BEGINPAGINA   |   INFORMATIE   |   ARTIKELEN   |   NIEUWS UIT ISRAEL   |   BOEKEN   |   CD'S   |    STUDIES   |   ZOEKEN   |   LINKS

Stichting Het Licht des Levens

 
menu
Online studies beluisteren

Online studies lezen

Internet Bijbel studie

Speciale e-mail studies

Evangelisatie serie
inhoud
printversie
Online studies lezen

Abortus, wat zegt de Bijbel hierover?

09-02-2003
Psalm 119 : 73; 139 : 13-16

In onze tijd is abortus voor velen in ons land een heel normaal gegeven. Het functioneert als een voorbehoedsmiddel en het moet ervoor zorgen, dat het leven van de tegenwoordige mens zo comfortabel en ongecompliceerd mogelijk zal verlopen. Het moet de zorgen van mensen wegnemen en zorgen, dat zij hun leven kunnen leiden, zoals zij dat zelf graag willen, ook als ineens een ongewenste zwangerschap zich aandient.

Bij een onderwerp als dit willen wij nauwkeurig te rade gaan bij de oude rabbijnen, omdat zij veel eerder dan de christenen in aanraking kwamen met abortus en omdat zij bij dit onderwerp veel meer Bijbelse kennis hebben dan de christelijke theologen. Het is bij dit onderwerp niet mogelijk te zeggen, wat "de" rabbijnen zeggen, omdat hun meningen inzake abortus soms verschillend zijn. Daarom citeren wij de belangrijkste rabbijnen en rabbijnse bronnen en gaan wij niet te rade bij wat verschillende minder belangrijke rabbijnen over dit onderwerp zeggen.
 

Wat abortus is

Abortus is het met opzet doden van het ongeboren kind in de buik van de moeder en het verwijderen uit de buik van de moeder. Dit kan op verschillende manieren gebeuren. De meest spraakmakende manier is die, waarop het kind in stukken getrokken uit de buik van de moeder gezogen wordt. Bekend is, dat het kind al in de buik van de moeder op een of andere manier merkt, dat er gevaar dreigt en probeert aan de tang van de aborteur te ontsnappen. Inmiddels is bekend, dat een kind in dit stadium ook al pijn kan voelen, maar daar houdt niemand rekening mee.
 

Situaties waarin men abortus gewenst vindt

Er is een tijd geweest, waarin mensen wisten, dat zij moesten buigen voor de wetten van het land waarin zij leefden, ook al waren er altijd mensen, die de wetten overtraden, ook de wetten inzake abortus. In een land als het onze, wist men, dat de wetten zoveel mogelijk gebaseerd waren op de wetten van de Bijbel. Ons volk was er trots op een christelijk volk te zijn. Mensen wilden als christenen leven en zich in hun leven laten leiden door het Woord van God, ook al legde niet iedereen dit Woord op dezelfde manier uit. De wetten van leven en dood waren ondergeschikt aan de wetten van de Bijbel. De mens wist, dat hij het ongeboren leven niet mocht doden en dat hij de stervende mens niet mocht doden.

Er kwam verandering toen mensen de wetten van de Bijbel naast zich neer gingen leggen en wilden, dat de wetten van het land ook niet langer gebaseerd waren op het Woord van God. Steeds meer vrouwen wilden baas in eigen buik zijn en zelf beslissen of het kind in hun buik geboren mocht worden of geaborteerd diende te worde. Zo ging de vrouw beschikken over leven en dood van een mens in wording, dat zichzelf niet verdedigen kon tegen de overmacht van de vrouw met haar aborteur. Hoewel in een aantal situaties de man en de vrouw samen het besluit namen om tot aborteren over te gaan en hoewel soms misschien een man zijn vrouw (of een jongen zijn vriendin, of ouders hun kind) tot abortus overhaalde of dwong, willen wij hierna niet steeds al deze verschillende mogelijkheden bezien. Wij beperken ons tot de vrouw, omdat het initiatief indertijd ook uitging van de vrouw, die baas in eigen buik wilde zijn en omdat wij menen, dat de vrouw tenslotte degene is, die zich (al dan niet hiertoe door anderen aangespoord) laat aborteren.

Er wordt een aantal redenen aangevoerd, waarom abortus provocatus zonder meer en zonder problemen toegepast zou moeten kunnen worden. Er wordt dan bijvoorbeeld gedacht aan de volgende situaties: Een echtpaar heeft al een aantal kinderen en vindt het aantal kinderen voldoende. Het gezin is "compleet", zoals men dit noemt. Ongepland wordt de vrouw zwanger. Een echtpaar heeft al moeite genoeg om alle eindjes aan elkaar te knopen om voor het levensonderhoud van het gezin te zorgen. Nog een kind betekent onvoldoende financiële middelen om goed voor het gezin te zorgen. Het echtpaar weet, dat de geboorte van een kind een groot risico betekent voor de lichamelijke of psychische gezondheid of mogelijk zelfs voor het leven van de moeder. Een echtpaar is al wat ouder en heeft geen zin meer in nog een kind. Het echtpaar heeft een mooie vakantie gepland, maar nu moet in diezelfde tijd ineens een kind geboren worden en kan de vakantie niet doorgaan. Het huis is niet groot genoeg om er nog een kind een plaats te geven. Er is een onderzoek gedaan en het blijkt, dat het kind mogelijk, waarschijnlijk of zeker een afwijking zal hebben. Het echtpaar heeft geen zin in een kind met een afwijking. Een ongetrouwd meisje blijkt zwanger te zijn en moet kiezen tussen haar schoolopleiding met een onbezorgde jeugd en op jonge leeftijd al de zorg dragen voor een kind. Een meisje is verkracht en blijkt zwanger te zijn. Ze walgt begrijpelijk van de verkrachter en heeft geen zin in een kind van hem.
 

