Internet Bijbel studie - Wie is Jezus - les 5
Tienduizenden, misschien wel honderdduizenden in de gehele wereld volgden reeds in verschillende talen en in
een aantal landen een studie over het evangelie van Johannes. Zij deden dit door middel van een schriftelijke
studie. U gaat het op een moderne manier doen: via internet.
Deze studie gaat over de speciale vraag: "Wie is Jezus?" Het antwoord op deze bijzondere vraag zoeken wij in
het evangelie van Johannes. De cursus is samengesteld door ds. H.G. Koekkoek.
Aan het eind van elke les worden vragen gesteld die u dient te beantwoorden. De antwoorden krijgt u in de
volgende les.
Antwoorden les 4
| 1. |
Wie was, behalve de discipelen en Maria, ook op de bruiloft genodigd? |
| |
Jezus (:2). |
| 2. |
Wat zei Maria tegen de bedienden, waaruit bleek, hoe groot haar geloof in Jezus was? |
| |
‘Doe maar wat Hij jullie zegt, wat het ook is.’ (:5). |
| 3. |
Wat heeft Jezus door het wonder in Kana geopenbaard? |
| |
Zijn grootheid, dat is Zijn heerlijkheid (:11). |
| 4. |
Wat hadden de kooplieden eigenlijk van het huis van God gemaakt? |
| |
Een markt (:16). |
| 5. |
Toen Jezus zei: „Breekt deze tempel af en binnen drie dagen zal Ik hem doen herrijzen”, waarover sprak Hij toen? |
| |
Zijn lichaam (:21). |
| 6. |
Waardoor geloofden velen in Zijn naam? |
| |
Doordat zij de wondertekenen zagen die Hij deed (:23). |
| 7. |
Uit welk vers blijkt, dat Jezus elk mensenhart kent? |
| |
Vers 25. |
| 8. |
In enkele teksten wordt verteld wat de reactie van de leerlingen was op de bruiloft in Kana en op de tempelreiniging. Wat geloofden zij? |
| |
a. In de Here Jezus Zelf (:11). |
| |
b. De Schrift (dat is: de Bijbel) (:22). |
| |
c. Alles wat Jezus gezegd had (:22). |
| |
d. In Zijn Naam (:23). |
| 9. |
Een persoonlijke vraag: Waar moet uw lichaamstempel gereinigd worden om beter dienstbaar te kunnen zijn als woonplaats van de Heilige Geest van God? |
| |
Deze vraag kunt u alleen zelf beantwoorden. Vraag uzelf biddend af, waarin uw leven misschien moet veranderen. |
| 10. |
Wat kan Jezus voor u persoonlijk betekenen, zoals dit blijkt uit deze les en dit gedeelte uit de Bijbel? |
| |
Hij wil mij helpen waar problemen zijn. Hij wil mij vreugde geven, waar geen vreugde meer is. Hij wil mij reiniging schenken waar onreinheid is. Ja, Hij wil mij zelfs maken tot een tempel van de Heilige Geest. |
Wie is Jezus? - les 5
Jezus en de nieuwe geboorte
1 Zo was er een Farizeeër, een van de Joodse leiders, met de naam Nikodemus.
2 Hij kwam in de nacht naar Jezus toe. ‘Rabbi, ‘zei hij, ‘wij weten dat u een leraar bent die van God gekomen is, want alleen met Gods hulp kan iemand de wondertekenen doen die u verricht.’
3 Jezus zei: ‘Waarachtig, ik verzeker u: alleen wie opnieuw wordt geboren, kan het koninkrijk van God zien.’
4 ‘Hoe kan iemand geboren worden als hij al oud is?’ vroeg Nikodemus. ‘Hij kan toch niet voor de tweede keer de moederschoot ingaan en weer geboren worden?’
5 Jezus antwoordde: ‘Waarachtig, ik verzeker u: niemand kan het koninkrijk van God binnengaan, tenzij hij geboren wordt uit water en geest.
