|
Echtscheiding en Hertrouwen
Hoofdstuk 1
WIJ STAAN VOOR EEN GROOT PROBLEEM
Met droefheid moeten wij constateren, dat
steeds meer huwelijken eindigen met een echtscheiding. Dit
gebeurt zowel bij niet-gelovigen, bij reformatorische
gelovigen, alsook bij evangelische christenen. Ook in onze
kringen komt echtscheiding meer en meer voor. Helaas!
Enkele voorbeelden
Er stond eens een jonge vrouw voor mij. Zij
was een gelovige. Zij was 22 jaar oud. Een jaar eerder was
zij getrouwd. Haar man was ook een gelovige. Zij waren nog
maar enkele maanden getrouwd en toen ontdekte zij al, dat
hij een vriendin had en een vaste relatie met die vriendin
onderhield. Hun huwelijk eindigde al spoedig in een
echtscheiding. Nu stond zij voor mij. Zij wilde de weg van
de Heer bewandelen. Zij had ook niet willen scheiden, maar
zij kon niet anders. Ze was echter nog zo jong. Moest zij nu
de rest van haar leven alleen blijven, omdat haar man haar
bedrogen had? Mocht zij nooit meer trouwen, hoewel het haar
schuld niet was, dat hun huwelijk in een echtscheiding
geëindigd was?
Ik was op bezoek bij een andere vrouw. Zij was zwanger. Zij
had een blauw oog en haar lip bloedde. Haar man had weer
eens zijn zelfbeheersing verloren en had haar voor de
zoveelste keer geslagen. Hoewel zij zwanger was, had hij
haar zelfs letterlijk onder de bank getrapt. Ze kon zich
niet verweren tegen hem. Hij was veel sterker dan zij was.
Hoe lang moest zij zich nog laten mishandelen door hem? Het
werd niet minder - het werd steeds erger. Hij sloeg nu ook
regelmatig de kinderen; hij mishandelde hen. Hij gaf de
kinderen niet een klap omdat zij ondeugend waren, maar omdat
hij agressief was en zich niet kon beheersen. Zij had de
huisarts ingeschakeld, maar die kon ook niets doen. Moest
zij nu bij haar man blijven en het risico lopen, dat hij
haar ongeboren kind zou doodtrappen of één van haar kinderen
iets blijvends zou aandoen, noch afgezien wat hij haar zou
aandoen? Zij waren indertijd in de kerk getrouwd. Ze had
beloofd, dat zij hem nooit zou verlaten. Moest ze nu trouw
blijven aan haar belofte, met alle risico's van dien, of
mocht zij gaan scheiden?
Ik sprak een aangeslagen vrouw. Zij vertelde hoe ze na een
aantal jaren getrouwd te zijn van haar man te horen kreeg
“dat hij een vriend had”. De man had er geen bezwaar tegen
gewoon getrouwd te blijven, dat vond hij ook beter voor de
kinderen. Daarnaast wilde hij echter ook zijn vriend trouw
blijven. Hij wilde zijn vrouw zien als de moeder van zijn
kinderen en zijn vriend als zijn eigenlijke partner.
Deze vrouw kwam bij mij met de vraag, wat ze nu moest doen.
Moest ze doen wat haar man voorstelde? Ze walgde van hem.
Moest ze toch met hem verder gaan en hij gelijktijdig met
zijn vriend? Vroeg God van haar dat ze haar belofte van
trouw, die zij bij de huwelijkssluiting gedaan had, zou
eerbiedigen en moest ze haar man zijn zin geven? Maar hoe
moest ze met hem verder leven, nu hij gelijktijdig een
vriend had. Ze was nu al ten einde raad. Hoe moest ze dit de
rest van haar leven verwerken? Dan konden ze haar wel
opsluiten. Was dit nou echt de wil van God?
Zo maar enkele voorbeelden uit een lange rij van
voorbeelden, die ik u zou kunnen geven. Ik moest antwoord
geven op deze vragen, maar wat moest ik antwoorden? Ik kende
de tekst: "God haat de echtscheiding," maar ik durfde ook
niet de verantwoordelijkheid op mij te nemen, dat die ene
man zijn vrouw en of kinderen blijvend letsel zou bezorgen,
omdat ik gezegd had, dat zij niet mocht scheiden. Wat moest
ik doen? Wat zou u gezegd hebben? Mag ik de vraag een beetje
sterker stellen? U kunt natuurlijk gemakkelijk zeggen wat
die anderen zouden moeten doen, maar wat zou u doen, als het
uzelf betrof? Zou u dan ook zo makkelijk zeggen: “Gewoon
getrouwd blijven...?” Wat zou de Here Jezus gezegd hebben?