Is het een kind of is het slijm?

Hoe vreemd het ook moge klinken, maar er zijn heel bijzondere namen die gegeven worden aan datgene wat bij een abortus weggehaald wordt. Deze namen moeten verbloemen, dat het om het doden van een klein mensje gaat en moeten de indruk wekken, als zou het gaan om iets heel onbelangrijks. Datgene wat met de abortus weggehaald wordt, wordt vaak alleen maar een vruchtje genoemd of een klompje slijm of een foetus. Wie ziet wat er weggehaald is en wie ooit een miskraam van hetzelfde aantal weken of maanden gehad heeft, weet, dat het om een echt kindje gaat. Zo'n vrouw die een miskraam gehad heeft, spreekt dan niet over haar klompje slijm, ook niet over haar vruchtje en ook niet over haar foetus. Ze heeft het over haar kindje. Hoe klein het kindje ook is, het is en was haar kindje. Zo zullen wij eerlijk moeten zijn en bij abortus ook moeten praten over een kindje; een kindje dat gedood wordt, een kindje dat geofferd wordt aan de een of andere gedachte, die deze moord moet rechtvaardigen.

De vrouw uit wie dat kindje bij een abortus weggehaald is, zijn wij gewend om "moeder" te noemen. Terwijl de natuur van de moeder zo ingesteld is, dat zij alles wil doen voor haar kind om het te laten leven, zijn deze vrouwen bereid om hun eigen kind te vermoorden. Terwijl het normaal is, dat een vrouw zichzelf wegcijfert voor haar kind, doen deze vrouwen het precies andersom en kiezen voor zichzelf en tegen hun kind. Wat voor moeders zijn dit?
 

Abortus kan veel leed voor de moeder meebrengen

Veel vrouwen komen na een abortus in psychische problemen. Niet alle vrouwen, wel veel. Ze hebben iets gedaan dat tegen hun hele natuur indruist. Ze hebben zichzelf voorgehouden, dat zij dit wilden of ze hebben naar een ander geluisterd, die zei, dat dit het beste was. Ze stemden ermee in en zijn naar de abortuskliniek gegaan. Misschien gingen zij deze weg in een roes. Er kwam echter een moment, dat zij uit deze roes ontwaakten.

Het best kunnen wij ons dit misschien voostellen als wij het volgende bedenken. Stel u voor, dat uw eigen moeder indertijd besloten had om u, of uw broer of zus niet geboren te laten worden. Stel u voor, dat uw moeder het kindje in haar buik in stukken had laten zuigen of op een andere manier had laten doden. Had u uw moeder dan geen moordenaar gevonden? Zou u zich kunnen voorstellen, dat uw moeder u in alle rust zou kunnen vertellen, dat u nog een broertje of zusje had kunnen hebben, maar dat die in de afvalcontainer van de abortuskliniek terechtgekomen is, maar nu hoefde u de slaapkamer niet met een broertje te delen, of iets dergelijks? Wat zou u uw moeder vinden: een geweldige vrouw of een misselijk makend wezen, dat het niet waard is om "moeder" genoemd te worden?

Wij geven hierna enkele citaten. Met opzet citeren wij nu niet uit een christelijk blad reacties van religieuze vrouwen, maar uit een neutraal blad de reacties van niet-religieuze vrouwen. In Spits van woensdag 2 oktober 2002 stonden enkele reacties van vrouwen, die zich hadden laten aborteren. Duidelijk blijkt, dat een abortus niet hetzelfde is als een blindedarmoperatie. Een abortus roept op een gegeven ogenblik bij veel vrouwen schuldgevoelens en schaamte op. Een vrouw zei: "Ik heb lange tijd niet kunnen lachen, huilen of genieten. Ik leefde op de automatische piloot, ik voelde me verdoofd."

Een abortus is niet hetzelfde als een bezoek aan de pedicure. Na een abortus gaat het leven meestal niet meer gewoon verder voor de vrouw. Een abortus brengt zoveel spanning met zich mee, dat vrouwen na een abortus vaak huilbuien hebben en zich wankel, onevenwichtig, onzeker en bibberig voelen. Ze hebben verdriet. Ze hebben enorme schuldgevoelens. Ze twijfelen of ze wel de juiste beslissing genomen hebben. Juist die twijfel en die innerlijke strijd maken hen duidelijk, dat zij verkeerd bezig geweest zijn.

Een vrouw zei: "Ik weet nu, dat het verdriet blijft. Ik heb geen spijt van mijn besluit, maar ik had er alles voor over gehad, als ik dit niet had hoeven doen. Het was de moeilijkste beslissing van mijn leven. Ik voel mij hierdoor een slechter mens. Ik dacht, dat ik na de abortus van alles af was. Dat was een vergissing..."

