Online studies lezen
Een helpende hand
Psalm
139 : 1-12
27-10-1996
De Bijbel vertelt ons, dat God
niet lichamelijk is, zoals wij dat zijn. De Bijbel zegt ons, dat God
Geest is. Toch wordt er op menselijke wijze over God gesproken,
opdat wij God beter kunnen begrijpen en Hij vertrouwelijker met ons
zal kunnen omgaan. Zo is er in de Bijbel sprake van de ogen en de
oren van God, de mond, de neus, de hand, de vingers, de arm en de
voet van God, enz. Hier gaat het over de hand van God, die wij een
helpende hand willen noemen.
Een mens of een volk kan op
twee manieren kennis maken met de hand of met de handen van God: 1.
ten zegen, 2. ten oordeel. Wij willen in deze studie maar kort
letten op Gods hand ten oordeel en voornamelijk kijken naar Gods
hand ten zegen.
GODS HAND TEN OORDEEL:
a. i.v.m. Gods
vijanden:
In de
geschiedenis van de roeping van Mozes in de woestijn, lezen wij, dat
God op een gegeven ogenblik het volgende tegen Mozes zei: "Ik
zal Mijn hand uitstrekken en de Egyptenaren slaan met alle
wondertekenen, die Ik in hun midden zal doen." (Ex. 3:20) Hier
gaat het over Gods hand ten oordeel over ongelovigen, die zich als
ongehoorzamen en als vijanden van God openbaren. Zoals een Vader een
ongehoorzaam kind een pak slaag geeft, met zijn handen slaat, zo
stelt God het hier voor, als zou Hij met Zijn eigen handen de
Egyptenaren een pak slaag geven.
Bij Mozes' eerste optreden in
Egypte zei de Here God tegen hem: "Farao zal naar u niet
luisteren. Daarom zal Ik Mijn hand op Egypte leggen... En de
Egyptenaren zullen weten, dat Ik de HERE ben, wanneer Ik Mijn hand
tegen Egypte uitstrek en de Israëlieten uit hun midden
wegleid." (Ex. 7:4,5) God legde Zijn hand op Egypte en drukte
hen naar beneden. God stak Zijn hand uit en hield Egypte tegen. (Zie
ook Ex. 9:3,15)
In 1 Samuël 5, 6 en 7 lezen
wij over de ark Gods, die door de Filistijnen buitgemaakt was en nu
in het land der Filistijnen was. In die tijd is er veelvuldig sprake
van de hand van God i.v.m. de Filistijnen. "Zwaar drukte de
hand des HEREN op de Asdodieten en Hij verbijsterde hen." (1
Sam. 5:6) De mensen wilden daarop dat de ark Gods bij hen weggehaald
zou worden, want, zo zeiden zij "Gods hand is hard tegen ons en
tegen onze god Dagon" (:7). Daarop brachten zij de ark naar Gat
en daar "trof de hand des HEREN de stad met een zeer grote
verwarring." (:9) Vervolgens zonden zij de ark naar de stad
Ekron en daar drukte de hand des HEREN zelfs zeer zwaar op de
mensen, zodat zij in dodelijke verwarring verkeerden. (:11) (zie ook
1 Sam. 6:3,5 en 7:13)
b. i.v.m. Gods
kinderen:
In de Hebreeënbrief
lezen wij in hoofdstuk 10 over Gods oordeel over het leven van
gelovigen, die er een onzorgvuldige levenswijze op na houden. De
schrijver doet dan achtereenvolgens twee opmerkelijke uitspraken.
Eerst zegt hij: "Wij weten, wie gezegd heeft: Mij komt de wraak
toe, Ik zal het vergelden en wederom: De Here zal Zijn volk
oordelen." (Hebr. 10:30 als citaat van Deut. 32:35,36).
Vervolgens zegt hij: "Vreselijk is het te vallen in de handen
van de levende God." (Hebr. 10:31) Hier hebben wij de gedachte
dat God als het ware zegt: "Wee jou, als Ik je in Mijn handen
krijg...!" (zie bijv. Deut. 2:15)
Zo heeft indertijd ook Na”mi
het ervaren. Nadat zij in Moab haar man en beide zonen verloren had
en onderweg was naar Israël, wilde zij afscheid nemen van haar
beide schoondochters. Daarop sprak zij de bewogen woorden: "De
hand des HEREN is tegen mij uitgestrekt." (Ruth 1:13) Anders
gezegd: God heeft Zijn hand uitgestoken en daar ben ik tegen aan
gelopen en nu kan ik niet verder. Dit is voor mij het einde.
