Internet Bijbel studie - Wie is Jezus - les 17
Tienduizenden, misschien wel honderdduizenden in de gehele wereld volgden reeds in verschillende talen en in
een aantal landen een studie over het evangelie van Johannes. Zij deden dit door middel van een schriftelijke
studie. U gaat het op een moderne manier doen: via internet.
Deze studie gaat over de speciale vraag: "Wie is Jezus?" Het antwoord op deze bijzondere vraag zoeken wij in
het evangelie van Johannes. De cursus is samengesteld door ds. H.G. Koekkoek.
Aan het eind van elke les worden vragen gesteld die u dient te beantwoorden. De antwoorden krijgt u in de
volgende les.
Antwoorden les 16
| 1. |
Hoe luidt het zesde
"Ik ben"? Jezus zei: |
| |
"Ik ben de weg, de
waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader
komen dan door mij." (:6) |
| 2. |
Wat doet de Here Jezus
nu in de hemel? |
| |
Een plaats gereed
maken voor de gelovigen (:2) |
| 3. |
Kunnen wij zonder de
Here Jezus ooit bij de Vader in de hemel komen? |
| |
Nee (:6) |
| 4. |
Zou de Heilige Geest
aan alle mensen gegeven worden, of alleen aan de
gelovigen? |
| |
Niet aan de mensen
van de wereld, dus alleen aan de gelovigen (:17) |
| 5. |
Welke drie Goddelijke
Personen zullen woning maken in de ware volgelingen
van de Here Jezus, zoals Hij Zelf zei? |
| |
a. God de Vader (:23) |
| |
b. De Heer Jezus, de
Zoon van God (:20,23) |
| |
c. De Heilige Geest
(:16,17) |
| 6. |
In Johannes 14:26 en
16:13 lezen wij, dat de Heilige Geest vier dingen
zal doen voor de gelovigen. Welke? |
| |
a. Hij zal de
gelovigen alles duidelijk maken |
| |
b. Hij zal alles in
herinnering brengen wat de Heer tegen de leerlingen
gezegd heeft |
| |
c. Hij zal de
gelovigen de weg wijzen naar de volle waarheid |
| |
d. Hij zal bekendmaken
wat komen gaat, dus de toekomst openbaar maken |
| 7. |
Er is een bepaald
woord dat in de volgende zin drie keer ingevuld kan
worden. Welk woord is dit? De Here Jezus zei van
Zichzelf: "Ik ben de ........." en Hij noemde de
Heilige Geest, de Geest van de ........ die de
gelovigen zou leiden tot de volle ............. |
| |
Waarheid |
| 8. |
In dit evangelie wordt
meerdere keren gesproken over het feit, dat mensen
Jezus kunnen "zien", dus ook beter leren kennen.
Hierbij wordt aan een bepaald moment gedacht, waarop
de mensen Hem echt kunnen en moeten "zien". Aan welk
moment wordt dan gedacht? |
| |
Het "zien" verwijst
naar Zijn sterven aan het kruis |
| 9. |
Er wordt over twee
"huizen" van God de Vader gesproken. Welke huizen
worden bedoeld? |
| |
a. De tempel in
Jeruzalem |
| |
b. De hemel |
| 10. |
Welke betekenis heeft
de Heer Jezus in dit hoofdstuk van het evangelie van
Johannes en wat kan Hij ook voor u betekenen? |
| |
Je kunt (op) Hem
vertrouwen. Hij is de Goddelijke Helper van de
gelovigen. Hij is heel dicht bij de gelovigen; ja
Hij woont zelfs in hun hart. Hij is immers de enige
weg tot het Vaderhart van God. De Heer Jezus heeft
de gelovigen een heel bijzondere vrede gegeven, diep
in hun hart. |
Wie is Jezus? - les 17
Jezus is de ware wijnstok
1 ‘Ik ben
de ware wijnstok en mijn Vader is de wijnbouwer.
2 Iedere rank aan mij die geen vrucht draagt snijdt hij weg,
en iedere rank die wel vrucht draagt snoeit hij bij, opdat
hij meer vruchten draagt.
3 Jullie zijn al rein door alles wat ik tegen jullie gezegd
heb.
4 Blijf in mij, dan blijf ik in jullie. Een rank die niet
aan de wijnstok blijft, kan uit zichzelf geen vrucht dragen.
Zo kunnen jullie geen vrucht dragen als jullie niet in mij
blijven.
5 Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. Als iemand in
mij blijft en ik in hem, zal hij veel vrucht dragen. Maar
zonder mij kun je niets doen.
