Belangrijke Bijbelse vragen beantwoord
God en dienen van God
Ik geef ieder het zijne
Vraag: Ik geef ieder het zijne. Ik doe mijn best. Ik leef netjes. Ik heb God niet nodig.
Als ik er niet kom, komt niemand er.
Antwoord: U bedoelt dus eigenlijk, dat u recht hebt op een plaatsje in de hemel, omdat u hem
“verdiend” hebt. U zegt, dat u ‘ieder’ het zijne gegeven hebt. Dat heb ik al veel meer mensen horen
zeggen. Steeds bleek, dat ze hun opmerking niet konden waar maken.
Hebt u in uw hele leven altijd en overal iedereen het zijne gegeven? Hebt u nooit gefaald? Hebt u
nooit eens iemand - al was het maar per ongeluk - overgeslagen? Moet ik echt geloven, dat u een
volmaakt mens bent? Ik denk, dat als ik aan uw man/vrouw (of: vader/moeder) zou vragen, hoe
volmaakt u bent, ik toch wel iets anders te horen zal krijgen. Denkt u ook niet?
Misschien - en dat geloof ik graag - misschien hebt u een aantal mensen het hunne gegeven. Maar als
u er een aantal over het hoofd gezien hebt, hebt u niet meer ieder het zijne gegeven. En...
hebt u God ook het Zijne gegeven? Heeft God altijd van u gekregen, waar Hij recht op had? U gelooft
niet in Hem zoals, Hij dit wil, hoe kunt u Hem dan het Zijne gegeven hebben?
Mag ik eens een voorbeeld geven? Stel u voor, dat u iets lekkers zou gaan bakken. U hebt er vijf
eieren voor nodig. U breekt de eieren en gooit ze in een kom. Helaas zijn er maar vier goede eieren
en is één ei rot. Het stinkt verschrikkelijk. Wat doet u nu? De meeste eieren zijn goed, dus het
valt wel mee? U gaat gewoon door met uw recept? Natuurlijk niet. Eén rot ei maakt alles rot. Zo is
het ook met ons leven. Eén rotte appel in de mand maakt dat alle appels in de mand rot worden. Eén
rotte daad in uw leven maakt dat van uw daden gezegd moet worden, dat de rot er in zit.
Bedenk, dat God geen koopman is. Hij gaat niet zitten tellen hoeveel goede eieren en hoeveel rotte
eieren u hebt, om ze daarna tegen elkaar af te wegen. Anders gezegd: Hij gaat niet zitten tellen
hoeveel goede daden en hoeveel slechte daden u hebt, om ze daarna tegen elkaar af te wegen. God zegt
niet, dat de meestbiedende in Zijn hemel mag komen. Dat zijn dingen, die de mensen zelf bedacht
hebben. Maar zo is God niet. Dit is uw mening, maar de Bijbel maakt duidelijk, dat God deze gedachte
niet hanteert. U hebt er niets aan als u eens voor Zijn hemelpoort verschijnt. Hij zal de deur van
de hemel hierop niet voor u openen.
De Bijbel wijst ons erop, dat goede werken niet meewerken tot onze zaligheid. Op zich zijn goede
werken belangrijk. Dat schrijft Paulus ook. Hij schrijft, dat ons geloofsleven gekenmerkt moet
worden door goede werken. “Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit
uzelf: het is een gave van God; niet uit werken, opdat niemand roeme. Want Zijn maaksel zijn wij, in
Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin
zouden wandelen.” (Ephese 2:8-10)
Als je de goede werken echter tot je redding wilt laten meewerken, zullen ze juist je geestelijke
dood, je verlorenheid bewerken. Dan zijn het “dode werken”, zo zegt Hebreeën 6:1. Dat betekent, dat
het dan werken zijn, die tot je geestelijk dood leiden. Dan zijn het werken, die je niet zalig
maken, maar juist - omdat je op ze vertrouwt - je ondergang bewerken. Alleen door de Here Jezus Zelf
kunnen wij komen tot een leven dat aanvaardbaar is voor God (Hebreeën 9:14).
