Online studies lezen
Fundamenten van ons geloof
deel 4 : De Heilige Geest
Johannes
14 : 15-17,25; Johannes
16 : 5-15
26-01-1997
Er is waarschijnlijk geen
onderwerp in de Bijbel waarover zo veel op een verkeerde manier
gesproken is en dat op een verkeerde manier uitgelegd wordt als over
de Heilige Geest en Zijn werk.
In veel kerken wordt niet of
bijna niet over de Heilige Geest gesproken of nagedacht. Het lijkt
wel of men niet weet, met welk doel de Heilige Geest indertijd
uitgestort is. Men kent de Heilige Geest niet en zwijgt daarom maar
over Hem. Er lijkt een zekere verlegenheid te zijn, zodra het gaat
over de Heilige Geest. In veel literatuur waarin je zou mogen
verwachten, dat het ook over de Heilige Geest zou gaan, wordt over
de Heilige Geest gezwegen.
In andere kringen lijkt het
wel, of de Heilige Geest het centrale thema van de Bijbel is. Men
spreekt bijna uitsluitend over de Heilige Geest, terwijl alles in
het leven van die mensen en in hun gemeente en prediking op de
Heilige Geest gericht is. Het lijkt wel of men de Vader en de Zoon
en de rest van de Bijbel niet zo belangrijk vindt, maar uitsluitend
de Heilige Geest belangrijk vindt. In hun lectuur wordt veelvuldig
over de Heilige Geest gesproken, maar vaak op een niet-Bijbelse
wijze. Er wordt over allerlei ervaringen van mensen gesproken, maar
niet over wat God Zelf ons over de Heilige Geest bekend gemaakt
heeft.
Hoe wordt de Heilige
Geest in de Bijbel genoemd?
| 1. |
De Geest Gods (Gen. 1:2;
41:38; Num. 24:2; 1 Sam. 11:6; 19:20, enz.). Hiervan afgeleid zijn:
Gods Geest (Ex. 31:3). Mijn Geest (d.i. Gods Geest) (Gen. 6:3; Jes.
30:1; 42:1; 44:3; 59:21, enz.). De Geest (Num. 11:17; Ezech. 3:12;
Matth. 4:1, enz.). Uw Geest (d.i. Gods Geest) (Ps. 104:30; 139:7).
Zijn Geest (d.i. Gods Geest) (Jes. 48:17). |
| 2. |
De Geest des HEREN (d.i. de
Geest van Jahweh) (Richt. 3:10; 6:34; 11:29; 13:25; 14:6; 15:14; 1
Sam. 10:6; 16:13; 16:14, enz.). |
| 3. |
De Geest van Jezus (Hand.
16:7). |
| 4. |
De Geest van Christus (d.i.
de Geest van de Messias) (Rom. 8:9). |
| 5. |
De Geest Zijns Zoons (d.i.
de Geest van Gods Zoon) (Gal. 4:6). |
| 6. |
De Heilige Geest (Matth.
12:32; 28:19; Marc. 12:36; 13:11; Luc. 2:26; 10:21; 12:12; Joh.
14:26; Hand. 1:8, enz.). |
| 7. |
De eeuwige Geest (Hebr.
9:14). |
| 8. |
Uw (Gods) goede Geest (Neh.
9:20; Ps. 143:10). |
| 9. |
De Geest der waarheid (Joh.
14:17; 15:26; 16:13) Dit betekent, dat de Heilige Geest ons in de
waarheid leidt. |
| 10. |
De Geest uit de hoge (Jes.
32:15). Dit vertelt ons waar de Heilige Geest vandaan komt. |
| 11. |
De Geest uws Vaders (d.i.
de Vader van de discipelen) (Matth. 10:20). |
| 12. |
De Trooster (Joh.
14:16,25; 16:7). Dit vertelt ons wat de Heilige Geest voor ons wil
doen, nl. helpen en troosten. |
| 13. |
De Geest der genade (Hebr.
10:29). Dit vertelt ons, dat de Geest ons tot Gods genade wil
brengen. |
| 14. |
De Geest der genade
en der gebeden (Zach. 12:10). Naast het brengen tot Gods genade, wil de
Geest ons ook leiden in ons gebedsleven, terwijl Hij Zelf ook voor
ons bidt. |
| 15. |
De Geest van wijsheid
en verstand (Jes. 11:2). De Geest wil ons verlichten in ons verstand en
ons grote wijsheid schenken. |
| 16. |
De Geest van raad en
sterkte (Jes. 11:2). De Geest wil ons raad en advies geven en ons
sterk maken in ons geestelijk leven. |
| 17. |
De Geest van kennis
en vreze des HEREN (Jes. 11:2). De Geest wil ons leiden, zodat wij meer
kennis van God en vreze van de Here krijgen. |
| 18. |
De Geest van wijsheid
en van openbaring (Eph. 1:17). De Geest wil ons grote wijsheid schenken
en helpen, zodat God Zichzelf aan ons kan openbaren. |
| 19. |
De Geest des levens (Rom.
