De Bijbel vertelt ons, dat God niet lichamelijk is, zoals wij dat zijn. De Bijbel zegt ons, dat God Geest is. Toch wordt er op menselijke wijze over God gesproken, opdat wij God beter kunnen begrijpen en Hij vertrouwelijker met ons zal kunnen omgaan. Zo is er in de Bijbel sprake van de ogen en de oren van God, de mond, de neus, de hand, de vingers, de arm en de voet van God, enz. Hier gaat het over de hand van God, die wij een helpende hand willen noemen.
Een mens of een volk kan op twee manieren kennis maken met de hand of met de handen van God: 1. ten zegen, 2. ten oordeel. Wij willen in deze studie maar kort letten op Gods hand ten oordeel en voornamelijk kijken naar Gods hand ten zegen.
GODS HAND TEN OORDEEL:
a. i.v.m. Gods
vijanden:
In de geschiedenis van de roeping van Mozes in de woestijn, lezen wij,
dat God op een gegeven ogenblik het volgende tegen Mozes zei: "Ik zal Mijn
hand uitstrekken en de Egyptenaren slaan met alle wondertekenen, die Ik in hun
midden zal doen." (Ex. 3:20) Hier gaat het over Gods hand ten oordeel over
ongelovigen, die zich als ongehoorzamen en als vijanden van God openbaren. Zoals
een Vader een ongehoorzaam kind een pak slaag geeft, met zijn handen slaat, zo
stelt God het hier voor, als zou Hij met Zijn eigen handen de Egyptenaren een
pak slaag geven.
Bij Mozes' eerste optreden in Egypte zei de Here God tegen hem: "Farao zal naar u niet luisteren. Daarom zal Ik Mijn hand op Egypte leggen... En de Egyptenaren zullen weten, dat Ik de HERE ben, wanneer Ik Mijn hand tegen Egypte uitstrek en de Israëlieten uit hun midden wegleid." (Ex. 7:4,5) God legde Zijn hand op Egypte en drukte hen naar beneden. God stak Zijn hand uit en hield Egypte tegen. (Zie ook Ex. 9:3,15)
In 1 Samuël 5, 6 en 7 lezen wij over de ark Gods, die door de Filistijnen buitgemaakt was en nu in het land der Filistijnen was. In die tijd is er veelvuldig sprake van de hand van God i.v.m. de Filistijnen. "Zwaar drukte de hand des HEREN op de Asdodieten en Hij verbijsterde hen." (1 Sam. 5:6) De mensen wilden daarop dat de ark Gods bij hen weggehaald zou worden, want, zo zeiden zij "Gods hand is hard tegen ons en tegen onze god Dagon" (:7). Daarop brachten zij de ark naar Gat en daar "trof de hand des HEREN de stad met een zeer grote verwarring." (:9) Vervolgens zonden zij de ark naar de stad Ekron en daar drukte de hand des HEREN zelfs zeer zwaar op de mensen, zodat zij in dodelijke verwarring verkeerden. (:11) (zie ook 1 Sam. 6:3,5 en 7:13)
b. i.v.m. Gods
kinderen:
In de Hebreeënbrief lezen wij in hoofdstuk 10 over Gods oordeel over
het leven van gelovigen, die er een onzorgvuldige levenswijze op na houden. De
schrijver doet dan achtereenvolgens twee opmerkelijke uitspraken. Eerst zegt
hij: "Wij weten, wie gezegd heeft: Mij komt de wraak toe, Ik zal het
vergelden en wederom: De Here zal Zijn volk oordelen." (Hebr. 10:30 als
citaat van Deut. 32:35,36). Vervolgens zegt hij: "Vreselijk is het te
vallen in de handen van de levende God." (Hebr. 10:31) Hier hebben wij de
gedachte dat God als het ware zegt: "Wee jou, als Ik je in Mijn handen
krijg...!" (zie bijv. Deut. 2:15)
Zo heeft indertijd ook Na”mi het ervaren. Nadat zij in Moab haar man en beide zonen verloren had en onderweg was naar Israël, wilde zij afscheid nemen van haar beide schoondochters. Daarop sprak zij de bewogen woorden: "De hand des HEREN is tegen mij uitgestrekt." (Ruth 1:13) Anders gezegd: God heeft Zijn hand uitgestoken en daar ben ik tegen aan gelopen en nu kan ik niet verder. Dit is voor mij het einde.