Als God een God van liefde is...
Vraag: Ik kan niet in God geloven, want als God een God van liefde is, hoe kan er dan zoveel
onrecht op aarde zijn, zoveel liefdeloosheid en zoveel rampen?
Antwoord: Er zijn veel nare dingen in onze wereld. Een kind wordt op de hoek van de straat
doodgereden, een jonge moeder sterft aan kanker en laat een man met enkele kleine kinderen achter,
een veerboot vergaat en honderden mensen verdrinken in de zee, een vliegtuig stort neer, er is een
treinramp, een overstroming, een aardbeving, en ga zo maar door. Vaak wordt daarna de vraag gesteld:
“Als God een God van liefde is, hoe kan Hij dit dan doen?” Anderen zeggen: “Als God een God van
liefde is, hoe kan Hij dit dan toelaten?
Wij willen deze vraag van verschillende kanten bekijken.
Dit is voor velen een religieus probleem. Zij die deze vraag stellen, zijn vaak mensen, die als het
goed gaat in het leven, God niet nodig hebben. Als het goed gaat, is dat onze eigen prestatie, zo
leven zij. Zodra het verkeerd gaat, krijgt God de schuld.
Ik ben ervan overtuigd, dat God ook heel bedroefd is, als Hij het leed ziet, waarmee wij hier op
aarde te maken hebben. Ezechiel 36:21 vertelt, dat God leed had, toen Hij het leed en het verdriet
van Israël zag. Maar ik denk, dat God er niet veel meer aan kan doen. Er was eens een tijd, dat de
meeste mensen in onze samenleving godsdienstig waren en God bij hun hele leven betrokken. Er is
echter een tijd gekomen, waarin zij zeggen, het leven zonder God aan te kunnen. Aan God werd
duidelijk gemaakt, dat Hij Zich niet meer met ons leven moest bemoeien. Wij hadden God, Zijn zegen,
Zijn hulp en Zijn bijstand niet meer nodig. En nu heeft God gedaan wat wij wilden. Hij heeft ons
onze vrijheid gegeven.
Wat doen we nu met onze vrijheid? Het volgende: God heeft Zich niet meer te bemoeien met de
ongeboren baby’s, want elke vrouw is baas in eigen buik, zo zegt men in onze tijd. Niet God mag
beslissen over leven en dood, dat doet de vrouw wel, samen met de aborteur. En als de mens het leven
niet meer menswaardig vindt, dan beslist God niet meer over leven en dood. Dat doet de patiënt zelf,
samen met de arts.
Er is een tijd geweest, dat op het stadhuis alleen een relatie van een man en een vrouw wettig
geregeld werd. De mens vond echter, dat homofiele en lesbische stellen ook moesten kunnen trouwen.
Er is een tijd geweest, dat mensen zich lieten leiden door de normen van de Bijbel. Er is nu een
tijd waarin ieder mag doen wat hij zelf wil, als hij anderen maar geen last bezorgt. En mocht hij
een allochtoon zijn, dan mag hij zelfs ook nog anderen last bezorgen.
Eens was er een tijd, dat radio en TV een opvoedende taak hadden en probeerden de mensen meer gevoel
voor cultuur, kunst en andere waarden bij te brengen. Nu zijn radio en TV de media die prat gaan op
het laten horen of zien van godslastering, perversiteit en zelfs aanzetten tot een levenswijze
(zoals vrije seks), die voorheen als zondig beschouwd werd.
Zelfs de lectuur en de muziek worden nu gebruikt om satanische en perverse boodschappen over te
dragen. Satan wordt door velen hoog vereerd. Denk alleen maar aan de muziek van KISS (Knights In
Satans Service - Knechten in dienst van satan). In een deel van de moderne muziek wordt satan
bejubeld en wordt reclame gemaakt voor vrije seks, drugs en zelfmoord.