Veel vrouwen zoeken een oplossing om uit het dal na de abortus te komen. Ze gaan naar praatgroepen, of nemen allerlei rituelen ter hand. Zo kunnen zij bloemen in de gracht gooien, een boom planten of de kleding die zij op de dag van de abortus droegen, verbranden. Er zijn zelfs vrouwen die het maandverband bewaren. Maar wat ze ook doen, velen komen nooit meer - hun hele leven niet meer - van de schuldgevoelens en de schaamtegevoelens af. De moeder heeft haar eigen kind laten vermoorden. Hoe kun je als moeder ooit zoiets doen?

Mensen die zelf geen kinderen kunnen krijgen en graag kinderen zouden willen hebben, staan verbijsterd over het feit, dat de ene vrouw laat doden, wat de andere vrouw zo graag zou willen hebben. Mensen die zelf geen kinderen kunnen krijgen, begrijpen niet - kunnen niet begrijpen - dat een vrouw het mooiste geschenk, dat God een vrouw kan geven, zo maar laat weghalen alsof het een puist, een wrat of een ontstoken blindedarm is.
 

Abortus en heidendom

In alle tijden en zelfs bij de meest primitieve volken hebben mensen zich bezig gehouden met abortus. Het doden van de ongeboren kinderen wordt in de Bijbel beschouwd als een van de gruwelijkheden van de Egyptenaren. In de eed van Hippocrates zweert de arts vanaf aloude tijden, dat hij een vrouw niets zal geven, waardoor een abortus wordt opgewekt.

In Exodus 1:15,16 lezen wij het volgende: "Ook beval de koning van Egypte de vroedvrouwen der Hebreeuwse vrouwen, van wie de een Sifra heette en de ander Pua: wanneer gij de Hebreeuwse vrouwen bij de bevalling helpt, dan moet gij goed toezien bij de verlossing; indien het een zoon is, dan moet gij hem doden, maar indien het een dochter is, mag zij blijven leven." Luther vertaalt het beter. Hij heeft het niet over "de verlossing" maar over "de stoel", dat is de baarstoel, de geboortestoel. Hij heeft de volgende vertaling: "En de koning van Egypte gebood de vroedvrouwen der Hebreeuwse vrouwen, de ene genaamd Sifra, en de andere Pua: wanneer gij de Hebreeuwse vrouwen helpt, en op den stoel ziet, dat het een zoon is, zo doodt hem; maar is het ene dochter, zo laat haar leven." De Staten Vertaling vertaalt ongeveer op dezelfde manier.

Nu is er iets merkwaardigs. Het woord dat als verlossing of als (geboorte) stoel vertaald is, is het woord "abnaim" of "avnaim", terwijl in Jesaja 37:3 de geboorte of de geboortestoel "mashber" heet. Een "eben" is een steen, terwijl "im" laat zien, dat het woord in het meervoud is. Wij komen hetzelfde woord tegen in Jeremia 18:3 waar het "het wiel" van de pottenbakker is. Wij weten, dat het wiel van de pottenbakker een ronde steen was, dus is het aannemelijk om het in Exodus 1:15,16 ook als steen of stenen te vertalen. Rabbi Yaakov Culi vertaalt daarom als volgt: "Als jullie de Hebreeuwse vrouwen bij de bevalling helpen en op de tweelingstenen kijken, en het is een zoon, breng hem ter dood, maar als het een meisje is mag het blijven leven."

Prof. Dr. W.H. Gispen, indertijd hoogleraar aan de Vrije Universiteit vertaalt in de befaamde "Korte Verklaring" deze tekst als volgt: "Wanneer gij de Hebreeuwse vrouwen bij de bevalling helpt en gij ziet op de beide schijven, dan zult gij, als het een zoon is, hem doden, maar, als het een dochter is, mag zij in het leven blijven." In zijn commentaar vermeldt hij het volgende: "Een kruis voor de uitleggers is: 'en gij ziet op de beide schijven'. Ik noem de voornaamste opvattingen: men leze met verandering van één klinkerteken: 'stenen" in plaats van schijven; stenen zijn hier de stoel, waarop de barende vrouw zit (Statenvertaling: stoelen, anderen: geboortestoel); stenen, waarop zij steunt, de geslachtsdelen..." Het is duidelijk, dat Prof. Dr. W.H. Gispen erkent, dat er hier iets bijzonders aan de hand is. De opvatting in christelijke kring, dat met de stenen zelfs de geslachtsdelen van de barende vrouw bedoeld zouden kunnen zijn, klinkt toch wel erg vreemd.

Volgens een bepaalde opinie wilde de Farao, dat de vroedvrouwen de jongens door middel van abortus zouden doden, dus nog voor de geboorte. Op die manier zou niemand te weten komen, dat hij de opdracht gegeven had om de jongens te doden. De moeders zouden steeds alleen maar zien, dat hun jongetjes dood geboren waren. Het zal duidelijk zijn, dat bij een groot volk als de Hebreeën er niet slechts twee vroedvrouwen waren. Er waren honderden vroedvrouwen. De leiding berustte echter bij Sifra en Pua.

Hoe konden die honderden vroedvrouwen ongemerkt alle jongetjes doden en alle meisjes laten leven? Als ze na de bevalling de jon-getjes zouden doden, zouden de mannen deze vroedvrouwen lynchen. Daarom had Farao deze vrouwen klaarblijkelijk ingeleid in de astrologische kunsten van zijn volk en had hij ze tweelingstenen gegeven, waarmee zij voor de geboorte konden bepalen of er een jongetje of een meisje geboren zou worden. Kort voor de geboorte moesten zij dan de jongetjes doden.
 