8:2). De Geest wil ons het leven schenken. |
| 20. |
De Geest van het
zoonschap (Rom. 8:15). De Geest wil ons brengen tot God, die ons als Zijn
kinderen aanneemt en Hij wil ons overtuigen, dat wij Gods kinderen
zijn. |
| 21. |
De Geest des geloofs (2
Cor. 4:13). De Geest wil ons leiden in ons geloof. |
| 22. |
De Geest der
heerlijkheid (1 Petr. 4:14). De Geest wil de heerlijkheid van de Here Jezus aan
ons schenken en ons ook leiden in Zijn heerlijkheid. Deze namen
tonen ons, wat de Heilige Geest voor ons wil betekenen. Zo is de
Heilige Geest als een stroom van levend water aan ons gegeven om ons
te leiden tot een verfrissend en Gode welgevallig leven (vgl. Joh.
7:37-39). |
De Heilige Geest is
een Persoon
De Heilige Geest is niet
slechts een invloed of een kracht, die van God uitgaat. De Heilige
Geest is duidelijk een Persoon.
| 1. |
De Heilige Geest spreekt (2 Sam. 23:2; Joh. 16:13,15; Hand. 8:29; 10:19; 1 Tim. 4:1).
In 2 Sam. 23:2 horen wij David
zeggen: "De Geest des HEREN spreekt door mij, Zijn woord is op
mijn tong. Israëls God spreekt, Israëls Rots zegt tot mij."
Twee dingen blijken hier: a. De Heilige Geest spreekt. b. De Heilige
Geest en Israëls God zijn één.
Joh. 16:13,15 vertelt van de
Heilige Geest, dat Hij niet uit Zichzelf zal spreken, maar al wat
Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij verkondigen. De
Here Jezus zei van Hem: "Hij neemt het uit het Mijne en zal het
u verkondigen." a. De Heilige Geest spreekt dus namens de Here
Jezus; daarom wordt Hij ook de Geest van Jezus genoemd. b. De
Heilige Geest zal een verkondiger, d.i. een Prediker, zijn. Dat zal
Hij zo zullen wij later zien zowel voor de ongelovigen als voor de
gelovigen doen.
Bij de apostel Petrus zien wij
het spreken van de Heilige Geest heel treffend. Er staat:
"Terwijl Petrus nog steeds over het gezicht nadacht, zei de
Geest: Zie, twee mannen zoeken naar u; sta dan op, ga naar beneden
en reis, zonder bezwaar te maken, men hen mee, want Ik heb hen
gezonden." (Hand. 10:19,20) |
| 2. |
De Heilige Geest leidt Gods
kinderen (Psalm 143:10; Matth. 4:1 (de Here Jezus) Rom. 8:14; Gal.
5:18).
Psalm 143:10 zegt: "Leer
mij Uw wil te doen, want Gij zijt mijn God, Uw goede Geest geleide
mij in een effen land." De leiding door de Heilige Geest heeft
te maken met het feit, dat wij, als Gods kinderen, Gods wil moeten
doen. Dit wil de Heilige Geest ons leren. Van de Here Jezus staat er
ook, dat Hij door de Geest geleid werd. Zo bepaalde de Heilige Geest
waar de Here Jezus naar toe moest gaan en wat Hij moest doen.. In
Rom. 8:14 schrijft de apostel Paulus, dat de Heilige Geest zo ook
Gods kinderen leidt. Zo is de Heilige Geest als een Gids en een
Leidsman voor de gelovigen. |
| 3. |
Hij kan gelasterd en
bedroefd worden (Jes. 63:10; Matth. 12:31; Eph. 4:30). Al in het
Oude Testament, in Jes. 63:10, lezen wij over de Israëlieten, dat
zij wederspannig waren en de Heilige Geest van God bedroefden. Ook
de christenen lopen het gevaar zich hieraan te bezondigen. Daarom
krijgen ook wij de waarschuwing de Heilige Geest niet te bedroeven (Eph.
4:30). |
| 4. |
Hij kan getuigen (Joh.
