Internet Bijbel studie - Wie is Jezus - les 18
Tienduizenden, misschien wel honderdduizenden in de gehele wereld volgden reeds in verschillende talen en in
een aantal landen een studie over het evangelie van Johannes. Zij deden dit door middel van een schriftelijke
studie. U gaat het op een moderne manier doen: via internet.
Deze studie gaat over de speciale vraag: "Wie is Jezus?" Het antwoord op deze bijzondere vraag zoeken wij in
het evangelie van Johannes. De cursus is samengesteld door ds. H.G. Koekkoek.
Aan het eind van elke les worden vragen gesteld die u dient te beantwoorden. De antwoorden krijgt u in de
volgende les.
Antwoorden les 17
| 1. |
Hoe luidt het zevende
“Ik ben” van de Here Jezus? Hij zei: "Ik ben..." |
| |
"Ik ben de ware
wijnstok en mijn Vader is de wijnbouwer." (:1) en
"Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken." (:5) |
| 2. |
De Here Jezus sprak
over de wijnbouwer (de landman), de wijnstok, de
ranken en de vrucht. Kunt U nu zeggen wie en wat
hiermee bedoeld worden? (Wij raden u aan, ook
Galaten 5:22 eens te lezen!) |
| |
a. De wijnbouwer is
God de Vader (:1) |
| |
b. De wijnstok is de
Heer Jezus (:1,5) |
| |
c. De rank is de
gelovige (:5) |
| |
d. De vrucht is... zie
Galaten 5:22 |
| 3. |
Wat gebeurt er met
iedere rank, die geen vrucht draagt? |
| |
Die snijdt Hij weg
(:2) |
| 4. |
Kunnen wij in ons
geestelijk leven iets doen zonder de Here Jezus? |
| |
Nee (:5) |
| 5. |
Waardoor heeft de Here
Jezus Zijn grote liefde bewezen? |
| |
Door Zijn leven te
geven voor Zijn vrienden (:13) |
| 6. |
De Here Jezus noemt
Zijn volgelingen niet slaven, maar... |
| |
Vrienden (:15) |
| 7. |
De wereld haat Jezus.
Heeft de wereld een reden om Hem te haten? |
| |
Nee (:25) |
| 8. |
Wil God, dat U
bedroefd of beangst bent? |
| |
Nee, Hij wil juist
dat wij blij zijn (:11) |
| 9. |
Aan het eind van dit
hoofdstuk noemt de Here Jezus verschillende personen
die van Hem getuigen of van Hem getuigen moeten. Wie
zijn dit? |
| |
a. De Pleitbezorger,
dat is de Heilige Geest (:26) |
| |
b. De gelovigen (:27) |
| 10. |
De Bijbelse wet kan
met twee gedachten worden weergegeven. Noem beide
gedachten. |
| |
a. De mens moet God
liefhebben boven alles en iedereen (d.i. met heel je
hart, ziel en verstand) |
| |
b. De mens moet
zijn medemensen liefhebben zoals hij zichzelf
liefheeft |
| 11. |
Wat is de betekenis
van de Heer Jezus voor ons, zoals dat in dit
hoofdstuk getoond wordt? |
| |
De Heer wil ons
helpen, opdat wij een geestelijk vruchtbaar leven
zullen hebben. Hij is en blijft daarom heel
nadrukkelijk met de gelovigen verbonden en schenkt
hen een vreugdevol leven. Ook schakelt Hij hen in
Zijn dienst om Zijn getuigen te zijn. De Heer zorgt
voor ons en geeft ons alles wat wij nodig hebben. |
Wie is Jezus? - les 18
Jezus zendt de Heilige Geest
1 Dit
alles heb ik tegen jullie gezegd om te voorkomen dat jullie
je geloof verliezen.
2 Jullie zullen uit de synagoge gezet worden, en er komt
zelfs een tijd dat iedereen die jullie doodt, meent daarmee
God te dienen.
3 Maar ze doen dat omdat ze de Vader en mij niet kennen.
4 Ik zeg jullie dit nu, en wanneer die tijd komt zullen
jullie denken aan wat ik gezegd heb. Ik heb dit niet al
eerder verteld omdat ik nog bij jullie was.
