Nieuws uit Israël
Palestijnen verdienen aan bouw muur. Met medeweten van Yasser Arafat. 30 juli 2004
door Tony Jurg
Palestijnse zakenmensen hebben miljoenen euro's verdient met het leveren van cement voor de constructie van de veiligheidsbarrière, aldus Inigo Gilmore in de Sunday Telegraph van 25 juli 2004.
zie:
www.telegraph.co.uk/news/main.jhtml?xml=/news/2004/07/25/wmid25.xml
Volgens een vernietigend rapport, opgesteld door drie onafhankelijke Palestijnse juristen, was Yasser Arafat hiervan volledig op de hoogte en ondanks zijn publieke uitspraken dat deze constructie een "misdaad tegen de mensheid" is, ondernam hij geen enkele actie.
Beambten van de PA werden door Palestijnse zakenmensen omgekocht om vergunningen af te geven om cement te leveren voor de veiligheidsbarrière van Israël. Egyptische bedrijven verkochten het cement met een korting van US$ 22 per ton aan de Palestijnen om te worden gebruikt voor de herbouw van door Israël verwoeste Palestijnse woningen. Het cement werd echter met een toeslag van zeker US$ 15 - mogelijk zelfs US$ 100 - per ton doorverkocht aan Israël.
Tussen september 2003 en maart 2004 is 420 duizend ton door Egypte gesubsidieerd cement geleverd aan drie grote Palestijnse bedrijven. Volgens het rapport is slechts 33 duizend ton daadwerkelijk op de Palestijnse markt gekomen. Het overgrote deel is op trucks van deze drie firma's naar Israël vervoerd. De totale winst voor de eigenaren van deze firma's is meer dan 6 miljoen dollar.
Het cement werd onder andere gebruikt voor de constructie van een muur in de Palestijnse plaats Baqa el-Gharbiya.
Het rapport stelt dat hooggeplaatste Palestijnse beambten van het ministerie voor de Nationale Economie en naaste adviseurs van Arafat hiervan op de hoogte waren. Een van de drie schrijvers van het rapport, Hassan Khreishe - een onafhankelijk jurist en reeds lang een criticaster van Arafat - riep het Palestijnse kabinet dan ook op om af te treden.
"Welgestelde Palestijnen met connecties in de hoogste regionen strijken miljoenen op met het helpen van Israël bij de bouw van deze muur, terwijl Arafat en de PA de mensen dringend oproepen om te vechten tegen deze muur" aldus Khreishe, raadslid in Tulkarim, een stad op de West-Bank.
"Waarom Arafat niets doet, dat weet ik niet. Deze mensen zijn verraders en brengen schande over ons, zij moeten worden bestraft."
Een beambte van het kantoor van Arafat wilde niet ingaan op de beschuldigingen omdat 'het dossier is gesloten en nu in handen van de Wetgevende Raad is'. De Wetgevende Raad startte vorig jaar een onderzoek nadat Egyptische journalisten een link ontdekten tussen een Duits-Joodse zakenman en de Palestijnse bedrijven.
Volgens het rapport is op 9 november 2003 een brief gestuurd aan Arafat door de accountant van de PA waarin melding wordt gemaakt van een 'ongelimiteerde' importvergunning voor het cement. Deze vergunning was ondertekend door Maher al-Masri, de Minister van Economische zaken. De accountant gaf aan dat het cement bestemd was voor de bouw van de muur.
De brief is door Arafat ontvangen op dezelfde dag waarop hij de mensen opriep om te demonstreren ter gelegenheid van de eerste internationale 'dag tegen de muur'. Volgens Khreishe, ondernam Arafat geen acties om deze importen te stoppen. De importen zijn daarna nog 5 maanden doorgegaan.
De onthullingen in het rapport zijn bijzonder beschamend voor Arafat omdat hij de internationale gemeenschap probeert te mobiliseren om de bouw van de 'muur' te veroordelen.
|