Beschrijving van de wording van een kind in de buik van zijn moeder

"Uw handen hebben mij gemaakt en toebereid, geef mij verstand, opdat ik uw geboden lere." (Psalm 119:73)

"Want Gij hebt mijn nieren gevormd, mij in de schoot van mijn moeder geweven. Ik loof U, omdat ik gans wonderbaar ben toebereid, wonderbaar zijn uw werken; mijn ziel weet dat zeer wel. Mijn gebeente was voor U niet verholen, toen ik in het verborgene gemaakt werd, gewrocht in de diepten van het aardrijk; uw ogen zagen mijn vormeloos begin; in uw boek waren zij alle opgeschreven, de dagen, die geformeerd zouden worden, toen nog geen daarvan bestond." (Psalmen 139:13-16)

"Het woord des HEREN nu kwam tot mij: eer Ik u vormde in de moederschoot, heb Ik u gekend, en eer gij voortkwaamt uit de baarmoeder, heb Ik u geheiligd; tot een profeet voor de volkeren heb Ik u gesteld." (Jeremia 1:4,5)

"Zoals gij de weg van de wind evenmin kent als het gebeente in de schoot van een zwangere vrouw, zomin kent gij het werk van God, die alles maakt." (Prediker 11:5)

Als wij luisteren naar de verschillende teksten, die iets over deze zaken zeggen, moeten wij ons bewust zijn, dat het de gelovige is, wiens ziel weet (zoals Psalm 139 vermeldt), wat Gods Woord over deze zaken leert en die begrijpt, wat God in Zijn Woord bedoelt. "Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is." (1 Corinthe 2:14)

God staat aan het begin van het kleine wezentje dat net zijn levensloop in de buik van de moeder begonnen is. Van dat moment af, dus vanaf het moment van de bevruchting, geldt, dat Gods handen dit minuscuul kleine wezentje gevormd hebben en dat Hij het verder vorm zal geven. God gaf het kindje bloed, bloedvaten en een hart om het bloed rond te pompen. God gaf het kleine wezentje botjes, spieren en pezen. God gaf het longen, nieren, een lever en ledematen. God maakt er iedere keer iets moois van. Iedere keer opnieuw moet zo'n klein wezentje het beeld van God weerspiegelen.

Toen het kleine wezentje nog een vormeloos begin had en onzichtbaar was voor zijn vader en moeder, keek de Schepper van hemel en aarde al naar dat kleine schepsel. God zag hem. Terwijl het kindje rustig kon groeien in de buik van de moeder, keek God toe en zag Hij neer op dat kleine wezentje. God is blij, iedere keer opnieuw als er een mensje tot ontwikkeling komt. Er is er weer een, die het beeld van God is. Weer een beelddrager van God. Daarin verheugt Zich God.

Vanaf het prille begin, toen er nog sprake was van een vormeloos begin, zagen de ogen van God dit kind al. Vanaf het prille begin ging Gods liefde al naar dit ongeboren wezentje uit. Met het kind in de baarmoeder heeft God al een plan, zoals Hij dat ook met Jeremia had.

God is de Schepper van het ongeboren kind; Hij heeft het kind in de baarmoeder "geweven" en "gevormd"; Hij heeft de organen gevormd. Het kind is niet het eigendom van de vader en/of de moeder; het is het eigendom van God, die de Schepper is. Dit betekent, dat aan het begin van het leven van dit kind de scheppende God stond. Hij is de schenker van het leven van dit ongeboren kind. Gelovigen weten, dat zoals een mens niet over het leven van een ander mag beschikken als die mens op hoge leeftijd is gekomen, of ernstig ziek is, zo de mens ook niet over het leven van een ander mag beschikken, als deze mens nog in ontwikkeling is om een leven op aarde te beginnen. De mens mag niet beschikken over leven en dood. Alleen God mag dit. Trouwens, waar haalt de mens de euvele moed vandaag, om een leven te doden, dat God geschonken heeft?

Het gaat voor ons niet om de vraag wanneer er sprake is van menselijk leven. Het gaat ons om het feit, dat je het leven, dat God geschonken heeft, niet mag doden. Terwijl sommigen zeggen, dat het menselijk leven pas begint na 40 dagen en anderen zeggen na 2 maanden, na 4 maanden of 6 maanden of pas na de geboorte, of zelfs pas 6 weken na de geboorte, is dit voor ons niet belangrijk. Het maakt ons niet uit op welke leeftijd je het ongeboren kind een mens kunt noemen. Het is altijd een schepsel van God, dat wij niet mogen doden.

Het gaat ons ook niet om de vraag, hoe je datgene wat bij de vrouw weggehaald wordt, moet noemen, of het een klomp slijm is, een foetus of een vrucht. Ieder mens weet, dat het gaat om een beginnend mensenleven, om een mens in wording, om een kind, waarvan de vrouw terecht kan zeggen: "Het is mijn kind."