5 Nu ga ik weg, naar hem die mij gezonden heeft, maar
niemand van jullie vraagt: "Waar gaat u naar toe?"
6 Jullie zijn verdrietig, omdat ik jullie dat gezegd heb.
7 Werkelijk, het is goed voor jullie dat ik ga, want als ik
niet ga zal de pleitbezorger niet bij jullie komen, maar als
ik weg ben, zal ik hem jullie zenden.
8 Wanneer hij komt zal hij de wereld duidelijk maken wat
zonde, gerechtigheid en oordeel is:
9 zonde–dat ze niet in mij geloven,
10 gerechtigheid–dat ik naar de Vader ga en jullie me niet
meer zien,
11 oordeel–dat de heerser over deze wereld is veroordeeld.
12 Ik heb jullie nog veel meer te zeggen, maar jullie kunnen
het nog niet verdragen.
13 De Geest van de waarheid zal jullie, wanneer hij komt, de
weg wijzen naar de volle waarheid. Hij zal niet namens
zichzelf spreken, maar hij zal zeggen wat hij hoort en
jullie bekendmaken wat komen gaat.
14 Door jullie bekend te maken wat hij van mij heeft, zal
hij mij eren.
15 Alles wat van de Vader is, is van mij–daarom heb ik
gezegd dat hij alles wat hij jullie bekend zal maken, van
mij heeft.
16 Nog een korte tijd en jullie zien me niet meer, maar kort
daarna zien jullie me terug.’
17 Daarop zeiden een paar leerlingen tegen elkaar: ‘Wat
betekent wat hij nu zegt: "Nog een korte tijd en jullie zien
me niet meer, maar kort daarna zien jullie me terug"? En:
"Ik ga naar de Vader"?
18 Wat betekent "nog een korte tijd"? Wat bedoelt hij toch?’
19 Jezus begreep dat ze hem iets wilden vragen. Hij zei:
‘Proberen jullie te begrijpen wat ik bedoelde met "Nog een
korte tijd en jullie zien me niet meer, maar kort daarna
zien jullie me terug"?
20 Waarachtig, ik verzeker jullie: je zult huilen en
weeklagen, terwijl de wereld blij zal zijn. Je zult bedroefd
zijn, maar je verdriet zal in vreugde veranderen.
21 Ook een vrouw die baart heeft het zwaar als haar tijd
gekomen is, maar wanneer haar kind geboren is, herinnert ze
zich de pijn niet meer, omdat ze blij is dat er een mens ter
wereld is gekomen.
22 Jullie hebben nu verdriet, maar ik zal jullie terugzien,
en dan zul je blij zijn, en niemand zal je je vreugde
afnemen.
23 Dan hoeven jullie mij niets meer te vragen. Maar ik
verzeker jullie: wat je de Vader ook vraagt in mijn naam–hij
zal het je geven.
24 Tot nu toe hebben jullie niets in mijn naam gevraagd,
maar vraag het en je zult het ontvangen. Dan zal je vreugde
volmaakt zijn.
25 Ik heb jullie dit alles in beelden verteld, maar er komt
een tijd dat ik niet meer in beelden spreek, maar jullie
zonder omwegen over de Vader vertel.
26 Als je dan iets vraagt in mijn naam, hoef ik het niet
meer namens jullie aan de Vader te vragen,
27 want de Vader zelf heeft jullie lief, omdat jullie mij
liefhebben en geloven dat ik van God ben gekomen.
28 Ik ben bij de Vader vandaan gegaan en naar de wereld
gekomen, nu verlaat ik de wereld weer en ga ik terug naar de
Vader.’
29 Toen zeiden de leerlingen: ‘Ja, nu spreekt u rechtstreeks
en niet in beelden.
30 Nu begrijpen we dat u alles weet en dat niemand u iets
hoeft te vragen, nu geloven we dat u van God bent gekomen.’
31 Jezus vroeg: ‘Nu geloven jullie?
32 Er komt een tijd, en die tijd is er al, dat jullie
uiteengedreven worden, dat ieder zijn eigen weg gaat en mij
alleen achterlaat. Maar ik ben niet alleen, want de Vader is
bij mij.
