BEGINPAGINA   |   INFORMATIE   |   ARTIKELEN   |   NIEUWS UIT ISRAEL   |   BOEKEN   |   CD'S   |    STUDIES   |   ZOEKEN   |   LINKS

Stichting Het Licht des Levens

 
menu
Online studies beluisteren

Online studies lezen

Internet Bijbel studie

Speciale e-mail studies

Evangelisatie serie
inhoud
printversie
Online studies lezen

Wat doen de os en de ezel in de stal?

Lucas 2 : 8-20

16-12-2001


Vanavond neem ik u mee naar de stal van Bethlehem. Eigenlijk neem ik u mee naar twee verschillende stallen van Bethlehem. De ene stal is de stal waarover wij in de Bijbel lezen. De andere stal is de kerststal, zoals die tegenwoordig in veel huizen een plekje gekregen heeft. Misschien wel onder de kerstboom. Dan komt de vraag: "Wat doen de os en de ezel in de stal?' Ik kan mij voorstellen, dat verschillenden van u gedacht zullen hebben: "Wat een vreemd onderwerp. Wat moet je daar nou van maken?"

In veel huizen staat in deze tijd, of binnenkort, een kerstboom in de woon-kamer. Tegenwoordig zie je in steeds meer huizen een stalletje met het Kindje van Bethlehem. Er zijn grote en kleine stalletjes. Maar in al die stalletjes zie je steeds hetzelfde: Maria, Jozef, een kribbe met daarin de baby Jezus en een paar herders. Soms zie je er ook al de wijzen uit het Oosten bij. In de meeste stalletjes ontbreken ook een paar schapen niet.

De geboortegeschiedenis in de Bijbel

Tot zover is alles nog terug te voeren op het Bijbels verhaal. De Bijbel vertelt immers, dat Maria en Jozef uit Nazareth in Galilea naar Bethlehem in Judea gereisd waren vanwege de volkstelling die de keizer bevolen had. De Bijbel vertelt, dat er voor hen geen plaats was in de herberg en dat zij daarop logeerden in een plaats waar ook een kribbe was. Dat kan zowel een grot als een stal geweest zijn. Als het een grot was, dan werd die grot als stal gebruikt.

De Bijbel vertelt ook van de herders die in de velden van Efratha bij hun kudden schapen de wacht hielden. Dit moeten schapen geweest zijn die naar Jeruzalem gebracht werden om daar geofferd te worden. Deze schapen werden namelijk in de omgeving van Bethlehem gehoed. Het is begrijpelijk, dat wij in al die stalletjes dus naast Jozef, Maria en het Kind Jezus, ook de herders en een paar schapen tegenkomen. Maar wat doen nou die os en die ezel in de stalletjes? Zijn die er bij gekomen om het verhaal wat smeuiger te maken, om de stal wat voller te maken, of is er een andere reden?

De os en de ezel in de kerststal

Het Bijbels verslag geeft geen enkele aanwijzing van de aanwezigheid van een os en een ezel. Sterker nog: volgens het Bijbels verslag hebben de os en de ezel er niets mee te maken. Toch ontbreken de os en de ezel in geen enkele kerststal. Terwijl de schapen vaak afgebeeld worden op enige afstand van de kribbe, zie je de os en de ezel vaak met hun kop boven de kribbe hangen. Er zijn zelfs wel kerststalletjes waarin om de een of andere reden Jozef en Maria ontbreken. Maar de os en de ezel ontbreken dan niet. Het lijkt wel, of zij soms naast het Kind in de kribbe als de belangrijkste aanwezigen van de kerststal gezien worden.

Als je de stal wat voller wilt maken, zou je er ook nog wel een kameel en een paard in kunnen zetten. Maar die staan er nou juist weer niet in. Waarom dan alleen een os en een ezel? Als de Bijbel ze niet in de stal gezet heeft, wie heeft ze er dan ingebracht?

Hoewel de os en de ezel in het Bijbels verhaal niet voorkomen, komen wij al een kerstalletje met de os en de ezel tegen op een romeinse sarcofaag uit de tijd van omstreeks 350 na Christus. De os en de ezel zijn dus al heel lang symbolen die in de christelijke kerk een plaats gevonden hebben.