Zodra je meent, dat je mag aborteren, maakt het in wezen niet meer uit, wanneer je het meent te mogen doen. Waarom zou het wel binnen 2 maanden mogen, maar niet binnen 3,4,5,6,7,8,of 9 maanden? Waarom zou het niet direct na de geboorte gedood mogen worden als blijkt, dat het kind ernstig gehandicapt is? Dr. Francis Crick uit Engeland, Nobel prijswinnaar meent, dat een kind binnen twee dagen na de geboorte nog gedood mag worden, als zijnde een vervangende abortus. Michael Tooley, professor filosofie van de Stanford Universiteit, meent, dat het pasgeboren kind niet meer is dan een jong dier en dat het pas een mens wordt, als het na een aantal weken de psychische kenmerken van een mens krijgt (zelfbewustzijn). Hij meent, dat er geen probleem is, om een gebrekkig kind binnen twee weken na de geboorte te doden.

Wij kunnen hiermee niet leven en houden ons vast aan wat de Bijbel ons leert. Het kind, geboren of ongeboren, met of zonder zelfbewustzijn, gebrekkig of kerngezond, het heeft zijn leven van God gekregen en de mens heeft niet het recht om Gods geschenk - het leven - van dit kind af te nemen. Ook de Joodse wet kan nooit toestaan, dat een kind dat lichamelijk of psychisch gebrekkig is, alsnog gedood zal worden.
 

Leert de Bijbel, dat abortus gelijk staat aan diefstal?

Op grond van de volgende tekst lijkt het, alsof abortus in de Bijbel niet gezien wordt als een zeer ernstig vergrijp, omdat de man, die in de hier beschreven situatie de abortus veroorzaakt, niet bestraft wordt als een moordenaar, maar bestraft wordt met een geldboete. De straf die de man opgelegd wordt, is de straf die ook gegeven wordt na diefstal. "Wanneer mannen vechten en een van hen stoot een zwangere vrouw, zodat haar vrucht afgaat, maar zonder ander letsel, dan zal zeker een boete worden geëist, naar dat de man van die vrouw hem oplegt, en hij zal het volgens besluit van de rechters geven." (Exodus 21:22) Wij zullen ons echter moeten realiseren, dat het hier m.i. gaat om een abortus als ongeluk. De situatie die hier gedacht wordt is, dat een zwangere vrouw tussenbeide komt bij twee vechtende mannen. Nu krijgt zij ook een klap en als gevolg daarvan krijgt zij een miskraam. Het was echter niet de bedoeling bij haar een abortus te veroorzaken. In het gevecht tussen de beide mannen loopt zij een klap met fatale afloop op. Nu wordt de man gestraft voor het feit, dat hij haar een klap met fatale afloop heeft toegediend; niet voor het feit, dat hij een moordenaar zou zijn geweest.

Ook al staat de opgelegde straf gelijk aan de straf voor wie een beest doodt, het betekent niet, dat het ongeboren kind in de Bijbel gelijkgesteld wordt aan een beest. "En wie een beest doodslaat, zal het vergoeden, maar wie een mens doodslaat, zal ter dood gebracht worden." (Leviticus 24:21) Het lijkt, alsof uit de volgende tekst nu de conclusie getrokken kan worden, dat bij een abortus niet "iemand sterft", omdat als iemand getroffen wordt, zodat hij sterf, de doodstraf toegepast dient te worden, terwijl dat in het voorbeeld van Exodus 21:22 niet het geval. "Wie iemand zo treft, dat hij sterft, zal zeker ter dood gebracht worden. Maar voor het geval, dat hij het er niet op toelegde, doch dat God het zijn hand deed overkomen, zal Ik u een plaats aanwijzen, waarheen hij kan vluchten." (Exodus 21:12,13) Rabbijn Elijah Mizrahi wijst er bij deze tekst op, dat de hier genoemde doodstraf geldt voor al het menselijk leven dat gedood wordt, ongeacht of het om een geboren mens gaat of om een ongeboren mensje.

Toch wil dit alles niet zeggen, dat in het jodendom de abortus te allen tijde verboden was. Er zijn rabbijnen geweest die meenden, dat een abortus toegestaan was, als een vrouw door overspel zwanger geworden was. Haar kind zou nu een bastaard zijn. Om het kind de levenslange ellende van het bastaard zijn (een mamzer zijn) te besparen, stonden deze rabbijnen in zo'n situatie abortus toe. Een abortus werd echter niet toegestaan als een ongetrouwde vrouw zwanger geworden was, omdat in dat geval het kind geen mamzer (bastaard) zou zijn. Wij kunnen het niet eens zijn met de rabbijnen, die meenden, dat een abortus geoorloofd zou zijn om te voorkomen dat een bastaard geboren zou worden.
 

De wetten van Noach veroordelen abortus

In de "wetten van Noach", dat zijn de wetten, die God aan Noach gaf en die dus niet de wetten voor het Joodse volk zijn, maar de wetten voor de gehele mensheid, lezen wij dat abortus duidelijk verboden wordt. "Wie des mensen bloed vergiet, diens bloed zal door de mens vergoten worden, want naar het beeld Gods heeft Hij de mens gemaakt." (Genesis 9:6) Hier hebben wij een tekst, die op meerdere manieren vertaald kan worden. In het Hebreeuws staat hier: "Wie vergiet bloed van de mens van/door/in de mens zal zijn bloed vergoten worden."

Hier is in de eerste plaats sprake van een mens, die een ander doodt. In de tweede plaats wordt hier aangekondigd, dat deze mens zich voor een rechtbank (hier "de mens" genoemd) zal moeten verantwoorden en bij gebleken bewijs door de rechtbank tot de doodstraf veroordeeld zal worden. Hier wordt geen vrijbrief gegeven aan de mens om eigenhandig en op eigen gezag moordenaars te straffen. Dit mag en mocht nooit door een individuele mens geschieden, maar moest altijd door een rechtbank gebeuren. Deze tekst geeft dus geen toestemming voor de zgn. "bloedwraak".

