Online studies lezen
De doortocht door de Jordaan
Jozua
3
10-11-2002
Opmerkelijk moment in de
geschiedenis van het volk Israël. Mozes is de rust van God
binnengegaan. Jozua heeft het leiderschap van Mozes overgenomen.
Hiertoe heeft hij een bijzondere opleiding en training ontvangen.
Hij is niet op een profetenschool geweest. Zulke scholen waren er
toen nog niet. Hij is bij Mozes persoonlijk in de leer geweest. Hij
was steeds in de tent van Mozes en leerde de theorie, die Mozes hem
onderwees en leerde uit de praktijk, zoals hij die bij Mozes zag. Zó
waren de discipelen bij de Here Jezus en zo mogen ook wij -
geestelijk aan Zijn voeten zitten en van Hem les krijgen. Hij
onderwijst ons door Zijn Woord, de Bijbel.
Mozes' afscheid
Mozes' afscheidswoorden: "Gedenk dan heel de weg, waarop de
HERE, uw God, u deze veertig jaar in de woestijn heeft geleid, om u
te verootmoedigen en u op de proef te stellen ten einde te weten,
wat er in uw hart was: of gij al dan niet zijn geboden zoudt
onderhouden. Ja, Hij verootmoedigde u, deed u honger lijden en gaf u
het manna te eten, dat gij niet kendet en dat ook uw vaderen niet
gekend hadden, om u te doen weten, dat de mens niet alleen van brood
leeft, maar dat de mens leeft van alles wat uit de mond des HEREN
uitgaat. Het kleed dat gij draagt, is niet versleten en uw voet is
niet gezwollen in deze veertig jaar. Erken dan van harte, dat de
HERE, uw God, u vermaant, zoals een man zijn zoon vermaant, en
onderhoud de geboden van de HERE, uw God, door in zijn wegen te
wandelen en Hem te vrezen. Want de HERE, uw God, brengt u in een
goed land, een land van beken, bronnen en wateren, die in de dalen
en op de bergen ontspringen; een land van tarwe en gerst, van
wijnstokken, vijgenbomen en granaatappelen; een land van olierijke
olijfbomen en honig; een land, waarin gij niet in armoede uw brood
zult eten, waarin gij aan niets gebrek zult hebben; een land,
waarvan de stenen ijzer zijn en uit welks bergen gij koper zult
houwen. Gij zult eten en verzadigd worden en de HERE, uw God,
prijzen om het goede land dat Hij u gaf." (Deuteronomium
8:2-10)
Dit was een herinnering aan de
40 jaar waarin God op een bijzondere wijze voor het volk gezorgd
had. Dagelijks zorgde Hij voor hen. Hij gaf bescherming tegen de
vijand. Elke dag was er vers brood. Ook zorgde Hij voor hun
drinkwater. Hij was hun Heelmeester, zoals Hij beloofd had.
"...terwijl hij zei: indien gij aandachtig luistert naar de
stem van de HERE, uw God, en doet wat recht is in Zijn ogen, en uw
oor neigt tot Zijn geboden en al Zijn inzettingen onderhoudt, zal Ik
u geen enkele van de kwalen opleggen, die Ik de Egyptenaren opgelegd
heb; want Ik, de HERE, ben uw Heelmeester." (Exodus 15:26) De
belofte is niet: genezing als je ziek bent. De belofte is: je zult
niet ziek worden. God deed grote wonderen tijdens de woestijnreis,
zodat geen ernstig zieken hoefden achter te blijven, als de Israëlieten
weer op reis gingen.