Het werk van de kerkvaders

Het antwoord is heel opmerkelijk. Het waren enkele oude "kerkvaders" die met een heel bijzondere bedoeling de os en de ezel de stal ingesmokkeld hebben, waarna de os en de ezel er altijd ingebleven zijn. Maar ze horen er niet in. En de reden waarom die kerkvaders ze erin gesmokkeld hebben, is zelfs om van te schrikken. De reden was, dat de kerkvaders de christenen er goed op wilden wijzen, dat de joden de Here Jezus afgewezen hadden en dat er wel een paar herders in de stal geweest waren, maar dat de rest van het joodse volk niet gekomen was. De rest van het joodse volk was "thuis" gebleven en had geen gehoor gegeven, toen de engel de boodschap aan de herders bracht, dat Jezus, de Redder der wereld, geboren was en te vinden was in een stal. Nu hadden behalve de herders de andere mensen deze boodschap van de engelen ook niet gehoord, maar daar trokken de kerkvaders zich niets van aan.

Het is triest om te moeten constateren, dat al vroeg in de christelijke kerk er een antisemitische stroming gekomen is. De christenen gingen de joden verwijten, dat zij de Here Jezus niet aanvaard hadden. Zij gingen de joden zelfs belachelijk maken en dat deden zij ook in de stalletjes waarin de kerstgeschiedenis uitgebeeld werd. De os en de ezel waren namelijk niet zomaar een paar dieren. O nee. De os en de ezel waren het beeld van het volk IsraŽl. Zoals de islamieten soms zeggen, dat de joden zonen van apen, ezels en varkens zijn, zo zeiden de christenen, dat de joden nog erger waren dan een os en een ezel. En deze christenen hadden hiervoor nog een tekst in de Bijbel gevonden, die zij goed konden gebruiken.

Deze tekst luidde als volgt: "Hoort, hemelen, en aarde, neig uw oor, want de HERE spreekt: Ik heb kinderen grootgebracht en opgevoed, maar zij zijn van Mij afvallig geworden. Een rund kent zijn eigenaar en een ezel de krib van zijn meester, maar IsraŽl heeft geen begrip, Mijn volk geen inzicht. Wee het zondige volk, de natie, beladen met ongerechtigheid, het gebroed van boosdoeners, de verdorven kinderen. Zij hebben de HERE verlaten, de Heilige IsraŽls versmaad, zich achterwaarts gewend. Waar wilt gij nog meer geslagen worden, dat gij voortgaat met af te wijken? Het gehele hoofd is ziek, het gehele hart vol krankheid; van de voetzool af tot de schedel is er niets gaaf; wonden, striemen en verse kwetsuren, die niet uitgedrukt zijn noch verbonden noch met olie verzacht." (Jesaja 1:2-6)

De "preek" van de os en de ezel

Jesaja bedoelde hiermee het volgende. De os werd in het oude IsraŽl gebruikt om het juk van zijn meester te dragen en zo voor zijn meester te werken. De os weet precies wie zijn meester is. Hij weet precies wie hem zijn voedsel geeft. Als hij honger heeft loopt hij loeiend naar zijn meester toe. In vergelijking met de os had IsraŽl het er slecht vanaf gebracht. IsraŽl had het juk van zijn Meester, God, afgeworpen. IsraŽl was niet bereid om in gehoorzaamheid God te dienen. Er was geen os die tegen zijn meester zei, dat hij die dag geen zin had om het juk van zijn meester te dragen en om te ploegen.

De ezel uit het oude IsraŽl wordt hier gebruikt om duidelijk te maken, dat zelfs de stugge en soms koppige ezel precies wist wie hem zijn voedsel gaf. En degene die hem zijn voedsel gaf, was automatisch voor de ezel zijn meester. Verder was de ezel het lastdier dat zorgde voor het vrachtvervoer. De ezel droeg de lasten voor zijn meester. De ezel wordt vaak voorgesteld als een van de domste dieren. Men zegt immers ook, dat iemand zo dom is als een ezel. Ook in vergelijking met de ezel had IsraŽl het er slecht vanaf gebracht. Er was geen ezel die na het voederen niet wist wie zijn baas was en er was geen ezel die weigerde om zijn last te dragen. Elke ezel wist te gehoorzamen, voedsel te halen en een plaats te vinden waar het schuilen kon. IsraŽl wist niet meer Wie voor het volk zorgde. IsraŽl was niet langer bereid de lasten, die het leven in gehoorzaamheid aan God met zich mee brachten, te dragen. IsraŽl zocht zijn schuilplaats niet meer bij God.

IsraŽl was in zeker opzicht nog minder dan een os en een ezel geworden. God had IsraŽl uit Egypte bevrijd en in de woestijn gebracht. Daar had God, zoals dit bij een os gebeurt, IsraŽl een last op de schouders gelegd. IsraŽl kreeg de zware last te dragen van het houden van de wet en het gehoorzamen aan Gods geboden. Tevens gaf God in de woestijn het volk zijn voedsel: elke dag lag er het manna, terwijl het water uit de rots kwam. Zo mocht IsraŽl zijn hulp en toevlucht vinden bij God. Maar IsraŽl koos eigen wegen en verliet de Here God.

