Online studies lezen
Een wonderlijke ervaring
Lucas 24:13-35
28-05-2000
De geschiedenis van de Emmaüsgangers (eigenlijk: de Emmaoets-gangers) laat ons iets zien dat over ons eigen leven zou kunnen gaan. Vaak spreekt men over de beide mannen, maar wij weten niet of het twee mannen waren. Het zouden ook een man en een vrouw geweest kunnen zijn. Het zijn in ieder geval twee mensen, die het Paasfeest in Jeruzalem gevierd hebben en daar de kruisiging van de Here Jezus meegemaakt hebben.
Het dorp Emmaüs (Emmaoets) lag 60 stadiën van Jeruzalem verwijderd. Dit betekent dat het dorp zo'n 11 kilometer van Jeruzalem af lag. Velen hebben geprobeerd het dorp terug te vinden. Er worden plaatsen in Israël aangewezen die dit dorp zouden zijn, maar ze kunnen het eigenlijk geen van allen zijn.
In deze geschiedenis worden een aantal feiten genoemd, die kenmerkend kunnen zijn voor sommige gelovigen.
Jezus was bij hen, ging met hen mee, maar zij herkenden Hem niet (:15)
Hun ogen waren "bevangen" (:16). Op dit moment ligt er een bedekking voor hun aangezicht. Terwijl ze de waarheid van de opstanding van de vrouwen gehoord hebben, gaat er toch geen lichtje bij hen branden. Ze zijn blind voor het werk van God.
Ze waren druk aan het praten "over" de Here Jezus en herkenden Hem toch niet! Toen de Heer nog niet bij hen was, liepen ze al over Hem te praten. Hun monden waren "vol" van Hem. In het Grieks staan er twee gedachten over hun gesprek. Eerst staat er in vers 14 en daarna nog eens in vers 15 dat zij met elkaar in gesprek waren. Daarna staat er eigenlijk, dat zij over Hem "een woordenwisseling" hadden (:15). Zij waren het blijkbaar niet met elkaar eens. Er was verschil van mening en verschil van inzicht. Zij stelden elkaar vragen en waren klaarblijkelijk niet in staat elkaars vragen naar tevredenheid te beantwoorden.
Toen de Heer Zich bij hen voegde, vroeg Hij naar de gesprekken die zij met elkaar voerden. In het Grieks staat, dat zij de woorden heen en weer naar elkaar wierpen. Er zal dus wel een heftige discussie geweest zijn.
Het eerste gevolg was: een somber gelaat! (:17) Zij keken droevig. Zij hadden een donkere blik in hun ogen. De blijdschap was verdwenen.
Het tweede gevolg was sarcasme, cynisme aan het adres van de Here Jezus ("Zijt Gij de enige vreemdeling in
Jeruzalem?" :18) "Iedereen weet het en u zou het niet
weten?"
Het derde gevolg is onbegrip voor mensen, die zeggen dat zij de Here Jezus wel gezien hebben (:22). De vrouwen hebben hen in verwarring gebracht. Ze weten nu ook niet meer wat ze nog moeten of kunnen geloven.
N.B. De dood van Jezus was niet veroorzaakt door "het volk", maar door de overpriesters en oversten (:20). Dat wil zeggen, dat de Farizeeën niet schuldig waren aan de dood van de Here Jezus, maar juist voornamelijk de Sadduceeën!
Als zij de Here Jezus vertellen waarover zij spraken, zeggen zij, dat de Here Jezus op het punt gestaan had Israël te verlossen (:21). Dat dachten zij echt. De verwachtingen waren dus hoog gespannen geweest. Waarschijnlijk hebben zij hier ook teruggedacht aan de koninklijke intocht die de Here Jezus in Jeruzalem gemaakt had.
Hoe de Here Jezus hen beoordeelde
Zij zijn onverstandig en traag van hart (:25). Letterlijk zegt de Here Jezus dat zij dwaas, onverstandig, onwijs en uitzinnig zijn. Verder zegt Hij dat hun hart langzaam is. Daar hebben meer mensen last van: een langzaam hart. Hun hart kan snel kloppen als het gaat om wereldse zaken, maar erg traag zijn als het om de geestelijke zaken gaat.