In de derde plaats moeten wij een voorzetsel kiezen en moeten wij een komma plaatsen. In onze vertaling is het volgende gekozen: "Wie vergiet bloed van de mens, door de mens zal zijn bloed vergoten worden." De komma is na het eerste "de mens" geplaatst en gekozen is, dat de moordenaar door een rechtbank zelf ook ter dood veroordeeld zal worden.

Er is een andere mogelijkheid om de komma te plaatsen en te kiezen voor een ander voorzetsel. "Wie vergiet bloed van de mens in de mens, zijn bloed zal vergoten worden." Op deze wijze wordt het vertaald in de Talmoed (Sanhedrin 57b). Hier lezen wij, dat rabbi Jisjmaeel de vraag stelt, wie of wat er bedoeld word met "een mens in een mens". Het antwoord is: "Dat is een foetus, een ongeboren kind in de buik van zijn moeder!" Tevens wordt hier gezegd, dat een heiden, die een abortus veroorzaakt heeft, een moordenaar is en nu zelf ter dood gebracht dient te worden.

Terwijl de Bijbel en de Joodse uitleg van de Bijbel vaak op de mannen gericht is, zegt de Talmoed hier, dat in deze tekst onder "Wie" zowel een man als een vrouw verstaan dient te worden. Of een man of een vrouw een abortus veroorzaakt of toestaat, maakt dus niet uit. Beiden zijn schuldig. Hierin, zo zegt de noot in de Talmoed, werd duidelijk stelling genomen tegen de praktijk van de Romeinen, waar prenatale moord (moord in de baarmoeder) gepraktiseerd werd.

Een vroegere Opperrabbijn van Israël, die een groot rabbijns geleerde was, verklaarde, dat het vernietigen van een foetus, ongeacht de leeftijd van het ongeboren kind, te allen tijde moord is, ook als verwacht mag worden, dat het kind met ernstige gebreken geboren zal worden.

Wij zullen er goed op moeten letten, dat hier gesproken wordt over wat als moord gezien wordt: het vergieten van bloed. Nu wijst rabbijn A.S. Onderwijzer in Rashies's Pentateuch-Commentaar erop, dat ook al vloeit er bij het doden helemaal geen bloed (zoals bij wurging), het toch moord is. Toch is het opmerkelijk, dat de Bijbel zoveel waarde hecht aan het bloed als beeld van de ziel en als beeld van het leven. "Want de ziel van het vlees is in het bloed en Ik heb het u op het altaar gegeven om verzoening over uw zielen te doen, want het bloed bewerkt verzoening door middel van de ziel. Daarom heb Ik tot de Israëlieten gezegd: niemand van u zal bloed eten. Ook de vreemdeling, die in uw midden vertoeft, zal geen bloed eten. En ieder van de Israëlieten en van de vreemdelingen, die in uw midden vertoeven, die een stuk wild of gevogelte jaagt, dat gegeten mag worden, zal het bloed daarvan uitgieten en dat bedekken met aarde. Want, wat de ziel van alle vlees betreft, het bloed ervan is zijn ziel; daarom heb Ik tot de Israëlieten gezegd: gij zult van generlei vlees bloed eten, want de ziel van alle vlees is het bloed: ieder die het eet, zal uitgeroeid worden." (Leviticus 17:11-14)

Er is een mooi voorbeeld, dat hier iets bijzonders duidelijk maakt. Als een kip eieren uitbroedt, kan al na een dag gezien worden, of de eieren "levend" zijn en er na enkele weken een kuikentje geboren kan worden. Het eerste dat namelijk tot ontwikkeling komt, zijn de bloedvaten. Na een dag al kun je, als je zo'n ei voor een lamp houdt en het licht van de lamp door het ei laat schijnen, de bloedvaten van het nieuwe kuikentje langs de wand van de eierschaal zien. Er is nog niets van het nieuwe kuikentje ontwikkeld dan alleen de bloedvaten. Het leven begint met het bloed!

Dit betekent, dat bij een ongeboren kind, bij wie het bloed snel aantoonbaar wordt, van de kleine vrucht al gezegd kan worden, dat het een ziel heeft en leven heeft. Dit betekent, dat bij het doden van een ongeboren kind, hoe klein ook, de mens zich vergrijpt aan het bloed, aan de ziel van het kind, dat hij juist moest beschermen. Het is zelfs extra slecht, omdat de mens, ook het kleine mensje in de buik van zijn moeder, een beeld is van God, zijn Schepper, zoals Genesis 9:6 zegt. Dit wordt niet voor niets in deze tekst erbij vermeld.

