Er zijn twee boeken in de Bijbel die de naam van een vrouw dragen en
die ook de geschiedenis van die vrouw beschrijven: Ruth en Esther.
Esther was een Joodse vrouw die een heidense man trouwde en zorgde
voor nageslacht op de troon in het Perzische rijk (denk aan Cyrus!)
en Ruth was een heidense vrouw die een Joodse man trouwde en zorgde
voor nageslacht op de troon in Israël (David en zijn nakomelingen).
In het boek Esther werd Mordechai de redder van zijn volk en in het
boek Ruth werd Boaz de redder van het volk.
Belangrijkheid van het boek
Het boek Ruth is belangrijk omdat het de voorgeschiedenis van de
grootste koning van Israël: David, vertelt. Het boek eindigt ook met
David. Opmerkelijk is het, dat zoals God de God van Abraham, Izaak
en Jacob genoemd werd (Exodus 3:6), Hij ook de God van David genoemd
werd (2 Koningen 20:5)
Het boek is geschreven door de profeet Samuël. Samuel was ook de
schrijver van de boeken die zijn naam dragen, en van het boek van de
Richteren. Samuel wilde het voorgeslacht van David tonen. Nu kon
David zelf later zeggen, dat in de boekrol over hem geschreven was
(Psalm 40:8).
In de synagoge
In de synagoge wordt het boek Ruth tijdens het Pinksterfeest
gelezen. Ruth 1:22 vertelt, dat Ruth bij het begin van de
gersteoogst in het land Israël aankwam. Dat wil zeggen: bij het
Paasfeest. De periode van het paasfeest eindigt bij het
Pinksterfeest. Omdat op het Pinksterfeest een oogstfeest is en er
teruggedacht wordt aan het geven van de wet, wordt het aanvaarden
van de wet door Ruth hiermee gecombineerd en wordt haar rol op het
Pinksterfeest gelezen.
De vier hoofdstukken:
Hoofdstuk 1
Elimelech en zijn gezin emigreren naar Moab. Na de dood van
Elimelech en hun beide zonen keert Naomi echter terug naar
Bethelehem, terwijl één van haar schoondochters haar vergezelt. Deze
schoondochter zoekt haar toevlucht onder de vleugels van de
Almachtige, de God van Israël.
Hoofdstuk 2
Het lijkt bij toeval te zijn, dat Ruth uitgerekend op het veld van
Boaz terecht komt en hem daar ontmoet.
Hoofdstuk 3
Zoals haar schoonmoeder dit wil zoekt Ruth een mogelijkheid om met
Boaz te kunnen trouwen.
Hoofdstuk 4
Ruth wordt inderdaad de vrouw van Boaz als gevolg van een bijzondere
wet en krijgt een zoon: Obed. Deze Obed wordt de vader van Isaï en
Isaï wordt weer de vader van David.
Het eerste hoofdstuk leert ons, dat een Jood het heilige land niet
mag verlaten.
De namen
Bethlehem - Broodhuis - maar er is geen brood. Er is hongersnood.
Elimelech - mijn God is koning. Een vooraanstaand man in Bethlehem.
Bij hem zie, dat hoogmoed voor de val komt. Hij wordt een zeker mens
genoemd. Dit maakt in het Hebreeuws duidelijk dat hij voornaam en
rijk was. Zijn naam toont zijn karakter. Hij streefde naar het
koningschap in Israel. Namomi - de lieflijke Machlon - de
ziekelijke, later getrouwd met Ruth Chiljon - de man die een vroege
dood sterft of vertrekt, later getrouwd met Orpa Orpa - verwoesting,
later getrouwd met Chiljon. Volgens de rabbijnen was de latere
Goliath van de Filistijnen een nakomeling van haar... Ruth -
getrouwd met Machlon.
De geschiedenis
Rijk en vooraanstaand man denkt de straf van God te ontlopen. Reist
naar Moab. Daar sterft hij en sterven zijn beide zonen. Weduwe Naomi
keert na een periode van zo'n 10 jaar kinderloos naar Bethlehem
terug. Zij had gehoord dat de hongersnood in Israel voorbij was.
Waarschijnlijk van rondreizende kooplieden gehoord.
De hongersnood was geen toeval, maar een straf van God.
Boaz - een familielid
Moab
Plateau ongeveer 1400 meter boven de Dode Zee. Ten Oosten van de
Dode Zee. Van Israël gescheiden door Dode Zee. Belangrijker:
Godsdienstig van Israël gescheiden. Dit is "de wereld" voor de Jood.