John Lennon van de Beatles had zijn ziel opzettelijk en bewust aan de duivel verkocht. Aan ieder
verklaarde hij, dat de Beatles groter waren dan Jezus Christus. Waarin waren zij groot? Derek
Taylor, de persmanager van de Beatles zei van hen: “Ze zijn absoluut wild, profaan, vulgair, ja
volkomen antichristelijk.” En wat gebeurde er toen John Lennon overleed? Toen was God ineens nodig.
Yoko Ono vroeg de miljoenen vrienden van haar gestorven man in de gehele wereld om voor zijn ziel te
bidden. Maar eerst hadden de Beatles de jeugd meegezogen in het verlaten van God.
Er is een tijd geweest, dat ouders, onderwijzers, politie, enz. gezag hadden en gezag uitstraalden.
Er was een tijd, dat wij onze kinderen leerden gehoorzaam te zijn. Er was een tijd waarin
ongehoorzaamheid gestraft werd. Nu wordt begrip gevraagd voor mensen, die de samenleving verloederen
en precies doen wat God verboden heeft. Nu wordt begrip gevraagd voor de jeugd, die het verschil
niet meer weet tussen wat goed en wat verkeerd is.
Zodra er echter problemen komen, wendt de moderne mens zich ineens tot God en roept Hem ter
verantwoording. Terwijl God de opdracht gekregen had om Zich niet meer met ons en ons leven te
bemoeien, wordt Hem nu verweten, dat Hij het niet goed gedaan heeft. Het enige antwoord dat God nu
nog kan geven, is heel eenvoudig: “Sorry, lieve mensen. Jullie hadden Mij opdracht gegeven om Mij
niet meer met jullie leven te bemoeien. Ik doe nu precies wat jullie willen en luister naar wat
jullie tegen Mij gezegd hebben.”
Is er enige aanleiding in de Bijbel om God te bezien als een wrede of wrekende macht, die erop uit
is, mensen in rampen en onheil te storten? Neen, de Bijbel toont ons niet deze God. De God van de
joden en van de christenen openbaart Zich als een God van liefde, die juist het beste met de mens
voorheeft. Omdat Hij het beste met de mens voorheeft, heeft Hij de mensen niet als robots geschapen.
God bestuurt niet de levens van de mensen op aarde. Hij heeft ons een eigen vrije wil gegeven, zodat
wij eigen keuzes kunnen maken. Hij wil wél, dat wij het goede kiezen en dat wij liefde en vrede
najagen.
Wij moeten eerlijk zijn: het was niet God die de auto bestuurde van een dronken man, die een kind
doodreed. God is geen alcoholist en Hij rijdt niet in een auto door onze straten. Ook zet Hij geen
mensen ertoe aan zich te bedrinken en daarna een kind dood te rijden. God zit niet in de hemel te
genieten als een jonge moeder sterft. God is niet blij als een aardbeving of een overstroming de
mensen treft. God is geen moordenaar en God houdt niet van de dood. Het is niet God, die ons
allerlei leed en ellende zendt. God wil juist dat het goed met ons gaat. De Bijbel laat ons zien,
dat het juist Gods grote tegenstander is, die de mensen in rampen en onheil stort.
Al het leed en alle ellende komen niet uit de hand van God. Ze komen uit de hand van satan. Jezus
zei eens tot een aantal mensen: “Gij hebt de duivel tot vader en wilt de begeerten van uw vader
doen. Die was een mensenmoordenaar van den beginne en staat niet in de waarheid, want er is in hem
geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij naar zijn aard, want hij is een leugenaar
en de vader der leugen.” (Johannes 8:44)
De Here Jezus zegt hier, dat de duivel de veroorzaker is van al het leed op aarde. De duivel leeft
om mensen te doden. Hij is ook een verschrikkelijke leugenaar, zo zei de Here Jezus. De duivel is
zo’n gemene moordenaar en leugenaar, dat hij eerst mensen in de dood stort en daarna andere mensen
influistert, dat God dit gedaan heeft. Zo krijgt God de schuld, terwijl de duivel het gedaan heeft.
