BEGINPAGINA   |   INFORMATIE   |   ARTIKELEN   |   NIEUWS UIT ISRAEL   |   BOEKEN   |   CD'S   |    STUDIES   |   ZOEKEN   |   LINKS

Stichting Het Licht des Levens

 
menu
Nieuws uit Israël

printversie
Een Palestijns volk en een Palestijnse staat?
door Barbara Lerner

Ik geloof, dat het in de macht van Amerika is om de wereld beter en veiliger te maken, door vrijheid in het Midden Oosten te brengen. Ik ben een sterke supporter van de plannen van Bush om Irak te bevrijden, om een eind te maken aan het Baath-regime daar en de weg te bereiden voor democratie. Ik denk dat Irak daar rijp voor is. Europa kan blind zijn, maar de meeste Irakezen weten, dat Saddam Hoessein en zijn bende verantwoordelijk is voor hun ellende en niet Amerika of Israël en dat zij verlangend zijn om bevrijd te worden. Wanneer zij in staat zijn om stammen en godsdienst-verschillen vredig uit de weg te gaan, en de macht in een werkbare federatie kunnen verdelen, dan is slechts een korte bezetting nodig. Ik denk dat Iran, dat hard vecht om de tirannieke mullah’s te onttronen, er nog eerder rijp voor is en succes kan hebben met een klein beetje hulp van buiten. Ik denk dat President Bush er ook zo over denkt. Ik denk dat hij Iran ziet als het oostelijk uiteinde van een grote en nieuwe vrijheidsboog die zich uitstrekt over de hele noordelijke helft van het Midden-Oosten gebied van Iran tot Turkije. Ik denk dat het zijn bedoeling is om die nieuwe realiteit te creëren – een realiteit waar de despoten in het zuiden van het Midden Oosten mee zullen moeten concurreren, een realiteit waar hun onderdanen over zullen horen en die zij zullen benijden. Het is een visie die Amerika waardig is en die bereikbaar is tegen een kostprijs, die dat grote land zich kan permitteren.


Een Palestijnse democratie?

Maar het is onrealistisch, denk ik, om iets als een democratie te veronderstellen in het zuidelijke deel van het Midden Oosten op korte termijn. En het is een gevaarlijke illusie om ooit een Palestijnse democratie te verwachten. Kijk eerst eens naar Egypte, de bevolkingsgigant van het zuiden. De meeste Egyptenaren zien nog steeds Nasser – een megalomane misdadiger, ongeveer zoiets als Saddam Hoessein – als een held. De meeste mensen daar geven nog steeds de schuld van Egypte’s armoede, achterlijkheid en onderdrukking aan dezelfde zondebok van Nasser: Amerika en Israël. De huidige dictator van Egypte, Hosni Moebarak, pretendeert een vriend van Amerika te zijn, maar zijn door de regering gecontroleerde media pompt nog steeds dezelfde oude leugens en excuses op, demoniseert ons nog altijd, en pretendeert nog steeds dat de stagnatie van een halve eeuw van Egypte’s economie de schuld is van Amerika, en het jut nog steeds zijn lezers op tot een blinde haat tegen Amerika en Israël. En wat geldt voor Egypte, geldt ook voor andere zuidelijk Arabische staten.
We kunnen ze niet allemaal bezetten natuurlijk. Maar de situatie is toch niet hopeloos, omdat de meeste Arabische staten één belangrijk positief ding gemeen hebben met Duitsland en Japan. Wanneer je hun verkeerd geleide woede en de valse beschuldigingen dat externe vijanden verantwoordelijk zijn voor hun eigen falen wegneemt, dan blijft er toch nog altijd iets achter – iets wat uitgaat boven haat, waarop een niet-oorlogvoerende nationale identiteit te bouwen is. Er bestond een Duitsland vóór de Nazi's – een land en een volk met een eigen unieke taal en cultuur, een cultuur die Bach en Goethe heeft voortgebracht en Hitler. Er bestond ook een Egypte, lang voor Nasser en Moebarak – een Egypte met een groot verleden en dat geldt voor de meeste andere volken in het Midden Oosten. Dit geldt ook voor vele oude volken in de regio wie een eigen staat reeds eeuwenlang ontkend wordt – de Koerden bijvoorbeeld, en de Berbers.


Een Joodse staat mag er niet komen!