Velen klampen zich op een
bijzondere manier vast aan de woorden van de Hebreeënbrief, die
zeggen: "Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in
eeuwigheid." (Hebreeën 13:8) Zij menen, dat deze woorden
betekenen, dat de Here Jezus min of meer dezelfde wonderen bij ons
moet doen, als Hij deed toen Hij in Israël was. Als wij deze
gedachte toepassen op Israël tijdens en na de woestijnreis, zouden
wij kunnen zeggen, dat de Israëlieten aan het eind van de
woestijnreis tegen God hadden kunnen zeggen, dat Hij ook in het land
Kanaän hun het manna moest geven en water uit de rots, kleding en
schoenen die niet versleten en dat ze niet ziek zouden worden. God
beloofde dat echter niet. Deze zegeningen waren alleen voor het volk
tijdens de woestijnreis en daarna niet meer. In Kanaän moesten zij
werken voor hun brood en waterputten graven. Ze werden wel ziek en
hun kleding en schoenen versleten ook. Was God dan niet meer
dezelfde? Zeker. God was niet veranderd. De situatie was veranderd.
God was niet verplicht om de wonderen en zegeningen die Hij tijdens
de woestijnreis gegeven had, ook in het beloofde land te geven.
Gods opdracht aan
Jozua
Zie de opdracht,
die God aan Jozua gegeven had. "Het geschiedde na de dood van
Mozes, de knecht des HEREN, dat de HERE tot Jozua, de zoon van Nun,
de dienaar van Mozes, zei: Mijn knecht Mozes is gestorven; welnu,
maak u gereed, trek over de Jordaan hier, gij en dit gehele volk,
naar het land, dat Ik hun, de Israëlieten, geven zal. Elke plaats
die uw voetzool betreden zal, geef Ik ulieden, zoals Ik tot Mozes
gesproken heb." (Jozua 1:1-3)
Nu zou het volk echt het
beloofde land binnen gaan. Zij kenden het verleden. Zij kenden de
woestijn. De toekomst was onbekend. Hoeveel bergen, heuvels en dalen
zouden er in het beloofde land zijn? Hoe diep zou de Jordaan zijn?
In vertrouwen op God moesten ze de reis aanvaarden.
Het eerste dat opvalt in deze
geschiedenis, is het feit dat de reis gemaakt werd in de morgen.
Vers 1 zegt, dat de Israëlieten 's morgens vroeg opstonden om de
reis door de Jordaan te maken. Dit betekent dat ze een hoogtepunt
uit hun geschiedenis zouden meemaken, vroeg na het begin van de
nieuwe dag. Het volk was 's morgens vroeg opgestaan om een
bijzondere beleving van God mee te maken. We zien vaker in de Bijbel
dat mensen bij bepaalde gebeurtenissen vroeg opstonden. Toen Abraham
naar Moria ging om daar zijn zoon te offeren, was dat vroeg in de
morgen, zo zegt Genesis 22:3. Ook van Jacob lezen wij dat hij vroeg
ontstond (Genesis 28:18). Zo ook Mozes (Exodus 34:4). En Samuel (1
Samuel 15:12). Wij leren hieruit, dat wij er goed aan doen de dag
met God te beginnen. De mensen uit de bijbel begonnen de dag met
God. Zo moeten wij dat ook doen.
De ark voorop
Nu wordt ons verteld dat er iets heel bijzonders ging gebeuren. Tot
op dit moment was de ark des verbond steeds in het midden van de
reizigers geweest als ze door de woestijn trokken. Zoals de ark in
het midden van het tentenkamp had gestaan als ze ergens bleven
staan, zo was de ark ook in het midden van het volk als zij reisden.
Nu echter gaat er iets nieuws gebeuren. De ark zal niet in het
midden van het volk het land Kanaän binnentrekken, maar aan het
hoofd van het volk. Dat komt, omdat ze nu het heilige land
binnengaan. En bij het binnengaan van het heilige land gaat de ark
als vertegenwoordiger van God voorop. Dat moet een heel bijzonder
moment voor hen geweest zijn.
De ark i.p.v. de
wolkkolom
Alle veertig jaar dat de Israëlieten in de woestijn waren, hadden
ze als teken van Gods aanwezigheid de wolkkolom; de wolken die Gods
aanwezigheid en heerlijkheid vertegenwoordigden. Als zij reisden
door de woestijn ging de wolkkolom voorop. De wolkkolom wees hen de
weg. De wolkkolom vertegenwoordigde God en liet hen zien, dat God
voorop ging. Na de dood van Mozes, horen wij echter niets meer over
de wolkkolom. Met de dood van Mozes is ook de wolkkolom verdwenen.