Hier moeten wij niet aan meedoen!
In Zijn toespraak over het feit, dat Hij de Goede Herder is en dat de duivel de grote vijand is, zei
de Heer: “De dief komt niet dan om te stelen en te slachten en te verdelgen; Ik ben gekomen, opdat
zij leven hebben en overvloed.
Ik ben de goede herder. De goede herder zet Zijn leven in voor Zijn schapen; maar wie huurling is en
geen herder, wie de schapen niet toebehoren, ziet de wolf aankomen, laat de schapen in de steek en
vlucht (en de wolf rooft ze en jaagt ze uiteen), want hij is een huurling en de schapen gaan hem
niet ter harte.
Ik ben de goede herder en Ik ken de mijne en de mijne kennen Mij.” (Johannes 10:10-14)
Later zou Johannes duidelijk maken, dat mensen in het spoor van de duivel kunnen gaan: “Een ieder,
die zijn broeder haat, is een mensenmoordenaar en gij weet, dat geen mensenmoordenaar eeuwig leven
blijvend in zich heeft.” (1 Johannes 3:15)
Het is de duivel en het zijn de mensen die zich door de duivel laten leiden, die allerlei leed op
aarde veroorzaken. Laten wij God daarvan dan niet de schuld geven. Wie God de schuld geeft, loopt
immers in het voetspoor van de duivel, de grote leugenaar!
Als je denkt aan natuurrampen, zoals overstromingen, moet je niet vergeten, dat God de mens
indertijd niet als een robot geschapen heeft, maar dat Hij de mens met een bijzondere opdracht op
aarde plaatste: “En God zei: laat Ons mensen maken naar Ons beeld, als Onze gelijkenis, opdat zij
heersen over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de
gehele aarde en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt. En God schiep de mens naar
Zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen. En God zegende hen en God
zei tot hen: weest vruchtbaar en wordt talrijk; vervult de aarde en onderwerpt haar, heerst
over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over al het gedierte, dat op de aarde
kruipt.” (Genesis 1:26-28)
God had een grote verantwoordelijkheid op de schouders van de mens gelegd. De mens moest er nu voor
zorgen, dat het op aarde goed zou gaan. Hij moest de aarde en de natuur bedwingen. Hij moest de
aarde beveiligen tegen het natuurgeweld van stormen en orkanen, van aardbevingen en overstromingen
en ander natuurgeweld. God legde de verantwoordelijkheid van het wel en wee op de schouders van de
mens. De mens kon die verantwoordelijkheid aan, omdat hij naar het beeld van God geschapen was.
De mens speelde met zijn verantwoordelijkheid en verspeelde zijn bijzondere positie als bewaker van
de aarde. Hij zondigde en trok de hele aarde in zijn val mee. God had hem van tevoren gewaarschuwd,
maar de mens was eigenwijs, net zoals velen nog steeds eigenwijs zijn. De mens luisterde niet naar
God, maar deed precies wat hijzelf wilde. Het gevolg was een enorme catastrofe. Zonde en ziekte,
rampen en ellende deden hun intrede op aarde. Niet omdat God dit zo gewild had. God had juist de
mens gewaarschuwd om ervoor te zorgen dat dit niet zou gebeuren. Het is allemaal de schuld van de
mens. Nu ligt er een vloek op de aarde en is de aarde in de macht van de duivel gekomen. De duivel
heet niet voor niets “de overste van deze wereld” (Johannes 14:30) en “de god van deze eeuw” (2
Corinthe 4:4).
Het woord “overste” is de vertaling van het Griekse woord “archon”. Het benadrukt, dat satan de
wereld in een ijzeren greep houdt. Als een politiek leider heeft hij de touwtjes van het
wereldgebeuren stevig in handen. Hij beïnvloedt de mensen, de leiders, maar ook het natuurgebeuren
is in Zijn macht. Hij bestuurt het denken van de ongelovige mensen, zoals Ephese 2:1,2 zegt.