Met dergelijke woorden
waarschuwde indertijd de profeet Samuël het volk, als zij na zijn
dood van de Here zouden afdwalen. Samuël zei: "Indien gij naar
de HERE niet luistert..., dan zal de hand des HEREN tegen u zijn
zoals ook tegen uw vaderen." (1 Sam. 12:15)
David kende ook de hand des
HEREN. Hij heeft een keer een vergelijking getrokken tussen de hand
van God en de hand van de mensen. Dat was nadat hij gezondigd had
met de volkstelling en hij op verschillende manieren gestraft kon
worden, waarbij hij zelf mocht kiezen, of hij gestraft zou worden
door de hand van God of door de hand van de mensen. Dan kiest David
om gestraft te worden door de hand van God en zegt hij: "Het is
mij zeer bang te moede; laat ons toch vallen in de hand des HEREN,
want Zijn barmhartigheid is groot, maar laat mij niet vallen in de
hand der mensen." (2 Sam. 24:14)
GODS HAND TEN ZEGEN:
Veel vertelt de Bijbel ons
over de hand van God tot zegen van Zijn kinderen. Wij noemen:
1. REDDING door de
STERKE hand van God.
Op de dag van
vertrek uit Egypte, zei Mozes tegen het volk: "Gedenkt deze
dag, waarop gij uit Egypte, uit het diensthuis, gegaan zijt; want
met een STERKE HAND heeft de HERE u daaruit geleid." (Ex. 13:3
zie ook :9,14,16) Deut. 5:15 voegt hier nog iets aan toe en zegt,
dat de uitleiding uit Egypte zowel met een sterke hand van Godswege
geschiedde, als met een uitgestrekte arm." (zie ook Deut. 6:21;
7:18,19; 9:26; 11:2; 26:8)
Gods hand was sterk genoeg om
de Israëlieten te redden. God stak zelfs Zijn arm uit om hen te
kunnen grijpen uit de ellende van Egypte en hen te kunnen brengen in
de vrijheid. Zo heeft God ook ons getrokken uit de kuil van de
verlorenheid.
2. LEIDING door de
VERHEVEN hand van God.
Nadat de Israëlieten
Egypte verlaten hadden, zette Farao de achtervolging in. Het lijkt
er dan op, alsof de Israëlieten hun vrijheid niet zullen bereiken.
Er gebeurt echter iets bijzonders: "De Isralieten zetten hun
uittocht voort, door een VERHEVEN HAND geleid." (Ex. 14:8)
Numeri 33:3 zegt het als volgt: "De Israëlieten trokken uit
door een opgeheven hand." Zoals een gids op een drukke plaats
waar veel toeristen bijeen zijn, zijn eigen groep bij elkaar houdt
door voor hen uit te lopen en bijvoorbeeld een voorwerp (bijv. een
vlag) omhoog te steken, zodat "zijn" mensen hem kunnen
zien en volgen, zo ging de Here voor Zijn volk uit en leidde hen
door de woestijn.
Ook wij hebben in ons leven
eerst de sterke hand van God leren kennen, toen Hij ons redde uit de
macht van satan. Vervolgens hebben wij de verheven hand van God
leren kennen, waarmee Hij ons leidt over de moeilijke wegen in ons
leven.
3. BESCHERMING door de
hand van God.
In Psalm 139
brengt David Gods bescherming zo mooi onder woorden, als hij zegt:
"Gij omgeeft mij van achteren en van voren en Gij legt Uw hand
op mij. Het begrijpen is mij te wonderbaar, te verheven, ik kan er
niet bij." (Ps. 139:5,6) en: "Steeg ik ten hemel Gij zijt
daar, of maakte ik het dodenrijk tot mijn sponde Gij zijt er; nam ik
vleugelen van de dageraad, ging ik wonen aan het uiterste der zee,
ook daar zou Uw hand mij geleiden, Uw rechterhand mij
vastgrijpen." (Ps. 139:8-10)
Mozes heeft de hand van God op
deze manier ook leren kennen al zat er een ander aspect aan vast. In
Ex. 33 lezen wij, dat Mozes aan de Here gevraagd had, of hij Gods
heerlijkheid mocht zien. God zegt dan, dat dat niet kan, omdat
niemand Gods heerlijkheid kan zien en in leven kan blijven. God laat
Mozes dan op een speciale plaats gaan staan en bedekt hem met Zijn
hand. Vervolgens gaat de Heer aan Mozes voorbij. Daarna haalt God
Zijn hand voor Mozes weg, waarna Mozes nog net God van achteren kan
zien (:22,23).