Nu wordt des te meer duidelijk, dat de foetus niet een aanhangsel van de moeder is, zoals velen beweren, maar dat de foetus een eigen leven heeft. Hij heeft immers ook niet het bloed (en de bloedgroep) van zijn moeder. Hij heeft zijn eigen bloed en zijn eigen bloedgroep. Hij heeft zijn eigen leven en zijn eigen ziel. In de Talmoed (Sanhedrin 91b) wordt gezegd, dat het embryo vanaf het moment van de bevruchting een ziel heeft. Ook zegt de Talmoed (Kiddushin 30b), dat er drie partners zijn bij het verwekken van een kind: de vader, de moeder en God. Dit is naar aanleiding van het feit, dat wij zowel onze vader en onze moeder moeten eren, alsook God moeten eren (Exodus 20:12 en Spreuken 3:9), terwijl wij onze vader en moeder niet mogen vervloeken, maar ook God niet mogen vervloeken en waar wij het toch doen, in beide gevallen onze straf zullen dragen (Exodus 21:17 en Leviticus 24:15). Nu vult de Talmoed hierbij aan, dat als wij onze vader en moeder eren, God het ons toerekent, als woonde Hij in ons midden en eerden wij Hem.

Het feit, dat zowel de vader en de moeder alsmede God aan het begin staan van het nieuwe leven, is in overeenstemming met Psalm 119:73; Psalm 139:13-16 en Jeremia 1:4,5. De moeder (met of zonder de vader) heeft daarom niet het alleenrecht om te beslissen over leven en dood van het kind. God dient hierbij ook geraadpleegd te worden. Zijn antwoord is al bekend, voordat de vraag gesteld wordt! Hij zegt: abortus is moord.

Als wij deze tekst toepassen op de huidige situatie zullen wij moeten zeggen, dat op grond van de Bijbel de aborteur en de man en/of vrouw die een abortus willen en om een abortus vragen, moordenaars zijn. Zij vergrijpen zich aan het leven, dat God geschonken heeft. Zij doden de mens in de mens en zullen daarvoor eens voor Gods aangezicht verantwoording moeten afleggen. Het feit, dat de Nederlandse wetgeving geen enkel bezwaar maakt tegen abortus en beweert, dat het ongeboren kind niet beschermd dient te worden en dat het doden van het ongeborene niet bestraft behoeft te worden, doet niets ter zaken. God en Zijn wetten staan boven de aardse wetten, ook boven de Nederlandse wetten. "Er zijn drie groepen mensen die de Shekinah (de tegenwoordigheid van God, de Heilige Geest) uit de wereld verdrijven en het voor de heilige God onmogelijk maken om aanwezig te zijn en gebeden te beantwoorden... (De derde is:) hij die opzettelijk de foetus in de buik van de moeder vernietigt, want hij ontwijdt het kunstige maaksel van de Koning (God). Deze zonde roept oorlog, hongersnood en de pest op en verhindert de Shekinah om een rustplaats in de wereld te vinden. Vanwege deze gruwelen huilt de Heilige Geest. Wee hem, die dit op zijn geweten heeft. Het was beter voor hem, als hij nooit geboren was. Het wordt de Israëlieten tot gerechtigheid gerekend, dat, ook al waren zij in ballingschap in Egypte, zij zich ver van deze zonden gehouden hebben en onbevreesd gehoorzaamden aan het gebod om vruchtbaar te zijn en zich te vermenigvuldigen." (Zohar, Shemot 3b)

Rabbijn Ja'ir Hayyim Bacharach vindt, dat wie een foetus vernietigt, zich schuldig maakt aan wat Jesaja als volgt beschrijft: "Over wie maakt gij u vrolijk, tegen wie spert gij de mond open, steekt gij de tong uit? Zijt gij geen kinderen der zonde, leugengebroed? Gij, die in wellust ontbrandt bij de terebinten, onder elke groene boom; die de kinderen slacht in de dalen, in de rotsspleten." (Jesaja 57:4,5)
 

Abortus om het leven van de moeder te redden

Zowel Joden als christenen waren steeds de mening toegedaan, dat als bij een geboorte er levensgevaar dreigde voor zowel de moeder als het kind, of alleen voor de moeder, en er gekozen moest worden of men het leven van het kind of het leven van de moeder diende te redden, in dat geval het leven van de moeder gered moest worden en het kind helaas hieraan opgeofferd moest worden. Zo staat het vermeld in de Misjna (Oholoth 7:6). Hier staat zelfs vermeld hoe de abortus geschiedde, als er levensgevaar voor de vrouw was: "Als een vrouw een zeer zware bevalling heeft, moet het kind in de baarmoeder in stukken gesneden worden en deel voor deel naar buiten gebracht worden, omdat het leven van de moeder gaat boven het leven van het kind. Als het grootste deel van het kind echter al te voorschijn gekomen is, mag het niet meer aangeraakt (in de betekenis van: gedood) worden, omdat in dit geval het leven van de een staat tegenover het leven van de ander." Terwijl in de Talmoed de meeste teksten uit de Misjna van commentaar voorzien zijn, is dit met deze uitspraak van de Misjna niet het geval. Zonder commentaar staat deze uitspraak in de Talmoed.

