Online studies lezen
Beelden van God
Gods hart
Genesis 6 : 5,6
03-11-1996
De Bijbel vertelt ons, dat God
niet lichamelijk is, zoals wij dat zijn. De Bijbel zegt ons, dat God
Geest is. Toch wordt er op menselijke wijze over God gesproken,
opdat wij God beter kunnen begrijpen en Hij vertrouwelijker met ons
zal kunnen omgaan. Zo is er in de Bijbel sprake van de ogen en de
oren van God, de mond, de neus, de hand, de vingers, de arm en de
voet van God, enz. Hier gaat het over het hart van God.
1. Er is droefheid in
Gods hart als Hij geconfronteerd wordt met de zonde van de mens.
In Genesis 6:5,6 lezen wij de
droeve woorden: "Toen de HERE zag, dat de boosheid des mensen
groot was op de aarde en al wat de overleggingen van zijn hart
voortbrachten te allen tijde slechts boos was, berouwde het de HERE,
dat Hij de mens op de aarde gemaakt had en het smartte Hem in Zijn
hart."
Hier is sprake van een
opmerkelijke tegenstelling. Het gaat hier over het hart van de
mensen tegenover het hart van God.
|
a. |
Het hart van de mens: Het
hart van de mensen bracht alleen maar grote boosheid voort.
De profeet Jeremia zegt over
het hart van de mens, dat het arglistig is boven alles, ja,
verderfelijk is het; wie kan het kennen? (Jer. 17:9) De Here Jezus
zei over het hart van de mens: "Want van binnenuit, uit het
hart der mensen, komen de kwade overleggingen, hoererij, diefstal,
moord, echtbreuk, hebzucht, boosheid, list, onmatigheid, een boos
oog, godslastering, overmoed en onverstand. Al die slechte dingen
komen van binnen uit naar buiten en maken de mens onrein."
Marc. 7:21-23
| | b. |
Het hart van God: God had
hierover leed in Zijn hart. Je zou bijna zeggen: God lijdt in Zijn
hart door de zonde van de mens.
Hier stuiten wij op een
probleem:
|
1. |
Verschillende keren staat er in de
Bijbel, dat God niet als een mens is en dat Hij daarom geen berouw kent. "God is geen
man, dat Hij liegen zou; of een mensenkind dat Hij berouw zou hebben." Num. 23:19 "Ook
liegt de Onveranderlijke Israëls niet en Hij kent geen berouw; want Hij is geen mens,
dat Hij berouw zou hebben." 1 Sam. 15:29 | |
2. |
Verschillende keren staat er in de
Bijbel, dat God berouw had over bepaalde beslissingen die Hij had genomen. Gen. 6:6,7;
Ex. 32:14; 1 Sam. 15:10,11 "Toen kwam het woord des HEREN tot Samuël: Het berouwt Mij,
dat Ik Saul tot koning heb aangesteld, want Hij heeft Zich van Mij afgekeerd en Mijn
bevelen niet uitgevoerd." En nogmaals in vers 35 "En de HERE had berouw, dat Hij Saul
tot koning over Israël had aangesteld." In 2 Sam. 24:16 lezen wij, dat bij de straf die
God gaf na de volkstelling door koning David, de Here op een gegeven ogenblik berouw had
over het onheil, dat over Israël was uitgestort. Het woord, dat hier voor "berouw"
gebruikt wordt, wil eigenlijk zeggen, dat God medelijden met Zijn volk kreeg. (zie ook 1
Kron. 21:15) Zie ook Jer. 26:13,19; Amos 7:3; Jona 3:10 |
|
Hoe kan dit dat God wel en
geen berouw kent? Het berouw dat hier geschilderd wordt is het
berouw zoals de mens dit kent. God kent wel berouw, maar niet het
berouw zoals de mens dit kent. Wanneer kent de mens berouw? Als Hij
kwaad gedaan heeft. Dit berouw kent God niet. God kent ander berouw,
nl. als Hij goede en rechtvaardige beslissingen genomen heeft, ook
als die wel eens als kwaad door de mens ervaren worden. Zij zijn dan
geen kwade, geen zondige daden van God! Zulk berouw betekent in
feite, dat God verdriet heeft.
Opmerkelijk is, dat er steeds
twee zaken worden genoemd als het gaat over het feit, dat God geen
berouw kent:
1. Hij is niet als de mens, Hij kent geen menselijk
berouw.
2. Hij liegt niet. Hij doet geen zonde en heeft daarover
berouw.
Num. 23:19 zegt nl. dat God niet eerst liegt en daarna
berouw heeft van Zijn leugen, berouw heeft van zijn zonde.
God kent geen zonden met
berouw als gevolg. God kent alleen liefdevolle en/of rechtvaardige
daden, die soms gevolgd worden door een diepe pijn, droefheid en
smart in Zijn hart. Zo ook is God zeer pijnlijk getroffen in Zijn
hart vanwege de zonde van de mensen, die Hij uiteindelijk Zelf
geschapen heeft en dit naar Zijn beeld en gelijkenis gedaan heeft.