Het lijkt alsof de Israëlieten toen zonder gids en bescherming
achterbleven. Geen wonder dat ze bang waren. Jozua leerde hen echter
dat van nu af aan de ark hun gids zou zijn. Zoals voorheen de
wolkkolom hen geleid had, zo zou nu de ark hen leiden en hun gids
zijn, zo zou nu de ark Gods vertegenwoordiger bij hen zijn. En met
de ark aan het hoofd zouden zij grote wonderen gaan meemaken, zoals
nu bij de intocht van het land Kanaän aan. Opnieuw kunnen wij
zeggen, dat God dezelfde bleef, ook al liet Hij de wolkkolom niet
bij het volk blijven.
De ark, het symbool
van Gods Woord
De ark was het
symbool van Gods woonplaats, Gods aanwezigheid en van de wet van
God. In de ark waren immers de twee stenen tafelen, die Mozes op de
berg Sinaï van God had gekregen. De ark vertelde hen, dat ze altijd
volgens het Woord van God moesten leven. De ark vertelde hen, dat
het Woord van God altijd hun gids moest zijn. Nooit mochten en mogen
gelovigen op hun eigen inzicht vertrouwen. Wat hun hart hen zegt, is
onbelangrijk. Wat hun hart hen ingeeft, doet er niet toe. Gelovigen
mogen niet op hun eigen inzicht vertrouwen. Gelovigen mogen nooit
denken, dat omdat hun hart meent, dat het wel goed is, het daarom
ook echt goed is. Gelovigen mogen alleen op God vertrouwen. Dat
moesten de Israëlieten leren bij de doortocht door de Jordaan. Ook
wij moeten alleen door het Woord van God geleid worden.
"Vertrouw op de HERE met uw ganse hart en steun op uw eigen
inzicht niet. Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht
maken. Wees niet wijs in eigen ogen, vrees de HERE en wijk van het
kwaad." (Spreuken 3:5-7)
In de tijd van de woestijnreis
werden de Israëlieten geleid door de wolkkolom. Dat betekent, dat
ze bovennatuurlijke wonderen hadden door de aanwezigheid van God. Nu
ze het gewone leven van Kanaän binnengingen, moesten ze leren op
een gewone manier mensen te zijn, mensen van God. Nu moesten ze
leren, dat God en Zijn woord altijd bij hen zouden zijn en dat dat
genoeg was. Zolang zij in God geloofden en op Hem vertrouwden en
Zich aan Zijn woord hielden, zou Hij er voor hen zijn, voor hen
zorgen en hen beschermen.
Voordat het volk door de
Jordaan ging en het nieuwe land zou betreden, dat is het heilige
land van God zou binnengaan, moesten zij zich eerst heiligen en
reinigen. Eerst moesten zij zich gereed maken voor de wonderen van
God. Nu zouden ze gaan leren dat zoals God met Mozes was geweest,
Hij ook met Jozua was. De wonderen die Hij voor Mozes had gedaan,
zou Hij nu ook voor Jozua doen.
Waarom moest de
Jordaan splijten?
Er is een groot
verschil tussen het splijten van de Jordaan en het splijten van de
Schelfzee. Toen de Israëlieten bij de Schelfzee stonden, werden ze
achtervolgd door het leger van Farao. Het volk was in grote nood. Er
was grote angst. Zij konden niet vluchten, omdat de zee hen
tegenhield. Nu bij de Jordaan werden ze niet achtervolgd en waren ze
niet in nood. Toch deed God een groot wonder voor hen. Het lijkt
alsof dit wonder niet nodig was geweest. De Jordaan is immers niet
een zee. De Jordaan is een kleine rivier. Wij lezen van mensen als
Jacob, dat ze gewoon door de doorwaadbare plaatsen over de Jordaan
trokken. Ook David deed dit. Waarom is het volk Israël niet gewoon
door een doorwaadbare plaats naar de overkant van de Jordaan gegaan?
