Internet Bijbel studie - Wie is Jezus - les 19
Tienduizenden, misschien wel honderdduizenden in de gehele wereld volgden reeds in verschillende talen en in
een aantal landen een studie over het evangelie van Johannes. Zij deden dit door middel van een schriftelijke
studie. U gaat het op een moderne manier doen: via internet.
Deze studie gaat over de speciale vraag: "Wie is Jezus?" Het antwoord op deze bijzondere vraag zoeken wij in
het evangelie van Johannes. De cursus is samengesteld door ds. H.G. Koekkoek.
Aan het eind van elke les worden vragen gesteld die u dient te beantwoorden. De antwoorden krijgt u in de
volgende les.
Antwoorden les 18
| 1. |
Moeten de volgelingen van de Here Jezus zich bewust zijn, dat zij ook
vervolgd kunnen worden om hun geloof? |
| |
Ja (:2) |
| 2. |
Welke namen worden aan
de Heilige Geest gegeven? |
| |
a. Pleitbezorger (:7) |
| |
b. Geest van de waarheid (:13) |
| 3. |
Van welke drie zaken
zal de Heilige Geest de wereld overtuigen? |
| |
Zonde, gerechtigheid en oordeel (:8) |
| 4. |
Van welke zonde zal
Gods Geest de wereld overtuigen? |
| |
Ongeloof (:9) |
| 5. |
Wat zal de Geest der
waarheid doen voor Christus’ volgelingen? |
| |
De weg wijzen naar de volle waarheid (:13) |
| 6. |
Waarom heeft God de
Vader de leerlingen van de Here Jezus lief? |
| |
Omdat zij de Heer Jezus liefhebben en geloven dat Hij van
God gekomen is (:27) |
| 7. |
In Wiens Naam zullen
wij bidden? |
| |
In de Naam van de Heer Jezus (:23,24,26) |
| 8. |
Wist de Here Jezus,
dat Zijn discipelen Hem zouden verlaten? |
| |
Ja (:32) |
| 9. |
In dit hoofdstuk zegt
de Here Jezus vier maal, dat Hij zal terugkeren naar
God de Vader, Die Hem gezonden heeft. In welke
verzen lezen wij dit? |
| |
:5, 7, 10, 28 |
| 10. |
Wie heeft de wereld
overwonnen? |
| |
De Heer Jezus (:33) |
| 11. |
Terwijl de Here Jezus
Zijn discipelen vertelde, dat zij verstrooid en
verdrukt zouden worden, gaf Hij hen tevens een
bijzondere belofte mee, die zij "bij Hem" zouden
ervaren.Wat beloofde de Here Jezus? |
| |
Vrede (:33) |
|
12. |
Betekent "bij Hem" dat
het alleen voor de gelovige is of is het voor
iedereen, dus ook voor de ongelovigen? |
|
|
Alleen voor de gelovigen, want de ongelovigen zijn niet bij
Hem |
|
13. |
Mogen christenen die
geen Joden zijn zich distantiëren van Joden, ook als
deze Joden niet in de Heer Jezus geloven? Hoe zien
wij dit bij de eerste christenen? |
| |
Christenen mogen zich niet distantiëren van Joden. De
eerste christenen bleven ook trouw omgaan met Joden die niet in Jezus geloofden! |
| 14. |
Distantieerden de
eerste christenen zich van de synagoge en van de
tempel? |
| |
Nee, ze bleven trouw naar tempel en synagoge gaan! |
| 15. |
Als de Heilige Geest
duidelijk aan het werk is onder gelovigen, wordt er
dan steeds meer over de Heilige Geest gesproken en
wordt de Heilige Geest steeds meer geëerd, of
gebeurt er dan iets anders? Dus: waaraan kun je het
werk van de Heilige Geest herkennen? |
| |
Nee, dan zal de Here Jezus steeds meer openbaar worden. De
Heilige Geest zou juist niet over Zichzelf spreken, maar alleen de Here Jezus verheerlijken! |
| 16. |
Is de gedachte aan
Jezus’ wederkomst bemoedigend of angstaanjagend voor
een gelovige? |
| |
Voor een gelovige is het niet angstaanjagend, maar
bemoedigend, want het ziet uit naar een heerlijke toekomst! |
| 17. |
Nu u dit hoofdstuk
bestudeerd hebt, brengt u eens onder woorden, wat de
betekenis van de Here Jezus ook voor u kan zijn? |
| |
Als gelovigen hebben wij een bijzondere vertegenwoordiger
van de Heer Jezus bij ons: de Heilige Geest, die onze Pleitbezorger is, die de Geest van de
waarheid voor ons is. Wij hebben uitzicht op een bijzonder vreugdevol moment, als de Here
Jezus wederkomt of wanneer wij als gelovigen sterven. Dan zullen wij de Heer Jezus
ontmoeten. Terwijl wij nog op aarde zijn wordt ons hart vervuld van een bijzondere vrede en
vreugde, die wij van de Here Jezus ontvangen hebben. |
Wie is Jezus? - les 19
Jezus bidt voor de Zijnen
1 Zo sprak hij. Daarna sloeg Jezus zijn ogen op naar de
hemel en zei: ‘Vader, nu is de tijd gekomen, toon nu de grootheid van uw Zoon,
dan zal de Zoon uw grootheid tonen.