Hoe vaak zullen wij God pijn gedaan hebben in Zijn hart?
2. Als God de mens
straft vanwege diens zonde, dan komt die straf niet uit Gods hart.
"Want niet
voor eeuwig verstoot de HERE. Want als Hij bedroefd heeft, ontfermt
Hij Zich naar de grootheid van Zijn gunstbewijzen. Immers niet van
harte verdrukt Hij de mensenkinderen." Klaagl. 3:33
Het is soms nodig, dat God
Zijn kinderen straft. Maar die straf komt niet voort uit Zijn hart.
Hij heeft er geen behagen in om ons te straffen. Soms denken mensen
weleens, dat God er een behagen in zou scheppen om ons leed aan te
doen. Hier blijkt duidelijk, dat als leed ons treft, dit leed niet
uit het hart van God komt. Het kan wel van God komen, maar niet uit
Zijn hart! God schept er geen behagen in om ons te straffen. Ook als
God ons straft, komt die straf niet uit Zijn hart, maar komt die
straf als een gevolg van onze zonden.
3. Gods hart is
verbonden met de tempel. "En de HERE
zeide tot Salomo: Ik heb uw gebed en uw smeking gehoord, die gij
voor Mijn aangezicht opgezonden hebt; Ik heb dit huis dat gij
gebouwd hebt, geheiligd door Mijn Naam daar voor altijd te vestigen
en Mijn ogen en Mijn hart zullen daar te allen tijde zijn." 1
Kon. 9:3 (vgl. 2 Kron. 7:16)
De tempel in Jeruzalem was een
heilige plaats, want God was daar. Zijn ogen en Zijn hart waren aan
die plaats verbonden. Deze woorden waren een antwoord op het gebed
van Salomo: "Zodat Uw ogen dag en nacht geopend zijn over dit
huis, de plaats waarvan Gij gezegd hebt: Mijn Naam zal aldaar zijn
zodat Gij hoort naar het gebed, dat Uw knecht te dezer plaats
opzenden zal." (! Kon. 8:29) Salomo had gebeden, dat God met
Zijn ogen in de tempel aanwezig zou zijn. God beantwoordt het gebed
van Salomo en zegt hem, dat Hij er niet alleen met Zijn ogen zal
zijn, maar met Zijn gehele hart!
Het gaat hier in feite over de
beantwoording van onze gebeden. God belooft, dat Hij niet alleen met
Zijn oor naar ons zal luisteren en niet alleen met Zijn oog naar ons
zal kijken, maar dat Hij bij de beantwoording van onze gebeden met
Zijn hart bij ons zal zijn. Is dat niet een rijke belofte?
Nadat de tempel in Jeruzalem
verwoest was, heeft God Zich een andere tempel verkozen, een
geestelijke tempel, de Gemeente (1 Cor. 3:16; 6:19). In deze tempel
zijn nu Zijn ogen en daar is Zijn hart. God ziet ons en is met Zijn
hart bij ons.
Te weten, dat God met Zijn
ogen bij ons is, maakt ons blij. Te weten dat God met Zijn oren,
Zijn hand en Zijn voeten bij ons is, maakt ons blij. Maar te weten,
dat Hij met Zijn hart bij ons is, schenkt ons overweldigende
blijdschap.
4. Gods hart is vol
barmhartigheid voor Zijn volk Israël. Terwijl Israël
van God afdwaalt en van God blijft afdwalen, zal God Zijn volk toch
niet loslaten. In Hosea 11:8,9 lezen wij: "Hoe zou Ik u
prijsgeven, Efraïm, u overleveren, Israël? Hoe zou Ik u prijsgeven
als Adama, u maken als Seboïm? Mijn hart keert Zich om in Mij, ten
volle wordt mijn barmhartigheid opgewekt. Ik zal Mijn brandende
toorn niet ten uitvoer brengen. Ik zal Efraïm niet verder
verderven. Want Ik ben God en geen mens, heilig in uw midden en Ik
zal niet komen in toorngloed."
Er zijn veel mensen geweest,
die gemeend hebben, dat God Zijn handen van Israël afgetrokken zou
hebben. Het heeft er inderdaad op geleken, dat Hij Zijn handen van
hen los gemaakt zou hebben. Maar, zo zegt God duidelijk, Hij heeft
Zijn hart niet van hen los gemaakt. Gods hart is en blijft bij Israël.
5. God zocht een
priester naar Zijn hart. Nadat Eli en zijn
beide zonen gefaald hadden als priesters in het heiligdom des Heren
sprak de Here de volgende woorden: "Ik zal Mij een betrouwbaar
priester aanstellen, die naar Mijn hart en in Mijn geest handelt en
Ik zal voor hem een duurzaam huis bouwen, zodat hij te allen tijde
voor het aangezicht van Mijn Gezalfde wandelen zal." 1 Sam.
