ook een toeval. Mijn leven is dan geen onderdeel van een
groot plan. Ik ben dan een toevallig product van twee mensen die met elkaar een
seksuele relatie hadden. Hierbij kwam per toeval zaadje nummer 345.979 van de
vader bij de eicel van de moeder. Of was het misschien zaadje 979.345? De
evolutietheorie schakelt God volkomen uit bij het tot stand komen van universum
en mens. De evolutietheorie kan niet overweg met een God die de Schepper zou
zijn. Voor de evolutietheorie is God dus absoluut níet de Schepper van het
heelal en van de mens. Mensen zijn niet door God geschapen.
Hoeveel ruimte moet er binnen Bijbelgetrouwe kerken zijn om
de boodschap
van de evolutietheorie te accepteren?
De Here Jezus zei tegen God: „Uw Woord is de waarheid.”
(Johannes 17:17) Is de Bijbel de absolute waarheid, waarin God ons precies
vertelt, hoe bepaalde zaken ervoor staan, of geeft de Bijbel de ene keer de
absolute waarheid van God en vertelt de Bijbel een andere keer iets anders,
zodat wij steeds moeten nadenken over de vraag: wát in de Bijbel is nu
betrouwbaar en wat niet? Anders gezegd: wie heeft ons de waarheid verteld: God
of Darwin?
De evolutietheorie schakelt God als Schepper uit. De evolutietheorie schrapt
daarmee de boodschap van Genesis 1-3. De evolutietheorie erkent niet dat God de
Schepper is. Anders gezegd: de evolutietheorie zegt dat God niet de
Schepper is! De evolutietheorie berooft God van Zijn eerste en belangrijkste
openbaring zoals Hij die in de Bijbel geeft: God is de Schepper van hemel en
aarde (Genesis 1:1).
Alleen in de wereld kan men dan nog geloven dat de wereld door evolutie ontstaan
is. Christenen dienen zich bewust te zijn, dat zij afstand moeten nemen van dit
wereldse denken. Christenen mogen niet denken zoals de wereld denkt. Christenen
dienen hun gedachten te laten leiden door God Zelf, zoals Hij dit kenbaar maakt
in de Bijbel. Christenen mogen hun gedachten niet laten leiden door ongelovige
mensen uit de wereld!
Daarom: ik protesteer tegen deze evolutietheorie als deze door mensen die zich
christen noemen aanvaard wordt. De evolutietheorie staat volkomen haaks op de
boodschap van de levende God.
Wie niet in de letterlijke schepping van het gehele heelal door God - zoals
beschreven in Genesis 1 - gelooft, kán geen kind van de Schepper zijn. Die is
misschien een kind van een andere god, maar niet van de God, die de Schepper is
van hemel en aarde en die in Genesis 1 bekend gemaakt heeft hoe Hij dat gedaan
heeft.
De evolutietheorie zegt, dat de mens is ontstaan uit het onpersoonlijke,
namelijk uit materie, tijd en toeval. Als dat waar zou zijn, dan is mijn leven
in feite een illusie, een wrange grap. Want hoe is het mogelijk, dat bij toeval
uit het onpersoonlijke een persoonlijk wezen ontstaat? Hoe is het mogelijk dat
aan het begin van de evolutie een „het” is, heel klein, ongelooflijk klein, zo
klein dat het met het blote oog niet te zien is, en dat dit ene „het” (waarvan
er echt maar één is) zich ontwikkelt tot een heleboel „hem”? Hoe kan uit een het
een hem voortkomen? Hoe kan uit een tafel een madeliefje, een roos of een tulp
groeien? Wie dit wil geloven, moet een groter „geloof” hebben, dan wie de
boodschap die de Bijbel vertelt over de schepping aanvaardt.
Wetenschappelijk is de evolutietheorie in feite onzinnig, die over een aantal
jaren weleens de grootste wetenschappelijke dwaling zou kunnen zijn.
Als de boodschap van de Bijbel
over het ontstaan van de schepping en van de mens
niet waar is,
wat kan ik dan nog geloven van de rest van Genesis 1-3?
Als gelovige herken ik mijzelf vanaf het begin van de Bijbel: In
een begin schiep God ook mij. Mijn leven werd woest, leeg en duister. Toen ging
God spreken en werd het licht in mijn leven.