15:26; Rom. 8:16) en overtuigen van zonde (Joh. 16:8). Terwijl de
Here Jezus Zijn discipelen de opdracht gaf om van Hem te getuigen,
deelde Hij hen mee, dat ook de Heilige Geest van Hem zou getuigen (Joh.
15:26). Dit is een getuigen, dat gericht is op de wereld. Er is ook
een getuigen, dat gericht is op de gelovigen. Hiervan schrijft de
apostel Paulus, dat de Heilige Geest met onze geest getuigt, dat wij
kinderen Gods zijn (Rom. 8:16). |
| 5. |
Hij kan onderwijs geven (Luc.
12:12; Joh. 14:26). De Here Jezus zei: "Wanneer zij u brengen
voor de synagogen en voor de overheden en de machthebbers, maakt u
niet bezorgd, hoe of wat gij ter verdediging moet spreken. Want de
Heilige Geest zal u op het eigen ogenblik leren, wat gij zeggen moet
(Luc. 12:11,12)." |
| 6. |
Hij kan horen (Joh. 16:13).
Over het spreken van de Heilige Geest, zei de Here Jezus, dat de
Geest zou spreken, wat Hij eerst Zelf hoorde. |
| 7. |
Hij kan de weg wijzen (Joh.
16:13). "De Geest der waarheid zal u de weg wijzen tot de volle
waarheid." zei de Here Jezus. |
| 8. |
Mensen kunnen tegen Hem
liegen, proberen Hem te bedriegen en te verzoeken (Hand. 5:3,9).
Toen Ananias gezondigd had, zei Petrus: "Ananias, waarom heeft
de satan uw hart vervuld om de Heilige Geest te bedriegen en iets
achter te houden van de opbrengst van het stuk land?" a. Hier
had een gelovige, Ananias, zijn hart opengesteld voor de satan. b.
De satan gebruikte Ananias om de Heilige Geest te bedriegen. Toen
Saffira enige tijd later binnen kwam, zei Petrus tegen haar:
"Hoe hebt gij kunnen overeen komen om de Geest des Here te
verzoeken?" |
| 9. |
Hij kan roepen (Gal. 4:6).
God heeft de Geest van Zijn Zoon uitgezonden in onze harten, die
roept: Abba, Vader. De Geest brengt ons tot aanbidding van God, de
Vader. |
| 10. |
Hij kan pleiten, d.i.
bidden (Rom. 8:26). "De Geest komt onze zwakheid te hulp; want wij
weten niet wat wij bidden zullen naar behoren, maar de Geest
Zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen." |
De
Heilige Geest is ook God
| 1. |
De Heilige Geest is net als
God eeuwig (Hebr. 9:14). Hij wordt de eeuwige Geest genoemd. |
| 2. |
De
Heilige Geest is net als God alwetend (1 Cor. 2:10,11). "De Geest doorzoekt alle dingen,
zelfs de diepten Gods... Zo weet ook niemand, wat in God is, dan de
Geest Gods." |
| 3. |
De
Heilige Geest is ook alomtegenwoordig (Psalm 139:7,8).
"Waarheen zou ik gaan voor Uw Geest, waarheen vlieden voor
Uw aangezicht? Steeg ik ten hemel Gij zijt daar, of maakte ik het dodenrijk tot mijn sponde Gij zijt
er." |
| 4. |
De
Heilige Geest is ook heilig, zoals Zijn Naam zegt. Hij is de
HEILIGE Geest. |
| 5. |
Hij maakt
levend (Joh.
6:63; Rom. 8:11; 2 Cor. 3:6 zie ook 1 Petr. 3:18). Alleen God kan
leven schenken. Dit werk van de Heilige Geest geschiedt op twee
manieren: 1. Zodra iemand tot geloof komt, maakt de Heilige Geest
zijn ziel en geest levend. 2. Zodra de Here Jezus wederkomt, maakt
de Heilige Geest ook ons lichaam levend.
Rom. 8:11 zegt: "Indien
de Geest van Hem, die Jezus uit de doden opgewekt heeft, in u woont,
dan zal Hij, die Christus Jezus uit de doden opgewekt heeft, ook uw
sterfelijke lichamen levend maken door Zijn Geest, die in u
woont."
Zoals de Here Jezus eens uit
de dood is opgewekt, zo zal ook het lichaam van de gestorven
gelovigen eens uit de dood worden opgewekt. Dit zal de Heilige Geest
doen. Hier hebben wij dus niet een werk van de Heilige Geest in het
verleden of in het heden, maar in de toekomst. Dit zal geschieden
als de Here Jezus wederkomt. Dit te mogen weten, geeft ons altijd
weer troost, als wij staan aan het graf van één van onze
dierbaren. De dood heeft niet het laatste woord. Het laatste woord
is aan de Heilige Geest, die allen, die van de Here Jezus zijn, zal
opwekken en hen zal plaatsen voor God de Vader.
|
| 6. |
Het
spreken van de Heilige Geest wordt in 2 Sam. 23:2 ook een spreken van God genoemd.