6 Wat geboren is uit een mens is menselijk, en wat geboren is uit de Geest is geestelijk.
7 Wees niet verbaasd dat ik zei dat jullie allemaal opnieuw geboren moeten worden.
8 De wind waait waarheen hij wil; je hoort zijn geluid, maar je weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat. Zo is het ook met iedereen die uit de Geest geboren is.’
9 ‘Maar hoe kan dat?’ vroeg Nikodemus.
10 ‘Begrijpt u dit niet, ‘zei Jezus, ‘terwijl u een leraar van Israël bent?
11 Waarachtig, ik verzeker u: wij spreken over wat we weten en we getuigen van wat we gezien hebben, maar jullie accepteren ons getuigenis niet.
12 Wanneer jullie me niet geloven als ik over aardse dingen spreek, hoe zouden jullie me dan geloven als ik over hemelse dingen spreek?
13 Er is toch nooit iemand opgestegen naar de hemel behalve degene die uit de hemel is neergedaald: de Mensenzoon?
14 De Mensenzoon moet hoog verheven worden, zoals Mozes in de woestijn de slang omhoog geheven heeft,
15 opdat iedereen die gelooft, in hem eeuwig leven heeft.
16 Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.
17 God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door hem te redden.
18 Over wie in hem gelooft wordt geen oordeel uitgesproken, maar wie niet in hem gelooft is al veroordeeld, omdat hij niet wilde geloven in de naam van Gods enige Zoon.
19 Dit is het oordeel: het licht kwam in de wereld en de mensen hielden meer van de duisternis dan van het licht, want hun daden waren slecht.
20 Wie kwaad doet, haat het licht; hij schuwt het licht omdat anders zijn daden bekend worden.
21 Maar wie oprecht handelt zoekt het licht op, zodat zichtbaar wordt dat God werkzaam is in alles wat hij doet.’
22 Daarna ging Jezus met zijn leerlingen naar Judea. Daar bleef hij enige tijd en hij doopte er. 23 Johannes doopte toen ook, in Enon, dicht bij Salim, een waterrijk gebied. Daar kwamen de mensen naar toe om zich te laten dopen.
24 Johannes was immers nog niet gevangengezet.
25 Er ontstond een discussie tussen de leerlingen van Johannes en een Jood over het reinigingsritueel.
26 Ze gingen naar Johannes en zeiden tegen hem: ‘Rabbi, de man die bij u aan de overkant van de Jordaan was, over wie u een getuigenis afgelegd hebt, is aan het dopen en iedereen gaat naar hem toe!’
27 Johannes antwoordde: ‘Een mens kan alleen ontvangen wat hem door de hemel gegeven wordt.
28 Jullie kunnen van mij getuigen dat ik gezegd heb: “Ik ben de Messias niet, maar ik ben voor hem uit gezonden.”
29 De bruidegom krijgt de bruid; de vriend van de bruidegom staat te luisteren en is blij dat hij de stem van de bruidegom hoort. Dat vervult mij met grote vreugde.
30 Hij moet groter worden en ik kleiner.
31 Hij die van boven komt staat boven allen, wie uit de aarde voortkomt is aards en spreekt de taal van de aarde. Hij die uit de hemel komt en boven allen staat,
32 getuigt van wat hij gezien en gehoord heeft, en toch wordt zijn getuigenis door niemand aanvaard.
33 Wie zijn getuigenis wel aanvaardt, bevestigt daarmee dat God betrouwbaar is.
34 Hij die door God gezonden is, spreekt de woorden van God, en God schenkt de Geest in overvloed.
35 De Vader heeft de Zoon lief en heeft alle macht aan hem overgedragen.
36 Wie in de Zoon gelooft heeft eeuwig leven, wie de Zoon niet wil gehoorzamen zal dat leven niet kennen; integendeel, Gods toorn blijft op hem rusten.’