2 Hij heeft van u macht over alle mensen ontvangen, de macht
om iedereen die u hem gegeven hebt het eeuwige leven te schenken.
3 Het eeuwige leven, dat is dat zij u kennen, de enige ware
God, en hem die u gezonden hebt, Jezus Christus.
4 Ik heb op aarde uw grootheid getoond door het werk te
volbrengen dat u mij opgedragen hebt.
5 Vader, verhef mij nu tot uw majesteit, tot de grootheid
die ik bij u had voordat de wereld bestond.
6 Ik heb aan de mensen die u mij uit de wereld gegeven hebt
uw naam bekendgemaakt. Zij waren van u, maar u hebt hen aan mij gegeven. Ze
hebben uw woord bewaard,
7 en nu begrijpen ze dat alles wat u mij hebt gegeven, van u
komt.
8 Ik heb de woorden die ik van u ontvangen heb aan hen
doorgegeven, zij hebben ze aanvaard en nu weten ze echt dat ik van u gekomen
ben, en ze geloven dat u mij hebt gezonden.
9 Ik bid voor hen. Ik bid niet voor de wereld, maar voor de
mensen die u mij hebt gegeven, omdat zij van u zijn
10 –alles wat van mij is, is van u, en alles wat van u is,
is van mij–en omdat in hen mijn grootheid zichtbaar geworden is.
11 Ik ben al niet meer in de wereld, ik ga naar u toe, maar
zij blijven wel in de wereld. Heilige Vader, bewaar hen door uw naam, de naam
die u ook aan mij gegeven hebt, zodat zij één zijn zoals wij één zijn.
12 Zolang ik bij hen was heb ik hen door uw naam, die u mij
gegeven hebt, bewaard en over hen gewaakt: geen van hen is verloren gegaan
behalve hij die verloren moest gaan, opdat de Schrift in vervulling ging.
13 Nu kom ik naar u toe, en ik zeg dit terwijl ik nog in de
wereld ben, opdat zij vervuld worden van mijn vreugde.
14 Ik heb hun uw woord gegeven. De wereld haat hen, omdat ze
niet bij de wereld horen, zoals ook ik niet bij de wereld hoor.
15 Ik vraag niet of u hen uit de wereld weg wilt nemen, maar
of u hen wilt beschermen tegen de duivel.
16 Ze horen niet bij de wereld, zoals ik niet bij de wereld
hoor.
17 Heilig hen dan door de waarheid. Uw woord is de waarheid.
18 Ik zend hen naar de wereld, zoals u mij naar de wereld
hebt gezonden.
19 Ik heb mij geheiligd omwille van hen, zo zullen ook zij
door de waarheid geheiligd zijn.
20 Ik bid niet alleen voor hen, maar voor allen die door hun
verkondiging in mij geloven.
21 Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals u in mij bent en ik
in u, laat hen zo ook in ons zijn, opdat de wereld gelooft dat u mij hebt
gezonden.
22 Ik heb hen laten delen in de grootheid die u mij gegeven
hebt, opdat zij één zijn zoals wij:
23 ik in hen en u in mij. Dan zullen zij volkomen één zijn
en zal de wereld begrijpen dat u mij hebt gezonden, en dat u hen liefhad zoals u
mij liefhad.
24 Vader, u hebt hen aan mij geschonken, laat hen dan zijn
waar ik ben. Dan zullen zij de grootheid zien die u mij gegeven hebt omdat u mij
al liefhad voordat de wereld gegrondvest werd.
25 Rechtvaardige Vader, de wereld kent u niet, maar ik ken
u, en zij weten dat u mij hebt gezonden.
26 Ik heb hun uw naam bekendgemaakt en dat zal ik blijven
doen, zodat de liefde waarmee u mij liefhad in hen zal zijn en ik in hen.’