Het splijten van de Jordaan
gebeurde niet om de Joden te redden omdat ze achtervolgd werden. Het
was ook niet om hen het land te kunnen laten binnengaan. Ze konden
het land niet binnengaan door de doorwaadbare plaatsen, omdat de
Jordaan buiten zijn oevers getreden was en het water van de Jordaan
nu te diep moet zijn geweest. Het splijten van de Jordaan was een
teken van Gods aanwezigheid en hulp. Na de dood van Mozes moest het
volk een teken hebben dat, zoals God met Mozes was, Hij nu ook met
Jozua was. Het volk moest dit van Godswege zien. Het volk had grote
wonderen en tekenen in de woestijn meegemaakt, met Mozes. Nu moest
het een groot wonder met Jozua meemaken. Het volk moest weten, dat
God Jozua uitgekozen had als hun leider en helper, als de man die
God bij hen vertegenwoordigde. Daarom geschiedde dit wonder.
"En de HERE zei tot Jozua: op deze dag zal Ik beginnen u groot
te maken in de ogen van geheel Israël, opdat zij weten dat Ik met u
zal zijn, zoals Ik met Mozes geweest ben. Beveel dan de priesters,
die de ark des verbonds dragen: zodra gij gekomen zijt aan de oever
van het water van de Jordaan, zult gij in de Jordaan blijven
staan." (Jozua 3:7,8)
De ark door priesters
gedragen!
Er was iets heel
bijzonders in de wijze waarop de ark vervoerd werd. In de wet had
God geboden, dat als de ark vervoerd moesten worden, hij door de
levieten gedragen moest worden. De ark mocht niet op een wagen
vervoerd worden, ook niet door enkele dieren gedragen worden. De ark
moest altijd door levieten gedragen worden. Het dragen van de ark
was een zeer zwaar karwei. De ark was zwaar van gewicht. Hij was
gemaakt van hout; aan de binnenkant bekleed met goud en aan de
buitenkant eveneens bekleed met goud. Bovenop lag een gouden deksel.
En daarbovenop waren twee massief gouden cherubs. Hierdoor woog de
ark veel en was hij zwaar om te tillen. Als de ark door levieten
gedragen werd, dan moest er haast wel een wonder gebeuren om dit te
kunnen doen. De ark werd immers slechts door vier levieten gedragen.
Welke vier mannen waren zo sterk, dat ze kilometers lang zo'n zware
ark konden dragen?
Er was nu echter iets
bijzonders. Jozua gebood niet de levieten om de ark te dragen, hij
gebood de priesters om de ark te dragen. Deze priesters moesten niet
alleen de ark naar de Jordaan dragen, maar daarna met de ark in de
Jordaan blijven staan tot het hele leger van Israël hen gepasseerd
was. Bij het vertrek uit Egypte bedroeg het aantal Israëlieten al
600.000 mannen en evenzoveel vrouwen en een grote aantal kinderen.
Hun aantal moet inmiddels gegroeid zijn. Dit betekent, dat de
priesters met de ark moesten wachten tot dit grote gezelschap
voorbijgegaan was. Een miljoenen volk! Ook wachten totdat al het vee
gepasseerd was. Wie was zo sterk, dat hij zo lang de ark kon dragen,
als u bedenkt, dat slechts vier priesters de ark moesten dragen? Er
gebeurde dus een wonder. God gaf deze mannen bovennatuurlijke
kracht, waardoor ze in staat waren al die tijd stil te staan in de
Jordaan en de ark te dragen.