De kerkvaders brachten de os en de ezel in de kerststalletjes om zo de christenen te laten zien, dat een os en een ezel meer verstand hebben dan de joden. De os en de ezel weten nog wie hun meester is, maar de joden kennen hun Meester niet. Daarom zijn de joden vervloekt en vallen zij onder het oordeel. En zo maakten de eerste christenen heel venijnig het beeld van de ongelovige joden zichtbaar in de kerststalletjes. De os en de ezel waren de kerststal in gebracht om te laten zien, dat deze "stomme" dieren hun weg naar de kribbe wel gevonden hadden, maar dat de joden deze weg niet gevonden hadden.

Het "gelijk" van de kerkvaders

Als wij de Bijbel bestuderen, ontdekken wij, dat de kerkvaders "ergens" nog gelijk hadden ook. De joden hebben zich meerdere keren in hun geschiedenis gedragen als onverstandiger dan een os en een ezel. Wie IsraŽls geschiedenis bestudeert, merkt, dat het volk IsraŽl een aantal keren de stem van God duidelijk gehoord heeft en er toch niet naar geluisterd heeft. Ze waren nog maar net uit Egypte vertrokken en in de woestijn aangekomen, toen ze de os al in hun midden plaatsten en hem als het gouden kalf vereerden. Later hebben ze zelfs verschillende gouden kalveren een plaats gegeven in de tempels van Dan en Bethel.

Er zijn zelfs momenten, ja tijden, geweest, dat velen in IsraŽl naar hartelust meededen met het heidendom uit die tijd. Er waren IsraŽlieten, die de verering van de Kanašnitische god Baal veel interessanter vonden dan de dienst van de God van hemel en aarde. En deze mensen waren zelfs bereid grote offers te brengen voor hun nieuwe godsdienst. Trouwens, met die ene godheid waren ze ook niet tevreden. Ze voerden een aantal goden in hun leven binnen. En zo kregen de Moloch en de Astartes hun eigen plekje in het religieuze leven van de IsraŽlieten. Ze waren zelfs bereid daar grote offers voor te brengen. Als de afgoden kinderoffers eisten, offerden de IsraŽlieten hun kinderen aan de afgoden. Ze kozen in bepaalde tijd liever voor de wrede godsdienst van de afgoden, dan voor de vrede, de liefde en de genade van de God van hemel en aarde.

In de Middeleeuwen zongen de christenen ook van de dwaasheid van de joden, die de Here Jezus niet herkend hadden. De christenen zongen naar aanleiding van de tekst uit Jesaja: "De os kent het Kindeke en de ezel ziet het kribbeke."

De os en de ezel waren in die tijd niet een paar stomme figuranten, die voor de aardigheid in de stal erbij gezet waren. De os en de ezel deden mee in het kerstspel, dat in het stalletje afgebeeld was. De os en de ezels waren een soort predikers, die vertelden, dat de joden hun Heer niet meer kenden, maar dat zij als os en ezel hun Heer wel kenden.

De ezel van Bileam

Het volk IsraŽl was dommer dan de ezel van Bileam, waarvan wij het volgende lezen: "Maar de toorn Gods ontbrandde, toen hij ging, en de Engel des HEREN stelde zich op de weg als zijn tegenstander; Bileam reed op zijn ezelin en had twee zijner dienaren bij zich. Toen de ezelin de Engel des HEREN op de weg zag staan, met getrokken zwaard in de hand, boog zij van de weg af en ging de akker op; en Bileam sloeg de ezelin om haar naar de weg terug te drijven. Daarop ging de Engel des HEREN staan in een holle weg tussen wijngaarden, waar een muur was aan beide zijden. Toen de ezelin de Engel des HEREN zag, drukte zij zich tegen de muur aan, zodat zij Bileams voet tegen de muur klemde; toen sloeg hij haar opnieuw. De Engel des HEREN ging andermaal verder en ging staan op een enge plaats, waar geen ruimte was om rechts of links uit te wijken. Toen de ezelin de Engel des HEREN zag, ging zij onder Bileam liggen; toen ontbrandde de toorn van Bileam en hij sloeg de ezelin met de stok. Nu opende de HERE de mond der ezelin, en zij zei tot Bileam: wat heb ik u gedaan, dat gij mij nu driemaal geslagen hebt? En Bileam zei tot de ezelin: omdat gij de spot met mij drijft; had ik een zwaard in mijn hand, dan zou ik u nu zeker doden. Maar de ezelin zei tot Bileam: ben ik niet uw ezelin, waarop gij uw leven lang tot op deze dag hebt gereden? Ben ik ooit gewoon geweest u zo te behandelen? En hij zei: Neen. Toen opende de HERE de ogen van Bileam; hij zag de Engel des HEREN met getrokken zwaard in de hand op de weg staan en hij knielde neer en wierp zich op zijn aangezicht. De Engel des HEREN zei tot hem: om welke reden hebt gij uw ezelin nu driemaal geslagen? Zie, Ik ben uitgegaan als een tegenstander, want deze weg voert bij Mij ten ondergang. Toen de ezelin Mij zag, is zij nu driemaal voor Mij uitgeweken; ware zij voor Mij niet uitgeweken, voorwaar, dan zou Ik nu juist u gedood en haar in het leven hebben gelaten. Toen zei Bileam tot de Engel des HEREN: ik heb gezondigd, omdat ik niet wist, dat Gij U op de weg tegenover mij gesteld hadt, en nu, indien het kwaad is in uw ogen, wil ik wel omkeren." (Numeri 22:22-34)