(Johannes 17)
Men heeft Johannes 17 weleens "het grote heiligdom" van het
evangelie van Johannes genoemd. Dit gebed noemt men "het Hogepriesterlijk
gebed". In dit gebed beleven wij als het ware dat de Here Jezus als de grote
hogepriester alleen het heiligdom binnengaat om er te bidden. In grote
priesterlijke bezorgdheid en bewogenheid spreekt Hij met de hemelse Vader. Hij
bidt alleen. De discipelen luisteren. Met open ogen (:1) bad de Heer, alsof Hij
direct naar de hemel keek. Dit gebed is als een afsluiting van Zijn aardse
werkzaamheden.
Het hogepriesterlijk gebed kunnen wij verdelen in drie
delen:
In vers 1 5 bidt Jezus voor Zichzelf. Hij noemt God "Vader"
(:1,5, zie ook :21,24). Hij bidt betreffende de "verheerlijking".
In vers 6 19 bidt Jezus voor Zijn discipelen. Nu noemt Hij
God "heilige Vader" (:11). Hij bidt betreffende "bewaring en heiliging"
(:11,17).
In vers 20 26 bidt Jezus voor de toekomstige Gemeente die in
de wereld zal staan. Nu noemt Hij God de "rechtvaardige Vader" (:25). Hij bidt
betreffende "eenheid" (:21 23).
Heeft de Vader het gebed van Zijn Zoon verhoord? Velen
menen, dat Jezus’ gebed nog steeds niet verhoord is. Als Jezus’ gebed nu eens
inderdaad niet verhoord zou zijn en de Here Jezus na bijna 2000 jaar nog moet
wachten op gebedsverhoring, heeft het dan nog wel zin, dat wij bidden...? Neen,
het gebed van de Here Jezus is niet onverhoord. De Vader heeft Zijn Zoon gehoord
en verhoord. De "verheerlijking" waar Jezus om bad is verhoord. "Bewaring en
heiliging" waarom Hij bad zijn verhoord en óók het gebed om "eenheid" van al
Gods kinderen is verhoord. De Here Jezus bad niet om een eenheid van kerken,
maar om de eenheid van allen die oprecht in Hem zouden geloven. En die eenheid
is er!
Door de eeuwen heen is dit gebed een bron van kracht geweest
voor de gelovigen. Door het te lezen, hebben zij ervaren, dat Christus niet
slechts bad voor de eerste discipelen, maar dat Hij ook bad voor hen, die "door
hun woord in Mij geloven" (vers 20), dus dat de Here Jezus ook bad voor de
gelovigen uit onze tijd. Als u een christen bent, realiseer u dan, dat de Here
Jezus ook voor u gebeden heeft.
Opmerkelijk is het om in vers 3 te lezen, dat eeuwig leven
en het kennen van God de Vader onlosmakelijk aan elkaar verbonden zijn. Dat is
opnieuw een bijzondere mededeling uit dit evangelie. Wij hoorden reeds eerder,
dat gelovigen dit eeuwige leven nu reeds bezitten. Nu wordt nog eens duidelijk
gemaakt, dat het dus onmogelijk is om God de Vader te kennen en niet het eeuwige
leven ontvangen te hebben. Ieder die door de Here Jezus God als zijn Vader heeft
leren kennen, heeft dus het eeuwige leven. Het is onmogelijk om een gelovige te
zijn, dat is dus tevens: het is onmogelijk om een kind van God te zijn (want
iedere oprechte gelovige is een kind van God) en niet het eeuwige leven te
bezitten. Dat kan dus niet. Iedere gelovige heeft het eeuwige leven, nu al
tijdens zijn leven op aarde!
Het gebed van de Here Jezus is heel bijzonder. Heel
duidelijk zegt Hij, dat Hij bidt voor Zijn leerlingen én voor allen die later
(als Hij dus eenmaal naar de hemel zal zijn teruggekeerd) in Hem zullen geloven.
Hij bidt dus in de eerste plaats voor Zijn leerlingen (:9). Zij behoren bij de
Vader en de Zoon (:9,10) en Jezus is in hen verheerlijkt, groot geworden (:10).
Dit geldt echter niet Judas, die de Heer verraden zal en die zijn ziel voor de
duivel geopend heeft, zoals wij eerder zagen. Hij wordt nu dan ook "de zoon des
verderfs", dat is "de mens die verloren moet gaan" genoemd (:12). De Heer bidt
ook niet voor de wereld, want de Heer heeft niets meer met de wereld te maken
(:9-11). God heeft de wereld lief (3;16) en dit betekent, dat Hij de wereld wil
redden. Wie echter niet gered wil worden en Gods aanbod tot redding afwijst,
blijft in de wereld. Jezus kan hen, die Hem afwijzen, niet helpen. Hij kan ook
niet voor hen bidden, omdat zij God niet kennen (:25).
