BEGINPAGINA   |   INFORMATIE   |   ARTIKELEN   |   NIEUWS UIT ISRAEL   |   BOEKEN   |   CD'S   |    STUDIES   |   ZOEKEN   |   LINKS

Stichting Het Licht des Levens

 
menu
Online studies beluisteren

Online studies lezen

Internet Bijbel studie

Speciale e-mail studies

Evangelisatie serie
inhoud
printversie
Online studies lezen

De hemelvaart van Elia

2 Koningen 2 : 1-18

09-06-1996


In de serie "De Prediking van het Oude Testament" over 2 Koningen schrijft Dr. H.A. Brongers, dat de gehele serie verhalen die wij hier hebben, het best met de aanduiding "verzameling anecdoten" gekarakteriseerd kan worden. Hier hebben wij geen geschiedenis, maar legende, aldus dr. Brongers. Even later voegt hij er nog aan toe, dat hij er moeite mee heeft om aan deze mirakelen enige theologische betekenis toe te kennen. Wij denken er anders over.

In de Bijbel lezen wij over verschillende mensen, die aan het eind van hun leven op een bijzondere wijze het tijdelijke voor het eeuwige verwisseld hebben:

1. Henoch. Hij wandelde met God en hij was niet meer, want de Here had hem opgenomen (Gen. 5:24). Hier wordt over de opname van Henoch gesproken, net zoals er bij ons over de opname van Elia gesproken wordt. Dit is het spraakgebruik, dat wij later in het NT tegenkomen voor de gemeente van Jezus Christus, die ook eens zal worden opgenomen in de hemelse heerlijkheid (1 Thess. 4:13-18).

2. Mozes. Hij was samen met God op de berg Nebo in de velden van Moab, aan de overkant van de Jordaan (Deut. 34:5,6). Nadat Mozes daar gestorven was, werd hij door de Here Zelf in een dal begraven en niemand heeft ooit zijn lijk gevonden.

3. Elia. Hij was in de omgeving waar Mozes stierf, toen hij daar op een bovennatuurlijke wijze ten hemel werd opgenomen (2 Kon. 2). Hij is met lichaam en ziel in het paradijs opgenomen. Elia had blijkbaar een grote mate van volmaaktheid bereikt, dat hij op deze wijze in de hemel kon worden opgenomen.

4. De Here Jezus. Veertig dagen na Zijn opstanding uit de doden voerde Hij op eigen kracht omhoog. Dit geschiedde vanaf de Olijfberg (Hand. 1:1-11).

5. Korach, Dathan en Abiram. De opstandelingen. Zij gingen echter niet omhoog, maar omlaag naar het dodenrijk (Num. 16:1-50).

1. ELISA'S WEIGERING OM VAN ZIJN MEESTER GESCHEIDEN TE WORDEN (:1-6)

Er is sprake van vier verschillende plaatsen: Gilgal Verschillende steden in Israël dragen deze naam. Veel uitleggers menen, dat het hier om Gilgal ten Noorden van Bethel ging en niet om Gilgal in het Jordaandal (Joz. 4:19). Anderen menen, dat het de plaats was waar de Israëlieten voor het eerst hun tenten opsloegen, toen zij in het beloofde land waren aangekomen. Hier werd voor het eerst na de woestijnreis het heiligdom, de tabernakel, opgericht. Hier besneed Jozua het volk en hier vierden zij voor het eerst het Paasfeest.

Bethel Dit was de plaats, waar God tweemaal aan Jacob verschenen was en waar Jacob een monument had opgericht. Zowel hier als in Jericho waren studie-centra, waar de leerling profeten hun opleiding kregen. Deze scholen waren waarschijnlijk door Elia opgericht. Elia bracht nu een afscheidsbezoek aan deze centra. Hij wilde nog één keer deze discipelen versterken in hun geloof en vertrouwen op de Here God en hun toewijding aan de Here bemoedigen.

Letterlijk zegt Elia tegen Elisa, dat hij zo ver als Bethel zal gaan. Dat betekent, dat hij de stad, waar Jerobeam zijn gouden kalf heeft opgericht, niet binnen zal gaan. Er staat hier ook van de profeten, dat zij naar Elisa kwamen, terwijl er later bij Jericho staat, dat deze profeten tot Elisa naderden. Dit wil ons zeggen, dat Elia en Elisa buiten de stadsmuur van Bethel zijn gebleven, maar dat zij Jericho zijn binnen gegaan.

Waarschijnlijk zijn deze profeten de profeten over wie in 1 Kon. 18:4 gesproken wordt. Bij ons is in :7 en :16 ook sprake over een aantal van 50 profeten.

De profeten wijzen Elisa er op, dat Elia van boven zijn hoofd zal worden weggenomen. Met andere woorden: Elia was als een kroon op het hoofd van Elisa.

Jericho Dit was de plaats van het eerste wonder in Kanaän bij de verovering van het land.