Een situatie als hier beschreven komt niet in de Bijbel
voor. Wat zou de Bijbel in zo'n situatie ons willen zeggen?
Wil God echt, dat je je laat mishandelen, als je maar niet
gaat scheiden? Wil God echt, dat je je kinderen regelmatig
laat mishandelen, als je maar niet gaat scheiden? Wil God
echt, dat een jonge vrouw van 22 jaar de rest van haar leven
gestraft wordt, omdat niet zij, maar haar man gezondigd
heeft? Wil God echt dat een vrouw getrouwd blijft als haar
man zegt, dat hij homoseksueel is en een relatie met een
andere man heeft? Is dit nou echt de boodschap van de
Bijbel?
Als dit de boodschap van de Bijbel is, zullen wij ons moeten
buigen, hoe moeilijk het ook is. Maar... is het wel de
boodschap van de Bijbel? Is dit in overeenstemming met de
vele teksten, die spreken over de liefde en de
vergevingsgezindheid van God?
Ik ging er studie van maken. Niet van één of twee teksten,
die over dit onderwerp handelen. Ik ging er studie van maken
in de hele Bijbel. Het resultaat vindt u hierna. Ik hoop,
dat u bereid bent even uw eigen mening opzij te zetten en
met mij te kijken wat de Bijbel zelf hierover zegt.
Wat moeten wij er mee?
Regelmatig stellen gelovigen de vraag, of
echtscheiding tegenwoordig niet gemakkelijk gemaakt wordt -
ook voor christenen.
Het kan zijn, dat er in bepaalde kringen in de wereld
gemakkelijk over echtscheiding gedacht wordt. Laten wij
echter nooit vergeten, dat wanneer gelovigen scheiden, zij
dit niet gemakkelijk doen. Dan is er heel wat leed aan
vooraf gegaan. Dit betekent ook, dat wij niet lichtvaardig
mogen oordelen over mensen die scheiden, als zouden zij de
gemakkelijkste weg gekozen hebben!
Bij het pastorale werk komen wij steeds opnieuw voor de
vraag te staan: “Hoe moet onze houding zijn ten opzichte van
hen, die willen scheiden of reeds gescheiden zijn?” “Kunnen
wij gescheiden mensen handhaven in de gemeente?” “Moeten zij
die gaan scheiden onder de tucht geplaatst worden? Zo ja,
wanneer eindigt de tucht?” "Mogen christenen die gescheiden
zijn en met een ander willen trouwen 'in de kerk' trouwen?"
"Kunnen gescheidenen en eventueel hertrouwden een functie in
de gemeente bekleden? Kunnen zij bijvoorbeeld ouderling
worden?" Allemaal belangrijke vragen, die velen stellen en
waarop velen ook "vanuit hun eigen denken" een antwoord
gegeven hebben, terwijl zij meenden, dat hun gedachten
Bijbels waren, ook al waren zij op slechts enkele teksten
gegrond. Zij meenden dat die paar teksten “het eind van alle
tegenspraak” waren. Wij mogen echter niet vergeten, dat de
hele Bijbel Gods Woord is. Een zeer belangrijke vraag
moet ook zijn: “Wat doen wij als gemeenten eraan, om
eventuele echtscheidingen van onze leden te voorkomen?”
ONS UITGANGSPUNT:
DE EENHEID VAN DE HEILIGE SCHRIFT
Zodra wij spreken over echtscheiding,
denken velen direct aan de woorden van de Here Jezus uit
Mattheus 5, waar wij lezen: "Gij hebt gehoord, dat er gezegd
is: 'Gij zult niet echtbreken.' Maar Ik zeg u: 'Een
ieder, die een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft in
zijn hart reeds echtbreuk met haar gepleegd.'"