Hier mag je niet komen!
Het was de tijd van de richters
Het boek begint in het Hebreeuws met de uitdrukking "Vayehi", dat
is: "En het geschiedde dat..." Vay betekent "wee". Wee voor de Joden
uit die tijd! Wee, want God zond een hongersnood. Hij strafte Zijn
volk. Aan de andere kant bleek, dat in de straf van God alle dingen
toch weermoesten meewerken ten goede. Nu kwam Ruth naar Israël en
kon zij de overgrootmoeder van David worden.
Israël leefde in een moeilijke tijd. Er was nog geen koning die het
volk tot een eenheid kon smeden. De 12 stammen leefden als 12
afzonderlijke stammen. Er was geen koning die uit al die stammen een
leger samenstelde om Israël zo weerbaar te maken tegen de aanvallen
van de omringende volken. Israël was erg kwetsbaar.
De tijd van de richters duurde ongeveer 200 - 300 jaar, van ongeveer
1400 - 1100 vóór Christus. Onze geschiedenis speelt zich af ongeveer
80- 100 jaar voor de geboorte van David. Gedacht wordt aan de tijd
van Gideon en Jefta of aan de tijd van Barak en Ehud.
Het volk luisterde echter ook niet naar zijn richters (Richteren
2:17, zie ook :15. Het volk deed kwaad in de ogen van de Heer
(Richteren 4:1; 21:25). Het volk zondigde en God zond als straf een
hongersnood. Er was een geestelijke nood, een geestelijke
hongersnood. Brood is in de Bijbel het beeld van het Woord van God
(Spreuken 9:5).
Er waren vreemde richters in die tijd. Gideon maakte een efod voor
een afgodsbeeld en Simson was een slaaf van zijn hartstochten.
Later zal het volk echter weer volgens het Woord van God gaan leven.
Dan zorgen zij voor de armen (Leviticus 19:9,10) en horen wij Boaz
tegen zijn knechten zeggen: "De Heer is met jullie." en horen wij
het reageren en zeggen: "Moge de Heer u zegenen". (2:4)
De boodschap van het boek
God zorgt voor Zijn volk en voor Zijn kinderen, ook als zij hun
plaats in het eigen land verlaten hebben en zich ergens in de
verstrooiing, de diaspora, bevinden. God zorgt ervoor dat in de
toekomst Zijn volk bij de Redder - de Messias - terecht zal komen,
zoals Ruth naar Boaz geleid werd. Maar zoals later zal blijken, dat
ook David, die de grote redder van zijn volk moest worden, in eerste
instantie door zijn volk hiervoor afgewezen werd - Ruth kwam immers
uit Moab! - en later toch aanvaard, zo zou het ook met de Messias
gaan. En dat was ook het geval bij Jozef, die eerst door zijn broers
afgewezen werd en daarna hun redder werd.
Het boek toont ook hoe mensen laten zien hoe het geloof in heel hun
leven verankerd is. Het toont de liefde voor het land van God en de
ontrouw als je het verlaat.
Ruth aanvaard
Deuteronomium 23:4 vertelt over de grote kloof die er blijvend
tussen Israël en de nakomelingen van Ammon en Moab moest zijn. Ammon
en Moab waren de nakomelingen van Lot, die uit incest geboren waren.
Waarom Ruth toch aanvaard kon worden? Deuteronomium 23:4 staat in de
mannelijke vorm: het gaat over de mannelijke nakomelingen van Ammon
en Moab en niet over de vrouwelijke nakomelingen! Het waren
indertijd de mannen van Ammon en Moab die het volk Israël belaagd
hadden.
Profetische beelden in deze geschiedenis
Naomi tijdens de hongersnood staat model voor het volk Israël dat
uit het land verdreven is. Zoals Naomi in het vreemde land
verdrukking en leed te verduren kreeg, zo was dit ook bij het volk
Israël het geval. Zoals Naomi echter terugkeerde naar het eigen
land, zo is dit ook de situatie met het volk Israël.
Ruth is echter het beeld van de heidenen, die als een bruid voor de
Losser verzameld worden; de Gemeente.
Boaz is de grote losser. Hij lost het land en de bezittingen van
Elimelech/Naomi en lost ook de vrouw van Machlon/Chiljon.