De Bijbel vertelt hoe het gegaan is: “Tot de mens zei God: omdat je naar je vrouw hebt geluisterd en
van de boom gegeten, waarvan Ik je geboden had: je mag daarvan niet eten, is de aardbodem door jouw
schuld vervloekt; al zwoegende zul je daarvan eten zolang je leeft, en doornen en distelen zal hij
je voortbrengen, en je zult het gewas van het veld eten; met zweet op je voorhoofd zult je brood
eten, totdat je tot de aardbodem terugkeert, omdat je daaruit genomen bent; want stof ben je en tot
stof zul je wederkeren.” (Genesis 3:17-19)
Ik begrijp best, dat u het fijn zou vinden, als God zou ingrijpen in het menselijk gebeuren en
ineens aan alle ellende en leed een eind zou maken. De apostel Petrus heeft ook over die vraag
nagedacht en duidelijk gemaakt, wat de consequentie daarvan is. Het staat in de Bijbel. Er staat:
“De Here talmt niet met de belofte, al zijn er, die aan talmen denken, maar Hij is lankmoedig jegens
u, daar Hij niet wil, dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen. Maar de dag des
Heren zal komen als een dief. Op die dag zullen de hemelen met gedruis voorbijgaan en de elementen
door vuur vergaan, en de aarde en de werken daarop zullen gevonden worden.” (2 Petrus 3:9,10)
Als God een eind zou maken aan al het leed op aarde, kan Hij dit alleen doen door een einde te maken
aan al het leven op aarde. Mensen zijn onverbeterlijk, dat laat de geschiedenis ons zien. Als God
een stel boosdoeners zou opruimen, zouden er meteen daarna weer nieuwe boosdoeners komen. Zo gaat
het nu toch ook met de misdadigers in de samenleving?
God heeft het oordeel echter uitgesteld. Hij laat zelfs met Zichzelf spotten, omdat Hij zo graag
wil, dat een aantal mensen nog tot inkeer komt en Hem zal gaan volgen. Of, om het heel persoonlijk
te zeggen: Hij wacht ook nog op u. Hij wil zo graag, dat u ook tot inkeer komt!
Het grootste gebod in de Bijbel
Vraag: Als de boodschap van de gehele Bijbel in een paar woorden samengevat zou kunnen
worden, wat is dat dan?
Antwoord: De Bijbel leert, dat het eerste en tevens grootste gebod is de Heer, je God lief te
hebben met heel je hart en met heel je ziel en met heel je verstand. Aan dit gebod staat gelijk dat
je je naaste moet liefhebben als jezelf. Want door het tonen van liefde voor je naaste, toon je je
liefde voor God. (zie Matteüs 22:36-40) In de praktijk betekent dit, dat als er bijvoorbeeld gekozen
moet worden tussen liefde en de waarheid, de liefde boven de waarheid gesteld dient te worden. Als
je door de waarheid te spreken je naaste kwetst of in gevaar brengt, mag je niet de waarheid spreken
en dient de liefde voorrang te hebben.
Deze naasten zijn in de eerste plaats onze broeders en zusters in de gemeente. Het is de opdracht
aan alle gelovigen, waar mogelijk, acht te geven op elkaar, elkaar te helpen en te steunen, zieken
te bezoeken, blij te zijn met wie zich verblijdt en verdriet te hebben met wie verdriet heeft
(Romeinen 12:15), d.w.z. aanwezig te zijn waar feest gevierd wordt (zoals op een bruiloft), maar ook
aanwezig te zijn waar geweend wordt (zoals op een begrafenis), enz.
God liefhebben boven alles betekent, dat het de opdracht voor gelovigen is, God na te volgen, Hem
gehoorzaam te zijn en in een heilige levenswandel Jezus Christus te verheerlijken. Met blijdschap en
dankbaarheid mogen wij dan genieten van alle goede gaven die God ons schenkt.
Wat verstaan evangelische gelovigen onder een christen?