De Heer bidt op een heel bijzondere manier voor de
gelovigen. Hij bidt dat de Vader hen zal bewaren (:11). Toen Hij op aarde was,
bewaarde Hij Zijn leerlingen. Nu Hij van de aarde naar de hemel zal gaan, vraagt
Hij aan de Vader, of Hij hiermee wil verder gaan (:12,15). Hij bidt ook dat Zijn
volgelingen een heel bijzondere eenheid zullen hebben; eenzelfde eenheid als de
Vader en de Zoon hebben (:11).
Jezus’ volgelingen zijn helemaal anders dan de ongelovigen,
die in de wereld leven. Jezus’ volgelingen hebben Gods Woord (:14). Zij zijn
niet van de wereld en behoren niet in de wereld te leven. Zij horen niet bij de
wereld (:14,16). Daarom moeten zij geheiligd worden in en door Gods Waarheid,
dat is het Woord van God (:17). "Heiligen" betekent afzonderen van de wereld en
toewijden aan het dienen van God. Dát moet er met de gelovigen gebeuren!
Daarvoor bad de Heer.
Heel mooi is het om te zien, dat Jezus niet alleen bad voor
de leerlingen die op dat moment bij Hem waren, maar dat Zijn gebed alle tijden
daarna omvat. Hij bad ook voor hen die in later tijden in Hem zouden geloven
(:20,21). Ook zij moesten die bijzondere eenheid, die Vader en Zoon hebben,
beleven (:21-23). Zo bad Jezus ook voor u, als u een gelovige bent. Is het niet
belangrijk om Hem daarvoor te danken?
Het doel van Jezus’ gebed is:
18. Blijdschap in de harten van Zijn volgelingen (:13).
19. Geloof (:21). De ongelovigen moeten gaan geloven, dat de
Here Jezus en de hemelse Vader bij elkaar horen en dat God de Vader de Zender is
van de Zoon! Ook in dit hoofdstuk zien wij dus opnieuw, dat het in het evangelie
van Johannes gaat om geloof en dat het een oproep is om in Jezus te gaan
geloven!
20. De liefde waarmee de Vader de Zoon liefheeft moet ook in
de gelovigen zijn, terwijl Jezus Zelf in hen openbaar moet worden (:26).
Zo bad Jezus voor alle gelovigen in alle tijden.
Gebed:
"Vader in de hemel, ik dank U, dat ik mij verbonden mag
weten met allen, die in de Here Jezus geloven en die door Hem tot U gekomen
zijn. Amen."
opgaven les 19
De bedoeling is, dat u schriftelijk de opgaven beantwoordt. Nadat u dit gedaan hebt, kunt u uw
antwoorden vergelijken met de correcte antwoorden die aan het begin van de volgende les vermeld worden. Veel succes!
|
| 1. |
In Zijn gebed sprak de Here Jezus over "Zijn ure, die gekomen
was". Welk moment bedoelde Hij daarmee? |
| 2. |
Wie heeft de Vader verheerlijkt? |
| 3. |
Van welke drie zaken
zal de Heilige Geest de wereld overtuigen? |
| 4. |
De Here Jezus maakte duidelijk, dat Hij niet voor iedereen
bad. |
| |
a. Voor wie bad Hij wel? |
| |
b. Voor wie bad Hij niet? |
| 5. |
De Here Jezus noemde verschillende opmerkelijke dingen van de
gelovigen. In enkele teksten leest u dit alles. |
| |
a. Wat begrijpen zij? |
| |
b. Wie kennen zij? |
| |
c. Wat geloven zij? |
| |
d. Wat bewaren zij? |
| |
e. Wat weten zij? |
| 6. |
De eenheid van de gelovigen heeft een bijzonder voorbeeld. De
gelovigen moeten één zijn, zoals ... |
| 7. |
Bad Jezus dat er een eenheid van alle kerken zou komen, of bad
Hij dat er een geestelijke eenheid onder alle ware gelovigen zou zijn? |
| 8. |
In dit gebed gaf de Here Jezus drie verschillende namen aan
Hem tot wie Hij bad. Hoe noemde Hij Hem? |
| 9. |
Is het mogelijk om een kind van God te zijn en dus oprecht in
de Here Jezus te geloven en toch niet het eeuwige leven te bezitten? |
| 10. |
Op welke wijze heeft de Vader het gebed om eenheid van de
gelovigen, zoals de Here Jezus bad, verhoord? (zie ook 1 Corinthe 12:13) |
| 11. |
Wat is het doel van de eenheid van allen, die oprecht in Jezus
Christus als Verlosser geloven? |
| 12. |
Wat hebt u in dit hoofdstuk geleerd over de Here Jezus? |
|