"Zelfs de ooievaar aan de hemel kent zijn vaste tijden en tortelduif en zwaluw nemen de tijd van hun komst in acht, maar Mijn volk kent het recht des HEREN niet." (Jeremia 8:7)

De os en de ezel anno 2001

Wij zijn vandaag zo'n 2000 jaar verder in de tijd. De kerststal is er nog steeds, Jozef, Maria en het Kind in de kribbe ook. De herders en de schapen zijn er ook nog. En ziedaar: de os en de ezel ontbreken nog steeds niet. En... ze zijn nog steeds het beeld van het volk IsraŽl. Maar nu gaan ze ons iets anders vertellen.

Tweeduizend jaar geleden waren de os en de ezel het beeld van de ongelovige jood, die de Here Jezus afgewezen hadden. Nu zijn ze het beeld van de moderne Jood. De Jood van onze tijd begint heel voorzichtig een andere jood te worden. Een zoekende jood. Een zoekende jood - ook zoekend naar Jezus. Er komen, heel langzaam, steeds meer joden die heel voorzichtig rondkijken in de stal van Bethlehem en vervolgens een bezoek brengen aan Golgotha, om de ware Jezus te leren kennen. Er komen steeds meer joden, die de Here Jezus gaan zien als hun Messias. Dit betekent niet, dat het halve joodse volk al tot geloof in de Here Jezus zou zijn gekomen. O nee, nog lang niet. Het betekent wel, dat er een groeiend aantal joden is, dat geknield heeft bij de kribbe van Bethlehem en het kruis van Golgotha. Daarom ontstaan er in de hele wereld steeds meer gemeente van - als ik hen zo voor het gemak even mag noemen: "joodse christenen". Wij leven in een heel bijzondere tijd. In alle eerbied gezegd: de ossen en de ezels van het joodse volk beginnen nu echt de stal van Bethlehem binnen te komen en Jezus te erkennen als de Zoon van God, de grote Verlosser.

Een latere betekenis voor de os en de ezel

Er zijn ook kerkvaders geweest die later een geheel andere betekenis aan de os en de ezel gaven. Zij vonden dat de dikke os en de koppige ezel ook beelden waren van de mensen die niet tot het joodse volk behoorden. Mensen zoals u en ik. Zoals de dieren geen verstand hebben, zo hadden de heidenen geen verstand van God en Zijn liefde. Maar als een os en een ezel zijn wij heidenen toch bij de stal gekomen. We zijn zelfs in de stal gekomen en staan vooraan bij de kribbe en bij het Kind.

Hebben de os en de ezel ons ook iets te zeggen? Ja, wij mogen onszelf herkennen in deze dieren. Het is misschien niet zo netjes om u en mijzelf even te vergelijken met een os en een ezel. En nu denk ik in het bijzonder aan die tekst uit Jesaja, waar de IsraŽlieten vergeleken werden met een os en een ezel. Als de Bijbel de IsraŽlieten vergelijkt met een os en een ezel, waarom zouden wij onszelf dan ook niet eens met deze dieren vergelijken?

De moderne os - en misschien zit hij hier vanavond wel in de kerk - de moderne os is ook niet bereid om een juk op zich te nemen. Vol tederheid kijkt de moderne mens naar een stal en een kribbe en een kind. "Een" kind. Niet: Het Kind. Niet: de Zoon van God. Nee, gewoon "een" kind. En zo wordt de moderne mens een os, die niet ziet, dat in de kribbe de Zoon van God ligt, die als een os een juk op Zich genomen heeft. Hij nam het juk op Zich om de zonden en de nood van de mensen op te nemen en te dragen en zo voor hen te sterven aan het kruis op Golgotha. Zo weet de moderne mens nog wel voldoende voedsel voor zijn maag in de supermarkt te halen, maar weet hij niet meer het geestelijke voedsel voor zijn ziel bij God te halen. Zo heeft hij geen zin meer om zijn leven te richten op God en gehoorzaam aan Gods Woord te leven.