Duidelijk blijkt uit dit vers, dat God en de Heilige Geest één
zijn. De leugen van Ananias en Saphira wordt zowel een zonde tegen
God als tegen de Heilige Geest genoemd (Hand. 5:3,4). De Heilige
Geest is dus één met de Vader. 7. Hij wordt een andere Trooster
genoemd. De Here Jezus wordt hier gezien als de "ene"
Trooster en de Heilige Geest als de "andere" Trooster. Het
woord "ander" dat hier in het Grieks gebruikt wordt,
betekent "ander, maar van dezelfde soort". Hieruit volgt,
dat de Heilige Geest één is met de Here Jezus. |
N.B. De Heilige Geest is dan
ook door de Vader gezonden (Lucas 11:13; Joh. 14:26; Hand. 5:32;
15:8). Hij gaat van de Vader uit (Joh. 14:26), maar wordt ook door
de Zoon gezonden (Joh. 15:26; 16:7). Hij wordt dus zowel door de
Vader als door de Zoon gezonden. 1 Joh. 5:7 zegt, dat de Vader, het
Woord (d.i. de Here Jezus) en de Heilige Geest één zijn! Zoals de
Vader en de Zoon één zijn, zo is ook de Heilige geest één met de
Vader en de Zoon. Terwijl er één God is, openbaart Hij Zich in
drie Personen (Jes. 61:1 "De Geest van de heer Jahweh is op Mij
(de Messias)"; Matth. 28:19 en 2 Cor. 13:14). Wij zagen immers
ook al, dat ook al is er slechts één God, Hij Zich openbaart in
een meervoudsvorm: Elohim en Adonai. De Vader is God boven ons. De
Zoon is God met ons. De Heilige Geest is God in ons!
De Here Jezus en de
Heilige Geest
De profeet Jesaja had
aangekondigd, dat de Heilige Geest op de Here Jezus zou rusten (Jes.
11:2; 42:1). Wat van Hem in Maria verwekt was, was van de Heilige
Geest (Matth. 1:18,20). Bij Zijn doop daalde de Heilige Geest op Hem
neer (Matth. 3:16). Hier werd de Here Jezus met de Heilige Geest
gezalfd en werd Hij de Messias, d.i. de Gezalfde (Hand. 10:38 zie
ook Lucas 4:18). De Here Jezus werd door de Heilige Geest geleid (Matth.
4:1). De Here Jezus bezat de kracht van de Heilige Geest (Lucas
4:14). De Here Jezus was vol van de Heilige Geest (Luc. 4:1). De
Here Jezus beleefde blijdschap door de Heilige Geest (Lucas 10:21).
De Here Jezus zal dopen met de Heilige Geest (Matth. 3:11; Joh.
1:33). Hij is echter niet Zelf in de Geest gedoopt. Dat had Hij niet
nodig, wij wel, zoals wij later zullen zien. Zelfs bij het
verlossingswerk was de Heilige Geest betrokken (Hebr. 9:14).
Op welke wijze kunnen
wij zondigen tegen de Heilige Geest?
Wij kunnen tegen de Heilige
Geest lasteren. Dit is de "zonde tegen de Heilige Geest".
Deze zonde zal de mens nooit vergeven worden (Matth. 12:31; Marc.
3:29). Hier gaat het niet om zo maar een zonde. Hier gaat het over
mensen, die beweren, dat de Here Jezus de duivel is. Zij willen dan
ook niet in Hem geloven. Wij kunnen (het vuur van) de Heilige Geest
doven (1 Thess. 5:19). Als hier gesproken wordt over het doven van
de Heilige Geest, betekent dit niet, dat de gelovige toch de doop in
vuur zal meemaken.
Wij kunnen de Heilige Geest
bedroeven (Jes. 63:10; Eph. 4:30). Als wij zondigen, bedroeven wij
de Heilige Geest. Wij moeten daarom zorgvuldig leven en voorzichtig
met de Heilige Geest omgaan.
De Heilige Geest en
de ongelovige
| 1. |
De wereld kent de
Heilige Geest niet en kan Hem niet ontvangen (Joh. 14:17) Hier tegenover
staat, dat de gelovigen Hem kennen. De Heilige Geest woont in de
gelovigen en zal altijd in hen blijven. |
| 2. |
De Heilige Geest
overtuigt de zondaar van zonde, gerechtigheid en oordeel (Joh. 16:8-11). Je
geweten kan je ook overtuigen van zonde, gerechtigheid en oordeel.