Jordaandal (over de Jordaan) De Jordaan was indertijd bij Jozua op een bijzondere wijze de doorgangsplaats van het Israëlische volk geworden pad door de Jordaan.

Elia zal in een storm ten hemel opgenomen worden. Storm hoort in de Bijbel verschillende keren bij de openbaring van God. "Toen antwoordde de Here Job uit een storm" (Job 38:1). Toen Ezechiël de openbaring van de Here ontving, ging dit ook gepaard met een storm. Zelf schrijft hij: "En ik zag en zie een stormwind kwam uit het noorden..." (Ezech. 1:4) Zacharia schrijft: "De Here zal de bazuin blazen en optrekken in zuiderstormen." (Zach. 9:14).

Elia zei tegen Elisa, dat hij niet moest meegaan naar de volgende plaats. Elia was blijkbaar nederig en wilde niet, dat Elisa zou zien op welke wijze hij ten hemel zou varen.

"Zo gingen zij beiden verder" lijkt op een soortgelijke uitdrukking uit Gen. 22:6,8.

2. HET WONDER VAN DE OPNAME VAN ELIA (:7-11)

Elia nam zijn mantel en sloeg op het water en zij gingen over het droge naar de overkant (:8). Zie ook Joz. 3:14-16. Mozes had indertijd als herder met zijn herdersstaf op de Schelfzee geslagen en er was een pad gekomen. Elia als profeet slaat met zijn profetenmantel op het water en ook nu komt er een pad.

Elisa's verzoek: Een dubbel deel van de Geest van Elia. Dat is niet twee keer zoveel als Elia had! Het wil zeggen: Als Elia's profetische geestesgaven verdeeld zouden worden, geef mij dan twee delen daarvan. Dit is naar aanleiding van Deut. 21:17. Bij de erfenis krijgt iedere zoon één deel. De oudste, die de opvolger van zijn vader is, krijgt een dubbel deel. Elisa vraagt in feite: Maak mij officieel tot uw opvolger.

Elia vind dit moeilijk. God deelt de gave der profetie uit, niet Elia.

Oplossing: Als je mij zult zien, als ik opgenomen word... Elia werd opgenomen. Hij werd "veranderd" en mocht zo het tijdelijke voor het eeuwige verwisselen. Denk hierbij ook aan 1 Cor. 15:51,52 en 1 Thess. 4:15.

Elisa is niet groter geworden dan Elia was. Elisa heeft een gewoon sterfbed gehad (13:20). In het NT wordt wel 30 keer naar Elia verwezen, doch slechts eenmaal naar Elisa. Elia was samen met Mozes aanwezig bij de verheerlijking op de berg, niet Elisa. Elia komt terug, niet Elisa.

Een vurige wagen en vurige paarden. Zie 6:17

Elia zal terugkeren Mal. 4:5,6

3. ELISA IN DE GEEST EN IN DE KRACHT VAN ELIA (:1215)

"Mijn vader, mijn vader..." (:12) Uitspraak van respect en verering.

"Wagens en ruiters van Israël". Een beeld van kracht en bescherming. Koning Joas gebruikt later dezelfde uitdrukking voor Elisa, zie 13:14. Elisa scheurde zijn klederen, als teken van rouw (vgl. Gen. 37:29).

Elisa heeft nu de mantel van Elia. Die had hij al eerder in zijn handen gehad: 1 Kon. 19:16,19-21.

Bij de Jordaan: "Waar is de God van Elisa...?" Dit was geen vraag waarop hij antwoord wilde hebben. Dit was meer een uitroep om hulp van God. Toen hij daarop het water kliefde, bleek, dat Elia's God nu ook bij hem was. Elia zelf was er niet meer, maar zijn God was gebleven. Hij is altijd bij ons. Zijn kracht verandert niet.

4. VRUCHTELOOS ZOEKEN NAAR ELIA (:16-18)

De profetenzonen konden niet geloven, dat Elia met lichaam en al naar de hemel was gegaan. Toen ze in het verleden gesproken hadden over de opname van Elia (:5), was dat beeldspraak geweest. Zij hadden nooit gedacht, dat het echt zou gebeuren.

Wat deze mensen dachten, had ook Obadja indertijd gedacht zie 1 Kon. 18:11,12.

Elisa voelde zich beschaamd. Hij kon deze mannen niet langer weigeren en liet hen gaan.

Deze geschiedenis is bijzonder waardevol, omdat zij ons iets vertelt over de ten hemel opneming van de Here Jezus en over de toekomstige hemelvaart van de Gemeente. God is een God van wonderen. Voor Hem is niets vreemd of onmogelijk. 


BEGINPAGINA | INFORMATIE | ARTIKELEN | NIEUWS UIT ISRAEL | BOEKEN | CD'S | STUDIES | ZOEKEN | LINKS
© Copyright 2001-2010 Stichting Het Licht des Levens