De Bijbel leert mij, dat ook ik door God geschapen ben. De Bijbel leert mij, dat
ook ik in opstand gekomen ben tegen God. Ook ik was ongehoorzaam. Ook ik heb
schuld op mij geladen. Ik heb niet slechts schuldgevoelens, zoals de moderne
mens te horen krijgt, ik heb schuld.
De Bijbel leert mij dat de val van de mens, van de gehele mensheid een plaats
had in de geschiedenis van de mensheid. Het is niet een mythe, het is niet een
sprookje, het is bittere ernst. Het betekent, dat de mens er zelf voor gekozen
heeft om ongehoorzaam te zijn aan God en om verloren te gaan. God had de mens
van tevoren gewaarschuwd!
Wie in de evolutietheorie wil geloven en deze drie hoofdstukken uit het eerste
Bijbelboek als niet-reëel beziet, kan de redding door de Here Jezus ook niet als
een werkelijk historisch gebeuren in de geschiedenis van de mensheid bezien. Al
zou je je dit niet eens bewust zijn, het betekent toch, dat je de kruisdood van
Jezus ziet als een „oplossing” voor een niet echt ontstaan probleem. Dan wordt
de kruisdood van Jezus ook een mythe. Ben je dan nog een Bijbels-christen? Mijns
inziens niet.
Je gebruikt de woorden van de Bijbel, je praat mee in het koor van de
christenen, maar je woorden bedoelen iets anders, dan wat de wedergeboren
christenen bedoelen. Je kunt misschien heel vroom en interessant over alle
Bijbelse zaken meepraten, je kunt jezelf voorhouden, dat je ook een christen
bent, maar je bent het niet. Je wijst de meest fundamentele waarheid van Gods
Woord af. Je wijst God als de almachtige en als de alwetende af. Je werpt je op
als iemand die God ondergeschikt maakt aan jouw mening. Je ontneemt God Zijn eer
als Schepper, ja, je verwerpt Hem als Schepper. Hij is voor jou niet degene die
Zich in de Bijbel als Schepper openbaart. Hij is voor jou niet de almachtige en
rechtvaardige rechter. Hij is voor jou degene die ondergeschikt is aan jouw
mening.
Jij weet het beter dan God. Voor zulke mensen is misschien geen plaats in de
hemel. Zulke mensen gaan mogelijk met een ingebeelde hemel naar de hel, omdat ze
het fundament van de Bijbelse boodschap afwijzen.
Als je God en Zijn Woord serieus neemt, zul je Genesis 1-3 als één geheel moeten
zien en zul je het volgende moeten erkennen:
Het was mijn zonde en mijn schuld die een scheiding opwierp tussen God en mij.
Ik heb de barrière tussen God en mijzelf opgeworpen. Ik ben zelf schuldig aan
mijn val en aan het oordeel dat ik over mij heen gehaald heb. Het is mijn eigen
schuld dat God ook over mij moest uitspreken, dat ik voor eeuwig verloren ben.
God had gewaarschuwd, dat als je Hem ongehoorzaam bent, dat je dan de eeuwige
dood sterft, dat je dan voor eeuwig verloren bent (Genesis 2:17). Zo werd het
ook in mijn leven donker, woest, leeg en zinloos. Waar leefde ik nog voor? Wat
was mijn toekomstige bestemming? Waarheen leidde mijn weg? Ik was onderweg naar
het eeuwig oordeel, naar de eeuwige plaats van straf: de hel, de poel des vuurs.
Toen greep God in en zond uit liefde voor een verloren wereld Zijn Zoon om in
onze plaats de straf te dragen. Zo stierf Jezus aan het kruis van Golgotha. Hij
bevrijdde ons van onze schuld en uit de verlorenheid. Hij schonk ons het licht,
want Hij is het Licht (Johannes 8:12).
Nu blijkt, dat de boodschap van het kruis voor velen een dwaasheid is. Ze kunnen
en willen die boodschap niet aanvaarden. Daardoor blijven ze verloren. Ze missen
de heerlijkheid van God (Romeinen 3:23 NBG), want ze hebben geen contact met
God. Zo’n verbondenheid met God is onmogelijk voor hen. Terwijl ze zichzelf als
„normale mensen” beschouwen en waarschijnlijk enigszins geringschattend
neerkijken op christenen, zijn ze zelf in feite meelijwekkende figuren, die in
zekere zin abnormaal zijn. Ze zijn onderweg naar hun verderf, dat is hun
toekomst, en ze gaan gewoon verder. Dat is toch niet normaal?