Vraag: We hebben in ons land mensen van allerlei godsdiensten. Soms lijkt het alsof je een
christen bent, als je geen moslim of hindoe bent. Wat verstaan evangelische mensen onder een
christen?
Antwoord: Onder een christen verstaan wij iemand die het volgende met zijn hele hart belijdt
en aanvaard heeft.
| 1. |
Alle mensen zijn sinds de zondeval van Adam en Eva van nature zondaar
en daardoor voor eeuwig verloren (Romeinen 3:23). | | 2. |
De enige mogelijkheid voor mensen om toch behouden te worden is
uitgegaan van God (Romeinen 3:24). Gods genade heeft het de mensen mogelijk gemaakt om gered te
worden (Efeziërs 2:8). De wijze waarop God dit gedaan heeft is de volgende: God heeft de straf voor
de zonde van de mensheid gelegd op Zijn eigen Zoon. Zoals in de tabernakel en de tempel alleen
verzoening kon komen voor de schuldige mens door de dood van het offerdier dat zijn bloed, dat is
zijn leven gaf in de plaats van de verloren mens, zo is de Here Jezus in de eerste plaats als
Verzoener voor het volk Israël gestorven (Jesaja 53; Handelingen 3:26) en in de tweede plaats ook
voor de gehele wereld (Johannes 3:16).
De Here Jezus is de enige die de mens de redding kan schenken (Handelingen 4:12). Hij is de enige
weg tot het Vaderhart van God (Johannes 14:6). | | 3. |
Om ons te redden staat de Here Jezus aan de deur van het hart van de
ongelovige mens en klopt bij hem aan met de vraag of Hij bij hem mag binnenkomen (Openbaring 3:20). | |
4. |
Om deze redding te ontvangen moet de mens geloven, dat de Here Jezus de
enige Redder is die God ons gegeven heeft. Het gaat in de Bijbel om geloof, niet om “hoop” zoals
sommigen zeggen. Nu moet de mens ingaan op het kloppen van de Heiland en de deur van zijn hart en
leven voor Hem openen, dat is Hem aanvaarden als Heiland en Heer van zijn leven (Johannes 1:12). Dit
kan in een eenvoudig gebed geschieden. | | 5. |
De mens die de Here Jezus als zijn Redder aanvaard heeft, mag en moet
nu weten, dat hij overgegaan is uit “de dood” (dat is: uit de verlorenheid) en in “het leven” (dat
is: in het eeuwige leven) (Johannes 5:24). Hij moet dus weten, dat hij het eeuwige leven heeft en
nooit meer verloren kan gaan (Johannes 3:18,36 en 10:28,29). “Dit alles schrijf ik u omdat u moet
weten dat u eeuwig leven hebt, u die gelooft in de naam van de Zoon van God.” (1 Johannes 5:13)
Evangelische christenen leven niet uit hun gevoel dat hen zegt, dat ze een kind van God zijn; zij
leven uit hun geloof en hebben daardoor de zekerheid Gods kind te zijn. | |
6. |
De mens die de Here Jezus aanvaard heeft, heeft door zijn gebed
duidelijk gemaakt, dat hij tot inkeer gekomen is en heeft zich bekeerd tot God. Dát is de bekering
van deze mens. Op zijn beurt aanvaardt God op hetzelfde moment deze mens als Zijn kind. De bekeerde
mens is nu opnieuw geboren (Johannes 3:3-8). Hij kende eerst alleen een natuurlijke geboorte,
waardoor hij het kind werd van zijn aardse ouders. Nu kent hij ook een geestelijke geboorte,
waardoor hij een kind van God is. | | 7. |
De mens die de Here Jezus aanvaard heeft, heeft daarbij zijn leven aan
de Heer toegewijd. Hij heeft de Here Jezus niet alleen als Heiland aanvaard om eenmaal in de hemel
te komen, hij heeft Hem ook als de Heer en bestuurder van zijn leven aanvaard. Hij weet, dat hij nu
op een bijzondere wijze aan de Here Jezus verbonden is (vgl. Efeziërs 1:1-14). Dat betekent, dat hij
nu een leven van heiliging wil leiden, waarin hij zich dienstbaar maakt voor zijn Meester. Hij wil
niet langer voor zichzelf in de eerste plaats leven, maar in de eerste plaats voor zijn Heiland. Hij
wil een leven leiden dat toegewijd is aan de Meester, waarin hij gehoorzaam is aan de Heer. Hij zal
trouw zijn in zijn eigen gemeente, zowel in de diensten als in het meewerken in die gemeente. De
Heer is zijn grote voorbeeld en hij probeert Hem na te leven. Om te weten te komen wat Gods wil is,
zal hij niet bij zijn eigen hart te rade gaan, maar zal hij de Bijbel nauwgezet lezen en bestuderen. |
Eerbied voor God en kleding
Vraag: In mijn werk moet ik goed gekleed zijn, daarom vind ik het prettig om ‘s zondags
vrijetijdskleding te dragen. Is daar bezwaar tegen als ik naar de kerk ga? Vroeger had men “zondagse
kleding”. Zou God ook kijken naar je kleding? Hij kijkt toch alleen naar je hart?