(Mattheus 5:27) en "Er is ook gezegd: 'Al wie zijn vrouw
wegzendt, om een andere reden dan ontucht, maakt, dat er
echtbreuk met haar gepleegd wordt; en al wie een
weggezondene trouwt, pleegt echtbreuk.'" (Mattheus
5:32)
Op het eerste gezicht lijken deze teksten erg duidelijk, zo
menen de meeste christenen. Zij menen, dat het in beide
teksten over een gelijksoortige situatie gaat en dat de Heer
alles wat maar naar echtscheiding ruikt, direct en ten
strengste veroordeelt. Als wij deze teksten lezen en niet
uitgaan van wat wij denken dat er staat, maar
luisteren naar wat de Here Jezus Zelf echt gezegd heeft,
blijkt, dat de uitleg van de woorden van de Here Jezus heel
anders is, dan je op het eerste gezicht zou denken. Wij
willen daarom eerst Mattheus 5 wat beter bestuderen en
luisteren naar wat de Here Jezus hier werkelijk zegt.
Als wij dit onderwerp bestuderen, moeten wij niet de fout
maken, die velen juist bij dit onderwerp maken. Nooit hebben
zij problemen met de eenheid van de Bijbel en zien zij Oude
Testament en Nieuwe Testament als één geheel, behalve als de
echtscheiding ter sprake komt. Dan maken zij onderscheid
tussen het Oude Testament en het Nieuwe Testament. Zij
zeggen dan, dat het Oude Testament de echtscheiding (voor
Israël) wel kende, maar dat het Nieuwe Testament (voor de
Gemeente) de echtscheiding niet erkent. Zo spelen zij het
Oude Testament tegen het Nieuwe Testament uit, ook al zijn
zij zich daarvan niet bewust. Zo maken zij het Woord van God
(de Bijbel) een Woord, dat in zichzelf verdeeld is en dat
zichzelf tegenspreekt. Zo maken zij van God Iemand, die de
ene keer het ene zegt en een andere keer het andere. Je weet
dan nooit waar je aan toe bent.
Bij deze manier van denken beroept men zich op de Here
Jezus, die, naar hun mening, ook gezegd zou hebben, dat in
het Oude Testament het ene stond, maar dat Hij een nieuwe
boodschap bracht. Men denkt dit bij de woorden van Mattheus
5, waar staat: "Gij hebt gehoord, dat tot de ouden gezegd
is: "Wie doodslag pleegt, zal vervallen aan het gerecht.
Maar Ik zeg u... Wie tot zijn broeder zegt "leeghoofd", zal
vervallen aan de Hoge Raad en wie zegt "dwaas", zal
vervallen aan het hellevuur." (Mattheus 5:21,22) of: "Gij
hebt gehoord, dat er gezegd is: 'Gij zult niet
echtbreken'. Maar Ik zeg u..." (Mattheus 5:27) of: "Er
is ook gezegd: Al wie zijn vrouw wegzendt, moet haar een
scheidbrief geven. Maar Ik zeg u..." (Mattheus 5:31) en: "Gij
hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult uw naaste
liefhebben en uw vijand zult gij haten. Maar Ik zeg u: Hebt
uw vijanden lief en bidt voor wie u vervolgen." (Mattheus
5:43,44)
Velen denken, dat de Here Jezus hier de boodschap van het
Oude Testament stelt tegenover de boodschap van het Nieuwe
Testament. Men denkt dan, dat Hij hier de wet stelt
tegenover de genade. In feite zou de Here Jezus dan kritiek
gehad hebben op de wet. Dat had Hij beslist niet. Vergeet
niet, dat juist in ditzelfde hoofdstuk staat, dat de Here
Jezus gezegd heeft: "Meent niet, dat Ik gekomen ben om de
wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te
ontbinden, maar om te vervullen." (Mattheus 5:17) De
evangeliën wijzen ons er regelmatig op, dat alles wat de
Here Jezus deed het vervullen van de wet was!
Het gaat hier niet om een tegenstelling tussen de wet en het
evangelie. Als er bijvoorbeeld door de Here Jezus gezegd
wordt: "Wie doodslag pleegt, zal vervallen aan het gerecht"
(Mattheus 5:22), citeert de Here Jezus niet een tekst uit
het Oude Testament. Dit staat namelijk nergens in
het Oude Testament. Als Hij zegt: "Gij hebt gehoord, dat er
gezegd is: Gij zult uw naaste liefhebben en uw vijand
zult gij haten. Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief..."
