Internet Bijbel studie - Wie is Jezus - les 16
Tienduizenden, misschien wel honderdduizenden in de gehele wereld volgden reeds in verschillende talen en in
een aantal landen een studie over het evangelie van Johannes. Zij deden dit door middel van een schriftelijke
studie. U gaat het op een moderne manier doen: via internet.
Deze studie gaat over de speciale vraag: "Wie is Jezus?" Het antwoord op deze bijzondere vraag zoeken wij in
het evangelie van Johannes. De cursus is samengesteld door ds. H.G. Koekkoek.
Aan het eind van elke les worden vragen gesteld die u dient te beantwoorden. De antwoorden krijgt u in de
volgende les.
Antwoorden les 15
| 1. |
Tot hoe ver ging de
liefde van de Here Jezus voor Zijn discipelen? |
| |
Zijn liefde voor
hen zou tot het uiterste gaan (:1) |
| 2. |
Wie legde het plan in
Judas’ hart om de Here Jezus te verraden? |
| |
De duivel (:2) |
| 3. |
Waaraan zouden de
mensen de discipelen van de Here Jezus kunnen
herkennen? |
| |
Aan hun liefde voor
elkaar (:35) |
| 4. |
Wisten de discipelen
wie de Here Jezus zou verraden? |
| |
Nee (:22) |
| 5. |
Het tijdstip waarop
Judas vertrok om de Heer te verraden, was kenmerkend
voor de situatie van zijn hart. Met een paar korte
woorden wordt dit tijdstip genoemd. Hoe? |
| |
Het was nacht (:30) |
| 6. |
Met welk teken maakte
de Here Jezus duidelijk wie Hem zou verraden? |
| |
Aan wie Hij het
stuk brood gaf dat Hij in de schaal doopte (:26) |
| 7. |
Het nieuwe gebod, dat
de Here Jezus Zijn discipelen gaf, luidde... |
| |
Elkaar liefhebben
(:34) |
| 8. |
Wist de Here Jezus van
tevoren, dat Hij op dit Paasfeest zou sterven? |
| |
Ja (:33) |
| 9. |
Petrus dacht, dat hij
zijn leven voor de Here Jezus zou inzetten. De Here
Jezus zei, dat Petrus wat anders zou doen. Wat zou
Petrus doen? |
| |
Hij zou de Heer
driemaal verloochenen (:38) |
| 10. |
a. Zoals de Here Jezus
een verrader had (Judas), zo had David ook eens een
verrader. Hoe heette de verrader van David? |
| |
Achitofel |
| |
b. Zoals de verrader
van de Heer Jezus in een bijzondere relatie tot Hem
stond, zo stond de verrader van David ook in een
bijzondere relatie tot hem. Welke? |
| |
Hij was zijn
raadsman en tevens de grootvader van Davids vrouw
Bathseba |
| |
c. Beide verraders
kwamen op dezelfde manier om het leven. Hoe? |
| |
Beiden maakten zelf
een eind aan hun leven |
| 11. |
Hebt u iets geleerd
over de Heer Jezus? Wat? |
| |
U kunt van Hem
leren, dat Hij, de grote Zoon van God, ons een
bijzonder voorbeeld gegeven heeft: wij moeten bereid
zijn om te dienen. Hij kwam als de grote Dienaar van
de hemelse Vader. Wij kunnen van Hem leren wat
liefde is en hoe groot Zijn liefde voor ons was. Hij
was bereid om voor ons te sterven! |
Wie is Jezus? - les 16
Jezus schenkt Goddelijke hulp
1 Wees
niet ongerust, maar vertrouw op God en op mij.
2 In het huis van mijn Vader zijn veel kamers; zou ik anders
gezegd hebben dat ik een plaats voor jullie gereed zal
maken?
3 Wanneer ik een plaats voor jullie gereedgemaakt heb, kom
ik terug. Dan zal ik jullie met me meenemen, en dan zullen
jullie zijn waar ik ben.