(Johannes 3)
In het evangelie van Johannes zien wij hoe de Here Jezus de mensen, die een eigen, menselijke invulling gegeven hebben aan het dienen van God, aanklaagt. Aan de andere kant zien wij, hoe Hij een oneindig en liefdevol geduld heeft met ernstige zoekers, of zelfs met „eerlijke twijfelaars”. In hoofdstuk 3 worden wij in kennis gesteld van misschien wel het meest beroemde gesprek, dat de Heer Jezus ooit heeft gehouden met één enkel mens, namelijk met Nikodemus.
Nikodemus was een zeer hooggeplaatst godsdienstig leider; hij behoorde bij de Farizeeën en was lid van het Sanhedrin. Hij is nog altijd bekend bij de Joden. Zijn naam komt namelijk in één van hun belangrijkste boeken - de Talmoed - voor. Juist hij erkende, dat de dienst van de Here Jezus de goedkeuring van God droeg. Hij heeft gezien, dat God stond achter de tekenen die Jezus deed. Daarom begint hij zijn gesprek ook over deze dingen (:2). Ook erkende juist hij, als groot godsdienstig leider, het gezag van Jezus als rabbijn. Hij sprak Jezus immers aan met “Rabbi”.
Nikodemus hoorde bij de Farizeeën. Er waren in Jezus’ tijd twee belangrijke stromingen: de Farizeeën en de Sadduceeën. De Farizeeën waren recht in de leer, de Sadduceeën geloofden niet in engelen en ook niet in de opstanding uit de doden (zie Mattheüs 22:23 en Handelingen 23:8). Hoewel de Heer Jezus de levenswijze van de Farizeeën afkeurde, maakte Hij duidelijk, dat zij recht in de leer waren en dat hun uitleg van de Bijbel gevolgd diende te worden. Wij lezen dit in de volgende tekst: “Daarna richtte Jezus zich tot de menigte en tot zijn leerlingen en zei: ‘De schriftgeleerden en de Farizeeën hebben plaatsgenomen op de stoel van Mozes. Houd je dus aan alles wat ze jullie zeggen en handel daarnaar; maar handel niet naar hun daden, want ze doen zelf niet wat ze jullie voorhouden.’” (Mattheüs 23:1-3) U leest het goed. Jezus zei: “Houd je dus aan alles wat ze jullie voorhouden!”
Het feit dat de Heer hier zei, dat de Farizeeën op de stoel van Mozes zitten, is geen kritiek. Het betekent niet, wat velen denken, dat ze zichzelf in de plaats van Mozes zagen. Dat zagen ze juist niet. De Farizeeën hadden grote eerbied voor Mozes en wilden juist heel eerbiedig en oprecht de boodschap die Mozes van God gekregen had uitleggen.
In iedere synagoge was een speciale plaats van waaraf het Woord van God uitgelegd werd. Hier werden de woorden die Mozes namens God aan het volk had mogen doorgeven, verklaard. Het was de stoel waarop de leraar zat als hij uitleg gaf over de boeken van Mozes. Daarom werd die plaats “de stoel van Mozes” genoemd. Het is de plaats die wij in de kerk gewend zijn om “de preekstoel” te noemen.
Nikodemus was een oprecht mens. Hij heeft zich later ook als een vriend van de Here Jezus doen kennen (zie Johannes 7:45 54 en 19:38 42). In deze nacht kwam hij reeds bij de Heiland met een oprecht verlangen Hem te leren kennen en Hem te volgen. De Heer Jezus raakte al snel met hem in gesprek over het koninkrijk van God. Als in het evangelie van Johannes over dit koninkrijk gesproken wordt, is dit in verband met gelovigen, die lang niet allemaal tot het Joodse volk behoren en die dus niet verlangden naar een aards koninkrijk. Nee, zij verlangen naar de ontmoeting met God in de hemel en kijken uit naar een hemels koninkrijk. Over dit koninkrijk - dus over het binnengaan van de hemel - sprak de Heer met Nikodemus.