6 Wie niet in mij blijft wordt weggegooid als een wijnrank
en verdort; hij wordt met andere ranken verzameld, in het
vuur gegooid en verbrand.
7 Als jullie in mij blijven en mijn woorden in jullie, kun
je vragen wat je wilt en het zal gebeuren.
8 De grootheid van mijn Vader zal zichtbaar worden wanneer
jullie veel vrucht dragen en mijn leerlingen zijn.
9 Ik heb jullie liefgehad, zoals de Vader mij heeft
liefgehad. Blijf in mijn liefde:
10 je blijft in mijn liefde als je je aan mijn geboden
houdt, zoals ik me ook aan de geboden van mijn Vader
gehouden heb en in zijn liefde blijf.
11 Dit zeg ik tegen jullie om je mijn vreugde te geven, dan
zal je vreugde volkomen zijn.
12 Mijn gebod is dat jullie elkaar liefhebben zoals ik
jullie heb liefgehad.
13 Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je
vrienden.
14 Jullie zijn mijn vrienden wanneer je doet wat ik zeg.
15 Ik noem jullie geen slaven meer, want een slaaf weet niet
wat zijn meester doet; vrienden noem ik jullie, omdat ik
alles wat ik van de Vader heb gehoord, aan jullie
bekendgemaakt heb.
16 Jullie hebben niet mij uitgekozen, maar ik jullie, en ik
heb jullie opgedragen om op weg te gaan en vrucht te dragen,
blijvende vrucht. Wat je de Vader in mijn naam vraagt, zal
hij je geven.
17 Dit draag ik jullie op: heb elkaar lief.
18 Wanneer de wereld je haat, bedenk dan dat ze mij eerder
haatte dan jullie.
19 Als jullie bij de wereld zouden horen, zou ze jullie
hebben liefgehad als iets van haarzelf, maar jullie horen
niet bij haar, want ik heb jullie uit de wereld weggeroepen.
Daarom haat ze jullie.
20 Denk aan wat ik gezegd heb: een slaaf is niet meer dan
zijn meester. Ze hebben mij vervolgd, dus zullen ze ook
jullie vervolgen; maar wie zich aan mijn woorden gehouden
heeft, zal zich ook aan jullie woorden houden.
21 Dit alles zullen ze jullie vanwege mij aandoen, want ze
kennen hem niet die mij gezonden heeft.
22 Ze zouden niet schuldig zijn als ik niet was gekomen en
tegen hen had gesproken. Maar nu hebben ze geen excuus voor
hun zonde.
23 Wie mij haat, haat ook mijn Vader.
24 En ze zouden niet schuldig zijn als ik niet bij hen had
gedaan wat niemand anders ooit heeft gedaan. Maar ze hebben
het gezien en toch mij en mijn Vader gehaat.
25 Zo ging in vervulling wat in hun wet geschreven staat:
"Ze hebben mij zonder reden gehaat."
26 Wanneer de pleitbezorger komt die ik van de Vader naar
jullie zal zenden, de Geest van de waarheid die van de Vader
komt, zal die over mij getuigen.
27 Ook jullie moeten mijn getuigen zijn, want jullie zijn
vanaf het begin bij mij geweest.
(Johannes 15)
In dit hoofdstuk bespreekt de Heer de levende relatie tussen
Hemzelf en de gelovigen. Dit doet Hij door eerst te spreken
over de Wijnstok en de ranken en door daarna tegen hen te
zeggen: "Ik noem jullie geen slaven meer."
Vanaf Johannes 15:1 is de Heer niet meer met Zijn discipelen
in de Paaszaal (zie 14:31), terwijl ze ook nog niet in de
hof van Gethsemane zijn aangekomen (18:1). Deze woorden zijn
dus onderweg, tussen Paaszaal en Gethsemane gesproken. Het
is zeer waarschijnlijk, dat dit geschiedde op het
tempelplein. Op de muur van het tempelgebouw was een grote
gouden wijnstok afgebeeld als symbool van Israël. Als de
Heer een gelijkenis uitsprak, gebruikte Hij steeds als
voorbeeld iets of iemand die bij allen bekend was. Terwijl
zij waarschijnlijk keken naar de gouden wijnstok aan de
muur, zei Jezus: "Ik ben de ware Wijnstok..."
Israël is Gods Wijnstok (Psalm 80:9), maar heeft géén vrucht
gedragen (Jesaja 5:1 7). Nu roept de Heer Zijn discipelen op
om wél vrucht te dragen. Zij moeten blijven in Hem en vrucht
dragen. Leven in gemeenschap met de Heer is de enige
mogelijkheid tot vrucht dragen. Er zijn christenen die geen
vrucht dragen, anderen dragen weinig vrucht, sommigen meer
vrucht, anderen veel vrucht.