Het gevolg is, dat je bang wordt. Je wordt er echter geen christen
door. Het werk van de Heilige Geest is echter anders dan dat van je
geweten. Nu wordt de zonde vergeven. Gerechtigheid valt je ten deel
en het oordeel behoort tot het verleden. Het gevolg is, dat er nu
vrede en vreugde in je hart komen.
| a. |
Het eerste wat de Heilige
Geest bij de ongelovige doet, is hem overtuigen van zonde. Er staat
niet "van zonden", maar "van zonde" in het
enkelvoud. Het gaat hier over de zonde van ongeloof, de zonde van
het verwerpen van het offer van de Here Jezus. Wie zo door de
Heilige Geest overtuigd wordt van het verwerpen van de Here Jezus en
dit als een zonde ziet, zal nu onder belijdenis van deze zonde tot
Christus komen. |
| b. |
Vervolgens overtuigt de
Heilige Geest van gerechtigheid. Het gaat hier over de mens, die,
overtuigd van zijn zonde, de Here Jezus aanvaard heeft. Deze mens
wordt nu overtuigd van het feit, dat de gerechtigheid van de Here
Jezus aan hem geschonken wordt (Rom. 5:1,19). De nieuwe gelovige
ziet de Here Jezus nu als Overwinnaar, die teruggekeerd is naar de
Vader. |
| c.
|
Tenslotte overtuigt de
Heilige Geest deze mens van oordeel, dat is het oordeel, dat over de
zonde en over de duivel geveld is (Hebr. 2:14). Hierdoor kan deze
mens niet meer onder het oordeel terecht komen (Joh. 5:24; Rom.
8:1). |
|
| 3. |
Wij worden door de
Heilige Geest wederom geboren (Joh. 3:5,6,8; Titus 3:5). |
Wat wil de Heilige
Geest voor de gelovigen betekenen?
Hier zien wij twee feiten.
Eerst zien wat de Heilige Geest voor ons wil doen, daarna zien wij
hoe onze houding ten opzichte van de Heilige Geest moet zijn.
| a. |
Wat de Heilige Geest voor
ons, als gelovigen, zal doen.
| 1. |
Het eerste wat er van
Godswege met de Heilige Geest zou gebeuren, was, dat Hij uitgestort
of uitgegoten zou worden (Jes. 32:15; 44:3; Ezech. 39:29; Joël
2:28; Hand. 2:17,18). Dit is 50 dagen na de opstanding van de Here
Jezus geschied. Dit is een eenmalige gebeurtenis geweest, die de
Bijbel ook wel de doop met de Geest noemt. N.B. De Heilige Geest is
Gods eerste geschenk aan de gelovigen (Rom. 8:23). Hij is tot
onderpand in onze harten gegeven (2 Cor. 1:22; Eph. 1:13 zie ook
Gal. 4:6). Dat betekent, dat de Heilige Geest Gods garantie in ons
hart is, dat wij Zijn kinderen zijn. Hij blijft bij ons en zal in
ons zijn (Joh. 14:17). De Heilige Geest is dus aan iedere gelovige
gegeven en wel op het moment, waarop hij tot geloof in de Here Jezus
kwam (Joh. 7:37-39; Eph. 1:13; 3:16,17). N.B. Door de Heilige Geest
kunnen wij nu belijden, dat de Heiland onze Heer is (1 Cor. 12:3). |
| 2. |
Wij zijn gedoopt in de
Heilige Geest (1 Cor. 12:12,13). De doop in de Heilige Geest is o.a.
aangekondigd in Matth. 3:11, waar staat, dat de Here Jezus het zal
doen. (Let op, dat "het vuur" hier niet hetzelfde is als
de doop in de Heilige Geest, maar dat het vuur hier spreekt van het
oordeel, zie :12.) In Hand. 1:5 wordt hij nogmaals aangekondigd,
waarbij gezegd wordt, dat hij spoedig daarna zal geschieden, nl. op
de Pinksterdag, die in Handelingen 2 beschreven is. Hand. 11:1517
vertelt ook, dat toen de doop in de Geest plaats had. Let op, dat er
in Hand. 11:15-17 niet gezegd wordt, dat met Pinksteren ook de doop
in vuur plaats had. Die was er toen niet. Het is dan ook onbijbels
om in verband met gelovigen te spreken over de "vuurdoop".
De vuurdoop is het oordeel! De doop in de Geest is 50
dagen na de opstanding van de Here Jezus uit het graf geschied.