Daarom roept de Bijbel ons op om eerlijk te zijn tegenover God en tegenover
onszelf. God biedt in de Here Jezus ons de redding aan uit het eeuwige oordeel.
Wie die redding afwijst, is als een dwaas voor eeuwig verloren.
Er is hoop: de enig ware God, de levende God, de Schepper van het ganse
universum, de Schepper ook van ons leven biedt de mogelijkheid tot redding. Deze
redding was een realiteit op het moment dat Jezus aan het kruis riep: „Het is
volbracht.”
Het Bijbels verslag van de schepping
Ik geloof in de levende God, die Zelf precies bekend gemaakt
heeft dat Hij de hemel en de aarde door „schepping” tot stand gebracht heeft
(Genesis 1:1). Ik geloof, dat Hij dit deed in het allereerste begin, waarvan ik
niet weet, hoe lang dit geleden is.
Ik geloof dat er niemand zo goed op de hoogte is van het ontstaan van het heelal
en van het leven op aarde, als God. Hij vertelt - weliswaar heel in het kort -
wat wij moeten weten. Hij vertelt:
| 1. | In het begin schiep Hij de hemel en de aarde, dat is: het gehele
heelal, het universum. Hoe lang geleden dit was, wordt er niet bij
vermeld. Het was in het allereerste begin, zoals God dit noemt. Dat
begin zou 1 miljoen jaar geleden kunnen zijn, maar ook 500 miljard jaar
geleden. Er wordt geen getal genoemd. God vertelt ons alleen dat er een
allereerste begin was waarin Hij het heelal schiep. Als de wetenschap
zegt, dat het heelal (en dus ook de aarde) al heel oud is, is dat voor
mij geen enkel probleem. De Bijbel zegt niet dat „het begin” waarvan
sprake is in Genesis 1:1 het begin is van Adam, maar dat dit het begin
is van het heelal. Jesaja 45:18 vertelt ons, dat we ons hierbij moeten realiseren, dat God onmogelijk een chaos geschapen kan hebben, omdat dit in strijd is met Zijn wezen. Jesaja zegt: „Dit zegt de HEER, die de hemel geschapen heeft – Hij is God! –, die de aarde gemaakt en gevormd heeft en die haar heeft gegrondvest – niet als chaos schiep Hij de aarde, maar om te bewonen heeft Hij haar gevormd: Ik ben de HEER, er is geen ander.” Letterlijk staat hier, dat Hij haar niet „woest en leeg” geschapen heeft. God is immers niet een God van wanorde, maar van vrede, dat is van harmonie, zo schrijft ook later de apostel Paulus (1 Corinthe 14:33). Jesaja maakt duidelijk, dat het onmogelijk is, dat de heilige God een aarde geschapen heeft die woest en leeg is. Als God schept, schept Hij geen wanorde, maar orde. Het is dus onmogelijk dat God een chaos schiep en de aarde zó een tijd lang heeft laten „voort modderen”. Er moet dus een oorzaak zijn, waardoor Gods schepping woest en leeg geworden is. |
| 2. | Het tweede vers van Genesis 1 vervolgt nu: „De aarde nu was woest
en ledig, en duisternis lag op de vloed, en de Geest Gods zweefde over
de wateren” (NBG). Het woordje „nu” is door de Statenvertalers en
door de vertalers van de NBG er bijgezet. Het staat niet in het
Hebreeuws. Daar zullen wij verder geen aandacht aan besteden. Waar het
om gaat is de vertaling van het Hebreeuwse woord, dat bij ons als „was”
vertaald is. Het gaat hier over het Hebreeuwse woord HJH, dat gewoon „zijn” en „bestaan” betekent, maar ook „worden” en „geschieden”. Het gezaghebbende Hebreeuwse Lexicon op het Oude Testament van H.W.F. Gesenius wijst ook op het feit, dat dit Hebreeuwse woord beide betekenissen heeft. Dit betekent, dat wij als lezers moeten kiezen of wij het woord HJH als ‘zijn’ vertalen of als ‘worden’. Moeten wij lezen: „De aarde WAS woest en leeg” of moeten wij lezen: De aarde WERD woest en leeg”? |
In Genesis 1:3 wordt het woord nogmaals gebruikt. Daar heeft het
de betekenis van ‘werd’: „En God zei: Er zij licht; en er was licht.” De woorden
‘zij’ en ‘was’ in dit vers zijn allebei de vertaling van het Hebreeuwse woord
HJH. De eerste keer in dit vers heeft het de betekenis van ‘zo moet het worden’.