33 Ik heb dit gezegd opdat jullie vrede vinden bij mij.
Jullie zullen het zwaar te verduren krijgen in de wereld,
maar houd moed: ik heb de wereld overwonnen.’
(Johannes 16)
Dit hoofdstuk begint weer met een verwijzing naar het feit,
dat wij als christenen duidelijk aan het jodendom verbonden
zijn. Wij zagen dat al meerdere keren. De Heer heeft het
over de plaats waar Zijn volgelingen samenkomen en noemt
die: de synagoge (:2). De synagoge is de plaats waar Joden
samenkomen om God te dienen. De Heer maakt dus duidelijk,
dat het voor Hem vanzelfsprekend is, dat ook Zijn
volgelingen daar (dus in de synagoge van de Joden) zullen
samenkomen om God te dienen. Inderdaad is de synagoge in de
eerste tijd van het christendom de plaats geweest waar zij
die in Jezus geloofden samenkwamen met de Joden, ook als
deze Joden niet in Jezus geloofden. Daarmee hebben deze
eerste christenen - in navolging van wat Jezus hier zei -
ons duidelijk gemaakt, dat zij die in Jezus geloven, zich
niet mogen distantiëren van Joden, zelfs niet als deze Joden
niet in Jezus geloven. De Joden zijn en blijven het
uitverkoren volk van God. Het heil is uit de Joden, zo zagen
wij al eerder in deze studie. Daarom moeten wij het heil van
God blijven zoeken in de kring van het Joodse volk.
Als wij later de Handelingen van de Apostelen zullen
bestuderen, zullen wij zien, dat de eerste christenen niet
alleen God dienden in de synagogen, maar net als de Here
Jezus ook in de tempel. Wij komen de volgelingen van Jezus
steeds in de tempel tegen. In de Handelingen van de
Apostelen zien wij zelfs, dat priesters, die in functie
waren in de tempel, ook in Jezus geloofden. Wij lezen zelfs
dat de apostel Paulus een offer bracht in de tempel. Dit
moet ons leren niet hoogmoedig te zijn en te menen, dat wij
als christenen “meer” zijn dan de Joden. Wij dienen nederig
te zijn!
De Heer kondigde echter al aan, dat er een keer een eind zou
komen aan het samengaan van Joden die wel in Jezus geloven
en Joden die niet in Jezus geloven. Die tijd is inderdaad
gekomen. Joden en christenen zijn uiteen gegaan. Ze hebben
zich tegen elkaar afgezet. Ja, het is zelfs zover gekomen,
dat christenen gemeend hebben God te eren door de Joden te
vervolgen en te doden. Onder de uitroep “God wil het” hebben
veel christenen veel Joden vervolgd en gedood. Helaas!
Vreselijk! Wat hebben deze mensen de boodschap van Jezus
slecht begrepen. Wat waren zij vergeten, dat hun Heiland ook
een Jood was... Ook zullen mensen menen de ware gelovigen te
moeten doden. Dat verwijst naar de wereld, die tijden gehad
heeft - zoals in de tijd van de christenvervolging door de
Romeinse keizer - waarin Joden en christenen tezamen gedood
werden. Het verwijst ook naar tijden waarin mensen van grote
machtige kerken meenden anderen, die tot kleinere
evangelische gemeenten behoorden, te moeten vervolgen, omdat
zij niet lid waren van hun machtige wereldkerk. Intens
triest.
De Heer vervolgt Zijn waarschuwingen, onderwijzing en
bemoediging van Zijn discipelen. Tot onze grote verbazing
zegt Hij zelfs, dat het beter voor hen is als Hij heengaat,
omdat Hij dan de Heilige Geest tot hen kan zenden (:7). Wat
zal de Heilige Geest dan doen, dat Zijn komst zo belangrijk
is?