(Mattheus 5:43,44) citeert de Here Jezus ook niet een tekst
uit de Bijbel, uit het Oude Testament, uit het Woord van
God. Nooit heeft God in Zijn Woord gezegd, dat je je
vijand mag haten. Dat staat nergens in de Bijbel. Dit
hadden waarschijnlijk de Essenen geleerd. De Bijbel leerde
in het Oude Testament juist: "Als uw vijand valt, verheug u
dan niet; als hij struikelt, jubele uw hart niet, opdat de
HERE het niet zie en het Hem mishage, zodat Hij Zijn toorn
van hem zou afwenden." (Spreuken 24:17,18) en: "Wanneer gij
een verdwaald rund of ezel van uw vijand aantreft, zult gij
ze hem zeker terugbrengen. Wanneer gij de ezel van uw vijand
onder zijn last ziet bezwijken, zult gij dit niet
onverschillig aan hem overlaten. Gij zult hem zeker helpen
met afladen." (Exodus 23:4,5) God had dus beslist niet
gezegd, dat je je vijand mocht haten. Ook het Oude Testament
leerde al, dat je je liefde moest betuigen aan je vijand. De
boodschap van de Here Jezus was dus niet tegengesteld aan
die van het Oude Testament en dus aan die van God de Vader.
Een zelfde situatie vinden wij bijvoorbeeld in Mattheus 15,
waar wij de Farizeeën en de schriftgeleerden aan de Here
Jezus de volgende vraag horen stellen: "Waarom overtreden uw
discipelen de overlevering der ouden?” (Mattheus
15:2) De Farizeeën en schriftgeleerden zeggen niet, dat de
discipelen de Torah, de wet van Mozes, de Bijbel,
overtreden, maar dat zij zich niet houden aan de leer van de
overlevering, aan de traditie, aan de uitwerking van de wet,
zoals de rabbijnen deze ingesteld hadden. De Here Jezus en
Zijn discipelen hebben zich altijd nauwgezet gehouden aan de
wet van Mozes. Zij kwamen wel in conflict met menselijke
inzettingen, die bedoeld waren om de wet uit te leggen en
die de mensen allerlei onnodige beperkingen oplegden. De
Heer heeft echter nooit de wet overtreden en heeft ook nooit
Zijn discipelen geleerd om de wet te overtreden! De wet was
immers door God Zelf gegeven!
Let er daarom op, dat wij in Mattheus 5 de Here Jezus
niet horen zeggen: "Er staat geschreven... Maar
Ik zeg u." Hij zegt steeds: "Gij hebt gehoord, dat er
gezegd is..." De Here Jezus maakt geen tegenstelling
tussen wat in de Bijbel staat en wat Hij leert, maar tussen
wat mensen leren en wat Hij leert. Hij
bestrijdt de leer, die sommige mensen zelf gemaakt hebben.
Als Hij openlijk kritiek gehad zou hebben op de Bijbel, dan
zou Hij zeker door de mensen als een Godslasteraar zijn
aangeklaagd en zou Hij terechtgesteld zijn. Dit is niet
gebeurd en is een bewijs, dat het in Mattheus 5 niet gaat om
een tegenstelling tussen het Oude Testament en het Nieuwe
Testament. Dit betekent, dat wij ook bij ons nadenken over
echtscheiding en hertrouwen geen tegenstelling mogen
scheppen tussen de leer van het Oude Testament en de leer
van het Nieuwe Testament. God is niet in Zichzelf verdeeld
en Zijn boodschap, Zijn leer, is dat ook niet! Wat in het
Oude Testament staat moet voor ons net zo betrouwbaar en
waardevol zijn als wat in het Nieuwe Testament staat, anders
zijn wij mensen, die aan "Bijbelkritiek" doen en zijn wij
beslist niet "Bijbelgetrouw".
Een tweede "bewijs" om aan te tonen, dat het Oude Testament
en het Nieuwe Testament elkaar bestrijden, meent men
gevonden te hebben in Mattheus 19:8, waar gesproken wordt
over echtscheiding en scheidbrief. Hier horen wij de Here
Jezus zeggen: "Mozes heeft u met het oog op de
hardheid uwer harten toegestaan uw vrouwen weg te zenden,
maar van den beginne is het zo niet geweest." Hier wordt
verwezen naar Deuteronomium 24:1-4, waar niet Mozes, maar
God de wet aan Israël geeft. Het feit, dat in Mattheus
19:8 naar "Mozes" verwezen wordt, betekent: het boek Mozes.