Met dergelijke woorden waarschuwde indertijd de profeet Samuël het volk, als zij na zijn dood van de Here zouden afdwalen. Samuël zei: "Indien gij naar de HERE niet luistert..., dan zal de hand des HEREN tegen u zijn zoals ook tegen uw vaderen." (1 Sam. 12:15)
David kende ook de hand des HEREN. Hij heeft een keer een vergelijking getrokken tussen de hand van God en de hand van de mensen. Dat was nadat hij gezondigd had met de volkstelling en hij op verschillende manieren gestraft kon worden, waarbij hij zelf mocht kiezen, of hij gestraft zou worden door de hand van God of door de hand van de mensen. Dan kiest David om gestraft te worden door de hand van God en zegt hij: "Het is mij zeer bang te moede; laat ons toch vallen in de hand des HEREN, want Zijn barmhartigheid is groot, maar laat mij niet vallen in de hand der mensen." (2 Sam. 24:14)
GODS HAND TEN ZEGEN:
Veel vertelt de Bijbel ons over de hand van God tot zegen van Zijn kinderen. Wij noemen:
1. REDDING door de
STERKE hand van God.
Op de dag van vertrek uit Egypte, zei Mozes tegen het volk:
"Gedenkt deze dag, waarop gij uit Egypte, uit het diensthuis, gegaan zijt;
want met een STERKE HAND heeft de HERE u daaruit geleid." (Ex. 13:3 zie ook
:9,14,16) Deut. 5:15 voegt hier nog iets aan toe en zegt, dat de uitleiding uit
Egypte zowel met een sterke hand van Godswege geschiedde, als met een
uitgestrekte arm." (zie ook Deut. 6:21; 7:18,19; 9:26; 11:2; 26:8)
Gods hand was sterk genoeg om de Israëlieten te redden. God stak zelfs Zijn arm uit om hen te kunnen grijpen uit de ellende van Egypte en hen te kunnen brengen in de vrijheid. Zo heeft God ook ons getrokken uit de kuil van de verlorenheid.
2. LEIDING door de
VERHEVEN hand van God.
Nadat de Israëlieten Egypte verlaten hadden, zette Farao de
achtervolging in. Het lijkt er dan op, alsof de Israëlieten hun vrijheid niet
zullen bereiken. Er gebeurt echter iets bijzonders: "De Isralieten zetten
hun uittocht voort, door een VERHEVEN HAND geleid." (Ex. 14:8) Numeri 33:3
zegt het als volgt: "De Israëlieten trokken uit door een opgeheven
hand." Zoals een gids op een drukke plaats waar veel toeristen bijeen zijn,
zijn eigen groep bij elkaar houdt door voor hen uit te lopen en bijvoorbeeld een
voorwerp (bijv. een vlag) omhoog te steken, zodat "zijn" mensen hem
kunnen zien en volgen, zo ging de Here voor Zijn volk uit en leidde hen door de
woestijn.
Ook wij hebben in ons leven
eerst de sterke hand van God leren kennen, toen Hij ons redde uit de macht van
satan. Vervolgens hebben wij de verheven hand van God leren kennen, waarmee Hij
ons leidt over de moeilijke wegen in ons leven.
3. BESCHERMING door de hand van God.
In Psalm 139 brengt David Gods bescherming zo mooi onder woorden, als
hij zegt: "Gij omgeeft mij van achteren en van voren en Gij legt Uw hand op
mij. Het begrijpen is mij te wonderbaar, te verheven, ik kan er niet bij."
(Ps. 139:5,6) en: "Steeg ik ten hemel Gij zijt daar, of maakte ik het
dodenrijk tot mijn sponde Gij zijt er; nam ik vleugelen van de dageraad, ging ik
wonen aan het uiterste der zee, ook daar zou Uw hand mij geleiden, Uw
rechterhand mij vastgrijpen." (Ps. 139:8-10)
Mozes heeft de hand van God op deze manier ook leren kennen al zat er een ander aspect aan vast. In Ex. 33 lezen wij, dat Mozes aan de Here gevraagd had, of hij Gods heerlijkheid mocht zien. God zegt dan, dat dat niet kan, omdat niemand Gods heerlijkheid kan zien en in leven kan blijven. God laat Mozes dan op een speciale plaats gaan staan en bedekt hem met Zijn hand. Vervolgens gaat de Heer aan Mozes voorbij. Daarna haalt God Zijn hand voor Mozes weg, waarna Mozes nog net God van achteren kan zien (:22,23).
Terwijl God bij de ongehoorzamen Zijn hand zwaar op hen laat drukken, omringt Hij met tedere liefde en zorg Zijn kinderen en beschermt Hij hen met Zijn hand. Zo kan de duivel ons niet vernietigen, want God Zelf beschermt ons.