De Heilige Geest overtuigt de wereld van zonde,
gerechtigheid en oordeel (:8-11). Een mens, wiens hart in de
zonde verhard is, spot met de ernst van de zonde. Hij heeft
geen ernstig verlangen naar rechtvaardigheid en ontkent een
komend oordeel. Als de Heilige Geest zo iemand overtuigt van
zijn zonde, wordt zijn geweten wakker geschud en zal hij God
aanroepen en vragen om vergeving en reiniging. Wanneer
iemand zich bekeert en in de Here Jezus gaat geloven, wordt
hij een kind van God (Johannes 1:12), doordat hij opnieuw
geboren wordt door de Heilige Geest (3:5,6). Hierna zet de
Heilige Geest Zijn werk in de gelovige voort, door hem te
leiden in alle waarheid en door Jezus in hem te openbaren.
De Heilige Geest zal komen als "Pleitbezorger" of als
"Trooster" en als "Geest van de waarheid" (:13). Het woord
"Trooster" betekent "Helper" en wordt daarom ook als
Pleitbezorger vertaald. Zoals de Here Jezus de Helper en
Leider van Zijn leerlingen was toen Hij nog op aarde was, zo
zal de Heilige Geest dit doen nadat de Here Jezus naar de
hemel zal zijn teruggekeerd. Zo zal de Heilige Geest de
gelovigen de weg wijzen naar de volle waarheid. Hij zal niet
namens en over zichzelf spreken, maar Hij zal zeggen wat Hij
hoort. Zo zal Hij de gelovigen bekendmaken wat er nog gaat
komen (:13). Hij zal Jezus’ volgelingen bekend maken wat Hij
van Jezus ontvangen heeft. Zo zal Hij Jezus eren (:14).
Hierbij gaat het om een bekendmaking van enorme geestelijke
omvang, omdat alles wat de Here Jezus heeft, tevens alles is
wat van de Vader in de hemel is (:15).
De Heilige Geest is in de gelovige, om hem steeds meer van
de Here Jezus te laten zien en om in zijn leven zó te kunnen
doorwerken, dat de gelovige steeds meer op zijn Heer gaat
lijken. De Heilige Geest brengt niet een "nieuwe leer". De
Heilige Geest werkt ook niet zó in de mensen, als zouden zij
betere christenen zijn door de Geest, dan zij zouden kunnen
zijn door de Here Jezus. De Heilige Geest doet hetzelfde
werk als de Here Jezus indertijd deed.
Daarom is de mens in wie de Geest woont ook duidelijk te
herkennen. Niet aan een altijd maar weer spreken over de
Heilige Geest, maar aan een spreken door de Heilige
Geest over de Here Jezus. De Geest wijst niet naar
Zichzelf, maar Hij wijst naar de Here Jezus.
Eerst wil de Heilige Geest ons tot Jezus leiden, om ons
daarna te helpen bij onze geestelijke groei. De apostel
Paulus waarschuwde de gelovige "de Geest niet te bedroeven"
en "de Geest niet uit te blussen", maar veeleer "vervuld te
worden met de Heilige Geest."
In dit hoofdstuk maakt Jezus opnieuw bekend, dat Hij spoedig
zal sterven. Ook maakt Hij duidelijk, dat Hij zal opstaan
uit de dood (:16 v.v.). Wat de Heer zegt, heeft echter niet
alleen te maken met Zijn spoedige sterven en opstanding,
maar verwijst ook reeds naar Zijn hemelvaart en wederkomst.
De discipelen zullen verdriet hebben omdat hun Heer hen zal
verlaten. Maar er is troost: de Heer belooft, dat zij Hem
zullen terugzien (:22). Dat zal een dag worden van grote
blijdschap. Ook dit terugzien met grote blijdschap is zowel
van toepassing op de dag van Jezus’ opstanding als op de dag
van Zijn wederkomst. Ja, gelovigen hoeven niet angstig te
zijn als zij aan Jezus’ wederkomst denken. Het wordt voor
hen juist een dag van grote vreugde.
In de tussentijd dat wij op aarde zijn, kunnen wij toch een
heel bijzonder contact houden met God in de hemel. Door het
gebed. Gebed kan rekenen op gebedsverhoring als het voldoet
aan bepaalde normen, zoals wij al eerder zagen. De Heer
herhaalt nog eens deze voorwaarde: Wij moeten bidden in
Jezus’ Naam. Ons gebed moet dus een gebed zijn, dat Jezus
ook zou kunnen en willen bidden! (zie :23-26) Wat zal de
vreugde van de gelovigen groot zijn, als zij echt in Jezus’
Naam zouden bidden en ervaren, dat hun gebed verhoord werd.