Drie keer in Israëls
geschiedenis is de ark door priesters gedragen i.p.v. door de
levieten, zoals voorgeschreven was. De eerste keer was hier in Jozua
3 (Jozua 3:3,6,8). De tweede keer was bij de verovering van Jericho
(Jozua 6:6,12). De derde keer was bij de inwijding van de tempel van
Salomo (1 Koningen 8:3,4)
Jozua zei tegen het volk, dat
door het wonder bij de Jordaan de mensen zouden weten, dat de
levende God in hun midden was en dat Hij hen veilig zou leiden naar
het land Kanaän. Jozua zei: kijk naar de wonderen, die God voor je
gaat doen. Zou God deze wonderen doen, als Hij niet van jullie hield
en niet voor jullie zorgde? Zou Hij jullie dan het land Kanaän
geven? God heeft jullie uitgekozen en zal jullie helpen. Hij is in
jullie midden en Hij blijft in jullie midden en zal jullie blijven
helpen en beschermen. Hij is immers de God van de hele aarde? Het
land Kanaän waar heidense volken wonen is Zijn land. En Hij pakt
het land van de Kanaänieten af en geeft het aan jullie. De ark in
de Jordaan was de garantie voor het volk Israël, dat het veilig
voor hen was in het land Kanaän.
12 getuigen
Jozua gaf
opdracht dat twaalf vertegenwoordigers - van elke stam één - naar
voren zouden komen en samen met de priesters naar de Jordaan zouden
gaan. Opmerkelijk is dat Jozua niet zei waarom dit was. Deze mensen
moesten als vertegenwoordigers van het volk - van iedere stam één
- aanwezig zijn bij het wonder, dat God ging doen. Op het moment dat
de voeten van de priesters het water zouden raken - geen seconde
eerder of later - zou het water weggaan en zou er een pad komen om
door te trekken. Er gebeurde meer. De Israëlieten zonken ook niet
tot hun enkels of tot hun knieën weg in de modder. Ook de modder
was verdwenen. God zorgde voor hen en maakte een pad dwars door de
Jordaan. Het waren de twaalf vertegenwoordigers van de stammen die
hiervan namens het volk getuigen waren.
Er geschiedde een groot
wonder. Het water van de Jordaan hield op te stromen. De heidenen,
die er omheen woonden en de volkeren van Kanaän die zeker hun
spionnen uitgezonden hadden om het leger van de Israëlieten te
bespioneren, moeten gezien hebben wat hier gebeurde. Het moet grote
indruk op hen gemaakt hebben. De Bijbel vertelt dit ook in Jozua
5:1.
Direct nadat Jozua het volk
opdracht had gegeven om zich gereed te maken om de Jordaan door te
reizen, maakte het volk zich gereed om te vertrekken. Er was groot
enthousiasme. Er was grote bereidheid. Er was een groot verlangen om
te gaan naar het land, dat God hen beloofd had. Geen mens twijfelde
nog of Jozua wel Gods profeet was, de leider die God boven hen
aangesteld had. De mensen maakten zich gereed om de wonderen van God
te aanschouwen. En de Jordaan ging als door een wonder terug vanwaar
hij gekomen was. "Wat was er, o zee, dat gij vluchttet? Gij
Jordaan, dat gij u achterwaarts wenddet?" (Psalm 114:5)
De priesters die de ark
droegen, hebben het zwaar te voortdurend gehad in de Jordaan. Het
kan niet anders, of God heeft een groot wonder gedaan en hen
bovennatuurlijke kracht gegeven. God zorgde voor Zijn volk. Pas toen
de laatste Israëlieten door de Jordaan gegaan waren, gingen ook de
priesters de Jordaan uit. Zo gingen allen samen het nieuwe land
binnen.
Wat was er anders
tijdens de doortocht door de Jordaan?
Er waren bij de doortocht door de Jordaan drie veranderingen ten
aanzien van de woestijnreis: 1. De ark leidde het volk en niet de
wolkkolom. 2. De ark werd door priesters gedragen en niet door
levieten. 3. De ark ging voor het volk uit en was niet in het midden
van het volk.
God kan met ons ook een andere
weg gaan dan hij met anderen doet. Het is niet belangrijk dat Hij
precies hetzelfde met ons doet als Hij bij anderen deed. Het is
belangrijk, dat wij weten, dat Hij onze hemelse Vader is en dat de
Here Jezus onze Heiland is. Het is belangrijk, dat wij weten, dat
Hij bij ons is en er altijd voor ons zal zijn.
|