De tweede keer heeft het de betekenis van ‘zo is het geworden’. Hierna wordt het
woord HJH in de Bijbel gebruikt als ‘het was zo’ en als ‘het werd zo’. Wij
kunnen dus vertalen ‘de aarde was woest en ledig’, maar wij kunnen ook vertalen
‘de aarde werd woest en ledig’. Onze vertalers kozen voor het eerste
woord. Was dat wel de juiste keuze die zij gemaakt hebben? Heeft God een chaos
geschapen, of is er een catastrofe geweest, waardoor de mooie schepping van God
een chaos geworden is?
Het is opmerkelijk, dat ook de profeet Jeremia schrijft over het land Israël in
woorden die herinneren aan de catastrofe die met de voormalige aarde te maken
moeten hebben. Jeremia schrijft: „Ik zag de aarde, en zie, zij was woest en
ledig; ik zag naar de hemel, en zijn licht was er niet. Ik zag de bergen, en
zie, zij beefden, en alle heuvelen schudden. Ik zag, en zie, er was geen mens,
en al het gevogelte des hemels was weggevlogen.” (Jeremia 4:23-25)
Met deze woorden beschrijft ook Jeremia een catastrofe die er geweest moet zijn
en die het einde betekende van het toenmalige leven.
Nu zegt Jesaja dat het onmogelijk is, dat God de aarde woest en leeg geschapen
heeft. Dat betekent, dat we niet moeten vertalen ‘de aarde WAS woest en
ledig’, maar dat we moeten vertalen ‘de aarde WERD woest en ledig’, of
‘de aarde is woest en ledig GEWORDEN’. Is dit in overeenstemming met
andere teksten uit de Bijbel? Ja!
Jesaja deelt mee, dat het onmogelijk is dat de heilige God een chaotische aarde
heeft geschapen. Het kan niet anders dan dat iemand anders de aarde woest en
leeg gemaakt moet hebben. De Bijbel geeft ons meer informatie over dit
onderwerp. Zo lezen wij in Jesaja 14 en Ezechiël 28 aan de hand van een oordeel
over de koning van Babel en de vorst van Tyrus over degene, die uiteindelijk de
inspirator van deze beide vorsten is geweest. Anders gezegd: aan de hand van de
beelden van beide vorsten wordt ons het nodige over de duivel meegedeeld. Het is
namelijk onmogelijk alles wat in beide schriftgedeelten staat alleen op mensen
toe te passen.
„Hoe zijt gij uit de hemel gevallen, gij morgenster, zoon des dageraads; hoe
zijt gij ter aarde geveld, overweldiger der volken! En gij overlegdet nog wel:
Ik zal ten hemel opstijgen, boven de sterren Gods mijn troon oprichten en
zetelen op de berg der samenkomst ver in het noorden; ik wil opstijgen boven de
hoogten der wolken, mij aan de Allerhoogste gelijkstellen. Integendeel, in het
dodenrijk wordt gij neergeworpen, in het diepste der groeve. Wie u zien,
beschouwen u, letten op u: Is dit de man, die de aarde deed sidderen, die
koninkrijken deed beven; die de wereld tot een woestijn maakte en haar steden
afbrak; die zijn gevangenen niet naar huis liet keren?”
(Jesaja 14:12-17 NBG)
Wie was deze morgenster die in de hemel was? Wie wilde aan God gelijk zijn? Wie
maakte de wereld tot een woestenij? Dat was satan, toen hij in zijn hoogmoed
tegen God in opstand kwam.
„Mensenkind, hef een klaaglied aan over de koning van Tyrus en zeg tot hem: zo
zegt de Here HERE: Volmaakt zijt gij van gestalte, vol van wijsheid, volkomen
schoon. In Eden waart gij, Gods hof; allerhande edelgesteente overdekte u: rode
jaspis, chrysoliet en prasem, turkoois, chrysopraas en nefriet, lazuursteen,
hematiet en malachiet. Van goud was het werkstuk, waarin zij waren gevat en aan
u vastgehecht; toen gij geschapen werdt, waren zij gereed. Gij waart een
beschuttende cherub met uitgespreide vleugels; Ik had u een plaats gegeven: gij
waart op de heilige berg der goden, wandelend te midden van vlammende stenen.