De "wet" werd in Israël ook wel "Mozes" genoemd, net zoals
bij ons in oude Staten Vertalingen sprake is van I Mozes (=
Genesis), II Mozes (= Exodus), enz. In Lucas 24:27 zien wij,
dat de Here Jezus het Oude Testament indeelde, zoals de
Joden dit gewend waren, in drie groepen: Mozes (dat is dus
niet de persoon Mozes, maar dat zijn de boeken van Mozes),
de profeten en de Schriften. Als de Here Jezus in Mattheus
19:8 het over "Mozes" heeft, bedoelt Hij dus niet de
persoon Mozes, maar het Bijbelgedeelte, dat
"Mozes" heet.
Wij willen u hier, misschien ten overvloede, wijzen op het
volgende:
In de volgende teksten komen wij "Mozes" tegen als benaming
van "de wet", "de Torah", "de vijf boeken van Mozes":
Mattheus 8:4; 22:24; Marcus 1:44; 7:10; 10:3,4; 12:19; Lucas
5:14; 16:29,31; 20:28; 24:27; Joh. 5:45,46; 7:22; 8:5. Dat
het hier echt gaat om het boek van Mozes en niet om
de persoon Mozes, zien wij bijvoorbeeld in Lucas
16:29 waar Abraham zegt: "Zij hebben Mozes en de profeten".
Op dat moment leefde Mozes al heel lang niet meer op aarde.
De persoon Mozes hadden zij niet, wel zijn boek. Daarom
spreekt Marcus 12:16 ook over "het boek van Mozes", dat is
"de wet". Lucas 2:22; 24:44 en Johannes 7:23 spreken ook
over "de wet van Mozes". De wet draagt de naam van Mozes,
omdat Mozes de wet had opgeschreven, zie Johannes 1:17,45;
7:19. De Bijbel leert echter duidelijk, dat de wet niet door
Mozes bedacht was, maar dat God tot Mozes gesproken had, zie
Johannes 9:29. Achter de wet staat dus God Zelf!
De wet is niet door Mozes gegeven, maar door God. Laten wij
dat nooit vergeten. Vergeet ook niet, dat de apostel Paulus
ons er op wijst, dat de wet heilig en goed is (Romeinen
7:12; 1 Timotheus 1:8 vgl. Romeinen 3:31). Vergeet ook niet,
dat de Here Jezus niet gekomen was om de wet te ontbinden,
om de wet terzijde te stellen of om de wet af te schaffen,
maar om de wet te vervullen. Vergeet ook niet, dat dat juist
staat in Mattheus 5, het hoofdstuk, waarvan men meent, dat
juist daarin de Here Jezus een tegenstelling gemaakt zou
hebben tussen het Oude Testament en het Nieuwe Testament.
Als er tenslotte sprake is van wat God samengevoegd heeft,
dat de mens dat niet mag scheiden (Mattheus 19:6), betekent
dit niet, dat het ene huwelijk, waarbij man en vrouw door
God bij elkaar gebracht zijn, niet gescheiden mag worden,
terwijl het andere huwelijk, waarbij man en vrouw niet door
God samengebracht zouden zijn, wel door middel van
echtscheiding mag eindigen. Daarover gaat het hier niet.
Hier gaat het over "het huwelijk" als een instelling. Het
wil ons zeggen, dat het huwelijk ons door God gegeven is.
Het huwelijk is niet door mensen bedacht. Ook als twee
ongelovigen met elkaar trouwen, maken zij gebruik van de
instelling, die God ons gegeven heeft: het huwelijk.
Mattheus 19:6 zegt, dat je die huwelijksband niet moet
verbreken en niet tot echtscheiding moet overgaan. De Here
Jezus voegt hier echter aan toe, dat de hardheid van onze
harten oorzaak kan zijn, dat je toch zult moeten besluiten
om tot echtscheiding over te gaan, hoe verschrikkelijk
droevig zo'n echtscheiding ook is. Er is echter geen
gescheidene, die zal zeggen, dat hij het fijn vond om tot
echtscheiding te moeten overgaan!