Antwoord: Wij leven in een tijd waarin ongelovigen steeds minder eerbied hebben voor God. Wij zien,
dat dit ook een uitwerking heeft op gelovigen. Dit is geen goede ontwikkeling. Gelovigen die naar de
diensten van de gemeente komen dienen zich ervan bewust te zijn, dat zij hier komen voor een
ontmoeting met God en dus voor het aangezicht van God verschijnen. Dat houdt in, dat zij tijdens de
dienst de nodige eerbied voor God opbrengen. Het houdt ook in, dat zij in hun kleding tonen, dat zij
zich ervan bewust zijn dat zij bij de Heer op bezoek komen. Zonder directe kledingvoorschriften te
willen geven, willen wij de leden wel oproepen zich feestelijk-eerbiedig te kleden bij het komen
naar de samenkomsten van de gemeente. Het is een Bijbels voorschrift je feestelijk te kleden als je
God zult ontmoeten. “... geeft de HERE de heerlijkheid van Zijn Naam, buigt u neder voor de HERE in
heilige feestdos.” (Psalm 29:2 NBG vertaling) Professor Obbink vertaalt dit als volgt: “...buigt u
neder voor den HEER, in heilig feestgewaad.” Er is nog een tekst die hierover spreekt: “Geeft de
HERE de heerlijkheid van Zijn Naam, brengt offer en komt voor Zijn aangezicht. Buigt u neder voor de
HERE in heilige feestdos.” (1 Kronieken 16:29 NBG vertaling). Het Boek geeft dit vers als volgt
weer: “Ja, geef de HERE de heerlijkheid die aan Zijn Naam verbonden is. Breng een offer en ga voor
Hem staan; aanbid de HERE en doe dat in heilige kleding.” Rabbijn Shmuel Yerushalmi wijst in “Me’am
Lo’ez” bij Psalm 29:2 ook erop, dat als je met eerbied voor God wilt verschijnen, je eerst moet
zorgen, dat je kleding in orde is. Zo ook wijst Prof. F. Delitzsch (in het grote en befaamde werk:
“Commentaar op het Oude Testament” van de professoren Keil en Delitzsch) bij deze Psalm erop, dat in
heiligheid voor God verschijnen, ook betekent, dat je in heilige kleding voor Hem verschijnt, dat je
met mooie feestkleding voor Hem nadert, omdat de heiligheid van God dit van je eist.
Het is een christelijk misverstand dat God alleen naar je hart zou kijken. Natuurlijk kijkt God naar
je hart, maar Hij kijkt volgens deze teksten ook naar je kleding. En... als je weet dat je voor Hem
zult verschijnen, moet je nuchtere verstand je ook al duidelijk maken, dat je bij de Koning der
koningen op bezoek komt en dat je je daarop dient te kleden.
Zie voor uitvoerige informatie mijn boek: De Heilige Geest en een bijzonder leven.
|