Onberispelijk waart gij in uw wandel, vanaf de dag dat gij geschapen werdt
totdat er onrecht in u werd gevonden: door uw uitgebreide handel zijt gij
vervuld geraakt met geweldenarij en kwaamt gij tot zonde. Van de berg der goden
verbande Ik u en deed u weg, gij beschuttende cherub, van tussen de vlammende
stenen. Trots was uw hart op uw schoonheid. Met uw luister hebt gij ook uw
wijsheid teniet doen gaan. Ter aarde wierp Ik u neer, en maakte u tot een
schouwspel voor koningen om met leedvermaak naar u te zien.
(Ezechiël 28:12-17)
Aan de hand van het beeld van de vorst van Tyrus wordt hier informatie verschaft
over de duivel. Hij was volmaakt en woonde in Gods hof van Eden, in het hemels
paradijs. Hij was niet zo maar een engel, hij was een cherub die voor Gods troon
stond. Hij is echter tot zonde gekomen, zoals ook Jesaja 14 meedeelde. Hij werd
echter door God uit de hemel naar de aarde geworpen. Deze opstand van de
morgenster tegen God, waarna hij de satan werd, heeft de hele toenmalige
wereld in zijn val meegesleept. De hele aarde is verwoest. Al het leven dat er
was, werd vernietigd. We weten niet welk leven er toen was. Wel weten we dat het
er mooi geweest moet zijn.
Over deze verwoesting van de toenmalige aarde schrijft ook de apostel Petrus. Ik
geloof in de betrouwbaarheid van de boodschap van Petrus, die niet spreekt over
de zondvloed, maar over het vergaan van de aarde, zoals God die in het
allereerste begin geschapen had. Petrus schreef over wat ongelovigen zeggen en
geeft daarop zijn commentaar:
„Vergeet vooral niet dat er aan het einde van de tijd spotters zullen komen, die
hun eigen begeerte volgen en smalend vragen: ‘Waar blijft Hij nu? Hij had toch
beloofd te komen? De generatie voor ons is al gestorven, maar alles is nog
steeds zoals het sinds het begin van de schepping geweest is.’ Ze gaan er dan
willens en wetens aan voorbij dat er in het begin al eens een hemel is geweest
en een aarde die door Gods woord gevormd was uit water en door middel van water,
en dat de toenmalige wereld vergaan is toen ze door het water werd overspoeld.
Maar de tegenwoordige hemel en aarde worden door datzelfde woord bewaard om op
de dag van het oordeel, waarop de goddelozen ten onder zullen gaan, te worden
prijsgegeven aan het vuur.” (2 Petrus 3:3-7)
Niet alleen Petrus schrijft over een wereld die er was vóórdat er sprake was van
onze wereld, hierover wordt ook in Joodse bronnen gesproken.
Petrus schrijft, dat er vóór onze wereld al een wereld geweest is en dat die
wereld „vergaan” is. In de NBG vertaling staan deze woorden wat scherper:
„Dit vooral moet gij weten, dat er in de laatste dagen spotters met spotternij
zullen komen, die naar hun eigen begeerten wandelen, en zeggen: Waar blijft de
belofte van zijn komst? Want sedert de vaderen ontslapen zijn, blijft alles zo,
als het van het begin der schepping af geweest is. Want willens en wetens
ontgaat hun, dat door het woord van God de hemelen er sedert lang geweest zijn
en de aarde, die uit en door het water bestaat, waardoor de toenmalige wereld is
vergaan, verzwolgen door het water. Maar de tegenwoordige hemelen en de aarde
zijn door hetzelfde woord als een schat weggelegd, ten vure bewaard tegen de dag
van het oordeel en van de ondergang der goddeloze mensen.”
Petrus schrijft niet, dat de aarde onder water kwam te staan, zoals dit het
geval was bij de zondvloed van Noach, maar dat de aarde „verzwolgen” is door het
water. De aarde is toen „vergaan”. Het Griekse woord dat hier als ‘vergaan’
vertaald is, is het Griekse woord apollumi. De eerste betekenis hiervan is ‘vernietigen,
geheel uit de weg ruimen, verwoesten, onbruikbaar maken’. Dat is wat anders
dan er bij de zondvloed gebeurde, toen de aarde en het leven op aarde en in de
zee niet vernietigd werd.