Wat Jezus deed
| a. |
Hij deed eerst of Hij alleen wilde verder reizen. Hij deed alsof Hij hen wilde verlaten. Hij drong Zichzelf niet aan hen op. Hij wilde graag bij hen binnenkomen, maar liet het aan hen over, of Hij ook echt kwam. Hij wilde gevraagd worden.
|
| b. |
Hij nam het brood. Het gaat hier niet over een herhaling van "het avondmaal". Dit is een gewone maaltijd. De maaltijd wordt echter geheiligd door Jezus' aanwezigheid.
|
| c. |
Hij sprak de zegen uit. Dat is niet: Hij zegende het brood, maar Hij zegende God de Vader die het brood gegeven had.
|
| d. |
Hij brak het brood, verdeelde het en gaf het de beide mannen. Toch mag dit alles voor ons een beeld zijn van het avondmaal. |
De ervaring van de beide
mensen Aan de maaltijd gingen hun ogen open en herkenden zij de Here Jezus. In het Grieks staat, dat hun ogen helemaal open gingen. Toen Jezus hun ogen opende, waren ze ook echt open.
Opmerkelijk: zij herkenden Hem niet tijdens Zijn prediking! Zij herkenden Hem aan de maaltijd! Glimlachend zou je kunnen zeggen, dat dit een troost is voor veel predikers. Soms zeggen mensen, dat ze niets aan de preek hadden. Dit zeiden deze mensen over de preek van de Here Jezus in feite ook. Maar... lag het aan de Here Jezus? Moet je zeggen dat de preek van de Here Jezus ook niet Zijn beste preek zal zijn geweest, terwijl Hij toch zo'n belangrijk onderwerp behandelde? Of lag het niet aan de Heer maar lag het aan de beide mensen? Zou het kunnen zijn, dat als een bepaalde preek bij ons ook niet overkomt, dit ook wel eens aan onszelf zou kunnen liggen?
Het is toch vreemd, dat ze Hem niet herkenden bij Zijn prediking, maar wel toen Hij het brood brak?
De ervaring van hun hart: het brandde, het stond in brand, in vuur en vlam. Het was aangestoken door de Heer. Hier was de Heilige Geest al aan het werk. En het gevolg hiervan bij beide mensen was: enthousiasme! Geen gewoon enthousiasme, maar geestelijk enthousiasme, geestdrift; gedreven zijn door de Heilige Geest. Wanneer en waarover waren zij nu zo enthousiast? Over de prediking van de Here Jezus. Nu ze met de Here Jezus aan de maaltijd zijn geweest, gaan zij ineens Zijn prediking begrijpen. Als hier over hun "hart" gesproken wordt, betekent dat niet hun natuurlijke, maar hun geestelijke hart: hun geest.
Nu zij Jezus herkend hebben, is Hij echter meteen verdwenen en moeten zij zonder Hem verder!
In het Grieks staat niet slechts dat Hij wegging, maar dat Hij ineens onzichtbaar voor hen geworden was en zo verdwenen was (:31). Dit betekent dus niet, dat Hij de kamer uitging en toen verdwenen was. Hij zat aan tafel met hen en was ineens weg. Wat moet dat een wonderlijke ervaring voor deze beide mannen geweest zijn! Je zou denken: nu zij de Here Jezus herkend hebben, blijft Hij juist bij hen. Neen. Hij gaat juist bij hen vandaan. Zij moeten zonder Zijn aanwezigheid verder. En... zij kunnen dit!
Deze geschiedenis wil ons iets bijzonders leren. Hoewel het hier in Lucas 24 niet over het avondmaal ging, mogen wij deze geschiedenis toch op het avondmaal toepassen. Wij gaan dit nu vieren en de Heer gaat Zich aan ons openbaren, aan u en mij. Nu mogen koude harten warm worden. Nu mogen gesloten ogen open gaan. Nu mogen uitgebluste levens tot nieuw enthousiasme komen. Hier gaat de Heer aan het werk en wij zijn er bij. Wij horen bij Hem en zijn Zijn metgezellen. Wat een feest mag dit avondmaal dan voor ons allen worden!
|