"Pinksteren" betekent "50e dag". Het is de 50e
dag na Pasen. Toen en toen alleen is de Heilige Geest door God
uitgestort. Deze uitstorting is daarna nooit meer herhaald. De
Bijbel noemt deze eenmalige uitstorting van de Heilige Geest
"de doop in de Geest". Deze doop in de Geest is dus ook
een eenmalige gebeurtenis. "Met terugwerkende kracht"
worden mensen, die nu tot geloof komen, alsnog in de Geest gedoopt.
Bij de doop in de Geest ontstond de Gemeente als lichaam van
Christus. Als iemand vandaag tot geloof komt, hoeft het lichaam van
Christus niet opnieuw gevormd te worden. Het is er al. De gelovige
wordt echter in dat reeds bestaande lichaam van Christus opgenomen
door de Heilige Geest. Dat is de doop in de Geest.
1 Cor. 12:12,13 zegt ook, dat
wij allen door één Geest tot één lichaam gedoopt zijn. Het hoeft
niet nogmaals te gebeuren; het is gebeurd! Op het moment dat wij tot
geloof kwamen, werden wij door de Geest tot het lichaam van Christus
gedoopt en werden wij in Zijn lichaam, de Gemeente, opgenomen. Wie
nadenkt, ziet ook de logica hiervan in: Je kunt niet gelovig zijn en
buiten het lichaam van Christus staan. Dat is onmogelijk!
Wij zien dus vier feiten:
(1)
Wie is Degene die in de Geest doopt? Wie doet het? Niet de Heilige
Geest, maar de Here Jezus.
(2) Waarin wordt de gelovige gedoopt? Hij
wordt gedoopt in de Heilige Geest.
(3) Wie zijn er gedoopt in de
Geest? Alle gelovigen.
(4) Wat is de betekenis van deze doop in de
Geest? Hierdoor zijn wij toegevoegd aan de Gemeente, het lichaam van
Christus.
|
| 3. |
De
verzegeling met de Heilige Geest. Wij zijn verzegeld met de
Heilige Geest (Eph. 1:13;
4:30 vgl. 2 Cor. 1:22). De Heilige Geest is het eigendomsstempel,
dat God op ons gedrukt heeft, waardoor blijkt, dat wij het eigendom
zijn van onze Vader die in de hemelen is. De Heilige Geest is onze
garantie, dat wij kinderen Gods zijn. Dit geldt alle gelovigen; wij
zijn allen verzegeld met de Heilige Geest. |
| 4. |
De zalving
door de Heilige Geest (2 Cor. 1:21 zie ook 1 Joh. 2:20,27). Wij zijn gezalfd in de
Gezalfde, d.w.z. Wij delen in Zijn bediening. Ook wij moeten
openbaar worden als koningen, priesters (geen Hogepriester maar
gewone priesters!) en profeten! (vgl. 1 Petr. 2:9) |
| 5. |
De Heilige
Geest woont in de gelovigen (Rom. 8:9; 1 Cor. 3:16). Hij woont in ons hart (Gal.
4:6). Er is verschil tussen de aanwezigheid van de Heilige Geest in
het Oude Testament en in het Nieuwe Testament. In het Oude Testament
kwam de Heilige Geest slechts tijdelijk over iemand om hem bij een
bepaald werk te helpen. De Heilige Geest kon weer weggenomen worden
van hem. In het Nieuwe Testament komt de Heilige Geest blijvend in
de gelovige om hem steeds terzijde te staan (vgl. Num. 24:2; Richt.
3:10; 11:29; 14:6; 15:14; 1 Sam. 10:6; 11:6; 16:13,14 en Psalm
51:13). |
| 6. |
De Heilige
Geest maakt de gelovigen tot Zijn tempel (1 Cor. 3:16; 6:19). Nu moeten wij onze
lichamen als een Gode welgevallig offer beschikbaar stellen (Rom.
12:1,2). |
| 7. |
De Heilige
Geest pleit (d.i.
bidt) voor ons (Rom. 8:26,27). Er zijn momenten waarop wij niet naar
behoren kunnen bidden. De Heilige Geest komt ons dan helpen. |
| 8. |
Door de
Heilige Geest hebben wij toegang tot (de troon van) de Vader (Eph. 2:18). De
Heilige Geest verleent ons in ons gebedsleven de toegang tot de
Vader. Wij bidden niet tot engelen of "heiligen", maar tot
God Zelf. |
| 9. |
De Heilige
Geest getuigt dat wij kinderen Gods zijn (Rom. 8:15-17). Soms twijfelen wij
misschien aan onze behoudenis. De Heilige Geest komt ons dan
tegemoet en maakt ons duidelijk, dat wij echt kinderen Gods zijn.