Petrus spreekt hier over een geweldige catastrofe, waardoor al het leven op
aarde vernietigd werd en de structuur van de aarde verwoest werd. Petrus spreekt
over een catastrofe waardoor bomen en dieren verpletterd werden. Petrus spreekt
over zo’n verandering op aarde - zoals het verschuiven van aarde en bergen - dat
de aarde onbruikbaar geworden was. Dat was beslist niet het geval bij de
zondvloed, toen de vissen en de bomen en de planten er nog waren. Noach had wel
de landdieren en de vogels in de ark, maar niet de bomen, de planten en de
vissen!
Er was na deze catastrofe geen leven meer op aarde. Dat is wat anders dan wat er
ten tijde van de zondvloed gebeurd is. Na de zondvloed was er nog steeds
plantaardig leven op aarde, terwijl de vissen er ook nog allemaal waren. Bij de
zondeval van satan heeft er een vreselijke catastrofe plaats gehad. Bossen zijn
in de aarde verdwenen. De bomen werden platgedrukt op elkaar, waarna de aarde
deze bomen weer bedekte. Dieren stierven en zonken plotseling in de aarde en
versteenden. Veel dieren zijn later in onze tijd in de aardlagen als fossielen
teruggevonden. De bossen diep in de aarde werden tot steenkool. Er ontstond olie
en gas in de lange tijd die het duurde voordat God een nieuw begin met de aarde
maakte. Je zou kunnen zeggen, dat God de aarde zó lang aan zijn lot overgelaten
heeft, totdat de aarde weer bruikbaar zou zijn voor de mens die nu leeft.
| 3. | En God zei: ‘Er zij licht’. (Genesis 1:3) Als je de Bijbel gewoon leest zoals
God het Zelf aan ons doorgegeven heeft, zie je de volgende feiten:
|
Ook dit is Bijbelkritiek!
Een groot aantal christenen heeft gemeend zich boven het gezag van de Bijbel te
kunnen plaatsen door denigrerende opmerkingen over de Bijbel te maken, zoals „de
Bijbel is geen geschiedenisboek, geen wetenschappelijke handleiding, geen
verhandeling over biologie of geologie. De Bijbel vertelt ons alleen van het
heilshandelen van God, enz.” Men zegt hiermee in feite, dat de heilige God die
ons de Bijbel gegeven heeft weinig of geen verstand van wetenschap,
aardrijkskunde, geschiedenis, biologie of geologie heeft. Wij weten het beter
dan Hij. Natuurlijk zal de moderne christen zich haasten om te zeggen, dat hij
zó niet over God denkt. Hij is zich echter niet eens bewust dat hij wél zó over
God denkt.
In het leven van de ware gelovige heeft niet de wetenschap het laatste woord,
maar God. God heeft het eerste en het laatste woord. Als God Zelf ons vertelt
dat Hij de aarde in 6 dagen geformeerd heeft, zoals wij dit lezen in Genesis
1:3v.v., dat Hij de mens uit het stof van de aarde maakte en hem de levensadem
inblies, dat Hij Eva maakte uit een rib van Adam, dat Hij de mens verbood te
zondigen, enz., heeft God Zich dan vergist toen Hij ons dit alles vertelde?
Dienen wij zó’n simpele God, dat Hij niet eens weet hoe de aarde ontstaan is?
Wordt het misschien tijd dat wij een berichtje naar de hemel zenden om God te
informeren, dat het heelal niet door Hem geschapen is, dat dit een vergissing
van Hem is, maar dat het heelal door evolutie ontstaan is? Zo’n mededeling aan
de Here God is in feite de uiterste consequentie van het geloof in de
evolutietheorie.
Ik lees de Bijbel zoals de Bijbel zelf zijn boodschap aan ons geeft. Ik luister
daarbij naar Hem, die de opperste Wijsheid is, God Zelf. Dan mag de wetenschap
zeggen hoeveel miljard jaar het heelal is. Ik haal mijn schouders op en zeg:
„Misschien is het heelal wel veel ouder. Het was in het begin dat God ‘het
begin’ noemde. Niet Zijn begin, want Hij is eeuwig!”
Dan mag de wetenschap zeggen, dat ik door evolutie ontstaan ben, dat ik het
product van het toeval ben. Ik haal opnieuw mijn schouders op en zeg: „Ik
gelukkig niet. Ik ben hier omdat de enig ware God, de levende God mij hier
gewild heeft. Ik ben geen vondeling op aarde. Ik ben Zijn beelddrager en ik ben
hier, omdat de Here God mij hier gewild heeft.” Daarom is mijn leven mooi en
rijk.
H.G. Koekkoek