Door het "blijven in Hem" heeft deze eenheid met Christus
tot gevolg, dat wij dezelfde wil, wijsheid, liefde en
blijdschap zullen bezitten, als Hij heeft (vers 11 15). Als
u een gelovige bent, realiseert u zich dan wel eens, dat de
Here Jezus door Zijn Geest in u woont? Is uw leven in
overeenstemming met Zijn aanwezigheid?
Jezus heeft de gelovigen op dezelfde wijze lief als de Vader
Hem liefheeft (:9,10). Wij moeten in Zijn liefde blijven.
Wat dit betekent, blijkt uit de volgende verzen. In Jezus’
liefde blijven betekent: Zijn geboden bewaren (:12,17). Het
is jammer, dat mensen die Jezus’ bevrijdende liefde en
redding hebben leren kennen, vaak denken, dat ze nu een
vrijheid hebben waarin zij zelf kunnen bepalen wat nu wel en
niet mag. Het betekent, dat zij denken, dat zij mogen leven
zoals zijzelf denken dat het goed is. Zij kijken of zij
ergens een goed gevoel bij hebben en denken dan, dat God het
ook wel goed zal vinden. Zij vragen zich wel af of God het
goed zal vinden, maar zij zoeken het antwoord op die vraag
niet in de Bijbel, maar in hun eigen gedachten. Vaak denken
ze dan ook nog, dat de Heilige Geest het hun wel duidelijk
gemaakt zal hebben. Nergens in de Bijbel blijkt, dat dit het
leven is zoals God het voor ons bedoeld heeft. Nee, juist in
het evangelie van Johannes spreekt de Here Jezus heel
duidelijk, dat wij moeten blijven in Hem, dat wij moeten
blijven in Zijn liefde en dat wij Hem moeten gehoorzamen,
door Zijn geboden volledig uit te voeren.
In het Nieuwe Testament, dat oorspronkelijk in het Grieks
geschreven is, komen wij twee woorden tegen voor "liefde".
Het ene woord (phileoo) spreekt van onderlinge menselijke
liefde, het andere woord (agapč) spreekt van Goddelijke
liefde. Steeds blijkt, dat de Bijbel niet van ons vraagt,
dat wij met gewone menselijke liefde de Heer en elkaar
zullen liefhebben, maar dat wij met dezelfde liefde waarmee
God ons liefheeft, Hem en elkaar zullen liefhebben. Dat is
Gods opdracht voor u. Dat is Jezus’ gebod voor iedere
gelovige. Geen liefde zoals ongelovigen elkaar ook kunnen
liefhebben, maar liefde van een heel hoog niveau. Dat is
geen liefde die oppervlakkig is. Dat is liefde die het
resultaat is van Gods liefde die door je heen gaat. Daarom
schreef de apostel Paulus: "dat Gods liefde in ons hart is
uitgegoten door de heilige Geest, die ons gegeven is."
(Romeinen 5:5) Gods liefde is in het hart van iedere
gelovige uitgestort door de Heilige Geest. Daarom kan iedere
gelovige Gods liefde openbaren.
Hoe groot is deze liefde? Dit wordt ons getoond in de verzen
13-15, waar het gaat over Jezus’ liefde. Zijn liefde is zo
groot, dat Hij Zijn leven gaf voor anderen. Terwijl wij bij
Lazarus zagen, dat de Heer hem Zijn vriend noemde, wordt nu
duidelijk wat de voorwaarde is om een vriend van de Heer te
zijn: dan moet je doen wat Hij je gebiedt. Jezus heeft dus
duidelijke opdrachten gegeven. Het gaat erom, zoals Hij Zelf
eens gezegd heeft, dat wij God liefhebben boven alles en
onze naaste net zo liefhebben als wij onszelf. "Een
wetgeleerde stelde Jezus eens de volgende vraag: ‘Meester
(dus: Rabbi), wat is het grootste gebod in de wet?’ Hij
antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en
met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dat is het
grootste en eerste gebod. Het tweede is daaraan gelijk: heb
uw naaste lief als uzelf. Deze twee geboden zijn de
grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat."
(Mattheus 22:36-40) Het fundament van de Bijbel, zo staat
hier, is God met heel je hart, met heel je ziel en met heel
je verstand liefhebben. Dat is God liefhebben met je hart,
dus je gevoel en met je verstand, dus met je hersenen!
Geloof en liefhebben is niet slechts gebaseerd op emoties en
gevoelens, maar op gevoel en verstand beide. Zo dienen wij
ook anderen lief te hebben!