De grote joodse geleerde, rabbijn en arts Maimonides leerde, dat hier een vergelijkbaar geval was als bij de man, die door een ander achtervolgd werd, waarbij die ander hem wilde doden. Normaal gesproken mag je een ander niet doden. De achtervolgde, die nu vreest voor zijn leven, mag zijn achtervolger doden, om zelf in leven te blijven. Ook iemand anders, die ziet, dat de achtervolger de achtervolgde wil doden, mag de achtervolgde beschermen, door de achtervolger te doden. Maimonides vergeleek het ongeboren kind in een situatie waarin levensgevaar voor de moeder was met zo'n achtervolger. Het kind achtervolgt de moeder om het te doden. Nu moet de moeder en met haar de arts het leven van de moeder redden. Zij moet zich verdedigen tegen het kind dat haar wil doden. Nu moet zij het kind doden, om niet zelf om te komen. In zo'n situatie is abortus een keuze uit twee kwaden. Er is geen keuze tussen een goede en een kwade oplossing. Elke keuze is een keuze voor een kwade oplossing, maar niet kiezen is ook kiezen voor een kwade oplossing: de dood van de moeder.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden op bevel van de nazi's alle zwangere vrouwen in het getto van Kowno gedood. Rabbijn Ephraim Oshry gaf in 1942 in dit getto de zwangere vrouwen toestemming voor een abortus om zo uit handen van de Duitse moordenaars te blijven. De dood van het kind betekende het leven voor de vrouw. De rabbijn moest kiezen tussen de dood van het kind en tussen de dood van moeder en kind tezamen. Hij koos voor abortus, zodat slechts één van de twee stierf en ze niet allebei moesten sterven.
 

Een alternatief

Er zijn ongetwijfeld situaties waarin mensen zich afvragen, wat er moet gebeuren bij een zwangerschap, omdat een kind onvoorstelbare problemen voor de moeder meebrengt. Dat kan (maar hoeft niet) het geval zijn als een jong meisje zwanger wordt en zonder vriend, zonder vader voor het kind voor haar kind moet zorgen. Dat kan het geval zijn als een meisje verkracht is en in geen geval voor het kind van haar verkrachter wil zorgen. Enz.

In zulke situaties is er een alternatief voor abortus, juist voor hen die weten, dat op grond van de Bijbel het kind niet gedood mag worden. Dit alternatief is adoptie. Wat zouden kinderloze echtparen blij gemaakt kunnen worden als zij een Nederlands kindje zouden kunnen adopteren. Natuurlijk, zij zijn al blij met een kindje uit een heel ander land, een kindje met een heel andere huidkleur. Wat zou het mooi voor hen zijn, als ze een kindje uit ons eigen land zouden kunnen adopteren.

Het is mooi, dat in ons land de VBOK (Vereniging tot Bescherming van het Ongeboren Kind) meisjes en vrouwen die zwanger zijn en menen, dat zij niet voor het kind kunnen zorgen, zoveel mogelijk wil helpen. De zwangere vrouw die meent in een noodsituatie te verkeren, doet er verstandig aan contact op te nemen met de VBOK.
 

Vergeving

En als je nou zelf je kindje hebt laten weghalen en misschien jaren met wroeging gelopen hebt en nu ook nog eens leest, dat je een moord begaan hebt. Wat moet je dan? Moet je dan met nog meer ellende verder? Nee, beslist niet. Aan gelovigen heeft God een heel bijzondere zegen gegeven: vergeving.
"Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid." (1 Johannes 1:9)
God wil de zonden van leugenaars en kwaadsprekers vergeven, van dieven en moordenaars, en ook van mensen die door abortus hun kind hebben laten weghalen. God belooft, dat Hij ons wil reinigen van alle ongerechtigheid. Wat wij ook gedaan hebben, er is altijd vergeving bij God.

En het geaborteerde kindje? Met heel mijn hart geloof ik en ben ik dus overtuigd, dat het in de hemelse heerlijkheid van zijn Schepper is. Het kindje mocht niet leven op aarde. Het lichaampje is gedood. Niemand kon zijn ziel doden, zoals de Here Jezus eens zei. God heeft de ziel van dat kindje, van Zijn kindje (!) tot Zich genomen in Zijn hemelse heerlijkheid.

Als je als moeder eens in de hemel komt en daar je geaborteerde kindje zult ontmoeten, zul je daar staan als een vrouw, die haar schuld aan de Heer beleden heeft en van Hem vergeving ontvangen heeft. Misschien zal je kindje dan ook nog eens tegen je zeggen: "Ik heb het je ook vergeven." Wat zal dat dan een onvoorstelbaar mooi moment worden.
 

Wil je een gesprek of hulp?

Wil je, nu je dit alles gelezen hebt, een gesprek? Neem contact op met de VBOK.
Hier volgen de gegevens:
Adres VBOK Arnhemseweg 23
Postbus 559
3800 AN Amersfoort
Telefoon 033 - 460 50 70
Hulplijn 0900 - 202 10 88  (dag en nacht)
Fax 033 - 461 59 01
Internet www.vbok.nl
E-mail info@vbok.nl

Literatuur
Encyclopedia Judaica Jewish Bioethics, Dr. Fred Rosner en Prof. Dr. J. David Bleich, e.a. Jewish Medical Ethics, Opperrabbijn dr. Immanuel Jakobovits Judaica Press Books of the Bible, Commentaar op Tenach (O.T.) Judaism and Healing. Halakhic Perspectives. Prof. Dr. J. David Bleich Korte Verklaring der Heilige Schrift Me'am Lo'ez, Commentaar op Tenach (O.T.) Misjna Op het Leven! Medische ethiek bezien vanuit joodse optiek. Rabbijn mr. Drs. R. Evers Rashies's Pentateuch-Commentaar. Rabbijn A.S. Onderwijzer Talmoed Zohar.

 

BEGINPAGINA | INFORMATIE | ARTIKELEN | NIEUWS UIT ISRAEL | BOEKEN | CD'S | STUDIES | ZOEKEN | LINKS
© Copyright 2001-2010 Stichting Het Licht des Levens