4 Jullie kennen de weg naar waar ik heen ga.’
5 Toen zei Tomas: ‘Wij weten niet eens waar u naar toe gaat,
Heer, hoe zouden we dan de weg daarheen kunnen weten?’
6 Jezus zei: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven.
Niemand kan bij de Vader komen dan door mij.
7 Als jullie mij kennen zullen jullie ook mijn Vader kennen,
en vanaf nu kennen jullie hem, want jullie hebben hem zelf
gezien.’
8 Daarop zei Filippus: ‘Laat ons de Vader zien, Heer, meer
verlangen we niet.’
9 Jezus zei: ‘Ik ben nu al zo lang bij jullie, en nog ken je
me niet, Filippus? Wie mij gezien heeft, heeft de Vader
gezien. Waarom vraag je dan om de Vader te mogen zien?
10 Geloof je niet dat ik in de Vader ben en dat de Vader in
mij is? Ik spreek niet namens mezelf als ik tegen jullie
spreek, maar de Vader die in mij blijft, doet zijn werk door
mij.
11 Geloof me: ik ben in de Vader en de Vader is in mij. Als
je mij niet gelooft, geloof het dan om wat hij doet.
12 Waarachtig, ik verzeker jullie: wie op mij vertrouwt zal
hetzelfde doen als ik, en zelfs meer dan dat, ik ga immers
naar de Vader.
13 En wat jullie dan in mijn naam vragen, dat zal ik doen,
zodat door de Zoon de grootheid van de Vader zichtbaar
wordt.
14 Wanneer je iets in mijn naam vraagt, zal ik het doen.
15 Als je mij liefhebt, houd je dan aan mijn geboden.
16 Dan zal ik de Vader vragen jullie een andere
pleitbezorger te geven, die altijd bij je zal zijn:
17 de Geest van de waarheid. De wereld kan hem niet
ontvangen, want ze ziet hem niet en kent hem niet. Jullie
kennen hem wel, want hij woont in jullie en zal in jullie
blijven.
18 Ik laat jullie niet als wezen achter, ik kom bij jullie
terug.
19 Nog een korte tijd en de wereld zal mij niet meer zien,
maar jullie zullen mij wel zien, want ik leef en ook jullie
zullen leven.
20 Dan zul je begrijpen dat ik in mijn Vader ben, dat jullie
in mij zijn en dat ik in jullie ben.
21 Wie mijn geboden kent en zich eraan houdt, heeft mij
lief. Wie mij liefheeft zal de liefde van mijn Vader en mij
ontvangen, en ik zal mij aan hem bekendmaken.’
22 Toen vroeg Judas (niet Judas Iskariot) aan Jezus: ‘Waarom
zult u zich wel aan ons, maar niet aan de wereld
bekendmaken, Heer?’
23 Jezus antwoordde: ‘Wanneer iemand mij liefheeft zal hij
zich houden aan wat ik zeg, mijn Vader zal hem liefhebben en
mijn Vader en ik zullen bij hem komen en bij hem wonen.
24 Maar wie mij niet liefheeft, houdt zich niet aan wat ik
zeg, en wat jullie mij horen zeggen, zijn niet mijn woorden,
maar de woorden van de Vader door wie ik gezonden ben.
25 Dit alles zeg ik tegen jullie nu ik nog bij jullie ben.
26 Later zal de pleitbezorger, de heilige Geest die de Vader
jullie namens mij zal zenden, jullie alles duidelijk maken
en alles in herinnering brengen wat ik tegen jullie gezegd
heb.
27 Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef ik jullie, zoals
de wereld die niet geven kan. Maak je niet ongerust en
verlies de moed niet.
28 Jullie hebben toch gehoord dat ik zei dat ik wegga en bij
jullie terug zal komen? Als je me liefhad zou je blij zijn
dat ik naar mijn Vader ga, want de Vader is meer dan ik.
29 Ik vertel jullie dit nu, voordat het gebeurt, zodat
jullie het geloven wanneer het zover is.
30 Ik kan niet lang meer met jullie spreken, want de heerser
van deze wereld is al onderweg. Hij heeft geen macht over
mij,
31 maar zo zal de wereld weten dat ik de Vader liefheb en
doe wat de Vader me heeft opgedragen. Kom, laten we hier
weggaan.’