Het feit dat wij de Heilige Geest ontvangen hebben, bewijst, dat wij
een kind van God zijn (Rom. 8:9). |
| 10. |
De Heilige
Geest geeft speciale gaven aan de gelovigen. In Rom. 12:6-8, 1 Cor. 12:1-11,28
en Eph. 4:11,12 schrijft de apostel Paulus over deze gaven. In 1 Cor.
12:11 maakt hij duidelijk, dat de Geest Zelf uitmaakt welke gave een
gelovige bij zijn bekering ontvangt. Zo'n gave moet je dan ook
ontwikkelen, je moet er gebruik van maken. Wij hoeven niet te
streven naar gaven, die wij nog niet bezitten. Het lijkt, alsof
Paulus schrijft, dat wij mogen streven naar nieuwe gaven. Zie 1 Cor.
14:1. Dit is echter een verkeerde vertaling. In het Grieks wordt het
woordje "gaven" niet gebruikt. Er staat letterlijk:
"Streeft naar het geestelijke." Dat wil zeggen:
"Streeft naar de geestelijke levenswandel." Sommige van
deze gaven waren gekoppeld aan het zogenaamde "koninkrijk der
hemelen", dat is het Messiaanse rijk in Israël en hadden een
aards karakter, net zoals de wonderen, die de Here Jezus Zelf deed
en die ook te maken hadden met het aardse koninkrijk der hemelen.
Andere gaven werden speciaal voor de Gemeente gegeven. |
| 11. |
De Heilige
Geest zal ons leren, d.w.z. Hij zal ons onderricht geven (Luc. 12:12; Joh. 14:26).
Als er momenten zijn, waarop wij van onze Heer moeten getuigen,
terwijl wij denken, dat wij het niet kunnen, zullen wij merken, dat
de Heilige Geest ons er bij helpt. Ook zal de Heilige Geest ons
steeds meer vertellen over de Vader en de Zoon. |
| 12. |
De gelovigen
zullen kracht ontvangen als de Heilige Geest over hen komt (Hand. 1:8 zie ook
Micha 3:8). Dit is hemelse kracht, die van boven komt (Luc. 24:49).
Juist als wij getuigen moeten van de Here Jezus, voelen wij ons vaak
zwak. In die momenten zal de Heilige Geest ons helpen en ons kracht
geven. Alle gelovigen bezitten deze kracht. |
| 13. |
Door de
Heilige Geest is Gods liefde in onze harten uitgestort (Rom. 5:5). Wij, als
gelovigen, zijn bijzondere mensen. Wij hebben niet alleen onze eigen
liefde, maar ook Gods liefde, waarmee Gods warmte tot ons komt en
waarmee wij anderen kunnen omringen. |
| 14. |
Door de
Heilige Geest hebben wij heiliging, rechtvaardigheid, vrede en
blijdschap ontvangen (Rom. 14:17; 1 Cor. 6:11; 2 Thess. 2:13; 1 Petrus 1:2). De
Heilige Geest wil een groot werk in ons doen. Hij wil de vrucht van
Jezus' lijden en sterven toepassen in ons leven, zodat wij ook
werkelijk beleven, wat de Here Jezus voor ons gedaan heeft. |
| 15. |
Door de
kracht van de Heilige Geest blijft de hoop (op Jezus'
wederkomst) levend in ons (Rom.
15:13). Ook al duurt het wachten op Jezus' wederkomst lang, de
Heilige Geest zorgt er voor, dat wij de moed er in blijven houden.
Wij blijven naar Jezus' komst uitzien en verlangen. |
| 16. |
De Heilige
Geest zal niet uit en over Zichzelf spreken, maar Hij zal ons steeds
bij de Here Jezus bepalen (Joh. 14:26) en van de Here Jezus getuigen
(Joh. 15:27; 16:13). In sommige gemeenten spreekt men veel meer over
de Heilige Geest dan over de Here Jezus. Zij denken dan zelfs, dat
zij zeer geestelijk zijn en dat de Heilige Geest hen hierin leidt.
De Here Jezus heeft echter gezegd, dat de Heilige Geest dit juist
niet zou doen. De Heilige Geest wil ons steeds de Here Jezus laten
zien. |
| 17. |
Hij zal de weg wijzen tot
de volle waarheid (Joh. 16:13). Hier moeten wij denken aan de Here
Jezus, die van Zichzelf zei: "Ik ben de Waarheid." (Joh.