De Here Jezus maakt Nikodemus duidelijk, dat niet iedereen “zo maar” na het sterven de hemel kan binnengaan. Het kan alleen als er iets bijzonders in je leven gebeurd is. De Heer maakte hem duidelijk, dat niets anders dan een radicaal nieuw begin een mens kan redden. Dat nieuwe begin wordt uitgedrukt in de woorden: “Jullie moeten allemaal opnieuw geboren worden.” (Johannes 3:7) Het Griekse woord dat hier als “opnieuw” vertaald is, betekent juist ook “van bovenaf”. Beter is het dus om deze uitspraak van de Heer als volgt te vertalen: „Jullie moeten van bovenaf geboren worden.” Van bovenaf wil zeggen: niet aards, dus niet door het werk van een mens, maar door God Zelf (vgl. Johannes 1:13) Dus alleen door de kracht van God, alleen door het werk van de Heilige Geest. Geloof in Jezus Christus is de sleutel tot deze nieuwe geboorte. Wie zich aan Hem overgeeft, ontvangt het eeuwige leven. Dit leven kun je niet verdienen het kan je slechts in genade geschonken worden. Aan wie wordt het geschonken? Aan ieder die gelooft (:16). Leest u in dit verband nog eens Johannes 1:12, 13.
De zegen van het eeuwige leven kan de mens alleen ontvangen, omdat de Here Jezus aan het kruis voor ons gestorven is. Daarom maakt de Heer in dit gesprek over de wedergeboorte Nikodemus duidelijk, dat hij dit geschenk van het eeuwige leven alleen kan ontvangen, doordat de Here Jezus aan het kruis verhoogd zou worden. Als Oud Testamentisch voorbeeld noemt de Heer de koperen slang (zie Numeri 21:4 9).
Het doel van Jezus’ komst naar de aarde is niet tot ons oordeel, maar tot ons behoud. Dat mogen wij tijdens ons aardse leven reeds ervaren. „Wie gelooft, HEEFT eeuwig leven” (:36) en „wordt niet veroordeeld”. Uit deze zekerheid mogen de gelovigen leven. Wie niet gelooft, IS reeds veroordeeld (:18). Daarom roept de Bijbel de ongelovigen op, om ook gelovigen te worden! Met deze woorden sprak Jezus Zelf een onvoorstelbare belofte uit: als je gelooft, KRIJG je niet eens het eeuwige leven, maar heb je het nu al! Gelovigen hebben nu al, terwijl zij nog gewoon op aarde leven, het eeuwige leven.
Dit is zo’n duidelijke belofte, die meerdere keren in het evangelie van Johannes herhaald wordt, dat wij kunnen zeggen, dat iedere gelovige zeker mag weten, dat hij het eeuwige leven heeft. Dat mag je niet slechts hopen, daar hoef je niet je hele leven aan te twijfelen, daarover hoef je niet je hele leven in onzekerheid te verkeren, daarvan mag je absoluut overtuigd zijn. Later zou Johannes in één van zijn brieven dat nog eens heel duidelijk meedelen: “Wie in de Zoon van God gelooft, draagt het getuigenis in zich. Wie God niet gelooft, maakt hem tot leugenaar, omdat hij geen geloof hecht aan het getuigenis dat God over zijn Zoon gegeven heeft. Dit getuigenis luidt: God heeft ons eeuwig leven geschonken en dat leven is in zijn Zoon. Wie de Zoon heeft, heeft het leven. Wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet. Dit alles schrijf ik u omdat u moet weten dat u eeuwig leven hebt, u die gelooft in de naam van de Zoon van God.” (1 Johannes 5:10-13) Let op wat Johannes hier schrijft: “God heeft ons eeuwig leven geschonken.” en “U moet weten dat u eeuwig leven hebt.” U moet het weten. Dat moet! Weet u het?
