|
| |
Evangelisatie serie - Waarom...?
Ik geloof niet dat Jezus ooit bestaan heeft
Ze maken je maar wat wijs dat Hij ooit geleefd heeft.
Wie bewijst mij dat Hij echt op aarde geleefd heeft?
Is het niet vreemd, dat mensen zich nooit afvragen of Napoleon ooit geleefd heeft of Karel de Grote? Er is geen mens
die eraan twijfelt of keizer Nero ooit geleefd heeft, of keizer Augustus. Er is geen mens die twijfelt of koning
Nebucadnezar ooit geleefd heeft of de Farao’s van Egypte. Mensen zeggen zelfs niet te twijfelen aan het bestaan van
Mozes of David. Maar zodra we over Jezus praten, zeggen ze ineens te twijfelen of hij ooit bestaan heeft. Dat is geen
normale reactie. Dat is een reactie die alleen kan voortkomen uit het feit, dat mensen met alle geweld niets met Hem
te maken willen hebben. Ze weten, dat als ze erkennen, dat Hij geleefd heeft, ze ook rekening met Hem moeten houden.
Als het gaat om het bestaan van Jezus, zijn er duidelijke bewijzen dat Hij echt geleefd heeft. Niet alleen Zijn
vrienden bewijzen dit, maar ook Zijn vijanden! Wij geven enkele voorbeelden:
In de Talmoed, het Joodse "handboek" (om het zo maar gemakshalve even te noemen), wordt verteld over Jezus die nu
zo’n 2000 jaar geleden geleefd heeft. De Talmoed stelt zich op als een vijand van Jezus, maar erkent wel het bestaan
van Jezus. Denk nu niet, dat de Talmoed een boek uit onze tijd is. De Talmoed is zeer, zeer oud en beschrijft het
leven in Israël zo’n 2000 jaar geleden!
De Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus, die in de eerste eeuw van onze jaartelling leefde en in dienst stond
van de Romeinen, heeft de Joodse geschiedenis beschreven en tevens een aantal feiten uit het leven van de Here Jezus
vermeld. Hoewel hij zelf geen volgeling van de Here Jezus was, heeft hij toch verteld van het leven van Jezus, Zijn
daden, Zijn sterven en de mededelingen over Zijn opstanding. Ook vertelde hij van de opschudding die er ontstond,
toen men het bericht kreeg, dat Jezus uit de dood zou zijn opgestaan.
In JOODSCHE HISTORI boek XVIII hoofdstuk 4 - 772 schreef Flavius Josephus het volgende:
"Te die tijde was er een zekere Jezus, een wijs mens, indien men hem althans een mens noemen mag; want zijn werken
waren wonderbaar. Hij onderwees degenen, die gaarne in de waarheid onderricht wilden worden, hij werd gevolgd niet
alleen door vele Joden, maar ook door vele heidenen. Deze was de CHRISTUS, die door de oversten onzes volks bij
Pilatus aangeklaagd en op zijn bevel gekruisigd werd. Doch die hem bij zijn leven gevolgd hadden, verlieten hem na
zijnen dood niet; want hij is hun ten derden dage weer levend verschenen, gelijk de goddelijke profeten, onder meer
andere wonderlijke dingen, van hem voorzegd hadden. Aan hem is het dat de Christenen, die tegenwoordig nog bestaan,
hun naam ontleend hebben."
Realiseer u, dat dit het bericht is van een officiële geschiedschrijver, iemand die niet tot de kring van de christenen
behoorde en een eerlijk geschiedkundig verslag gaf!
Er zijn echter meer geschiedschrijvers uit die tijd, die niet tot de volgelingen van Jezus behoorden en toch Zijn
bestaan en de gebeurtenissen rond Zijn dood bevestigd hebben. De Romeinse geschiedschrijvers Plinius en Tacitus
vertellen beiden het feit, dat een zekere Jezus door de stadhouder Pontius Pilatus gekruisigd werd, waarna deze Jezus
uit de dood opgestaan is.
Vriend en vijand van Jezus Christus uit de eerste eeuw van onze jaartelling bevestigen dat Jezus echt geleefd heeft.
Ook bevestigen zij het verhaal van Zijn sterven aan een kruis en Zijn opstanding uit de dood. Het is niet alleen het
verslag dat de Bijbel geeft, dat ons duidelijk maakt, dat Jezus echt geleefd heeft en wat er met Hem gebeurd is. De
Joden, die Jezus verwerpen, erkennen, dat Hij geleefd heeft, gestorven is en dat Hij uit de dood is opgestaan. Zelfs
heidenen, die niet tot Joden of christenen behoorden, erkennen deze feiten. Is het dan niet dwaas, dat er iemand zou
zijn, die zich vandaag zou afvragen, of Jezus wel echt geleefd heeft en of de verhalen die de Bijbel van Hem vertelt,
wel op feiten berusten?
Mag ik u vragen, of u nog eens uzelf wilt afvragen, of u achter uw mening blijft staan, of dat u uw mening wilt herzien?
|
|