4. BEKWAAMMAKING door
de hand van God.
Nadat Elia op de Karmel een ontmoeting had gehad met de Baälpriesters
en aan Achab aangekondigd had, dat er na een lange periode van droogte,
eindelijk regen zou komen, werd hij door de hand van God bekwaam gemaakt, om als
een soort heraut voor Achabs wagen uit te rennen en hem voor te gaan naar zijn
paleis. (1 Kon. 18:46)
De profeet Ezechiël vertelt in Ezechiël 8:1,2 hoe hij op een dag in zijn huis zat, terwijl de oudsten van Juda vóór hem zaten. Plotseling viel de hand van de HERE op hem en kreeg hij profetische visioenen te zien. De hand des Heren bekwaamde hem om als profeet zijn werk voor God te doen. De Heilige Geest bekwaamde hem door middel van de hand van God. Het plotselinge van dit gebeuren wordt extra duidelijk gemaakt door het woord "vallen" dat hier gebruikt wordt: de hand des Heren viel op Ezechiël.
Toen Johannes de Doper geboren was en opgroeide, had hij iets bijzonders, waardoor de mensen zich afvroegen wat er van hem terecht zou komen. Ter verduidelijking staat er dan bij vermeld: "Want de hand des Heren was met hem." (Luc. 1:66)
De Heilige Geest wil ook u en mij door de hand van God bekwaam maken voor de taak waartoe de Here ons geroepen heeft en waartoe Hij ons roept. God vraagt geen onmogelijke dingen van u. Zeker, God stelt hoge eisen aan Zijn kinderen, maar Hij vraagt niet het onmogelijke van hen. Terwijl Hij hoge eisen aan hen stelt, maakt Hij hen ook bekwaam om zó te zijn, zoals Hij dit van hen vraagt!
5. ONS HELE LEVEN IS IN
de hand van God.
Psalm 31:16 zegt: "Mijn tijden zijn in Uw hand." Prediker
zegt: "Voorzeker, dit alles nam ik ter harte en dit alles onderzocht ik:
dat de rechtvaardigen en de wijzen met hun werken in Gods hand zijn..."
(Pred. 9:1) Toen Mozes afscheid van het volk nam, zegende hij hen. Hierbij zei
hij: "Alle heiligen... in Uw hand zijn zij." (Deut. 33:3) Ook de Here
Jezus wees de mensen er op, dat de gelovigen als Gods schapen in Zijn hand zijn
en dat niemand iets of iemand kan roven uit de hand van de Vader. (Joh.
10:28,29)
Elk moment en op elke plaats zijn wij in Gods hand. "Veilig in Jezus' armen, veilig aan Jezus' hart. Daar in Zijn teer erbarmen, daar rust mijn ziel van smart."
6. EEUWIGE RUST in de
hand van God.
Toen de Here Jezus hing aan Golgotha's kruis sprak Hij vlak voor Zijn
sterven de bijzondere woorden; "Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn
Geest." (Luc. 23:46, daarmee Ps. 31:6 citerend.) Het was het avondgebed,
zoals de kinderen dat voor het slapen gaan baden. Nu de Heer ging sterven, beval
Hij Zijn Geest aan in de hoede en aan de zorg van de levende God, die als Zijn
Vader in de hemel is.
Dit geeft ons een mooi beeld van wat sterven is: Je ziel overgeven in de handen van God. Let op, dat er nu niet meer over Gods hand in het enkelvoud gesproken wordt, maar over Gods handen in het meervoud. Nu het gaat over onze ziel na het sterven, zorgt God met beide handen voor onze ziel. Is dat niet een veilig gevoel?
7. BIJZONDERE ZEGEN
door de hand van God.
Toen de Here Jezus naar de hemel terugkeerde vanaf de Olijfberg, hief
Hij beide handen zegenend op en nam zo afscheid van Zijn discipelen. Dit is het
laatste wat de mensen van de Here Jezus gezien hebben: Hij zegende de Zijnen.
(Luc. 24:50)
Dit is het laatste wat de Bijbel ons zegt over de hand van God: Hij is er om ons te zegenen. Deze hand van God is er voor u en mij. Zorg er voor, dat Gods hand altijd ten goede met u bezig kan zijn en dat God nooit toornend Zijn hand voor u hoeft te gebruiken. Blijf daarom dicht bij de Here Jezus en volg Hem overal waar Hij gaat.