Terwijl God bij de
ongehoorzamen Zijn hand zwaar op hen laat drukken, omringt Hij met
tedere liefde en zorg Zijn kinderen en beschermt Hij hen met Zijn
hand. Zo kan de duivel ons niet vernietigen, want God Zelf beschermt
ons.
4. BEKWAAMMAKING door
de hand van God.
Nadat Elia op de
Karmel een ontmoeting had gehad met de Baälpriesters en aan Achab
aangekondigd had, dat er na een lange periode van droogte, eindelijk
regen zou komen, werd hij door de hand van God bekwaam gemaakt, om
als een soort heraut voor Achabs wagen uit te rennen en hem voor te
gaan naar zijn paleis. (1 Kon. 18:46)
De profeet Ezechiël vertelt
in Ezechiël 8:1,2 hoe hij op een dag in zijn huis zat, terwijl de
oudsten van Juda vóór hem zaten. Plotseling viel de hand van de
HERE op hem en kreeg hij profetische visioenen te zien. De hand des
Heren bekwaamde hem om als profeet zijn werk voor God te doen. De
Heilige Geest bekwaamde hem door middel van de hand van God. Het
plotselinge van dit gebeuren wordt extra duidelijk gemaakt door het
woord "vallen" dat hier gebruikt wordt: de hand des Heren
viel op Ezechiël.
Toen Johannes de Doper geboren
was en opgroeide, had hij iets bijzonders, waardoor de mensen zich
afvroegen wat er van hem terecht zou komen. Ter verduidelijking
staat er dan bij vermeld: "Want de hand des Heren was met
hem." (Luc. 1:66)
De Heilige Geest wil ook u en
mij door de hand van God bekwaam maken voor de taak waartoe de Here
ons geroepen heeft en waartoe Hij ons roept. God vraagt geen
onmogelijke dingen van u. Zeker, God stelt hoge eisen aan Zijn
kinderen, maar Hij vraagt niet het onmogelijke van hen. Terwijl Hij
hoge eisen aan hen stelt, maakt Hij hen ook bekwaam om zó te zijn,
zoals Hij dit van hen vraagt!
5. ONS HELE LEVEN IS
IN de hand van God.
Psalm 31:16 zegt:
"Mijn tijden zijn in Uw hand." Prediker zegt:
"Voorzeker, dit alles nam ik ter harte en dit alles onderzocht
ik: dat de rechtvaardigen en de wijzen met hun werken in Gods hand
zijn..." (Pred. 9:1) Toen Mozes afscheid van het volk nam,
zegende hij hen. Hierbij zei hij: "Alle heiligen... in Uw hand
zijn zij." (Deut. 33:3) Ook de Here Jezus wees de mensen er op,
dat de gelovigen als Gods schapen in Zijn hand zijn en dat niemand
iets of iemand kan roven uit de hand van de Vader. (Joh. 10:28,29)
Elk moment en op elke plaats
zijn wij in Gods hand. "Veilig in Jezus' armen, veilig aan
Jezus' hart. Daar in Zijn teer erbarmen, daar rust mijn ziel van
smart."
6. EEUWIGE RUST in de
hand van God.
Toen de Here
Jezus hing aan Golgotha's kruis sprak Hij vlak voor Zijn sterven de
bijzondere woorden; "Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn
Geest." (Luc. 23:46, daarmee Ps. 31:6 citerend.) Het was het
avondgebed, zoals de kinderen dat voor het slapen gaan baden. Nu de
Heer ging sterven, beval Hij Zijn Geest aan in de hoede en aan de
zorg van de levende God, die als Zijn Vader in de hemel is.
Dit geeft ons een mooi beeld
van wat sterven is: Je ziel overgeven in de handen van God. Let op,
dat er nu niet meer over Gods hand in het enkelvoud gesproken wordt,
maar over Gods handen in het meervoud. Nu het gaat over onze ziel na
het sterven, zorgt God met beide handen voor onze ziel. Is dat niet
een veilig gevoel?
7. BIJZONDERE ZEGEN
door de hand van God.
Toen de Here
Jezus naar de hemel terugkeerde vanaf de Olijfberg, hief Hij beide
handen zegenend op en nam zo afscheid van Zijn discipelen. Dit is
het laatste wat de mensen van de Here Jezus gezien hebben: Hij
zegende de Zijnen. (Luc. 24:50)
Dit is het laatste wat de
Bijbel ons zegt over de hand van God: Hij is er om ons te zegenen.
Deze hand van God is er voor u en mij. Zorg er voor, dat Gods hand
altijd ten goede met u bezig kan zijn en dat God nooit toornend Zijn
hand voor u hoeft te gebruiken. Blijf daarom dicht bij de Here Jezus
en volg Hem overal waar Hij gaat.
|