In dit derde hoofdstuk van het evangelie van Johannes wordt op een heel bijzondere manier de vraag beantwoord, wie Jezus is. Duidelijk blijkt, zoals dit later herhaald zal worden in Johannes 14:6, dat Hij de enige weg tot het Vaderhart van God en tot het binnengaan van de hemel is. Hij is de enige weg naar het koninkrijk van God in de hemel. Er is geen andere weg. Alle andere zogenaamde wegen leiden naar een andere bestemming. Letterlijk en figuurlijk leiden zij naar dood spoor! Dat kan irritatie oproepen bij mensen die Jezus niet als de Zoon van God aanvaarden en Hem niet als de enige weg tot hun eeuwig behoud willen aanvaarden. Velen menen, dat er vele wegen naar de hemel leiden. De Bijbel leert, dat Jezus de enige weg is. “Door niemand anders kunnen wij worden gered, want zijn naam is de enige op aarde die de mens redding biedt.” (Handelingen 4:12)
Jezus is degene die mensen die geen kinderen van God zijn oproept om opnieuw geboren te worden. Nu niet als kind van aardse ouders. Nu als kind van de hemelse Vader. Zo is Jezus van God gezonden om ons dit duidelijk te maken en om dit mogelijk te maken. Mogelijk maken door de straf voor onze zonden aan het kruis te dragen en zo een brug te bouwen over de barrière die er is tussen God en de zondige mens. Als teken van het feit dat wij een kind van God zijn en eeuwig leven hebben, zal Hij de gelovigen ook de Heilige Geest schenken.
opgaven les 5
De bedoeling is, dat u schriftelijk de opgaven beantwoordt. Nadat u dit gedaan hebt, kunt u uw
antwoorden vergelijken met de correcte antwoorden die aan het begin van de volgende les vermeld worden. Veel succes!
|
| 1. |
Vertelt u eens in het kort wie Nikodemus was. |
| 2. |
Zei Jezus dat de Farizeeën correct in de uitleg van de Bijbel waren, of zei Hij dat zij dwaalden in de uitleg van de Bijbel? |
| 3. |
Was Johannes de Doper ook een rabbijn? Zo ja, in welk vers hebt u dat ontdekt? Zo nee, waarom niet? |
| 4. |
Wat is de enige manier om ooit het Koninkrijk van God te kunnen binnengaan? |
| 5. |
Leven de mensen die niet in Jezus geloven in het licht of in de duisternis? |
| 6. |
Wat zegt dit gedeelte over de levenswandel van de mens die niet in Jezus gelooft? |
| 7. |
Wat is het grootste bewijs van Gods liefde voor ons? |
| 8. |
Wat krijg je als je in de Zoon van God gelooft? |
| 9. |
De Heer Jezus zei, dat Hij met een speciaal doel naar de aarde gekomen was. Wat was dit doel? |
| 10. |
Leerde Jezus dat je door het houden van de tien geboden en/of door veel te bidden en de Bijbel te lezen in de hemel komt? |
| 11. |
Welke belofte hebben wij in dit hoofdstuk voor ieder die in de Here Jezus gelooft? |
| 12. |
Welk oordeel horen wij hier over ieder die niet in de Here Jezus gelooft? |
| 13. |
In dit hoofdstuk horen wij al, dat de Here Jezus aan Zijn volgelingen de Heilige Geest zal schenken. Hierover wordt in latere hoofdstukken van dit evangelie meer verteld. Als de Heer de Heilige Geest aan je geeft, geeft Hij je dan weinig van de Geest of juist veel? |
| 14. |
In Psalm 119 lezen wij, dat David zei, dat hij Gods Woord in zijn hart opborg. Hij gaf het een plaatsje in zijn hart. Dat betekent, dat hij teksten uit de Bijbel uit het hoofd leerde. In het evangelie van Johannes staan heel bijzondere teksten, die de moeite waard zijn om uit het hoofd te leren. Wij noemen: Johannes 1:12; 3:16; 5:24; 14:6. |
| 15. |
Wat kan Jezus voor u persoonlijk betekenen, zoals dit blijkt uit dit hoofdstuk en deze les? |
|