Je zou kunnen zeggen, dat de Here Jezus hier meedeelt, dat
God in de Bijbel een soort “ontsnappingsclausule” heeft
opgenomen voor mensen, bij wie het huwelijk niet voortgezet
kan worden. Terwijl God het huwelijk heeft gegeven als een
instelling die voor je hele leven geldt, heeft Hij tevens de
mogelijkheid gegeven - omdat wij nu eenmaal in een zondige
wereld leven! - om het huwelijk toch te laten eindigen. God
maakt duidelijk, dat Hij er niet op staat, dat twee mensen
levenslang bij elkaar blijven en levenslang elkaars leven
vergallen, als zij echt niet met elkaar kunnen samenleven.
In dat geval maakt God duidelijk, dat Hij mensen toestemming
geeft om hun huwelijksrelatie te verbreken.
U kunt het vergelijken met mensen die God een belofte gedaan
hebben. Die belofte moet je houden. Als echter blijkt, dat
je een domme belofte gedaan hebt, was al in de tijd van het
Oude Testament toegestaan, dat je door het brengen van een
offer aan God van je verplichting ontheven kon worden. God
blijkt bijzonder barmhartig te zijn voor de Zijnen. Hij
heeft geen behagen in mensen die hun eigen leven en elkaars
leven ruïneren.
DE TRADITIE OF DE BIJBEL?
Het moet voor ons vast staan, dat God alle
zonden haat; de zonden die u en ik doen, ook de zonden die
anderen doen (zoals de ruzies, die vaak bij echtscheiding
plaats hebben). Wij mogen niet doodslaan, niet echtbreken,
niet stelen, niet liegen en niet begeren wat van een ander
is (Exodus 20:13-17). Toch is bewezen dat alle mensen, ook
de christenen, liegen, zelfs vaak liegen. Wij hebben vaak
niet eens in de gaten dat wij liegen, maar daarom doen wij
het wel. Wij mogen van de Here Jezus ook nooit eens stiekem
in onze gedachten aan een andere man of vrouw denken, omdat
dit ook overspel is. Toch maken veel christenen zich hier
ook schuldig aan. Veel seksuele zonden komen ook bij veel
christenen voor. Wij zullen echter niet de echtscheiding van
anderen fel mogen afkeuren, terwijl wij zelf onze eigen
zonden blijven doen. De Heer Zelf heeft ons er op gewezen,
dat wij niet de ander moeten veroordelen, omdat hij een
splinter in zijn oog heeft, terwijl wij zelf een balk in ons
oog hebben! Zie Mattheus 7:3.
Wij mogen ook andere mensen niet een stempel opdrukken, als
God Zelf dit niet eens doet. Terwijl veel christenen
gescheiden mensen zien als “zondaars” is er niet één tekst
in de Bijbel te vinden, waar staat dat echtscheiding
een zonde is. Er staat, dat echtbreuk een
ernstige zonde is. Er staat nergens, dat echtscheiding
een zonde is. Wat het verschil is tussen echtbreuk en
echtscheiding zullen wij u later aantonen. Het is een
onbijbelse veroordeling van mensen om gescheiden mensen een
juk op te leggen, terwijl God dit niet doet. Natuurlijk is
God niet blij als een huwelijk in echtscheiding eindigt.
Maar Hij geeft de gescheidenen geen trap na, zoals mensen
soms wel doen...! Denk er daarom aan, dat er nergens in de
gehele Bijbel een tekst te vinden is, die zegt, dat
echtscheiding een zonde is!
Het feit dat echtscheiding in de Bijbel nooit als een zonde
gezien wordt, wordt bewezen door het feit, dat er nooit een
mens geweest is, die een offer moest brengen na zijn
echtscheiding om zich daardoor weer met God te verzoenen.
Echtscheiding bracht wel een breuk tussen twee mensen.
Echtscheiding betekende nooit een breuk tussen de
gescheidene en God. Op grond van het feit dat veel
christenen maar enkele teksten over de echtscheiding kennen
en alle andere teksten (en dat zijn er heel erg veel) over
dezelfde echtscheiding misschien wel willens en wetens
negeren, worden er veel verkeerde en onbijbelse uitspraken
gedaan. U leest het inderdaad goed: velen willen deze
teksten niet eens lezen. Ik heb dit heel duidelijk gemerkt
in vele gesprekken met mensen over de echtscheiding.
Ook zullen wij bij ons nadenken over echtscheiding niet
"de leer van de traditie", zoals deze door de
protestanten uit de katholieke kerk is overgenomen, moeten
handhaven. De R.K. kerk heeft in het verleden bepaald, dat
het huwelijk een sacrament is en daarom niet ontbonden kan
worden. Dit is echter niet in de Bijbel terug te vinden. Dit
is een regel, die deze kerk zelf bedacht heeft, maar die
niet door de Bijbel gesteund wordt.