Dan zouden er wat minder gebeden opgezonden worden voor
allerlei minder belangrijke zaken. Dan wordt er gebeden
zoals Jezus bad. Een voorbeeld van Zijn bidden hebben wij in
Johannes 17. Als u dit gebed leest, vraag uzelf dan eens af,
of uw gebeden enigszins vergelijkbaar zijn met Zijn gebeden.
Een prachtige uitspraak doet Jezus, als Hij meedeelt, dat de
Vader Zijn volgelingen liefheeft, omdat zij in Hem geloven.
Ook in dit hoofdstuk zien wij dus weer, dat het gaat om
geloof! Wat een prachtige belofte: de Vader Zelf heeft je
dan lief! (:27, 30,31) Wat mooi dat er nog een belofte komt:
vrede (:33). God wil ons vrede en rust geven in ons hart.
Deze vrede betekent niet, dat er geen “oorlog” zal zijn in
ons hart. Het verwijst naar het Hebreeuwse woord voor vrede:
shalom. Dat woord betekent: harmonie en rust. God wil ons
leven in balans brengen, zodat er vrede rust, dus harmonie
in ons leven komt. Dat wil God ook u geven!
Gebed:
"Almachtige God, leid mij door de Heilige Geest tot Christus
en leid mij in alle waarheid. In Jezus’ Naam. Amen."
opgaven les 18
De bedoeling is, dat u schriftelijk de opgaven beantwoordt. Nadat u dit gedaan hebt, kunt u uw
antwoorden vergelijken met de correcte antwoorden die aan het begin van de volgende les vermeld worden. Veel succes!
|
| 1. |
Moeten de volgelingen
van de Here Jezus zich bewust zijn, dat zij ook
vervolgd kunnen worden om hun geloof? |
| 2. |
Welke namen worden aan
de Heilige Geest gegeven? |
| 3. |
Van welke drie zaken
zal de Heilige Geest de wereld overtuigen? |
| 4. |
Van welke zonde zal
Gods Geest de wereld overtuigen? |
| 5. |
Wat zal de Geest der
waarheid doen voor Christus’ volgelingen? |
| 6. |
Waarom heeft God de
Vader de leerlingen van de Here Jezus lief? |
| 7. |
In Wiens Naam zullen
wij bidden? |
| 8. |
Wist de Here Jezus,
dat Zijn discipelen Hem zouden verlaten? |
| 9. |
In dit hoofdstuk zegt
de Here Jezus vier maal, dat Hij zal terugkeren naar
God de Vader, Die Hem gezonden heeft. In welke
verzen lezen wij dit? |
| 10. |
Wie heeft de wereld
overwonnen? |
| 11. |
Terwijl de Here Jezus
Zijn discipelen vertelde, dat zij verstrooid en
verdrukt zouden worden, gaf Hij hen tevens een
bijzondere belofte mee, die zij "bij Hem" zouden
ervaren.Wat beloofde de Here Jezus? |
| 12. |
Betekent "bij Hem" dat
het alleen voor de gelovige is of is het voor
iedereen, dus ook voor de ongelovigen? |
| 13. |
Mogen christenen die
geen Joden zijn zich distantiëren van Joden, ook als
deze Joden niet in de Heer Jezus geloven? Hoe zien
wij dit bij de eerste christenen? |
| 14. |
Distantieerden de
eerste christenen zich van de synagoge en van de
tempel? |
| 15. |
Als de Heilige Geest
duidelijk aan het werk is onder gelovigen, wordt er
dan steeds meer over de Heilige Geest gesproken en
wordt de Heilige Geest steeds meer geëerd, of
gebeurt er dan iets anders? Dus: waaraan kun je het
werk van de Heilige Geest herkennen? |
| 16. |
Is de gedachte aan
Jezus’ wederkomst bemoedigend of angstaanjagend voor
een gelovige? |
| 17. |
Nu u dit hoofdstuk
bestudeerd hebt, brengt u eens onder woorden, wat de
betekenis van de Here Jezus ook voor u kan zijn? |
|