(Johannes 14)
Jezus’ heengaan uit de wereld is aanstaande. In deze nacht
zal de verrader Jezus’ vijanden gaan vertellen, waar zij Hem
kunnen vinden. Terwijl de kleine groep gelovigen rondom Hem
geschaard is, deelt Jezus hen enkele dingen die Hij op het
hart heeft, mee. Zijn zorg betreft niet Hemzelf, niet Zijn
eigen lijden en sterven, maar deze mannen, die Hij liefheeft
en die Hij spoedig zal verlaten. Een verlaten, dat bij Zijn
hemelvaart nóg ingrijpender voor hen zou zijn, dan bij Zijn
sterven aan het kruis (zie ook Johannes 13:33,36 38).
Terwijl in Johannes 13:21 staat, dat de Heer Zelf ook
ontroerd was, zegt Hij, dat Zijn discipelen niet ontroerd
hoeven te zijn. Gelovigen behoeven niet in angst te leven,
zo maakt Hij hen duidelijk. Zo geeft de Heer een bemoediging
aan Zijn volgelingen. Zij hoeven niet ongerust of bang te
zijn. Ook al is de Heer in de hemel, Hij blijft waakzaam en
Hij blijft voor hen zorgen. Zie ook vers 28.
Ook in dit hoofdstuk horen wij Jezus zeggen, dat wie Hem
kent en gezien heeft, ook de Vader kent en gezien heeft
(:7,9 vgl. :10,11). Inmiddels weten wij, dat het "zien" van
Jezus verwijst naar Zijn dood aan het kruis. Een gelovige is
niet iemand die slechts Jezus in de kribbe gezien heeft, of
in synagoge of tempel, aan een ziekbed of in gesprek met
mensen. Nee, wie Jezus gezien heeft, heeft Hem aan het kruis
gezien. Dat betekent niet, dat een gelovige Hem aan het
kruis met zijn gewone ogen gezien heeft, maar dat hij Hem in
zijn geloof zo gezien heeft.
Vervolgens maakt Hij duidelijk, dat Hij naar het "huis van
de Vader" zal gaan. Voor de Joden uit die tijd betekende het
"huis van de Vader" de tempel. Dat was Gods huis (vgl.
Numeri 12:7 in de vertaling van 1951, waar staat, dat Mozes
vertrouwd was in het hele huis van God). De Here Jezus had
enkele jaren geleden de tempel ook nog het huis van Zijn
Vader genoemd (Johannes 2:16). Nu de Joden Hem verworpen
hebben en Jezus niet aanvaarden als Messias, is ook de
tempel het huis des Vaders niet meer. Spoedig zal de
voorhang scheuren. Enkele tientallen jaren later zal de
tempel geheel verwoest worden. Nu verwijst Jezus naar de
hemel als Hij spreekt over het huis des Vaders. En de tempel
noemt Hij nu "uw huis" (Mattheus 23:38). De Here Jezus zei
niet alleen, dat Hij Zelf naar dit Vaderhuis zou gaan, maar
dat Hij er ook voor zou zorgen, dat allen die in Hem
geloven, daar zouden komen. Hierbij sprak Hij Zijn zesde
grote "Ik ben" uit. Hij zei niet, dat Hij een
Weg tot God is, maar de Weg, dat is de enige Weg.
Hoewel Hij Zelf in de hemel zou zijn, zou Hij toch contact
houden met Zijn volgelingen op aarde. Er zou een Ander in
Zijn plaats komen, nl. de Heilige Geest. De Heer Zelf zou
met de Vader de Heilige Geest naar de gelovigen op aarde
zenden (zie Johannes 14:16,26; 15:26; 16:7).
De Heilige Geest wordt de Pleitbezorger of Trooster genoemd.