Maar het geldt niet voor de "Palestijnen". Zij hebben geen verleden om op terug te kijken. Geen vergane glorie, geen natie of volk, geen unieke taal of geschiedenis of cultuur. En geen wonder. Vóór de zestiger jaren van de afgelopen eeuw bestonden zij niet. Zij zijn net zo’n product van die zestiger jaren als de kreten "Maak liefde, geen oorlog" of dat soort lieftalligheden van de democratische "Ho-Ho-Ho Chi Minh". Vóór de jaren zestig, toen Arabieren uit wat nu Jordanië, Egypte en Syrië is, de Jordaan overtrokken om voordeel te halen van nieuwe economische mogelijkheden die geboden werden door de terugkerende Joden, namen zij hun nationaliteit mee van hun thuislanden, of van welk Arabisch land dan ook, dat beweerde het soevereine recht te hebben over het land in die tijd. Het waren hoofdzakelijk Jordaniërs, maar alle drie de Arabische staten beweerden recht te hebben op het land en elk regeerde het, of een deel ervan, op verschillende tijdperken in de geschiedenis. Niettegenstaande intra-Arabische rivaliteit, stemden alle Arabische volken over de hele wereld – 200 miljoen man sterk – er mee in dat van begin af aan de Joden nimmer enig deel van het oude Israël zouden krijgen, dat alles, van de Rivier Jordaan tot de Middellandse Zee Arabisch land is en dat Arabieren iedere centimeter ervan zouden terugnemen. Dat klonk goed in de oren van de Arabische toehoorders, maar het veroorzaakte wat ineffectieve relaties met de buitenwereld: "Help 200 miljoen Arabieren om een handvol Joden in de zee te drijven" was destijds geen winnende slogan in de meeste delen van de wereld. En nadat dat handjevol Joden de aanvallende Arabische miljoenen oorlog na oorlog verslagen had, werd het een verplichting, die het verenigde Arabische verwerpingsfront zich niet langer meer kon permitteren.


Arabische propaganda

Niet in staat militair te winnen, namen zij in plaats daarvan hun toevlucht tot de diplomatieke aanval, met een onmedogenloze nieuwe propaganda-oorlog. De eerste taak daarvan was het feit te verduisteren, dat de Arabische Goliath nog steeds erop uit was om de Israëlische David de vernietigen. Daartoe was een miniatuur verwerpingsfront nodig – een paar miljoen Arabische strijders om een verkoopbaar imago aan de wereld te bieden, een ersatz slachtoffer om te concurreren met het te reële werkelijke slachtoffer-beeld van de Joden. En dus werd een nieuw Arabisch volk uitgevonden, "de Palestijnen", wier enige raison d’être hun haat tegen de joden is, die gebaseerd is op hun valse claim dat "hun land" van hen gestolen werd door de inhalige, buitenlandse Joodse onderdrukkers. Deze nieuwe identiteit gaf het nieuw geschapen Arabische volk een onmiddellijk kant en klare claim op een aparte nieuwe staat voor henzelf, en het gaf tevens iedere Arabische dictator een wrede nieuwe rede om voor te vechten – een nieuw en effectiever middel om de woede van het volk over hun eigen onderdrukking door hun eigen dictators af te wenden op een gefabriceerde onderdrukking van buitenaf. Om die rage een permanente basis te geven, maakten alle Arabische staten paria's van de zogenaamde Palestijnen, populaire paria's weliswaar, maar toch, paria's. De Palestijnen waren in geen enkele staat welkom, behalve in Jordanië, waar zij de meerderheid vormen en zelfs daar is de deur voor verdere immigratie voor hen gesloten. Bedenk wel: één miljoen Joden, die sinds onheuglijke tijden in het Midden Oosten gewoond hadden, werden de Arabische landen uitgegooid en in Israël opgenomen, maar de Arabieren in Israël werden opgesloten, overladen met een constante stroom van propaganda, voorzien van clandestiene wapens en hen werden enorme sommen geld gegeven om Joden te vermoorden.

Deze Arabieren zullen nooit vrede maken, zij zullen nooit de zegen van een democratie kennen, zolang zij worden aangemoedigd zich vast te bijten in hun gehate identiteit van "Palestijnen". Zij zijn geen apart volk; zij zijn een deel van het Arabische volk en, met slechts weinig uitzonderingen, moeten zij daarin weer terug geabsorbeerd worden. Tot dan zal er nimmer vrede zijn in Israël of een lang durend en blijven proces naar democratie in de zuidelijke Arabische staten. De grootste vergissing die Amerika kan maken, is wanneer zij deze kwade identiteit in leven houdt, door het een door de VS. gesponsorde mini-staat te geven. Het oude land Israël is reeds verdeeld geworden tussen Arabieren en Joden, in Jordanië en Israël. Het kan niet opnieuw verdeeld worden met de oprichting van nog een levensvatbare staat.
 

– Freelance schrijfster Barbara Lerner heeft een serie interviews gevoerd met Israëlische politici, journalisten, godsdienstige leiders en gewone burgers in de periode tussen 27 januari en 17 februari 2003.

Overgenomen met toestemming van Zwi Goldberg uit Netanya.

Naschrift: Voor alle duidelijkheid: wij hebben geen antipathie tegen de Palestijnen. Zoals het echter het goed recht is van Arabieren en islamieten om voor hun mening uit te komen, zo is dat ook ons goed recht. Als christenen leven wij met de Goddelijke opdracht, dat wij om Zions wil niet mogen zwijgen (Jesaja 62:1).


BEGINPAGINA | INFORMATIE | ARTIKELEN | NIEUWS UIT ISRAEL | BOEKEN | CD'S | STUDIES | ZOEKEN | LINKS
© Copyright 2001-2012 Stichting Het Licht des Levens