2:35
Met deze priester wordt Zadok
bedoeld. (zie 2 Sam. 8:17; 1 Kon. 2:35; 1 Kron. 29:22) Hij en zijn
nakomelingen waren hogepriester vanaf de tijd van koning Salomo tot
aan de verwoesting van de tempel t.t.v. koning Nebucadnezar.
Deze priester zal nauw
verbonden zijn met de gezalfde, dat is het koningshuis van David.
Naast Zadok gaat het hier
profetisch over de Here Jezus, Die eenmaal zou komen als de grote
Hogepriester, die betrouwbaar zou zijn en die naar Gods hart en in
Gods Geest zou handelen. De woorden uit 1 Sam. 2:35 zijn daarom
Messiaans geladen.
Duidelijk blijkt hier, dat een
man naar Gods hart iemand is, die betrouwbaar is en die handelt in
de geest des Heren. Hij doet wat God wil. Hij zal trouw zijn aan
Gods opdrachten.
Nadat het priesterschap in
Israël bij de val van Jeruzalem en de tempel tot een einde gekomen
is, is er in het Nieuwe Testament sprake van een geheel nieuwe
priesterschap, nl. die van de gelovigen. God wil, dat wij priesters
zijn naar Zijn hart en dat wij doen wat Hij van ons vraagt.
6. God zocht een
koning naar Zijn hart. Nadat koning Saul
gefaald had om als een gehoorzaam dienaar van God koning te zijn
over Israël, sprak de profeet Samuël de volgende woorden: "De
HERE heeft Zich een man uitgezocht naar Zijn hart en de HERE heeft
hem tot een vorst over Zijn volk aangesteld, omdat gij niet in acht
genomen hebt wat de HERE u geboden had." 1 Sam. 13:14.
Het is duidelijk, dat het hier
gaat over koning David. Dit blijkt ook uit Hand. 13:22 waar staat:
"God verwekte hun David als koning, wie Hij ook dit getuigenis
gaf: Ik heb David, de zoon van Isaï gevonden, een man naar Mijn
hart, die al Mijn bevelen zal volbrengen."
Duidelijk blijkt hier, dat een
man naar Gods hart iemand is, die Gods bevelen volbrengt. Het gaat
om mensen die doen wat God wil.
7. Het hart van de
Here Jezus. Ongetwijfeld
kennen wij allen de bijzondere woorden, die de Here Jezus eens
sprak: "Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt en Ik
zal u rust geven; neemt Mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben
zachtmoedig en nederig van hart en gij zult rust vinden voor uw
zielen, want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht." Matth.
11:28,29
De Here Jezus was o.a. naar de
aarde gekomen om ons de Vader te openbaren. Als hier sprake is van
het hart van de Here Jezus, betekent dit, dat wij hier een blik
krijgen in het Vaderhart van God.
In deze tekst worden i.v.m.
het hart van de Here Jezus twee woorden gebruikt, die ons vertellen,
hoe de Here Jezus is. Hij is zachtmoedig en nederig.
|
1. |
De Here Jezus is zachtmoedig. Het
woord zachtmoedig betekent, als je het uit het Grieks vertaalt: mild, welwillend. Het is
een woord, dat verbonden is aan "vriend" en "vriendelijk". Zo komt het ook voor in 2
Cor. 10:1, waar de apostel Paulus spreekt over de zachtmoedigheid en de vriendelijkheid
van Christus. Het is een woord dat het tegenovergestelde is van "opgeblazen" en "snel
geïrriteerd" zijn. | |
2. |
De Here Jezus is nederig. Dit woord
betekent oorspronkelijk laag, onbetekenend, zwak, arm, pover. Het betekent, dat de Here
Jezus in alles toegewijd was aan God. Het betekent, dat de Here Jezus luisterde naar de
Vader en Hem gehoorzaam was. |
De Here Jezus gebruikte deze
twee woorden om duidelijk te maken, hoe Hij in Zijn hart is. Hij was
eenvoudig. Hij was niet gekomen om te vechten, maar om te lijden.
Hij zocht geen eer van mensen. Hij was een vriend van zondaars.
Als wij op de Here Jezus
willen lijken, als wij beelddragers van de Here Jezus willen zijn,
zullen wij ook zachtmoedig en nederig moeten zijn.
Het is een bijzondere zegen te
mogen weten, dat God met Zijn oog op ons let, met Zijn oor naar ons
luistert en met Zijn hand ons vast houdt. Maar is het niet de
allergrootste zegen, te mogen weten, dat God met Zijn hart bij ons
is? Vergeet niet daarvoor God te bedanken. En... zondig niet, d.w.z.
Doe God geen pijn in Zijn hart!
|