Terwijl een ezel nog weet waar hij schuilen moet, weet de moderne mens niets meer af van schuilen en van een schuilplaats. Hij is als een dronken man die op een zinkend schip zit en in zijn dronkenschap niet in de gaten heeft, dat zijn schip zinkt en dat hij spoedig zal verdrinken. Hij lalt en bralt en geniet van het uitzicht vanaf zijn zinkende schip. De hele wereld lijkt op een zinkend schip. De mensheid lijkt op een zinkend schip. Misschien lijkt uw leven ook wel op een zinkend schip. Als je nog een paar roesmiddelen neemt, heb je niet eens in de gaten hoe slecht je eraan toe bent, maak je je geen zorgen en kun je heerlijk onbezorgd feest vieren. Tot de dag komt, dat je bootje in het water verdwijnt en jij verdrinkt in de golven. En dan is het voor eeuwig te laat.

De vraag vandaag was: "Wat doen de os en de ezel in de stal?" Wij hebben er voldoende tijd aan besteed en er lang genoeg bij stil gestaan. Wij gaan de vraag een beetje veranderen en maken er een nieuwe vraag van: "Wat doet u in de stal?" Ik bedoel niet, wat u bij het een of andere kerststalletje doet, maar wat u bij de stal uit de Bijbel doet. Komt u als een rund een beetje herkauwen? Staat u als een ezel een beetje dom te balken? Of komt u nou eens een keer echt bij het Kind in de kribbe om Hem te aanbidden.

Hebt u weleens geprobeerd u een beetje in de gedachten van God te verplaatsen? Dat is natuurlijk heel erg moeilijk. Eigenlijk kan het niet. Het is maar een voorbeeld, een voorbeeld in alle voorzichtigheid. Stel u nou eens voor, dat wij - u en ik - even met God zouden mogen meedenken. In gedachten gaan wij dan even naar de hemel en gaan wij even naast God staan. We gaan het plaatjesalbum van het leven van verschillende mensen bekijken. Laten we maar dicht bij huis blijven. We gaan het plaatjesalbum van uw leven bekijken.

"Kijk" zegt de Here God, "hier heb je een plaatje van 10 jaar geleden. Kijk, daar zat je in de tijd rond het kerstfeest in de kerk. Wat vond je het mooi en wat was je geraakt in je hart. Je was helemaal bewogen." Vervolgens bladert God verder naar het volgende plaatje van u. Zodra Hij hem gevonden heeft, laat Hij hem aan u zien. Een jaar later. Weer de kersttijd. Weer een bewogen mens, helemaal onder de indruk van de kerstboom, de lichtjes, het verhaal en de sfeer. God bladert verder en verder en komt u alleen tegen als toeschouwer in de stal, die een beetje idyllisch staat te kijken naar de kerststal en het Kind in de kribbe. U bent en blijft alle jaren door een toeschouwer. Nu draait God Zich naar u en om, slaakt een zucht en zegt tegen u: "Daar hebben we ook niets aan. Wat moet ik nou met zo iemand?"

Nadat God de vraag gesteld heeft, geeft Hij Zelf geen antwoord. Hij gaat weer verder. Hij laat u achter met Zijn vraag. U mag antwoord geven. U mag het zeggen. Wat moet God nou toch met u? Er zijn mensen die bij de kribbe gekomen zijn en hun hart en leven voor de Here Jezus geopend hebben. Zij kwamen ook bij het kruis en zagen Jezus, die de straf voor hun zonden droeg. Zij dankten God voor wat de Here Jezus voor hen gedaan heeft. Zij aanvaardden, dat de Here Jezus hun Redder was. Zij ontvingen een nieuw leven en vervolgden hun weg als een kind van God.

Wie bent u? Wat bent u? Bent u zo verdwaasd als een os of een ezel? Komt u even buurten bij de kerststal of bent u een bidder, een aanbidder? Hebt u uw leven aan het kind van de kribbe en de Zoon van het kruis gegeven?

 

BEGINPAGINA | INFORMATIE | ARTIKELEN | NIEUWS UIT ISRAEL | BOEKEN | CD'S | STUDIES | ZOEKEN | LINKS
© Copyright 2001-2012 Stichting Het Licht des Levens