Het lijkt, of de Heilige Geest alleen zou komen om bedroefde
mensen te troosten. Maar dat is niet de bedoeling van het
woord "Trooster". Het woord betekent letterlijk: "Iemand die
je helpt, die het onder alle omstandigheden voor je
opneemt." Daarom heet de Heilige Geest ook een andere
Helper of Trooster. Eerst was de Here Jezus de Helper van
Zijn discipelen. Nu zal de Heilige Geest het werk van de
Here Jezus voortzetten. Nu zal de Heilige Geest hen helpen,
leiden en troosten.
Zo is God door Zijn Geest bij ons. Wij zijn niet alleen. Ook
nu de Here Jezus in de hemel is, is het nog steeds "Immanuël
God met ons". Door middel van de Heilige Geest zal Jezus
altijd bij ons zijn en altijd bij ons blijven. Door de
Heilige Geest blijven de Vader en de Zoon bij de gelovigen
wonen (:23).
De Heilige Geest is de Geest van de waarheid (:17). Hij is
echter alleen als een zegen aan de gelovige geschonken. De
ongelovigen hebben de Heilige Geest niet. De Heilige Geest
herinnert de gelovigen steeds aan alles wat de Here Jezus
gezegd heeft (:26).
Ook in dit hoofdstuk spreekt Jezus over de bijzondere
relatie die Hij met de Vader heeft (:28) en Zijn
gehoorzaamheid aan de Vader (:31). Opnieuw blijkt, dat het
in dit hoofdstuk gaat om geloof; het grote thema van het
evangelie van Johannes (:29). Wie gelooft ontvangt Jezus’
vrede (:27).
Ook in dit hoofdstuk spreekt Jezus over gebedsverhoring
(:12-14). Nu maakt Hij duidelijk, dat je alleen verhoring op
je gebed kunt krijgen, als je bidt in Zijn Naam. Dat
betekent niet, dat je verhoring krijgt als je ergens in je
gebed zegt "in Jezus’ Naam". Het betekent, dat als je gebed
een gebed is, dat Jezus ook zou bidden en je gebed een gebed
is, dat naar Jezus’ wil is, je verhoring op je gebed kunt
krijgen.
opgaven les 16
De bedoeling is, dat u schriftelijk de opgaven beantwoordt. Nadat u dit gedaan hebt, kunt u uw
antwoorden vergelijken met de correcte antwoorden die aan het begin van de volgende les vermeld worden. Veel succes!
|
| 1. |
Hoe luidt het zesde
“Ik ben”? Jezus zei: |
| 2. |
Wat doet de Here Jezus
nu in de hemel? |
| 3. |
Kunnen wij zonder de
Here Jezus ooit bij de Vader in de hemel komen? |
| 4. |
Zou de Heilige Geest
aan alle mensen gegeven worden, of alleen aan de
gelovigen? |
| 5. |
Welke drie Goddelijke
Personen zullen woning maken in de ware volgelingen
van de Here Jezus, zoals Hij Zelf zei? |
| |
a. |
| |
b. |
| |
c. |
| 6. |
In Johannes 14:26 en
16:13 lezen wij, dat de Heilige Geest vier dingen
zal doen voor de gelovigen. Welke? |
| |
a. |
| |
b. |
| |
c. |
| |
d. |
| 7. |
Er is een bepaald
woord dat in de volgende zin drie keer ingevuld kan
worden. Welk woord is dit? De Here Jezus zei van
Zichzelf: “Ik ben de .........” en Hij noemde de
Heilige Geest, de Geest van de ........ die de
gelovigen zou leiden tot de volle ............. |
| 8. |
In dit evangelie wordt
meerdere keren gesproken over het feit, dat mensen
Jezus kunnen “zien”, dus ook beter leren kennen.
Hierbij wordt aan een bepaald moment gedacht, waarop
de mensen Hem echt kunnen en moeten “zien”. Aan welk
moment wordt dan gedacht? |
| 9. |
Er wordt over twee
“huizen” van God de Vader gesproken. Welke huizen
worden bedoeld? |
| 10. |
Welke betekenis heeft
de Heer Jezus in dit hoofdstuk van het evangelie van
Johannes en wat kan Hij ook voor u betekenen? |
|