Wie zo liefhebben, zegt Jezus, die noemt Hij nu "vrienden".
Mensen die bereid zijn hun leven in te zetten voor God, die
zijn Zijn vrienden. Zulke mensen mogen alles weten van de
Heer. Zij zijn geen slaven in de dienst van God, maar
vrienden (:13-15). Zij mogen bidden en verhoring op hun
gebeden verwachten. Opnieuw blijkt, dat gebedsverhoring niet
een automatisme is voor gelovigen, maar voortvloeit uit een
heel bijzondere relatie (een liefdevolle
gehoorzaamheidsrelatie) met Jezus (:16). Dat gehoorzaamheid
aan Jezus je veel kan kosten, blijkt uit de verzen 18-25.
Mensen kunnen je haten, omdat je een volgeling van Jezus
bent. Zoals de wereld Jezus kan haten, zo kan de wereld ook
Zijn volgelingen haten. Als je een echte vriend van Jezus
bent, blijf je in zo’n situatie Hem ook trouw!
Ook in dit hoofdstuk gaat het over de Heilige Geest
(:26,27). De Vader zal de Heilige Geest zenden. Hier moeten
wij niet vergeten, dat de Heer dit zei, toen de Pinksterdag
van Handelingen 2, dus de uitstorting van de Heilige Geest,
nog niet gekomen was. Als hier staat, dat de Heilige Geest
zal komen, dan betekent dit niet, dat wij nog steeds op de
komst van de Heilige Geest wachten. Vóór Handelingen 2 werd
er op de komst van de Heilige Geest gewacht. Nu is de
Heilige Geest en woont Hij in iedere gelovige. Wat doet de
Geest in ons? Hij leidt ons tot de Waarheid, dat is: Hij
leidt ons tot Jezus Zelf (zie Johannes 14:6) en Hij getuigt
van de Here Jezus in ons. Ook helpt en leidt Hij ons en
geeft Hij ons kracht, opdat ook wij van de Here Jezus zullen
getuigen (zie Handelingen 1:8).
De reden van dit afscheidsgesprek dat de Here Jezus met Zijn
discipelen had was, dat Hij wilde, dat hun en onze
blijdschap volkomen zal zijn (vers 11). Ditzelfde wordt
herhaald in Johannes 16: 20,22,24. Een gelovige is niet
iemand die vol angst en zorg door het leven hoeft te gaan.
Hij mag iemand zijn die blij kan leven, omdat hij weet, dat
zijn hemelse Vader voor hem zorgt en hem alles geeft, wat
hij nodig heeft. "Verblijdt u in de Here te allen tijde.
Wederom zal ik zeggen: Verblijdt u." (Philippenzen 4:4)
opgaven les 17
De bedoeling is, dat u schriftelijk de opgaven beantwoordt. Nadat u dit gedaan hebt, kunt u uw
antwoorden vergelijken met de correcte antwoorden die aan het begin van de volgende les vermeld worden. Veel succes!
|
| 1. |
Hoe luidt het zevende
“Ik ben” van de Here Jezus? Hij zei: "Ik ben..." |
| 2. |
De Here Jezus sprak
over de wijnbouwer (de landman), de wijnstok, de
ranken en de vrucht. Kunt U nu zeggen wie en wat
hiermee bedoeld worden? (Wij raden u aan, ook
Galaten 5:22 eens te lezen!) |
| |
a. De wijnbouwer is |
| |
b. De wijnstok is |
| |
c. De rank is |
| |
d. De vrucht is |
| 3. |
Wat gebeurt er met
iedere rank, die geen vrucht draagt? |
| 4. |
Kunnen wij in ons
geestelijk leven iets doen zonder de Here Jezus? |
| 5. |
Waardoor heeft de Here
Jezus Zijn grote liefde bewezen? |
| 6. |
De Here Jezus noemt
Zijn volgelingen niet slaven, maar... |
| 7. |
De wereld haat Jezus.
Heeft de wereld een reden om Hem te haten? |
| 8. |
Wil God, dat U
bedroefd of beangst bent? |
| 9. |
Aan het eind van dit
hoofdstuk noemt de Here Jezus verschillende personen
die van Hem getuigen of van Hem getuigen moeten. Wie
zijn dit? |
| |
a. |
| |
b. |
| 10. |
De Bijbelse wet kan
met twee gedachten worden weergegeven. Noem beide
gedachten. |
| 11. |
Wat is de betekenis
van de Heer Jezus voor ons, zoals dat in dit
hoofdstuk getoond wordt? |
|