Veel christenen hebben "op grond van de Bijbel" zoals
zij zelf zeggen, een uitgesproken mening over echtscheiding.
Zij denken, dat hun leer uit de Bijbel
afkomstig is. In werkelijkheid spreken zij gewoon de
traditie na. Zij spreken de leer van de R.K. kerk na, ook al
denken zij, dat zij zich aan de Bijbel houden. De Bijbel
heeft namelijk een heel andere boodschap dan die, welke in
de traditie over dit onderwerp verkondigd wordt. Wij moeten
luisteren naar wat de Bijbel zelf zegt. Daarbij moeten wij
niet slechts kijken naar één of twee teksten over dit
onderwerp, maar moeten wij de gehele Bijbel bestuderen.
God en Jezus zijn één in hun denken!
Ook moeten wij ons realiseren, dat het
onmogelijk is, dat de Here Jezus een andere leer zou brengen
dan de hemelse Vader gedaan heeft. Anders gezegd: wat de
Here Jezus zei kon wel in strijd zijn met wat de rabbijnen
leerden, maar het kan niet in strijd zijn met wat het Oude
Testament leerde. Wij zullen dus nooit mogen zeggen: "Dat
stond in het Oude Testament. Dat is door de Here Jezus
opgeheven." De Here Jezus kwam immers niet om de wet op te
heffen, maar om die juist gehoorzaam te vervullen (Mattheus
5:17). Hij erkende immers heel nadrukkelijk, dat het gehele
Oude Testament het Woord en de boodschap van God Zelf was.
Sommigen menen, dat de Bijbel in het Oude Testament over de
echtscheiding tegen de Joden spreekt, terwijl het Nieuwe
Testament over dit onderwerp tegen christenen uit de
heidenen spreekt. God zou dan tegen Joden - vanwege de
hardheid van hun harten - zeggen, dat zij wèl mochten
scheiden, maar God zou tegen christenen uit de heidenen
zeggen, dat zij níet mogen scheiden. Hebben heidenen, ook
gelovig geworden heidenen, dan geen last van de hardheid van
hun harten? Komt dat alleen bij Joden voor? Wie een klein
beetje het leven van christenen en niet-christenen kent,
weet, dat ook onder de christenen veel harde harten
voorkomen. En... het gaat niet alleen om aan wie de
boodschap gericht is (Joden of heiden-christenen), het gaat
vooral ook om wie de schrijver of spreker was.
Ook Paulus werd door God geleid
In het Oude Testament waren het Joden, die
de boodschap aan de mensen doorgaven. In het Nieuwe
Testament zijn het weer Joden, die de boodschap doorgeven
aan de gemeente. Juist Paulus schrijft over dit onderwerp.
Realiseer u, dat hij een Jood was. Realiseer u, dat hij een
opleiding tot rabbijn genoten had. Realiseer u, dat hij
geloofde in de inspiratie van de Heilige Schrift (het Oude
Testament) en deze Heilige Schrift niet zo maar naast zich
neer kon leggen, als hij aan heiden-christenen schreef. Ook
als Paulus aan heiden-christenen schreef, schreef hij als
rabbijn, als Jood, vanuit zijn geloof als Jood. En vergeet
niet, dat hij in zijn schrijven geleid werd door de Heilige
Geest!
Tenslotte zullen wij bij ons nadenken over huwelijk,
echtscheiding en eventueel hertrouwen, niet vanuit onze
westerse cultuur mogen uitgaan. De Bijbel spreekt niet over
de Nederlandse - of over de Romeinse wetgeving. Wij moeten
uitgaan van de Bijbelse, dat is de Joodse situatie. Om dit
onderwerp te kunnen bestuderen, moeten wij kennis hebben van
de Bijbelse en de Joodse achtergronden. U zult merken, dat
bepaalde Joodse woorden en gedachten in de Bijbel voorkomen.
Als je deze niet kent, trek je verkeerde conclusies.
Daarvoor moeten wij waken. Wij moeten de boodschap van de
Bijbel duidelijk gaan zien.
In het volgende hoofdstuk laten wij eerst zien wat in de
Bijbel het verschil is tussen echtscheiding en echtbreuk. |