14:6). Dit betekent, dat de Heilige Geest ons steeds dichter bij de
Here Jezus zal brengen. |
| 18. |
Hij zal de toekomst
verkondigen (Joh. 16:15). Het profetisch woord is niet eenvoudig. De
Heilige Geest wil ons echter duidelijk maken wat er in de toekomst
gaat gebeuren. Inzicht geven in het profetisch woord is dus het werk
van de Heilige Geest. |
|
| b. |
Wat wij, als gelovigen, i.v.m. de Heilige Geest moeten doen.
| 1. |
Wij mogen, ja
wij moeten de vervulling met de Heilige Geest hebben. Zie Ex. 31:3 en 35:31 voor
Bezaleël, die de tabernakel bouwde. Het betekende wijsheid van
Godswege voor hem. Zie Richt. 6:34; 2 Kron. 24:20 en Hand. 2:4;
4:8,31; 6:3; 9:17; 13:52. Zie vooral de opdracht in Eph. 5:18.
De vervulling met de Heilige
Geest kan plaats hebben als wij tot geloof komen. Terwijl de doop in
de Geest het werk van de Geest is, is dit niet het geval bij de
vervulling met de Heilige Geest. Deze wordt als een opdracht aan ons
gegeven. Hij zal dan ook steeds herhaald moeten worden. De
vervulling met de Heilige Geest heeft te maken met het feit, dat de
Heilige Geest ons, als gelovigen en als gemeente, als een Tempel
voor Zichzelf heeft uitgekozen (1 Cor. 3:16; 6:19). Helaas
verontreinigen wij onze tempel regelmatig en beleven wij de
vervulling met de Heilige Geest op dat moment niet meer. Dan is
alles in ons leven niet meer aan God overgegeven. Dan voelen wij ons
ongelukkig, hebben problemen met Bijbellezen en bidden, missen wij
de vrede van God en zijn wij ontmoedigd en leven wij in de nederlaag
i.p.v. in de geestelijke overwinning. Zodra wij echter onze zonden
en tekortkomingen belijden, wordt onze tempel gereinigd en kan de
Heilige Geest onze tempel weer volkomen in bezit nemen en zijn wij
weer vol van de Heilige Geest. Dan beleven wij ook de vrucht van de
Geest, die bestaat uit liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid,
vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid en zelfbeheersing
(Gal. 5:22). |
| 2. |
Wij mogen de
leiding door de Heilige Geest hebben en moeten wandelen door de
Geest en moeten door de Geest het spoor houden (Zie Psalm
143:10; Rom. 8:14; Gal. 5:16,18,25). Wij mogen
niet alleen de leiding van de Heilige Geest hebben, wij behoren ons
zelfs door de Heilige Geest te laten leiden. Wij behoren een
bijzondere levenswandel te hebben, die gekenmerkt wordt door het
feit, dat de Heilige Geest ons leidt. Realiseer u echter, dat de
leiding van de Heilige Geest nooit buiten de Bijbel om gaat en dat
de Geest dus ook geen leiding geeft, die tegen de boodschap van de
Bijbel ingaat. |
| 3. |
Door de
Heilige Geest moeten wij het goede dat wij van Godswege
ontvangen hebben, bewaren (2 Tim. 1:14). God heeft ons vele
geestelijke zegeningen geschonken. "Wij hebben de Geest uit God,
opdat wij zouden weten, wat ons door God in genade geschonken
is. Hiervan spreken wij dan ook met woorden, die niet door
menselijke wijsheid, maar door de Geest geleerd zijn." (1 Cor. 2:12,13) De Heilige Geest wil ons
helpen, dat wij deze hemelse schatten niet verliezen. Bij de Heilige
Geest zijn zij veilig. |
| 4. |
Wij moeten de
gezindheid van de Heilige Geest hebben (Rom. 8:5). Deze gezindheid is eigenlijk
de samenvatting van alles wat wij hiervoor over de Heilige Geest
gezien hebben. Wij zijn niet geroepen om veel over de Heilige Geest
te spreken, maar om te leven onder de leiding van de Heilige Geest. |
|
N.B. Wij zagen: God de Vader
vraagt onze liefde. De Here Jezus vraagt geloof. Wat vraagt de
Heilige Geest? De Heilige Geest vraagt overgave, toewijding en
gehoorzaamheid. De Heilige Geest vraagt, dat wij met lichaam en ziel
(d.i. ons verstand en ons karakter) ons aan de Heer toewijden. Wij
moeten andere mensen zijn dan de ongelovigen. Denk hierbij vooral
aan Gal. 5:22.
|